Posts tonen met het label Media en communicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Media en communicatie. Alle posts tonen

vrijdag 21 juni 2019

295. Winnie de Poeh is de grootste filosoof

Privé - Film/Serie/Docu - Liefde/Relaties - Nature/Nurture



Sentimentele familiefilm

Ik heb niet bepaald de uitstraling van iemand die tijdens het zien van een of andere sentimentele familiefilm in huilen kan uitbarsten. Onlangs zei een vrouw nog tegen me dat ze mij een bevroren buitenkant vond hebben met een groot verschil tussen wat ik voel en wat ik fysiek laat zien. Pijnlijk om te horen, maar ik vrees dat ik wel een beetje begrijp wat ze bedoelt.
Desalniettemin ben ik achter mijn “coole” buitenkant best wel een gevoelig - zelfs voor een deel hoogsensitief - mens. Mede waardoor precies dat mij laatst toch overkwam. Al klinkt in huilen uitbarsten misschien wat overdreven. Maar ik kan niet ontkennen dat er tranen over mijn wangen rolden bij het zien van de sentimentele familiefilm “Christopher Robin” (in het Nederlands: Janneman Robinson & Poeh).
 

Moraal van het verhaal

De film draait om het beroemde verhaal van Winnie de Poeh en zijn vriendje Christopher Robin/Janneman Robinson. Het is een zoete, sentimentele én voorspelbare familiefilm die de nodige clichés bevat. Maar bij mij werkte het in elk geval. En ik begrijp ook heel goed waarom.
Het verhaal in de film deed mij erg denken aan de film “Hook” uit 1991 en geen wonder. Het thema van beide films is hetzelfde: een man met een fantastische (of misschien beter gezegd: fantasievolle) jeugd groeit op richting volwassenheid en vergeet onderweg alles wat er zo leuk was aan het kind-zijn. Vervolgens wordt hij bezocht door karakters uit zijn jeugd die hem helpen weer contact te maken met het - blije, onbevangen, spontane - kind in hem.
Waar in “Hook” een volwassen geworden Peter Pan vergeten is dat hij ooit de jonge held Peter Pan was, is in “Christopher Robin” de volwassen geworden Janneman Robinson zijn geweldige kindertijd vergeten waarin hij zoveel mooie avonturen beleefde met Winnie de Poeh, Knorretje, Teigetje, Iejoor en al zijn andere vriendjes.
[Peter Pan en Janneman Robinsons worden in deze films overigens gespeeld door respectievelijk de veel te vroeg gestorven Robin Williams - zie ook column 145 - en Ewan McGregor, een van mijn favoriete acteurs vooral door zijn hoofdrol in de prachtige film “Big Fish” uit 2003 - zie ook column 175)]
De Janneman Robinson die vroeger een spontane en blije jongen was waarmee je altijd zo fijn kon spelen, is in de film een saaie, beetje chagrijnige manager geworden die alleen nog maar oog heeft voor zijn werk en amper omkijkt naar zijn vrouw en dochtertje.
De moraal van het verhaal is een inkoppertje: wij volwassenen zijn teveel het contact met het kind in ons kwijtgeraakt en zouden er goed aan doen om dat contact te herstellen waardoor we gelukkiger in het leven zouden staan.
 

Nooit uitblinkend in tact

Dat de film mij raakte, is niet vreemd. Om twee redenen.
Ten eerste stond ik zelf als jong kind best wel onbevangen in het leven: ik was spontaan, enthousiast, druk, slim, creatief, grappig (“soms té grappig” schreef een juf), had een brede belangstelling, zat vol ideeën en fantasieën en was aldus behoorlijk happy. Nog een opvallend detail is dat ik destijds best wel een leidertje was. In groepen nam ik vaak het voortouw en ik had geen enkele moeite om in het midden van de belangstelling te staan.
In de loop der tijd veranderde dit patroon echter drastisch. Zelfs zo erg dat ik in de pubertijd op school was verworden tot een stille, verlegen, teruggetrokken, nukkige, nerd-achtige jongen die regelmatig tijdens de pauzes in zijn eentje een rondje om de school liep. Waar mijn moeder die dit ooit zag toen ze toevallig in de buurt langsreed, later over opmerkte: “Ik weet niet precies waar het met jou is misgegaan.” Nee, mijn moeder stond tijdens het uitdelen van tact door God inderdaad niet vooraan in de rij...
 
Pas decennia later toen ik met dank aan mijn kinderen mezelf pas écht leerde kennen, vielen met terugwerkende kracht allerlei puzzelstukjes op hun plaats en begon ik te begrijpen welke patronen zich destijds hadden afgespeeld (zie o.a. columns Privé Tonko achtluik, vanaf column 131).
De film maakte mij verdrietig door het besef dat ook ik onderweg naar volwassenheid het kind in mij grotendeels ben kwijtgeraakt. Verdrietig omdat ik ervan overtuigd ben dat de persoon die je als jong kind bent het dichtst bij jou staat en aldus het best weergeeft wie jij in de kern bent. En het liefst wil je natuurlijk je hele leven zo dicht mogelijk bij jezelf staan. 
Het goede nieuws is wel dat ik met mijn opgedane zelfkennis van de laatste jaren stap voor stap weer een beetje ben teruggekeerd naar het kind dat ik vroeger was. Ik weet nu beter dan ooit wie ik ben en waar mijn kwaliteiten liggen, waardoor ik in bepaalde opzichten zelfverzekerder geworden ben.
Ten opzichte van de volwassen Peter Pan en Janneman Robinson heb ik gelukkig twee voordelen. Ten eerste ben ik nooit een workaholic geweest. Integendeel zelfs. Wat ook weer nadelen heeft. Waar de een risico loopt op een burn-out, moet de ander uitkijken voor een bore-out (zie column 275). Ten tweede kunnen mijn kinderen niet zeggen dat ik er nooit voor ze was. Hooguit verwijten ze me later dat ik er te veel was. Nee, ik was niet bepaald het type vader dat alleen op zondag het vlees kwam snijden. Al is dat alleen al door het feit dat ik een vegetariër ben…
 

De liefde

Nog een belangrijke reden waarom de film mij emotioneel raakte, komt omdat hij me aan de liefde (lees: een vrouw) deed denken.
Bijzonder voor mij - omdat mijn (op één na) drie volwassen kinderen mij eigenlijk bijna alleen maar als single vader hebben gekend - was dat ik in de afgelopen periode een korte maar fijne relatie heb gehad met een leuke, aantrekkelijke vrouw. Een vrouw die het andersom overigens niet als een relatie wenste te beschouwen, waarmee ik in feite al meteen de belangrijkste reden verklap waarom het uiteindelijk tussen ons niet werkte en ze inmiddels mijn ex-vriendin is. Overbodig te zeggen dat zij het met deze laatste term ook niet eens zal zijn…
 

Taboe

Om diverse redenen vond ik dat wij goed bij elkaar pasten. Behalve dat ik haar qua uiterlijk aantrekkelijk vond om te zien met haar mooie bruine ogen en haren en haar alternatieve kledingstijl, hadden we de nodige overeenkomsten, konden we goed met elkaar praten over van alles en nog wat, hielden we allebei van plagen, vond ik haar (zeker voor een vrouw...) erg grappig, deden we samen leuke dingen (film, theater, wandelen, eten), had ze bovendien ook nog eens lieve kinderen en hadden we “last but not least” hele fijne seks. Misschien voor sommigen een taboe om dat zo direct te benoemen, maar ik heb niet zoveel met taboes.
Samengevat: wat wij hadden, voelde goed. Het voelde als een fijne relatie en ik weet zeker dat de meesten in mijn situatie precies hetzelfde gevoel hadden gehad.
 

