Posts tonen met het label Familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Familie. Alle posts tonen

woensdag 26 september 2018

293. Daten moet je zien als een spel (3/3)

Privé - Dating - Familie/Gezin - Friendzone



Steeds terugkerende discussie over daten

Met een goede vriend heb ik al jarenlang een steeds terugkerende discussie over hoe je moet daten. Heel kort gezegd komt het op het volgende neer: waar ik van mening ben dat je met daten altijd jezelf moet zijn met als uitgangspunt dat je op die manier op een dag die ene vrouw tegen het lijf zult lopen die jou helemaal leuk vindt en accepteert zoals je bent, zegt hij dat dat bij vrouwen niet zo werkt en dat je daten moet zien als een spel dat je moet leren zien te spelen om te kunnen krijgen wat je wilt. Waarop ik dan uiteraard steeds antwoord dat ik helemaal geen spel wil spelen...
 

Heuse midlife crisis

De vriend is net als ik al een tijd geleden gescheiden met als groot verschil dat hij daarna in een heuse midlifecrisis terechtkwam. Zo eentje waarin hij besloot om alles anders te gaan doen dan hij tot dan toe had gedaan. Dus waar hij tot die tijd een brave getrouwde man met vier kinderen in een stabiel doch voorspelbaar en saai leventje was geweest, ging hij nu opeens elk weekend helemaal uit zijn dak via een nieuwe-mensen-leren-kennen-site. Elk weekend ging hij met een grote groep nieuwe mensen (waaronder veel singles en dus ook veel single vrouwen) de hort op om met elkaar de meest uiteenlopende activiteiten te ondernemen (dansen, bungeejumpen, waveboarden, parachutespringen enzovoort).
Hoe vaak ik van hem de afgelopen jaren wel niet dingen heb gehoord als: “Tonko, ik was eerst net als jij: veel te braaf, veel te lief en veel te gevoelig. Maar inmiddels ben ik erachter dat vrouwen dat helemaal niet willen en dus ben ik veranderd. Ik heb trucjes geleerd die helpen bij het daten en versieren en écht serieus Tonko: het werkt!”
Mijn vriend vertelde me ook dat hij er eigenlijk toevallig achter was gekomen dat (te) lief en attent zijn naar zijn dates niet werkte. Dat ontstond op die momenten dat hij moe was en even geen zin had in al dat datinggedoe waardoor hij het contact met bepaalde vrouwen op een nogal botte manier begon af te kappen. Tot zijn verrassing ontdekte hij hierbij dat hoe botter en ongeïnteresseerder hij tegen vrouwen deed, hoe meer hij bij deze vrouwen in trek leek te komen.
Nu komt het regelmatig voor dat ik een andere mening blijk te hebben dan veel mensen om mij heen, maar in dit geval zou het mij gek genoeg niet verbazen als veel mensen (vrouwen!) mij op papier althans in deze discussie gelijk zouden geven. Die kunnen het feit dat ik mij al die jaren heel eigenwijs heb vastgehouden aan mijn principe dat ik ongeacht alles altijd mezelf wil blijven zijn, kortom wel waarderen. Althans, dat zullen ze beweren...
 

Kern van waarheid

Toch is het grappig dat hoe sterk ik in al die jaren mijn standpunt ook heb verdedigd tegenover mijn vriend ik altijd in mijn achterhoofd heb geweten dat in zijn overtuigde mening natuurlijk ook wel degelijk een kern van waarheid zit.
Altijd jezelf zijn en zo de vrouw van je leven vinden, is in feite net zo naïef als denken dat altijd jezelf zijn tijdens sollicitatiegesprekken je jouw droombaan zal gaan opleveren. Of je het wilt of niet, je zult je toch vaak moeten aanpassen (positief) dan wel jezelf verloochenen (negatief) om iets te kunnen bereiken.
Hierop aansluitend zal er ook altijd een verschil blijven tussen wat veel mensen zeggen dat ze willen en wat ze daadwerkelijk willen. En ik moet mijn vriend gelijk geven dat dat op het gebied van daten en vrouwen zeker het geval is. Waar menig vrouw zal beweren dat ze A zoekt in een man zal ze ondertussen toch stiekem op B hopen (en vice versa zal dit ook gelden hoor). Dit heeft ook met sociaal wenselijk gedrag te maken.
Zo zullen er weinig vrouwen zijn die hardop durven te beweren dat ze bij een man eigenschappen als bijvoorbeeld lief, vriendelijk, attent, eerlijk, integer, empathisch en betrouwbaar niet aantrekkelijk vinden. Wat ook wel logisch is, aangezien dit een voor een sociaal wenselijke eigenschappen zijn die in onze maatschappij hoog staan aangeschreven en die je geacht wordt te hebben én te waarderen.
En toch is het geen geheim dat diverse vrouwen een zwak hebben voor een bepaald soort type mannen dat helemaal niet zo lief, vriendelijk, attent, eerlijk, integer, empathisch en betrouwbaar is. Noem het de onweerstaanbare, onvoorspelbare, avontuurlijke en mysterieuze mannen: mannen die vaak bot, kortaf, egocentrisch, arrogant, onattent, afstandelijk en onbetrouwbaar zijn, maar o zo woest aantrekkelijk. Iedereen kent wel een of meer vrouwen in zijn/haar omgeving (of is er zelf een) die op dit soort mannen valt (en het wellicht ook toegeeft).

Het gevaar van de friendzone

Sowieso heeft mijn vriend in één ding absoluut gelijk: als je uit bent op een intieme relatie met een vrouw moet je zeker in het begin van het contact koste wat het kost uit haar “friendzone” zien te blijven. Voor wie deze term niet kent: dit houdt dus in dat je moet voorkomen dat je met haar een vriendschappelijke band ontwikkelt (de friendzone) waardoor je je kansen verspeelt op meer dan dat.
Kijkend naar mijn leven is het gevaar van terechtkomen in de friendzone bij vrouwen voor mij altijd aanwezig geweest. Bij vrijwel alle vrouwen waar ik in mijn leven een band mee heb gehad (of nog heb), zat ik binnen de kortste keren in haar friendzone (mijn kinderen zouden zeggen: “Papa, je bent zo énorm gefriendzoned!”). 
Dit belanden in de friendzone gaat vanzelf, mede door mijn (zacht) aardige persoonlijkheid en karakter: als ik iemand leuk vind - zowel man als vrouw - word ik nieuwgierig en wil ik hem/haar eerst goed leren kennen. En dat gebeurt door het tonen van belangstelling, het (soms eindeloos) stellen van vragen en het voeren van diepgaande gesprekken en voilà: daar is de friendzone!
Nou is in de friendzone belanden natuurlijk helemaal niet erg als het gaat om vrouwen waar ik verder geen (andere) interesse in heb. En die zijn er in mijn leven gelukkig genoeg geweest, wat mij diverse goede vriendschappen met vrouwen heeft opgeleverd. Want ja, ik behoor tot die groep mensen die vindt én weet dat vriendschappen tussen mannen en vrouwen mogelijk zijn zonder dat er meer speelt. Al denk ik wel dat gemiddeld genomen vriendschappen tussen mannen en vrouwen anders zijn en bijvoorbeeld een andere dynamiek hebben dan die tussen mensen met hetzelfde geslacht. 
Maar daar waar het een enkele keer voorkwam dat ik met een bepaalde vrouw misschien wel meer zou willen, was het gevaar van het terechtkomen in de friendzone natuurlijk wél een probleem en een frustrerende ervaring (zie bijvoorbeeld column 5).
Afgelopen halfjaar had ik nog een paar ontmoetingen met een spannende doch zeer aparte, vreemde, naar eigen zeggen hoogsensitieve vrouw (
zie deel 1 in column 291) die me op een gegeven mailde dat ze wel verliefd was geworden op mijn karakter maar verder niet. De mail rondde ze vervolgens "prachtig" af met soort "het-ligt-niet-aan-jou-maar-aan-mij-passage" die voor menig man die in zijn leven meer dan eens is gefriendzoned pijnlijk herkenbaar zal zijn: “Geef de moed niet op want er is een vrouw op deze wereld die wel verliefd op jou gaat worden. Je bent namelijk een mooi, bijzonder en prachtig mens dat veel liefde te bieden heeft en liefde verdient.” Ouch, that hurts! Het ironische aan dit geheel is dat deze vrouw waarschijnlijk dacht dat ze mij met deze mail op een hele vriendelijke en empathische wijze afwees, terwijl ik me er juist extra gekwetst door voelde. Eerlijk gezegd had ik tien keer liever gehad dat ze mij had verteld dat het niet ging werken omdat ze mij een enorme lul vond. Dat had ik een stuk minder pijnlijk gevonden.
Desalniettemin geloof ik nog steeds in de mogelijkheid om vanuit een vriendschap een échte relatie te ontwikkelen. Een volgorde die nog steeds het beste bij mij past, al besef ik daarbij maar al te goed dat dat voor de meeste vrouwen (én mannen) niet geldt. Bij de met afstand meest voorkomende volgorde bij het tot stand komen van een relatie draait het tenslotte om: éérst de aantrekkingskracht voelen (een veel gehoorde opmerking bij datingprofielen van vrouwen: "Het draait allemaal om chemie!") en dan pas elkaar goed leren kennen. Waarmee je meteen met afstand de meest voorkomende oorzaak beet hebt van het mislukken van relaties. Iemand vooral uitkiezen op de uiterlijke verschijning biedt geen enkele garantie op een mooie, langdurige relatie. Waarmee ik overigens niet zal beweren dat ik niet let op uiterlijk. Uiterlijk is en blijft bij partnerkeuze een zeer belangrijke factor.
 

