Posts tonen met het label Creativiteit en kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Creativiteit en kunst. Alle posts tonen

vrijdag 31 maart 2017

272. De tragiek en eenzaamheid van genialiteit (2/2)

TV/Film/Docu - Creativiteit/Kunst - Drama/Tragedie - Eenzaamheid

 








Krabbé zoekt Van Gogh en Picasso

Via uitzending gemist en televisie heb ik afgelopen maanden de mooie AVRO/TROS-series “Krabbé zoekt Van Gogh” en “Krabbé zoekt Picasso” bekeken.
In deze series vertelt acteur én kunstschilder Jeroen Krabbé boeiende anekdotes over de markante levens van Vincent van Gogh en Pablo Picasso terwijl hij de plekken bezoekt waar deze kunstenaars hebben gewoond en gewerkt.
 

De groten van alle tijden

Onvermijdelijk moest ik tijdens het kijken, denken aan mijn jeugd. Als kind had ik al een brede interesse. Of het nou ging om het heelal, wetenschap, dieren of om grootheden uit de wereldgeschiedenis, het fascineerde mij allemaal.
Over die grootheden verzamelde ik zelfs een boekenserie: “De groten van alle tijden”. Naast de grote componisten, geleerden, geestelijke leiders, veroveraars en staatslieden zaten daar uiteraard ook grote schilders bij zoals bijvoorbeeld Rembrandt, Leonardo da Vinci en Rubens.
Dat ik als jonge tekenaar graag met mijn ouders het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum of het Kröller-Müller Museum bezocht, mag dan ook geen verrassing zijn. En uiteraard rekende ik als Nederlands kunstenaartje in de dop Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh tot mijn favoriete schilders.
 

Wrang maar waar: tragiek boeit

Wellicht dat dit kleine beetje chauvinisme ook heeft meegespeeld in mijn mening dat Krabbé’s zoektocht naar Van Gogh (nog!) boeiender was dan zijn zoektocht naar Picasso. Maar eerlijk gezegd is dat niet de hoofdreden voor mijn voorkeur voor het levensverhaal van Van Gogh. Wrang maar waar komt het kort gezegd hierop neer: tragiek boeit.
Waarmee ik overigens absoluut niet wil zeggen dat het leven van Picasso tragiek ontbeerde. Met de dood van zijn jonge zusje, de zelfmoord van een goede vriend, het vroeg overlijden van zijn geliefde Eva en het breken van de vele relaties met zijn talrijke muzen (overigens meer tragisch voor de vrouwen dan voor de egocentrische Picasso die zelf de breuken veroorzaakte) had Picasso over gebrek aan tragiek bepaald niet te "klagen". En dan heb ik het nog niet eens over alle ellende na de dood van Picasso: veel geruzie en drama's rondom de verdeling van zijn erfenis, een kleinzoon en twee van zijn voormalige muzen die zelfmoord pleegden etc.
Ondanks dat ik terdege besef dat het van een enorm gebrek aan inlevingsvermogen en respect zou getuigen om de tragiek in iemands leven als mooi te omschrijven, is het wel een feit dat tragiek mij raakt en ontroert en in die hoedanigheid dus ook iets moois in zich herbergt.
Bovendien kan ik tragiek moeilijk los zien van romantiek. En ergens onder mijn soms wat cynische buitenkant zal altijd een romanticus schuilen. Wat vrij logisch is als je bedenkt dat een bekende uitspraak luidt dat cynici in feite gefrustreerde romantici zijn…
Net als dat in de mooiste liefdesfilms tragiek en romantiek vaak nauw verweven zijn, spreken levensverhalen als die van Vincent van Gogh waarin dezelfde combinatie voorkomt mij het meeste aan. Al valt er natuurlijk een hoop te discussiëren over de vraag of het leven van Vincent van Gogh nou wel zo romantisch genoemd mag worden. Waar je dan weer tegenover kunt stellen dat het leven van kunstenaars uit de negentiende eeuw die ongeacht hun moeilijke omstandigheden en problemen hun passie bleven volgen, per definitie veel romantiek bevatten. Laten we maar zeggen dat het allemaal afhangt van hoe je het begrip “romantiek” precies definieert.
 

Borderline-stoornis

In elk geval mag duidelijk zijn dat in het leven van Van Gogh veel tragiek zat. De man had een zeer gecompliceerde persoonlijkheid, die achteraf gezien veel symptomen van een borderline-stoornis vertoonde. Van Gogh had last van impulsiviteit, stemmingswisselingen, zelfdestructief gedrag, verlatingsangst, een onevenwichtig zelfbeeld en autoriteitsconflicten. Wat uiteraard leidde tot grote problemen in zijn sociale contacten en relaties.
Ondanks (of door) zijn genialiteit werd Van Gogh - in tegenstelling tot Picasso die bij leven al een stinkend rijke legende was - niet begrepen door zijn omgeving en verkocht hij gedurende zijn leven slechts één schilderij: De rode wijngaard. Het is dat zijn loyale broer Theo - die zelf kunsthandelaar was - zich altijd over hem en zijn schilderijen ontfermde want anders zou Vincent het al helemaal niet hebben gered.
Dat Vincent uiteindelijk - na nog de nodige ellende als het fameuze oor-afsnijden-incident na een ruzie met collega schilder Paul Gauguin of de opname in het psychiatrisch ziekenhuis Saint-Paul-de-Mausole - op 29 juli 1890 op 37-jarige leeftijd stierf twee dagen nadat hij zichzelf met een revolver door de borst had geschoten, is algemeen bekend.
Iets minder bekend is dat Theo een paar maanden na de dood van zijn grote broer werd opgenomen in een krankzinnigengesticht om daar een halfjaar na Vincent op 25 januari 1891 op 33-jarige leeftijd te overlijden aan waarschijnlijk syfilis. En nog minder bekend is dat het jongere broertje van Vincent en Theo, Cor van Gogh, op 14 april 1900 in Zuid-Afrika op 32-jarige leeftijd ook (vermoedelijk) door zelfmoord om het leven kwam. Het hier nog aan toevoegen dat een van Vincents zussen, Wil van Gogh, meer dan veertig jaar van haar leven zou doorbrengen in een krankzinnigengesticht lijkt haast overbodig. De tragiek druipt er van alle kanten vanaf.
 

