Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen

vrijdag 21 juni 2019

295. Winnie de Poeh is de grootste filosoof

Privé - Film/Serie/Docu - Liefde/Relaties - Nature/Nurture



Sentimentele familiefilm

Ik heb niet bepaald de uitstraling van iemand die tijdens het zien van een of andere sentimentele familiefilm in huilen kan uitbarsten. Onlangs zei een vrouw nog tegen me dat ze mij een bevroren buitenkant vond hebben met een groot verschil tussen wat ik voel en wat ik fysiek laat zien. Pijnlijk om te horen, maar ik vrees dat ik wel een beetje begrijp wat ze bedoelt.
Desalniettemin ben ik achter mijn “coole” buitenkant best wel een gevoelig - zelfs voor een deel hoogsensitief - mens. Mede waardoor precies dat mij laatst toch overkwam. Al klinkt in huilen uitbarsten misschien wat overdreven. Maar ik kan niet ontkennen dat er tranen over mijn wangen rolden bij het zien van de sentimentele familiefilm “Christopher Robin” (in het Nederlands: Janneman Robinson & Poeh).
 

Moraal van het verhaal

De film draait om het beroemde verhaal van Winnie de Poeh en zijn vriendje Christopher Robin/Janneman Robinson. Het is een zoete, sentimentele én voorspelbare familiefilm die de nodige clichés bevat. Maar bij mij werkte het in elk geval. En ik begrijp ook heel goed waarom.
Het verhaal in de film deed mij erg denken aan de film “Hook” uit 1991 en geen wonder. Het thema van beide films is hetzelfde: een man met een fantastische (of misschien beter gezegd: fantasievolle) jeugd groeit op richting volwassenheid en vergeet onderweg alles wat er zo leuk was aan het kind-zijn. Vervolgens wordt hij bezocht door karakters uit zijn jeugd die hem helpen weer contact te maken met het - blije, onbevangen, spontane - kind in hem.
Waar in “Hook” een volwassen geworden Peter Pan vergeten is dat hij ooit de jonge held Peter Pan was, is in “Christopher Robin” de volwassen geworden Janneman Robinson zijn geweldige kindertijd vergeten waarin hij zoveel mooie avonturen beleefde met Winnie de Poeh, Knorretje, Teigetje, Iejoor en al zijn andere vriendjes.
[Peter Pan en Janneman Robinsons worden in deze films overigens gespeeld door respectievelijk de veel te vroeg gestorven Robin Williams - zie ook column 145 - en Ewan McGregor, een van mijn favoriete acteurs vooral door zijn hoofdrol in de prachtige film “Big Fish” uit 2003 - zie ook column 175)]
De Janneman Robinson die vroeger een spontane en blije jongen was waarmee je altijd zo fijn kon spelen, is in de film een saaie, beetje chagrijnige manager geworden die alleen nog maar oog heeft voor zijn werk en amper omkijkt naar zijn vrouw en dochtertje.
De moraal van het verhaal is een inkoppertje: wij volwassenen zijn teveel het contact met het kind in ons kwijtgeraakt en zouden er goed aan doen om dat contact te herstellen waardoor we gelukkiger in het leven zouden staan.
 

Nooit uitblinkend in tact

Dat de film mij raakte, is niet vreemd. Om twee redenen.
Ten eerste stond ik zelf als jong kind best wel onbevangen in het leven: ik was spontaan, enthousiast, druk, slim, creatief, grappig (“soms té grappig” schreef een juf), had een brede belangstelling, zat vol ideeën en fantasieën en was aldus behoorlijk happy. Nog een opvallend detail is dat ik destijds best wel een leidertje was. In groepen nam ik vaak het voortouw en ik had geen enkele moeite om in het midden van de belangstelling te staan.
In de loop der tijd veranderde dit patroon echter drastisch. Zelfs zo erg dat ik in de pubertijd op school was verworden tot een stille, verlegen, teruggetrokken, nukkige, nerd-achtige jongen die regelmatig tijdens de pauzes in zijn eentje een rondje om de school liep. Waar mijn moeder die dit ooit zag toen ze toevallig in de buurt langsreed, later over opmerkte: “Ik weet niet precies waar het met jou is misgegaan.” Nee, mijn moeder stond tijdens het uitdelen van tact door God inderdaad niet vooraan in de rij...
 
Pas decennia later toen ik met dank aan mijn kinderen mezelf pas écht leerde kennen, vielen met terugwerkende kracht allerlei puzzelstukjes op hun plaats en begon ik te begrijpen welke patronen zich destijds hadden afgespeeld (zie o.a. columns Privé Tonko achtluik, vanaf column 131).
De film maakte mij verdrietig door het besef dat ook ik onderweg naar volwassenheid het kind in mij grotendeels ben kwijtgeraakt. Verdrietig omdat ik ervan overtuigd ben dat de persoon die je als jong kind bent het dichtst bij jou staat en aldus het best weergeeft wie jij in de kern bent. En het liefst wil je natuurlijk je hele leven zo dicht mogelijk bij jezelf staan. 
Het goede nieuws is wel dat ik met mijn opgedane zelfkennis van de laatste jaren stap voor stap weer een beetje ben teruggekeerd naar het kind dat ik vroeger was. Ik weet nu beter dan ooit wie ik ben en waar mijn kwaliteiten liggen, waardoor ik in bepaalde opzichten zelfverzekerder geworden ben.
Ten opzichte van de volwassen Peter Pan en Janneman Robinson heb ik gelukkig twee voordelen. Ten eerste ben ik nooit een workaholic geweest. Integendeel zelfs. Wat ook weer nadelen heeft. Waar de een risico loopt op een burn-out, moet de ander uitkijken voor een bore-out (zie column 275). Ten tweede kunnen mijn kinderen niet zeggen dat ik er nooit voor ze was. Hooguit verwijten ze me later dat ik er te veel was. Nee, ik was niet bepaald het type vader dat alleen op zondag het vlees kwam snijden. Al is dat alleen al door het feit dat ik een vegetariër ben…
 

De liefde

Nog een belangrijke reden waarom de film mij emotioneel raakte, komt omdat hij me aan de liefde (lees: een vrouw) deed denken.
Bijzonder voor mij - omdat mijn (op één na) drie volwassen kinderen mij eigenlijk bijna alleen maar als single vader hebben gekend - was dat ik in de afgelopen periode een korte maar fijne relatie heb gehad met een leuke, aantrekkelijke vrouw. Een vrouw die het andersom overigens niet als een relatie wenste te beschouwen, waarmee ik in feite al meteen de belangrijkste reden verklap waarom het uiteindelijk tussen ons niet werkte en ze inmiddels mijn ex-vriendin is. Overbodig te zeggen dat zij het met deze laatste term ook niet eens zal zijn…
 

Taboe

Om diverse redenen vond ik dat wij goed bij elkaar pasten. Behalve dat ik haar qua uiterlijk aantrekkelijk vond om te zien met haar mooie bruine ogen en haren en haar alternatieve kledingstijl, hadden we de nodige overeenkomsten, konden we goed met elkaar praten over van alles en nog wat, hielden we allebei van plagen, vond ik haar (zeker voor een vrouw...) erg grappig, deden we samen leuke dingen (film, theater, wandelen, eten), had ze bovendien ook nog eens lieve kinderen en hadden we “last but not least” hele fijne seks. Misschien voor sommigen een taboe om dat zo direct te benoemen, maar ik heb niet zoveel met taboes.
Samengevat: wat wij hadden, voelde goed. Het voelde als een fijne relatie en ik weet zeker dat de meesten in mijn situatie precies hetzelfde gevoel hadden gehad.
 

