dinsdag 31 januari 2017

266. Heroïsch stoppen op je hoogtepunt

Actualiteit en privé - Sport - Tennis

 





Federer-Nadal en Sampras-Agassi

De winst van de 35-jarige Zwitser Roger Federer in de tennisfinale van de Australian Open 2017 op zijn eeuwige Spaanse rivaal Rafael Nadal (zijn achttiende grandslamzege!) deed mij erg denken aan de finale van de US Open 2002 tussen de Amerikanen Pete Sampras en Andre Agassi. In beide gevallen ging het om een finale tussen twee legendarische tennisgrootheden die op dat moment door velen waren afgeschreven.
Ik kan me nog herinneren dat de Volkskrant na vroegtijdig verlies van Pete Sampras en Andre Agassi op Wimbledon 2002 tegen respectievelijk de Zwitser Georg Bastl en de Thai Paradorn Srichaphan (wie kent ze niet?) kopte met “Einde tijdperk Sampras en Agassi”. Dezelfde kop maar dan met de namen Federer en Nadal zal afgelopen jaar ongetwijfeld ook wel ergens in een krant hebben gestaan, vermoed ik zomaar.
Ruim twee maanden na deze kop stonden diezelfde Sampras en Agassi in de finale van de US Open. Sampras won in vier sets. Pas later bleek dit zijn laatste wedstrijd als professioneel tennisspeler te zijn geweest. Sampras was gestopt op zijn hoogtepunt.
 

Het blijft een gok

Stoppen op je hoogtepunt vind ik prachtig. Het heeft iets heroïsch. Om die reden vind ik dat Federer nu ook met onmiddellijke ingang moet stoppen.
De kunst van dit alles is echter natuurlijk om te bepalen wanneer je nou eigenlijk op je hoogtepunt zit. Want wie zegt Federer dat als hij nu stopt hij niet nog meer grandslamoverwinningen zou hebben behaald als hij zou zijn doorgegaan (zie naschriften onderaan)?
Het blijft een gok, maar ik zou als ik Federer was veel liever nu stoppen dan het risico lopen door te gaan om over een aantal jaren te moeten concluderen dat deze overwinning op de Australian Open 2017 toch echt zijn laatste kunststukje was geweest. Volgens mij voelde Pete Sampras in elk geval heel goed aan dat zijn winst op de US Open 2002 zijn laatste grandslamoverwinning zou blijven en dus besloot hij op deze prachtige wijze te stoppen.
 

Voorbeeld uit eigen werk

Hoe mooi ik het stoppen op een hoogtepunt vind, kan ik illustreren aan de hand van een simpel voorbeeld uit eigen werk: mijn eigen, zeer bescheiden “tenniscarrière”.
Toen ik in 1997 op mijn 31e clubkampioen werd op mijn tweede tennisclub (zie ook columns 195 en 196) ben ik meteen gestopt met het spelen van toernooien. Tot op de dag van vandaag kan ik dus zeggen dat ik mijn laatste toernooi heb gewonnen en hoe vreselijk kinderachtig dit ook moge klinken - en dat besef ik - vind ik het wel iets hebben.
Ja, je kunt zeggen wat je wilt, maar Pete Sampras en ik hebben op het gebied van tennisresultaten dus in elk geval één overeenkomst. Jammer alleen van al die overige verschillen (roem, geld, vrouwen enz.)…
 

Björn Borg

Mijn tennisidool van vroeger, de Zweeds legende Björn Borg, had net als Pete Sampras en ik (klinkt goed zo dit rijtje, die houd ik erin) eigenlijk ook heroïsch moeten stoppen op zijn hoogtepunt. Na zijn gewonnen legendarische finale in 1980 tegen zijn grote Amerikaanse rivaal John McEnroe (1-6, 7-5, 6-3, 6-7 - met de onvergetelijke 16-18 tiebreak - 8-6) had hij zijn houten Donnay-racket definitief aan de wilgen moeten hangen.
Helaas ging Borg nog een jaartje door waarin hij (na nog wel winst overigens op Roland Garros 1981, al was die finale tegen Ivan Lendl een stuk minder heroïsch dan die van Wimbledon 1980) zowel op Wimbledon als bij de US Open in de finale verloor van dezelfde McEnroe. Al was het stoppen na die verloren finale op de US Open 1981 ook geen slecht moment. Borg was op dat moment slechts 25 jaar en zijn winstpercentage van veertig procent bij de grandslams - hij won 11 van de 27 grandslamtoernooien waaraan hij deelnam - is nog steeds een record (Federer zit nu op een percentage van 26%: 18 gewonnen/68 deelnames).
Zonde alleen dat Borg tien jaar later in 1991 om wat voor vage reden dan ook (geldgebrek, eenzaamheid, zwart gat) besloot om een soort van comeback te maken. Met zijn oude houten Donnay-racket notabene, wat hetzelfde zou zijn als je in deze tijd op je nieuwe werk bij een succesvol commercieel bedrijf verschijnt met een oude Nokia-telefoon. Heel leuk en nostalgisch, maar het gaat niet werken. En bij Borg werkte het natuurlijk ook niet. Zijn comeback werd een ramp.
 

