Posts tonen met het label Humor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Humor. Alle posts tonen

dinsdag 27 maart 2018

287. Mijn gras is groener dan aan de overkant!

Actualiteit en privé - Sport - Rechtvaardigheid - M/V verschillen

 






Arme multimiljonair

Ach gossie, de legendarische oud-tennisster Martina Navratilova blijkt voor haar werk als commentator voor de BBC tien keer zo weinig te verdienen als haar legendarische mannelijke collega John McEnroe. Tennisliefhebber of niet, ik kan er niets aan doen maar het eerste wat ik dacht toen ik de boze Navratilova hierover hoorde klagen was: “Shut alsjeblieft the fuck up Martina!”
Arme multimiljonair Navratilova verdient voor twee weken parttime commentaar leveren bij tenniswedstrijden op Wimbledon slechts € 17.500 tegenover de € 175.000 waar multimiljonair John McEnroe het mee moet doen. Al schijnt McEnroe voor dat iets minder bescheiden bedrag wel iets meer uren te moeten werken dan Navratilova. "Maar niet tien keer zoveel als ik!", benadrukt de voormalig tennisster. 
 

Heb ik geen rechtvaardigheidsgevoel?

Nu is het natuurlijk de bedoeling dat ik medelijden krijg met Martina. Omdat het niet om het geld gaat, maar om het principe en ik dit dus onrechtvaardig zou moeten vinden. Maar vreemd genoeg gebeurt dat niet. Ik erger me juist dood aan Navratilova.
Heb ik dan geen rechtvaardigheidsgevoel? Nee, dat zou ik nou niet bepaald zeggen. Integendeel zelfs: ik weet van mezelf dat ik vergeleken met de mensen om mij heen juist een extreem rechtvaardigheidsgevoel heb. Eentje waarvan bijvoorbeeld mijn kinderen wel eens moe worden: “Daar heb je papa weer met zijn levensles nummer 1 dat het leven niet rechtvaardig is.” En precies dáár zit nou het probleem: ik heb juist een te sterk rechtvaardigheidsgevoel om met de verongelijkte houding van Navratilova mee te kunnen gaan. 
 

Vrouwen, weest aan uw man onderdanig

Ik wil niet slijmen, maar als iemand voor gelijke rechten tussen mannen en vrouwen is (én tussen mensen in het algemeen) ben ik het wel. Ik kan eenvoudigweg geen goed rationeel argument bedenken waarom een man "meer gelijk(waardig)" of “more equal” zou moeten zijn dan een vrouw (en vice versa net zo).
De ongelijkheid tussen man en vrouw op deze wereld is natuurlijk vooral een uitvloeisel van een van de meest opvallende uitvindingen van de mens: religie. “Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan den Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente. (...) Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan de man, in alles.” (Efeziërs 5: 22-33)
Dan kan CDA-leider Sybrand Buma nog zo ijverig eindeloos blijven herhalen dat gelijkheid een typisch christelijke waarde is, maar het enige wat hij daarmee bereikt is dat je kunt concluderen dat de leider van "onze" grootste christelijke partij een stuitend gebrek aan kennis heeft op het gebied van de Bijbel en van de geschiedenis van het christendom. Al draait een beetje christen er natuurlijk zijn hand niet voor om om alles wat scheef staat in de Bijbel weer recht te lullen. Door bijvoorbeeld met “alternatieve interpretaties” te komen, waardoor de lezer het natuurlijk allemaal verkeerd begrepen heeft en er in de Bijbel eigenlijk precies het tegenovergestelde staat van wat je denkt te lezen.
 

Toppunt van ironie

Toen mijn (inmiddels ex-) vrouw met mij trouwde en aangaf dat ze mijn achternaam niet zou gaan dragen omdat ze de vanzelfsprekendheid waarmee al die domme, ouderwetse en vooral volgzame vrouwen maar klakkeloos de achternaam van hun man aannamen echt bespottelijk vond, gaf ik haar groot gelijk. En dat ze alleen onder huwelijkse voorwaarden wenste te trouwen omdat ze vond dat ieder mens een individu is dat na een eventuele scheiding (die er ook kwam) voor zichzelf moet kunnen zorgen zonder financiële steun van de ex-partner, vond ik ook niets anders dan logisch.
Toppunt van ironie is overigens dat daar waar ik deze standpunten tot op de dag van vandaag nog steeds heb, mijn ex-vrouw ze al vrij snel na ons huwelijk weer liet varen. Binnen vijf jaar na onze scheiding was mijn ex opnieuw getrouwd. Maar ditmaal besloot ze alles 180 graden anders te doen: ze trouwde met een niet al te slimme man met een beetje kort lontje (aardig gezegd), in - jawel - gemeenschap van goederen. Overbodig te zeggen dat ze daarnaast in één moeite door ook maar heel volgzaam zijn achternaam aannam. Het mocht allemaal overigens niet baten: binnen vijf jaar was ze opnieuw gescheiden. 
 

Shit, mijn gras is groener dan aan de overkant

Terugkomend op mijn ergernis over Martina Navratilova: er is niks makkelijker dan je kwaad maken omdat je buurman meer heeft dan jij. Maar o jee wat is het toch verdomd moeilijk om je kwaad te maken omdat jij meer hebt dan je buurman. Ooit iemand horen zeggen: “Help, mijn gras is een stuk groener dan aan de overkant”?
Daar waar mensen zich vergelijken met anderen, doen zij dat vanuit hun ego en hun afgunst vrijwel altijd met mensen die meer hebben dan zij. Voor deze mensen werkt rechtvaardigheid één kant op: het is wel rechtvaardig dat ik evenveel krijg als degenen die meer verdienen dan ik, maar het is niet rechtvaardig dat degenen die minder verdienen dan ik evenveel krijgen als ik. Zo zullen er ook zat commentatoren zijn - waaronder ook mannen - die voor twee weken Wimbledon een stuk minder verdienen dan Navratilova.
Waarmee ik weer terugkom op een van mijn stokpaardjes: mensen vinden altijd dat ze - letterlijk én figuurlijk - meer verdienen dan ze verdienen waarbij ze de vervelende neiging vertonen om alles wat in hun leven mee heeft gezeten normaal te vinden omdat dat zou zijn voortgekomen uit hun inzet en/of kwaliteiten en vaardigheden. Terwijl ze alles wat hen tegen heeft gezeten vooral zullen toeschrijven aan pech of externe omstandigheden waar zij zelf niets aan kunnen doen.
Natuurlijk kan ik ook de hele dag gaan klagen over het feit dat ik door een combi van allerlei nature en nurture-omstandigheden minder verdien dan de meeste mensen om mij heen. Iets wat helaas ook klopt. En natuurlijk - niets menselijks is mij vreemd - klaag of baal ik hierover wel eens.
Maar gelukkig staat daar tegenover dat er bij mij echt geen dag voorbij gaat waarin ik niet besef dat ik het in mijn situatie nog steeds veel beter heb dan meer dan vijfennegentig procent van de wereldbevolking. Kortom, een beetje nederigheid van mijn kant is wel op zijn plaats en gelukkig heb ik die ook.
Een beetje nederigheid tonen is iets wat een multimiljonair als Martina Navratilova ook zou moeten doen. Ik ken haar niet, maar het zou mij niet verbazen als zij hetzelfde doet wat veel rijke mensen plegen te doen: ze vindt dat ze al die miljoenen verdiend heeft omdat ze er keihard voor heeft gewerkt. Ja, alsof er op deze wereld geen mensen rondlopen die in hun leven veel en veel harder hebben gewerkt dan mevrouw Martina Navratilova en daar slechts een habbekrats voor hebben gekregen. En dan praat ik nog niet eens over het feit dat de meeste van deze mensen wel wat nuttiger werk deden dan het spelen van wat onbenullige tennispotjes. 
 

