Posts tonen met het label Actualiteit en privé. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Actualiteit en privé. Alle posts tonen

maandag 7 januari 2019

294. Paulien was één van de goeien

Actualiteit en privé - Dood/Overlijden - Sport - Goed/Kwaad



Met goede voornemens heb ik weinig. Al is het alleen al vanwege het feit dat ik me een jaar geleden had voorgenomen om in 2018 meer columns te gaan schrijven dan in 2017 en daar om uiteenlopende redenen niets van terecht is gekomen. Toch ga ik gewoon door met het schrijven van mijn columns, maar dan wel op een meer relaxte manier: alleen als ik met een onderwerp écht een sterke emotie voel, schrijf ik het van mij af.


Trieste gebeurtenis

Al snel in het begin van 2019 voelde ik zo’n hele sterkte emotie. Helaas was het bij een trieste gebeurtenis waarvan ik tranen in mijn ogen kreeg: het moment waarop ik het nieuws hoorde van het overlijden van de wereldkampioene schaatsen van 2008, Paulien van Deutekom.
Nee, ook ik kende Paulien van Deutekom niet persoonlijk. En nee, ook ik wist dus niet dat zij ongeneeslijk ziek was. En ja, ook ik schrok er dus enorm van dat zij op 37-jarige leeftijd als gezonde, niet rokende (ex) topsportster opeens was overleden aan longkanker en ze een man en een dochter van één jaar achterlaat.
 

Drie groepen mensen

Natuurlijk gebeuren dit soort drama’s helaas vaker en natuurlijk zal ik niet over elk drama een column schrijven. Dat ik die behoefte bij Paulien van Deutekom echter wel voel, heeft een reden.
Als het gaat om de eerste indruk die mensen op mij maken, deel ik mensen in drie groepen in: je hebt mensen die deugen, je hebt mensen die niet deugen en je hebt mensen die nog beide kanten op kunnen en die je dus maar voorlopig even in de neutrale hoek neerzet.
Noem het mensenkennis of - beter gezegd - kennis opgedaan door levenservaring, maar inmiddels durf ik wel te stellen dat ik de eerste twee groepen er behoorlijk goed uitpik.
Nou zullen deze drie groepen voor iedereen weer anders zijn, eenvoudigweg omdat iedereen anders is en dus ook andere normen en waarden, voorkeuren en principes zal hebben. Als voorbeeld: ik houd van bescheiden mensen terwijl anderen juist weer houden van super zelfverzekerde of zelfs arrogante mensen.
Maar mijn persoonlijke normen en waarden, voorkeuren en principes voor de mensen die deugen zijn vrij streng waardoor deze groep helaas ook verreweg het kleinst is. Zo houd ik enorm van mensen die (zacht) aardig, lief, trouw, loyaal, eerlijk en integer zijn. En ik wil niet cynisch klinken, maar dit soort mensen zijn er niet zoveel op deze wereld.
Ik zeg het altijd zo: mocht er ooit een oorlog uitbreken en ons land wordt ingenomen door een wreed totalitair regime hoeveel mensen om mij heen zal ik dan nog voor honderd procent kunnen vertrouwen? Hoeveel mensen blijven ondanks alles trouw aan hun eigen normen en waarden en principes en kunnen onder alle omstandigheden aardig, eerlijk en integer blijven? Op hoeveel mensen zal ik altijd kunnen blijven bouwen? Ik vrees dat als het punt op paaltje komt, het er niet zoveel zullen zijn…
 

Only The Good Die Young

Als groot schaatsliefhebber heb ik Paulien van Deutekom de afgelopen jaren uiteraard gevolgd. Wanneer ik haar zag tijdens interviews op schaatstoernooien of daarbuiten (bijvoorbeeld in een portret van Mart Smeets of met Wilfried de Jong in Holland Sport) of als verslaggever voor de NOS of als deelnemer en winnaar van het AVRO-televisieprogramma “Expeditie Poolcirkel” (2013) werd mij één ding snel duidelijk: Paulien behoort tot de groep mensen die deugt. Een mooie, sympathieke, lieve vrouw. Of om in de woorden van haar collega (oud) schaatser Erben Wennenmars te spreken: “Paulien was één van de goeien”.
Uit alle reacties die ik lees van mensen die Paulien van Deutekom van dichtbij hebben gekend, blijkt dat het met mijn kijk op mensen best goed zit. De wereld heeft helaas weer - en véél te vroeg - een mooi, zachtmoedig, aardig en onbaatzuchtig mens verloren.
Daar waar de wereld vol zit met mensen die we kunnen missen als kiespijn omdat de wereld er alleen maar een stukje slechter van wordt (kijk als voorbeeld alleen al naar de Verenigde Staten…), kunnen we mensen als Paulien van Deutekom juist zo goed gebruiken om de wereld een stukje beter te maken. Maar helaas, het leven is niet eerlijk. Ik ben de tel kwijt hoe vaak ik deze levensles al aan mijn kinderen heb verteld...

Billy Joel zong ooit “Only The Good Die Young". Helaas zit het leven niet zo simpel in elkaar. Helaas tenminste op voorwaarde dat het wat mij betreft andersom wél zou mogen gelden: “Only The Bad Die Young”.
 