De wraak van Van Velde was zoet

Succesvolle comebacks in de sport zijn sowieso vrij zeldzaam en zeker als je praat over een comeback na tien jaar afwezigheid zoals bij Borg het geval was.
De mooiste comeback die mij bijstaat, is die van de schaatser Gerard van Velde. Toen de klapschaats in het schaatsen opkwam, kreeg Van Velde de nieuwe techniek niet onder de knie en besloot hij in 1998 te stoppen. Een jaar later werd hij door Rintje Ritsma gevraagd als trainingsmaatje en begon hij langzaam maar zeker weer aan wedstrijden mee te doen. Zijn tijden waren in het begin echter van een dusdanig matig niveau dat medesprinter Erben Wennemars Gerard een beetje uitlachte en aangaf dat hij natuurlijk nooit aan een comeback had moeten beginnen.
De wraak van Van Velde was zoet. Een paar jaar later won Gerard goud tijdens de Olympische Winterspelen 2002 in Salt Lake City op de duizend meter, de favoriete afstand van jawel … Erben Wennemars (Erben werd vijfde).
Voor de heroïek in de sport had Gerard van Velde op dat moment natuurlijk meteen moeten stoppen met schaatsen. Maar helaas ging hij nog door tot 2008, waarna na het missen van plaatsing voor de belangrijke schaatstoernooien de beslissing tot stoppen onvermijdelijk geworden was.

Ja, het moge duidelijk zijn: ik heb iets met het stoppen op je hoogtepunt. Ik roep Roger Federer hierbij dan ook op om in het belang van de heroïek in de sport met onmiddellijke ingang te stoppen met tennis. De toekomst zal leren of ik met dit advies (wederom) gelijk had. 


Zul je natuurlijk net zien dat Federer Wimbledon 2017 ook wint... (lees hieronder!)









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Naschrift 1 (25-01-2018):
Hoe vaak ik ook gelijk mag hebben (?), heb ik er gelukkig geen enkele moeite mee om toe te geven wanneer ik achteraf ongelijk bleek te hebben.
Na het lezen van mijn column dacht Federer "No way!" en nam hij zich plechtig voor om er alles aan te doen om mijn ongelijk te bewijzen. En dat deed hij op zeer indrukwekkende wijze: samen met Rafael Nadal domineerde Federer het tennisjaar 2017 als nooit tevoren. Heel eerlijk verdeelden de twee tennissterren de buit: waar Federer de Australian Open en - jawel - Wimbledon won, pakte Nadal de titels op de overige twee grandslamtoernooien, Roland Garros en de US Open. Alsof de "oude" tijden herleefden, sloot Nadal het jaar 2017 af als de nummer 1 van de wereld, kort daarop gevolgd door Federer als nummer 2.
Federer breidde in 2017 zijn recordaantal grandslamoverwinningen dus uit van 17 naar 19 stuks! En hij laat mij én de hele wereld zien dat zijn hoogtepunt dus nog (lang?) niet bereikt is, want op het moment van schrijven staat hij ook nog eens op het punt om ook de Australian Open 2018 te gaan winnen. Wat dus grandslamoverwinning nummer 20 zou betekenen.

Mijn oprechte excuses Roger! Jij en niemand anders bepaalt het juiste moment om te stoppen. En dat was overduidelijk niet vorig jaar, dat is ook niet dit jaar en je hoort mij geen voorspelling meer doen over wanneer dat dan wel zal zijn. Ik zwijg nederig...
 
Naschrift 2:
Roger Federer schreef inderdaad ook nog de Australian Open 2018 op zijn naam, maar deze nummer 20 bleek dan toch écht zijn laatste grandslamoverwinning te zijn. Oftewel deze column met mijn advies aan Federer om nu te stoppen op zijn hoogtepunt kwam precies één jaar te vroeg...


Roger Federer (foto: Tonko)

 

donderdag 12 januari 2017

265. Wie veel empathie heeft, pest niet punt.

Actualiteit - Zelfmoord - Pestgedrag - Empathie

 







Tharukshan Selvam

Tharukshan Selvam, een vijftienjarige lieve, zachtaardige jongen uit Heerlen die ervan droomde om ooit een bekende vlogger te worden en verder gewoon een fijn leven met zijn familie te leiden, heeft zelfmoord gepleegd omdat hij gepest werd, niemand op school met hem praatte en hij zich helemaal alleen voelde. Zijn zussen kwamen er pas zeven weken geleden achter dat hij gepest werd toen hij zijn eerste zelfmoordpoging deed. Thuis hield hij zich sterk voor zijn familie. Na zijn zelfmoordpoging werd er hulp aangeboden, maar toen Tharukshan zei dat dat niet hoefde, lieten ze hem met rust.
Tharukshan Selvam is niet het eerste kind en zal ook niet het laatste zijn waarbij je verdrietig moet constateren dat die het gewoonweg niet redde in deze harde wereld en die geen andere uitweg zag dan deze. Dit soort drama’s blijven mij raken.
Ik vraag me ook altijd af wat er tijdens het horen van dit soort nieuws door de hoofden van al die pestkoppen moet zijn gegaan (waaronder pestkoppen die tegen Tharukshan dingen hadden geroepen als: je moet zelfmoord plegen, je moet voor de trein springen etc.). Minder dan ik denk, vrees ik (volgens mij een paradox overigens). Want als je je hierdoor enorm schuldig en verdrietig zou voelen, zou dat wijzen op de aanwezigheid van een grote hoeveelheid aan empathisch vermogen, maar wie veel empathie heeft, pest niet. Punt.
 