De liefste jongen

Helaas kent mijn oudste zoon het gevaar van de friendzone ook. Meer dan vijf jaar geleden schreef ik hierover al (zie column 76) toen een meisje waar hij hopeloos verliefd op was hem vertelde dat ze hem de liefste jongen vond die ze kende (auw, auw, friendzone signaal nummer 1).
Inmiddels gaat het overigens hartstikke goed met mijn oudste zoon. Hij is bezig met het opzetten van een eigen bedrijfje op het gebied van fitness en ik ben enorm trots op hem.
Maar op het gebied van de liefde blijft hij met vriendinnetjes vooralsnog best kwetsbaar door met name zijn romantische inslag. Die hij overigens heeft van zijn vader die vroeger ook zo was (maar die inmiddels door levenservaring een stuk realistischer geworden is). Hierdoor heeft mijn zoon vaak veel te hoge verwachtingen van liefde en relaties, wat dan uiteraard alleen maar weer kan leiden tot de nodige teleurstellingen (zie ook column 99).
Een ander gevaar is dat hij te lief en te attent is en teveel wil (ook allemaal herkenbaar) waardoor zijn vriendin zich onder druk voelt gezet en het vervolgens maar uitmaakt. Iets wat onlangs is gebeurd, maar wat wellicht nog een positief staartje kan gaan krijgen. Ze houden namelijk nog steeds veel van elkaar, maar het is allemaal nogal gecompliceerd. Bijvoorbeeld omdat ze beiden behoorlijke denkers zijn (ook iets wat mijn zoon ook weer van mij heeft) en zij daarnaast al heel veel in haar leven heeft meegemaakt voor zo'n jong iemand.
Cliché, maar gelukkig is mijn zoon nog jong en heeft hij zijn hele leven nog voor zich waardoor hij nog alle tijd heeft om te leren over hoe het in de liefde precies werkt. Mijn eerder genoemde vriend zou wel weten welke adviezen hij hem zou geven, maar vooralsnog kan mijn zoon van zijn vader gelukkig ook nog wel het een en ander leren (al is het alleen al hoe hij bepaalde dingen níet moet doen). Al moet mijn zoon er dan wel voor openstaan, want mijn God wat is hij stronteigenwijs. En van wie hij dat nou weer heeft…?


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

dinsdag 31 juli 2018

290. Oud worden en oud zijn is niet leuk

Privé - Familie/Gezin - Ouderdom - Dementie - Filosofie

 









Ouderdom komt met gebreken

Ouderdom komt met gebreken is vooral zo’n vreselijk cliché omdat het klopt als een bus. In mijn werk ontmoet ik regelmatig (zeer) oude mensen met uiteenlopende gebreken die mij meer dan eens toevertrouwen dat oud worden en vooral heel oud zijn niet leuk is. Voor het geval ik nog niet besef wat mij nog te wachten staat mocht ik net zo oud worden, zullen we maar zeggen. Wat meteen een van de redenen is om mij serieus af te vragen of ik niet ander werk moet gaan doen. Bijvoorbeeld met een doelgroep die nog optimistisch kan uitkijken naar de toekomst: kinderen en jongeren.
 

Mensonterend tafereel

Van de week moest ik voor de zoveelste keer weer aan het cliché denken toen ik met mijn hoogbejaarde moeder van 88 jaar op bezoek was bij mijn inmiddels zwaar demente oom van 75 die sinds kort permanent in een verpleeghuis is opgenomen.
Mijn oom is de vijftien jaar jongere broer van mijn in 2010 overleden vader die toen ook dementerende was. Daar waar mijn vader destijds nog het “geluk” had dat hij overleed op een moment dat hij ons nog herkende en er met hem nog vrij normale gesprekken konden worden gevoerd - en hij bovendien nog niet in een verpleeghuis was opgenomen (wat hij absoluut had gehaat) - heeft mijn oom dat geluk niet.
Met de voor mij bekende verwarde blik van een dementerend persoon was mijn oom continu in zichzelf aan het praten en vrijwel alles wat hij zei, raakte kant noch wal. Tegen beter weten in hoopte ik dat mijn tante nog wel ergens chocola kon maken van wat hij zei (als een ouder bij de brabbeltaal van zijn peuter), maar dat bleek niet zo te zijn.
 

Understatement van jewelste

Triest maar waar moet ik concluderen dat er van mijn ooit zo grappige, intelligente en scherpzinnige oom weinig tot niets meer over is. Dat ouderdom met gebreken komt, is in dit geval een understatement van jewelste.
Alle respect trouwens voor mijn tante. Waar mijn moeder het absoluut niet kon handelen dat haar man/mijn vader dementerende was (met als verzachtende omstandigheid dat ze, laat ik het zo zeggen, geen ideaal huwelijk hadden), zorgt mijn tante zonder enig geklaag in alle voor- en nu vooral tegenspoed voor mijn oom.
Zelfs in dit verpleeghuis wijkt ze het grootste deel van de dag niet van zijn zijde. Iets wat nog versterkt wordt door haar constatering dat de zorg in dit tehuis rampzalig is. Mede door het bekende personeelsgebrek in de zorg blijken ze daar de patiënten het grootste deel van de dag aan hun lot over te laten met alle voorspelbare onhygiënische situaties tot gevolg. Een mensonterend tafereel wat je niet in Nederland zou verwachten.
 

Dualisme lichaam versus ziel

Filosofisch gezien doet de situatie van mijn oom me meteen denken aan het dualisme van bekende filosofen als Plato, Aristoteles en Descartes, waarmee zij al eeuwen geleden onderscheid maakten tussen lichaam/materie en ziel/geest. Tot op de dag van vandaag gelooft een grote meerderheid van de mensheid nog steeds dat de mens bestaat uit een lichaam en een ziel, waarbij het lichaam op een dag doodgaat maar de ziel elders zal blijven voortbestaan. Zelf ben ik daarentegen meer een aanhanger van het fysisch monisme dat er van uitgaat dat alles wat is, bestaat uit materie.
Bij dementerende mensen zie ik voor mijn fysisch monistisch standpunt al een bewijs: de persoon die jij bent met al jouw goede en slechte karaktereigenschappen ligt vast in jouw brein (lees “Wij zijn ons Brein” van Dick Swaab). Als er wat in je brein verandert of beschadigt - door bijvoorbeeld een ongeluk of een ziekte als dementie - kan dat grote gevolgen hebben voor jouw hele persoonlijkheid. Een lief, zachtaardig persoon kan opeens veranderen in een vervelend en agressief persoon en vice versa. Materie bepaalt wie je bent.
Aanhangers van het dualisme zullen hier waarschijnlijk iets tegenin brengen in de richting van dat een mooie ziel door een ongeluk of ziekte nog steeds mooi is, maar dat dit niet meer “doorkomt” omdat er in het lichaam iets stuk is gegaan waardoor er ruis is ontstaan. Maar persoonlijk vind ik het nogal zwak om er wel van uit te gaan dat materie ogenschijnlijk iets stuk kan maken aan iemands persoonlijkheid, terwijl je er andersom geen rekening mee wenst te houden dat materie in staat is tot het mede (nature/genen én nurture) creëren van iemands persoonlijkheid.
Hoe je het ook wendt of keert is de wetenschap inmiddels al lang zover dat het bewezen is dat de persoonlijke eigenschappen die iemand heeft door een combinatie van erfelijkheidsfactoren (die vanzelfsprekend al een rol spelen vóór het moment van de geboorte) en nurture-omstandigheden zich genesteld en verder ontwikkeld hebben in bepaalde gebieden in de hersenen.
Daar waar vroeger wetenschappers verketterd werden op een moment dat ze durfden te beweren dat de hersens van zware criminelen toch echt significant anders waren dan die van een gemiddeld mens, weten we inmiddels gelukkig wel beter. Nee, we komen niet - zoals vroegere filosofen als Thomas van Aquino en John Locke dachten - op de wereld als een ongeschreven blad (tabula rasa). Met dank aan de materie verschillen we al bij geboorte van elkaar en kunnen we alleen maar hopen dat we niet de hersenen (aangevuld met vervelende nurture omstandigheden) van bijvoorbeeld een seriemoordenaar of pedofiel hebben.
 

Een zeer realistisch scenario

Terugkomend op mijn arme oom kan ik alleen maar hopen dat hij snel vredig in zijn slaap sterft. Maar wat er ook gebeurt, ik zal hem in elk geval herinneren zoals hij was en niet zoals hij nu geworden is.
Mijn kinderen weten overigens al dat ik het proces van dementeren nooit wens mee te maken. Iets wat kijkend naar mijn vader en oom en de statistieken helaas een zeer realistisch scenario is. Dus rest mij niets anders dan mijn hoop te vestigen op een nabije toekomst waarin in dergelijke situaties een pilletje heel snel (legale) uitkomst biedt. Ik blijf het absurd vinden dat ik mijn kat kan laten inslapen als hij op is en lijdt, maar dat dat voor een naaste een heel ander, ingewikkeld verhaal is.
Ja, de oude mensen van mijn werk hebben natuurlijk helemaal gelijk: zo oud worden is niet leuk. Met een oom aan de ene kant die alleen maar in zichzelf zit te brabbelen en een moeder aan de andere kant die allemaal triviale verhalen over zichzelf vertelt die ik al voor de tiende keer hoor omdat zij inmiddels ook al zover is dat ze niet meer weet wat ze gisteren of vijf minuten geleden heeft gezegd, werd me dat voor de zoveelste keer weer duidelijk.
En mocht ik ooit worden verweten dat ik tactloos ben, dan weet ik weer van wie ik het heb. Mijn moeder: “Ik weet nog goed dat ze vroeger op de kleuterschool zeiden dat je zoveel kwaliteiten had… Tja, dat is er niet helemaal uitgekomen hè?”  










 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 
 

vrijdag 10 maart 2017

270. Te eerlijk en integer voor de politiek

Actualiteit en privé - Politiek/Macht

 









De zwevende kiezer

Woensdag zijn de verkiezingen en ga ik stemmen. Maar waarop? Inderdaad, ook ik weet het nog niet. Maakt mij dat dan een van de vele zwevende kiezers? Een interessante vraag want wat is nu eigenlijk een “zwevende kiezer”?
Op Wikipedia vind ik de volgende definitie: “
Een zwevende kiezer is een persoon die niet verbonden is met een politieke partij of politicus of iemand die ook bereid is op andere partijen te stemmen tijdens een verkiezing dan de partij waar hij/zij mee is verbonden.”
Zo bekeken vraag ik me eerlijk gezegd af hoeveel procent van de Nederlandse kiezers níet behoort tot de groep zwevende kiezers. Dat percentage zal niet zo hoog zijn vermoed ik en in elk geval zal het aantal jaarlijks behoorlijk afnemen. De tijd dat een meerderheid van de kiezers zich jaar in jaar uit, soms decennia lang, verbond aan één partij ligt inmiddels redelijk ver achter ons. 
 