Paulien van Deutekom: zonder dat ik je persoonlijk heb gekend, maakt jouw overlijden mij zeer verdrietig. De groep van mensen die deugen is weer een lid kwijt... 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

dinsdag 27 maart 2018

287. Mijn gras is groener dan aan de overkant!

Actualiteit en privé - Sport - Rechtvaardigheid - M/V verschillen

 






Arme multimiljonair

Ach gossie, de legendarische oud-tennisster Martina Navratilova blijkt voor haar werk als commentator voor de BBC tien keer zo weinig te verdienen als haar legendarische mannelijke collega John McEnroe. Tennisliefhebber of niet, ik kan er niets aan doen maar het eerste wat ik dacht toen ik de boze Navratilova hierover hoorde klagen was: “Shut alsjeblieft the fuck up Martina!”
Arme multimiljonair Navratilova verdient voor twee weken parttime commentaar leveren bij tenniswedstrijden op Wimbledon slechts € 17.500 tegenover de € 175.000 waar multimiljonair John McEnroe het mee moet doen. Al schijnt McEnroe voor dat iets minder bescheiden bedrag wel iets meer uren te moeten werken dan Navratilova. "Maar niet tien keer zoveel als ik!", benadrukt de voormalig tennisster. 
 

Heb ik geen rechtvaardigheidsgevoel?

Nu is het natuurlijk de bedoeling dat ik medelijden krijg met Martina. Omdat het niet om het geld gaat, maar om het principe en ik dit dus onrechtvaardig zou moeten vinden. Maar vreemd genoeg gebeurt dat niet. Ik erger me juist dood aan Navratilova.
Heb ik dan geen rechtvaardigheidsgevoel? Nee, dat zou ik nou niet bepaald zeggen. Integendeel zelfs: ik weet van mezelf dat ik vergeleken met de mensen om mij heen juist een extreem rechtvaardigheidsgevoel heb. Eentje waarvan bijvoorbeeld mijn kinderen wel eens moe worden: “Daar heb je papa weer met zijn levensles nummer 1 dat het leven niet rechtvaardig is.” En precies dáár zit nou het probleem: ik heb juist een te sterk rechtvaardigheidsgevoel om met de verongelijkte houding van Navratilova mee te kunnen gaan. 
 

Vrouwen, weest aan uw man onderdanig

Ik wil niet slijmen, maar als iemand voor gelijke rechten tussen mannen en vrouwen is (én tussen mensen in het algemeen) ben ik het wel. Ik kan eenvoudigweg geen goed rationeel argument bedenken waarom een man "meer gelijk(waardig)" of “more equal” zou moeten zijn dan een vrouw (en vice versa net zo).
De ongelijkheid tussen man en vrouw op deze wereld is natuurlijk vooral een uitvloeisel van een van de meest opvallende uitvindingen van de mens: religie. “Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan den Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente. (...) Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan de man, in alles.” (Efeziërs 5: 22-33)
Dan kan CDA-leider Sybrand Buma nog zo ijverig eindeloos blijven herhalen dat gelijkheid een typisch christelijke waarde is, maar het enige wat hij daarmee bereikt is dat je kunt concluderen dat de leider van "onze" grootste christelijke partij een stuitend gebrek aan kennis heeft op het gebied van de Bijbel en van de geschiedenis van het christendom. Al draait een beetje christen er natuurlijk zijn hand niet voor om om alles wat scheef staat in de Bijbel weer recht te lullen. Door bijvoorbeeld met “alternatieve interpretaties” te komen, waardoor de lezer het natuurlijk allemaal verkeerd begrepen heeft en er in de Bijbel eigenlijk precies het tegenovergestelde staat van wat je denkt te lezen.
 

Toppunt van ironie

Toen mijn (inmiddels ex-) vrouw met mij trouwde en aangaf dat ze mijn achternaam niet zou gaan dragen omdat ze de vanzelfsprekendheid waarmee al die domme, ouderwetse en vooral volgzame vrouwen maar klakkeloos de achternaam van hun man aannamen echt bespottelijk vond, gaf ik haar groot gelijk. En dat ze alleen onder huwelijkse voorwaarden wenste te trouwen omdat ze vond dat ieder mens een individu is dat na een eventuele scheiding (die er ook kwam) voor zichzelf moet kunnen zorgen zonder financiële steun van de ex-partner, vond ik ook niets anders dan logisch.
Toppunt van ironie is overigens dat daar waar ik deze standpunten tot op de dag van vandaag nog steeds heb, mijn ex-vrouw ze al vrij snel na ons huwelijk weer liet varen. Binnen vijf jaar na onze scheiding was mijn ex opnieuw getrouwd. Maar ditmaal besloot ze alles 180 graden anders te doen: ze trouwde met een niet al te slimme man met een beetje kort lontje (aardig gezegd), in - jawel - gemeenschap van goederen. Overbodig te zeggen dat ze daarnaast in één moeite door ook maar heel volgzaam zijn achternaam aannam. Het mocht allemaal overigens niet baten: binnen vijf jaar was ze opnieuw gescheiden. 
 