Nog een hoop te leren over het begrip rechtvaardigheid

Het is maar hoe je naar de wereld kijkt. Of je kijkt om je heen en je ziet vooral degenen die het beter hebben dan jij of je kijkt wat verder dan je neus lang is en je ziet - zeker als je in het rijke Westen woont - vooral degenen die het een stuk minder hebben dan jij. Het is net even het verschil tussen een egoïst zijn en iemand met een empathische en altruïstische inslag.
Wie kijkt naar deze wereld en begint over onrechtvaardigheid omdat jij als vrouw bijna twintigduizend euro voor twee weken parttime werken krijgt, terwijl je mannelijke collega daar bijna twee ton voor krijgt, heeft nog een hoop te leren over het begrip rechtvaardigheid.
Laten we het eerst maar eens gaan hebben over wat simpele feiten: een klein groepje mensen (de aantallen variëren van 8 tot 42) heeft evenveel geld als de armste helft van de wereldbevolking (3,7 miljard mensen). Tussen 2016 en 2017 werd de wereld 9 biljoen (9.000.000.000.000) dollar rijker waarvan maar liefst 82 procent (7,38 biljoen dollar) in handen kwam van de rijkste 1 procent. De armste 50 procent van de wereldbevolking ging er geen cent op vooruit. Met die 7,38 biljoen dollar zou de armoede in de wereld zeven keer kunnen worden verholpen. Sinds eind jaren 1970 zijn de belastingtarieven voor de rijkste mensen gedaald in 9 van de 10 landen. Dit is ten koste gegaan van de armen en de middenklasse. Ongeveer 70 procent van de wereldbevolking leeft van een inkomen van minder dan 7 euro per dag.
Vergelijk dit salaris eens met het salaris of - nog beter - met het vermogen van multimiljonair Martina Navratilova en dan begrijp je waarom ik niet snel onder de indruk ben van het verongelijkte gedrag van (voormalige) proftennissters of bijvoorbeeld beroemde actrices uit Hollywood als ze klagen over hun mindere salarissen ten opzichte van hun mannelijke collega’s. Wie echt indruk op mij wil maken, moet eens gaan klagen over het feit dat hij/zij zoveel meer geld verdient dan de rest van de wereldbevolking.
 
Besef verdomme eens hoeveel groener ons gras is dan aan de overkant...
 
 

En dan nog dit...

Afgezien van alles heb ik nog meer slecht nieuws voor Martina Navratilova: ik vind John McEnroe als commentator een stuk beter en vooral grappiger dan Navratilova. Want ook al zijn mannen en vrouwen voor mij gelijk en moeten ze gewoon gelijk worden behandeld, wil dat natuurlijk nog niet zeggen dat ik ook denk dat mannen en vrouwen precies hetzelfde zijn. Zo kan ik er bijvoorbeeld met geen mogelijkheid omheen dat als ik naar humor kijk ik mannen over het algemeen veel grappiger vind dan vrouwen. Een mening die overigens door diverse vrouwen in mijn omgeving wordt gedeeld. Maar wat mij er niet van weerhoudt om verzuurde feministes op te roepen om kwaad op mij te reageren en daarmee opnieuw mijn gelijk te bewijzen…
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 


 

zaterdag 30 april 2016

238. Beledigen bevriend staatshoofd Hitler

Actualiteit - Vrijheid van meningsuiting - Humor

 







Filosofen Coornhert en Spinoza

Onlangs had ik weer een bijeenkomst van mijn filosofiegroep. Uiteraard passeerde tijdens de gespreksonderwerpen ook de met dank aan de Turkse president/dictator Erdogan zeer actuele discussie over de vrijheid van meningsuiting.
Wat was er ook alweer gebeurd? In een satirisch programma van Duits komiek en presentator Jan Böhmermann  werd het lied "Erdowie, Erdowo, Erdogan" gezongen. In het lied werd kritiek geuit op het gegeven dat er in Turkije onder het bewind van president Erdogan mensenrechten worden geschonden. De overheid van Turkije reageerde woedend, wat er weer toe leidde dat Böhmermann een kritisch, provocerend gedicht voorlas over Erdogan, waarin hij hem onder andere uitmaakte voor een mishandelaar van Koerden en Christenen en een geitenneuker. Resultaat: een interessante discussie of het beledigen van een staatshoofd nou wel of niet valt onder vrijheid van meningsuiting. 
Misschien leuk te vermelden, is dat wie vanuit het onderwerp vrijheid van meningsuiting naar de geschiedenis van de filosofie kijkt al snel stuit op twee Nederlandse filosofen: Dirck Volkertszoon Coornhert (1522-1590) en de veel bekendere Baruch Spinoza (1632-1677).
Beiden waren principiële strijders voor zaken als tolerantie, redelijkheid, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting in een tijd waarin daar veel moed en lef voor nodig was. Wie zich toentertijd afzette tegen de (religieuze) autoriteiten liep tenslotte de nodige risico’s op gevangenschap of erger.
 

De AKZWJWMTOWN-paradox

Als zeer groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting is bij mij de verleiding aanwezig om elke discussie hierover bij voorbaat al als onbenullig te bestempelen want noem mij één weldenkend mens die daar geen voorstander van is.
Maar zo simpel is het natuurlijk allemaal niet. Al is het alleen maar vanwege de eeuwig terugkerende AKZWJWMTOWN-paradox. Oftewel de alles-kunnen-zeggen-wat-je-wilt-maar-toch-ook-weer-niet-paradox: net als dat elk normaal, weldenkend mens voorstander is van de vrijheid van meningsuiting zal hij ook tegenstander zijn van zaken als racisme en het aanzetten tot haat, geweld en moord. Dus ja, je kunt alles zeggen wat je wilt, maar eigenlijk toch ook weer niet.
Dit heeft tot consequentie dat je bij de vrijheid van meningsuiting altijd vroeg of laat uitkomt bij een grens waarvan zelfs de grootste voorstander zal zeggen van “OK tot hier, maar niet verder”. En over waar die grens dan precies zal moeten worden getrokken, zal tot in de eeuwigheid blijven worden gediscussieerd.
 