Het toppunt van zweven

Je hebt zwevende kiezers en zwevende kiezers denk ik zelf. Met de een kan ik me prima identificeren en met de ander heb ik helemaal niets.
Wat moet ik bijvoorbeeld denken van die mensen die het ene moment PvdA of GroenLinks stemmen en een verkiezing later weer opeens voor de VVD of de PVV gaan? Of van die kiezers die tijdens hun leven op ongeveer alle partijen hebben gestemd die er zijn? Dat vind ik het toppunt van zweven, met beide beentjes wel heel ver boven de grond. Ga dan niet stemmen denk ik dan. In mijn ogen begrijp je dan helemaal niets van politiek.

Zo had ik ook moeite met voormalig politica Ayaan Hirsi Ali die ooit overstapte van de PvdA naar de VVD. Hoe je in godsnaam kunt overspringen tussen twee partijen die in essentie zo enorm van elkaar verschillen, is mij een raadsel. 
In dit licht gezien zou ik me dan ook best beledigd voelen als iemand mij een zwevende kiezer zou noemen. Bij dit soort zwevende kiezers zie ik dan toch vooral mensen voor me die om wat voor reden dan ook (zelf) kennis en inzicht missen om een goed oordeel te kunnen vellen over welke politieke richting echt bij hun past.
 

De o zo bekende politieke truc

Zelf bezit ik gelukkig wel over genoeg (zelf) kennis en inzicht om te weten waar mijn politieke voorkeur zit. Als ik al “zweef” dan doe ik dat mijn gehele volwassen leven in elk geval steeds in dezelfde hoek. De linkse hoek dan wel te verstaan, want ik behoor niet tot die groep mensen die zich nooit hardop wenst uit te spreken over hun politieke voorkeur. Mensen die ik overigens nooit zal begrijpen. Ik houd van mensen die ergens voor staan, die uitgesproken meningen hebben waar ze trots op zijn in plaats van dat ze zich ervoor schamen.
Als je kijkt naar essentiële keuzes in de politiek tussen - enerzijds - meer denken aan: jezelf en je soortgenoten, je geld en je auto en je overige materiële bezittingen, de economie en vechten voor het recht van de sterkste en - anderzijds - meer denken aan: (jezelf én) anderen zoals minderbedeelden en vluchtelingen, het milieu en het klimaat en het vechten voor een sociale, eerlijke en rechtvaardige samenleving met sterke én minder sterke medemensen, dan begrijp ik heel goed waarom ik in de politiek (daarbuiten overigens ook) links ben.
Ook heb ik gelukkig teveel besef en kennis op historisch gebied om niet in de o zo bekende politieke truc te trappen waarbij je een groep vreemden eruit pikt die je vervolgens van alle problemen in het land de schuld geeft. Deze op xenofobie ("obsessieve angst voor vreemden") gebaseerde truc om een angstaanjagende wij-die-deugen-tegenover-zij-die-niet-deugen-sfeer te creëren is ontzettend simpel maar werkt gek genoeg nog steeds als een tierelier. Tja, wat de Nederlandse boer niet kent, dat eet hij niet zullen we maar zeggen.
 

Mijn lot in handen leggen van onwetende mensen

Mijn zoon van achttien mag straks voor het eerst stemmen en ik zal erop toezien dat hij dat ook echt gaat doen, omdat ik vind dat het je plicht als Nederlander is om in onze mooie democratie je stem uit te brengen. Zoals ik ooit al eens eerder schreef, beschouw ik niet-stemmen als respectloos richting alle mensen op deze wereld die geen stemrecht hebben en die er een moord voor zouden doen om te leven in een democratie zoals de onze.
Toch besef ik dat er een keerzijde zit aan mijn voorkeur voor democratie. Reden waarom ik democratie beter kan bestempelen als de minst kwade staatsvorm die er is. Mijn jongste zoon verwoordde deze keerzijde onlangs mooi door zich hardop af te vragen waarom het met stemmen niet zo werkt dat voordat je je stem mag uitbrengen je eerst een vragenlijst moet invullen ter controle of je wel genoeg kennis over de materie hebt om een verantwoorde stem te kunnen uitbrengen.
Precies om deze reden ben ik het oneens met de eerste stelling van de Stemwijzer 2017: “Er moet een bindend referendum komen waarmee burgers door het parlement aangenomen wetten kunnen tegenhouden.”
Voor mij moet een goedlopende democratie zo werken dat je als burger stemt op iemand waarvan je mag verwachten dat hij/zij als professioneel politicus meer kennis van politiek heeft dan jij. Dat moet dus iemand zijn die dermate goed aansluit op  jouw normen en waarden dat je hem/haar capabel genoeg acht om jou in het parlement te kunnen vertegenwoordigen (het heet ook niet voor niets een volksvertegenwoordiging).   
Noem mij gerust cynisch, maar ik vrees dat er onder de kiezers best veel mensen zitten die niet in staat zijn om hun uitgebrachte stem met goede argumenten te onderbouwen. Dan praat ik dus over mensen die niet stemmen op basis van kennis over standpunten van partijen en rationele overwegingen, maar die dat meer doen op basis van bijvoorbeeld (onderbuik) gevoelens bij een bepaalde lijsttrekker of omdat die ene oneliner wel goed klonk of omdat het volgens de peilingen of de partner of de overbuurman een goede partij moet zijn enz.
Als er straks belangrijke politieke beslissingen moeten worden genomen, wens ik dan ook niet via een referendum mijn lot in handen te leggen van dit soort onwetende mensen. Mensen mogen van mij gerust een andere politieke voorkeur hebben dan ik (liever niet natuurlijk), maar dan wel op basis van goed onderbouwde argumenten.
Daarom geef ik tien keer liever mijn vertrouwen aan politici waarvan je in elk geval mag verwachten dat zij zich goed in het betreffende onderwerp hebben verdiept. Ook al besef ik maar al te goed dat er ook in ons land genoeg oneerlijke, onbetrouwbare, onwetende politici bestaan (het zijn net mensen) dan nog heb ik genoeg vertrouwen in de werking van onze, zeer stabiele, democratie. Zo geloof ik er nog steeds heilig in dat de diverse uiteenlopende politieke krachten in ons land elkaar zo in evenwicht houden dat het uiteindelijk altijd leidt tot vrij redelijke en verstandige (en geen extreme) beslissingen.

Een mooie positieve constatering om mee af te sluiten!
 

De indruk van linkse lijsttrekkers

Nu wel nog even een keus maken voor woensdag. Uiteraard op basis van mijn kennis over en voorkeuren voor de standpunten van de partijen, al is het ook voor mij lastig om daarbij niet stiekem te kijken naar de indruk die de (linkse) lijststrekkers achterlaten.

Lodewijk Asscher?
Stabiel, maar saai met weinig uitstraling en dus ook met weinig overtuiging.


Emile Roemer?
Die loopt de hele tijd me zo’n (nep) lach op zijn gezicht rond dat ik vermoed dat zijn spindoctors hem hebben opgedragen dat vooral zo te blijven doen omdat het zo positief (?) overkomt. Sorry, maar bij mij wekt het net als bij premier Mark Rutte alleen maar irritatie op.

Jesse Klaver dan, de nieuwe linkse ster?
In het begin vond ik hem nog wel OK maar inmiddels zie ik in hem een soort van mislukte imitatie van een gladde Amerikaanse politicus pur sang. In de wijze waarop hij zich naar de buitenwereld presenteert, is werkelijk niets aan het toeval overgelaten.
Over alles bij Jesse Klaver is uitvoerig nagedacht: over zijn witte overhemd met opgestroopte mouwtjes, over zijn van Obama (ja, alsof die het allemaal zelf heeft verzonnen…) gejatte uitspraken en slogans (Het Kan Wel/Yes We Can, met dank aan het filmpje van “Zondag met Lubach”), over zijn overdreven optimistische en ambitieuze uitspraken over het willen worden van premier en het streven naar een kabinet met voor de helft vrouwelijke ministers (ik ben tegen discriminatie en dus ook tegen de "positieve" variant), over zijn groots opgezette verkiezingsshows enz.
Blijkbaar is en blijft het voor een politicus bijzonder moeilijk (zie ook column 27) om zelf met iets nieuws en origineels te komen dat echt eigen en authentiek is. Misschien moeten we hieruit de voorzichtige conclusie trekken dat politici gewoon niet zulke creatieve mensen zijn?
Wat nog wel voor Klaver spreekt, is dat hij niet onder stoelen of banken steekt dat hij door Obama en de Verenigde Staten is geïnspireerd en dat hij erkent dat hij ook heel bewust voor deze ambitieuze aanpak heeft gekozen. Wat zijn goed recht is (zeker na de slechte resultaten van GroenLinks in de afgelopen jaren) en in feite kun je het hem ook niet kwalijk nemen, want laten we eerlijk zijn: het werkt.
Om in de politiek succesvol te zijn, moet je nu eenmaal goed (politieke) spelletjes en toneelstukjes kunnen spelen. Wat overigens precies de reden is waarom ik nooit in de politiek zou passen want dat kan en wil ik vooral niet.
 
En hoe zit het met de (gelovige!) Marianne Thieme? Is zij dan wellicht de meest authentieke linkse lijsttrekker?

Ik weet het niet.
 