Shit, mijn gras is groener dan aan de overkant

Terugkomend op mijn ergernis over Martina Navratilova: er is niks makkelijker dan je kwaad maken omdat je buurman meer heeft dan jij. Maar o jee wat is het toch verdomd moeilijk om je kwaad te maken omdat jij meer hebt dan je buurman. Ooit iemand horen zeggen: “Help, mijn gras is een stuk groener dan aan de overkant”?
Daar waar mensen zich vergelijken met anderen, doen zij dat vanuit hun ego en hun afgunst vrijwel altijd met mensen die meer hebben dan zij. Voor deze mensen werkt rechtvaardigheid één kant op: het is wel rechtvaardig dat ik evenveel krijg als degenen die meer verdienen dan ik, maar het is niet rechtvaardig dat degenen die minder verdienen dan ik evenveel krijgen als ik. Zo zullen er ook zat commentatoren zijn - waaronder ook mannen - die voor twee weken Wimbledon een stuk minder verdienen dan Navratilova.
Waarmee ik weer terugkom op een van mijn stokpaardjes: mensen vinden altijd dat ze - letterlijk én figuurlijk - meer verdienen dan ze verdienen waarbij ze de vervelende neiging vertonen om alles wat in hun leven mee heeft gezeten normaal te vinden omdat dat zou zijn voortgekomen uit hun inzet en/of kwaliteiten en vaardigheden. Terwijl ze alles wat hen tegen heeft gezeten vooral zullen toeschrijven aan pech of externe omstandigheden waar zij zelf niets aan kunnen doen.
Natuurlijk kan ik ook de hele dag gaan klagen over het feit dat ik door een combi van allerlei nature en nurture-omstandigheden minder verdien dan de meeste mensen om mij heen. Iets wat helaas ook klopt. En natuurlijk - niets menselijks is mij vreemd - klaag of baal ik hierover wel eens.
Maar gelukkig staat daar tegenover dat er bij mij echt geen dag voorbij gaat waarin ik niet besef dat ik het in mijn situatie nog steeds veel beter heb dan meer dan vijfennegentig procent van de wereldbevolking. Kortom, een beetje nederigheid van mijn kant is wel op zijn plaats en gelukkig heb ik die ook.
Een beetje nederigheid tonen is iets wat een multimiljonair als Martina Navratilova ook zou moeten doen. Ik ken haar niet, maar het zou mij niet verbazen als zij hetzelfde doet wat veel rijke mensen plegen te doen: ze vindt dat ze al die miljoenen verdiend heeft omdat ze er keihard voor heeft gewerkt. Ja, alsof er op deze wereld geen mensen rondlopen die in hun leven veel en veel harder hebben gewerkt dan mevrouw Martina Navratilova en daar slechts een habbekrats voor hebben gekregen. En dan praat ik nog niet eens over het feit dat de meeste van deze mensen wel wat nuttiger werk deden dan het spelen van wat onbenullige tennispotjes. 
 

Nog een hoop te leren over het begrip rechtvaardigheid

Het is maar hoe je naar de wereld kijkt. Of je kijkt om je heen en je ziet vooral degenen die het beter hebben dan jij of je kijkt wat verder dan je neus lang is en je ziet - zeker als je in het rijke Westen woont - vooral degenen die het een stuk minder hebben dan jij. Het is net even het verschil tussen een egoïst zijn en iemand met een empathische en altruïstische inslag.
Wie kijkt naar deze wereld en begint over onrechtvaardigheid omdat jij als vrouw bijna twintigduizend euro voor twee weken parttime werken krijgt, terwijl je mannelijke collega daar bijna twee ton voor krijgt, heeft nog een hoop te leren over het begrip rechtvaardigheid.
Laten we het eerst maar eens gaan hebben over wat simpele feiten: een klein groepje mensen (de aantallen variëren van 8 tot 42) heeft evenveel geld als de armste helft van de wereldbevolking (3,7 miljard mensen). Tussen 2016 en 2017 werd de wereld 9 biljoen (9.000.000.000.000) dollar rijker waarvan maar liefst 82 procent (7,38 biljoen dollar) in handen kwam van de rijkste 1 procent. De armste 50 procent van de wereldbevolking ging er geen cent op vooruit. Met die 7,38 biljoen dollar zou de armoede in de wereld zeven keer kunnen worden verholpen. Sinds eind jaren 1970 zijn de belastingtarieven voor de rijkste mensen gedaald in 9 van de 10 landen. Dit is ten koste gegaan van de armen en de middenklasse. Ongeveer 70 procent van de wereldbevolking leeft van een inkomen van minder dan 7 euro per dag.
Vergelijk dit salaris eens met het salaris of - nog beter - met het vermogen van multimiljonair Martina Navratilova en dan begrijp je waarom ik niet snel onder de indruk ben van het verongelijkte gedrag van (voormalige) proftennissters of bijvoorbeeld beroemde actrices uit Hollywood als ze klagen over hun mindere salarissen ten opzichte van hun mannelijke collega’s. Wie echt indruk op mij wil maken, moet eens gaan klagen over het feit dat hij/zij zoveel meer geld verdient dan de rest van de wereldbevolking.
 
Besef verdomme eens hoeveel groener ons gras is dan aan de overkant...
 
 

En dan nog dit...

