Posts tonen met het label Placebo- en novebo-effect. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Placebo- en novebo-effect. Alle posts tonen

donderdag 24 december 2015

220. De kracht van suggestie kan een mens maken én breken (2/2)

Privé - Placebo-/Novebo-effect - Filosofie








Placebo-effectgedachte

Ik weet nog precies het moment waarop ik een persoonlijke ervaring had met het placebo-effect. Dat was ruim tien jaar geleden tijdens het laatste jaar van mijn huwelijk, waarin zowel mijn vrouw als ik niet bepaald lekker in ons vel zaten.
De psychologe die ik toen af en toe zag, sprak haar vermoeden uit dat ik in een depressie zat. Ondanks dat ik het woord uiteraard kende, was ik niet op de hoogte van de precieze definitie ervan en had ik mede daardoor het begrip nooit met mezelf in verband gebracht. Na invullen van een vragenlijst werd echter al snel duidelijk dat mijn psychologe een punt had.
Onder het mom van “Baat het niet dan schaadt het niet” begon ik vervolgens voor het eerst antidepressiva te slikken. Niet lang daarna betrapte ik mezelf op een placebo-effectgedachte toen ik mijn vrouw een keer spontaan in de keuken zoende. Iets wat ik zeker in dat stadium van ons huwelijk nooit deed, simpelweg omdat ik die behoefte niet voelde. 
Meteen nadat ik haar gezoend had, vroeg ik me af waarom ik dit eigenlijk had gedaan. Was dat omdat ik sinds kort antidepressiva slikte en ze dus blijkbaar werkten, of was dat gewoon omdat ik antidepressiva slikte en ik dus geacht werd om mij beter te voelen en dit soort leuke, spontane acties uit te voeren?
Diep in mijn hart wist ik het antwoord op deze vraag al meteen: voilá, het placebo-effect!
 

Het nocebo-effect

Er bestaat trouwens ook een minder bekende tegenhanger van het placebo-effect: het nocebo-effect. Net als “placebo” komt het woord “nocebo” uit het Latijn en betekent “Ik zal schaden”. Daar waar het bij het placebo-effect gaat om een positief verwachtingspatroon, draait het bij het nocebo-effect juist om de negatieve variant.
Ooit zag ik op, ik vermoed, National Geographic een programma over bijgeloof. Er werd een waargebeurd verhaal verteld over een man die in een paar dagen tijd opeens doodziek was geworden, terwijl de doktoren met hun handen in het haar zaten omdat ze geen enkele oorzaak voor zijn gezondheidstoestand konden vinden. Het enige wat ze zagen, was dat als er niets zou veranderen de man zou sterven.
De vrouw van de man vertelde hierop aan een van de doktoren wat de werkelijke oorzaak was. Haar man had een paar dagen daarvoor op een begraafplaats een vervelende ontmoeting gehad met de plaatselijke witch-doctor. Deze toverdokter had tijdens een voodoo-achtig ritueel een vloek over de man uitgeroepen, waarbij hij een mysterieus poeder uit een flesje over de man had heen gegooid. De man kreeg hierop medegedeeld dat hij snel zou doodgaan en dat niemand daar iets tegen kon doen. En jawel, na deze ontmoeting werd de man daadwerkelijk doodziek.
De dokter die dit verhaal aanhoorde, bedacht hierop een plan. De volgende dag kwam hij bij de zieke man langs en vertelde hem dat hij de witch-doctor had gesproken. Hij had de toverdokter gedwongen om te vertellen wat voor soort poeder hij had gebruikt. Het bleek te gaan om een poeder dat hagedisseneitjes bevatte die vervolgens in de maag van de man waren uitgekomen. Eén hagedis had dit overleefd door de overige eitjes te verorberen en die was nu begonnen aan het van binnenuit opeten van het lichaam van de man.
Gelukkig had de dokter een oplossing gevonden: hij hield een kort ritueel waarbij hij de man een injectie gaf. Hierop moest de man overgeven, wat hij deed in een emmer die de dokter hem overhandigde. En kijk, tussen al het braaksel bevond zich een grote levende hagedis in de emmer.
De dokter vertelde de man dat de vloek hiermee was opgeheven. De man was blij en opgelucht en knapte vanaf dat moment zienderogen op.
 

Moraal van het verhaal

Natuurlijk was het verhaal van de dokter verzonnen. Hij had helemaal geen witch-doctor gesproken en de hagedis had hij zelf in de emmer gestopt. Maar dat maakte allemaal niet uit. Het werkte, en daar was het allemaal om te doen geweest. 
Moraal van het verhaal: de kracht van de suggestie kan zo sterk zijn dat hij een mens kan maken (placebo) én breken (nocebo).
Verhalen waar het door het nocebo-effect slechter afliep met de patiënt zijn er overigens ook: bijvoorbeeld over een man die te horen kreeg dat hij door uitgezaaide leverkanker nog maar een paar maanden te leven had. En inderdaad stierf de man binnen dat tijdsbestek. Tijdens de autopsie bleek echter dat de artsen zich hadden vergist. De tumor was klein en niet uitgezaaid. De man was niet gestorven aan kanker, maar aan het geloof dat hij door kanker zou sterven.
 