Het is eenzaamheid

Het mooiste en meest ontroerende moment van de serie is zonder twijfel het slotfragment waarop Jeroen Krabbé wordt gevraagd wat hem het meeste heeft geraakt aan Vincent van Gogh. Hierop laat Krabbé een foto zien van een zelfportret van Van Gogh als man met een schilderij onder zijn arm. Hij vertelt dat niemand dit schilderij kent omdat het tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog is vernietigd.
“Het is eenzaamheid”, zegt Krabbé die vervolgens zichtbaar emotioneel wordt en er alles aan doet om zijn tranen te bedwingen. "En dat is het. Je bent sowieso eenzaam als schilder. Altijd." Wat mij uiteraard meteen doet afvragen of, en zo ja in hoeverre, de hier getoonde emoties van kunstschilder Jeroen Krabbé iets te maken hebben met eigen ervaringen en gevoelens van eenzaamheid.
Met moeite sluit Krabbé af met een quote van Vincent van Gogh die volgens hem de kern is: “Als ik later iets waard zou zijn dan zou ik het nu ook waard zijn. Want koren is koren, ook al denkt de stedeling aanvankelijk dat het onkruid is.”
Einde verhaal, aldus Krabbé.
Prachtig! Ook ik kreeg bij dit fragment tranen in mijn ogen omdat ik het net als Jeroen Krabbé begrijp. Het gevoel van eenzaamheid is voor mij het toppunt van tragiek en ontroering.
 

Amy Winehouse en de keerzijde van roem

Het deed me allemaal erg denken aan de tranen in mijn ogen die ik kreeg tijdens het zien van de documentaire “Amy” (2015) over het tragische leven van zangeres Amy Winehouse. Een documentaire die in mijn beleving het verhaal vertelt van een lief en naïef meisje dat gek is op zingen, maar die ten onder gaat vanaf het moment dat haar muziek immens populair wordt en ze in contact komt met allemaal foute mensen (inclusief haar eigen vader!) die alleen maar in haar zijn geïnteresseerd vanwege haar roem en geld. Een documentaire ook die als geen ander de keerzijde van roem toont.
Met geen mogelijkheid kan ik begrijpen waarom niemand uit Amy’s  directe omgeving heeft ingegrepen om haar in bescherming te nemen tegen al het kwaad om haar heen. Zeker van een ouder zou je toch mogen verwachten dat als je ziet dat je dochter met haar lieve, naïeve en goedgelovige inslag niet bestand is tegen de keiharde wereld van de muziekindustrie waarin zij zich bevindt, dat je er dan alles aan doet om haar daar onmiddellijk weg te halen.
Een dag voordat Amy op 27-jarige leeftijd definitief ten onder gaat aan haar roem en jarenlange drugs- en alcoholverslaving (zeker hier zeer begrijpelijk omdat drugs uitermate geschikt is om trachten te ontsnappen aan de o zo vervelende werkelijkheid) zegt ze iets tegen een vriend wat mij minstens zo ontroert als het citaat van Vincent van Gogh: “Als ik 'het' kon teruggeven (= het talent om te zingen zoals zij deed) en gewoon weer op straat kon lopen zonder gedoe, zou ik het zo doen.”
Voor mij is dat het toppunt van ontroering en eenzaamheid: een jonge vrouw horen zeggen dat ze haar passie zo zou inleveren om maar weer gelukkig te kunnen zijn zoals vroeger voordat ze beroemd was. Want dat is in feite wat Amy hier zei. Het zou hetzelfde zijn geweest als Vincent van Gogh zou hebben verklaard bereid te zijn om al zijn schildersspullen, oftewel zijn alles, in te leveren om maar een doodnormale en vooral gelukkige man te kunnen zijn.

De tragiek en eenzaamheid van genialiteit, dat is wat Vincent van Gogh en Amy Winehouse met elkaar verbindt.
 
Ik herken het. Nu alleen nog even iets vinden waarin ik geniaal ben...











Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Tekeningen van Tonko toen hij 8/9/10 jaar was
 

maandag 27 maart 2017

271. Geef mij maar een creatief beroep (1/2)

Privé - Creativiteit/Kunst - Vriendschap - TV/Film/Docu

 







Beste tekenaar van de klas

Met dank aan Jeroen Krabbé en zijn prachtige series “Krabbé zoekt Van Gogh/Picasso” zit ik er voorzichtig aan te denken om komend jaar iets op te gaan pakken wat ik in geen 35 jaar meer heb gedaan: tekenen en schilderen.
Vroeger als kind was ik een goede tekenaar en kreeg ik veel complimenten. Ooit won ik een kindertekenwedstrijd in het Singer Museum in Laren en kreeg ik als prijs het boek “Sjakie en de Chocoladefabriek” van Roald Dahl, wat een van mijn favoriete kinderboeken zou worden.
Op mijn basisschool stond ik bekend als de beste tekenaar van de klas. Als de leraar jarig was en er moest iets op het schoolbord worden getekend, riep men tegen mij dat ik dat moest doen. Een vriend van me uit de klas kon ook heel goed tekenen. Waar ik vooral portretten maakte en bekende werken van bijvoorbeeld Rembrandt en Van Gogh natekende, maakte hij prachtige tekeningen van vooral paarden en andere dieren.
Na de basisschool werd tijdens mijn puberteit tennis echter mijn grote passie en stopte ik met tekenen en schilderen, tot op de dag van vandaag. 
 

Sterren op het doek met Hanneke Groenteman

Jaren geleden belde mijn zus me op een avond op dat ik de televisie moest aanzetten. Het ging om het programma “Sterren op het doek” (MAX) waarin presentatrice Hanneke Groenteman bekende Nederlanders interviewde terwijl zij poseerden voor drie kunstenaars. Als de schilderijen af waren, mocht de BN’er (Frans Bauer in deze uitzending) er eentje uitkiezen om zelf te houden. De andere twee schilderijen werden dan verkocht voor een goed doel.
Mijn schoolvriend bleek in deze uitzending een van de drie kunstenaars te zijn. En wat het verhaal nog mooier maakt, is dat zijn schilderij inmiddels thuis bij Frans Bauer aan de muur hangt. Frans had hem als “winnaar” uitgekozen.
 

Ik ga het anders doen

Op internet kon ik achterhalen dat die vriend oorspronkelijk aan een ander soort carrière was begonnen. Een carrière die je van een nette Gooische knul wel mag verwachten met eerst een dure opleiding op een internationale businessschool en daarna een hoge functie als financieel adviseur.
Zeker achteraf verbaast het mij overigens hoe ik destijds als vreemde eend in de bijt toch gewoon een leuke basisschooltijd heb kunnen hebben. Waar de meeste van mijn vrienden gerust konden worden bestempeld als enorme “kakkers” was ik op veel punten anders: waar zij op hockey zaten, zat ik in die tijd op voetbal; waar zij elk jaar op wintersport gingen, had ik nog nooit geskied; waar zij kortgeknipt waren, had ik vrij lang haar en waar hun ouders VVD stemden, kozen mijn ouders voor het “linkse” D66.
Kennelijk bereikte mijn schoolvriend tijdens zijn eerste carrière op een dag een punt waarop hij dacht van hier word ik niet gelukkig van, ik ga het anders doen. Voor dit soort beslissingen, waarbij men meer luistert naar het eigen gevoel dan naar bijvoorbeeld de directe omgeving die andere verwachtingen van/voor jou heeft, kan ik altijd veel respect opbrengen.
Mede daarom liet ik op de sociale media ergens een bericht voor mijn jeugdvriend achter, waarin ik hem liet weten het mooi te vinden om te horen dat hij van zijn hobby zijn beroep had gemaakt en dat ik hem daarin best wel een beetje benijdde. Een bericht waarop ik overigens nooit antwoord kreeg. 
 