Afgezien van alles heb ik nog meer slecht nieuws voor Martina Navratilova: ik vind John McEnroe als commentator een stuk beter en vooral grappiger dan Navratilova. Want ook al zijn mannen en vrouwen voor mij gelijk en moeten ze gewoon gelijk worden behandeld, wil dat natuurlijk nog niet zeggen dat ik ook denk dat mannen en vrouwen precies hetzelfde zijn. Zo kan ik er bijvoorbeeld met geen mogelijkheid omheen dat als ik naar humor kijk ik mannen over het algemeen veel grappiger vind dan vrouwen. Een mening die overigens door diverse vrouwen in mijn omgeving wordt gedeeld. Maar wat mij er niet van weerhoudt om verzuurde feministes op te roepen om kwaad op mij te reageren en daarmee opnieuw mijn gelijk te bewijzen…
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 


 

woensdag 22 november 2017

280. Lieve types zijn gevoeliger voor choking

Actualiteit - Sport - Tennis - Twijfel en (faal) angst






Ach gossie moment

En weer had ik een “Ach gossie” moment bij het horen van het nieuws van het overlijden van een beroemd persoon. Charles Manson - de charismatische leider van een sekte die eind jaren zestig verantwoordelijk was voor de dood van minstens acht mensen - overleed op zondag 19 november.
Maar wie nu denkt dat de eerste zin op hem slaat, kent mij en mijn columns niet. Nee, ik heb het natuurlijk niet over Manson maar over de (voormalig) Tsjechische tennisster Jana Novotná die op dezelfde dag overleed aan kanker. 
 

Gestoorde psychopaat spreekt meer tot de verbeelding

Niet dat het om kwantiteit gaat, maar het is voor onze wereld veelzeggend dat de ironie van het lot wil dat er op deze aarde meer mensen zullen treuren om de dood van Manson dan om het verlies van Novotná. Manson ontving naar schatting 60.000 brieven per jaar van (veelal vrouwelijke) bewonderaars. Dat veel vrouwen op foute mannen plegen te vallen weet ik, maar dit soort vrouwen nemen het begrip "fout" wel heel letterlijk.  
Tja, een gestoorde psychopaat die verantwoordelijk is voor diverse moorden blijft nu eenmaal altijd meer tot de verbeelding spreken dan een vriendelijke en bescheiden proftennisster die één keer Wimbledon heeft gewonnen. Het is wat het is.
“Positief” aan dit verhaal is dat ik dus nog altijd kans maak om gedurende mijn leven immens populair te worden en duizenden vrouwelijke fans (én huwelijksaanzoeken) binnen te hengelen. Daarvoor hoef ik “alleen nog maar” een serie gruwelijke moorden te plegen of - nog beter - anderen vanuit mijn rol als charismatische sekteleider voor mijn karretje te spannen om ze het vuile werk voor mij te laten opknappen.
Voor zijn imago van iconische “massamoordenaar” heeft Manson gedurende de 83 jaar die hij op deze aarde doorbracht een opvallend aantal moorden gepleegd: nul komma nul. Oftewel evenveel als ik, waarmee hij in elk geval één overeenkomst met mij had. Met dat pikante verschil dat ik die nul nog kan wegwerken en hij niet meer. Zo bekeken was Manson eigenlijk best wel een watje. Daar verandert zelfs het op zijn voorhoofd ingekerfde hakenkruis niets meer aan.
 

Over de doden niets dan goed

Nee, geef mij dan toch maar Novotná. Ondanks dat ik Jana persoonlijk uiteraard niet heb gekend, vermoed ik op basis van wat ik al van haar wist en verder nog over haar heb gelezen dat ik met haar wél een aantal belangrijke overeenkomsten had. In tegenstelling tot bij Manson kan ik me op meerdere punten wél met Novotná identificeren (en pats, weg is mijn droom om op een dag de populariteit van Manson te kunnen evenaren).
Zo wordt Novotná omschreven als een vriendelijke, bescheiden, lieve, slimme, integere vrouw die soms wat nors kon overkomen en die een teruggetrokken leven leidde. Zo wisten alleen intimi dat Novotná ongeneeslijk ziek was.
Zelfs al houd ik rekening met het gegeven dat alle (voormalige) tennisprofs in hun reacties op het overlijden van Novotná aan het spreekwoord “Over de doden niets dan goeds” zullen hebben gedacht, dan nog blijft er een heel mooi en positief beeld over van Jana Novotná wat mij niet verbaast.
 

Wimbledonfinale 1993 tegen Steffi Graf

Zoals meer tennisliefhebbers met mij zullen doen, moet ik bij Jana Novotná vooral denken aan die ene dag waarop ze Wimbledonkampioene had moeten worden maar het niet werd.
In de Wimbledonfinale van 1993 speelde ze tegen topfavoriete Steffi Graf uit Duitsland maar Jana was die dag beter. Op de stand 6-7, 6-1, 4-1 en 40-15 voor Novotná, met dus twee kansen op 5-1 (een game later had ze op de service van Graf nog twee breakpunten voor 5-2), leek de winst voor het oprapen. Vanaf dat moment ging het echter mis. Novotná begon simpele volleys en smashes te missen, ze sloeg dubbelfouten op cruciale momenten en Graf won simpel vijf games op rij en de match: 7-6, 1-6, 6-4.
Tijdens de prijsuitreiking barstte Novotná in tranen uit en werd ze door de Hertogin van Kent getroost met de woorden dat haar dag op Wimbledon nog wel zou komen. Gelukkig voor Novotná kwam die voorspelling uit: vijf jaar later in 1998 won ze haar enige Grandslam door in de finale van Wimbledon met 6-4, 7-6 te winnen van de relatief onbekende Française Nathalie Tauziat.
 