Empathisch vermogen

Toen ik op de basisschool zat, kwam ik op voor een jongen die gepest werd omdat hij anders was. Ik had met hem te doen en in mijn ideale wereld zou iedereen voor hem opkomen. Of beter gezegd: dat was in zo'n utopie niet nodig geweest, want daarin zou pestgedrag niet voorkomen. Zover ik me kan herinneren was ik de enige jongen die echt voor hem opkwam en waren er hooguit een aantal meisjes die hem ook wel eens hielpen. Omdat ik op een hele gemiddelde basisschool zat, denk ik dat je er gerust vanuit kunt gaan dat dit representatief is voor alle scholen in Nederland dan wel in de wereld.
Op basis van mijn levenservaring, kennis en analytisch vermogen schat ik in dat als je een groep van dertig kinderen/mensen hebt, een minderheid (veelal gevoelige, zachtaardige types) veel empathisch vermogen heeft, terwijl een andere minderheid daarentegen juist weinig tot geen empathisch vermogen bezit. De rest, een meerderheid, zit er qua hoeveelheid empathisch vermogen ergens tussenin, maar is gewoon te bang om bij pestgedrag in te grijpen uit angst dat men zelf wordt buitengesloten en gepest en doet dus helemaal niets, of erger: doet mee met met het pesten.
Ik denk dat je in het algemeen kunt stellen dat de kans het grootst is dat de ergste pestkoppen uit de tweede groep komen en de meelopers met die pestkoppen uit de derde groep. Al blijkt het ook zo te zijn dat sommige kinderen die zelf vroeger ooit gepest zijn later zelf pestkoppen worden. Hierbij slaan ze vanuit een houding van “dat overkomt mij nooit meer” dus door naar de andere, veilige kant.         
Qua statistiek zou je het kunnen vergelijken met hoe mensen in crisissituaties handelen, zoals bijvoorbeeld bij het zinken van een schip: een minderheid gaat verstandig over tot goede actie, een andere minderheid blijft stokstijf en apathisch stilstaan en doet helemaal niets en de rest holt als een kip zonder kop paniekerig achter elkaar aan.
 

Macht, status, geld en empathie

Ik denk dat je gerust de conclusie kunt trekken dat we leven in een wereld waarin we moeten accepteren dat de meerderheid van de mensheid de empathie en/of het lef mist om op te komen voor mensen die gepest worden.
En wat het allemaal nog erger maakt, is mijn “theorie” (die wellicht al lang bewezen is) dat we ook leven in een wereld waarin gemiddeld genomen - uitzonderingen die de regel bevestigen zijn er altijd - de mensen met de minste empathie nou juist op die plekken zitten met de meeste macht, status en geld én dus invloed.
Zo gewaagd vind ik deze theorie overigens niet, omdat het gewoon een kwestie is van logisch beredeneren.
Om in posities terecht te kunnen komen met veel macht, status en geld is het hebben van (veel) empathisch vermogen nu eenmaal meer een handicap dan een zegen. Wie ambities richting de top heeft, doet er goed aan om een of over-mijn-lijk-mentaliteit te hebben. Hier geldt tenslotte het recht van de sterkste: het is jij of een ander die op die hoge positie komt die jij ambieert. Wie zacht, gevoelig, bescheiden, eerlijk en integer is, medelijden en mededogen toont en anderen wilt helpen, redt het eenvoudigweg niet.
 

Meryl Streep over Donald Trump

Afgelopen week nog tijdens de uitreiking van de Global Globes onderstreepte actrice Meryl Streep mijn punt door in haar speech genadeloos uit te halen richting de aankomende Amerikaanse president Donald Trump.
Streep vertelde dat haar hart brak toen ze zag dat Trump tijdens een verkiezingsbijeenkomst een gehandicapte journalist - die qua status, macht en geld uiteraard al ver onder de aanstaande president staat - belachelijk maakte door hem na te doen. Wat als effect had dat zijn publiek begon te lachen.
"Deze instinctieve wil om (anderen) te vernederen, uitgevoerd door iemand met macht, dringt door in ieders leven omdat het mensen een zekere mate van toestemming geeft om hetzelfde te doen. Respectloosheid nodigt uit tot respectloosheid, geweld lokt geweld uit. Wanneer de machtigen hun positie misbruiken om anderen te kleineren, verliezen we allemaal.”
Prachtig verwoord door Meryl Streep en het slaat natuurlijk de spijker op zijn kop. Want Donald Trump is het prototype van zo’n pestkop die er op uit is om ten koste van andere, kwetsbare mensen er zelf beter van te worden.
 