Van zijn hobby zijn beroep maken

Ja, ik benijd een ieder die erin is geslaagd van zijn hobby zijn beroep te maken. Al besef ik daarbij heel goed dat als je van je hobby je beroep maakt je hobby je werk wordt, waardoor alles verandert en het in de praktijk lang niet zo romantisch blijkt te zijn als dat je van tevoren had gehoopt.
Voor iemand die enigszins met schaamte moet bekennen dat hij om uiteenlopende redenen in zijn werk nooit gelukkig is geweest (zie ook Label: Privé Tonko achtluik), is dit benijden natuurlijk niet zo vreemd. Als ik de keus opnieuw zou mogen maken, was ik als jonge knul nooit met tekenen gestopt. Simpelweg omdat daar waar ik van tennis toch nooit mijn beroep had kunnen maken dat voor tekenen en schilderen wellicht - zie mijn schoolvriend - een ander verhaal was geweest. 
 

Echt uniek en niet compleet vervangbaar

Bovendien heeft het even geduurd, maar heb ik de afgelopen tien jaar zoveel zelfkennis opgedaan dat ik inmiddels weet dat met mijn ietwat (?) eigenzinnige en afwijkende persoonlijkheid een creatief én eenzaam beroep als bijvoorbeeld schrijver of schilder het best bij mij zou passen. Waarbij ik zelf, in het meest gunstige geval, zoveel mogelijk in mijn eentje kan bepalen wat ik wil maken.
Al realiseer ik me hierbij maar al te goed dat zo’n scenario op dit moment niet erg waarschijnlijk meer is. Maar dromen van een betaalde functie als columnist - een ander soort creatief beroep - zal ik voorlopig wel stiekem blijven doen. De hoop op een dag "ontdekt te worden" is ook mij niet vreemd.
Ja, geef mij maar lekker een creatief en eenzaam beroep. Alleen al vanwege het feit dat je dan - als je veel geluk hebt tenminste - een beroep hebt waarin je daadwerkelijk uniek bent in plaats van dat je compleet vervangbaar bent zoals bij 99 procent van alle overige banen. Daarnaast ben ik sowieso een type dat zich snel verveelt in al die saaie dertien-in-het-dozijn-jobs, met geen burn-out maar een ware bore-out (zie ook column 275) tot gevolg. Ook daarin wijk ik weer af.
Het maakt mij denk ik mens dat ook ik de behoefte voel om uniek te willen zijn. Of moet ik zeggen: om niet te worden vergeten. Je kunt er tenslotte lang of kort over praten, maar ik ben ervan overtuigd dat achter dit soort behoeftes - net als bij religie - uiteindelijk gewoon de angst voor de dood schuilgaat. Maar dat is een andere (overigens zeer boeiende) filosofische discussie.  
 
Deel 2 volgt meteen hierna.
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Tekeningen van Tonko toen hij 8/9/10 jaar was



 

zaterdag 12 maart 2016

232. Serieus, zijn dit écht The Beatles?

Actualiteit en privé - Dood/Overlijden - George Martin - The Beatles

 





Guitar groups are on the way out

Aan alles komt een eind. Door moord (John Lennon - 1980) en kanker (George Harrison - 2001) zijn van The Beatles al twee van de vier leden een tijd niet meer onder ons en nu is ook hun sympathieke producer en “Vijfde Beatle” George Martin op 90-jarige leeftijd overleden.
Als groot liefhebber van The Beatles en dan vooral van hun muziek uit de latere - zeker door Martin beïnvloedde - periode 1965-1970, raakt dit nieuws mij uiteraard. Apart is het trouwens wel: een gevoel van jeugdsentiment ervaren bij een band die uit elkaar ging toen ik nog peuter was.     
De vriendelijke, klassiek onderlegde Martin - toen manager bij platenlabel Parlophone - nam The Beatles onder zijn hoede op het moment dat deze door het concurrerende platenlabel Decca waren afgewezen met de legendarische woorden: “guitar groups are on the way out”. Een paar jaar later zou Decca overigens ook niets zien in de onbekende linkshandige gitarist Jimmy Hendrix.
 

Het laatste ontbrekende puzzelstukje voor the road to success

Nou zou je natuurlijk kunnen zeggen dat met het afwijzen van The Beatles Decca de grootste blunder uit de geschiedenis van de popmuziek heeft begaan, maar dat is wel heel simpel geredeneerd. Want met mijn geloof in het belang van de rol van toeval en geluk in het leven werkt het zo dus niet.
Ik denk zelfs dat als Decca The Beatles destijds wel zou hebben aangenomen, het zomaar had kunnen zijn dat dan niemand ooit van The Beatles zou hebben gehoord.
Vaak waar mensen tot grote successen komen, valt dit terug te herleiden tot een aantal op-het-juiste-moment-op-de-juiste-plaats-gebeurtenissen waarbij ze net even dat geluk kregen wat ze op dat moment nodig hadden. Zeker in de muziekwereld zijn er talloze voorbeelden van bands waarbij muzikanten kwamen en gingen, totdat er iemand arriveerde die een bijzondere chemie veroorzaakte waar men al zo lang naar op zoek was en alles opeens op zijn plek begon te vallen. Dat ene laatste ontbrekende, noodzakelijke puzzelstukje voor "the road to success" zou bij The Beatles wel eens George Martin kunnen zijn geweest.
Als The Beatles namelijk niet waren afgewezen door Decca, zou hun manager Brian Epstein niet met de auditieopnames bij George Martin terecht zijn gekomen en zou Martin nooit geregeld hebben dat de in zijn ogen onbekwame drummer Pete Best werd vervangen door Ringo Starr en zou hij het niet voor elkaar hebben gekregen dat The Beatles hun carrière als meest verkopende band aller tijden konden starten bij zijn platenlabel Parlophone (wat weer onderdeel was van de beroemde Britse platenmaatschappij EMI) en dan zou Martin dus nooit de invloed hebben kunnen uitoefenen die noodzakelijk was voor het doen ontstaan van de voor The Beatles zo kenmerkende sound.
 

