Posts tonen met het label Brein en bewustzijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brein en bewustzijn. Alle posts tonen

dinsdag 31 juli 2018

290. Oud worden en oud zijn is niet leuk

Privé - Familie/Gezin - Ouderdom - Dementie - Filosofie

 









Ouderdom komt met gebreken

Ouderdom komt met gebreken is vooral zo’n vreselijk cliché omdat het klopt als een bus. In mijn werk ontmoet ik regelmatig (zeer) oude mensen met uiteenlopende gebreken die mij meer dan eens toevertrouwen dat oud worden en vooral heel oud zijn niet leuk is. Voor het geval ik nog niet besef wat mij nog te wachten staat mocht ik net zo oud worden, zullen we maar zeggen. Wat meteen een van de redenen is om mij serieus af te vragen of ik niet ander werk moet gaan doen. Bijvoorbeeld met een doelgroep die nog optimistisch kan uitkijken naar de toekomst: kinderen en jongeren.
 

Mensonterend tafereel

Van de week moest ik voor de zoveelste keer weer aan het cliché denken toen ik met mijn hoogbejaarde moeder van 88 jaar op bezoek was bij mijn inmiddels zwaar demente oom van 75 die sinds kort permanent in een verpleeghuis is opgenomen.
Mijn oom is de vijftien jaar jongere broer van mijn in 2010 overleden vader die toen ook dementerende was. Daar waar mijn vader destijds nog het “geluk” had dat hij overleed op een moment dat hij ons nog herkende en er met hem nog vrij normale gesprekken konden worden gevoerd - en hij bovendien nog niet in een verpleeghuis was opgenomen (wat hij absoluut had gehaat) - heeft mijn oom dat geluk niet.
Met de voor mij bekende verwarde blik van een dementerend persoon was mijn oom continu in zichzelf aan het praten en vrijwel alles wat hij zei, raakte kant noch wal. Tegen beter weten in hoopte ik dat mijn tante nog wel ergens chocola kon maken van wat hij zei (als een ouder bij de brabbeltaal van zijn peuter), maar dat bleek niet zo te zijn.
 

Understatement van jewelste

Triest maar waar moet ik concluderen dat er van mijn ooit zo grappige, intelligente en scherpzinnige oom weinig tot niets meer over is. Dat ouderdom met gebreken komt, is in dit geval een understatement van jewelste.
Alle respect trouwens voor mijn tante. Waar mijn moeder het absoluut niet kon handelen dat haar man/mijn vader dementerende was (met als verzachtende omstandigheid dat ze, laat ik het zo zeggen, geen ideaal huwelijk hadden), zorgt mijn tante zonder enig geklaag in alle voor- en nu vooral tegenspoed voor mijn oom.
Zelfs in dit verpleeghuis wijkt ze het grootste deel van de dag niet van zijn zijde. Iets wat nog versterkt wordt door haar constatering dat de zorg in dit tehuis rampzalig is. Mede door het bekende personeelsgebrek in de zorg blijken ze daar de patiënten het grootste deel van de dag aan hun lot over te laten met alle voorspelbare onhygiënische situaties tot gevolg. Een mensonterend tafereel wat je niet in Nederland zou verwachten.
 

Dualisme lichaam versus ziel

Filosofisch gezien doet de situatie van mijn oom me meteen denken aan het dualisme van bekende filosofen als Plato, Aristoteles en Descartes, waarmee zij al eeuwen geleden onderscheid maakten tussen lichaam/materie en ziel/geest. Tot op de dag van vandaag gelooft een grote meerderheid van de mensheid nog steeds dat de mens bestaat uit een lichaam en een ziel, waarbij het lichaam op een dag doodgaat maar de ziel elders zal blijven voortbestaan. Zelf ben ik daarentegen meer een aanhanger van het fysisch monisme dat er van uitgaat dat alles wat is, bestaat uit materie.
Bij dementerende mensen zie ik voor mijn fysisch monistisch standpunt al een bewijs: de persoon die jij bent met al jouw goede en slechte karaktereigenschappen ligt vast in jouw brein (lees “Wij zijn ons Brein” van Dick Swaab). Als er wat in je brein verandert of beschadigt - door bijvoorbeeld een ongeluk of een ziekte als dementie - kan dat grote gevolgen hebben voor jouw hele persoonlijkheid. Een lief, zachtaardig persoon kan opeens veranderen in een vervelend en agressief persoon en vice versa. Materie bepaalt wie je bent.
Aanhangers van het dualisme zullen hier waarschijnlijk iets tegenin brengen in de richting van dat een mooie ziel door een ongeluk of ziekte nog steeds mooi is, maar dat dit niet meer “doorkomt” omdat er in het lichaam iets stuk is gegaan waardoor er ruis is ontstaan. Maar persoonlijk vind ik het nogal zwak om er wel van uit te gaan dat materie ogenschijnlijk iets stuk kan maken aan iemands persoonlijkheid, terwijl je er andersom geen rekening mee wenst te houden dat materie in staat is tot het mede (nature/genen én nurture) creëren van iemands persoonlijkheid.
Hoe je het ook wendt of keert is de wetenschap inmiddels al lang zover dat het bewezen is dat de persoonlijke eigenschappen die iemand heeft door een combinatie van erfelijkheidsfactoren (die vanzelfsprekend al een rol spelen vóór het moment van de geboorte) en nurture-omstandigheden zich genesteld en verder ontwikkeld hebben in bepaalde gebieden in de hersenen.
Daar waar vroeger wetenschappers verketterd werden op een moment dat ze durfden te beweren dat de hersens van zware criminelen toch echt significant anders waren dan die van een gemiddeld mens, weten we inmiddels gelukkig wel beter. Nee, we komen niet - zoals vroegere filosofen als Thomas van Aquino en John Locke dachten - op de wereld als een ongeschreven blad (tabula rasa). Met dank aan de materie verschillen we al bij geboorte van elkaar en kunnen we alleen maar hopen dat we niet de hersenen (aangevuld met vervelende nurture omstandigheden) van bijvoorbeeld een seriemoordenaar of pedofiel hebben.
 