Bindingsangst

Maar wat een duidelijk patroon was tijdens mijn laatste dates voltrok zich hier opnieuw (zie columns 291, 292 en 293): als een beetje aparte man trek ik vanzelf ook aparte vrouwen aan. Wat evenveel over mij zegt als over hun. Soort zoekt - én vindt - soort. Wie een redelijk gevuld rugzakje heeft en gaat daten, stuit al snel op anderen met eveneens goed gevulde rugzakjes.
Waar ik vorig jaar tijdens een date even had gezoend en geknuffeld met een vrouw die beweerde hoogsensitief te zijn, maar die ik naarmate ik haar beter leerde kennen duidelijk meer borderline trekjes vond hebben, kwam mijn vriendin zelf met een nieuwe term. Ze gaf aan last te hebben van bindingsangst.
Nou ja nieuw was de term natuurlijk niet, maar in feite wist ik niets van bindingsangst af behalve dan wat het woord letterlijk betekent: je hebt angst om je (aan iemand) te binden.
Goede eigenschap van mij is dat als ik een term niet ken, ik er alles over ga opzoeken. Waardoor je gerust kunt stellen dat ik inmiddels een soort expert op het gebied van bindingsangst ben geworden.
Het eerste wat mij duidelijk werd, is dat je twee soorten bindingsangst hebt: serieuze bindingsangst en niet-serieuze bindingsangst. Waarbij het tweede soort te pas en te onpas gebruikt wordt door mensen als een soort excuus voor vluchtgedrag.
Serieuze bindingsangst daarentegen gaat veel dieper, komt vaak voort uit jeugdtrauma’s en wordt echt beschouwd als een psychische ziekte. Waardoor je er niet zomaar weer vanaf komt, maar echt met hulp van een professional met jezelf aan de slag zult moeten gaan.
Hoe meer ik erover las, hoe verdrietiger en emotioneler ik werd, aangezien ik de typische patronen en fases die bij (serieuze) bindingsangst horen, herkende bij mijn vriendin en onze relatie: in het begin van de relatie is er niets aan de hand en is het allemaal juist ontzettend leuk en opwindend, dan komt de fase waarin je van het ene op het andere moment opeens totaal onverwacht wordt afgestoten door je partner (omdat je te dichtbij komt) en krijg je vage redenen te horen waarom je toch niet bij elkaar past. De fases van afstoten kunnen nog een tijdje worden afgewisseld met fases van aantrekken waarin je partner opeens toch weer jouw kant op beweegt. Waarbij de kans groot is dat je uiteindelijk in de onvermijdelijke fase belandt waarin je moet concluderen dat het zo niet gaat werken.
Veel mensen met bindingsangst zoeken ook naar de ideale partner omdat dat veilig is. De ideale partner bestaat tenslotte niet en dus zul je je zodoende ook nooit aan iemand hoeven te binden en kom je nooit toe aan de fase waarin het draait om echte verbinding en echte liefde. Niemand is goed genoeg. Waardoor je steeds van de ene naar de andere partner hopt (mijn ex-vriendin was ook heel snel na mij weer met een andere man bezig) omdat de ideale partner er - hoe verrassend - nooit tussen zit. Doodzonde en verdrietig natuurlijk, want je hoeft geen psycholoog te zijn om te beseffen dat zo'n patroon je niet gelukkig maakt maar wel eenzaam. Diep in ons hart zoeken we tenslotte allemaal naar liefde en verbinding.  
 

Nature/nurture kwestie

Wat de film “Christopher Robin” mij duidelijk maakte, is dat het niet altijd meevalt om volwassen te zijn. Waar je als kind - als het goed is tenminste - nog behoorlijk onbevangen en onbezorgd naar het leven kunt kijken, is dat voor een volwassene veel moeilijker. Bijvoorbeeld door alle stressvolle verantwoordelijkheden waar je als volwassene mee te maken krijgt.
Uiteraard is het vanuit de nature/nurture kwestie bekeken voor een kind ook niet altijd even makkelijk. Al is het alleen al vanwege het simpele feit dat ieder kind vanaf de geboorte al begint met een in meer of mindere mate gevuld rugzakje vanuit de erfelijkheid en de genen (de “nature”).
Maar dat rugzakje wordt naarmate je ouder wordt door alle “nurture” omstandigheden en levenservaringen alleen nog maar zwaarder. Daar komt nog bij dat je als volwassene meer beseft wat er allemaal gaande is aan persoonlijke (bijvoorbeeld psychische) problemen en je daar dus waarschijnlijk ook meer over nadenkt én tobt dan een kind. En "gelukkig" maar…
Op deze wijze loop je echter wel het risico jezelf als volwassene continu in de weg te zitten wat ten koste gaat van belangrijke zaken als spontaniteit, creativiteit, speelsheid en blijheid, waardoor je vanzelf - of je wilt of niet - iets van het kind in je verliest. En dat is doodzonde omdat ik ervan overtuigd ben dat je hiermee ook wat inlevert aan je gevoel van gelukkig zijn.
 

Niet nu

In het geval van mijn ex-vriendin en mij speelden ook een aantal gecompliceerde zaken een rol waar je als volwassene meestal meer van op de hoogte bent en die je ook beter kunt begrijpen en plaatsen dan een kind: diverse angsten (bindingsangst, verlatingsangst, faalangst), ADD, hoogbegaafdheid, autisme, hoogsensitiviteit, onverwerkte traumatische gebeurtenissen et cetera.
Maar laten we hierbij meteen eerlijk zijn: wie diep graaft in ieders verleden stuit in veel gevallen vroeg of laat op bepaalde complicaties vanuit de nature/nurture achtergrond waar een volwassene in zijn leven in meer of mindere mate last van heeft gehad. Dat is volstrekt normaal.
Tijdens de film over Janneman Robinson en Winnie de Poeh moest ik regelmatig aan mijn ex-vriendin denken. Ik dacht vooral aan de pijnlijke en verdrietige wijze waarop zij onze “relatie” beëindigd had. Niet op een manier waardoor ik het kon begrijpen en een plaats kon geven, maar op een manier die pure onmacht uitstraalde. Als dat van een volwassene die zichzelf continu in de weg zit en het zelf ook allemaal niet meer weet. Als een vrouw die door allerlei gecompliceerde nature/nurture factoren maar kiest voor de weg van de minste weerstand: vluchten…
Wat mijn ex-vriendin bijvoorbeeld keer op keer in vergelijkbare woorden herhaalde was dat ik teveel aan haar trok, dat ze weer wilde ademen, dat ze rust wilde, dat ze weer vrij wilde zijn, dat ze het niet kon, niet nu althans, maar dat ik niet op haar moest wachten et cetera (bekende bindingsangst-argumenten).

Ik weet dat dit klinkt alsof ik haar lastigviel of stalkte, maar dat was absoluut niet het geval. Wat ik wel deed, was initiatieven nemen die iedereen neemt in een (LAT) relatie: je neemt eens in de zoveel tijd contact op om weer met elkaar af te spreken omdat je dat zo leuk vindt en je gewoon liefde en verbinding zoekt. That’s it. Maar op een gegeven moment - toen ik voor haar te dichtbij kwam - kon ze het gewoon niet meer: “Niet nu!”
 

Aandoenlijke scène

Tijdens het kijken van de film stelde ik mij met betraande ogen zo voor dat mijn ex-vriendin in de rol van een volwassen Janneman Robinson aan Winnie de Poeh zou moeten proberen uit te leggen waarom het tussen hun niet werkt. Ik zie het arme, verwarde gezicht van Winnie de Poeh al voor me. Waarschijnlijk zou het gesprek ongeveer als volgt verlopen:

Winnie de Poeh: "Maar vind je mij leuk?"
Janneman Robinson: "Ja natuurlijk vind ik je leuk, gekke beer. Daar hoef je nooit aan te twijfelen."
Winnie de Poeh: "Nou, ik vind jou ook leuk. Heel leuk zelfs."
Janneman Robinson: "Dat weet ik toch."
Winnie de Poeh: "Maar als ik jou leuk vind en jij mij, waarom kunnen we dan niet gewoon fijn verder met elkaar blijven spelen...?"
 
Wat een aandoenlijke scène zou dit hebben opgeleverd...
 

De wereld en filosofie van Winnie de Poeh

Ja, in tegenstelling tot de meeste volwassenen maakt Winnie de Poeh de dingen niet ingewikkelder dan ze zijn. De simpele levenshouding van de populaire beer heeft zelfs schrijvers als John Tyerman Williams en Benjamin Hoff geïnspireerd tot het schrijven van boekjes over de filosofie achter Winnie de Poeh. Wie deze interessante boekjes leest, begrijpt het meteen: vergeet onmiddellijk Plato, Aristoteles en Kant, want niet zij maar toch echt Winnie de Poeh is de grootste filosoof ooit.
Misschien wat ver gezocht, maar desalniettemin kun je wel vaststellen dat je op het gebied van filosofie en filosofische stromingen een hoop van Winnie de Poeh kunt leren. Met als voorbeelden: het is verstandig om te leven in het nu in plaats van bezig te zijn met het verleden en de toekomst (Taoïsme, (Zen) Boeddhisme, Stoïcisme); je kunt beter dingen simpel houden en leren om eenvoud te waarderen (
Taoïsme, (Zen) Boeddhisme, Romantiek, Humanisme); ken je beperkingen (Stoïcisme, Taoïsme, Socratische filosofie), leef je in anderen in en heb mededogen (Boeddhisme, Humanisme, Christendom: naastenliefde), leer tevreden te zijn met wat je hebt in plaats van steeds meer te willen hebben (Taoïsme, Boeddhisme, Stoïcisme, Epicurisme) etc.
Ik wilde eerst nog zeggen dat in de mooie wereld van Winnie de Poeh in elk geval geen gekke psychische afwijkingen bestaan, maar dat is iets te enthousiast gesteld want dat klopt eenvoudigweg niet. Ik las hierover ergens dat als je naar de karakters rondom Winnie de Poeh kijkt, je kunt concluderen dat Teigetje iets van ADHD in zich lijkt te hebben, dat Knorretje vermoedelijk een of andere angststoornis heeft en dat Iejoor overduidelijk last heeft van depressies. Dus niets menselijks is deze dieren vreemd!
Maar desalniettemin spreekt de filosofie van Winnie de Poeh mij erg aan. Keken wij volwassenen maar wat meer naar de wereld zoals deze kinderlijke doch verstandige beer. Als we allemaal wat meer het kind in ons naar boven zouden kunnen brengen, zou dat een hoop ellende in de wereld schelen. 
 