Van vrolijke rock&roll naar kwalitatief hoogstaande muziek

Met zijn klassieke achtergrond (opleiding als pianist en hoboïst) en vaardigheden als producer wist George Martin de sound van The Beatles zo te polijsten dat alles op zijn plek viel en de successen en de nummer één hits (21 in totaal) elkaar in snel tempo opvolgden.
Vooral na 1965 veranderde de muziek van The Beatles van vrolijke rock&roll nummers naar kwalitatief zeer hoogstaande, vernieuwende, experimentele muziek. Muziek die gekenmerkt werd door het gebruik van de meest uiteenlopende, vaak klassieke muziekinstrumenten (zoals bijvoorbeeld de sitar van George Harrison), diverse muziekgenres en innovatieve opnametechnieken, met dank aan George Martin.
 

Mijn allereerste LP

Het doet mij allemaal denken aan de dag dat ik als jonge knul van een jaar of elf voor het eerst en in gezelschap van mijn moeder een platenzaak binnenliep. Ik weet niet meer waarom, maar ik mocht van mijn moeder een LP uitkiezen, mijn allereerste.
Omdat ik wel eens nummers als “Penny Lane” en “Yellow Submarine” (overigens een minder Beatles-nummer vind ik, al is het alleen maar vanwege de mindere zangkwaliteiten van Ringo Starr) had gehoord en leuk vond, wist ik al dat ik een LP van The Beatles zou gaan uitzoeken.
Eenmaal met mijn moeder in de winkel liep ik wat onbeholpen en schuchter rond en wilde ik als aankomende puber met schaamte voor zijn ouders eigenlijk zo snel mogelijk weer weg. Binnen no time had ik een LP van The Beatles uitgezocht en was ik daarbij zo slim om te gaan voor de eerste de beste dubbelelpee die ik tegenkwam: dat werd ‘m en dat mocht gelukkig.
Eenmaal thuisgekomen zette ik de LP meteen vol enthousiasme op waarbij ik vol ongeloof en teleurstelling moest constateren dat de meest vreemde en ondefinieerbare nummers passeerden. In niets leek dit op de muziek die ik van The Beatles kende. Serieus, zijn dit écht The Beatles? Ik kon het niet geloven.
 

For No One

De echte kenners weten al lang welke LP ik te pakken had: “The White Album” uit 1968. Een wereldberoemd album met de meest uiteenlopende nummers waaraan je goed kon horen dat het proces van het uiteenvallen van The Beatles was begonnen. Ieder bandlid leek vooral met zichzelf en zijn eigen nummers bezig te zijn.
Overbodig te vermelden dat ik “The White Album” vreselijk vond. Maar omdat het lange tijd mijn enige LP was, beluisterde ik hem toch regelmatig. Inmiddels bijna veertig jaar later reken ik “The White Album” tot een van de beste albums die ik ken.
Mijn tweede LP, die mijn vader een keer voor me meenam uit de Verenigde Staten, was toch ook weer van The Beatles en misschien wel de meest invloedrijke uit de popmuziekgeschiedenis: “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band” (1967). Met briljante songs die zonder de creatieve inbreng van Martin nooit zo briljant waren geweest als bijvoorbeeld “Being for the Benefit of Mr. Kite!” en “A Day in the Life”. Dit keer was ik meteen verkocht.
Persoonlijke all time Beatles-favoriet voor mij - en wat mij betreft op een dag te beluisteren tijdens mijn crematie -  is het relatief onbekende nummer “For No One” van het geweldige album “Revolver” (1966). Met daarop als slagroom op de taart de prachtige hoornsolo van Alan Civil, de toenmalige hoornsolist van het “New Philharmonia Orchestra” uit Londen. Alan Civil was geregeld door… jawel, George Martin.

George Martin, bedankt voor uw belangrijke bijdrage aan deze prachtige muziek; R.I.P.








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

maandag 11 januari 2016

222. Over David Bowie geen kwaad woord

Actualiteit - Dood en overlijden - Muziek



Verschillend gekleurde ogen

Tjee, David Bowie dood. De man die door een geluk bij een ongeluk - een goede vriend sloeg hem op vijftienjarige leeftijd tijdens een ruzie over een meisje hard op zijn oog - twee verschillend gekleurde ogen leek te hebben, wat later zijn handelsmerk zou worden. Ik zeg “leek” omdat zijn beide ogen gewoon blauw waren. Doordat de pupil van zijn linkeroog door het ongeluk echter niet meer klein kon worden, wekte het de illusie alsof dat oog donkerder was.
Ik zal niet de enige zijn die bij het horen van het nieuws van het overlijden van zo’n enorme sex, drugs and rock & roll ster meteen denkt aan een niet gemiddelde dood: zelfmoord of drugs. “Gelukkig” blijkt Bowie gewoon aan kanker te zijn overleden, maar wist vrijwel niemand van zijn ziekte af. Wel knap om dat als beroemdheid zo goed verborgen weten te houden voor de buitenwereld.
 

John Lennon

Fascinerend om te zien vind ik altijd hoe liefhebbers en vooral fans omgaan met dit soort nieuws. Die zullen vanaf nu - veelal ook uit jeugdsentiment - overal snel op zoek gaan naar het laatste nieuws, achtergrondartikelen, muziek en alles nog meer wat hen maar het prettige bevestigende gevoel geeft van hoe goed David Bowie toch was/is.
Wie nog niet zijn net uitgebrachte nieuwe album “Blackstar” heeft, zal deze onmiddellijk gaan aanschaffen en het Groninger Museum kan met haar tentoonstelling over David Bowie (tot 16 maart 2016) topdagen verwachten. Tja, de een zijn dood…
Het doet me denken aan mezelf toen ik als veertien jarig joch op een ochtend in december 1980 van mijn moeder te horen kreeg dat John Lennon was doodgeschoten. Als goede vriend van Bowie zong en speelde Lennon overigens nog mee op “Fame” (1975), zijn eerste nummer één hit in de Verenigde Staten. Ondanks dat ik de topjaren van David Bowie (zeg rond 1967-1975) net als die van The Beatles (in 1970 gestopt) niet bewust heb meegemaakt, was ik van de laatste toch een groot liefhebber geworden. Om die reden deed het nieuws van Lennons dood mij best veel, al was het alleen maar vanwege het feit dat daarmee een droom over een eventuele comeback van The Beatles definitief de grond in was geboord.
Ik gedroeg me een beetje zoals fans van David Bowie nu ook zullen doen: ik kocht tijdschriften met artikelen over John Lennon en schafte zijn laatste album “Double Fantasy” aan die net als nu bij Bowie net voor zijn dood was uitgebracht. Op dat moment had niemand mij iets negatiefs moeten zeggen over John Lennon of over diens laatste album: over de doden niets dan goeds. Achteraf absurd natuurlijk, want “Double Fantasy” was met name door de bijdragen van Lennons controversiële vrouw Yoko Ono allesbehalve een goede plaat. Wat overigens ook te verwachten was, aangezien in mijn ogen geen enkele individuele Beatle later solo het niveau van de legendarische groep in hun creatieve topjaren 1966-1970 ook maar enigszins heeft weten te benaderen.
 