Affectieve, cognitieve en instrumentale empathie

Ik merk dat er echter mensen bestaan die ervan overtuigd zijn dat types als Donald Trump juist wel empathisch zijn. Dit denken zij vanuit de gedachte dat als je zoveel hebt bereikt je wel goed moet kunnen omgaan met mensen en dat dat alleen maar mogelijk is als je beschikt over voldoende inlevingsvermogen.
Overigens kun je je hier ook afvragen wat het precies betekent "als je zoveel hebt bereikt als Trump". Laat ik het zo zeggen: succes is iets relatiefs. Feit is dat als u en ik net als Trump van onze steenrijke papa een startkapitaal van tientallen miljoenen dollars hadden gekregen (Trump heeft inclusief de erfenis - toen zijn vader Fred overleed, had hij een geschat vermogen van één miljard dollar - honderden miljoenen dollars gekregen van zijn vader/familie) onze carrières er "waarschijnlijk" ook iets anders uit hadden gezien dan nu het geval is. Ja, je kunt veel over Donald Trump zeggen, maar nou net niet datgene wat hij zelf zo graag zou willen horen: dat hij het schoolvoorbeeld is van "The American Dream". Nee, integendeel zelfs. Trump komt uit een steenrijke miljonairsfamilie en allesbehalve uit zo'n arme omgeving waarin mensen (vooral theoretisch helaas) nog de Amerikaanse droom mogen dromen dat hen een carrière van krantenjongen tot miljonair te wachten staat. 
Nee, dat je alleen maar veel succes zou kunnen bereiken als je veel inlevingsvermogen hebt, klopt niet. Al begrijp ik wel waar de gedachtegang achter dit misverstand vandaan komt. Ieder mens dat op deze wereld succes heeft behaald, heeft daarvoor andere mensen nodig gehad. Dus dan zou je hieruit ook kunnen concluderen dat ieder succesvol persoon naast goede sociale vaardigheden toch ook wel iets van empathisch vermogen zou moeten hebben, nietwaar?  Hoe logisch dit ook klinkt, ligt het een stuk gecompliceerder.
Globaal genomen, heb je drie soorten empathie: affectieve empathie, cognitieve empathie en instrumentale empathie.
Affectieve empathie is wat wij herkennen als de échte, normale (positieve) empathie: je kunt je goed inleven in, en meeleven met (de emoties van) anderen. Cognitieve empathie werkt anders, want daarbij heb je het vermogen om te begrijpen wat iemand denkt of voelt zonder dat je dat zelf ook zo voelt. Dit is een stuk neutraler dan bij affectieve empathie. Nog iets verder verwijderd van de affectieve empathie hebben we tenslotte de instrumentale empathie. Bij instrumentale empathie kun je weliswaar net als bij cognitieve empathie het vermogen hebben om te begrijpen hoe anderen denken en voelen, maar dat hoeft niet. Indien je dit vermogen gewoon niet hebt, kun je de afwezigheid daarvan wel compenseren door met behulp van een combinatie van intelligentie, observatie, signaal- en patroonherkenning jezelf aan te leren hoe je emoties bij anderen herkent. Instrumentale empathie kun je zien als een middel om je eigen doelen te bereiken. Om er zelf dus beter van te worden. Wat ertoe leidt dat het meestal negatief wordt ingezet. Zo wordt instrumentale empathie vaak gebruikt door bijvoorbeeld narcistische machthebbers, CEO's, politici, advocaten, verkopers etc. om mensen te kunnen beïnvloeden, manipuleren en misbruiken voor hun eigen gewin.
Dus daar waar iemand met affectieve, échte empathie vanuit een gevoel van medeleven op een behoorlijk altruïstische manier aan anderen denkt, denkt iemand met instrumentale empathie juist heel egoïstisch alleen maar aan zichzelf om een bepaald doel te bereiken. 
 

Het grootste misverstand over psychopaten

Wie met de term instrumentale empathie in het hoofd toch nog steeds denkt dat Donald Trump veel inlevingsvermogen heeft, moet zich maar eens gaan verdiepen in de kenmerken van psychopathie. Ik noem even de bekendste: gladde prater, oppervlakkige charme, sterk opgeblazen gevoel van eigenwaarde, pathologisch liegen, gebrek aan berouw of schuldgevoel, geen verantwoordelijkheid nemen voor eigen gedrag, manipulerend gedrag met list en bedrog, ontbreken aan emotionele diepgang, kil en een gebrek aan - jawel - empathie! Alles wat een psychopaat doet, heeft maar één doel: er zelf beter van worden.
Wie mij overigens denkt te kunnen overtuigen waarom Donald Trump geen psychopaat is, hoor ik heel graag. Maar eerlijk gezegd geef ik hem/haar weinig kans.
Besef hierbij ook dat het idee dat 
dat alle psychopaten criminelen of moordenaars zijn het grootste misverstand is wat er bestaat over psychopaten. Kortom, mijn stelling dat Trump een psychopaat is, vind ik kijkend naar de feiten allesbehalve gewaagd. Integendeel zelfs. Wie aan de hand van de lijst van kenmerken van psychopathie de wereldgeschiedenis doorloopt, zal ook op een hoop psychopathische machthebbers stuiten.
Blijkbaar hebben mensen psychopaten en pestkoppen nodig. Om geleid (en misleid) te worden, wat waarschijnlijk zal voortkomen uit angst en onzekerheid.
 