Sharon Gesthuizen

Voor mij was overigens Sharon Gesthuizen van de SP de meest integere en idealistische politicus van de afgelopen jaren. Maar dat komt omdat ik haar jaren geleden persoonlijk kort heb gekend in mijn werk en zij een hele positieve en bevlogen indruk maakte.
Helaas is zij echter inmiddels gestopt als kamerlid. Ondanks dat Sharon dit soort speculaties in de media volgens mij ontkent, vraag ik me af of zij wellicht te eerlijk, integer en idealistisch voor de politiek was.
Het zou mij niet verbazen...
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


vrijdag 28 oktober 2016

256. Mijn moeder is levensmoe en wil dood

Privé - Familie/Gezin - Euthanasie - Determinisme/Vrije wil

 








Gillend gek

Mijn moeder van 86 is levensmoe, depressief en wil dood. Of toch weer niet. Dat verschilt per dag. Net als dat ze het ene moment roept dat ze naar een verzorgingstehuis wil, terwijl ze de andere dag voor de zoveelste keer herhaalt dat ze in haar huidige woning wil sterven. Dan is ze weer eenzaam en mist ze gezelligheid om haar heen en dan geeft ze opeens weer aan dat ze genoeg sociale contacten heeft en dat ze altijd wat te doen heeft.
Mijn zus wordt er gillend gek van en kan soms zeer geprikkeld en geïrriteerd op onze moeder reageren als ze dit wispelturige gedrag vertoont. Ik stoor me er ook aan, maar ben iets geduldiger omdat ik het meer probeer te zien in het licht van wat je in meer of minder mate kunt verwachten van een hoogbejaarde vrouw. Bovendien is het in de eerste plaats natuurlijk gewoon heel verdrietig en zielig voor onze moeder (maar wat mijn zus ook wel vindt hoor). 
In feite gedraagt mijn moeder zich nu ongeveer hetzelfde als vroeger, maar dan tien keer uitvergroot. Waar ze vroeger al onzeker, angstig, nerveus, druk (met praten, maar vooral in haar hoofd) en impulsief was, is ze dat nu in extreme mate. Alleen haar enorme vergeetachtigheid kun je gewoon toeschrijven aan de ouderdom. Waarbij het dan weer lastig is om in te schatten of met name haar beroerde korte termijngeheugen nou enkel en alleen voortkomt uit ouderdom of dat er meer aan de hand is en we ook te maken hebben met een beginnende vorm van dementie. Bij mijn vader begon het tenslotte ook zo en die bleek uiteindelijk inderdaad dementerende te zijn. 
 

Niet geschikt voor euthanasie

Mijn moeder heeft het afgelopen jaar meerdere keren gezegd dat het wel mooi is geweest en dat ze euthanasie wil. Ze heeft hiervoor al eens met haar huisarts en met iemand van de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde) gesproken.
Desalniettemin heb ik mijn moeder tot op de dag van vandaag (nog!?) niet als een serieuze kandidaat voor euthanasie beschouwd. En niet alleen maar omdat er in het geval van mijn moeder niet is voldaan aan de op dit moment in de euthanasiewet geldende voorwaarde dat er sprake moet zijn van een uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de betreffende patiënt. Maar zelfs als de huidige euthanasiewet al zou zijn verruimd met de toevoeging dat euthanasie onder strikte voorwaarden ook toegankelijk is voor mensen die niet zozeer lijden om medische redenen, maar die - bijvoorbeeld om alle medische ellende juist voor te zijn - gewoon hun leven voltooid vinden, dan nog vind ik mijn moeder met haar impulsieve en wispelturige gedrag hiervoor niet geschikt.
Uit ervaring weet ik dat wat mijn moeder vandaag zegt, morgen weer anders kan zijn. En dat geldt ook voor het onderwerp euthanasie dat op dit moment toevallig weer even geen issue is.
 

Strikte voorwaarden

Wil ik hiermee zeggen dat ik tegen euthanasie ben of in elk geval tegen het plan om de euthanasiewet te verruimen? Nee en nee.
Zowel voor mensen waarbij medisch gezien sprake is van een uitzichtloos en ondraaglijk lijden als voor senioren die om allerlei redenen (verlies dierbaren, toenemende eenzaamheid, depressiviteit, lichamelijke kwaaltjes en afhankelijkheid etc.) helemaal klaar zijn en niet verder meer willen leven, vind ik dat in elke beschaafde samenleving de mogelijkheid tot euthanasie moet bestaan. Met daarbij wel de essentiële toevoeging dat alles valt of staat met de wijze waarop de “strikte voorwaarden” zijn ingevuld.
 

Lang leve de individuele vrijheid

Natuurlijk zou ik op het gebied van euthanasie een heel liberaal standpunt kunnen innemen van - gechargeerd gezegd - lang leve de individuele vrijheid, geef alle volwassenen in Nederland de zelfdodingspil van Drion en laat aan hen de keuze wat ze ermee doen (en heb er vertrouwen in dat het allemaal goed gaat). Maar dat vind ik net zo "verstandig" als tegen elke Amerikaan zeggen van hier heb je een wapen en maak zelf de keuze wanneer je ‘m gebruikt.
Wie mijn columns een beetje volgt, weet dat ik allesbehalve een aanhanger ben van het liberale principe waar bijvoorbeeld het kapitalisme en religie voor het grootste deel op zijn gestoeld: het wijdverbreide misverstand dat we in de basis allemaal ongeveer hetzelfde zijn en we dus ook in dezelfde mate vrij zijn in het maken van onze keuzes (zie columns 215 en 216). Of dat nou is tussen bijvoorbeeld arm en rijk (kapitalisme) of tussen goed/hemel en kwaad/hel (religie). 
 

De hersenen van een psychopaat

Wie veel kennis heeft van de sterk uiteenlopende nature en nurture omstandigheden van de mens kan nooit beweren dat wij in de basis allemaal dezelfde keuzevrijheid hebben. Hooguit kun je daar verder geen moeite mee hebben omdat je een aanhanger bent van het principe van het recht van de sterkste.
Waarmee ik overigens absoluut niet wil beweren dat ik denk dat we in een volledig deterministische wereld leven waarin alles wat er gebeurt of nog gaat gebeuren al lang vaststaat. Maar wel denk ik dat je vanuit het biologisch determinisme kunt stellen dat je van iemand met bijvoorbeeld de hersenen van een psychopaat niet mag verwachten dat hij in de “keuze” tussen goed en kwaad dezelfde beslissingen neemt als die van een gemiddeld persoon.
 

Onomkeerbaar

Vanuit mijn toegelichte voorkeur voor socialisme boven liberalisme vind ik dat de overheid als taak heeft om op te komen voor de zwakkeren en kwetsbaren in de samenleving. En zeker als het om leven-en-dood-kwesties als euthanasie gaat, moet de overheid duidelijke randvoorwaarden creëren waardoor dit soort keuzes weloverwogen gemaakt kunnen worden en misbruik en misverstanden uitgesloten zijn.
Belangrijk hierbij is te beseffen dat voor veel mensen die euthanasie overwegen hetzelfde zal gelden als voor zelfmoordenaars waarover de zwaar depressieve dichter Rogi Wieg ooit zei: “De zelfmoordenaar wil niet dood, hij wil een ander leven.”
Met dat belangrijke verschil dat bij potentiële zelfmoordenaars door de gemiddeld veel jongere leeftijd het leven op papier althans minder uitzichtloos is (of hoeft te zijn) dan bij senioren die met de gedachte aan euthanasie spelen. Eenvoudigweg omdat senioren meer te maken hebben met factoren die het leven niet alleen bemoeilijken, maar die vooral onomkeerbaar zijn: de dood van dierbaren, de aftakeling van het lichaam, de grotere afhankelijkheid etc.
 

Niet leuk en eenzaam

Aansluitend op het bovenstaande geloof ik niet dat mijn moeder echt dood wil. Wel denk ik dat zij haar leven op dit moment met haar medische kwaaltjes, grotere afhankelijkheid en kleiner wordende wereld als niet leuk en eenzaam ervaart. Wat behalve verdrietig en pijnlijk ook wel begrijpelijk is.
Dit aangevuld met het besef dat het er de komende tijd niet beter op zal worden, leidt dit onvermijdelijk tot fases waarin gedachtes aan de mogelijkheid tot het laten uitvoeren van euthanasie in meer of mindere mate door het hoofd schieten.
Mocht mijn moeder in een redelijk stabiele fase terechtkomen waarin zij lang en heel consequent blijft aangeven en herhalen dat zij niet meer wil leven, dan ben ik - samen met mijn zus - de eerste die haar een vrijwillig gekozen levenseinde gunt. Waarbij ik dan mag hopen dat tegen die tijd de verruiming van de euthanasiewet al wettelijk is geregeld. 
 

Barmhartig

Als je erover nadenkt, blijft het toch eigenlijk te gek voor woorden dat we leven in een wereld waarin ik mijn kat uit pure liefde een spuitje kan laten geven op een moment dat hij op is, maar dat dat met mijn eigen moeder niet zo (makkelijk) gaat.
Ik vraag me hierbij ook af wat nou barmhartiger is: iemand een vrijwillig levenseinde gunnen of iemand tegen zijn/haar wil koste wat het kost in leven houden "omdat het leven een kostbaar geschenk van God is en we respect voor de waarde van het leven moeten hebben". Naar mijn mening tonen we juist respect voor de waarde van het leven door deze op een liefdevolle, waardige en barmhartige wijze te beëindigen op een moment dat daar vrijwillig en weloverwogen om wordt verzocht.    








  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.




donderdag 30 juni 2016

244. We hebben veel minder invloed dan we denken (2/2)

Privé - Sport - Familie/Gezin - Nature/Nurture

 








Ambitieus

Uit wat mijn dochter er zelf over zegt, kan ik opmaken dat ze met acrogym is gestopt door een combinatie van een aantal factoren.
Ten eerste vindt ze zichzelf niet goed genoeg. Wat ik als vader - maar ook vanuit een objectief punt gezien - niets anders dan onterecht kan vinden aangezien ze het met de wedstrijden altijd heel goed heeft gedaan, met zelfs één deelname aan het NK acrogym.
Haar houding hierover heeft denk ik alles met haar ambities te maken. Ondanks dat je het niet zozeer aan haar afziet, kan mijn dochter zeer ambitieus zijn. Omdat ze nu met acrogym een paar jaar op hetzelfde niveau bezig is (eerst als bovenpartner - getild worden - en later als onderpartner - anderen tillen), ze merkt dat ze van nature niet tot de meest lenige van de groep behoort (maar dat geldt voor meer meisjes) en haar trainster haar ook ooit vertelde dat dat mede komt doordat ze ernaast hockeyt wat niet bevorderlijk is voor de lenigheid van haar spieren, denkt mijn dochter dat ze niet veel verder komt en is ze er klaar mee. Daarbij komt nog dat ze met haar laatste acrogympartners minder klikt dan met die van de voorgaande jaren en heeft ze bedacht dat als ze nu stopt ze meer (vrije) tijd krijgt voor andere zaken als huiswerk en hockey. Omdat ze met hockey voor volgend seizoen opnieuw in een selectieteam is geplaatst, ziet ze daarin wel de nodige uitdagingen.
 