En liefdesverdriet...


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


  

zondag 31 december 2017

282. Mijn beste serie ooit: Dark!

Privé - TV/Film/Docu - Mysterie - Filosofie - Paradoxen

 








Duitse Netflix-serie Dark

Wat is de beste serie ooit? Een onnozele vraag natuurlijk, want er is niets zo subjectief als smaak. Al weerhoudt dat sommige oppervlakkige mensen er niet van om over anderen op te merken dat zij “geen smaak” hebben. Waarmee ze in feite zeggen: mijn smaak is de goede en iedereen die mijn smaak niet heeft, heeft een slechte of (anders, nóg denigrerender gezegd) geen smaak.
Wat vind ik de beste serie ooit is natuurlijk de vraag waar het in deze column om draait. Misschien niet de meest interessante vraag die er is, maar wel eentje die leuk is om over na te denken. Al is het alleen al vanwege het feit dat welk antwoord ik geef op de vraag iets over mij zegt als als persoon. Waarmee deze column beschouwd kan worden als een soort vervolg op column 175 (klik hier).
Mijn antwoord: ik vind “Dark” de beste serie ooit. Geen vreemde uitspraak als je bedenkt dat ik deze nieuwe Netflix-serie uit Duitsland twee dagen nadat hij uitkwam op 1 december al had uitgekeken en ik hem bovendien inmiddels alweer voor de tweede keer heb gezien. Net als mijn jongste zoon overigens die mijn fascinatie voor deze serie deelt.
 

Mysterie

Om te beginnen is “Dark” een serie die draait om mysterie en dat is en blijft mijn favoriete onderwerp in films en series en eigenlijk gewoon in het leven in het algemeen.
Van kinds af aan ben ik al gefascineerd door mysteries. Kijk je echter naar het soort mysteries dan ben ik sindsdien behoorlijk veranderd. Daar waar ik vroeger gek was op alle mysteries rondom UFO’s, spiritualiteit en geesten, Atlantis en Big Foot etc., ben ik nu alleen nog maar geïnteresseerd in wetenschappelijke mysteries die écht mysterieus zijn. En die dus niet ontsproten zijn uit de rijke fantasie van de mens en zijn enorm sterke neiging om koste wat het koste maar te willen geloven. Je kunt gerust stellen dat ik op dit punt volwassen geworden ben.
 

Citaat Albert Einstein

Als ik alle ruis - bestaande uit mysteries die eigenlijk geen mysteries zijn - wegfilter, blijven er gelukkig genoeg wetenschappelijke mysteries over om de rest van mijn leven gefascineerd over te blijven nadenken. Denk daarbij al aan “simpele” vragen en mysteries als: wat is leven/dood, hoe begon het leven/wat is er na de dood, waar bestaat het universum precies uit, zijn er meer dimensies, is een theorie van alles mogelijk (de kwantumfysica alleen al is één groot mysterie), wat is tijd etc.?
Kijkend naar alle mysteries is het begrip tijd waarschijnlijk mijn persoonlijke favoriet. Waarmee we terugkomen bij “Dark” waarin tijd het centrale thema is.
Een serie die begint met een citaat van Albert Einstein over tijd heeft al meteen mijn volledige aandacht: “Der Unterschied zwischen Vergangenheit, Gegenwart und Zukunft ist nur eine illusion, wenn auch eine hartnäckige…” Waarna een stem vervolgt met: “We vertrouwen erop dat tijd lineair verloopt. Dat die voortdurend en gelijkmatig verstrijkt. Tot in de oneindigheid. Maar het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst berust slechts op een illusie. Gisteren, vandaag en morgen volgen elkaar niet op, maar zijn in een oneindige cirkel met elkaar verbonden. Alles is met elkaar verbonden.”
En als we dan ook nog in de eerste scene (een klein spoilertje!) een man zien die zichzelf op 21 juni 2019 ophangt terwijl hij een brief achterlaat waarop staat “Niet openen voor 4 november 20:13” dan ben ik verkocht. Dan ga ik meteen vol spanning kijken welke mysteries deze serie gaat ontrafelen.
Ik word niet teleurgesteld, integendeel. Alles aan “Dark” klopt: de mooie beelden, de boeiende personages, de prachtige muziek (met het briljante nummer “Familiair” van Agnes Obel) en “last but not least” het mysterieuze verhaal. Qua sfeer doet “Dark” mij denken aan de eveneens prachtige Franse serie “Les Revenants” die over een ander groot mysterie gaat: de dood.
 

Paradoxen en tijdlussen en The Terminator en Predestination

Het meest boeiende aan spelen met tijd in films en series vind ik de paradoxen en tijdlussen die erin voorkomen waar ik gek op ben. Simpele paradoxen als “Wat ik nu zeg, is fout” (denk er maar over na) vind ik al geweldig, laat staan de bekende grootvaderparadox over tijdreizen die neerkomt op de volgende vraag: "Wat gebeurt er als een tijdreiziger terug in de tijd gaat en (per ongeluk of opzettelijk) zijn grootvader vermoordt, voordat deze de vader of moeder van de tijdreiziger heeft kunnen verwekken"?
Tijdlussen (een tijdlus is een effect verbonden met tijdreizen waarbij gesteld wordt dat het verleden niet veranderd kan worden daar alles al vaststaat) vind ik even boeiend en zorgen ervoor dat ik bijvoorbeeld een actiefilm als “The Terminator” met Arnold Schwarzenegger zeer kan waarderen.
In deze actieklassieker uit 1984 zit de volgende – spoileralert! - boeiende tijdlus: als robots in de toekomst de wereld dreigen over te nemen is er één verzetsheld - John - die met zijn verzetsgroep heftig tegenstand biedt. Hierdoor besluiten de robots een van hen - de Terminator - terug te sturen in de tijd met als doel de moeder van John te vermoorden voordat ze hem op de wereld zet. Het verzet is echter zo slim om ook iemand van hen terug in de tijd te sturen om te voorkomen dat de moeder wordt vermoord. Deze man slaagt er uiteindelijk in om de Terminator op tijd te vernietigen. Intussen heeft hij echter een relatie met John’s moeder gekregen waarna zij zwanger blijkt te zijn geraakt van jawel… John natuurlijk!
Wie net als ik gek is op dit soort mindfuck-achtige tijdlussen moet “Dark” absoluut zien en zal ‘m geweldig vinden. Net als overigens de film “Predestination” uit 2014 die de grootste mindfuck-film is die ik ooit gezien heb. Voor wie deze nog wil zien: geen voorinformatie is het best, gewoon kijken! 
 

Nietzsche en de filosofische theorie van eeuwige wederkeer

Net als dat je met vrijwel elk écht wetenschappelijk mysterie een link kunt leggen met de filosofie wordt dat in “Dark” ook direct gedaan doordat een van de personages terloops praat over de theorie van de Duitse filosoof Frederich Nietzsche (1844-1900) over de eeuwige wederkeer.
In zijn filosofische boek "Die fröhliche Wissenschaft" (1882) laat Nietzsche de lezer al nadenken over de vraag wat je zou doen als er op een dag een demon je in je eenzaamste moment de keuze zou voorleggen of je het leven dat je leidt tot in het oneindige opnieuw zou willen leven, met alle pijn en vreugde die je hebt meegemaakt. Of zoals Nietzsche het zo mooi zegt: de zandloper des tijds zou steeds weer opnieuw worden omgedraaid en korreltje voor korreltje zou je alles steeds weer opnieuw beleven. Zou je dat doen of zou je de demon vervloeken?
In “Also sprach Zarathustra” (1885) werkt Nietsche de theorie van de eeuwige wederkeer verder uit. Eenvoudig gezegd komt de theorie erop neer dat Nietzsche ervan uitgaat dat de werkelijkheid van mens en natuur een samenspel van krachten, wil en macht is die weliswaar voortdurend woelt, verandert en vervalt maar die uiteindelijk gewoon terugkomt op hetzelfde punt en zich daarna eindeloos herhaalt. Nietzsche zet zich hiermee af tegen het religieuze denken waarin tijd lineair verloopt en je als het goed is toewerkt naar een mooi einddoel, simpel gezegd de hemel. In het denken van Nietzsche is tijd echter niet lineair, het is een cirkel waarin steeds alles tot in het oneindige terugkeert.
 