Bindingsangst

Maar wat een duidelijk patroon was tijdens mijn laatste dates voltrok zich hier opnieuw (zie columns 291, 292 en 293): als een beetje aparte man trek ik vanzelf ook aparte vrouwen aan. Wat evenveel over mij zegt als over hun. Soort zoekt - én vindt - soort. Wie een redelijk gevuld rugzakje heeft en gaat daten, stuit al snel op anderen met eveneens goed gevulde rugzakjes.
Waar ik vorig jaar tijdens een date even had gezoend en geknuffeld met een vrouw die beweerde hoogsensitief te zijn, maar die ik naarmate ik haar beter leerde kennen duidelijk meer borderline trekjes vond hebben, kwam mijn vriendin zelf met een nieuwe term. Ze gaf aan last te hebben van bindingsangst.
Nou ja nieuw was de term natuurlijk niet, maar in feite wist ik niets van bindingsangst af behalve dan wat het woord letterlijk betekent: je hebt angst om je (aan iemand) te binden.
Goede eigenschap van mij is dat als ik een term niet ken, ik er alles over ga opzoeken. Waardoor je gerust kunt stellen dat ik inmiddels een soort expert op het gebied van bindingsangst ben geworden.
Het eerste wat mij duidelijk werd, is dat je twee soorten bindingsangst hebt: serieuze bindingsangst en niet-serieuze bindingsangst. Waarbij het tweede soort te pas en te onpas gebruikt wordt door mensen als een soort excuus voor vluchtgedrag.
Serieuze bindingsangst daarentegen gaat veel dieper, komt vaak voort uit jeugdtrauma’s en wordt echt beschouwd als een psychische ziekte. Waardoor je er niet zomaar weer vanaf komt, maar echt met hulp van een professional met jezelf aan de slag zult moeten gaan.
Hoe meer ik erover las, hoe verdrietiger en emotioneler ik werd, aangezien ik de typische patronen en fases die bij (serieuze) bindingsangst horen, herkende bij mijn vriendin en onze relatie: in het begin van de relatie is er niets aan de hand en is het allemaal juist ontzettend leuk en opwindend, dan komt de fase waarin je van het ene op het andere moment opeens totaal onverwacht wordt afgestoten door je partner (omdat je te dichtbij komt) en krijg je vage redenen te horen waarom je toch niet bij elkaar past. De fases van afstoten kunnen nog een tijdje worden afgewisseld met fases van aantrekken waarin je partner opeens toch weer jouw kant op beweegt. Waarbij de kans groot is dat je uiteindelijk in de onvermijdelijke fase belandt waarin je moet concluderen dat het zo niet gaat werken.
Veel mensen met bindingsangst zoeken ook naar de ideale partner omdat dat veilig is. De ideale partner bestaat tenslotte niet en dus zul je je zodoende ook nooit aan iemand hoeven te binden en kom je nooit toe aan de fase waarin het draait om echte verbinding en echte liefde. Niemand is goed genoeg. Waardoor je steeds van de ene naar de andere partner hopt (mijn ex-vriendin was ook heel snel na mij weer met een andere man bezig) omdat de ideale partner er - hoe verrassend - nooit tussen zit. Doodzonde en verdrietig natuurlijk, want je hoeft geen psycholoog te zijn om te beseffen dat zo'n patroon je niet gelukkig maakt maar wel eenzaam. Diep in ons hart zoeken we tenslotte allemaal naar liefde en verbinding.  
 

Nature/nurture kwestie

Wat de film “Christopher Robin” mij duidelijk maakte, is dat het niet altijd meevalt om volwassen te zijn. Waar je als kind - als het goed is tenminste - nog behoorlijk onbevangen en onbezorgd naar het leven kunt kijken, is dat voor een volwassene veel moeilijker. Bijvoorbeeld door alle stressvolle verantwoordelijkheden waar je als volwassene mee te maken krijgt.
Uiteraard is het vanuit de nature/nurture kwestie bekeken voor een kind ook niet altijd even makkelijk. Al is het alleen al vanwege het simpele feit dat ieder kind vanaf de geboorte al begint met een in meer of mindere mate gevuld rugzakje vanuit de erfelijkheid en de genen (de “nature”).
Maar dat rugzakje wordt naarmate je ouder wordt door alle “nurture” omstandigheden en levenservaringen alleen nog maar zwaarder. Daar komt nog bij dat je als volwassene meer beseft wat er allemaal gaande is aan persoonlijke (bijvoorbeeld psychische) problemen en je daar dus waarschijnlijk ook meer over nadenkt én tobt dan een kind. En "gelukkig" maar…
Op deze wijze loop je echter wel het risico jezelf als volwassene continu in de weg te zitten wat ten koste gaat van belangrijke zaken als spontaniteit, creativiteit, speelsheid en blijheid, waardoor je vanzelf - of je wilt of niet - iets van het kind in je verliest. En dat is doodzonde omdat ik ervan overtuigd ben dat je hiermee ook wat inlevert aan je gevoel van gelukkig zijn.
 