Invloed ouders op levensloop en keuzes kinderen

Het stoppen van mijn dochter met acrogym roept bij meer weer eens de interessante vraag op in hoeverre je als ouder als individu nou eigenlijk invloed hebt op de levensloop en keuzes van je kinderen. Menig ouder zal de overtuiging hebben dat die invloed vrij groot is, maar ik ben daarentegen ervan overtuigd dat die invloed altijd een stuk minder groot is dan wij ouders (willen) geloven.
Zoals altijd komt het er weer op neer dat mensen de eigenaardige neiging hebben om als iets goed gaat (bijvoorbeeld in de opvoeding) dit toe te schrijven aan hun eigen kwaliteiten, terwijl als er iets fout gaat dit vooral zal worden toegeschreven aan externe factoren. En zoals altijd denk ik weer dat beide visies sterk overdreven zijn en dat de waarheid dichter ligt bij iets wat mensen niet fijn vinden om te horen: we hebben gewoon veel minder invloed op onze directe omgeving dan we denken. Of dat nou gaat om de opvoeding van onze kinderen of om ons succes in het leven in het algemeen.
Factoren als geluk, pech, willekeur en aanleg (nature) tezamen met omgevingsfactoren (nurture) die wij zelf niet in de hand hebben, zijn alle ervoor verantwoordelijk dat wij veel minder controle kunnen uitoefenen op onze omgeving dan we zouden willen.
 

Egoïstisch 

Laten we tennis als eenvoudig voorbeeld nemen. Puur egoïstisch bekeken, had ik graag gezien dat al mijn drie kinderen tennissers waren geworden. Ik ben zelf een tennisser en ik zou het heel erg leuk hebben gevonden als ik regelmatig met mijn kinderen een balletje had kunnen slaan.
Nu kun je denken van dat is toch simpel: je zet je kinderen op tennis en motiveert ze zo goed als je kan door bijvoorbeeld regelmatig zelf met ze te gaan tennissen. Kat in het bakkie.
Toch is het niet zo simpel. Ondanks dat al mijn drie kinderen inderdaad op tennis hebben gezeten, zijn ze er ook alle drie weer afgegaan. Weer puur vanuit een egoïstisch sentiment bekeken, kan ik nu stellen dat ik dus kennelijk tekort ben geschoten in het overbrengen van motivatie. Wellicht had ik meer met ze moeten gaan tennissen en zelfs ook op die momenten dat ze daar geen zin in hadden. Wellicht had ik gewoon wat meer doorzettingsvermogen van ze mogen eisen omdat je soms nu eenmaal zin “moet maken” en was zo'n soort zachte dwang/push noodzakelijk geweest om ze over de drempel te tillen richting plezier krijgen in de sport.
 

De factor "Nature"

Natuurlijk zou dat allemaal waar kunnen zijn, maar toch betwijfel ik of een andere aanpak ervoor had kunnen zorgen dat mijn kinderen net als ik tennissers waren geworden (of wil ik dat uit zelfbescherming niet geloven?). Simpelweg omdat er teveel factoren meespelen waarop ik weinig tot geen invloed heb.
De eerste in dit voorbeeld is misschien wel de belangrijkste: nature. Om mijn punt te maken, laat ik voor het gemak de invloed die gecompliceerde nurture-omstandigheden kunnen hebben op de nature even buiten beschouwing (klein voorbeeld: als een kind met veel stress wordt opgevoed/nurture, zal dat invloed hebben op de ontwikkeling van de hersens/nature).
Stel dat kinderen ouders hebben met een stabiele, niet gecompliceerde, niet controversiële, vrij sociaal wenselijke persoonlijkheid die nodig is om soepel door het (sociale) leven te lopen met daarbij een bijbehorende goede loopbaan en carrière. Waarmee ik dus vooral doel op het soort ouders dat zich tijdens hun leven in het algemeen keurig aan alle (omgangs)regels heeft gehouden en geen noemenswaardige moeite met autoriteit heeft vertoond. In dat geval denk ik dat de kans groot is dat de kinderen vanuit de nature een vergelijkbare persoonlijkheid zullen hebben met een grote bereidheid om dingen en regels aan te nemen van invloedrijke mensen uit hun omgeving, waaronder in de eerste plaats de ouders.
 

Erfelijk belast

Terugkerend naar mijn voorbeeld van tennis merkte ik al snel dat ik mijn kinderen tennisles kon geven wat ik wilde, maar dat dat weinig zin had. En wel om één simpele reden. In meer of mindere mate hebben al mijn kinderen moeite met autoriteit, nemen ze niet snel dingen aan, weten ze het vaak beter en zijn ze zeker tegenover “autoriteit”(?) papa allesbehalve onder de indruk van goedbedoelde adviezen en tips. Wat uiteraard ook veel zegt over de papa en zijn (blijkbaar gebrek aan) natuurlijk overwicht. Iets waar ik vast ook nog wel eens een column aan ga wijden.
Opmerkingen als “Dat doe ik toch!” en “Daar heb ik geen zin in” en “Dat werkt helemaal niet” vlogen me continu om de oren. Om gek van te worden, ware het niet dat ik heel goed besefte dat ik me niet hypocriet moest gaan gedragen. Als ik gefrustreerd raak van mijn eigenwijze, koppige, betweterige kinderen met een autoriteitsprobleem (en dat dat wel eens gebeurt, staat vast) dan zal ik toch in de eerste plaats naar mezelf moeten kijken én daarna naar hun moeder. Waarbij ik dan ook zo eerlijk moet zijn om te erkennen dat mijn kinderen op deze punten qua nature iets meer erfelijk belast zijn van de kant van hun vader. Alleen voor de koppigheid zal ik ze vriendelijk doorverwijzen naar hun moeder, die daar zelf overigens wel begrip voor zal kunnen opbrengen mag ik hopen (zie ook column 106). 
 

Kneedbaar

Samenvattend komt het erop neer dat als ik invloed wil uitoefenen op mijn kinderen ik voor een niet onbelangrijk deel ook afhankelijk ben van nature-omstandigheden. Omstandigheden dus die voor het overgrote deel al bij de geboorte vastliggen en waar ik verder helemaal niets aan kan veranderen. Hoe flexibeler ouders van nature zijn en hoe meer ze open staan voor het blindelings volgen van regels en adviezen van anderen, hoe groter de kans dat hun kinderen nog enigszins kneedbaar en beïnvloedbaar zullen zijn.
Maar ook al zou ik kinderen hebben gehad die ik zonder moeite had kunnen kneden tot tennisspelers, dan nog was ik er nog lang niet geweest. Want wanneer ik kijk naar de redenen waarom ik zelf tennisser ben geworden, kan ik concluderen dat er nog genoeg onzekere omgevingsfactoren overblijven die bij dit soort keuzes bepalend kunnen zijn waar je als ouder ook weer totaal geen invloed op hebt. Denk alleen al aan bijvoorbeeld de ligging van de tennisbanen (dichtbij/ver - mijn club lag om de hoek), het aanzicht van de club, de sfeer, de tennisleraar/-lerares, vriendjes/vriendinnetjes die ook op die club zitten etc.
En met (of zonder) hulp van alle genoemde nature en omgevingsfactoren valt of staat alles uiteindelijk met één simpele "last but not least" eindvraag: vindt je kind het leuk? Waarbij we opnieuw uitkomen op een factor waar menig ouder stiekem zelf alle controle over zou willen hebben, maar eerlijk zal moeten erkennen dat dat toch echt een illusie is.    
Je kunt er lang of kort over blijven praten, maar het blijft allemaal niets meer en niets minder dan een kwestie van willekeur en geluk of pech.
 

Moraal van het verhaal

Een lang verhaal om mezelf te overtuigen. Vooral van het feit dat ik niet of nauwelijks controle heb op de keuzes die mijn kinderen in hun leven maken. Of dat nou gaat om de sporten die ze wel of niet (meer) willen beoefenen of om de studies die ze straks wel of niet gaan volgen.
Moraal van het verhaal weet ik overigens al lang: gelukkig maar dat ik die invloed niet heb. Zoveel invloed op je kinderen moet je ook niet willen hebben. Het gaat tenslotte om hun (eigen leven) en niet om (dat van) mij. Een zoetsappig cliché maar al te waar: welke keuzes mijn kinderen in hun leven ook maken, maakt mij niets uit zo lang als ze er maar gelukkig van worden. 
 
En toch blijft het jammer dat mijn dochter is gestopt met acrogym. Spreekt de betweterige, eigenwijze, sentimentele vader die altijd het laatste woord wil hebben...
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

woensdag 29 juni 2016

243. Openheid leidt tot minder kwetsbaarheid (1/2)

Privé - Sport - Familie/Gezin - Jeugdsentiment - Open/Gesloten  

 





 

Sentimenteel persoon

Mijn dochter is gestopt met acrogym. Onlangs had ze haar laatste twee wedstrijden en sloot ze deze leuke sport af met een tweede plaats bij de demowedstrijd voor turn-/acrogymclubs. Opnieuw was de demo mooi en origineel, maar hij haalde het niet bij de superoefening van vorig jaar toen het team de wedstrijd won (zie column 193).
Dat mijn dochter stopt, doet mij meer dan haar. Met dit soort dingen ben en blijf ik nu eenmaal een behoorlijk sentimenteel persoon (zie ook column 143). Ik bewaar goede herinneringen aan het halen, brengen en kijken naar de wedstrijden en ik zal de bezoekjes met mijn dochter na de trainingen aan de ijssalon op de hoek erg gaan missen.
Nieuwsgierig als ik altijd ben, vraag ik me af wat er achter dit soort sentiment zit dat altijd naar boven komt op een moment dat een fijne fase wordt afgesloten. Het antwoord daarop is echter natuurlijk niet zo ingewikkeld: moeite hebben met het vergaan van de tijd. De een zal meer last hebben van (jeugd) sentimentele en nostalgische gevoelens van iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt (
Grieks: nostos = terugkeer en algos = droefheid, pijn, lijden) dan de ander. En helaas ben ik hierin meer “de een”. Niet voor niets wordt vooral in de spirituele wereld het ultieme geluk gezocht in leven in het nu.
 