Filosofische discussies

Wie met elkaar gaat praten over de fascinerende verschijnselen van het placebo- en nocebo-effect loopt kans snel te verzanden in filosofische discussies over het wel of niet bestaan van een scheiding tussen lichaam en geest/ziel: dualisme versus monisme.
Daar waar dé filosoof van het dualisme de Fransman René Descartes (1596-1650) als standpunt had dat mensen zijn samengesteld uit twee substanties - materie (res extensa) en geest (res cogitans) - die op een geheimzinnige, onbekende manier invloed op elkaar kunnen uitoefenen, denk ik er heel anders over.
Van alle monistische tegengeluiden tegen het dualisme spreekt mij het fysicalisme of materialisme misschien nog wel het meest aan: de werkelijkheid kan uitsluitend met fysische eigenschappen beschreven worden. Anders gezegd: alles wat is, bestaat uit materie; het “zijn” gaat vooraf aan het “denken” etc. Waarmee het fysicalisme zich lijnrecht plaatst tegenover de filosofische stroming van het idealisme, waarin niet materie maar juist al het geestelijke het enige uitgangspunt is van waaruit iets over de werkelijkheid kan worden gezegd.
Met mijn geloof in het fysicalisme gaat mijn interesse vanzelfsprekend ook uit naar de filosofische vraag binnen het reductionisme, namelijk of je alles wat er mentaal omgaat in de mens kunt reduceren tot louter fysische, biologische eigenschappen. Waarbij ik dus neig naar een bevestigend antwoord.
 

Teren op het placebo-effect

Vele columns kun je vullen met filosofische vraagstukken rondom het wel of niet bestaan van een scheiding tussen lichaam en geest. Feit is in elk geval dat het placebo-effect bestaat, dat het waarschijnlijk nog groter is dan wij denken en dat het allemaal voortkomt uit een ingewikkeld proces in ons lichaam waarbij onze verwachtingen dat iets positief zal werken op zich al voldoende kunnen zijn om positieve effecten teweeg te brengen.
Met dit besef vraag ik me wel eens af hoeveel geneeskundige methoden en medicijnen er op deze wereld circuleren die in feite volledig op het placebo-effect teren. Ik kan me namelijk goed voorstellen dat er- zeker in een verder verleden - diverse geneeskundige middelen en methoden zijn uitgevonden die vervolgens met succes werden getest en ingevoerd waarbij men echter met één klein detail geen rekening hield. Namelijk met de mogelijkheid dat de gezondheidssituatie van de patiënten niet verbeterde door de middelen en methoden zelf, maar enkel en alleen door de verwachtingen van de patiënten dát ze zouden helpen. Ik vermoed dat als ooit hierover de exacte waarheid naar boven komt we er enorm van zullen schrikken.
Aan de ene kant kun je stellen dat dat toch niets uitmaakt zo lang als het allemaal maar werkt. Maar aan de andere kant moet je dan ook accepteren dat het placebo-effect onze economie onnodig veel geld kost. We praten dan over miljarden die elders veel nuttiger zouden kunnen worden besteed.
 
Sinds kort slik ik weer nieuwe antidepressiva. Maar zeker na het schrijven van deze columns vraag ik me opnieuw sterk af of ze wel zullen helpen. Ik weet dus dat antidepressiva op zich niets doen, maar ik weet ook dat als ik erin zou geloven ze waarschijnlijk wel zullen werken. Hoe moet je in godsnaam in iets geloven waarvan je weet dat het eigenlijk nergens op slaat? Mmm, lastig hoor. Ik vraag me trouwens af hoeveel gelovigen er dagelijks met dezelfde vraag worstelen.
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Focus (NTR): Het Placebo-effect

zaterdag 19 december 2015

219. Wat kost de wereld meer geld: geloof of de waarheid? (1/2)

Actualiteit - Placebo-/Novebo-effect - Waarheid

 






Paracetamol versus placebo

Een klein onderzoekje in Nieuw-Zeeland toont aan dat bij mensen met griep paracetamol even goed werkt als een placebo. Dit sluit aan op een uitzending die ik onlangs zag van het wetenschappelijk NTR-programma Focus over het placebo-effect (placebo komt uit het Latijn en betekent “Ik zal behagen”).
Dit fenomeen waarbij placebo’s of neppillen aan patiënten worden gegeven die vervolgens gewoon even goed als echte medicijnen blijken te werken, heeft mij altijd gefascineerd.
 