Niet nu

In het geval van mijn ex-vriendin en mij speelden ook een aantal gecompliceerde zaken een rol waar je als volwassene meestal meer van op de hoogte bent en die je ook beter kunt begrijpen en plaatsen dan een kind: diverse angsten (bindingsangst, verlatingsangst, faalangst), ADD, hoogbegaafdheid, autisme, hoogsensitiviteit, onverwerkte traumatische gebeurtenissen et cetera.
Maar laten we hierbij meteen eerlijk zijn: wie diep graaft in ieders verleden stuit in veel gevallen vroeg of laat op bepaalde complicaties vanuit de nature/nurture achtergrond waar een volwassene in zijn leven in meer of mindere mate last van heeft gehad. Dat is volstrekt normaal.
Tijdens de film over Janneman Robinson en Winnie de Poeh moest ik regelmatig aan mijn ex-vriendin denken. Ik dacht vooral aan de pijnlijke en verdrietige wijze waarop zij onze “relatie” beëindigd had. Niet op een manier waardoor ik het kon begrijpen en een plaats kon geven, maar op een manier die pure onmacht uitstraalde. Als dat van een volwassene die zichzelf continu in de weg zit en het zelf ook allemaal niet meer weet. Als een vrouw die door allerlei gecompliceerde nature/nurture factoren maar kiest voor de weg van de minste weerstand: vluchten…
Wat mijn ex-vriendin bijvoorbeeld keer op keer in vergelijkbare woorden herhaalde was dat ik teveel aan haar trok, dat ze weer wilde ademen, dat ze rust wilde, dat ze weer vrij wilde zijn, dat ze het niet kon, niet nu althans, maar dat ik niet op haar moest wachten et cetera (bekende bindingsangst-argumenten).

Ik weet dat dit klinkt alsof ik haar lastigviel of stalkte, maar dat was absoluut niet het geval. Wat ik wel deed, was initiatieven nemen die iedereen neemt in een (LAT) relatie: je neemt eens in de zoveel tijd contact op om weer met elkaar af te spreken omdat je dat zo leuk vindt en je gewoon liefde en verbinding zoekt. That’s it. Maar op een gegeven moment - toen ik voor haar te dichtbij kwam - kon ze het gewoon niet meer: “Niet nu!”
 

Aandoenlijke scène

Tijdens het kijken van de film stelde ik mij met betraande ogen zo voor dat mijn ex-vriendin in de rol van een volwassen Janneman Robinson aan Winnie de Poeh zou moeten proberen uit te leggen waarom het tussen hun niet werkt. Ik zie het arme, verwarde gezicht van Winnie de Poeh al voor me. Waarschijnlijk zou het gesprek ongeveer als volgt verlopen:

Winnie de Poeh: "Maar vind je mij leuk?"
Janneman Robinson: "Ja natuurlijk vind ik je leuk, gekke beer. Daar hoef je nooit aan te twijfelen."
Winnie de Poeh: "Nou, ik vind jou ook leuk. Heel leuk zelfs."
Janneman Robinson: "Dat weet ik toch."
Winnie de Poeh: "Maar als ik jou leuk vind en jij mij, waarom kunnen we dan niet gewoon fijn verder met elkaar blijven spelen...?"
 
Wat een aandoenlijke scène zou dit hebben opgeleverd...
 

De wereld en filosofie van Winnie de Poeh

Ja, in tegenstelling tot de meeste volwassenen maakt Winnie de Poeh de dingen niet ingewikkelder dan ze zijn. De simpele levenshouding van de populaire beer heeft zelfs schrijvers als John Tyerman Williams en Benjamin Hoff geïnspireerd tot het schrijven van boekjes over de filosofie achter Winnie de Poeh. Wie deze interessante boekjes leest, begrijpt het meteen: vergeet onmiddellijk Plato, Aristoteles en Kant, want niet zij maar toch echt Winnie de Poeh is de grootste filosoof ooit.
Misschien wat ver gezocht, maar desalniettemin kun je wel vaststellen dat je op het gebied van filosofie en filosofische stromingen een hoop van Winnie de Poeh kunt leren. Met als voorbeelden: het is verstandig om te leven in het nu in plaats van bezig te zijn met het verleden en de toekomst (Taoïsme, (Zen) Boeddhisme, Stoïcisme); je kunt beter dingen simpel houden en leren om eenvoud te waarderen (
Taoïsme, (Zen) Boeddhisme, Romantiek, Humanisme); ken je beperkingen (Stoïcisme, Taoïsme, Socratische filosofie), leef je in anderen in en heb mededogen (Boeddhisme, Humanisme, Christendom: naastenliefde), leer tevreden te zijn met wat je hebt in plaats van steeds meer te willen hebben (Taoïsme, Boeddhisme, Stoïcisme, Epicurisme) etc.
Ik wilde eerst nog zeggen dat in de mooie wereld van Winnie de Poeh in elk geval geen gekke psychische afwijkingen bestaan, maar dat is iets te enthousiast gesteld want dat klopt eenvoudigweg niet. Ik las hierover ergens dat als je naar de karakters rondom Winnie de Poeh kijkt, je kunt concluderen dat Teigetje iets van ADHD in zich lijkt te hebben, dat Knorretje vermoedelijk een of andere angststoornis heeft en dat Iejoor overduidelijk last heeft van depressies. Dus niets menselijks is deze dieren vreemd!
Maar desalniettemin spreekt de filosofie van Winnie de Poeh mij erg aan. Keken wij volwassenen maar wat meer naar de wereld zoals deze kinderlijke doch verstandige beer. Als we allemaal wat meer het kind in ons naar boven zouden kunnen brengen, zou dat een hoop ellende in de wereld schelen. 
 
En liefdesverdriet...


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


  

dinsdag 31 juli 2018

290. Oud worden en oud zijn is niet leuk

Privé - Familie/Gezin - Ouderdom - Dementie - Filosofie

 









Ouderdom komt met gebreken

Ouderdom komt met gebreken is vooral zo’n vreselijk cliché omdat het klopt als een bus. In mijn werk ontmoet ik regelmatig (zeer) oude mensen met uiteenlopende gebreken die mij meer dan eens toevertrouwen dat oud worden en vooral heel oud zijn niet leuk is. Voor het geval ik nog niet besef wat mij nog te wachten staat mocht ik net zo oud worden, zullen we maar zeggen. Wat meteen een van de redenen is om mij serieus af te vragen of ik niet ander werk moet gaan doen. Bijvoorbeeld met een doelgroep die nog optimistisch kan uitkijken naar de toekomst: kinderen en jongeren.
 

Mensonterend tafereel

Van de week moest ik voor de zoveelste keer weer aan het cliché denken toen ik met mijn hoogbejaarde moeder van 88 jaar op bezoek was bij mijn inmiddels zwaar demente oom van 75 die sinds kort permanent in een verpleeghuis is opgenomen.
Mijn oom is de vijftien jaar jongere broer van mijn in 2010 overleden vader die toen ook dementerende was. Daar waar mijn vader destijds nog het “geluk” had dat hij overleed op een moment dat hij ons nog herkende en er met hem nog vrij normale gesprekken konden worden gevoerd - en hij bovendien nog niet in een verpleeghuis was opgenomen (wat hij absoluut had gehaat) - heeft mijn oom dat geluk niet.
Met de voor mij bekende verwarde blik van een dementerend persoon was mijn oom continu in zichzelf aan het praten en vrijwel alles wat hij zei, raakte kant noch wal. Tegen beter weten in hoopte ik dat mijn tante nog wel ergens chocola kon maken van wat hij zei (als een ouder bij de brabbeltaal van zijn peuter), maar dat bleek niet zo te zijn.
 