Paul de Leeuw

Natuurlijk kan ik met mijn huis-tuin-en-keuken-wijsheid ook een poging wagen om iets over mijn persoonlijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting te zeggen.
Om over de kwestie Erdogan maar meteen met de deur in huis te vallen: deze vind ik niet zo lastig. In mijn ogen heeft elke satiricus/humorist/cabaretier de vrijheid om grappen te maken, net als dat elke journalist de vrijheid heeft om zowel objectief als subjectief (waarin zijn eigen mening is verweven) nieuws te verslaan. Waarbij zowel de humorist als de journalist in veel gevallen in meer of mindere mate als doel zal hebben om de mens met de door hen gegeven info aan het denken te zetten.
Wie niet tegen humoristen en journalisten kan, heeft gelukkig op zijn beurt weer de vrijheid om er niet naar te luisteren en ze te negeren.
Toen ik vroeger wel eens met plaatsvervangende schaamte naar Paul de Leeuw keek als hij in zijn show weer eens iemand compleet voor lul zette, vond ik dat drie keer niks. Ten koste van alles en iedereen grappig willen zijn ter meerdere eer en glorie van je eigen ego noem ik laag en een vorm van pestgedrag. En o wee als een gast het een keer waagde om de bal terug te kaatsen en iets kritisch over de heer De Leeuw te zeggen want dan was het huis te klein. Dan reageerde Paul zeer gepikeerd als een verongelijkt kind en kon je merken dat zelfkritiek niet tot zijn sterkste punten behoorde. Wel kunnen uitdelen, maar niet kunnen incasseren; ik heb daar helemaal niks mee. 
 

Beledigen op sociale media

Toch voel ik me bevoorrecht te leven in een land waarin types als Paul de Leeuw de vrijheid hebben om hun ongezouten en soms grove meningen en grappen te kunnen verkondigen. Of ik dit leuk en grappig vind, is daarbij totaal irrelevant. En - heel belangrijk - dat zou echt geen fractie relevanter mogen worden naarmate ik meer status en macht zou hebben. Want is dat juist niet een van de belangrijkste pijlers van een beschaving: het gelijk behandelen van iedereen (retorische vraag)?
Waarmee ik meteen terechtkom bij de volgende gevoeligheid van mijnheer Erdogan: de sociale media. Laten we eerlijk zijn: als wij elk persoon dat op de sociale media anderen aan het beledigen is voor de rechter zouden mogen slepen met een kans op een veroordeling, dan is het einde zoek. Dan komen we behalve juristen en gevangenissen vooral heel veel tijd tekort om ons nog met andere, meer zinvolle zaken bezig te houden.
 

Some are more equal than others

Waarom dan toch Erdogan zich geroepen voelt om een ieder die hem beledigt dwars te zitten en liefst achter tralies te krijgen, kunnen we niet alleen wijten aan de te verwachten arrogantie en zelfingenomenheid van een dictator.
Zelfs in het o zo vrije en tolerante Nederland kom je nog steeds wetten tegen die totaal achterhaald zijn omdat ze stammen uit een tijd waarin men nog oprecht dacht dat “some are more equal than others” (George Orwell : Animal Farm - 1945), maar waarop Erdogan als hij het wil nog wel degelijk een beroep kan doen.
Zo was het incident tussen Erdogan en Jan Böhmermann nodig om vanuit de politiek eindelijk met een voorstel te komen om het Nederlandse wetsartikel dat het beledigen van een bevriend staatshoofd strafbaar stelt, af te schaffen. Iets waar men wellicht beter al in de jaren dertig aan had kunnen denken alvorens drie Nederlanders te veroordelen voor het beledigen van bevriend staatshoofd Adolf Hitler...
 

Tenenkrommend woord: majesteitsschennis

Overigens zou ik voorstellen om als je eenmaal bezig bent meteen in één moeite door het verbod op majesteitsschennis (een tenenkrommend woord dat in deze tijd echt niet meer zou moeten bestaan) te schrappen. Want hoe kun je in godsnaam verantwoorden dat er binnen een beschaafde democratie waarin iedereen gelijk is, wetten bestaan die die gelijkheid onmiddellijk onderuit halen door het maken van een onderscheid tussen de behandeling van hoogwaardigheidsbekleders en die van de “gewone” burgers (opnieuw een retorische vraag)? 

Arrogante blaaskaak

Waar de grenzen van de vrijheid van meningsuiting liggen, zal per individu verschillen. Mijn grenzen strekken zich in elk geval behoorlijk ver uit, maar ze zijn er wel. Wellicht kom ik er nog een andere keer uitvoerig op terug. Het onderwerp blijft er actueel genoeg voor.
In elk geval ben en blijf ik blij dat ik leef in een land waar ik gewoon mag zeggen dat ik Erdogan - net als alle dictatoren in deze wereld - een ontzettende arrogante blaaskaak vind.










Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Nederlandse filosofische helden: Coornhert en Spinoza
 

zaterdag 21 februari 2015

174. Zonder mijn kinderen had ik mezelf nooit gekend

Privé - Familie - Humor



Toeval

Ik ben een vader/co-ouder van drie kinderen. Kijkend naar mijn leven aangevuld met mijn heilig geloof in de factor toeval besef ik goed dat het net zo goed anders had kunnen verlopen. Voor hetzelfde geld was ik nu misschien ook een alleenstaande man geweest, maar dan wel eentje zonder kinderen.


Ook wel praten genoemd

Ik ben echter heel blij dat ik kinderen heb gekregen.
Nou kan ik als reden hiervoor een prachtig verhaal gaan ophangen vol met al die (ware) clichés over de schoonheid van het ouderschap. Dat ik geniet als zij genieten, dat ik de leukste kinderen van allemaal heb, dat het allemaal nog leuker wordt naarmate ze ouder worden, dat ik elk moment met ze moet koesteren omdat de tijd zo snel voorbij gaat etc.
Ja, kijkend naar mijn kinderen gaat de tijd inderdaad snel. Maar om nou te zeggen dat het er steeds leuker op wordt naarmate ze ouder worden? Niet voor niets roep ik wel eens dat ik terugverlang naar die goede oude tijd dat mijn kinderen nog baby, peuter of kleuter waren. Bijvoorbeeld als ik foto’s van vroeger bekijk (ik klink haast als een of ander sentimenteel wijf). Ach ja, die goede oude tijd waarin ik nog de illusie had dat ik enige invloed op ze had. Of dat ik nog op de ouderwetse manier met ze in contact kon komen (ook wel praten genoemd) zonder ze daarvoor eerst te hoeven whatsappen.
 