Choking

In de sport is “choking” (letterlijk stikken) - in het Nederlands het best vertaald als “onder de druk bezwijken” - een bekend verschijnsel. Het is een vorm van twijfel en (faal) angst.
Na in een flow op voorsprong te zijn gekomen, kom je met de finish in zicht opeens in een fase waarin je (teveel) gaat nadenken. Waar je daarvoor bijna alles automatisch deed, schieten er nu opeens allerlei negatieve gedachtes en vragen door je hoofd: hoe kan ik die voorsprong vasthouden, hoe voorkom ik dat de ander terugkomt, moet ik iets gaan veranderen om de winst veilig te stellen etc.?
Uiteindelijk zorgt deze negativiteit ervoor dat je voorsprong slinkt en dan kun je dingen gaan denken als: zie je wel, hij komt terug, ik kan het niet, ik ga toch weer verliezen, ik ben een loser etc.
Helaas kan ik over choking meepraten, want in mijn zeer bescheiden tenniscarrière heb ik regelmatig gechookt. Op een gegeven moment was het zelfs zo erg dat ik opkeek tegen een 5-2 voorsprong omdat ik die stand al zo vaak uit handen had gegeven dat ik bij voorbaat de bui al zag hangen. “Daar gaan we weer” was op zo’n moment een veelvoorkomende negatieve gedachte die niet uit mijn hersenpan te bannen was.
 

Miloslav Mecir

Uit het professionele tennis heb ik overigens nog een prachtig voorbeeld van choking dat vrijwel niemand zal kennen: in 1985 speelde de Tsjech Miloslav Mecir in Düsseldorf tijdens de World Team Cup ontmoeting Tsjechoslowakije-USA tegen zijn vroegere idool Jimmy Connors. Bij een 5-3 voorsprong in de derde en beslissende set werd de spanning Mecir teveel. Na de ene na de andere dubbelfout te hebben geslagen, besloot de zeer geëmotioneerde Mecir uit wanhoop maar onderhands te gaan serveren. Overbodig te zeggen dat hij de wedstrijd verloor: 3-6, 6-3, 5-7.
Net als Novotná stond/staat Mecir bekend als een zachtaardig, gevoelig en bescheiden mens. Met hetzelfde volop aanwezige talent, maar met een ander, wat harder karakter (met minder twijfels, meer geloof in zichzelf, zelfverzekerder etc.) was Mecir zonder twijfel veel succesvoller geweest. Zelf beschouw ik Mecir als de grootste tennisser ooit zonder Grandslamoverwinning op zak.
 

Twijfel is het begin van wijsheid

Moraal van mijn verhaal is dat zachtaardige, lieve, bescheiden types als Mecir en Novotná gemiddeld altijd meer twijfels zullen kennen en dus ook gevoeliger zullen zijn voor choking en dat maakt ze in mijn ogen alleen maar menselijk(er). Ondanks dat er ongetwijfeld een paar uitzonderingen zullen zijn, zul je niet snel een arrogante eikel als bijvoorbeeld Lance Armstrong (of een Charles Manson) zien choken. “Twijfel is voor losers” zou een goed levensmotto van Armstrong kunnen zijn.
Nee, geef mij dan maar de Franse filosoof René Descartes die ooit zei: “Twijfel is het begin van wijsheid”. En zo zijn er overigens meer mooie citaten over twijfel: “Hoe meer kennis, hoe meer twijfel”( Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe), “Domoren zijn meestal zelfverzekerd, terwijl wie verstand bezit ook zelfkritiek en twijfel kent en daarom komt de wereld niet veel verder.” (Engelse filosoof Bertrand Russell) en "Een gebrek aan twijfel leidt tot een gebrek aan creativiteit". (Nederlandse filosoof E.J. Ouweneel).

Juist omdat Novotná met haar zachtaardige, integere karakter op zijn tijd ook haar twijfels had, raakt haar dood mij. Daar twijfel ik niet aan.












Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


  

dinsdag 25 april 2017

273. Een diepe kniebuiging voor Chriet

Actualiteit en privé - Wetenschap - Dood/Overlijden

 






Mislukte imitatie

De opmerking van drie jaar geleden in mijn column over de dood van astronaut Wubbo Ockels dat onze sterrenkundige held van vroeger Chriet Titulaer in elk geval nog wel schijnt te leven (zie column 129), geldt helaas niet meer.
Jammer dat het eerbetoon aan Chriet Titulaer in De Wereld Draait Door (DWDD) een beetje de mist in ging. Er kwam veel kritiek op het optreden van journalist Jelle Brandt Corstius die zichzelf had uitgenodigd om iets over de beroemde sterrenkundige te vertellen. Dat deed hij echter op een nogal flauwe en ongepaste manier. Met een mislukte imitatie van de nogal aparte, hese stem met het Limburgse accent van Chriet Titulaer las hij enkele fragmenten voor uit de in de jaren negentig verschenen biografie van Titulaer; “Mijn biografie”. Fragmenten waar Brandt Corstius duidelijk om moest lachen omdat het ging over beschrijvingen van nogal irrelevante gebeurtenissen uit het leven van Titulaer.

Lang leve de nerds!