Heroes

Toch kunnen Bowie-fans gerust zijn: over David Bowie zal ik geen kwaad woord zeggen. Al is het alleen maar vanwege het simpele feit dat ik de man en zijn carrière daarvoor te weinig heb gevolgd.
Wel passeert in mijn auto regelmatig mijn favoriete David Bowie-song “Heroes” en ken ik Bowie in elk geval goed genoeg om te weten dat het een fascinerende man moet zijn geweest. Bowie was een groot deel van zijn leven bezig met onderzoeken, veranderen en vernieuwen. Zowel in zijn muziekcarrière als in zijn privéleven met al zijn verschillende fases op het seksuele vlak (androgyn, homoseksueel, heteroseksueel etc.).
Met al zijn uiteenlopende, steeds vernieuwende muziekstijlen en imago’s zal Bowie het zijn fans overigens niet altijd even makkelijk hebben gemaakt. Al zullen de echte diehardfans natuurlijk beweren alles aan Bowie even geweldig te vinden met als argument dat hij juist briljant was in zijn onnavolgzaamheid.
De echte liefhebbers daarentegen zullen een stuk realistischer reageren door te stellen dat ze de ene muziekfase van Bowie meer konden waarderen dan de andere. Een reden ook waarom ik altijd weinig zal ophebben met het begrip “fan” (zie ook column 121).
In mijn ogen kan het gewoon nooit zo zijn dat je alles aan David Bowie, zeker met zo’n lange en gevarieerde muziekcarrière, maar even goed of geweldig vindt. David Bowie zou het op dit punt ongetwijfeld met mij eens zijn geweest. Want iemand zonder zelfkritiek kan nooit een vernieuwer worden. En dat David Bowie de muziekgeschiedenis in zal gaan als een echte vernieuwer moge duidelijk zijn.

David Bowie, R.I.P.


Tonko
Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

 

vrijdag 20 maart 2015

181. Nothing lasts forever, inclusief K3

Privé - Familie/Gezin - Muziek

 


 

Regenboogjurkje

K3 stopt ermee. Een klap voor veel jonge meisjes in Nederland en België. Maar niet meer voor mijn dochter van twaalf. Alhoewel ze later K3 wellicht nog zal beschouwen als jeugdsentiment, vindt ze K3 nu stom en zo hoort dat ook.
Maar vroeger was mijn dochter een echte K3-fan. Als sentimentele vader heb ik nog ergens in een la haar K3-regenboogjurkje bewaard wat ik voor haar had gekocht tijdens een Studio 100 Zomerfestival. Waar we veel K3 hadden verwacht, maar ze uiteindelijk aan het eind slechts een paar minuten optraden.
 

Pure oplichting

Vanwege dit teleurstellende optreden besloot ik later dat jaar kaartjes te regelen voor een echt K3-concert. Een actie waarmee ik wederom iets van mijn naïviteit en geloof in de goedheid van de mens zou verliezen.
Op internet bood een bureau kaartjes aan voor vijftig euro per stuk. Omdat ik qua prijzen nergens meer van opkijk in deze tijd, besloot ik ze te kopen. Toen later de kaarten in mijn bus lagen, stonden ze op een andere naam dan de mijne. In mijn naïviteit dacht ik dat er een fout was gemaakt en belde ik het informatienummer dat op de kaartjes stond.
Daar werd ik al snel wakker geschud. Het bureau waar ik de kaartjes gekocht had, was niet een officieel verkoopadres. Het was een van de tientallen louche bedrijven die kaarten opkopen en voor veel winst weer doorverkopen. Pure oplichting. De mevrouw die ik aan de lijn had, vertelde me dat de officiële kaartjes twintig euro kostten en nooit meer en dat wat mij was overkomen jaarlijks heel veel mensen overkomt.
Voortaan moest ik bij het kopen van kaarten er goed op letten om dat alleen bij de officiële verkoopadressen te doen. Ook waarschuwde ze me ervoor dat het wel eens voorkwam dat iemand met zulke kaarten als ik niet eens binnen kwam, omdat het slechts kopieën waren van de officiële kaarten. In dat geval zouden we dus voor niets komen omdat “onze” stoelen dan al bezet zouden zijn door de kopers van de officiële kaarten.
Het incident droeg bij aan het ontstaan van mijn overtuiging dat er onder cynici veel gedesillusioneerde mensen zitten die van oorsprong juist goedgelovig waren, maar die door de ervaring erachter zijn gekomen dat de mens toch niet zo goed en eerlijk in elkaar steekt als ze altijd dachten.  


Handtekening

Omdat mijn dochter er natuurlijk niet onder mocht lijden dat ze zo’n domme vader had die zich zo eenvoudig had laten oplichten, ging ik met haar erheen alsof er niets was gebeurd. Gelukkig kwamen we gewoon binnen en als pleister op de wonde bleek dat we hele goede plekken vooraan hadden waardoor ik mooie foto’s kon nemen. Niet voor niets schijnt een deel van het succes van K3 te danken te zijn aan de populariteit van de drie vrouwen onder de vaders…
Mijn dochter genoot en - cliché - daardoor genoot ik ook. Na afloop probeerde ik in alle drukte nog voor mijn dochter bij de drie dames een handtekening te ritselen, wat echter alleen lukte bij Kristel. 
 

Ik ben verliefd op Leonardo

Grappig is dat ik merk dat het met muziek zo werkt, dat als je iets maar vaak genoeg hoort je het op den duur ook kan gaan waarderen. Het beste voorbeeld hiervan is de periode tijdens mijn diensttijd waarin ik steeds meereed met een jongen die continu muziek had aan staan van de symfonische rockband Marillion, waar hij groot fan van was. In het begin vond ik die muziek echt vreselijk, maar na verloop van tijd begon ik de melodieën echter te herkennen en zelfs te waarderen en het eind van het verhaal is dat ik na mijn diensttijd ook een liefhebber van Marillion was geworden.
Ook bij K3 begon ik op den duur sommige liedjes te waarderen. Ik weet zelfs nog mijn favorieten: “De Drie Biggetjes”, “Een Ongelooflijk Idee” en de enorme meezinger “Leonardo Dicaprio”: “Ik ben verliefd op Leonardo. Leonardo Di Caprio. Pak me vast, ik wil met je dansen. Net als op die grote boot” (verwijzing naar de film Titanic). Met de briljante zin waar ik altijd enorm om moet lachen: “We dansen tot die boot straks wegzinkt in de zee. Dan hebben wij de dansvloer enkel voor ons twee!” Het schattige Belgische accent maakt het nog extra grappig.