Egoïstische reden

Nee, afgezien van de leuke kanten die mijn kinderen heus wel hebben en laten zien in de periodes tussen de fases in waarin ik ze liever achter het behang plak, heb ik nog een hele goede, egoïstische reden om blij met ze te zijn. Zonder mijn kinderen had ik mezelf nooit gekend. Dan was ik uiteindelijk onwetend doodgegaan en had ik daarboven van God moeten horen dat ik vooral door mijn dikke onvoldoende voor het vak zelfkennis helaas was gezakt voor mijn toelatingsexamen tot de hemel en dus niet binnen mocht treden. Dacht je jezelf altijd goed te hebben gekend, krijg je opeens van God te horen hoe je écht was. Hoe vernederend.
Als ik mijn kinderen zie, zie ik simpel gezegd een beetje van mezelf, een beetje van hun moeder en een beetje van hen zelf. Dat laatste gebeurt vooral als ik irritante eigenschapen van ze met geen mogelijkheid bij mijn ex-vrouw kan plaatsen en ik de makkelijke conclusie trek dat ze die dan blijkbaar van zichzelf moeten hebben.
 

Alles van A tot Z zelf bedacht

Mijn dochter had onlangs haar verjaardagspartijtje waarvan ze van tevoren precies wist hoe die eruit zou moeten komen te zien. Eerst zou ze samen met haar vriendinnetjes koekjes bakken bij haar moeder en van daaruit zou dan een speurtocht beginnen richting mijn huis waarna ze met een deel van de meidengroep bij mij nog een slaapfeestje zou gaan houden. Ondanks dat ik mijn dochter door en door ken, ontstaat er tussen ons soms frictie op een manier waarvan ik later met mijn stomme naïeve kop bedenk dat ik dit natuurlijk al lang van tevoren had kunnen zien aankomen.
Ook nu gebeurde dat. Ik zou de speurtocht gaan maken en het leek mij wel handig om daarover eerst kort overleg met mijn dochter te voeren. Helemaal mis natuurlijk. Dan moet je net mijn dochter hebben. Ze had alles al van A tot Z zelf bedacht. Van de vragen en opdrachten tot aan het geheime woord dat de meiden aan het eind moesten raden om de speurtocht te kunnen winnen.
Ik probeerde haar eerst nog heel lief duidelijk te maken dat het voor haar toch leuker zou zijn om op haar eigen verjaardag aan haar eigen speurtocht mee te kunnen doen in plaats van alleen maar toe te kijken hoe haar vriendinnen het er af brachten met haar vragen en haar opdrachten. Een typische opmerking van een verstandige man in zijn beste jaren (gepikt van “Karlsson” van Astrid Lindgren). Maar mijn dochter zag dat anders. Binnen de kortste keren maakte ze ruzie en riep ze me moe en huilend toe dat ik haar helemaal niet begreep.


God's zoete wraak

Mijn dochter doet me op dit punt erg denken aan haar oudste broer. Beiden zaten ooit op tennis en beiden waren er al van af goed en wel voordat hun vader zijn succesvolle carrière als toptenniscoach was begonnen en hij zich afvroeg wat hij straks met al die miljoenen zou gaan doen.
Niets, helemaal niets namen ze van mij aan als ik ze een keer tips gaf tijdens een tennislesje van mij. Alles wat ik zei, deugde niet. Of het advies was fout. Of ik zag niet dat ze al lang deden wat ik hen adviseerde. Of ik moest niet zo zeuren en gewoon de bal overslaan zonder het spel steeds te onderbreken met irritante tips.
Ik moest denken aan al die mensen die mij gedurende mijn leven ooit eigenwijs hadden genoemd. Hadden die allemaal dan misschien toch een punt gehad en was het slechts God’s zoete wraak om mij nu met dit soort stronteigenwijze kinderen op te zadelen? Was ik al die tijd met mijn kinderen slechts bezig geweest met het kijken in een spiegel? Of bestond er toch ergens nog de mogelijkheid om ook dit af te schuiven op hun moeder of op het eigen(wijze) karakter van mijn kinderen zelf?
 

Belachelijk groot succes

Zoals Ivo Niehe zou zeggen, was de speurtocht een belachelijk groot succes. Ondanks de vooraf gegeven mededeling van mijn dochter dat ze er weinig vertrouwen in had als ze het aan mij zou overlaten. Alle meiden waren vrolijk en blij en één lieve vriendin van mijn dochter kwam mij aan het eind zelfs vertellen dat ze de speurtocht zo ontzettend leuk had gevonden.
Niet dat mijn dochter achteraf naar me toekwam om toe te geven dat ze zich had vergist en ze me alsnog hartelijk bedankte voor het geslaagde feestje. Al hoef ik haar daarvoor alleen maar aan te kijken om te weten dat het wel goed zat. In dat opzicht lijkt ze weer erg op haar moeder. Ook die liet zich nooit kennen en beet liever haar tong af dan dat ze sorry zei. En ook zij vond het nooit nodig om op incidenten terug te komen. Net als bij mijn dochter moest ik later maar zelf uit de non-verbale houding van mijn ex-vrouw opmaken of ze ergens spijt van had of niet.
 

Geen hoogte krijgen

De hockeycoach van mijn dochter vroeg me laatst of ik een tip had over hoe ik mijn dochter het best kon benaderen. Alle hockeymeisjes namen adviezen van hem aan, maar van mijn dochter kon hij maar geen hoogte krijgen. Hij wilde weten wat er in dat koppie omging en of zijn tips wel tot haar doordrongen. Ik zei dat ik hem een hand kon geven, aangezien dat typerend was voor mijn dochter. En voor haar moeder. Al zei ik dat laatste wijselijk niet. Ik dacht het hooguit.
 

Ironische humor

Ik denk dat als je eigenwijs juist definieert en dus niet verwart met koppigheid (zie column 4), je kunt stellen dat mijn kinderen hun eigenwijsheid meer van mij hebben en hun koppigheid meer van hun moeder. Toegeven dat ik ongelijk heb, kan ik prima. Tenminste als dat zich een keer mocht voordoen. In dat geval denk ik wel dat ik er geen moeite mee zal hebben.
Ondanks het gesloten karakter van haar moeder voel ik met mijn dochter een hechte band. En behalve onze eigenwijsheid hebben we nog meer overeenkomsten. Zo hoor ik dat haar juf en vriendinnen mijn dochter verbaal soms heel gemeen vinden. Waarbij ik meteen weet hoe dat komt: door haar van mij geleerde ironische humor die, sorry maar waar, vooral voor vrouwen nogal verwarrend kan zijn.
 