Een zeer realistisch scenario

Terugkomend op mijn arme oom kan ik alleen maar hopen dat hij snel vredig in zijn slaap sterft. Maar wat er ook gebeurt, ik zal hem in elk geval herinneren zoals hij was en niet zoals hij nu geworden is.
Mijn kinderen weten overigens al dat ik het proces van dementeren nooit wens mee te maken. Iets wat kijkend naar mijn vader en oom en de statistieken helaas een zeer realistisch scenario is. Dus rest mij niets anders dan mijn hoop te vestigen op een nabije toekomst waarin in dergelijke situaties een pilletje heel snel (legale) uitkomst biedt. Ik blijf het absurd vinden dat ik mijn kat kan laten inslapen als hij op is en lijdt, maar dat dat voor een naaste een heel ander, ingewikkeld verhaal is.
Ja, de oude mensen van mijn werk hebben natuurlijk helemaal gelijk: zo oud worden is niet leuk. Met een oom aan de ene kant die alleen maar in zichzelf zit te brabbelen en een moeder aan de andere kant die allemaal triviale verhalen over zichzelf vertelt die ik al voor de tiende keer hoor omdat zij inmiddels ook al zover is dat ze niet meer weet wat ze gisteren of vijf minuten geleden heeft gezegd, werd me dat voor de zoveelste keer weer duidelijk.
En mocht ik ooit worden verweten dat ik tactloos ben, dan weet ik weer van wie ik het heb. Mijn moeder: “Ik weet nog goed dat ze vroeger op de kleuterschool zeiden dat je zoveel kwaliteiten had… Tja, dat is er niet helemaal uitgekomen hè?”  










 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 
 

dinsdag 4 oktober 2016

255. Hersenen van oorlogsfotografen zijn anders

Actualiteit - Oorlog -Dood/Overlijden - Hersenonderzoek

 








Risico van het vak

Natuurlijk kun je nuchter vaststellen dat de dood van de Nederlandse oorlogsfotograaf Jeroen Oerlemans (hij werd van de week in Libië doodgeschoten door vermoedelijk een scherpschutter van IS) risico van het vak is. En natuurlijk klopt dat ook.
Maar ik leef vooral mee met zijn vrouw en drie jonge kinderen die hij achterlaat. Een vrouw die maar al te goed zal hebben beseft dat dit kon gebeuren, die de dag vreesde waarop haar nachtmerrie werkelijkheid zou worden, maar die daarbij zich vooral ook altijd zal hebben gerealiseerd dat ze haar man er toch niet van kon weerhouden om dit werk te doen.
 

Niemand is zo altruïstisch

Ik las dat een collega over Jeroen zei dat hij geen oorlogsfotograaf was voor de kick, maar dat hij het enkel deed omdat hij het verhaal zo belangrijk vond om te vertellen.
Zonder Jeroen te hebben gekend, denk ik dat deze collega deels gelijk heeft. Waarmee ik wil zeggen dat ik onmiddellijk geloof dat Jeroen niet het type oorlogsfotograaf was dat overspoeld door alle adrenaline in zijn lijf domme en onnodige risico’s nam.
Wat ik erover lees en hoor, besefte Jeroen drommels goed wat de risico’s waren en bereidde hij zich om die reden dan ook altijd zo goed mogelijk voor op zijn werk. Niet voor niets droeg hij ook een kogelvrijvest op het fatale moment, maar had hij gewoon pure pech dat één kogel toch een gaatje tussendoor wist te vinden. 
Wat ik echter nooit zal geloven, is dat er oorlogsfotografen zijn die oorlogsfotograaf zijn geworden enkel en alleen maar omdat ze vinden dat iemand dat verhaal moet vertellen. Niemand is zo altruïstisch dat hij bereid is om zijn eigen ego en veiligheid volledig opzij te zetten in het algemeen belang. Er zal altijd méér spelen. 
 