Mijn eigen theorie van eeuwige wederkeer

Grappig is dat ik al lang voordat ik mij een jaar of tien geleden stap voor stap in de filosofie begon te verdiepen, nadacht over filosofische onderwerpen als het verloop van tijd, het leven, de dood etc.
Zo had ik als jong volwassene ooit al een keer bedacht dat het best eens zo zou kunnen zijn dat het leven zich gewoon eindeloos herhaalt. Wat dan ook meteen - iets dat ik heel slim van mezelf bedacht vond - een verklaring zou kunnen zijn voor al die mensen die kleine dan wel hele grote déjà vu’s hebben (met bijbehorende reïncarnatietheorieën over vorige levens). Déjà vu’s die dan in mijn ogen dus niets met vorige levens of zo te maken hadden, maar waarvoor een veel simpelere verklaring bestond: het waren gewoon een soort van onbewuste herinneringen aan hetzelfde leven dat al talloze keren daarvoor was geleefd.
Omdat ik alle overige geloven met hun hemels, hellen, Nirwana’s en wat nog allemaal meer (nóg) ongeloofwaardiger acht dan mijn geloof in een cirkelachtige “constructie” ga ik nog steeds mee met mijn eigen theorie van eeuwige wederkeer. Het bijkomende voordeel van een cirkelredenering is dat je af bent van het kip-ei vraagstuk en je geen oorzaak voor het begin hoeft te zoeken (wie heeft God gemaakt of wie heeft de Big Bang in gang gezet?). Er is eenvoudigweg geen begin of einde. De vraag hoe (en door wat of wie) die cirkelconstructie dan ooit is ontstaan, negeer ik voor het gemak even... 
 

Gedachte-experiment

De demon van Nietsche doet mij overigens denken aan een eigen gedachte-experiment, een hypothetische situatie die ik ook al lang geleden ooit zelf heb bedacht. Stel je voor dat je van iemand - noem het God of de duivel of welk almachtig wezen dan ook - de mogelijkheid krijgt om óf gewoon verder te gaan met je leven zoals je nu leidt óf dat je een willekeurig moment uit je verleden mag uitkiezen waarnaar je dan terug gebracht wordt om van daaruit weer verder te kunnen leven mét (heel belangrijk) het behoud van alle kennis van het verloop van je huidige leven, wat zou jij dan doen?
Ik heb daar tot op de dag van vandaag best veel over nagedacht en ik moet zeggen dat dat toch een groot dilemma zou opleveren. Al zou het beste antwoord natuurlijk zijn dat je helemaal niets wenst te veranderen.
Aan de ene kant zou ik zeggen van breng me maar terug naar mijn geboorte. Eenvoudigweg omdat ik om heel veel uiteenlopende redenen (met het gebrek aan zelfkennis op nummer 1) niet echt tevreden ben over hoe mijn leven is gegaan en ik met terugwerkende kracht veel dingen anders zou hebben gedaan. De mogelijkheid om een tweede kans te krijgen en veel dingen anders en beter te doen, is dan uiteraard zeer aanlokkelijk. En zeker met de wetenschap dat ik in dat geval alle informatie met alle zelfkennis vanuit mijn (vorige) leven nog zou hebben waardoor ik precies weet waar al mijn valkuilen liggen en hoe ik alles beter kan gaan doen.
Maar aan de andere kant zou ik het naar mezelf en mijn kinderen toe natuurlijk niet kunnen verantwoorden als ik daarvoor zou kiezen, aangezien dat zou inhouden dat zij dan nooit zullen worden geboren. Weinig mensen die vlak voordat ze trouwen te horen krijgen dat hun huwelijk honderd procent gegarandeerd in een scheiding eindigt, zullen er tenslotte mee doorgaan. Iedereen wil gewoon een partner waarmee ze oud worden en zeker ik als romanticus zou daar absoluut voor gaan.
Kortom, ik heb al bedacht wat ik zal doen als de dag komt waarop ik mag kiezen. Ja, ik kijk duidelijk teveel sciencefictionseries en -films , ik weet het. Mijn keus zal vallen op het terugkeren naar het moment waarop mijn jongste kind, mijn dochter, net geboren is. Waarom? Omdat dan al mijn kinderen in elk geval geboren zijn. Daarnaast krijg ik zo een tweede kans om eindelijk een keer heel open, direct en vol lef met mijn vrouw te praten.

Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat ik daarmee mijn scheiding zou willen voorkomen. Nee integendeel zelfs. Ik zou de scheiding meteen in gang zetten. Tenminste nadat de kraamtijd en de eerste twee maanden zeg maar voorbij zijn. Ik mag dan soms tactloos zijn, maar zó tactloos ben ik nou ook weer niet. Mijn vrouw en ik verschillen eenvoudigweg teveel voor een goed huwelijk en hoe ver en hoe vaak ik ook een sprong terug in de tijd zou maken, zou dat natuurlijk weinig tot niks niks aan de situatie veranderen. Maar door het versnellen van de scheiding zou ik (met hulp van alle kennis die ik dan heb over hoe de eerste keer was verlopen) juist een hoop ellende kunnen besparen denk ik. Zo zou er denk ik ook juist meer begrip ontstaan tussen mijn aanstaande ex-vrouw en ik doordat onze communicatie zal verbeteren door mijn meer open en directe houding. Iets wat ik zeker weet. Als er namelijk één ding is geweest wat ik van mijn mislukte huwelijk heb geleerd, is het wel dat ik mij gewoon moet gedragen zoals ik van nature ook ben: open en direct en nergens omheen lullen. Inmiddels sta ik ook wel zo bekend bij mijn vrienden en kinderen. Gelukkig maar. 
 
Hoe een geweldige serie rondom het thema tijd je aan het denken zet. Mijn beste serie ooit: “Dark”, een absolute aanrader!
 










Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 
 
Agnes Obel
"Familiair"
Uit Netflix-serie Dark
(bron: YouTube)
 

vrijdag 31 maart 2017

272. De tragiek en eenzaamheid van genialiteit (2/2)

TV/Film/Docu - Creativiteit/Kunst - Drama/Tragedie - Eenzaamheid

 








Krabbé zoekt Van Gogh en Picasso

Via uitzending gemist en televisie heb ik afgelopen maanden de mooie AVRO/TROS-series “Krabbé zoekt Van Gogh” en “Krabbé zoekt Picasso” bekeken.
In deze series vertelt acteur én kunstschilder Jeroen Krabbé boeiende anekdotes over de markante levens van Vincent van Gogh en Pablo Picasso terwijl hij de plekken bezoekt waar deze kunstenaars hebben gewoond en gewerkt.
 

De groten van alle tijden

Onvermijdelijk moest ik tijdens het kijken, denken aan mijn jeugd. Als kind had ik al een brede interesse. Of het nou ging om het heelal, wetenschap, dieren of om grootheden uit de wereldgeschiedenis, het fascineerde mij allemaal.
Over die grootheden verzamelde ik zelfs een boekenserie: “De groten van alle tijden”. Naast de grote componisten, geleerden, geestelijke leiders, veroveraars en staatslieden zaten daar uiteraard ook grote schilders bij zoals bijvoorbeeld Rembrandt, Leonardo da Vinci en Rubens.
Dat ik als jonge tekenaar graag met mijn ouders het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum of het Kröller-Müller Museum bezocht, mag dan ook geen verrassing zijn. En uiteraard rekende ik als Nederlands kunstenaartje in de dop Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh tot mijn favoriete schilders.
 

Wrang maar waar: tragiek boeit

Wellicht dat dit kleine beetje chauvinisme ook heeft meegespeeld in mijn mening dat Krabbé’s zoektocht naar Van Gogh (nog!) boeiender was dan zijn zoektocht naar Picasso. Maar eerlijk gezegd is dat niet de hoofdreden voor mijn voorkeur voor het levensverhaal van Van Gogh. Wrang maar waar komt het kort gezegd hierop neer: tragiek boeit.
Waarmee ik overigens absoluut niet wil zeggen dat het leven van Picasso tragiek ontbeerde. Met de dood van zijn jonge zusje, de zelfmoord van een goede vriend, het vroeg overlijden van zijn geliefde Eva en het breken van de vele relaties met zijn talrijke muzen (overigens meer tragisch voor de vrouwen dan voor de egocentrische Picasso die zelf de breuken veroorzaakte) had Picasso over gebrek aan tragiek bepaald niet te "klagen". En dan heb ik het nog niet eens over alle ellende na de dood van Picasso: veel geruzie en drama's rondom de verdeling van zijn erfenis, een kleinzoon en twee van zijn voormalige muzen die zelfmoord pleegden etc.
Ondanks dat ik terdege besef dat het van een enorm gebrek aan inlevingsvermogen en respect zou getuigen om de tragiek in iemands leven als mooi te omschrijven, is het wel een feit dat tragiek mij raakt en ontroert en in die hoedanigheid dus ook iets moois in zich herbergt.
Bovendien kan ik tragiek moeilijk los zien van romantiek. En ergens onder mijn soms wat cynische buitenkant zal altijd een romanticus schuilen. Wat vrij logisch is als je bedenkt dat een bekende uitspraak luidt dat cynici in feite gefrustreerde romantici zijn…
Net als dat in de mooiste liefdesfilms tragiek en romantiek vaak nauw verweven zijn, spreken levensverhalen als die van Vincent van Gogh waarin dezelfde combinatie voorkomt mij het meeste aan. Al valt er natuurlijk een hoop te discussiëren over de vraag of het leven van Vincent van Gogh nou wel zo romantisch genoemd mag worden. Waar je dan weer tegenover kunt stellen dat het leven van kunstenaars uit de negentiende eeuw die ongeacht hun moeilijke omstandigheden en problemen hun passie bleven volgen, per definitie veel romantiek bevatten. Laten we maar zeggen dat het allemaal afhangt van hoe je het begrip “romantiek” precies definieert.
 