Understatement van jewelste

Triest maar waar moet ik concluderen dat er van mijn ooit zo grappige, intelligente en scherpzinnige oom weinig tot niets meer over is. Dat ouderdom met gebreken komt, is in dit geval een understatement van jewelste.
Alle respect trouwens voor mijn tante. Waar mijn moeder het absoluut niet kon handelen dat haar man/mijn vader dementerende was (met als verzachtende omstandigheid dat ze, laat ik het zo zeggen, geen ideaal huwelijk hadden), zorgt mijn tante zonder enig geklaag in alle voor- en nu vooral tegenspoed voor mijn oom.
Zelfs in dit verpleeghuis wijkt ze het grootste deel van de dag niet van zijn zijde. Iets wat nog versterkt wordt door haar constatering dat de zorg in dit tehuis rampzalig is. Mede door het bekende personeelsgebrek in de zorg blijken ze daar de patiënten het grootste deel van de dag aan hun lot over te laten met alle voorspelbare onhygiënische situaties tot gevolg. Een mensonterend tafereel wat je niet in Nederland zou verwachten.
 

Dualisme lichaam versus ziel

Filosofisch gezien doet de situatie van mijn oom me meteen denken aan het dualisme van bekende filosofen als Plato, Aristoteles en Descartes, waarmee zij al eeuwen geleden onderscheid maakten tussen lichaam/materie en ziel/geest. Tot op de dag van vandaag gelooft een grote meerderheid van de mensheid nog steeds dat de mens bestaat uit een lichaam en een ziel, waarbij het lichaam op een dag doodgaat maar de ziel elders zal blijven voortbestaan. Zelf ben ik daarentegen meer een aanhanger van het fysisch monisme dat er van uitgaat dat alles wat is, bestaat uit materie.
Bij dementerende mensen zie ik voor mijn fysisch monistisch standpunt al een bewijs: de persoon die jij bent met al jouw goede en slechte karaktereigenschappen ligt vast in jouw brein (lees “Wij zijn ons Brein” van Dick Swaab). Als er wat in je brein verandert of beschadigt - door bijvoorbeeld een ongeluk of een ziekte als dementie - kan dat grote gevolgen hebben voor jouw hele persoonlijkheid. Een lief, zachtaardig persoon kan opeens veranderen in een vervelend en agressief persoon en vice versa. Materie bepaalt wie je bent.
Aanhangers van het dualisme zullen hier waarschijnlijk iets tegenin brengen in de richting van dat een mooie ziel door een ongeluk of ziekte nog steeds mooi is, maar dat dit niet meer “doorkomt” omdat er in het lichaam iets stuk is gegaan waardoor er ruis is ontstaan. Maar persoonlijk vind ik het nogal zwak om er wel van uit te gaan dat materie ogenschijnlijk iets stuk kan maken aan iemands persoonlijkheid, terwijl je er andersom geen rekening mee wenst te houden dat materie in staat is tot het mede (nature/genen én nurture) creëren van iemands persoonlijkheid.
Hoe je het ook wendt of keert is de wetenschap inmiddels al lang zover dat het bewezen is dat de persoonlijke eigenschappen die iemand heeft door een combinatie van erfelijkheidsfactoren (die vanzelfsprekend al een rol spelen vóór het moment van de geboorte) en nurture-omstandigheden zich genesteld en verder ontwikkeld hebben in bepaalde gebieden in de hersenen.
Daar waar vroeger wetenschappers verketterd werden op een moment dat ze durfden te beweren dat de hersens van zware criminelen toch echt significant anders waren dan die van een gemiddeld mens, weten we inmiddels gelukkig wel beter. Nee, we komen niet - zoals vroegere filosofen als Thomas van Aquino en John Locke dachten - op de wereld als een ongeschreven blad (tabula rasa). Met dank aan de materie verschillen we al bij geboorte van elkaar en kunnen we alleen maar hopen dat we niet de hersenen (aangevuld met vervelende nurture omstandigheden) van bijvoorbeeld een seriemoordenaar of pedofiel hebben.
 

Een zeer realistisch scenario

Terugkomend op mijn arme oom kan ik alleen maar hopen dat hij snel vredig in zijn slaap sterft. Maar wat er ook gebeurt, ik zal hem in elk geval herinneren zoals hij was en niet zoals hij nu geworden is.
Mijn kinderen weten overigens al dat ik het proces van dementeren nooit wens mee te maken. Iets wat kijkend naar mijn vader en oom en de statistieken helaas een zeer realistisch scenario is. Dus rest mij niets anders dan mijn hoop te vestigen op een nabije toekomst waarin in dergelijke situaties een pilletje heel snel (legale) uitkomst biedt. Ik blijf het absurd vinden dat ik mijn kat kan laten inslapen als hij op is en lijdt, maar dat dat voor een naaste een heel ander, ingewikkeld verhaal is.
Ja, de oude mensen van mijn werk hebben natuurlijk helemaal gelijk: zo oud worden is niet leuk. Met een oom aan de ene kant die alleen maar in zichzelf zit te brabbelen en een moeder aan de andere kant die allemaal triviale verhalen over zichzelf vertelt die ik al voor de tiende keer hoor omdat zij inmiddels ook al zover is dat ze niet meer weet wat ze gisteren of vijf minuten geleden heeft gezegd, werd me dat voor de zoveelste keer weer duidelijk.
En mocht ik ooit worden verweten dat ik tactloos ben, dan weet ik weer van wie ik het heb. Mijn moeder: “Ik weet nog goed dat ze vroeger op de kleuterschool zeiden dat je zoveel kwaliteiten had… Tja, dat is er niet helemaal uitgekomen hè?”  










 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 
 

zaterdag 30 juni 2018

289. Ook vriendschappen komen en gaan

Privé - Vriendschap
 









Anno 2018 zeg je een vriendschap op per app

Kort geleden kreeg ik een whatsapp van een goede vriend van vroeger waarin hij zeg maar onze vriendschap opzegde. Hij gaat mee met zijn tijd. Als je vroeger geen zin meer had in een vriendschap of relatie maar je had het lef niet om dat direct face-to-face te zeggen, dan stuurde je een brief. Anno 2018 zeg je een vriendschap op per app. Dat is binnen een paar minuten gepiept en wel zo efficiënt. Lang leve de techniek!
 