Eén geruststellende gedachte

Treurig maar waar besef ik dat ik met deze column niets meer kan betekenen voor Tharukshan Selvam en zijn familie.
Het enige wat ik kan hopen is dat er wellicht een paar kinderen zijn die zelf gepest worden en die dit lezen en leren begrijpen hoe deze patronen werken. Waarbij ze dan niet moeten vergeten dat er één geruststellende gedachte is: er zal altijd een groep empathische mensen zijn die wél begaan is met kinderen (en volwassenen) die gepest worden en die jou kan helpen. Het is alleen de kunst (van het niet opgeven en doorzetten!) om deze mensen te vinden. Maar dat ze er zijn, staat vast.
 
Ik sluit af met een mooi citaat van Charlie Chaplin over macht: “You need power only when you want to do something harmful, otherwise love is enough to get everything done.”
 
Tharukshan Selvam, rust zacht.











Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.



 

woensdag 11 januari 2017

264. Irritante slaafse regelvolgertjes

Actualiteit - Regels - TV/Film/Docu

 








Regels zijn regels

Zoals ik wel vaker in mijn columns heb laten doorschemeren, heb ik helemaal niets met van die mensen en instellingen die zich consequent aan regels houden puur en alleen vanwege het feit dat het regels zijn. En die daarbij weigeren om hun verstand te gebruiken (of het vermogen daartoe missen, waar ze overigens natuurlijk ook niets aan kunnen doen). Bijvoorbeeld door kritisch te kijken of de regels nog wel voldoen of dat ze wellicht moeten worden afgeschaft of aangepast - omdat ze zo vaag zijn dat het voor meerdere interpretaties vatbaar is - of dat er misschien uitzonderingen kunnen worden gemaakt daar waar het nut volledig ontbreekt en de regel in feite al zijn waarde verliest.
 

1 aprilgrap

Normaal gesproken zou ik hier niet zo snel een aparte column aan wijden, ware het niet dat ik iets las waarvan ik dacht van dít is nou een klassiek voorbeeld van hoe vreselijk onbenullig het kan zijn om je koste wat het kost te willen vasthouden aan het naleven van de regeltjes.
“De veertien jarige Emilia Jones
zal in Nederland niet toegelaten worden op de première van ‘Brimstone’, de eerste Engelstalige film van regisseur Martin Koolhoven. Jones speelt in de film een meisje dat in een bordeel werkt en heeft ‘Brimstone’ al gezien tijdens de wereldpremière op het festival in Venetië, maar in Nederland zal Jones de zaal van het Tuschinski-theater moeten verlaten tijdens de screening en wel omdat ze te jong is: de film heeft namelijk een keuring van zestien jaar en ouder gekregen.”
Het is dat het nu begin januari is anders had ik meteen aan een 1 aprilgrap gedacht. En nog steeds houd ik een beetje rekening met een soort van publiciteitsstunt om de film eens lekker te promoten, zo absurd en te gek voor woorden vind ik dit.
 

Gun die meid de première die ze verdient

Mijn God, je zult maar degene zijn die zo dapper is geweest om deze “wijze” beslissing te nemen (of erger nog misschien: door te geven namens een nog hogere baas): Dirk de Lille, directeur van filmdistribiteur Paradiso Films.
Wat zal die man blij met zichzelf zijn geweest. Blij omdat hij tenminste nog zo’n standvastig iemand is die zich door niemand gek laat maken en die zich onder alle omstandigheden honderd procent consequent zal blijven vasthouden aan de regels “omdat regels nu eenmaal regels zijn”. Ik krijg nu al medelijden met zijn kinderen en de rigide wijze waarop die door hun vader zullen zijn opgevoed (ervan uitgaande dat Dirk kinderen heeft).
Is het nou echt zo ontzettend moeilijk voor irritante slaafse regelvolgertjes als Dirk de Lille om hier eventjes eerst je hersentjes te gebruiken en jezelf wat nuttige vragen te stellen, hoe moeilijk kan dat zijn?
 