Borderline-stoornis

In elk geval mag duidelijk zijn dat in het leven van Van Gogh veel tragiek zat. De man had een zeer gecompliceerde persoonlijkheid, die achteraf gezien veel symptomen van een borderline-stoornis vertoonde. Van Gogh had last van impulsiviteit, stemmingswisselingen, zelfdestructief gedrag, verlatingsangst, een onevenwichtig zelfbeeld en autoriteitsconflicten. Wat uiteraard leidde tot grote problemen in zijn sociale contacten en relaties.
Ondanks (of door) zijn genialiteit werd Van Gogh - in tegenstelling tot Picasso die bij leven al een stinkend rijke legende was - niet begrepen door zijn omgeving en verkocht hij gedurende zijn leven slechts één schilderij: De rode wijngaard. Het is dat zijn loyale broer Theo - die zelf kunsthandelaar was - zich altijd over hem en zijn schilderijen ontfermde want anders zou Vincent het al helemaal niet hebben gered.
Dat Vincent uiteindelijk - na nog de nodige ellende als het fameuze oor-afsnijden-incident na een ruzie met collega schilder Paul Gauguin of de opname in het psychiatrisch ziekenhuis Saint-Paul-de-Mausole - op 29 juli 1890 op 37-jarige leeftijd stierf twee dagen nadat hij zichzelf met een revolver door de borst had geschoten, is algemeen bekend.
Iets minder bekend is dat Theo een paar maanden na de dood van zijn grote broer werd opgenomen in een krankzinnigengesticht om daar een halfjaar na Vincent op 25 januari 1891 op 33-jarige leeftijd te overlijden aan waarschijnlijk syfilis. En nog minder bekend is dat het jongere broertje van Vincent en Theo, Cor van Gogh, op 14 april 1900 in Zuid-Afrika op 32-jarige leeftijd ook (vermoedelijk) door zelfmoord om het leven kwam. Het hier nog aan toevoegen dat een van Vincents zussen, Wil van Gogh, meer dan veertig jaar van haar leven zou doorbrengen in een krankzinnigengesticht lijkt haast overbodig. De tragiek druipt er van alle kanten vanaf.
 

Het is eenzaamheid

Het mooiste en meest ontroerende moment van de serie is zonder twijfel het slotfragment waarop Jeroen Krabbé wordt gevraagd wat hem het meeste heeft geraakt aan Vincent van Gogh. Hierop laat Krabbé een foto zien van een zelfportret van Van Gogh als man met een schilderij onder zijn arm. Hij vertelt dat niemand dit schilderij kent omdat het tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog is vernietigd.
“Het is eenzaamheid”, zegt Krabbé die vervolgens zichtbaar emotioneel wordt en er alles aan doet om zijn tranen te bedwingen. "En dat is het. Je bent sowieso eenzaam als schilder. Altijd." Wat mij uiteraard meteen doet afvragen of, en zo ja in hoeverre, de hier getoonde emoties van kunstschilder Jeroen Krabbé iets te maken hebben met eigen ervaringen en gevoelens van eenzaamheid.
Met moeite sluit Krabbé af met een quote van Vincent van Gogh die volgens hem de kern is: “Als ik later iets waard zou zijn dan zou ik het nu ook waard zijn. Want koren is koren, ook al denkt de stedeling aanvankelijk dat het onkruid is.”
Einde verhaal, aldus Krabbé.
Prachtig! Ook ik kreeg bij dit fragment tranen in mijn ogen omdat ik het net als Jeroen Krabbé begrijp. Het gevoel van eenzaamheid is voor mij het toppunt van tragiek en ontroering.
 

Amy Winehouse en de keerzijde van roem

Het deed me allemaal erg denken aan de tranen in mijn ogen die ik kreeg tijdens het zien van de documentaire “Amy” (2015) over het tragische leven van zangeres Amy Winehouse. Een documentaire die in mijn beleving het verhaal vertelt van een lief en naïef meisje dat gek is op zingen, maar die ten onder gaat vanaf het moment dat haar muziek immens populair wordt en ze in contact komt met allemaal foute mensen (inclusief haar eigen vader!) die alleen maar in haar zijn geïnteresseerd vanwege haar roem en geld. Een documentaire ook die als geen ander de keerzijde van roem toont.
Met geen mogelijkheid kan ik begrijpen waarom niemand uit Amy’s  directe omgeving heeft ingegrepen om haar in bescherming te nemen tegen al het kwaad om haar heen. Zeker van een ouder zou je toch mogen verwachten dat als je ziet dat je dochter met haar lieve, naïeve en goedgelovige inslag niet bestand is tegen de keiharde wereld van de muziekindustrie waarin zij zich bevindt, dat je er dan alles aan doet om haar daar onmiddellijk weg te halen.
Een dag voordat Amy op 27-jarige leeftijd definitief ten onder gaat aan haar roem en jarenlange drugs- en alcoholverslaving (zeker hier zeer begrijpelijk omdat drugs uitermate geschikt is om trachten te ontsnappen aan de o zo vervelende werkelijkheid) zegt ze iets tegen een vriend wat mij minstens zo ontroert als het citaat van Vincent van Gogh: “Als ik 'het' kon teruggeven (= het talent om te zingen zoals zij deed) en gewoon weer op straat kon lopen zonder gedoe, zou ik het zo doen.”
Voor mij is dat het toppunt van ontroering en eenzaamheid: een jonge vrouw horen zeggen dat ze haar passie zo zou inleveren om maar weer gelukkig te kunnen zijn zoals vroeger voordat ze beroemd was. Want dat is in feite wat Amy hier zei. Het zou hetzelfde zijn geweest als Vincent van Gogh zou hebben verklaard bereid te zijn om al zijn schildersspullen, oftewel zijn alles, in te leveren om maar een doodnormale en vooral gelukkige man te kunnen zijn.

De tragiek en eenzaamheid van genialiteit, dat is wat Vincent van Gogh en Amy Winehouse met elkaar verbindt.
 
Ik herken het. Nu alleen nog even iets vinden waarin ik geniaal ben...











Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Tekeningen van Tonko toen hij 8/9/10 jaar was
 

maandag 27 maart 2017

271. Geef mij maar een creatief beroep (1/2)

Privé - Creativiteit/Kunst - Vriendschap - TV/Film/Docu

 







Beste tekenaar van de klas

Met dank aan Jeroen Krabbé en zijn prachtige series “Krabbé zoekt Van Gogh/Picasso” zit ik er voorzichtig aan te denken om komend jaar iets op te gaan pakken wat ik in geen 35 jaar meer heb gedaan: tekenen en schilderen.
Vroeger als kind was ik een goede tekenaar en kreeg ik veel complimenten. Ooit won ik een kindertekenwedstrijd in het Singer Museum in Laren en kreeg ik als prijs het boek “Sjakie en de Chocoladefabriek” van Roald Dahl, wat een van mijn favoriete kinderboeken zou worden.
Op mijn basisschool stond ik bekend als de beste tekenaar van de klas. Als de leraar jarig was en er moest iets op het schoolbord worden getekend, riep men tegen mij dat ik dat moest doen. Een vriend van me uit de klas kon ook heel goed tekenen. Waar ik vooral portretten maakte en bekende werken van bijvoorbeeld Rembrandt en Van Gogh natekende, maakte hij prachtige tekeningen van vooral paarden en andere dieren.
Na de basisschool werd tijdens mijn puberteit tennis echter mijn grote passie en stopte ik met tekenen en schilderen, tot op de dag van vandaag. 
 

Sterren op het doek met Hanneke Groenteman

Jaren geleden belde mijn zus me op een avond op dat ik de televisie moest aanzetten. Het ging om het programma “Sterren op het doek” (MAX) waarin presentatrice Hanneke Groenteman bekende Nederlanders interviewde terwijl zij poseerden voor drie kunstenaars. Als de schilderijen af waren, mocht de BN’er (Frans Bauer in deze uitzending) er eentje uitkiezen om zelf te houden. De andere twee schilderijen werden dan verkocht voor een goed doel.
Mijn schoolvriend bleek in deze uitzending een van de drie kunstenaars te zijn. En wat het verhaal nog mooier maakt, is dat zijn schilderij inmiddels thuis bij Frans Bauer aan de muur hangt. Frans had hem als “winnaar” uitgekozen.
 