Moeilijk te doorgronden

Waarom mijn dochter precies met acrogym is gestopt, weet alleen zij. Mijn dochter is nogal moeilijk te doorgronden. Ooit vroeg haar hockeycoach aan mij of ik tips had over hoe hij mijn dochter kon bereiken omdat hij haar niet kon peilen, waarop ik zei dat ik hem een hand kon geven. Ik weet vaak ook niet wat er in haar hoofd omgaat. Wat die geslotenheid betreft, lijkt ze erg op haar moeder bij wie ik datzelfde gevoel ook altijd had.
Zelf ben ik naarmate ik ouder ben geworden steeds meer een open boek geworden. Wat overigens absoluut niet wil zeggen dat ik links en rechts maar aan Jan en alleman mijn levensverhalen vertel. Maar voor mensen die oprechte interesse tonen en die mij beter kennen, geldt dat ze me van alles en nog wat kunnen vragen (in zoverre ik het ze zelf niet al heb verteld) en ik zal overal een eerlijk antwoord op geven. Daar ben ik niet moeilijk in. Ik houd zelf enorm van openheid en directheid en van beestjes bij de naam noemen en ik heb helemaal niets met taboes.
 

Gemengde gevoelens met privacy

Mijn ex-vrouw vond mij te direct en was van mening dat je bepaalde vragen gewoon niet stelt omdat ze brutaal en impertinent zijn en ze de privacy aantasten. Met het woord “privacy” zal ik altijd gemengde gevoelens blijven hebben. Natuurlijk heb ook ik behoefte aan privacy en in sommige opzichten zelfs veel meer dan anderen. Maar dan vooral in de betekenis van alleen willen zijn.
Ik ben graag op zijn tijd (lees: regelmatig) alleen. Zo vind ik het bijvoorbeeld helemaal niets om met mooi zomers weer in mijn kleine tuintje te zitten op een moment dat iedereen om mij heen ook in de tuin zit, omdat je dan alles van elkaar hoort. En niet omdat ik iets te verbergen zou hebben, maar gewoon omdat ik dat niet prettig vind.
Jaren geleden was ik ooit op vakantie in Zweden en zaten we in een huisje met een grote tuin aan de rand van een bos waarin je kon verdwalen - wat we dan ook prompt een keer deden - en waarbij de eerste buren op een paar kilometer afstand zaten. Zoals we daar woonden zou ik het liefst altijd willen wonen, aangezien ik dan ultiem kan genieten van ongerepte natuur én privacy. Waarbij ik “ongerepte natuur” definieer als iets wat wij in Nederland niet of nauwelijks kennen: om je heen kijken en nergens enige vorm van “beschaving” (lees: mensheid) zien. Wat dat betreft woon ik in het verkeerde land en had ik veel liever in bijvoorbeeld de Ardennen of Scandinavië gewoond.
Wanneer je kijkt naar de betekenis van privacy in de zin van het niet willen delen van bepaalde informatie met anderen, heb ik weer veel minder met privacy dan de meesten. Met mensen die op dit punt altijd heel erg op hun privacy gesteld zijn, vraag ik me altijd af wat ze toch in godsnaam te verbergen hebben.
Ervan uitgaande dat ieder mens wel iets te verbergen heeft waarvan hij niet wil dat anderen het weten, heb ik daar gelukkig niet veel last van. Ik leid verder geen dubbelleven met lugubere geheimen of lijken in de kast of kelder (die ik niet heb: noch een kelder noch lijken), al kun je daar natuurlijk tegenin brengen dat je juist mensen die dat beweren niet moet vertrouwen. In elk geval is de kans groot dat als chanteurs zich bij mij melden, ze met de staart tussen de benen moeten afdruipen omdat ik zal zeggen van “prima, maak maar bekend, daar schaam ik me verder niet voor”.
Dat ik zo ben, komt wellicht doordat ik - vooral kijkend naar toen ik jong was - ik van nature een vrij gevoelige, kwetsbare inslag heb en ik deze kwetsbaarheid alleen maar zou vergroten als ik me maar steeds achter mijn privacy zou verschuilen. Ik vermoed dat mensen die zeer gehecht zijn aan hun privacy en die er aldus alles aan doen om die privacy te beschermen dat doen vanuit de gedachte dat ze dan veiliger en minder kwetsbaar zijn. Ondanks dat ik die gedachte begrijp, denk ik zelf dat het omgekeerde vaker waar is. Namelijk dat meer openheid leidt tot minder kwetsbaarheid. Hoe opener ik ben en hoe meer dit gepaard gaat met mijn zelfkritische kant, hoe minder kwetsbaar ik zal zijn. Daar ben ik van overtuigd. Want wie open en zelfkritisch is, zal minder snel geraakt en gekwetst (kunnen) worden. Althans zo denk ik erover. Al sta ik uiteraard open voor andere meningen...

Deel twee volgt meteen hierna.
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

dinsdag 2 februari 2016

225. Go with the flow my son! (2/2)

Privé - Puberteit - Familie/Gezin

 







Alle voordelen hebben nadelen

Aansluitend op mijn vorige column over het domme puberbrein (zie column 224) heeft het iets ironisch dat als mijn jongste zoon mij in plaats van zijn moeder had gevraagd of het goed was als hij een avond met wat vrienden in mijn huis zou mogen chillen terwijl ik op vakantie was, ik dat echt nooit zou hebben goedgekeurd. De ironie zit ‘m in het feit dat ik bij mijn kinderen bekend sta als de makkelijkste van hun ouders. Wat ik ter verduidelijking absoluut niet zeg om op te scheppen of zoiets, aangezien ik drommels goed weet dat alle voordelen nadelen hebben en andersom. 
 

Kernkwadrantenmodel Ofman

Het kernkwadrantenmodel van Daniel Ofman geeft in zijn eenvoud prachtig weer hoe dit principe van alles heeft voor- en nadelen werkt (zie ook column 17). Ofman redeneert dat elke kernkwaliteit die je bezit weer een valkuil heeft als je teveel van die kwaliteit vertoont en je er bijvoorbeeld in doorschiet. Om dit weer te herstellen en in balans te brengen, zul je de uitdaging moeten aangaan om jouw kwaliteit iets af te vlakken of - anders gezegd - om juist iets te tonen van het tegenovergestelde van die kwaliteit. Waarbij je dan echter weer moet gaan uitkijken dat je daarin niet vervolgens doorschiet, want dan loop je het risico dat je uitkomt bij jouw eigen allergie: het tegenovergestelde van jouw kwaliteit. 
Dus als je bijvoorbeeld makkelijk bent, kun je ook te makkelijk worden (valkuil) waardoor je bijvoorbeeld veel te losjes, 
te meegaand en te lief doet met als gevolg dat je niet serieus genomen wordt en je nul autoriteit hebt. Maar daar kun je weer van leren (uitdaging) door erop te gaan letten dat je je wat assertiever, krachtiger en strenger gaat opstellen. Zou je in deze uitdaging echter weer doorschieten dan loop je het risico dat je uiteindelijk die persoon wordt die je rekent tot jouw eigen allergie: een super streng, autoritair persoon waar iedereen bang voor is. Uiteraard chargeer ik, voordat de suggestie ontstaat dat ik hier mijn ex-vrouw beschrijf...
Wat ik trouwens grappig vond om te lezen bij de voorbeelden van dit kernkwadrantenmodel is wat er wordt genoemd als valkuil van de kernkwaliteit "realistisch": "cynisch"! Hier wordt dus duidelijk de conclusie getrokken dat bij een ieder die (te) realistisch naar de wereld kijkt cynisme op de loer ligt. Dit klinkt misschien hard, maar ik vrees dat het maar al te waar is.
 

Menselijk én hypocriet

Dat ik allesbehalve makkelijk zou hebben gereageerd als mijn zoon mij had gevraagd om tijdens mijn afwezigheid met vrienden een avond in mijn huis te chillen, heeft alles te maken met de realistische dan wel negatieve kijk (het is maar hoe je het interpreteert) die ik op pubers en de puberteit heb. Al ben ik daar ook heel ambivalent in.
Aan de ene kant erger ik mij dood 
aan dat typische, vaak onbetrouwbare en onberekenbare, pubergedrag: erbij willen horen, stoer doen, uitgaan, drinken, roken, drugs, seks, experimenteren etc. Al toen ik zelf een (aparte) puber was, had ik met dit soort groepsgedrag helemaal niets. Niet dat ik zelf geen pubergedrag vertoonde, maar dat uitte zich vooral in opstandig en brutaal gedrag tegen mijn ouders (sorry nog daarvoor mama en papa...). Voor de rest zette ik me vooral af tegen mijn eigen stoerdoenerige leeftijdgenoten die het zo druk hadden met hun imago en met erbij willen horen. 
Aan de andere kant weet ik maar al te goed dat ik als aparte puber niet de meest gelukkige puber was (alleen op de tennisbaan, mijn uitlaatklep, was ik wel happy) en gun ik mijn kinderen uiteraard een veel betere, meer gemiddelde puberteit. Afgezien nog van het feit dat ik drommels goed besef dat hoe irritant pubers soms ook kunnen zijn, het objectief en rationeel bekeken natuurlijk volstrekt normaal gedrag is op die leeftijd.
Ach, ik houd mezelf graag voor dat dit soort gedachten me enkel menselijk maken, én hypocriet. Want ja, laat mijn zoon alsjeblieft een gewone puber zijn die lekker meegaat met de flow en die helemaal losgaat op feesten, maar wel zo lang hij dat maar ergens ver weg buitenshuis doet. 

De meest gemiddelde mensen zijn ook meest gelukkige

In een eerdere column 
(zie column 196) heb ik al eens over mijn hiervoor genoemde ambivalente gevoel - dat een beetje als een rode draad door mijn leven loopt - geschreven.  Ik noem dat in de column "het tennisfeestdilemma". Dit dilemma draait om een soort strijd tussen gevoel en verstand. Waarbij mijn voorkeur, in tegenstelling tot veel anderen, altijd zal blijven uitgaan naar het verstand aangezien ik dat (hoe verrassend) nu eenmaal de meest verstandige keuze vind.
Verstandelijk gezien vind ik dat als je het in je hebt om gewoon mee te kunnen gaan met de flow dat dat altijd de beste keus zal zijn. Wie meegaat met de flow is (of wordt) tenslotte sociaal sterk en creëert zodoende een groot sociaal netwerk met alle bijbehorende voordelen.
Onlangs maakte ik in mijn filosofiegroep een opmerking die hierop aansluit. We spraken over geluk en ik zei dat ik ervan overtuigd ben dat de meest gemiddelde mensen op aarde ook de meest gelukkige mensen zullen zijn. Wat in mijn ogen geen opzienbarende uitspraak is als wel eentje die gebaseerd is op eenvoudige kansberekening en statistiek. Diverse onderzoeken op het gebied van geluk tonen aan dat als we geluk willen vinden we deze het best dichtbij huis kunnen gaan zoeken en dan vooral in onze directe sociale omgeving: familie, relatie, gezin, kinderen, vrienden.
Sociaal gezien zullen de meest gemiddelde personen met (relatief) de meeste mensen klikken en dus kunnen zij voor vrienden en relaties uit de grootste sociale vijver vissen. Hierdoor zullen hun kansen op geluk statistisch gezien het grootst zijn. Piece of cake (in theorie)!