Nul komma nul risico

Waarvoor is deze regel van 16+ films in het leven geroepen? Nou, waarschijnlijk om kinderen tegen zichzelf in bescherming te nemen zodat ze niet worden blootgesteld aan (horror) beelden van indringend, hard, extreem, angstaanjagend geweld of seksueel geweld. Met als risico dat ze er later negatieve gevolgen van ondervinden. Bijvoorbeeld in de vorm van het ontwikkelen van angsten of van het kopiëren van negatief gedrag.
Ok, het veertienjarige meisje waar het hier om gaat, heeft zelf in deze film gespeeld. Dus hoe groot acht ik de kans dat zij risico loopt op genoemde negatieve gevolgen? Nou, voor iemand die zelf heeft meegespeeld in de film en die dus met eigen ogen heeft gezien hoe alle filmscenes zijn gemaakt, verwacht ik niet dat de film op haar als choquerend zal overkomen of zal leiden tot traumatische ervaringen. Bovendien komt daar nog bij dat ze de film blijkbaar al eerder heeft gezien tijdens de wereldpremière in Venetië. Dus ik zou zeggen nul komma nul risico.
Precies. Dus heeft het in dit geval veel zin om haar koste wat het kost aan de 16+ filmregel te houden of loop ik daarmee volledig mijn doel voorbij en maak ik alleen mezelf compleet belachelijk? Voilà, trek zelf je conclusie zou ik zeggen. Zo moeilijk is dat niet. Gun die meid gewoon de première die ze verdient.

De discussie over de zin en onzin van de filmkeuring in het algemeen bewaar ik overigens maar voor een andere column, wellicht.

Door het schrijven van deze column heb ik in elk geval enorme zin gekregen om binnenkort met mijn dertienjarige dochter “Brimstone” te gaan bekijken. Ik zeg wel dat ze zestien is.








  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


vrijdag 6 januari 2017

263. De hoogbegaafde en de pedofiel

Actualiteit en privé - Hoogbegaafdheid - Nature/Nurture

 








Spottende reacties

Uit onderzoek van het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) blijkt dat veel HoogHoohoogbegaafden werkeloos thuis zitten.
Uiteraard zie ik op internet al spottende reacties van mensen in de trant van: ha, ha, hoogbegaafden zijn werkeloos omdat ze niet begrepen worden; alsof niet-hoogbegaafden altijd begrepen worden en geen behoefte hebben aan meer uitdaging in hun werk; slim hoor, om je lot in handen te leggen van uitkeringsinstanties, maar als je écht slim bent moet het geen enkel probleem zijn om op eigen kracht werk te vinden dat bij je past etc.
 

Bescheiden en nederig opstellen

Als het gaat om (uitgesproken) meningen en kennis heb ik inmiddels een vrij simpel standpunt: hoe meer kennis ik over iets heb, hoe eerder ik mijn mening zal verkondigen en hoe groter de kans dat die uitgesproken zal zijn. Daar staat dus tegenover dat hoe minder kennis ik over iets heb (bijvoorbeeld over de financiële sector waar ik weinig interesse in heb), hoe bescheidener en nederiger ik me zal opstellen en hoe voorzichtiger ik zal zijn met het vormen en formuleren van een mening.
Deze houding zouden meer mensen op deze wereld moeten aannemen. Als je bijvoorbeeld niet veel kennis over hoogbegaafdheid hebt, kun je maar beter even je mond houden in plaats van met uitgesproken meningen te komen. Ironisch in dit geval, maar waar: anders kom je nogal dom over.
 

Betweterig genietje met een brilletje

Over hoogbegaafdheid wist ik tot een jaar of dertien jaar geleden weinig tot niets. Als ik toen aan een hoogbegaafd kind dacht, zag ik een irritant, eigenwijs, betweterig genietje met een brilletje voor me dat overal tienen voor haalde en de ene na de andere klas oversloeg.
Inmiddels heb ik - met dank aan mijn kinderen - in mijn zoektocht naar mezelf behoorlijk veel kennis over hoogbegaafdheid opgedaan, weet ik dat het allemaal een stuk genuanceerder ligt dan ik dacht en mag ik er dus ook uitgesproken meningen over hebben.
Natuurlijk valt er het een en ander aan te merken op het onderzoek van het IHBV. Zo is het meer een verkennend dan een representatief onderzoek en dus gaat het meer om een indicatie, vermoedens en schattingen dan om harde feiten.
Maar ter verdediging van de onderzoekers kun je stellen dat het ook niet bepaald makkelijk is om “de groep hoogbegaafden” in Nederland te vinden en in kaart te brengen. Al is het alleen al vanwege het feit dat er binnen deze groep ook veel hoogbegaafden zullen rondlopen die niet eens weten dat ze hoogbegaafd zijn. En daar had ik ook zeker tussen gezeten als ik geen kinderen zou hebben gehad. Ik vind het nog steeds een vreemd idee dat ik zonder mijn kinderen tot mijn dood niet zou hebben geweten dat ik hoogbegaafd ben. Dan zou ik dus mijn hele leven hebben geleefd met een schrijnend gebrek aan zelfkennis.  
 