Ik ga het anders doen

Op internet kon ik achterhalen dat die vriend oorspronkelijk aan een ander soort carrière was begonnen. Een carrière die je van een nette Gooische knul wel mag verwachten met eerst een dure opleiding op een internationale businessschool en daarna een hoge functie als financieel adviseur.
Zeker achteraf verbaast het mij overigens hoe ik destijds als vreemde eend in de bijt toch gewoon een leuke basisschooltijd heb kunnen hebben. Waar de meeste van mijn vrienden gerust konden worden bestempeld als enorme “kakkers” was ik op veel punten anders: waar zij op hockey zaten, zat ik in die tijd op voetbal; waar zij elk jaar op wintersport gingen, had ik nog nooit geskied; waar zij kortgeknipt waren, had ik vrij lang haar en waar hun ouders VVD stemden, kozen mijn ouders voor het “linkse” D66.
Kennelijk bereikte mijn schoolvriend tijdens zijn eerste carrière op een dag een punt waarop hij dacht van hier word ik niet gelukkig van, ik ga het anders doen. Voor dit soort beslissingen, waarbij men meer luistert naar het eigen gevoel dan naar bijvoorbeeld de directe omgeving die andere verwachtingen van/voor jou heeft, kan ik altijd veel respect opbrengen.
Mede daarom liet ik op de sociale media ergens een bericht voor mijn jeugdvriend achter, waarin ik hem liet weten het mooi te vinden om te horen dat hij van zijn hobby zijn beroep had gemaakt en dat ik hem daarin best wel een beetje benijdde. Een bericht waarop ik overigens nooit antwoord kreeg. 
 

Van zijn hobby zijn beroep maken

Ja, ik benijd een ieder die erin is geslaagd van zijn hobby zijn beroep te maken. Al besef ik daarbij heel goed dat als je van je hobby je beroep maakt je hobby je werk wordt, waardoor alles verandert en het in de praktijk lang niet zo romantisch blijkt te zijn als dat je van tevoren had gehoopt.
Voor iemand die enigszins met schaamte moet bekennen dat hij om uiteenlopende redenen in zijn werk nooit gelukkig is geweest (zie ook Label: Privé Tonko achtluik), is dit benijden natuurlijk niet zo vreemd. Als ik de keus opnieuw zou mogen maken, was ik als jonge knul nooit met tekenen gestopt. Simpelweg omdat daar waar ik van tennis toch nooit mijn beroep had kunnen maken dat voor tekenen en schilderen wellicht - zie mijn schoolvriend - een ander verhaal was geweest. 
 

Echt uniek en niet compleet vervangbaar

Bovendien heeft het even geduurd, maar heb ik de afgelopen tien jaar zoveel zelfkennis opgedaan dat ik inmiddels weet dat met mijn ietwat (?) eigenzinnige en afwijkende persoonlijkheid een creatief én eenzaam beroep als bijvoorbeeld schrijver of schilder het best bij mij zou passen. Waarbij ik zelf, in het meest gunstige geval, zoveel mogelijk in mijn eentje kan bepalen wat ik wil maken.
Al realiseer ik me hierbij maar al te goed dat zo’n scenario op dit moment niet erg waarschijnlijk meer is. Maar dromen van een betaalde functie als columnist - een ander soort creatief beroep - zal ik voorlopig wel stiekem blijven doen. De hoop op een dag "ontdekt te worden" is ook mij niet vreemd.
Ja, geef mij maar lekker een creatief en eenzaam beroep. Alleen al vanwege het feit dat je dan - als je veel geluk hebt tenminste - een beroep hebt waarin je daadwerkelijk uniek bent in plaats van dat je compleet vervangbaar bent zoals bij 99 procent van alle overige banen. Daarnaast ben ik sowieso een type dat zich snel verveelt in al die saaie dertien-in-het-dozijn-jobs, met geen burn-out maar een ware bore-out (zie ook column 275) tot gevolg. Ook daarin wijk ik weer af.
Het maakt mij denk ik mens dat ook ik de behoefte voel om uniek te willen zijn. Of moet ik zeggen: om niet te worden vergeten. Je kunt er tenslotte lang of kort over praten, maar ik ben ervan overtuigd dat achter dit soort behoeftes - net als bij religie - uiteindelijk gewoon de angst voor de dood schuilgaat. Maar dat is een andere (overigens zeer boeiende) filosofische discussie.  
 
Deel 2 volgt meteen hierna.
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Tekeningen van Tonko toen hij 8/9/10 jaar was



 

zaterdag 4 februari 2017

267. AI is objectiever en rechtvaardiger dan de mens

Actualiteit - Artificial Intelligence (AI) - Rechtspraak - TV/Film/Docu

 










Supercomputer wint met poker van mens

Dat de kunstmatige intelligentie (KI of AI: Artificial Intelligence) de mens aan alle kanten aan het voorbijstreven is, moge duidelijk zijn. Voor wie in deze “strijd” voor de mens is, rest de geruststellende gedachte dat er zonder de mens natuurlijk helemaal geen kunstmatige intelligentie zou zijn geweest. De mens is en blijft de mens achter de kunstmatige intelligentie.
Bij “EenVandaag” (AVRO/TROS) ging het afgelopen donderdag over het nieuws dat nu ook met pokeren een supercomputer, de Libratus, van de mens (vier toppokeraars) heeft gewonnen. Wat overigens wel te verwachten was nadat schaakcomputer Deep Blue 2 al in 1996 de toenmalige Russische wereldkampioen schaken Gary Kasparov in een match over zes partijen met 3 ½ - 2 ½ versloeg en in maart 2016 computer AlphaGo in een match over vijf partijen met 4-1 te sterk bleek voor de wereldkampioen in het bekende bordspel Go, de Zuid-Koreaan Lee Sedol.
 

Opkomst schaakcomputers

Ik kan me nog herinneren dat ik ergens in de jaren tachtig tijdens de opkomst van de schaakcomputers me al enorm verbaasde over diverse topschakers die er toen van overtuigd waren dat computers nooit van de sterkste schakers zouden gaan winnen, omdat zij daarvoor te voorspelbaar waren en de mens te creatief.
Ondanks dat ik geen topschaker was en ben, wist ik toen ook al dat de meeste schaakpartijen - vaak ook al lang voordat het gecompliceerde eindspel is bereikt - verloren gaan door min of meer stomme, voorkoombare fouten van de verliezende schaker. Menselijke fouten die door een goede schaakcomputer voorkomen kunnen worden door alle beschikbare data in zijn geheugen.
Zeker in die tijd (inmiddels is dat al een ander verhaal) zou een computer bij een eindspel nog wel in het nadeel zijn geweest omdat dan minder voorspelbare stellingen op het bord verschijnen en er meer gevraagd wordt van de creativiteit en het improvisatievermogen van de schaker.
 

De logica

In “EenVandaag” werd over het nieuws van de pokercomputer Libratus gesproken met advocaat en fanatiek pokeraar Peter Plasman. Plasman was niet verrast maar ook niet blij met deze ontwikkeling want “je haalt het leven uit het pokerspel”.
Wetenschapsjournalist Bennie Mols vertelt in het programma dat het bij kunstmatige intelligentie om een ander soort intelligentie gaat dan bij de mens. Bij de kunstmatige intelligentie draait het volledig om de logica, terwijl bij de mens veel meer factoren een rol spelen. Mols noemt daarbij als voorbeeld onze wil om ons soort in stand te houden, maar naast deze overlevingsdrang neem ik aan dat hij vooral doelt op de menselijke gevoelens en emoties die in alles wat wij doen en zijn (en dus ook bij onze intelligentie) een belangrijke rol spelen. Zo denkt de mens heel graag dat hij een rationeel wezen is, maar helaas (?) is hij in de eerste plaats gewoon vooral een emotioneel wezen.
Fascinerend is dat onderzoek ooit uitwees dat mensen die door een hersenbeschadiging geen emoties meer bezaten - en die aldus volledig waren toegewezen op hun rationaliteit - geen beslissingen meer konden nemen. Conclusie: om tot beslissingen te komen, heeft de mens naast zijn rationaliteit blijkbaar ook gewoon zijn emoties nodig.
Daar waar de wereldberoemde natuurkundige Stephen Hawking ons waarschuwt voor het scenario waarin kunstmatige intelligentie de mens op een dag overbodig maakt, vindt Mols kunstmatige intelligentie vooralsnog meer een zegen dan een vloek. “Kunstmatige intelligentie gaat ons meer mens maken”, aldus een optimistische Mols.   
 

Computers in rechtspraak

Echt interessant vind ik het pas worden als aan het eind van het item de mogelijkheid ter sprake komt om in de toekomst ook in de rechtspraak AI-computers het werk te laten doen in plaats van de mens (juristen in dit geval dus). In zo’n geval voer je bij een rechtszaak alle mogelijke kennis en variabelen in de AI-computer in waarna deze komt met een rechtvaardige uitspraak. Plasman gruwelt van dit toekomstscenario: “in mijn vak moet dat heel ver weg blijven”.
Ik begrijp dat je dat als advocaat vindt en zegt, al is het alleen maar omdat je niet wilt dat je goedbetaalde baan wordt ingenomen door een AI-computer die jouw werk bovendien nog beter doet ook, maar ik ben het in elk geval absoluut niet eens met Plasman. Wat overigens niet de eerste keer is dat ik het niet eens ben met een bekende advocaat uit ons land (zie al mijn columns over dit onderwerp, bij labels "Advocaten", "Rechtspraak", etc.).
 