Briljante adviezen

Ook aan het einde van de speurtocht zag ik nog een overeenkomst. Mijn dochter was chagrijnig omdat haar groep het geheime woord niet had geraden en dus verloren had. Ik vertelde haar dat mijn ouders voor mijn verjaardag ook ooit een speurtocht hadden gemaakt, maar dat ik had geleerd hoe ik moest omgaan met niet tegen mijn verlies kunnen. “Hoe dan?”, vroeg ze. “Door nooit te verliezen schat.”
Dat ik me niet kon herinneren dat ik boos geworden was tijdens die verjaardag kon alleen maar betekenen dat ik die speurtocht gewoon gewonnen had. Soms is de oplossing zo simpel.
Briljante adviezen geef ik toch, al zeg ik het zelf. Onbegrijpelijk dat zelfs mijn eigen dochter zo stronteigenwijs is dat ze dat niet inziet...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

Een van de vragenlijsten van de speurtocht (foto: Tonko)
 

zondag 4 januari 2015

169. Hoeveel ware vrienden heb ik eigenlijk?

Actualiteit - Liefde/Vriendschap

 




Komen en gaan

Tja, hoeveel ware vrienden heb ik nou eigenlijk? De vraag van filosoof Lammert Kamphuis zette me even aan het denken. Afgezien van de definitie die Aristoteles aan het begrip “ware vriendschap” gaf, heb ik zelf natuurlijk ook een beeld van hoe een ware vriend eruit ziet en aan welke voorwaarden hij in mijn ogen moet voldoen. Tijdens het opsteken van de handen ging ik in elk geval veilig mee met het meest gegeven antwoord binnen én buiten de zaal: één tot drie ware vrienden (wat dus gemiddeld blijkt te zijn).
Toch ben ik op dit punt enorm veranderd ten opzichte van vroeger. Daar waar ik vroeger lang over deze vraag zou hebben nagedacht en gefilosofeerd, doe ik dat niet meer. Door mijn eigen ervaringen aangevuld met wat ik om mij heen zie, ben ik tot de nuchtere conclusie gekomen dat relaties en vriendschappen meer op elkaar lijken dan ik altijd dacht. In die zin dat beide in het leven regelmatig komen en gaan (voor de een wat meer dan voor de ander).
Of je nu een relatie of een vriendschap hebt, je weet toch nooit zeker of je die over tien of twintig jaar nog steeds zult hebben. Het kan, maar het kan ook niet. Hoe “waar” een relatie of vriendschap ook lijkt en aanvoelt, krijgt niemand garanties in het leven. Mensen veranderen, belanden in andere fases in hun leven, krijgen andere behoeften etc. Dus als er al een ware vriend of partner bestaat, dan is het maar de vraag voor hoe lang dat zal zijn.
 

Persoonlijke zaken

Nee, uiteraard bestaat de perfecte vriend evenmin als de perfecte partner. Wie een partner of vriend vindt die aan al zijn voorwaarden voldoet, mag zich in zijn handen knijpen of - verstandiger - in zijn wang om te kijken of hij niet toevallig droomt.
Als ik naar de vrienden kijk die ik tot nu toe in mijn leven heb gehad, kan ik concluderen dat ik in elk geval met allemaal goed en open heb kunnen praten over persoonlijke zaken, wat voor mij toch voorwaarde nummer één van een goede vriendschap is. 


Humor

Alhoewel humor daarna op de tweede plaats komt, zie ik daar al meteen de eerste verschillen. Ondanks dat al mijn vrienden mijn droge, ironische, soms cynische humor wel (her)kenden - anders zou het sowieso niet hebben gewerkt - had de een toch meer mijn humor dan de ander. Maar omdat humor zo persoonlijk is, houd je dat toch altijd.
Mensen en humor deel ik trouwens altijd in tweeën in. Je hebt 1. De mensen die meer om anderen lachen dan dat ze anderen aan het lachen maken en 2. De mensen die meer anderen aan het lachen maken dan dat ze om anderen moeten lachen. Binnen vriendschappen kunnen beide categorieën vertegenwoordigd zijn, wat dan ook voor een mooi evenwicht kan zorgen.
Niet om op te scheppen maar gewoon omdat het waar is, hoor ik duidelijk tot de laatstgenoemde categorie en die rol neem ik binnen al mijn vriendschappen ook duidelijk in. Zelf ken ik helaas (te) weinig mensen waar ik ontzettend om kan lachen, al zal dat natuurlijk ook een hoop over mij en mijn blijkbaar selectieve gevoel voor humor zeggen.
En hoe ontzettend doodzonde ik dat ook vind, zijn de mensen waarom ik hard moet lachen gek genoeg vrijwel nooit vrouwen. Ik vind mannen gemiddeld gewoon grappiger dan vrouwen. Een vrouwelijke cabaretier waar ik enorm hard om kan lachen, ken ik bijvoorbeeld niet. De vraag waar dat precies aan ligt, is een interessante waar ik het antwoord nog niet op heb. Wel heb ik een paar vermoedens. Ik heb behoorlijk ironische, sarcastische, soms zelfs cynische en grove humor en mijn persoonlijke ervaring is dat vrouwen dat gemiddeld genomen minder waarderen of soms zelfs ("sorry") minder doorhebben. Wie een betere verklaring heeft (dat zal waarschijnlijk dan 
wel weer een man zijn): laat het alsjeblieft weten!
 

Filosofische gesprekken

Kijk ik bij mijn vrienden verder naar gemeenschappelijke hobby’s dan kan ik al definitief de conclusie trekken dat ik in mijn leven nog nooit iemand heb ontmoet die aan alle “voorwaarden” voldeed.
Zo houd ik zelf bijvoorbeeld enorm van filosofische gesprekken, maar filosofische mensen/vrienden liggen niet bepaald voor het oprapen. Laat staan een filosofische vrouw. Het lijkt warempel wel  alsof ik iets tegen vrouwen heb, maar dat is absoluut niet waar: ik zou er dolgraag op eentje verliefd willen worden...
Over spirituele vrouwen daarentegen struikel ik. Maar daarmee loop ik het risico bijvoorbeeld in discussie te gaan over de vraag of spiritualiteit wel samengaat met kwantumfysica (= wetenschap) of dat je het dan toch echt kwantummystiek (= geloof; net als spiritualiteit) moet noemen. Wat mij laatst op een datingsite overkwam met een spirituele vrouw, die zei ervan te houden om door een man te worden uitgedaagd. Iets wat je tegen mij geen twee keer hoeft te zeggen. Ik ben gek op (over en weer) uitdagen, prikkelen en (speels) provoceren! Helaas vond ze mijn uitdagende reactie blijkbaar toch iets teveel van het "goede", want ik heb nooit meer iets van haar gehoord. Tja, zeg dan alsjeblieft niet dat je graag wil worden uitgedaagd hè...
 