Als intelligent persoon opgroeien in allerlaagste kaste in India

Natuurlijk zijn er ook niet-hoogbegaafden die net als ik lang werkeloos zijn geweest, die hun werk nooit leuk hebben gevonden, die altijd "onder" hun niveau hebben gewerkt en aldus hebben "onder" gepresteerd (beter: op het verkeerde niveau hebben gewerkt en gepresteerd) en die altijd uitdaging hebben gemist etc. Hoe mooi zou de wereld toch zijn als alle mensen leuk werk deden dat precies op hun niveau lag, met precies genoeg uitdaging. Dat zou nog eens een geweldige, efficiënte wereld zijn! Al kun je je daarbij afvragen of dat ook in de praktijk zou werken (een retorische vraag denk ik).
Maar de werkelijkheid is anders. Natuurlijk werken er in deze wereld veel meer mensen onder hun niveau dan er boven. En ik mag dan klagen over mijn mislukte loopbaan-carrière in Nederland, maar er gaat bijna geen dag voorbij dat ik mij niet afvraag hoe frustrerend het dan wel niet moet zijn om als zeer intelligent persoon in India op te groeien in de allerlaagste kaste van de Onaanraakbaren, de Dalits.
En hoeveel genieën zullen er wel niet op deze aarde rondlopen die qua (nurture) omstandigheden gewoon nooit in staat zullen zijn om zich te ontplooien? Bedenk eens hoeveel kennis daarmee verloren gaat.
Al blijkt op het gebied van “slimme” versus “domme” mensen ook een reëel gevaar te bestaan op een tweesplitsing in de toekomst. Doordat kinderen van arme mensen gemiddeld cognitief minder blijken te worden uitgedaagd dan kinderen van rijke mensen bestaat er een reële kans op een situatie waarin de kloof tussen arm en rijk niet alleen steeds groter wordt (zie mijn columns over Thomas Piketty), maar dat de arme mensen ook steeds "dommer" worden dan de rijken. Een verontrustend toekomstbeeld.
 

Een simpel voorbeeld

Terugkerend naar Nederland en naar het onderzoek van het IHBV kan ik het best vanuit mijn eigen ervaring aan de hand van een simpel voorbeeld motiveren waarom het voor een hoogbegaafde (nog) frustrerender kan zijn om onder je niveau te werken dan voor een niet-hoogbegaafde.
Op mijn werk praatte ik wel eens met een hele aardige, hoogopgeleide, afgestudeerde collega over mijn frustraties op het werk. Over dat bepaalde werkzaamheden zo zinloos en inefficiënt waren, over dat ik het werk niet uitdagend vond en het een sleur werd, over dat ik moe werd van de autoritaire, controlerende houding van onze leidinggevende etc.
Hij vertelde mij dat hij ook wel eens momenten had dat hij dacht van is dit het nou, maar dat die momenten nooit lang duurden. Hij zette zich er snel overheen en ging weer verder. Ik zei hem dat ik dat niet kon en dat ik maar bleef doormalen over dit soort dingen.
Dat was een belangrijk verschil tussen ons: ik ben een denker, ik ben in mijn hoofd continu bezig met alles om me heen te analyseren, waardoor ik ook snel zie wanneer dingen niet kloppen of beter kunnen en behalve dat ik zeer zelfkritisch ben, ben ik ook kritisch op werknemers en (vooral) leidinggevenden om mij heen, waarbij ik ook nog eens een extreem rechtvaardigheidsgevoel heb waardoor ik me snel erger aan mensen die liegen, bedriegen, hypocriet doen, spelletjes spelen etc. Met als reëel gevaar dat iemand zoals ik sneller in discussie zal gaan met leidinggevenden, dus ook sneller conflicten zal krijgen en dus ook meer risico zal lopen op ontslag (ook deze baan eindigde bij mij in ontslag vanwege een verstoorde arbeidsrelatie met mijn leidinggevende). En dan praat ik nog niet eens over mijn sterke neiging om continu te worstelen met existentiële vragen over de zin(loosheid) van alles wat ik doe.  
De verschillen tussen mijn collega en mij maakte het logisch dat ik veel sneller gefrustreerd raakte dan hij. Voor mensen die niet zoveel bezig zijn met (kritisch door-) denken en analyseren is het nu eenmaal makkelijker om dingen te aanvaarden zoals ze zijn. Dus ook om werk te doen dat misschien onder je niveau ligt en bepaald niet je droombaan is, want dat gold uiteraard ook voor mijn collega.

Mijn simpele overtuiging is dat naarmate mensen meer afwijken van het gemiddelde ze per definitie een grotere kans maken om te worstelen met dingen in het leven waar de grote groep gemiddelde mensen nu eenmaal (gemiddeld!) minder last van heeft. Wat natuurlijk niet gek is, aangezien deze groep zich makkelijker aanpast aan de omgeving. Of moet ik zeggen lijkt aan te passen, aangezien zij zich natuurlijk ook minder hoeven aan te passen. 
 

Ze doen zo arrogant!