Helaas, nothing lasts forever. Inclusief K3. Het doet mij meer pijn dan mijn dochter.
 




Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

Foto: Tonko
 

maandag 31 maart 2014

117. Het wordt nooit meer zo mooi als het toen was

Actualiteit en privé - Muziek - Kate Bush - Liefde/Vriendschap

 


Wuthering Heights

Hét nieuws van de afgelopen week was voor mij niet de ophef rondom Geert Wilders die “opeens” Marokkanen niet blijkt te mogen. Of de originele “I love your country” uitspraak van president Obama tijdens zijn bezoekje aan ons land. Dat noem ik geen nieuws. Pas als Wilders iets liefs over Marokkanen zegt of Obama roept “I hate your stupid, homofobic country” op bezoek bij Poetin wordt het voor mij interessant.  Nee, voor mij was hét nieuws natuurlijk dat Kate Bush aankondigde weer op te gaan treden. De (eerste en) laatste keer dat de Engelse zangeres optrad, was toen ze een jaar na haar wereldhit “Wuthering Heights” in 1979 op tournee ging. Geen wonder dat nu, 35 jaar later, alle kaartjes voor de 22 concerten binnen vijftien minuten waren uitverkocht.
 

Een mythe

Sinds die beginjaren van Kate Bush is er rondom haar een soort van mythe ontstaan, wat alles te maken heeft met haar introverte en publiciteitschuwe persoonlijkheid. Zo schijnt ze jarenlang met haar man en zoon een zeer teruggetrokken, haast kluizenaarachtig leven te hebben geleid op een eiland in de Theems en werd en wordt ze zelden in het openbaar gezien.
Ik houd daar wel van. Van die eigenzinnige beroemdheden die niets moeten hebben van al die publiciteit en interessantdoenerij. George Harrison van de Beatles zei ooit over het fenomeen beroemd zijn: “Ik heb er nooit om gevraagd om beroemd te zijn. Ik wilde slechts succesvol zijn.” Vermoedelijk denkt Kate Bush precies hetzelfde.
 

Liever leven in een illusie

Ik was vroeger tijdens mijn puberteit een soort van fan van Kate Bush. Voor een puber wil ik het woord "fan" nog wel gebruiken, maar verder heb ik bij het horen van dat woord vooral een hoop negatieve associaties. Ik denk dan meteen aan van die mensen die vanuit een overdreven bewondering blind achter hun "idool" (vreselijk woord...) aanhollen en alles goed vinden wat hij of zij doet en maakt.
Om uiteenlopende redenen - troost, hoop, streven naar controle, uitlaatklep voor eigen frustraties etc. - hebben mensen voorbeelden nodig om tegenop te kijken en te bewonderen met als vervelend risico dat ze deze idolen zo op een voetstuk gaan plaatsten dat ze de realiteit compleet uit het oog verliezen (zie ook column 7).
Kom bij fans niet aan met relativerende en kritische geluiden die hun ideaalbeeld verstoren. Neem al die achterlijke mensen die O.J. Simpson maar bleven verdedigen toen hij (terecht) werd verdacht van een dubbele moord, omdat het er bij hun gewoon niet inging dat hun American Football-held zoiets verschrikkelijks zou kunnen doen. Alsof beroemdheden alleen maar aardig zijn en niet net als u en ik hele gewone mensen zijn, met goede én slechte eigenschappen. Fans leven liever in een illusie dan dat ze met de waarheid worden geconfronteerd. Waar overigens best wat voor te zeggen valt... 
 

Dat kan nooit

Ook bij Kate Bush-fans kan ik me enorm verbazen over onvoorwaardelijke bewondering. Als ik recensies lees waarin fans over elke Kate Bush-cd weer even lyrisch zijn, denk ik alleen maar: dat kan nooit!
Zo vind ik persoonlijk bijvoorbeeld de eerste vier LP’s/cd’s (ja, ik ben oud...) van Kate Bush fenomenaal. Maar vanaf de vijfde cd slaat Kate Bush met haar muziek langzaam maar zeker een andere - in mijn ogen verkeerde - weg in waardoor ik bij haar laatste cd’s zelfs helemaal ben afgehaakt.
Natuurlijk kun je stellen dat dit mijn persoonlijke mening is en het hier dus om een subjectieve kwestie gaat. En hoewel dat gedeeltelijk waar is, ben ik wel zo eigenwijs om te stellen dat het niet helemaal klopt omdat er wel degelijk ook objectieve factoren een rol spelen.
Iedereen die met een zo kritisch en objectief mogelijk oor naar haar muziek luistert, kan concluderen dat de Kate Bush uit haar begintijd heel anders klinkt dan de Kate Bush in de jaren daarna. Uiteraard is dat niet vreemd, aangezien de meeste mensen en dus ook muzikanten zich tijdens hun leven in welke richting dan ook ontwikkelen.
Maar dan nog mag ik me erover verbazen om te zien hoeveel fans zich toevallig in precies dezelfde richting lijken mee te bewegen als hun idool op een moment dat die weer een nieuw muzikaal zijpad is ingeslagen. Nou ja toevallig, naar mijn mening is er een simpele verklaring voor: op een dag ontdek je de muziek van Kate Bush, ben je er ondersteboven van en besluit je bewust dan wel onbewust vanaf die dag een fan van haar te zijn door voortaan alles wat ze maakt automatisch als goed te beschouwen. Simpelweg omdat je die keus nu eenmaal hebt gemaakt en daarin consequent wilt zijn.
Dus ook als Kate Bush opeens nummers maakt die je eigenlijk niet mooi vindt, maak je jezelf wijs dat het wél mooie nummers zijn. In de psychologie kennen we dit fenomeen als cognitieve dissonantie, waarbij je merkt dat er spanning ontstaat, omdat je gedrag (bijvoorbeeld een aankoop) niet overeenkomt met je gevoel (je hebt spijt van je aankoop). Om die spanning weg te nemen, doe je aan dissonantiereductie waarbij je redenen gaat bedenken waarom je toch blij bent met je aankoop.
 

Baboeshka

Toch kan ook ik lyrisch over Kate Bush zijn. Niet voor niets zouden mijn eerste en tweede zoon “Baboeshka” hebben geheten als ze een meisje waren geweest. Vernoemd naar Kate Bush’ gelijknamige hit in 1980.
Ik had zelfs nog speciaal opgezocht wat "Baboeshka" in het Russisch betekent: "grootmoeder". Iets waarmee ik prima had kunnen leven. Of dat ook voor "die dochter" had gegolden, zullen we nooit weten. Toen ons derde kind wél een meisje was, waren we inmiddels overgestapt op een andere naam voor onze dochter. Een originele, niet bestaande naam die ik zelf had verzonnen.
Inmiddels ben ik maar al te blij met de "nieuwe" naam van mijn dochter. Of, een andere mogelijkheid: ik doe ook gewoon aan dissonantiereductie, omdat ik de mooie naam Baboeshka heb moeten opgeven en ik een reden moet bedenken waarom dat maar goed is ook. Gelukkig is mijn dochter sowieso heel blij met haar naam en dankt ze God op haar blote knieën dat ze niet Baboeshka heet. Anders had ze zelfmoord gepleegd. Tja, mijn dochter heeft nogal gevoel voor dramatiek én grove humor. Geen idee van wie ze dat (laatste) heeft...   
 