Placebo-effect sterker dan gedacht

In de uitzending van Focus wordt duidelijk gemaakt dat het placebo-effect nog een stuk sterker is dan gedacht. Zo hebben experimenten aangetoond dat als mensen zonder het te weten een placebo krijgen het daarna niet alleen beter met ze gaat, omdat ze mentaal denken dat het na inname van dit “medicijn” wel beter zal gaan, maar ook omdat de placebo daadwerkelijk fysiek een verandering in het lichaam teweegbrengt.
Dan ziet men bijvoorbeeld aan hersenscans dat er na inname van een placebo in de hersenen stofjes ter pijnverlichting zijn aangemaakt zoals dat ook gebeurt bij inname van echte medicijnen.
Natuurlijk zijn er grenzen aan het placebo-effect en kunnen placebo’s geen gebroken benen of kanker genezen. Maar dat we het effect nog steeds onderschatten, wordt steeds duidelijker.
Zelfs als je tegen een patiënt zegt dat hij een placebo krijgt, heeft het vaak een positief effect. In de uitzending zien we een patiënte die ervan op de hoogte was dat ze als experiment placebo’s tegen haar hevige rugpijn kreeg. Ondanks haar eigen scepsis en verbazing bleek ze er enorm van op te knappen. Toen het experiment echter stopte, gebeurde wat je al kunt raden: de rugpijn keerde even snel terug als dat die eerder was verdwenen. Omdat de doktoren haar geen placebo’s meer mochten geven, deed ze vervolgens nog vergeefse pogingen om bij apotheken placebo’s aan te schaffen.
Neem dan een pepermuntje en beeld je in dat het een medicijn is, denk je dan, maar zo werkt het niet. O
m placebo’s te laten werken, moet je het wel serieus aanpakken. Zo werken grote placebo’s beter dan kleine, twee placebo’s beter dan één, duurdere beter dan goedkopere en rode placebo’s beter tegen pijn en blauwe beter tegen angst.
 

Antidepressiva

Wat jammer toch dat ik met mijn aanleg voor en last van existentieel-achtige depressies niet alleen aardig op de hoogte ben van het placebo-effect, maar bovendien veel rationeler in elkaar steek dan een gemiddeld mens. Waar rationaliteit normaal gesproken mijn kracht is, werkt het in dit geval duidelijk tegen me.
Jarenlang heb ik met tussenpozen diverse antidepressiva gebruikt, maar ik kan niet zeggen dat ik veel verschil merkte. Geen wonder als je bedenkt dat ik naast mijn al aanwezige kennis over het placebo-effect ook op de hoogte ben van een onderzoek uit 2008 dat aantoonde dat placebo’s bij ”gemiddeld” (niet zwaar) depressieve personen ongeveer even goed werkten als echte antidepressiva. Alleen voor zwaar depressieve mensen bleken antidepressiva iets zinvoller te zijn dan placebo’s.
Ervan uitgaande dat dit klopt, hoef je geen wiskundig genie te zijn om hieruit op te maken dat de in antidepressiva aanwezige stofjes voor gemiddeld depressieve mensen dus blijkbaar niets doen. Een eenvoudige rekensommetje leert tenslotte dat anders de groep mensen die tijdens het onderzoek de echte antidepressiva kreeg beter zou hebben moeten scoren dan de placebogroep.
Eindconclusie: geef mensen met gemiddelde depressies neppillen óf antidepressiva (dat maakt niet uit), zeg dat het een antidepressivum is en het werkt bij beide varianten in dezelfde mate. Wat in de praktijk neerkomt op ongeveer vijftig procent (of andersom geredeneerd: bij ongeveer vijftig procent werken antidepressiva dus sowieso niet). Allemaal simpelweg omdat voor deze mensen de illusie sterker werkt dan de waarheid.
 

Filosoof Friedrich Nietzsche en Der Wille zur Macht

Om even een filosofische zijsprong te nemen: dat soms de illusie sterker is dan de waarheid doet mij denken aan de deugdethiek van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) waarin centraal staat dat de waarheid en de illusie deugdelijk zijn als ze je sterker maken en ondeugdelijk zijn als ze je verzwakken. Een bekende uitspraak van Nietzsche hierbij is: “Waar de illusie sterker is dan de waarheid - kies dan voor de illusie.”
Het betreft hier standpunten die je weer kunt beschouwen als onderdeel van de rode draad door Nietzches filosofie: de wil tot macht.
De theorie rondom “Der Wille zur Macht” draait om Nietzsches overtuiging dat het leven in het universum gedicteerd wordt door de wil tot macht. Degenen met de sterkste wil tot macht, door Nietzsche übermenschen genoemd, zetten zich met hun nieuwe moraal af tegen de heersende slavenmoraal waarbij nederigheid, medelijden en vergeving de centrale deugden waren.
Dat Friedrich Nietzche met deze op het het recht van de sterkste gestoelde theorie decennia later bijzonder populair zou worden onder hooggeplaatste nazi's/fascisten mag geen verrassing worden genoemd. Zo beschouwde Adolf Hitler Nietzsche als zijn favoriete filosoof. 
 

Goedkope placebo's 

Nog een kleine kanttekening bij mijn opmerking “dat maakt niet uit” bij de hierboven genoemde eindconclusie: kijkend naar het geld maakt dat natuurlijk wél heel veel uit. Als je alle in Nederland voorgeschreven antidepressiva zou vervangen door goedkope placebo’s zou dat jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s schelen.
Wat bij mij een boeiende, filosofische en zelfs beetje retorische vraag oproept. Wat kost de wereld eigenlijk meer geld: geloof of (de) waarheid? Een fascinerende vraag om over na te denken.

Meteen hierna volgt deel 2. 
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Focus (NTR): Het Placebo-effect