Kwetsbaarheid

Nee, waarom ik zowel in real life als in de digitale wereld noch de ideale vriend noch mijn ideale vrouw ben tegengekomen, is wel verklaarbaar. Overeenkomsten zag ik wel, maar zeker afgezet tegen mijn zeer (zelf) kritische en idealistische houding gewoon te weinig om te kunnen spreken van een perfecte match.
Wel heb ik in de loop der tijd iets gemeenschappelijks ontdekt bij een aantal mensen waarmee ik een klik voelde. Iets waarmee ik terugkom op de aanleiding om dit tweeluik over vriendschap te schrijven: de mededeling van de man uit mijn filosofiegroep dat zijn meeste vrienden mensen zijn die een beetje aan de rand van de maatschappij leven (zie deel 1: column 168).
Deze rode draad kan het best in één woord worden samengevat: kwetsbaarheid. Diverse mensen waarmee ik een klik vormde, bleken dermate kwetsbaar te zijn dat dit leidde tot bijvoorbeeld chronische lichamelijke en psychische klachten, depressies, burn-outs en (mede daardoor) afkeuringen voor werk.
 

Toeval

Ondanks dat ik als geen ander overtuigd ben dat toeval niet alleen bestaat maar ook heel veel voorkomt, is daar in dit geval minder sprake van. Ik wijk af, dus wijken veel van de mensen waar ik mee klik ook af, dus zijn zij en ik vanzelf ook kwetsbaarder dan gemiddelde mensen als het gaat om ons staande te houden in, en aan te passen aan onze maatschappij, dus leidt dit sneller tot psychische en fysieke problemen op het gebied van werk, vriendschappen en relaties, met alle vervelende gevolgen van dien. Een conclusie die een (slim) kind nog kan trekken. 
 

Opgenomen

Het meest opvallende voorbeeld hiervan draait om een lieve, gevoelige, slimme, belangstellende oud-collega van me waarmee ik jaren geleden op het werk heel goed klikte.
Vrijwel nooit heb ik een bijzondere klik gevoeld met een collega, maar met haar had ik dat dus wel. Wat nog eens versterkt werd door haar zeer aantrekkelijke en voor mij zeer vleiende eigenschap om veel complimenten te geven. Althans dat deed ze bij mij. In de twee jaar dat ik haar meemaakte, ontving ik meer complimenten dan ik in de rest van mijn leven bij elkaar heb gehad volgens mij. Nou zou je kunnen denken dat zij dat wellicht bij iedereen deed vanuit een soort pleasegedrag, maar dat gevoel had ik in elk geval niet (tenzij ze echt een uitmuntende actrice was...).
Zij zag eigenschappen in me waarvan ik diep in mijn hart ook wel vond dat ik ze in me had, maar die (zeker op het werk) niemand om me heen zag of in elk geval nooit hardop tegen mij uitsprak. Zo was zij bijvoorbeeld de eerste in mijn leven die mij “gepassioneerd” noemde, wat ik prachtig en geruststellend vond om te horen. Want ja, er zit zeker passie in me. Alleen zat ik helaas nooit op de juiste (werk)plek om die te kunnen etaleren. Belangrijkste oorzaak: een stuitend gebrek aan zelfkennis.   
Na mijn ontslag verwaterde het contact met deze vrouw echter toch. Waar ik in de fase van werkloosheid in crisistijd terechtkwam, kreeg zij kort na elkaar twee kinderen en leek zij in de fantastische huisje-boompje-beestje fase te zijn aanbeland.    
Afgelopen jaar kreeg ik echter toevallig van een andere ex-collega te horen dat het helemaal niet goed met haar ging en dat ze al een tijd niet meer werkte. Toen ik contact met haar opnam, bevestigde ze dat kort in een mail en vertelde ze me zelfs dat ze voor vijf maanden zou worden opgenomen in verband met psychische en lichamelijke klachten.
Aan de ene kant was ik onaangenaam verrast, maar aan de andere kant verbaasde het me ook weer niet. Dat iemand waarmee ik een goede klik voelde opeens lange tijd opgenomen werd, paste ook wel weer in het patroon dat mij al eerder was opgevallen. Behalve lief was ze ook vreselijk eerlijk en integer en dan ben je in de wereld van werk en bedrijven automatisch kwetsbaar voor oneerlijke, politieke spelletjes. Ik kan erover meepraten.  
Inmiddels zijn die vijf maanden voorbij en zou ze alweer “vrij” moeten zijn, maar ze heeft nog niet op mijn mails gereageerd. Dus ik kan alleen maar hopen dat de behandeling heeft geholpen en het beter met haar gaat.
 

Kluizenaars en zwervers

Ja, de nieuwe man uit mijn filosofiegroep begrijp ik heel goed. Ik acht het bijvoorbeeld ook niet ondenkbaar dat ik met zonderlinge “Showroom-achtige” (voor wie dit televisieprogramma nog kent: je bent oud!) kluizenaars en zwervers wel eens de meest boeiende gesprekken zou kunnen blijken te voeren, eenvoudigweg omdat ik met hen veel meer overeenkomsten vertoon dan met een gemiddelde bankmanager of advocaat.
Misschien moet ik ook maar eens een gesprek aangaan met die vriendelijke Afrikaanse man die altijd bij de Albert Heijn daklozenkranten verkoopt en die ik af en toe vijftig eurocent geef. Als hij tot de meest interessante mensen in en rondom die supermarkt blijkt te horen, kijk ik niet gek op. 

En als ik over een aantal jaren zijn plek overneem trouwens ook niet... 




Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 




donderdag 4 september 2014

150. Een blinde cabaretier is beter dan niets

Privé - Columnist - Top Tien columns

 



Columnist moet het worden

Achtenveertig jaar heb ik er voor moeten worden, maar nu weet ik eindelijk wat ik later wil worden als ik groot - of op mijn leeftijd kan ik misschien beter zeggen dood - ben: columnist.
Een maatschappijkritische of moralistische cabaretier die de mensen aan het denken zet, leek mij ook wel wat (zie ook column 19). Maar afgezien nog van mijn leeftijd weet ik al dat dat het niet gaat worden. Een beetje een kwestie van liever de lusten dan de lasten. Succes bereiken oké (graag zelfs) maar dan liever in alle anonimiteit ergens op de achtergrond dan midden in de belangstelling op een podium. Bovendien lijkt het creatieve proces waarin je het cabaretprogramma schrijft me weliswaar geweldig, maar om dat vervolgens dan een paar honderd keer te gaan uitvoeren. Nee, dat is niet bepaald mijn ding. Dan wordt het opeens weer werk hè… 
Columnist, dat moet het dus worden. Als je door schade en schande erachter bent gekomen dat je voor reguliere banen blijkbaar te kritisch, non-conformistisch, provocerend, eigenzinnig en eigenwijs bent dan doe je er beter aan om iets anders te gaan doen. En dan bij voorkeur iets waar genoemde eigenschappen als kwaliteit worden gezien in plaats van als last. Want op de een of andere (naïeve?) manier blijf ik erin geloven dat die plekken ergens bestaan.
 