Ik had zelf liever gehad dat in plaats van journalist Brandt Corstius een wetenschapper als bijvoorbeeld de sympathieke Diederik Jekel aan de tafel van DWDD was aangeschoven. Ook al is Jekel te jong om te zijn opgegroeid met de wetenschappelijke programma’s van Chriet Titulaer dan nog is hij zonder twijfel op de hoogte van de status en betekenis van Titulaer voor de wetenschap. En vanuit dat oogpunt zou hij een stuk boeiender en respectvoller over Titulaer hebben gesproken dan journalist Brandt Corstius dat nu deed.
Voor mij was Titulaer met zijn baardje (zonder snor) en monotone stem het prototype van een nerd; zeg maar het type waarvan je je goed kunt voorstellen dat hij vroeger op school werd gepest. Maar voor alle duidelijkheid: ik bedoel dit als een compliment. Ik houd juist van afwijkende, superslimme mensen. Bovendien moeten we nooit vergeten dat we voor onze ontwikkeling voor een groot deel afhankelijk zijn van dit soort mensen. Waar het overgrote deel van de mensheid compleet vervangbaar is, maken dit soort nerd-achtige “Think different” types juist het verschil: lang leve de nerds!
De wetenschap heeft pioniers als Chriet Titulaer nodig om wetenschap interessant en populair te maken. En dat is precies wat Titulaer deed met het maken van televisieprogramma’s als “TROS Wondere Wereld” (waar ik naar keek), het schrijven van diverse populairwetenschappelijke boeken (zoals "De mens in het heelal" uit 1977 wat ik las) en het starten van het project “Het Huis van de Toekomst”.
Zeker in deze tijd met een Amerikaanse president die "alternatieve feiten" (een mooi woord voor leugens tegenwoordig) verkiest boven wetenschappelijke feiten mogen we ons wel eens goed realiseren hoe ontzettend belangrijk wetenschap is. Gelukkig ben ik niet de enige die zich daar zorgen om maakt, wat ook blijkt uit de onlangs wereldwijd gelopen “Marches for Science”.

En dus maak ik hierbij een diepe kniebuiging voor de jeugdheld van vele Nederlandse wetenschappers, de man waaraan zij en wij zo enorm schatplichtig zijn: Chriet Titulaer. 
 







Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Mijn exemplaar van "De mens in het heelal" (1977) van Chriet Titulaer

vrijdag 31 maart 2017

272. De tragiek en eenzaamheid van genialiteit (2/2)

TV/Film/Docu - Creativiteit/Kunst - Drama/Tragedie - Eenzaamheid

 








Krabbé zoekt Van Gogh en Picasso

Via uitzending gemist en televisie heb ik afgelopen maanden de mooie AVRO/TROS-series “Krabbé zoekt Van Gogh” en “Krabbé zoekt Picasso” bekeken.
In deze series vertelt acteur én kunstschilder Jeroen Krabbé boeiende anekdotes over de markante levens van Vincent van Gogh en Pablo Picasso terwijl hij de plekken bezoekt waar deze kunstenaars hebben gewoond en gewerkt.
 

De groten van alle tijden

Onvermijdelijk moest ik tijdens het kijken, denken aan mijn jeugd. Als kind had ik al een brede interesse. Of het nou ging om het heelal, wetenschap, dieren of om grootheden uit de wereldgeschiedenis, het fascineerde mij allemaal.
Over die grootheden verzamelde ik zelfs een boekenserie: “De groten van alle tijden”. Naast de grote componisten, geleerden, geestelijke leiders, veroveraars en staatslieden zaten daar uiteraard ook grote schilders bij zoals bijvoorbeeld Rembrandt, Leonardo da Vinci en Rubens.
Dat ik als jonge tekenaar graag met mijn ouders het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum of het Kröller-Müller Museum bezocht, mag dan ook geen verrassing zijn. En uiteraard rekende ik als Nederlands kunstenaartje in de dop Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh tot mijn favoriete schilders.
 

Wrang maar waar: tragiek boeit

Wellicht dat dit kleine beetje chauvinisme ook heeft meegespeeld in mijn mening dat Krabbé’s zoektocht naar Van Gogh (nog!) boeiender was dan zijn zoektocht naar Picasso. Maar eerlijk gezegd is dat niet de hoofdreden voor mijn voorkeur voor het levensverhaal van Van Gogh. Wrang maar waar komt het kort gezegd hierop neer: tragiek boeit.
Waarmee ik overigens absoluut niet wil zeggen dat het leven van Picasso tragiek ontbeerde. Met de dood van zijn jonge zusje, de zelfmoord van een goede vriend, het vroeg overlijden van zijn geliefde Eva en het breken van de vele relaties met zijn talrijke muzen (overigens meer tragisch voor de vrouwen dan voor de egocentrische Picasso die zelf de breuken veroorzaakte) had Picasso over gebrek aan tragiek bepaald niet te "klagen". En dan heb ik het nog niet eens over alle ellende na de dood van Picasso: veel geruzie en drama's rondom de verdeling van zijn erfenis, een kleinzoon en twee van zijn voormalige muzen die zelfmoord pleegden etc.
Ondanks dat ik terdege besef dat het van een enorm gebrek aan inlevingsvermogen en respect zou getuigen om de tragiek in iemands leven als mooi te omschrijven, is het wel een feit dat tragiek mij raakt en ontroert en in die hoedanigheid dus ook iets moois in zich herbergt.
Bovendien kan ik tragiek moeilijk los zien van romantiek. En ergens onder mijn soms wat cynische buitenkant zal altijd een romanticus schuilen. Wat vrij logisch is als je bedenkt dat een bekende uitspraak luidt dat cynici in feite gefrustreerde romantici zijn…
Net als dat in de mooiste liefdesfilms tragiek en romantiek vaak nauw verweven zijn, spreken levensverhalen als die van Vincent van Gogh waarin dezelfde combinatie voorkomt mij het meeste aan. Al valt er natuurlijk een hoop te discussiëren over de vraag of het leven van Vincent van Gogh nou wel zo romantisch genoemd mag worden. Waar je dan weer tegenover kunt stellen dat het leven van kunstenaars uit de negentiende eeuw die ongeacht hun moeilijke omstandigheden en problemen hun passie bleven volgen, per definitie veel romantiek bevatten. Laten we maar zeggen dat het allemaal afhangt van hoe je het begrip “romantiek” precies definieert.
 