Hemelse muziek

Dat Kate Bush voor mij een speciale betekenis heeft, mag duidelijk zijn. Sommige muziek vind ik zo mooi, dat ik mij eenvoudigweg niet kan voorstellen dat er mensen zijn die die muziek níet mooi vinden. Precies dat heb ik met de eerste vier cd’s van Kate Bush.
Als niet-gelovige zou ik het haast hemelse muziek willen noemen in de hoop dat als er toch een hemel is en ik er zelfs op een dag mag binnentreden, dat ik dat dan doe onder de schitterende klanken van haar muziek. Nóg mooier zou natuurlijk zijn als Kate in hoogst eigen persoon (dead en a) live optreedt als ik boven kom. Al verwacht ik niet dat Kate Bush daarvoor te porren is en kan ik haar daarin moeilijk ongelijk geven. 
Over de dood gesproken, weet ik nu al dat "The Man with the Child in His Eyes", het prachtige nummer dat Kate Bush al componeerde op 13-jarige (!) leeftijd, in mijn lijst komt te staan van nummers die tijdens mijn crematie mogen worden afgespeeld. 
 

Ontluikende seksuele gevoelens

Zoals wel vaker bij muziek wordt ook bij mij de beleving van het luisteren naar Kate Bush nog geïntensiveerd door sentimentele gevoelens. Ik was destijds goed bevriend met twee zusjes die allebei toevallig ook gek waren op Kate Bush, wat onze band nog eens versterkte.
Op de oudste had ik stiekem een oogje waardoor ik tot op de dag van vandaag nog aan haar moet denken als ik muziek van Kate Bush hoor (zie ook columns 5 en 76). De jongste trok ooit wat voor me uit zodat ik haar met ontblote schouders mocht fotograferen voor een poster van Kate Bush. Iets wat voor mij opwindender was dan zij besefte. Noem het jeugdsentiment, maar dat roept (de muziek van) Kate Bush nog bij me op: hechte vriendschappen, dierbare herinneringen en ontluikende seksuele gevoelens (al waren die toen al lang daarvoor ontluikt, moet ik eerlijk bekennen...). Met daarbij ook een niet te onderschatten rol voor Kate Bush, want ik vond haar destijds als puber de aantrekkelijkste vrouw die ik "kende".
 

Een verademing voor deze tijd

Helaas ontkomt niemand van ons aan de tand des tijds en dus ook die jonge, mooie, sexy Kate Bush van toen niet. Op het moment van schrijven is Kate Bush alweer 55 jaar oud en is ze inmiddels een stuk voller en gerimpelder geworden. Wat ik overigens alleen maar voor haar vind pleiten, want ik geloof niet dat Kate Bush iemand is voor plastisch chirurgische ingrepen. Een verademing voor deze tijd!
Maar ouder of niet, dat maakt mij helemaal niks uit: mocht Kate Bush besluiten om ook nog in Nederland te gaan optreden dan ga ik zeker mijn best doen om erbij te zijn. Al hoop ik dan wel dat ze (ook) nummers uit haar beginperiode speelt, anders zal ik hevig teleurgesteld zijn.

Sterk geromantiseerde hang naar vroeger

Het blijft een fascinerend menselijk fenomeen: de sterk geromantiseerde hang naar vroeger. Dit nostalgisch verlangen verklaart ook het succes van TV-programma’s als “Memories” en “De Reünie” en van de eindeloze reeks comebacks van popgroepen uit die goede oude tijd dat we nog jong waren. Zelfs ABBA - waarvan ik het nooit verwachtte - schijnt nu een comeback te overwegen.
De beste manier om te voorkomen dat je ooit een comeback maakt, is natuurlijk de Rolling Stones-methode: gewoon nooit stoppen! Mick Jagger en zijn maten gaan door tot ze er dood bij neervallen.

De mythe rondom Bobby Fischer

De Rolling Stones-methode heeft Kate Bush gelukkig nooit gehanteerd en eerlijk gezegd heb ik ergens ook wel gemengde gevoelens over haar comeback. Om twee redenen.
Ten eerste valt er veel voor te zeggen om mooie momenten en herinneringen uit je verleden daar te laten waar ze thuishoren in plaats van ze te willen herbeleven. Omdat dat laatste als risico heeft dat het alleen maar uitloopt op teleurstellingen. Het wordt tenslotte toch nooit meer zo mooi als het toen was. 
Dat ik houd van mysteries en mythen is de tweede reden waarom ik mijn twijfels heb over de comeback van Kate Bush.
Mijn vader vertelde mij toen ik jong was prachtige verhalen over de wereldberoemde briljante Amerikaanse schaker Bobby Fischer. In de tijd van de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie versloeg Fischer op weg naar de wereldtitel in zijn eentje "namens het Westen" diverse topschakers uit de Sovjet-Unie met 6-0. Uiteindelijk versloeg Fischer in 1972 in de prestigieuze WK-finale in Reykjavik in IJsland Boris Spasski, de regerend wereldkampioen en titelverdediger uit de Sovjet-Unie (het land dat sinds 1948 alle wereldkampioenen schaken had geleverd) met 12½-8½.
Na het behalen van de wereldtitel zou Fischer twintig jaar lang geen officiële schaakwedstrijd meer spelen. Toen de vreemde, excentrieke Fischer in 1975 zijn wereldtitel moest gaan verdedigen tegen zijn uitdager Anatoli Karpov (uit jawel... de Sovjet-Unie) stelde hij zulke absurde eisen dat de finale werd afgeblazen. Vervolgens verdween Fischer uit de openbaarheid, trok zich terug als kluizenaar en werd een mythe.
Helaas voor het mooie verhaal en de mythe rondom Bobby Fischer dook hij in 1992 totaal onverwacht weer vanuit het niets op in voormalig Joegoslavië, waar hij een zeer matige revanchematch tegen Spasski speelde (wel weer winst: 10-5).
De rest van Fischers leven was vrij treurig. Omdat Fischer van de Verenigde Staten niet in Joegoslavië had mogen schaken vanwege de toen geldende sancties tegen dat land door het schenden van de mensenrechten tijdens de burgeroorlog daar, kon hij niet meer terugkeren naar zijn geboorteland. Op de vlucht voor de Amerikaanse overheid die een arrestatiebevel tegen hem had uitgevaardigd (ook vanwege een belastingschuld), verbleef Fischer jarenlang in diverse landen.
Heel soms liet Fischer nog van zich horen, iets wat hij beter had kunnen laten. De geniale schaker was verworden tot een paranoïde, antisemitische (opvallend want Fischer was zelf joods) complotdenker die alleen nog maar onzin uitkraamde. Uiteindelijk werd Fischer in Japan opgepakt waar hij in de gevangenis belandde in afwachting van uitlevering aan de Verenigde Staten. Zover kwam het echter niet omdat Fischer werd gered door het land waarin hij wereldkampioen was geworden. Het parlement van IJsland verleende hem de IJslandse nationaliteit en zo was de cirkel rond. In 2008 stierf Fischer in Reykjavik op 64-jarige leeftijd, symbolisch vanwege de 64 velden van een schaakbord.  