Pure wanhoop

Ik weet nog dat ik een keer na mijn laatste ontslag uit pure wanhoop via een uitzendbureau had gereageerd op een functie voor bewaker bij Schiphol. De man die het gesprek afnam, keek naar mijn eerlijke, niet/nooit voor de functie aangepaste CV met het profiel van een creatieve, filosofische man en stelde me slechts twee vragen: “Hoe sta jij tegenover regels?” en “Wat denk jij uit deze baan te halen?”
"Regels moet je altijd kritisch bekijken, want vaak voldoen ze niet (meer) of zijn ze slecht geformuleerd of slaan ze eigenlijk gewoon nergens op. Het enige wat ik hieruit hoop te halen is geld, ook al weet ik dat het niet veel is."
Dat is wat ik dacht. Maar zonder het hardop te hoeven uitspreken, maakte mijn uitstekende non-verbale communicatie een mooie vertaling van de onzin die ik wel uitkraamde. Binnen een paar minuten stond ik weer buiten.
 

Kwantiteit boven kwaliteit

Oké, dus het enige wat ik nu hoef te doen is solliciteren op een mooie vacature voor een columnist met de geruststellende gedachte dat in dit geval afwijken en mezelf zijn wél als pluspunten zullen worden gezien. Een kind kan de was doen.

Rest één klein probleempje: zie jij een vacature voor columnist, zie ik ‘m?

Ja hoor, heb ik weer: weet ik na al die jaren eindelijk wat ik wil worden, blijkt het geen regulier beroep te zijn. Sterker nog: het is maar de vraag of columnist überhaupt een beroep is. Zo een waarvan je kunt rondkomen bedoel ik dan.
Wat mijn kansen betreft had ik beter BN’er kunnen worden. Zonde dat ik als puber na het stelen van wat snoepjes in de supermarkt niet op het criminele pad ben verdergegaan. Voor hetzelfde geld was ik nu een top- én knuffelcrimineel a la "de Neus" Willem Holleeder geworden (of desnoods zijn corrupte advocaat), werd ik door Twan Huys voor “College Tour” gevraagd en kon ik als goedbetaalde columnist aan de slag voor een of ander flutblad.
Meedoen aan een columnwedstrijd dan maar en hopen dat ik a. talent blijk te hebben en b. deze hier wordt ontdekt? Mooie maar naïeve gedachte, want wie zo’n wedstrijd wil winnen heeft meer aan talent in netwerken dan aan talent in schrijven.
“Liken” en vooral “Geliked” worden, daar draait het in deze tijd allemaal om. Zelfs voor mijn dochter van elf geldt dat als ze de National Geographic Junior fotowedstrijd wil winnen ze zoveel mogelijk “likes” voor haar foto moet zien te verzamelen anders is ze kansloos. Kwantiteit boven kwaliteit.
 

Mezelf verkopen

Sinds kort probeert een vriendin mij een beetje te leren hoe ik mezelf moet verkopen door al mijn gêne opzij te zetten in het maken van contacten via Facebook en Twitter.

“Ken je hem?”
“Nauwelijks.”
“Nauwelijks is goed genoeg; klikken maar.”
“Contact met Hans Sibbel (Lebbis) lijkt me ook wel wat. In zijn moralistische betogen herken ik een hoop. Volgens mij zou hij mijn columns wel waarderen.”
“Helaas, met Lebbis kun je niet linken. Ken je geen andere cabaretiers?”
 

Vincent Bijlo

Ik moest aan Vincent Bijlo denken.
Heel veel jaren geleden hadden we het op mijn toenmalige werk een keer over cabaretiers en liet ik los dat ik de bekende blinde cabaretier Vincent Bijlo van vroeger kende. Mijn moeder kende zijn moeder en de tweelingzus van Vincent raakte bevriend met mijn zus.
Ik werd hard uitgelachen want niemand kende hem. Nog jarenlang circuleerde op kantoor de grap dat ik de "o zo beroemde" blinde cabaretier Vincent Bijlo kende waar verder niemand van had gehoord. Totdat op een dag Vincent definitief doorbrak en het mijn beurt was om te lachen.

“Ja, hem kun je wel een contactverzoek sturen. Blijkbaar zitten blinden ook op Facebook” “Oké, doe maar. Een blinde cabaretier is beter dan niets.”
 

Sympathieke vent

Nog steeds is mijn netwerk niet van het niveau dat ik er wedstrijden mee zal winnen. Maar tot mijn verrassing accepteerde de inmiddels beroemde Vincent Bijlo mijn contactverzoek en stuurde hij zelfs een aardig mailtje terug.
Ik zag hem vrijdag nog op de televisie; echt een leuke, sympathieke vent met humor. Hij mocht voor het programma twee dagen en één nacht iemand meenemen. Een collega BN’er uiteraard. Blind of niet, maar de slimme Vincent koos voor Katja Schuurman. Soms zal de vrouw van Vincent blij zijn met de blindheid van haar man en dit was weer zo’n moment. 
Vincent leidde Katja rond in de omgeving van Bussum waar hij is opgegroeid (net als ik en onze Youp, om maar een mooi rijtje BB'ers - Beroemde Bussumers - op te noemen). In het theater ’t Spant! was zijn interesse voor het theater geboren, vertelde hij Katja. Door de verplichte koffieconcerten op zondag.
Ik ken ze. Een paar keer ben ik met zulke koffieconcerten mee geweest met mijn ouders en zus en Vincent’s ouders, tweelingzus en oudere broer. Vooral bij Vincent en zijn eveneens blinde broer sloegen de klassieke concerten aan. De broers klapten soms enthousiast tussen de delen van een symfonie. Alsof ze niet aan het publiek konden zien dat dat helemaal niet de bedoeling was of zo. De broertjes Bijlo werden beiden ook goede muzikanten. Tot groot verdriet van mijn muzikale moeder gold dat niet voor mijn zus en mij. Wij zaten alleen maar braaf te wachten op de cola tijdens de pauzes.
Een blauwe maandag heb ik nog pianoles gehad van een leraar die steeds verveeld met een potlood in zijn navel zat te peuteren terwijl ik speelde en hij constateerde dat ik weer niet had gestudeerd. Mijn carrière als concertpianist was al voorbij voordat die goed en wel begonnen was.
Bij Vincent lag het anders. Hij ontdekte toen al wat hij later wilde worden. Zelfs blinden zijn daarin sneller dan ik.
 



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 
Vincent Bijlo op promotiefoto voor zijn laatste voorstelling "Enkeltje Mars"


Top Tien columns 100-150 (deel 2, voor deel 1 zie column 100) 

Over mezelf verkopen gesproken: naar aanleiding van mijn honderdvijftigste column heb ik opnieuw tien columns geselecteerd (uit mijn columns 100-150) waarover ik tevreden ben en die wellicht leuk zijn voor lezers die ze nog niet kennen. Reacties zijn altijd welkom!