Als ik het artikel in de Trouw lees over het IHBV-onderzoek valt mij meteen de valkuil op waarin veel hoogbegaafden plegen te trappen als ze het over hun hoogbegaafdheid hebben. Het is hetzelfde gevaar wat ervoor zorgt dat veel mensen vooroordelen over hoogbegaafden blijven hebben en honend op dit soort onderzoeken zullen blijven reageren: ze doen zo arrogant!
Zo lees ik dat IHBV-voorzitter Rianne van de Ven zegt dat hoogbegaafden “in principe alles kunnen wat ze maar zouden willen” en dat hoogbegaafden niet zielig zijn, integendeel: "Hoogbegaafd zijn is fantastisch. Hoogbegaafden zien alles, voelen alles, zien overal interessante dingen”.
Natuurlijk kunnen hoogbegaafden niet alles en weten ze niet alles en voelen ze niet alles en is niet alles fantastisch aan ze. Hoogbegaafden zijn ook maar gewone mensen en dus zijn ze ook in sommige onderdelen gewoon slecht en kunnen ze ook hele domme dingen doen.
Als je Albert Einstein destijds te werk had gesteld als maatschappelijk werker had hij gewoon gefaald omdat hij daar de benodigde kwaliteiten (bijvoorbeeld empathisch vermogen) eenvoudigweg niet voor had. Dan was hij wellicht een van die ongelukkige, gefrustreerde hoogbegaafden zonder werk geweest.
Het doet me denken aan die ene opmerking van een hoogbegaafde vrouw die ooit aangaf het niet te begrijpen waarom niet-hoogbegaafde mensen toch zo beledigd raakten als zij uitlegde dat het voor iemand met een IQ van boven de 130 het leven met “gewone” mensen (gemiddeld IQ 100) net zo is als wanneer “gewone” mensen de hele dag tussen chimpansees (gemiddeld IQ 70) moeten rondlopen. Tja, als je niet begrijpt dat dat arrogant overkomt, heb je toch echt een probleem en ben je in elk geval niet geschikt om hoogbegaafdheid voor het grote publiek toegankelijker te maken.
Overigens bedacht ik me later dat als je hierover doordenkt je ook moet bedenken dat als je een “gemiddelde” hoogbegaafde bent met zeg een IQ van 135 je ook een chimpansee zult zijn voor een hoogbegaafd persoon met een IQ van 165. En mijn God, wat voel ik mij ontzettend vaak een piepklein nietig chimpanseetje vergeleken met genieën als bijvoorbeeld Albert Einstein en Stephen Hawking.  
 

Trots zijn op je hoogbegaafdheid

Ik blijf altijd moeite hebben met van die hoogbegaafde mensen die heel trots zijn op hun hoogbegaafdheid en die bijvoorbeeld maar al te graag tussen neus en lippen door even laten weten dat ze "145+" (centimeter, kilo?) kinderen hebben.
Trots zijn op het feit dat je hoogbegaafd bent, vind ik net zoiets als je schamen voor het feit dat je een pedofiel bent: het slaat beide in feite nergens op.  
De hoogbegaafde en de pedofiel, ja laat ik die twee eens naast elkaar zetten om mijn punt te maken. De combi nature en nurture kan iemand zowel hoogbegaafd maken als pedofiel (of beide, want ja dat zou natuurlijk ook nog kunnen hè...). Bij zowel hoogbegaafdheid als bij pedofilie is het vooral de nature (DNA, de genen, de hersenen) die in de kern bepaalt of je hoogbegaafd of pedofiel bent. Dit staat dus al bij de geboorte vast zonder dat je er iets voor hebt hoeven doen of presteren.
Na je geboorte zullen vervolgens de nurture-omstandigheden (o.a. opvoeding en peer groups) invloed gaan uitoefenen. Wat dan zal gaan bepalen of, en zo ja in hoeverre, je iets met deze "kwaliteiten" zult gaan doen in je leven. Met als meest positieve resultaat dat je als hoogbegaafde je talent hebt ontplooid met bijvoorbeeld een mooie carrière als resultaat. Of dat je als pedofiel met professionele hulp je pedofiele gevoelens hebt weten in te dammen met een opgelucht geweten en blanco strafblad tot resultaat. 
Als hoogbegaafde of pedofiel zou je op een dag theoretisch trouwens ook iets kunnen overkomen - een ernstig ongeluk of vreselijke ziekte bijvoorbeeld - waardoor je opeens niet meer hoogbegaafd of pedofiel bent. Door grote schade aan de hersenen (Wij zijn ons brein!). Iets wat voor de een overigens wat beter nieuws zal zijn dan voor de ander...

Ondanks dit alles en ondanks het besef dat het niet allemaal om harde feiten gaat, ben ik wel blij met het onderzoek van het IHBV. Het stelt me gerust omdat het opnieuw bevestigt wat ik in feite natuurlijk al lang wist: ik ben niet de enige hoogbegaafde waar het in zijn leven en loopbaan niet bepaald op rolletjes is gegaan.











 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Fokke en Sukke: Hoogbegaafd (zie: www.foksuk.nl)