Zo gaan die dingen soms

Ondanks dat het natuurlijk niet leuk was om te lezen, was ik niet verbaasd. De vriend had jarenlang niets meer van zich laten horen en op een aantal appjes (!) van mij in de afgelopen jaren had hij niet gereageerd. Dat hij zich nu gedwongen voelde om die opzeggingsapp te sturen, kwam doordat ik had besloten hem nog één keer te bellen. Met slechts één doel: ik wilde direct uit zijn mond horen waarom hij mij die laatste jaren had genegeerd.
Het doel werd niet bereikt. Uit zijn mond heb ik de reden niet gehoord. Toen ik belde zat hij in de auto en nam hij duidelijk op zonder het besef dat ik het was. Geschrokken mompelde hij snel dat het nu niet uitkwam en dat hij me zou terugbellen. Dat hij loog, hoorde ik meteen. Een paar uur later ontving ik zijn app waarin hij als eerste meldde dat het hem verbaasde dat ik hem had gebeld.
Vervolgens schreef hij dat hij niet meer de behoefte voelde om ons contact te onderhouden omdat verre vriendschappen (ik woon in Amstelveen, hij in Gelderland) voor hem niet meer werkten. We waren van elkaar verwijderd geraakt en dat was oké voor hem. “Zo gaan die dingen soms.” Wel excuseerde hij zich voor het feit dat hij daarin naar mij toe niet eerder duidelijk was geweest (een understatement). Hij sloot af met “Ik koester de leuke herinneringen uit het verleden en wens jou en je familie het allerbeste toe. Maak er iets moois van.”
 

Hooggevoeligheid is een bitch

Op zich was het best een vriendelijke app natuurlijk. Maar toch voelde ik mij zeer gekwetst. Ik kon die nacht moeilijk slapen en droomde zelfs dat ik moest huilen omdat hij onze vriendschap had beëindigd. Je kunt er lang of kort over praten, maar in feite krijg je met zo’n app te horen dat iemand jou niet de moeite waard vindt om nog contact mee te blijven onderhouden en zo’n afwijzing doet pijn.
Toch is er ook een andere kant van het verhaal. Een kant waarbij ik besef dat de reden dat dit mij zo raakt een boel zegt over mij. Om te beginnen bevestigt het iets wat ik al lang weet: dat ik vergeleken met de meeste mensen om mij heen veel gevoeliger ben en dus automatisch ook kwetsbaarder.

Ik baal gigantisch van die gevoeligheid. Of om in termen van nu te spreken: (hoog) gevoeligheid is voor mij een bitch. Gevoeligheid mag dan zeker mooie kanten hebben, maar uiteindelijk werkt het veel meer tegen me dan voor me.
Zo ben ik mede door mijn hoge gevoeligheid veel idealistischer en romantischer dan een gemiddeld persoon, waardoor ik bijvoorbeeld op het gebied van relaties en vriendschappen vaak veel te hoge verwachtingen heb. En wie (te) hoge verwachtingen heeft, maakt vanzelf een grotere kans om teleurgesteld te raken en dat is kut.
 

De ze-komen-en-ze-gaan regel voor menselijke relaties

Als je mijn gevoeligheid voor het gemak even weglaat, is nuchter bekeken wat er met de vriendschap met deze vriend is gebeurd echter volstrekt normaal. Wat voor alle menselijke relaties geldt, geldt dus ook voor vriendschappen: óók vriendschappen komen en gaan. Ik las dat een volwassen vriendschap gemiddeld zeven jaar duurt en dat het aantal vriendschappen dat een volwassene gedurende zijn leven heeft gemiddeld ongeveer gelijk blijft. Alleen wíe die vrienden zijn, verandert dus in de loop der tijd.
Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat dit patroon voor alle vriendschappen geldt en dat vriendschappen “voor het leven” dus per definitie een illusie zijn. Net als dat er hele goede huwelijken voorkomen waarin men gelukkig bij elkaar blijft tot de dood hen scheidt, bestaan er ook hele goede “levenslange” vriendschapen. Maar het zijn wel de uitzonderingen op de ze-komen-en-ze-gaan regel voor menselijke relaties. En je mag je zeer gelukkig en bevoorrecht voelen als je dergelijke relaties/vriendschappen hebt (gehad). Al kun je je afvragen in hoeverre geluk hier een factor is. Als je zelf trouw en loyaal bent en je zoekt goed naar trouwe en loyale vrienden dan is de kans op levenslange vriendschappen vanzelf natuurlijk een stuk groter. Oftewel, wellicht zoek ik gewoon niet goed genoeg...  
 

Mijn God wat hebben wij wat afgelachen

Natuurlijk ben ik niet achterlijk en was ik al lang op de hoogte van de relativiteit van het begrip vriendschap. En natuurlijk wist ik al lang dat het negeergedrag van mijn vriend erop wees dat onze vriendschap wat hem betreft ten einde was.
Wederom nuchter bekeken heeft een mens fases in zijn leven waarin hij bepaalde vrienden heeft. Eenmaal als die vriendschappen in die fases over het hoogtepunt heen zijn en men terecht is gekomen in een andere levensfase verdwijnen veel van die oude vriendschappen om te worden vervangen door nieuwe.
Ook mijn vriendschap met deze vriend speelde zich af in een bepaalde levensfase en wel in een hele duidelijke afgebakende waarin op dat moment onze levens behoorlijk synchroon liepen. In deze fase kwamen hij en ik tegelijkertijd op een nieuwe tennisclub waar wij elkaar én onze toekomstige vrouwen zouden leren kennen. In de jaren die volgden trouwden we allebei, kregen we allebei drie kinderen en zouden we allebei uiteindelijk ook weer scheiden.
Het moge duidelijk zijn dat in deze periode van ruim tien jaar onze vriendschap op het hoogtepunt zat. Waarbij ook ik de herinneringen zal koesteren aan de ellenlange gesprekken die wij met elkaar hebben gevoerd over het wel en wee van onze relaties met onze lastige kinderen en nog veel irritantere vrouwen en over onze worstelingen met werk. Mijn God, wat hebben wij met onze vergelijkbare ironische en cynische humor wat afgelachen over onze levens.
Onvermijdelijk volgde na onze scheidingen echter de fase waarin ook onze vriendschap vrij vlot bergafwaarts ging. Mede ook omdat hij naar Gelderland verhuisde en heel snel een nieuwe baan én vriendin kreeg. Een vriendin die ik tot op de dag van vandaag overigens nooit heb gezien, wat ook “nogal” veelzeggend is…
 