2.   E-woord

zaterdag 7 juli 2012

19. Humor is ook een kwaliteit!

Privé - Familie - Humor - DNA en genen - Filosofie - Werk



Mijn zoon heeft mijn humor

“Met jouw humor kun je cabaretier worden” zei de juf tegen mijn zoon na zijn optreden tijdens de bonte avond van het schoolkamp. Behalve dat ze om hem moest lachen, doelde ze hiermee op het feit dat hij niet lachte om zijn eigen grappen.
Mijn zoon heeft mijn humor zeg ik niet zonder trots. Dat zie ik al jarenlang, maar onlangs trok hij die conclusie zelf ook. “Ik merk dat ik meer jouw humor heb dan die van mama.” Leuk om te horen en niet erg voor mama, want zijn moeder heeft weer andere kwaliteiten. Althans daar ga ik voor het gemak maar even van uit... Over humor gesproken. Nee hoor, dat is iets wat ik sowieso regelmatig benadruk naar mijn kinderen toe. Sommige kwaliteiten hebben ze van mama en andere van mij en de rest (er blijft gelukkig genoeg over) hebben ze van zichzelf.


Ongeschreven blad

Zelf geloof ik erg in de werking van genen. Kijk maar naar een willekeurig kind en zijn ouders en je ziet een heleboel overeenkomsten. Al is dat in de wetenschap zo langzamerhand steeds minder een geloof als wel een feit. De “nature” lijkt het daarin steeds meer te winnen van de “nurture”.
Het is haast onvoorstelbaar te bedenken dat veel mensen in navolging van filosofen als Aristoteles, Thomas van Aquino en John Locke, nog in de jaren zestig dachten dat een kind als een ongeschreven blad ("tabula rasa" = effen, lege plank) op de wereld kwam.
Kijkend naar mijn kinderen wordt mijn “geloof” in genen met de jaren ook steeds sterker. Waar ik vroeger bijvoorbeeld dacht dat mijn oudste zoon vooral op mij leek, zie ik bij hem nu ook steeds meer eigenschappen en kwaliteiten van zijn moeder terug. Wat mede verklaart waarom wij af en toe met elkaar botsen en ik daarbij patronen herken vanuit mijn gestrande huwelijk met zijn moeder/mijn ex. Niet vreemd en helemaal niets mis mee, want zo hoort het natuurlijk ook: kinderen zijn het "product" van twee ouders en zullen daarom altijd iets van beiden in zich hebben.
 

Je moet meer je humor gebruiken

Maar de humor heeft mijn (jongste) zoon dus van mij en ik vertelde hem dat hij dit compliment van zijn juf moest onthouden. “Humor is ook een kwaliteit! Vergeet dat nooit!” sprak ik hem plechtig toe.
Ik spreek uit ervaring, want lang geleden zei iemand ooit hetzelfde tegen me tijdens een sollicitatietraining: “Jij moet veel meer je humor gebruiken, want dat is een kwaliteit van je”. Ik had beter moeten luisteren naar die man, want eigenlijk heb ik met dit advies te weinig gedaan. Eén gebeurtenis schiet me te binnen waarbij ik mijn humor wél goed heb gebruikt.
 

Dertien-in-het-dozijn toespraakjes

Jaren geleden moest ik een toespraak houden op mijn werk. Tijdens de presentatie van een project waarvoor elke afdeling één spreker moest “aanleveren”. Ik was dus de gelukkige namens mijn afdeling. De dag voor de presentatie hadden alle sprekers een generale repetitie. Hierbij oreerden we allemaal onze dertien-in-het-dozijn toespraakjes aan elkaar om er zeker van te zijn dat er zich straks niemand per ongeluk zou vermaken tijdens de presentatie.
Die avond lag ik in mijn bed erover na te denken en ik was niet bepaald tevreden. Ik heb zelf niets met al die cliché toespraakjes. De gemiddelde zakelijke speech vind ik saai en nietszeggend met een hoog interessantdoenerijgehalte.
Slaapverwekkende, inhoudsloze woorden als resultaatgericht, flexibel, innovatief, dynamisch en proactief vliegen je om de oren en geven je een dankbaar gevoel dat je in elk geval twee van deze organen hebt. Inderdaad: één voor "in" en één voor "uit". Niet voor niets kom je dit soort woorden, behalve in vrijwel elke vacature, vooral tegen in elke taalergernis top tien.
Een boeiende speech houden is een kunst die maar zeer weinig mensen beheersen. Maar wellicht ben ik heel kritisch. Ik ben zelfs vaak niet onder de indruk van sprekers waar veel mensen wel enthousiast over zijn. Zo had Adolf Hitler toch echt een probleem gehad als iedereen zo op zijn speeches had gereageerd als ik dat zou hebben gedaan. Had een Wereldoorlogje gescheeld en pakweg 55 miljoen doden.
 

Mijn beste prestatie

Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte dat ik het anders wilde gaan doen. Overigens ook een kwaliteit van me waar ik me altijd te weinig bewust van ben geweest: anders zijn. Wil iemand mijn aandacht trekken en vasthouden bij een toespraak dan zal hij behalve een goed verhaal ook humor moeten gebruiken. Dus die nacht bedacht ik nog even snel een nieuwe toespraak mét humor.
Eind van het verhaal is dat ik de volgende dag mijn praatje hield en ik in mijn leven nog nooit zoveel complimenten heb gekregen als voor die tien minuten. Of dat een goed of slecht teken is, laat ik even in het midden.
Wel is het veelzeggend dat ik deze speech beschouw als mijn beste prestatie in de bijna tien jaar dat ik daar heb gewerkt. Niet omdat het me in mijn werk veel heeft opgeleverd (sterker, anderhalf jaar later was ik er gewoon ontslagen). Niet omdat de speech zo briljant was of zo. Ik hield me in en het had allemaal veel losser en beter gekund. Maar vooral omdat het voor mezelf een soort overwinning was en een les die ik weliswaar al lang kende maar nog veel te weinig had toegepast: wees altijd jezelf. En geloof in jezelf.
Want behalve dat humor een kwaliteit van me is, is afwijkend en anders zijn dat ook. Alleen zit er helaas nog altijd een groot verschil tussen iets weten en het ook daadwerkelijk in de praktijk (durven) toepassen. Daarvoor heb je lef en zelfvertrouwen nodig. Kwaliteiten die ik zeker vroeger een stuk minder had, inmiddels gelukkig wel steeds meer heb maar die nog steeds voor verbetering vatbaar zijn.
Levensles zoveel voor mijn kinderen. Het rijtje wordt steeds langer. Met dank aan de juf waarvan mijn aankomende puberzoon misschien wel meer zal aannemen dan van zijn wijsneuzerige papa.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Afbeelding: Tonko