Met het trieste verhaal van Bobby Fischer in mijn achterhoofd had Kate Bush van mij wel een mythe mogen blijven...



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.



Foto links van Tonko (vriendin voor poster Kate Bush), foto rechts van internet

Fan-neigingen van Tonko: foto's met handtekeningen (ooit op internet op kop getikt)
 

zondag 31 maart 2013

77. Lang leve de antihelden!

TV/Film/Docu - Helden en anti-helden - Muziek



Als een wijf janken

Sinds mijn scheiding ben ik een stuk emotioneler geworden. Niet dat ik nu meteen als een wijf bij de eerste de beste sentimentele film begin te janken, maar ik heb zo mijn momenten.
Gisteravond was weer zo’n moment waarop ik in mijn eentje met tranen in mijn ogen op de bank lag. Aanleiding was het zien van de met een Oscar bekroonde muziekdocumentaire “Searching for Sugar Man” die ook tijdens de IDFA de publieksprijs kreeg en ik begrijp wel waarom.
Ik houd van antihelden. Van die doodnormale, aardige, onopvallende, liefst verlegen, beetje onzekere en bescheiden mensen die opeens toevallig iets fantastisch bereiken maar daar vervolgens heel gewoon onder blijven. Zonder kapsones of sterallures, maar met een prachtige vorm van nederigheid en dankbaarheid.
Behalve kippenvel en betraande ogen geven dit soort antihelden mij inspiratie en boven alles hoop. Hoop voor de goede, eerlijke, integere mensen op deze wereld en hoop voor het bestaan van rechtvaardigheid.
 

Grotere muzieklegende dan Elvis en The Beatles

“Searching for Sugar Man” is zo’n inspirerende en hoopgevende film. De documentaire gaat over de zoektocht naar de Amerikaanse folkzanger Sixto Rodriquez die begin jaren zeventig een tweetal platen met politiek geëngageerde teksten uitbrengt in de Verenigde Staten.
Ondanks dat hij door sommigen al met Bob Dylan wordt vergeleken, floppen zijn platen hopeloos waarna Rodriquez de muziek laat voor wat het is om als sloper in Detroit aan het werk te gaan (waar hij later tussendoor wel nog even filosofie studeert).
Door stom toeval  - een Amerikaans meisje laat een muziekcassette van Rodriquez horen aan haar Zuid-Afrikaanse vriend en hij en zijn vrienden vinden het prachtig en maken er kopieën van -  wordt de zanger in de jaren zeventig immens populair in het land waar de apartheid op dat moment op een hoogte-/dieptepunt zit.
Terwijl Rodriquez onwetend in Detroit woont, is hij in Zuid-Afrika inmiddels een grotere muzieklegende dan Elvis en The Beatles geworden. Omdat echter niemand in dat land weet wie Rodriquez precies is en er zelfs geruchten de ronde gaan dat hij tijdens een optreden zelfmoord zou hebben gepleegd, groeit hij uit tot een heuse mythe.
Wie wil weten hoe de zoektocht naar Rodriquez afloopt, moet de documentaire maar gaan zien. De mooie liedjes en het prachtige verhaal doen je de keiharde, egoïstische rol van de platenindustrie op de achtergrond gelukkig vergeten.
 

Just when you think things couldn't get worse

De emoties die deze film bij mij teweeg bracht, deden mij enorm denken aan die keer dat ik jaren geleden met tranen in mijn ogen Paul Potts’ auditie zag voor de Britse talentenshow Britain’s Got Talent. Als dikke, onaantrekkelijke verkoper van mobieltjes liep Potts het podium op waar je de juryleden zag denken van daar heb je weer zo’n loser die denkt dat hij een popster kan worden.
Hun monden vielen echter open van verbazing toen Potts als een ware operazanger begon te zingen. Het publiek ging compleet uit zijn dak en een jurylid sprak van een stuk koolstof dat net in een diamant was veranderd. De vriendelijke Potts ging door, won de wedstrijd maar bleef een bescheiden en dankbaar mens.
Later overkwam nog meer mensen ongeveer hetzelfde: de 47-jarige mollige huisvrouw Susan Boyle werd jaren later tweede en de verlegen, onzekere zeventienjarige jongen Jonathan Antoine won vorig jaar net niet de wedstrijd samen met zijn zestienjarige zangpartner Charlotte Jaconelli.
Pikant detail hierbij is dat toen de zeer dikke Jonathan opkwam jurylid Simon Cowell zijn buurvrouw toefluisterde: “Just when you think things couldn’t get any worse”. Zijn duidelijke vooroordeel dat dikke mensen niets zouden kunnen, werd echter keihard onderuit gehaald toen Jonathan zijn mond opendeed en de sterren van de hemel begon te zingen en de zaal en juryleden in extase bracht.
 

Uitgemolken talentenshows

Eerlijk gezegd heb ik helemaal niets met al die stomme talentenshows. Eenvoudigweg omdat er inmiddels zoveel varianten zijn dat ik door de ontelbare winnaars de talenten niet meer zie.
Maar uitgemolken of niet: elke keer als er tussen al die clichékandidaten weer een dikke, onaantrekkelijke maar o zo aardige, verlegen en bescheiden antiheld opstaat die met zijn unieke talent alle critici de mond snoert dan ga ik het filmpje toch even op YouTube bekijken. En dan weet ik nu al dat elke keer als ik ernaar kijk ik opnieuw een snotterend wijf word dat het allemaal even te veel word. Lang leve de antihelden!


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 
 
Auditie van Paul Potts bij Britain's Got Talent (2007)
Bron: YouTube
 
Auditie van Susan Boyle bij Britain's Got Talent (2009)
Bron: YouTube
 
 Auditie van Jonathan Antoine en Charlotte Jaconelli bij Britain's Got Talent (2012)
Bron: YouTube