In het belang van de waarheidsvinding

Er zijn in de rechtspraak in Nederland en zeker wereldwijd natuurlijk legio, zeg maar gerust ontelbare uitspraken van rechters - mede op basis van alle geleverde info van de openbare aanklagers en advocaten - die je met alle wil van de wereld niet rechtvaardig kunt noemen. Voor deze onrechtvaardige gang van zaken is natuurlijk maar één factor verantwoordelijk: de mens.
In een Utopie zouden rechters, openbaar aanklagers en advocaten mensen zijn die allen met elkaar slechts één doel voor ogen hebben: rechtvaardigheid. Anders gezegd: mensen die iets strafbaars hebben gedaan moeten via de rechtspraak op basis van waarheidsvinding een straf krijgen die passend is bij het gepleegde misdrijf.
Om dit te bereiken zal er in het belang van de waarheidsvinding heel objectief en rationeel naar de feiten moeten worden gekeken. Door alle menselijke (subjectieve) gevoelens, emoties en achterliggende (veelal egocentrische en egoïstische) motieven is dat bij de mens echter een illusie. Of men het wil of niet en of men het nou beweert te kunnen of niet, kan de mens deze factoren eenvoudigweg niet uitschakelen. Al is hierop nog wel één uitzondering: de al eerder genoemde hersenbeschadiging kan deze factoren wél elimineren. Maar dat heeft dan weer als nadeel dat de getroffen mens vervolgens geen beslissing meer kan nemen en dan heb je er dus nog niets aan.
Een AI-computer heeft van dit alles echter geen last en kan volledig objectief en rationeel en zonder welke vorm van ruis dan ook (het ego, emoties en gevoelens) een rechterlijke beslissing nemen die het meest rechtvaardig zal zijn. 
 

De O.J. Simpson-case

Als je een AI-computer bijvoorbeeld de beruchte O.J. Simpson-case had laten behandelen, had mijnheer Simpson het kunnen schudden.
Dan was de zaak niet uitgelopen op een totaal irrelevante (emotionele) discussie over racisme. Dan was er geen sprake geweest van een emotionele “Paybacktime” mentaliteit vanuit de hoek van de advocaten en de bijna geheel zwarte jury. Een mentaliteit die voortkwam uit de (o zo foute, maar ook wel begrijpelijke) behoefte van de zwarte bevolking om O.J. Simpson vrij te krijgen als wraak voor al die onschuldige dan wel onrechtvaardig lang vastgezette zwarte medemensen in hun land. Zwarte mensen die overigens als het aan de computer had gelegen nooit zouden zijn veroordeeld (indien onschuldig) of minder zwaar zouden zijn gestraft (indien onrechtvaardig lang vastgezet).
De AI-computer had bij de O.J. Simpson-zaak gewoon simpel, objectief en rationeel, naar de feiten gekeken en was er binnen no-time uit geweest: guilty (as hell), next case!
Ja, de mens zal straks ongetwijfeld even moeten slikken om het onvermijdelijke te accepteren: AI is nu eenmaal objectiever en rechtvaardiger dan de mens.  
 

Eén kleine zwakte in betoog

Uiteraard ben ik me er terdege van bewust dat mijn betoog één “kleine” zwakte heeft.
Mits de AI-computer alle relevante kennis en variabelen krijgt ingevoerd (en hij niet stuk is), heb ik honderd keer meer vertrouwen in het eindoordeel van AI dan in die van al die menselijke juristen. Maar precies in het woordje "mits" zit het probleem. Alles in dit proces valt of staat met een factor waarin ik iets minder vertrouwen heb. Jawel, daar hebben we hem weer: de mens. De mens zal tenslotte bepalen welke kennis en variabelen in de AI-computer worden ingevoerd en op deze wijze zal hij altijd invloed kunnen uitoefenen op het proces en eindoordeel. 
 
Om deze reden zal óók een wereld waarin straks de AI-supercomputers de rechtspraak bepalen nooit volledig rechtvaardig kunnen zijn. Maar alle voor- en nadelen tegen elkaar afwegend, geloof ik wel dat we er behoorlijk op vooruit zullen gaan.
  








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

woensdag 11 januari 2017

264. Irritante slaafse regelvolgertjes

Actualiteit - Regels - TV/Film/Docu

 








Regels zijn regels

Zoals ik wel vaker in mijn columns heb laten doorschemeren, heb ik helemaal niets met van die mensen en instellingen die zich consequent aan regels houden puur en alleen vanwege het feit dat het regels zijn. En die daarbij weigeren om hun verstand te gebruiken (of het vermogen daartoe missen, waar ze overigens natuurlijk ook niets aan kunnen doen). Bijvoorbeeld door kritisch te kijken of de regels nog wel voldoen of dat ze wellicht moeten worden afgeschaft of aangepast - omdat ze zo vaag zijn dat het voor meerdere interpretaties vatbaar is - of dat er misschien uitzonderingen kunnen worden gemaakt daar waar het nut volledig ontbreekt en de regel in feite al zijn waarde verliest.
 

1 aprilgrap

Normaal gesproken zou ik hier niet zo snel een aparte column aan wijden, ware het niet dat ik iets las waarvan ik dacht van dít is nou een klassiek voorbeeld van hoe vreselijk onbenullig het kan zijn om je koste wat het kost te willen vasthouden aan het naleven van de regeltjes.
“De veertien jarige Emilia Jones
zal in Nederland niet toegelaten worden op de première van ‘Brimstone’, de eerste Engelstalige film van regisseur Martin Koolhoven. Jones speelt in de film een meisje dat in een bordeel werkt en heeft ‘Brimstone’ al gezien tijdens de wereldpremière op het festival in Venetië, maar in Nederland zal Jones de zaal van het Tuschinski-theater moeten verlaten tijdens de screening en wel omdat ze te jong is: de film heeft namelijk een keuring van zestien jaar en ouder gekregen.”
Het is dat het nu begin januari is anders had ik meteen aan een 1 aprilgrap gedacht. En nog steeds houd ik een beetje rekening met een soort van publiciteitsstunt om de film eens lekker te promoten, zo absurd en te gek voor woorden vind ik dit.
 

Gun die meid de première die ze verdient

Mijn God, je zult maar degene zijn die zo dapper is geweest om deze “wijze” beslissing te nemen (of erger nog misschien: door te geven namens een nog hogere baas): Dirk de Lille, directeur van filmdistribiteur Paradiso Films.
Wat zal die man blij met zichzelf zijn geweest. Blij omdat hij tenminste nog zo’n standvastig iemand is die zich door niemand gek laat maken en die zich onder alle omstandigheden honderd procent consequent zal blijven vasthouden aan de regels “omdat regels nu eenmaal regels zijn”. Ik krijg nu al medelijden met zijn kinderen en de rigide wijze waarop die door hun vader zullen zijn opgevoed (ervan uitgaande dat Dirk kinderen heeft).
Is het nou echt zo ontzettend moeilijk voor irritante slaafse regelvolgertjes als Dirk de Lille om hier eventjes eerst je hersentjes te gebruiken en jezelf wat nuttige vragen te stellen, hoe moeilijk kan dat zijn?
 

Nul komma nul risico

Waarvoor is deze regel van 16+ films in het leven geroepen? Nou, waarschijnlijk om kinderen tegen zichzelf in bescherming te nemen zodat ze niet worden blootgesteld aan (horror) beelden van indringend, hard, extreem, angstaanjagend geweld of seksueel geweld. Met als risico dat ze er later negatieve gevolgen van ondervinden. Bijvoorbeeld in de vorm van het ontwikkelen van angsten of van het kopiëren van negatief gedrag.
Ok, het veertienjarige meisje waar het hier om gaat, heeft zelf in deze film gespeeld. Dus hoe groot acht ik de kans dat zij risico loopt op genoemde negatieve gevolgen? Nou, voor iemand die zelf heeft meegespeeld in de film en die dus met eigen ogen heeft gezien hoe alle filmscenes zijn gemaakt, verwacht ik niet dat de film op haar als choquerend zal overkomen of zal leiden tot traumatische ervaringen. Bovendien komt daar nog bij dat ze de film blijkbaar al eerder heeft gezien tijdens de wereldpremière in Venetië. Dus ik zou zeggen nul komma nul risico.
Precies. Dus heeft het in dit geval veel zin om haar koste wat het kost aan de 16+ filmregel te houden of loop ik daarmee volledig mijn doel voorbij en maak ik alleen mezelf compleet belachelijk? Voilà, trek zelf je conclusie zou ik zeggen. Zo moeilijk is dat niet. Gun die meid gewoon de première die ze verdient.

De discussie over de zin en onzin van de filmkeuring in het algemeen bewaar ik overigens maar voor een andere column, wellicht.

Door het schrijven van deze column heb ik in elk geval enorme zin gekregen om binnenkort met mijn dertienjarige dochter “Brimstone” te gaan bekijken. Ik zeg wel dat ze zestien is.