Typisch irritant pubergedrag

De moraal van het verhaal is dat ik vanuit mijn gezonde verstand mijn kinderen altijd zal aanmoedigen om mee te gaan met de flow. Een apart, slim en eigenzinnig kind dat buiten de groep staat en niet meedoet aan feesten, zuipen en experimenteren, klinkt best mooi en helemaal niet verkeerd (en dat is het natuurlijk ook niet!), maar als ouder die zijn kind al het geluk van de wereld gunt, kun je beter hopen op een gemiddeld kind dat zich gedraagt zoals de meeste pubers zich gedragen. 
Hoe goed ik het spel echter ook meespeel door mijn kinderen te blijven stimuleren om vooral met die flow mee te blijven gaan, schiet ik soms keihard uit mijn rol. Toen mijn jongste zoon laatst aankondigde met wat vrienden op zijn kamer te gaan indrinken voor een feest later die avond, kon ik me even niet beheersen. Voordat ik het wist, verliet een uit ergernis voortkomende tactloze opmerking mijn mond: “Ik vind ‘indrinken’ wel een van de stomste woorden die ik ken.”
Een eerlijke opmerking van me weliswaar, want alcohol drinken voordat je je op een feest lam gaat zuipen vind ik inderdaad nogal onbenullig en allesbehalve stoer. Maar ik had natuurlijk als "wijze" volwassene gewoon mijn opmerking moeten inslikken en mijn zoon alleen veel plezier moeten wensen.

Altijd verstandig zijn, valt niet mee. Maar de volgende keer dat
mijn zoon een feest heeft, zal ik ervoor zorgen dat hij niet vergeet eerst in te gaan drinken: go with the flow my son!







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 
 
 

zondag 31 januari 2016

224. Het domme puberbrein (1/2)

Privé - Familie/Gezin - Puberteit

 







Domme actie

Tijdens de kerstvakantie zag het gezicht van mijn jongste zoon van vijftien eruit als dat van een bokser die net alle hoeken van de ring heeft gezien. Zijn linkeroog was helemaal opgezwollen en op en rond zijn slaap, kin, lippen en wangen zaten diverse lelijke schaafwonden.
Hij riep mij op een ochtend nadat hij een feest had gehad om mij te vertellen dat hij die nacht hard van zijn fiets was gevallen. Helaas voor hem reageerde ik niet zozeer begripvol als wel kwaad vanwege de domme actie om mij bij thuiskomst niet te wekken, terwijl ik kijkend naar zijn gezicht me bezorgd afvroeg of er geen hechtingen hadden moeten worden geplaatst. Bovendien was ik geïrriteerd doordat het ongeluk precies zo was gegaan zoals ik al vermoedde: drie knullen fietsen na een feest dronken, lachend en beetje slingerend naar huis totdat ze botsen en er eentje ongelukkig op het asfalt belandt.
Het begrip en de troostende woorden kwamen later wel toen de huisarts ons had gerustgesteld met de mededeling dat het allemaal vanzelf zou herstellen en hij er hooguit een klein littekentje aan over zou houden.
 

Woede en irritatie

Dat ik zo kwaad was, had overigens alles te maken met een veel groter incident van zeven maanden geleden, waarbij mijn zoon mij ook niet informeerde op een moment dat dat absoluut had gemoeten. Mijn ex-vrouw was een week op vakantie en mijn zoon vroeg aan mij of hij met "een paar" vrienden op een zaterdagavond in haar huis mocht “chillen” en blijven slapen. Ik vroeg hem of hij dat had kortgesloten met zijn moeder en omdat dat zo was, zei ik dat het goed was.
Een dag later belde mijn zoon mij om één uur ’s middags op om mij te vragen of ik al had gehoord dat het vannacht een “beetje” uit de hand was gelopen. Blijkbaar zou ik dat moeten hebben gehoord van mijn ex-vrouw die hij net voor mij op de hoogte had gesteld.
Omdat ik merkte dat ik door zijn opmerking - aangevuld met mijn eerst opkomende gedachte dat het mij allemaal niet verbaasde - grote woede en irritatie in me voelde opborrelen, was ik zo verstandig om alleen maar te zeggen dat hij eerst maar naar huis moest komen. Dan zou ik zijn verhaal wel rustig proberen aan te horen. Aangezien hij eerst nog het huis van zijn moeder moest opruimen, kwam hij uiteindelijk pas tegen vieren thuis waar ik helaas moest constateren dat zijn verhaal nog veel erger was dan ik had verwacht. 
 

Een project X-achtige situatie

Ik vermoedde dat mijn zoon en zijn vrienden - om in pubertaal te spreken - een teringzooi van het huis van mijn ex-vrouw hadden gemaakt en dat er waarschijnlijk ook wat dingen waren stukgegaan.
De waarheid was echter dat die “paar” “vrienden” ook weer een “paar” vrienden hadden uitgenodigd en mijn zoon uiteindelijk geconfronteerd werd met een project X-achtige situatie (zie column 31) waarbij er rond middernacht een man of vijftig ongenode gasten in en rondom het huis van mijn ex-vrouw rondliepen.
Natuurlijk was het geen moment in het domme puberbrein van mijn zoon opgekomen om papa even te bellen. Wel was hij zo "slim" geweest om zijn oudere (eveneens puber) broer te bellen die bij een vriendin was in de hoop dat die even met wat vrienden zou langskomen om de rust te “herstellen”. Of dit de situatie wel of juist niet ten goede was gekomen, zullen we (gelukkig) nooit weten. De broer hoefde uiteindelijk toch niet te komen, aangezien mijn jongste zoon de briljante inschatting maakte dat het ergste inmiddels achter de rug was en de mensen nu wel snel zouden vertrekken. Waarmee hij meteen bewees dat als je een risicovolle situatie goed wilt inschatten je maar beter geen puberbrein kunt hebben.
 

Anticlimax

Het feestje eindigde uiteindelijk in een enorme anticlimax, waarbij een stel onbekende, ongenode achttienjarige knullen de beste vriend van mijn zoon knock-out sloegen en iedereen zich pijlsnel uit de voeten maakte toen even later de politie arriveerde. Die door een wél verstandig persoon uit de omgeving (zonder puberbrein) was gebeld.
Gelukkig en vanzelfsprekend was in elk geval wel de vader van de vriend gebeld die zijn zoon linea recta naar het ziekenhuis bracht, waar hij uit voorzorg zelfs even op de intensive care (!) moest verblijven. Cru gesteld, kun je spreken van een geluk bij een ongeluk dat de jongen er uiteindelijk vanaf kwam met “slechts” een hersenschudding en een gebroken neus.
 

Allergie

Ziedend was ik toen mijn zoon mij dit verhaal vertelde. In de eerste plaats vooral omdat hij mij pas na meer dan twaalf uur na het gebeuren op de hoogte had gesteld van wat er met zijn vriend was gebeurd, in plaats van dat hij mij die nacht meteen had gebeld. Want dat was natuurlijk veruit het ergste van alles. Met materiele schade kan ik nog leven (en zeker als het gaat om materiaal van mijn ex-vrouw), maar schade aan lichaam en gezondheid is natuurlijk hele andere koek.  
De tweede reden dat ik ziedend was, had ermee te maken dat mijn zoon tijdens het vertellen van zijn dramatische verhaal keer op keer in mijn allergie terechtkwam door herhaaldelijk te foeteren op al die knullen die zijn avond verpest hadden. Waarbij hij voor het gemak maar even vergat wie ook alweer al deze ellende - bedoeld dan wel onbedoeld - in gang had gezet en dus verantwoordelijk was voor het gebeuren. 
Van de diverse allergieën die ik tegen mensen heb, is die waarbij men geen of weinig zelfkritiek vertoont misschien wel de grootste. En dat is balen, want mijn God wat geldt dat voor veel mensen op deze aardbol. Reden waarom ik altijd op mijn kinderen zal blijven hameren dat als er iets fout gaat ze altijd in de eerste plaats naar hun eigen rol moeten kijken. Ik heb tien keer liever dat mijn kinderen iets ontzettends doms doen, maar daarbij erkennen dat het hun eigen stomme fout was en ze ervan hebben geleerd, dan dat ze iets minder stoms doen waarbij ze maar om de hete brei heen draaien en met hun vingertje naar anderen wijzen.
Al vergeet ik hierbij uiteraard niet de verantwoordelijkheid van mijn ex-vrouw en mezelf in dit nare incident. Tenslotte hadden wij als eerste gefaald door het plan van mijn zoon goed te keuren. Bovendien had ik - zeker achteraf gezien - die avond beter even langs kunnen gaan om te checken of alles wel goed ging. Mijn gegeven vertrouwen aan mijn zoon bleek achteraf een domme inschattingsfout te zijn geweest.
 

Kettingreactie

Natuurlijk is achteraf praten altijd makkelijk en besef ik ook heel goed dat wat er was gebeurd wel het laatste was wat mijn zoon wilde. Na de reconstructie van het gebeuren werd mij ook duidelijk dat de grootste fout die hij die avond had gemaakt het uitnodigen van één vage “vriend” was geweest die vervolgens de hele kettingreactie in gang zette door allemaal anderen uit te nodigen met alle pijnlijke gevolgen van dien.
Door mij voor te stellen wat voor enorme stress mijn zoon die avond moet hebben ervaren toen hij eenmaal door begon te krijgen dat hij geen enkele controle meer over de situatie had, kreeg ik ook gewoon medelijden met hem. Al blijf ik zijn ongetwijfeld bewuste keuze (hij had toen blijkbaar nog ergens de hoop om de situatie zo te herstellen dat zijn ouders nergens van af zouden komen te weten) om mij niet te bellen altijd ongelofelijk stom en onbegrijpelijk vinden. Hoe verklaarbaar dat ook mag zijn door de aanwezigheid van een oppervlakkig puberbrein.
 