High and low sensation seekers

Ieder normaal en gemiddeld persoon zal geen oorlogsgebied gaan opzoeken met als reëel risico dat hij er gewond raakt of wordt vermoord. Wanneer je dat dus echter wel doet, moet de gedachte eraan je op zijn minst een soort van spannend en opwindend gevoel geven. Anders gezegd: je moet ergens in je hersenen afwijken van een gemiddeld persoon wat verklaart waarom jij wel bereid bent om die risico’s tegemoet te treden, terwijl vrijwel ieder ander daar vriendelijk voor zou bedanken.
Om dit met een voorbeeld te verduidelijken: in 2009 was er een onderzoek naar de verschillen tussen “high and low sensation seekers”. Hieruit bleek dat als high sensation seekers als basejumpers en skydivers bezig waren met hun sport zij in hun hersenen een verhoogde activiteit vertoonden in de insula. De insula is het deel van de hersenen dat betrokken is bij veel verschillende functies zoals emoties en pijn. Bij verslaafden is de insula meer dan gemiddeld actief en bij verslaafden waar de insula beschadigd raakt, verdwijnt ook de verslaving.
Onderzoek onder de “low sensation seekers” vertoonden daarentegen een verhoogde activiteit bij de frontale kwab. Een van de functies van de frontale kwab is het beheersen van impulsen en emoties.
Een van de conclusies die je hieruit kunt trekken is dat de thrillseekers die grote risico’s nemen minder goed zijn in het beheersen van hun impulsen en emoties (anders gezegd: ze zijn impulsiever) dan mensen die zeg maar verantwoorde risico’s nemen.
 

Hersenonderzoeker Dick Swaab

Simpel gezegd geloof ik dus dat de hersenen van oorlogsfotografen op dit specifieke gebied anders zullen zijn dan die van mij, wat verklaart waarom hij wel een drang voelt om het gevaar van een oorlog op te zoeken en ik niet. Ondanks dat ik hier (terecht) het woord “geloof” gebruik, kun je wel stellen dat de wetenschap op dit terrein de laatste decennia steeds meer opschuift van "vermoeden" naar "weten".
Een voorbeeld hiervan zag ik vorige week nog in Pauw waar hersenonderzoeker Dick Swaab te gast was om over zijn nieuwe boek “Ons creatieve brein” te vertellen.
In een hoofdstuk van het boek legt Swaab uit op welk punt de hersenen van veel criminelen afwijken van die van niet-criminelen. Op de vraag van Jeroen Pauw of mensen met vergelijkbare hersenen - bijvoorbeeld met een aangeboren weinig functionerende prefrontale cortex (met als gevolg: weinig empathie, veel moeite met afremmen impulsen en met handhaven van morele kaders) - dan voorbestemd zijn om criminelen te worden, antwoordt Swaab dat dat van de omstandigheden afhangt. Je komt dit soort mensen in behoorlijke percentages ook tegen in de top van banken en het internationale bedrijfsleven, aldus Swaab. Oftewel de lijn tussen een moordenaar en een CEO is soms flinterdun...
 

Jailmailbox

Terugkomend op de oorlogsfotografen en de verschillen met mij (noem me laf, maar ik mijd liever oorlogen) wil ik ook nog een belangrijke overeenkomst noemen, namelijk het feit dat we het er beiden over eens zijn dat oorlogsverhalen absoluut verteld moeten worden. Ik ben dan ook van mening dat oorlogsfotografen ontzettend belangrijk werk verrichten.
Eigenwijs als ik ben (?), zul je mij echter nooit horen zeggen dat ik dus oorlogsfotografen bewonder. De reden waarom niet, is simpel: als ik de hersenen van een oorlogsfotograaf had gehad - uiteraard aangevuld met vergelijkbare nurture-omstandigheden - was ik op dit moment waarschijnlijk ook ergens in Libië, Irak of Syrië aan het rondrennen, slechts gewapend met mijn camera. As simple as that.
Net als dat als ik de nature en nurture omstandigheden van een seriemoordenaar had gehad, ik nu waarschijnlijk een beroemdheid zou zijn geweest met stapels fanmail en huwelijksaanzoeken in mijn jailmailbox (Dick Swaab weet ongetwijfeld waar precies mijn jaloezie zich in de hersenen bevindt).   
Om die reden zal ik nooit iets met bewonderen hebben: toeval, geluk en pech bepalen het leven. En helaas kan ik niet meer zeggen dat Jeroen Oerlemans met zijn tragische pech daar het levende bewijs van is.

Ik leef oprecht mee met alle verontruste dierbaren van oorlogsfotografen.
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.