  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


dinsdag 29 november 2016

260. Ga je voor de illusie of voor de waarheid?

Actualiteit en privé - Sport - Liegen/Bedriegen - Liefde/Relaties

 









Biografie zelfdestructieve ex-wielrenner Thomas Dekker

Vorige week was de door de journalist Thijs Zonneveld geschreven biografie “Mijn Gevecht” van oud-wielrenner Thomas Dekker flink in het nieuws. De titel van het boek leverde in het humoristische televisieprogramma De Kwis al een scherpe grap op, want hoe zou "Mijn Gevecht" in het Duits zou worden vertaald?
Zoals je kunt verwachten van dopingzondaar Thomas Dekker staan in het boek pikante onthullingen over zijn excessieve dopinggebruik tijdens zijn wielercarrière. Maar wat de sensatie compleet maakt, is dat er verder ook anekdotes worden verteld over diverse uitspattingen van Dekker en zijn directe wielercollega’s rondom (“gewone”) drugs, drank en seks.
Zonder het boek gelezen te hebben, geloof ik best dat wat er in staat een goede weergave zal zijn van wat de zelfdestructieve Thomas Dekker in zijn wielercarrière allemaal heeft meegemaakt. Natuurlijk kan Dekker theoretisch alles uit zijn duim hebben gezogen en zouden directe wielercollega’s als Michael Boogerd in dat geval een punt hebben in het ontkennen van alle betrokkenheid bij genoemde gebeurtenissen, maar dat lijkt mij sterk.
Het scenario dat Dekker eens en voor altijd door middel van het (laten) schrijven van een zeer open en schaamteloze autobiografie een definitieve streep wilde zetten onder zijn mislukte wielercarrière - met als prettige bijkomstigheid een aardige bijverdienste uiteraard - lijkt mij niet onaannemelijk. 
 

Pissig

Wat ik het meest fascinerend aan dit alles vind, is de keuze die Thomas Dekker feitelijk voorlegt aan een ieder die het boek misschien wil gaan lezen: ga je voor de illusie of ga je voor de waarheid en werkelijkheid?
Voor DWDD-presentator en wielerliefhebber Matthijs van Nieuwkerk was deze keuze niet zo moeilijk. Hij bekende eerlijk aan Dekker dat hij eigenlijk liever had gehad dat Thomas het boek helemaal niet had geschreven. Van Nieuwkerk zei nog net niet dat hij pissig op Dekker was voor het keihard onderuit halen van zijn romantisch beeld van het professioneel wielerleven, maar daar kwam het in feite wel op neer.

Boudewijn Büch: fantasie als waarheid presenteren

Pikant detail is dat eerder in dezelfde DWDD-uitzending schrijfster Eva Rovers te gast was om te vertellen over haar net verschenen biografie “Boud” over schrijver, dichter en televisiepresentator Boudewijn Büch. Pikant, omdat vooral na zijn dood duidelijk werd dat Büch tijdens zijn leven een pathologische leugenaar was geweest die (zichzelf? en) zijn omgeving regelmatig voor de gek had gehouden door zijn fantasie als waarheid te presenteren.
Net als bij het boek van Thomas Dekker is hier de interessante vraag of de fans van Boudewijn Büch achteraf gezien liever niets van deze onthullingen hadden vernomen of dat ze toch gewoon de (harde) werkelijkheid hadden willen weten. Anders gezegd: zit iemand die geniet van een verhaal dat (met reden) te mooi of te tragisch lijkt om waar te zijn wel te wachten op iemand die hem alle illusies ontneemt door opeens met de waarheid op te proppen te komen? Of wil hij toch gewoon liever in de waan gelaten blijven?
 

Ufo's, Atlantis en de verschrikkelijke sneeuwman

Geloven in illusies is iets waar ik vroeger - meer onbewust dan bewust - zeker open voor stond. Als klein jongetje hoopte ik maar al te graag dat UFO’s echt bestonden, net als geesten, paranormale verschijnselen, Atlantis, de verschrikkelijke sneeuwman, het monster van Loch Ness enz.
En nog steeds is deze fascinatie voor alles wat maar mysterieus en geheimzinnig dermate aanwezig dat ik er heel wat voor over zou hebben om op een dag bewijzen te krijgen voor het bestaan van (een van) genoemde illusies. Waarmee dan meteen het woord illusie in de prullenbak kon.
Maar inmiddels ben ik op basis van toegenomen kennis en ervaringen ouder en wijzer geworden en besef ik dat er achter dit alles een zeer hardnekkige menselijke neiging zit die je nooit ofte nimmer moet onderschatten: de wil om te geloven. Zoals ik ooit al eerder in een column aangaf (zie column 39) is mijn wil om te weten echter sterker dan mijn wil om te geloven.
Tegen het advies van filosoof Friedrich Nietzsche in zal ik zelfs in die gevallen waarin de illusie sterker lijkt dan de waarheid altijd voor de laatste kiezen. Of dat verstandig is en of je er gelukkiger van wordt is een tweede, maar dat zit nu eenmaal in me. Filosofen staan er om bekend om op zoek te zijn naar de waarheid en dat herken ik als geen ander.
 

The Masked Magician

Zelfs bij letterlijke illusies in de wereld van de goochelaars en illusionisten kon ik als jongetje al nooit uitstaan dat ik niet wist hoe dit allemaal werkte. Toen op een dag het programma “The Masked Magician” op televisie verscheen waarin een gemaskerde goochelaar uitlegde hoe diverse bekende trucs werkten, moest en zou ik dat zien.
Waar velen dit programma als een grote teleurstelling zullen hebben ervaren omdat het in één klap de magie van alle goochelshows ontnam, was ik alleen maar opgelucht omdat ik nu eindelijk de waarheid achter al deze illusies te zien kreeg. Ja, zelfs bij zoiets triviaals als een goochelshow wil ik precies weten hoe het écht zit.  
 

Wat niet weet wat niet deert

In de periode dat ik mijn (inmiddels ex-) vrouw leerde kennen, hadden we ook gesprekken over relaties en onze visies daarop. Over voorgaande relaties viel van mijn kant niets te melden, maar van haar kant wel. Zo vertelde ze me eerlijk dat ze in de langdurige relatie met haar laatste vriend ooit was vreemdgegaan met een goede vriend van hem. Iets wat hij overigens nooit heeft geweten.
Zelf was ze andersom wel ooit toevallig tijdens het opruimen na een inbraak erachter gekomen dat hij achter haar rug om was vreemdgegaan. Daar baalde ze enorm van, maar verrassend genoeg niet zozeer omdát hij was vreemdgegaan maar meer omdat ze het te weten was gekomen. Haar standpunt over vreemdgaan binnen een relatie was namelijk heel simpel: “Wat niet weet, wat niet deert”. Anders gezegd: vreemdgaan kan gebeuren, maar zorg dan in elk geval dat de ander het niet te weten komt want dan is er geen kwaad geschied.
Ik schrok van deze zienswijze omdat de mijne compleet anders is. Ondanks dat ik rationeel ervan overtuigd ben dat de mens geen monogaam wezen is, ben ik dat zelf gek genoeg wel. Of dat komt door mijn naïeve, romantische inslag op het gebied van de liefde weet ik niet (misschien tevens de reden waarom ik nog steeds alleen ben?), maar binnen mijn normen en waarden past vreemdgaan in elk geval niet.
Ik vertelde mijn aanstaande vrouw dan ook dat ik dit best een probleem vond. Uiteindelijk kwamen we tot een soort van compromis waarin ze verklaarde dat ze me niets kon beloven, behalve dan dat als ze ooit zou vreemdgaan ze het mij dan eerlijk zou vertellen. En dat allemaal dus vanwege de simpele reden dat ik altijd wil weten ongeacht hoeveel het me deert: waarheid boven illusie!
 

Geen gif op durven innemen

Natuurlijk valt er best iets te zeggen voor het standpunt van mijn ex-vrouw. Als een relatie goed gaat en een van beiden (of beiden) gaat vreemd waarom dan het risico op ellende en drama nemen door de waarheid op te biechten? Uiteraard kun je daar mijn volgende standpunt weer tegenover zetten, al besef ik goed dat die wat naïef is om de eerder genoemde overtuiging dat de mens nu eenmaal niet gemaakt is om monogaam te zijn: als je relatie goed is, heb je geen behoefte aan vreemdgaan. Tenminste niet in de relatie die ik voor ogen heb.
Of mijn ex-vrouw tijdens ons huwelijk nou wel of niet is vreemdgegaan, weet ik niet. Op basis van haar belofte, ga ik er gewoon van uit van niet. Maar ik zou er eerlijk gezegd geen gif op durven innemen. Bovendien kon onze relatie natuurlijk moeilijk goed genoemd worden, getuige de scheiding waarin die eindigde. En daarnaast zal ik per definitie mensen die liever in een illusie leven dan in de werkelijkheid en die van mening zijn dat wat niet weet niet deert, minder snel op hun woord geloven. Dat lijkt mij ook logisch.

En toch is en blijft het vreemde van alles dat ik alle gelovigen in illusies (de laatste twee woorden zou ik ook tussen haakjes kunnen zetten) altijd zal blijven benijden. Want een ding staat voor mij vast: de Matthijs van Nieuwkerkjes van deze wereld hebben een mooiere kijk op de mensheid dan ik. Maar je bent wie je bent en daar doe je weinig aan (of je moet jezelf verloochenen)...
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.