Aandoenlijk

Meest aandoenlijk van alles vond ik toen mijn zoon mij met tranen in zijn ogen vertelde dat hij helemaal in het begin, toen het nog rustig was, al geen goed gevoel had over de avond en over sommige vage vrienden die hij in zijn huis had toegelaten. Op dat moment was de emotionele gedachte door hem heen gegaan dat als hij nou gewoon zijn vriendinnetje nog had gehad - die het kort daarvoor tot zijn grote verdriet na een jaar had uitgemaakt - hij lekker rustig met haar een film had kunnen kijken. En dat had hij tien keer liever gedaan dan dit.
Ach gossie, bij het aanhoren van deze bekentenis dat deze avond een beetje was bedoeld om het verlies van zijn vriendinnetje te helpen verwerken, sprongen bij mij ook de tranen in de ogen. Ik deed dus maar wat iedere normale ouder in zo'n situatie zou doen: ik omarmde mijn domme maar lieve puberzoon en troostte hem.


Meteen hierna volgt deel 2.
 
 





Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 17 januari 2016

223. Doe jezelf altijd beter voor dan je bent

Privé - Werk - Jezelf zijn

 






Sollicitatiegesprek

Sinds lange tijd had ik van de week weer eens een sollicitatiegesprek. Het gesprek was tot stand gekomen door een vrouw die mij coacht. Die invloed kon zij uitoefenen omdat ze bij hetzelfde bedrijf werkt van waaruit deze vacature kwam.
Ondanks dat ze me anders wil doen geloven, weet ik heus wel dat ik anders nooit zou zijn uitgenodigd. Dat is niet zozeer cynisch als wel realistisch. Ik weet hoe die dingen gaan.
 

Eerste selectie van cv's

In het algemeen, maar met name in economisch mindere tijden zoals nu, verloopt de werkwijze waarop vacatures worden ingevuld eigenlijk heel simpel. Ik praat hier overigens over de vacatures die je op internet tegenkomt, want nog altijd worden verreweg de meeste vacatures gewoon via via ingevuld.
Je hebt een vacature geplaatst met een lijst met functie-eisen waaraan de kandidaten moeten voldoen. Vervolgens krijg je een hoop brieven met cv’s binnen waarbij je de brieven voorlopig even opzij schuift. Je maak een eerste selectie op basis van de cv’s, waarbij je de kandidaten eruit pikt die het meest aan de functie-eisen voldoen. Super efficiënt want zulke kandidaten kunnen straks probleemloos instromen in de nieuwe baan. Pas in economisch mindere tijden, waarin het heel moeilijk is om aan personeel te komen, zal men noodgedwongen verder moeten kijken. Dan komen ook kandidaten in beeld die niet (helemaal) aan de functie-eisen voldoen.
 

Een hekel aan sollicitatiegesprekken

Naarmate ik ouder word, krijg ik steeds meer een hekel aan sollicitatiegesprekken. Wat niet los gezien kan worden van het simpele feit dat ik om diverse redenen - afwijkend zijn is vermoed ik de belangrijkste - gedurende mijn leven tijdens sollicitatieprocedures waarbij men kon kiezen uit meerdere kandidaten nog nooit ben aangenomen (zie ook column 137).
Waar ik in het dagelijks leven enorm van spelletjes als scrabble houd, heb ik voor de rest helemaal niets met alle sociale en politieke spelletjes die er in de wereld worden gespeeld. Het sollicitatiegesprek is daar een van.
Ik kan er lang of kort over praten, maar ik beheers het spel van het solliciteren gewoon niet. En de vraag of ik met mijn bijna vijftig jaar het überhaupt nog zal óf wil gaan beheersen, is een interessante. 
 

De bekendste ongeschreven wet

Om te beginnen is de situatie bij een sollicitatiegesprek natuurlijk nooit gelijkwaardig. De werkgever staat altijd boven de sollicitant. Zij hebben de macht in handen om de eenvoudige reden dat zij iets hebben dat jij (normaal gesproken) graag wilt, terwijl zij andersom voor jou zo tien of twintig anderen kunnen krijgen.
Hierdoor kunnen zij heel relaxed het spel aangaan, waarbij zij het bewust dan wel onbewust niet zullen nalaten om je door middel van het stellen van lastige vragen te testen om te kijken of jij je in het sollicitatiespel wel goed staande weet te houden. Het is vervolgens aan de sollicitant om het spel zo goed mogelijk mee te spelen door de vragen op zo’n - bij voorkeur sociaal wenselijke - wijze te beantwoorden dat het de goedkeuring van de sollicitatiecommissie kan verdragen.
Iedereen die zich regelmatig begeeft in het wereldje van de sollicitatieprocedures weet dat er een aantal ongeschreven wetten gelden waaraan je je dient te houden om je kansen te behouden en te vergroten: kom op tijd, kleed je netjes, let op je non-verbale communicatie, kijk de anderen aan, stel zelf ook vragen etc.
De bekendste ongeschreven wet - die gek genoeg nooit hardop wordt uitgesproken - is er een die ook bij bijvoorbeeld het daten geldt (en wie deze wet ontkent, jokt!): doe jezelf altijd beter voor dan je bent.
Uit eigen ervaring weet ik dat je bij sollicitatietrainingen bijvoorbeeld te horen krijgt dat als je gevraagd wordt naar je negatieve eigenschappen je natuurlijk nooit zomaar je échte negatieve eigenschappen moet opsommen. Je moet dan een zogenaamd “negatieve” eigenschap noemen die ook positief kan worden opgevat. “Ik ben nogal perfectionistisch” is misschien wel het beste en tevens meest sociaal wenselijke antwoord.

Grootste dooddoener onder sollicitatieadviezen

De grootste dooddoener onder de sollicitatieadviezen vind ik wel het advies “Blijf altijd jezelf”, aangezien ik het persoonlijk met geen mogelijkheid voor elkaar krijg om én helemaal mezelf te zijn én mezelf beter voor te doen dan ik ben.
Natuurlijk kan ik hier meteen een filosofische draai aan geven door de vraag op te werpen wat “jezelf zijn” nou eigenlijk precies inhoudt. Maar dat is een heel ander (lang) verhaal, of discussie beter gezegd.

Een filosofische discussie die ik overigens wel alvast een beetje kan opstarten door het geven van mijn eenvoudige verklaring voor het feit dat veel mensen - in tegenstelling tot mezelf - wel degelijk zowel zichzelf kunnen zijn als zichzelf beter kunnen voordoen dan ze zijn. Als jezelf beter voordoen dan je bent bij jou past, is het onderdeel van wie jij bent en dus ben je gewoon jezelf als je dat doet.
Zo bekeken valt er ook wel wat te zeggen voor de stelling dat je eigenlijk per definitie altijd gewoon jezelf bent. Waarbij ik overigens wel meteen moet toegeven dat ik zelf niet zover wil gaan. Vooral door mijn enorm toegenomen zelfkennis van de laatste jaren vind ik dat ik nu meer mezelf ben dan ooit, met alle voor- en nadelen (zie ook hieronder).
 

Weinig zelfkennis

Niet dat ik nou heel veel sollicitatiegesprekken in mijn leven heb gehad, maar daar waar ik er eentje had, probeerde ik toch altijd in meer of mindere mate het spel maar een beetje tactisch mee te spelen zoals het hoorde. Ik deed dat vooral om twee redenen.
Ten eerste omdat ik heel lang weinig zelfkennis heb gehad en niet doorhad dat ik veel meer afweek van de meeste mensen om mij heen dan ik dacht (zie bijvoorbeeld mijn columns onder het label "Privé Tonko Achtluik"). En ten tweede omdat ik wel zag dat als ik voor mijn gevoel maar eventjes iets meer mezelf was, ik niet goed overkwam en sowieso meteen kansloos was.
Wat hierbij trouwens ook niet hielp, was dat ik nog nooit tijdens een sollicitatiegesprek de intrinsieke motivatie en drang voelde om de betreffende baan koste wat het kost binnen te slepen. Alleen vanwege het geld en om af te zijn van alle onzekerheid hoopte ik op een succesvolle sollicitatie. Iets wat meer mensen met weinig zelfkennis zullen herkennen en die daardoor geneigd zijn om regelmatig de verkeerde keuzes te maken... 
Hoe meer ik me iets aantrok van alle tips die ik kreeg over hoe ik mij moest gedragen en waar ik allemaal aan moest denken tijdens een sollicitatiegesprek, hoe vervelender en geforceerder het allemaal overkwam. Bovendien bleef het resultaat toch steeds hetzelfde.
 

In veel humor zit een kern van waarheid

Omdat het spel meespelen mij nooit ergens had gebracht en omdat ik inmiddels gerust durf te stellen dat zelfkennis een van mijn grootste kwaliteiten is geworden, had ik me voorgenomen om het bij dit sollicitatiegesprek anders te gaan doen. En dat lukte. Ik was behoorlijk mezelf (honderd procent is nooit realistisch) met al mijn kwaliteiten én bijbehorende valkuilen. Die ik overigens ook eerlijk benoemde: mijn breedsprakigheid en eigenzinnige karakter kwamen kort aan bod.
Toen ik wegliep, was ik trots op mezelf. Iemand die het spel meespeelt omdat dat nu eenmaal bij hem past, moet het doen. Bij mij past het echter niet en dus moest ik het wel op een dag over een andere boeg gaan gooien.
Eenmaal thuiskomend vroeg mijn dochter van twaalf hoe het was gegaan. Vol trots zei ik dat ik net mijn eerste sollicitatiegesprek ooit had gehad waarbij ik gewoon mezelf was geweest. Mijn dochter keek me kort aan en merkte droog op: “OK, je hebt de baan dus niet.”
Omdat mijn dochter mijn humor heeft en ik deze opmerking ook zelf zou hebben kunnen gemaakt, moest ik heel hard lachen. Maar zoals wel vaker geldt, zit er in veel humor een kern van waarheid. Een dag later kreeg ik de afwijzing al. Maar mijn les heb ik wel geleerd: ik ga liever strijdend en mezelf zijnd ten onder dan dat ik ooit nog het spel mee ga spelen.
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.