Hints geven

Uiteraard had ik de laatste jaren hetzelfde kunnen doen wat hij ook heeft gedaan: onze vriendschap vanzelf laten verwateren (niet voor niets de meest gebruikte methode om vriendschappen te beëindigen). Waarbij niets doen en negeren de beste tactiek of "hint" is. Dat mijn vriend in de app zijn verbazing uitsprak over het feit dat ik hem had gebeld, kwam enkel voort uit zijn veronderstelling dat ik zijn “hints” in de vorm van het negeren van mijn appjes inmiddels wel had opgepikt.
Maar daarmee komen we op een groot verschil tussen hem en mij. Ik kan en wil dat niet: een eens zo goede vriendschap vanzelf laten verwateren en doodbloeden. Ten eerste vanwege het simpele feit dat ik zulk gedrag onaardig, bot en respectloos vind en ik van mening ben dat een goede vriend zoiets niet verdient. En ik dus ook niet door mijn vriend in dit geval. Zeker als je bedenkt dat wij ooit echt beste vrienden waren en hij notabene mijn getuige was geweest op mijn huwelijk. Heb dan gewoon het lef om direct tegen mij te zijn in plaats van me compleet te negeren (voor mij het toppunt van respectloosheid) en erop te vertrouwen dat ik de “hints” wel begrijp. Waarbij de ironie wil dat ik moet denken aan de vele keren dat wij samen hard hebben moeten lachen om dat typische vrouwengedrag om richting mannen niet direct te communiceren, maar in plaats daarvan maar hints te geven en boos te worden als die niet worden opgepikt. Blijkbaar was het het wijf in hem dat mij de laatste jaren negeerde.
Toch heeft zijn botte gedrag mij absoluut niet verbaasd. Daarvoor ken ik hem te goed. Mijn vriend zal in zijn omgeving absoluut niet bekend staan als de meest attente en empathische man op deze wereld. In tactvol gedrag blonk hij niet bepaald uit. Mede omdat hij enorm grillig is. Grillig in die zin dat hij een type is dat vrij snel verveeld raakt en dan weer wat anders en nieuws wil. Ironisch genoeg herken ik dit, althans tot op een zekere hoogte. Daar waar ik dit net als hij enorm op werkgebied heb, heeft hij het ook bij menselijke relaties. En daarin verschil ik van hem.

Als ik met iemand een goede band heb gehad en er is verder niets extreems gebeurd waardoor ik anders over die persoon ben gaan denken, dan blijf ik altijd oprecht nieuwsgierig en geïnteresseerd in hoe het verder met hem (of haar) gaat in het leven. Ongeacht waar we beiden heen zijn verhuisd, ongeacht in hoeverre we beiden in andere levensfases terecht zijn gekomen, ongeacht of onze vriendschap over het hoogtepunt heen is en ongeacht het besef dat het natuurlijk nooit meer zo zal worden als dat het ooit was. Daar waar ik de afgelopen jaren me nog regelmatig heb afgevraagd hoe het met mijn vriend en zijn kinderen gaat, weet ik zeker dat hij dat andersom niet zal hebben gedaan. Dat is een verschil in persoonlijkheid.
En ter verduidelijking: tussen die vriend en mij is nooit een vervelend incident of een ruzie geweest wat een reden zou kunnen zijn om onze vriendschap te beëindigen. Toen we elkaar een jaar of vier geleden voor het laatst face-to-face zagen, was het naar mijn weten gewoon gezellig en spraken we na afloop zelfs het voornemen uit om elkaar voortaan in elk geval eens per jaar te zien om bij te kletsen.
 

Ingebouwde overlevingsstrategie

Het doet me allemaal opnieuw denken aan de drie soorten vriendschappen waar Aristoteles ruim 2300 jaar geleden al over sprak (zie column 168): je hebt vrienden met een nut, vrienden waarmee je hobby’s deelt en “last but not least” de échte vrienden (ik vermoed dat de eerste twee groepen zeker 95% van alle vriendschappen bevatten).
In tegenstelling tot de meeste mensen om mij heen ben en blijf ik - iets van de gevoelige romanticus die ik vroeger was, blijft altijd nog ergens diep in mij zitten, vrees ik - eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in échte vrienden. Waarbij ik goed besef dat dat vaak niet wederzijds is, zoals ik in dit geval ook kan constateren dat mijn vriend mij andersom zag als een vriend met een nut: in een bepaalde fase van je leven heb je gewoon een vriend nodig en in een andere fase heb je om uiteenlopende redenen (andere woonomgeving, andere baan, andere relatie etc.) weer een andere vriend nodig en stap je over. Net als dat je soms overstapt op een nieuw telefoonabonnement.
Al eerder constateerde ik dat de meeste mensen net als mijn vriend op het gebied van menselijke relaties veel flexibeler en praktischer ingesteld zijn dan ik. Vermoedelijk gaat het hier om een soort van ingebouwde overlevingsstrategie waardoor deze mensen heel makkelijk in staat zijn om in te springen op veranderende omstandigheden. Iets wat handig is om je te redden in deze best wel harde maatschappij.
Misschien verrassend, maar ik benijd dit soort mensen enorm. Ik ben er zelf namelijk van overtuigd dat van al mijn eigenaardigheden en afwijkingen (extreem nadenken en analyseren, extreem rechtvaardigheidsgevoel, non-conformistisch etc.) vooral mijn hoge gevoeligheid ervoor zorgt dat ik moeite heb met het aangaan én loslaten van menselijke relaties. Waarbij dan weer het voordeel is dat als ik eenmaal een relatie aanga ik veel trouwer en loyaler ben dan een gemiddeld persoon. Maar als ik alle voordelen afzet tegen de nadelen blijf ik bij mijn eerder genoemde conclusie: (hoog) gevoeligheid is een bitch.
 

Mooie anekdote

Voor het geval de vriend denkt dat hij nu van mij af is, heeft hij het overigens mis. Ervan uitgaande dat ik - de vriend is tien jaar jonger dan ik - eerder dood zal gaan dan hij zal ik ervoor zorgen dat mijn kinderen hem tegen die tijd uitnodigen voor mijn crematie. Logisch, want hij zal altijd behoren tot het selecte groepje goede vrienden(innen) dat ik heb gehad.
Ik vertrouw erop dat hij op dat moment puttende uit de gekoesterde herinneringen aan mij een mooie anekdote zal vertellen. Maar wel eentje met humor graag! Bijvoorbeeld zoals John Cleese deed op de begrafenis van zijn Monty Python vriend Graham Chapman in 1989: “Good riddance to him, the freeloading bastard! I hope he fries.”
 










Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 
 

zondag 31 december 2017

282. Mijn beste serie ooit: Dark!

Privé - TV/Film/Docu - Mysterie - Filosofie - Paradoxen

 








Duitse Netflix-serie Dark

Wat is de beste serie ooit? Een onnozele vraag natuurlijk, want er is niets zo subjectief als smaak. Al weerhoudt dat sommige oppervlakkige mensen er niet van om over anderen op te merken dat zij “geen smaak” hebben. Waarmee ze in feite zeggen: mijn smaak is de goede en iedereen die mijn smaak niet heeft, heeft een slechte of (anders, nóg denigrerender gezegd) geen smaak.
Wat vind ik de beste serie ooit is natuurlijk de vraag waar het in deze column om draait. Misschien niet de meest interessante vraag die er is, maar wel eentje die leuk is om over na te denken. Al is het alleen al vanwege het feit dat welk antwoord ik geef op de vraag iets over mij zegt als als persoon. Waarmee deze column beschouwd kan worden als een soort vervolg op column 175 (klik hier).
Mijn antwoord: ik vind “Dark” de beste serie ooit. Geen vreemde uitspraak als je bedenkt dat ik deze nieuwe Netflix-serie uit Duitsland twee dagen nadat hij uitkwam op 1 december al had uitgekeken en ik hem bovendien inmiddels alweer voor de tweede keer heb gezien. Net als mijn jongste zoon overigens die mijn fascinatie voor deze serie deelt.
 

Mysterie

Om te beginnen is “Dark” een serie die draait om mysterie en dat is en blijft mijn favoriete onderwerp in films en series en eigenlijk gewoon in het leven in het algemeen.
Van kinds af aan ben ik al gefascineerd door mysteries. Kijk je echter naar het soort mysteries dan ben ik sindsdien behoorlijk veranderd. Daar waar ik vroeger gek was op alle mysteries rondom UFO’s, spiritualiteit en geesten, Atlantis en Big Foot etc., ben ik nu alleen nog maar geïnteresseerd in wetenschappelijke mysteries die écht mysterieus zijn. En die dus niet ontsproten zijn uit de rijke fantasie van de mens en zijn enorm sterke neiging om koste wat het koste maar te willen geloven. Je kunt gerust stellen dat ik op dit punt volwassen geworden ben.
 

Citaat Albert Einstein

Als ik alle ruis - bestaande uit mysteries die eigenlijk geen mysteries zijn - wegfilter, blijven er gelukkig genoeg wetenschappelijke mysteries over om de rest van mijn leven gefascineerd over te blijven nadenken. Denk daarbij al aan “simpele” vragen en mysteries als: wat is leven/dood, hoe begon het leven/wat is er na de dood, waar bestaat het universum precies uit, zijn er meer dimensies, is een theorie van alles mogelijk (de kwantumfysica alleen al is één groot mysterie), wat is tijd etc.?
Kijkend naar alle mysteries is het begrip tijd waarschijnlijk mijn persoonlijke favoriet. Waarmee we terugkomen bij “Dark” waarin tijd het centrale thema is.
Een serie die begint met een citaat van Albert Einstein over tijd heeft al meteen mijn volledige aandacht: “Der Unterschied zwischen Vergangenheit, Gegenwart und Zukunft ist nur eine illusion, wenn auch eine hartnäckige…” Waarna een stem vervolgt met: “We vertrouwen erop dat tijd lineair verloopt. Dat die voortdurend en gelijkmatig verstrijkt. Tot in de oneindigheid. Maar het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst berust slechts op een illusie. Gisteren, vandaag en morgen volgen elkaar niet op, maar zijn in een oneindige cirkel met elkaar verbonden. Alles is met elkaar verbonden.”
En als we dan ook nog in de eerste scene (een klein spoilertje!) een man zien die zichzelf op 21 juni 2019 ophangt terwijl hij een brief achterlaat waarop staat “Niet openen voor 4 november 20:13” dan ben ik verkocht. Dan ga ik meteen vol spanning kijken welke mysteries deze serie gaat ontrafelen.
Ik word niet teleurgesteld, integendeel. Alles aan “Dark” klopt: de mooie beelden, de boeiende personages, de prachtige muziek (met het briljante nummer “Familiair” van Agnes Obel) en “last but not least” het mysterieuze verhaal. Qua sfeer doet “Dark” mij denken aan de eveneens prachtige Franse serie “Les Revenants” die over een ander groot mysterie gaat: de dood.
 

Paradoxen en tijdlussen en The Terminator en Predestination

Het meest boeiende aan spelen met tijd in films en series vind ik de paradoxen en tijdlussen die erin voorkomen waar ik gek op ben. Simpele paradoxen als “Wat ik nu zeg, is fout” (denk er maar over na) vind ik al geweldig, laat staan de bekende grootvaderparadox over tijdreizen die neerkomt op de volgende vraag: "Wat gebeurt er als een tijdreiziger terug in de tijd gaat en (per ongeluk of opzettelijk) zijn grootvader vermoordt, voordat deze de vader of moeder van de tijdreiziger heeft kunnen verwekken"?
Tijdlussen (een tijdlus is een effect verbonden met tijdreizen waarbij gesteld wordt dat het verleden niet veranderd kan worden daar alles al vaststaat) vind ik even boeiend en zorgen ervoor dat ik bijvoorbeeld een actiefilm als “The Terminator” met Arnold Schwarzenegger zeer kan waarderen.
In deze actieklassieker uit 1984 zit de volgende – spoileralert! - boeiende tijdlus: als robots in de toekomst de wereld dreigen over te nemen is er één verzetsheld - John - die met zijn verzetsgroep heftig tegenstand biedt. Hierdoor besluiten de robots een van hen - de Terminator - terug te sturen in de tijd met als doel de moeder van John te vermoorden voordat ze hem op de wereld zet. Het verzet is echter zo slim om ook iemand van hen terug in de tijd te sturen om te voorkomen dat de moeder wordt vermoord. Deze man slaagt er uiteindelijk in om de Terminator op tijd te vernietigen. Intussen heeft hij echter een relatie met John’s moeder gekregen waarna zij zwanger blijkt te zijn geraakt van jawel… John natuurlijk!
Wie net als ik gek is op dit soort mindfuck-achtige tijdlussen moet “Dark” absoluut zien en zal ‘m geweldig vinden. Net als overigens de film “Predestination” uit 2014 die de grootste mindfuck-film is die ik ooit gezien heb. Voor wie deze nog wil zien: geen voorinformatie is het best, gewoon kijken! 
 

Nietzsche en de filosofische theorie van eeuwige wederkeer

Net als dat je met vrijwel elk écht wetenschappelijk mysterie een link kunt leggen met de filosofie wordt dat in “Dark” ook direct gedaan doordat een van de personages terloops praat over de theorie van de Duitse filosoof Frederich Nietzsche (1844-1900) over de eeuwige wederkeer.
In zijn filosofische boek "Die fröhliche Wissenschaft" (1882) laat Nietzsche de lezer al nadenken over de vraag wat je zou doen als er op een dag een demon je in je eenzaamste moment de keuze zou voorleggen of je het leven dat je leidt tot in het oneindige opnieuw zou willen leven, met alle pijn en vreugde die je hebt meegemaakt. Of zoals Nietzsche het zo mooi zegt: de zandloper des tijds zou steeds weer opnieuw worden omgedraaid en korreltje voor korreltje zou je alles steeds weer opnieuw beleven. Zou je dat doen of zou je de demon vervloeken?
In “Also sprach Zarathustra” (1885) werkt Nietsche de theorie van de eeuwige wederkeer verder uit. Eenvoudig gezegd komt de theorie erop neer dat Nietzsche ervan uitgaat dat de werkelijkheid van mens en natuur een samenspel van krachten, wil en macht is die weliswaar voortdurend woelt, verandert en vervalt maar die uiteindelijk gewoon terugkomt op hetzelfde punt en zich daarna eindeloos herhaalt. Nietzsche zet zich hiermee af tegen het religieuze denken waarin tijd lineair verloopt en je als het goed is toewerkt naar een mooi einddoel, simpel gezegd de hemel. In het denken van Nietzsche is tijd echter niet lineair, het is een cirkel waarin steeds alles tot in het oneindige terugkeert.
 