Borderline-stoornis

In elk geval mag duidelijk zijn dat in het leven van Van Gogh veel tragiek zat. De man had een zeer gecompliceerde persoonlijkheid, die achteraf gezien veel symptomen van een borderline-stoornis vertoonde. Van Gogh had last van impulsiviteit, stemmingswisselingen, zelfdestructief gedrag, verlatingsangst, een onevenwichtig zelfbeeld en autoriteitsconflicten. Wat uiteraard leidde tot grote problemen in zijn sociale contacten en relaties.
Ondanks (of door) zijn genialiteit werd Van Gogh - in tegenstelling tot Picasso die bij leven al een stinkend rijke legende was - niet begrepen door zijn omgeving en verkocht hij gedurende zijn leven slechts één schilderij: De rode wijngaard. Het is dat zijn loyale broer Theo - die zelf kunsthandelaar was - zich altijd over hem en zijn schilderijen ontfermde want anders zou Vincent het al helemaal niet hebben gered.
Dat Vincent uiteindelijk - na nog de nodige ellende als het fameuze oor-afsnijden-incident na een ruzie met collega schilder Paul Gauguin of de opname in het psychiatrisch ziekenhuis Saint-Paul-de-Mausole - op 29 juli 1890 op 37-jarige leeftijd stierf twee dagen nadat hij zichzelf met een revolver door de borst had geschoten, is algemeen bekend.
Iets minder bekend is dat Theo een paar maanden na de dood van zijn grote broer werd opgenomen in een krankzinnigengesticht om daar een halfjaar na Vincent op 25 januari 1891 op 33-jarige leeftijd te overlijden aan waarschijnlijk syfilis. En nog minder bekend is dat het jongere broertje van Vincent en Theo, Cor van Gogh, op 14 april 1900 in Zuid-Afrika op 32-jarige leeftijd ook (vermoedelijk) door zelfmoord om het leven kwam. Het hier nog aan toevoegen dat een van Vincents zussen, Wil van Gogh, meer dan veertig jaar van haar leven zou doorbrengen in een krankzinnigengesticht lijkt haast overbodig. De tragiek druipt er van alle kanten vanaf.
 

Het is eenzaamheid

Het mooiste en meest ontroerende moment van de serie is zonder twijfel het slotfragment waarop Jeroen Krabbé wordt gevraagd wat hem het meeste heeft geraakt aan Vincent van Gogh. Hierop laat Krabbé een foto zien van een zelfportret van Van Gogh als man met een schilderij onder zijn arm. Hij vertelt dat niemand dit schilderij kent omdat het tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog is vernietigd.
“Het is eenzaamheid”, zegt Krabbé die vervolgens zichtbaar emotioneel wordt en er alles aan doet om zijn tranen te bedwingen. "En dat is het. Je bent sowieso eenzaam als schilder. Altijd." Wat mij uiteraard meteen doet afvragen of, en zo ja in hoeverre, de hier getoonde emoties van kunstschilder Jeroen Krabbé iets te maken hebben met eigen ervaringen en gevoelens van eenzaamheid.
Met moeite sluit Krabbé af met een quote van Vincent van Gogh die volgens hem de kern is: “Als ik later iets waard zou zijn dan zou ik het nu ook waard zijn. Want koren is koren, ook al denkt de stedeling aanvankelijk dat het onkruid is.”
Einde verhaal, aldus Krabbé.
Prachtig! Ook ik kreeg bij dit fragment tranen in mijn ogen omdat ik het net als Jeroen Krabbé begrijp. Het gevoel van eenzaamheid is voor mij het toppunt van tragiek en ontroering.
 