Mijn eigen theorie van eeuwige wederkeer

Grappig is dat ik al lang voordat ik mij een jaar of tien geleden stap voor stap in de filosofie begon te verdiepen, nadacht over filosofische onderwerpen als het verloop van tijd, het leven, de dood etc.
Zo had ik als jong volwassene ooit al een keer bedacht dat het best eens zo zou kunnen zijn dat het leven zich gewoon eindeloos herhaalt. Wat dan ook meteen - iets dat ik heel slim van mezelf bedacht vond - een verklaring zou kunnen zijn voor al die mensen die kleine dan wel hele grote déjà vu’s hebben (met bijbehorende reïncarnatietheorieën over vorige levens). Déjà vu’s die dan in mijn ogen dus niets met vorige levens of zo te maken hadden, maar waarvoor een veel simpelere verklaring bestond: het waren gewoon een soort van onbewuste herinneringen aan hetzelfde leven dat al talloze keren daarvoor was geleefd.
Omdat ik alle overige geloven met hun hemels, hellen, Nirwana’s en wat nog allemaal meer (nóg) ongeloofwaardiger acht dan mijn geloof in een cirkelachtige “constructie” ga ik nog steeds mee met mijn eigen theorie van eeuwige wederkeer. Het bijkomende voordeel van een cirkelredenering is dat je af bent van het kip-ei vraagstuk en je geen oorzaak voor het begin hoeft te zoeken (wie heeft God gemaakt of wie heeft de Big Bang in gang gezet?). Er is eenvoudigweg geen begin of einde. De vraag hoe (en door wat of wie) die cirkelconstructie dan ooit is ontstaan, negeer ik voor het gemak even... 
 

Gedachte-experiment

De demon van Nietsche doet mij overigens denken aan een eigen gedachte-experiment, een hypothetische situatie die ik ook al lang geleden ooit zelf heb bedacht. Stel je voor dat je van iemand - noem het God of de duivel of welk almachtig wezen dan ook - de mogelijkheid krijgt om óf gewoon verder te gaan met je leven zoals je nu leidt óf dat je een willekeurig moment uit je verleden mag uitkiezen waarnaar je dan terug gebracht wordt om van daaruit weer verder te kunnen leven mét (heel belangrijk) het behoud van alle kennis van het verloop van je huidige leven, wat zou jij dan doen?
Ik heb daar tot op de dag van vandaag best veel over nagedacht en ik moet zeggen dat dat toch een groot dilemma zou opleveren. Al zou het beste antwoord natuurlijk zijn dat je helemaal niets wenst te veranderen.
Aan de ene kant zou ik zeggen van breng me maar terug naar mijn geboorte. Eenvoudigweg omdat ik om heel veel uiteenlopende redenen (met het gebrek aan zelfkennis op nummer 1) niet echt tevreden ben over hoe mijn leven is gegaan en ik met terugwerkende kracht veel dingen anders zou hebben gedaan. De mogelijkheid om een tweede kans te krijgen en veel dingen anders en beter te doen, is dan uiteraard zeer aanlokkelijk. En zeker met de wetenschap dat ik in dat geval alle informatie met alle zelfkennis vanuit mijn (vorige) leven nog zou hebben waardoor ik precies weet waar al mijn valkuilen liggen en hoe ik alles beter kan gaan doen.
Maar aan de andere kant zou ik het naar mezelf en mijn kinderen toe natuurlijk niet kunnen verantwoorden als ik daarvoor zou kiezen, aangezien dat zou inhouden dat zij dan nooit zullen worden geboren. Weinig mensen die vlak voordat ze trouwen te horen krijgen dat hun huwelijk honderd procent gegarandeerd in een scheiding eindigt, zullen er tenslotte mee doorgaan. Iedereen wil gewoon een partner waarmee ze oud worden en zeker ik als romanticus zou daar absoluut voor gaan.
Kortom, ik heb al bedacht wat ik zal doen als de dag komt waarop ik mag kiezen. Ja, ik kijk duidelijk teveel sciencefictionseries en -films , ik weet het. Mijn keus zal vallen op het terugkeren naar het moment waarop mijn jongste kind, mijn dochter, net geboren is. Waarom? Omdat dan al mijn kinderen in elk geval geboren zijn. Daarnaast krijg ik zo een tweede kans om eindelijk een keer heel open, direct en vol lef met mijn vrouw te praten.

Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat ik daarmee mijn scheiding zou willen voorkomen. Nee integendeel zelfs. Ik zou de scheiding meteen in gang zetten. Tenminste nadat de kraamtijd en de eerste twee maanden zeg maar voorbij zijn. Ik mag dan soms tactloos zijn, maar zó tactloos ben ik nou ook weer niet. Mijn vrouw en ik verschillen eenvoudigweg teveel voor een goed huwelijk en hoe ver en hoe vaak ik ook een sprong terug in de tijd zou maken, zou dat natuurlijk weinig tot niks niks aan de situatie veranderen. Maar door het versnellen van de scheiding zou ik (met hulp van alle kennis die ik dan heb over hoe de eerste keer was verlopen) juist een hoop ellende kunnen besparen denk ik. Zo zou er denk ik ook juist meer begrip ontstaan tussen mijn aanstaande ex-vrouw en ik doordat onze communicatie zal verbeteren door mijn meer open en directe houding. Iets wat ik zeker weet. Als er namelijk één ding is geweest wat ik van mijn mislukte huwelijk heb geleerd, is het wel dat ik mij gewoon moet gedragen zoals ik van nature ook ben: open en direct en nergens omheen lullen. Inmiddels sta ik ook wel zo bekend bij mijn vrienden en kinderen. Gelukkig maar. 
 
Hoe een geweldige serie rondom het thema tijd je aan het denken zet. Mijn beste serie ooit: “Dark”, een absolute aanrader!
 










Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 
 
Agnes Obel
"Familiair"
Uit Netflix-serie Dark
(bron: YouTube)