Amy Winehouse en de keerzijde van roem

Het deed me allemaal erg denken aan de tranen in mijn ogen die ik kreeg tijdens het zien van de documentaire “Amy” (2015) over het tragische leven van zangeres Amy Winehouse. Een documentaire die in mijn beleving het verhaal vertelt van een lief en naïef meisje dat gek is op zingen, maar die ten onder gaat vanaf het moment dat haar muziek immens populair wordt en ze in contact komt met allemaal foute mensen (inclusief haar eigen vader!) die alleen maar in haar zijn geïnteresseerd vanwege haar roem en geld. Een documentaire ook die als geen ander de keerzijde van roem toont.
Met geen mogelijkheid kan ik begrijpen waarom niemand uit Amy’s  directe omgeving heeft ingegrepen om haar in bescherming te nemen tegen al het kwaad om haar heen. Zeker van een ouder zou je toch mogen verwachten dat als je ziet dat je dochter met haar lieve, naïeve en goedgelovige inslag niet bestand is tegen de keiharde wereld van de muziekindustrie waarin zij zich bevindt, dat je er dan alles aan doet om haar daar onmiddellijk weg te halen.
Een dag voordat Amy op 27-jarige leeftijd definitief ten onder gaat aan haar roem en jarenlange drugs- en alcoholverslaving (zeker hier zeer begrijpelijk omdat drugs uitermate geschikt is om trachten te ontsnappen aan de o zo vervelende werkelijkheid) zegt ze iets tegen een vriend wat mij minstens zo ontroert als het citaat van Vincent van Gogh: “Als ik 'het' kon teruggeven (= het talent om te zingen zoals zij deed) en gewoon weer op straat kon lopen zonder gedoe, zou ik het zo doen.”
Voor mij is dat het toppunt van ontroering en eenzaamheid: een jonge vrouw horen zeggen dat ze haar passie zo zou inleveren om maar weer gelukkig te kunnen zijn zoals vroeger voordat ze beroemd was. Want dat is in feite wat Amy hier zei. Het zou hetzelfde zijn geweest als Vincent van Gogh zou hebben verklaard bereid te zijn om al zijn schildersspullen, oftewel zijn alles, in te leveren om maar een doodnormale en vooral gelukkige man te kunnen zijn.

De tragiek en eenzaamheid van genialiteit, dat is wat Vincent van Gogh en Amy Winehouse met elkaar verbindt.
 
Ik herken het. Nu alleen nog even iets vinden waarin ik geniaal ben...











Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Tekeningen van Tonko toen hij 8/9/10 jaar was
 

vrijdag 10 maart 2017

270. Te eerlijk en integer voor de politiek

Actualiteit en privé - Politiek/Macht

 









De zwevende kiezer

Woensdag zijn de verkiezingen en ga ik stemmen. Maar waarop? Inderdaad, ook ik weet het nog niet. Maakt mij dat dan een van de vele zwevende kiezers? Een interessante vraag want wat is nu eigenlijk een “zwevende kiezer”?
Op Wikipedia vind ik de volgende definitie: “
Een zwevende kiezer is een persoon die niet verbonden is met een politieke partij of politicus of iemand die ook bereid is op andere partijen te stemmen tijdens een verkiezing dan de partij waar hij/zij mee is verbonden.”
Zo bekeken vraag ik me eerlijk gezegd af hoeveel procent van de Nederlandse kiezers níet behoort tot de groep zwevende kiezers. Dat percentage zal niet zo hoog zijn vermoed ik en in elk geval zal het aantal jaarlijks behoorlijk afnemen. De tijd dat een meerderheid van de kiezers zich jaar in jaar uit, soms decennia lang, verbond aan één partij ligt inmiddels redelijk ver achter ons. 
 

Het toppunt van zweven

Je hebt zwevende kiezers en zwevende kiezers denk ik zelf. Met de een kan ik me prima identificeren en met de ander heb ik helemaal niets.
Wat moet ik bijvoorbeeld denken van die mensen die het ene moment PvdA of GroenLinks stemmen en een verkiezing later weer opeens voor de VVD of de PVV gaan? Of van die kiezers die tijdens hun leven op ongeveer alle partijen hebben gestemd die er zijn? Dat vind ik het toppunt van zweven, met beide beentjes wel heel ver boven de grond. Ga dan niet stemmen denk ik dan. In mijn ogen begrijp je dan helemaal niets van politiek.

Zo had ik ook moeite met voormalig politica Ayaan Hirsi Ali die ooit overstapte van de PvdA naar de VVD. Hoe je in godsnaam kunt overspringen tussen twee partijen die in essentie zo enorm van elkaar verschillen, is mij een raadsel. 
In dit licht gezien zou ik me dan ook best beledigd voelen als iemand mij een zwevende kiezer zou noemen. Bij dit soort zwevende kiezers zie ik dan toch vooral mensen voor me die om wat voor reden dan ook (zelf) kennis en inzicht missen om een goed oordeel te kunnen vellen over welke politieke richting echt bij hun past.
 

De o zo bekende politieke truc

Zelf bezit ik gelukkig wel over genoeg (zelf) kennis en inzicht om te weten waar mijn politieke voorkeur zit. Als ik al “zweef” dan doe ik dat mijn gehele volwassen leven in elk geval steeds in dezelfde hoek. De linkse hoek dan wel te verstaan, want ik behoor niet tot die groep mensen die zich nooit hardop wenst uit te spreken over hun politieke voorkeur. Mensen die ik overigens nooit zal begrijpen. Ik houd van mensen die ergens voor staan, die uitgesproken meningen hebben waar ze trots op zijn in plaats van dat ze zich ervoor schamen.
Als je kijkt naar essentiële keuzes in de politiek tussen - enerzijds - meer denken aan: jezelf en je soortgenoten, je geld en je auto en je overige materiële bezittingen, de economie en vechten voor het recht van de sterkste en - anderzijds - meer denken aan: (jezelf én) anderen zoals minderbedeelden en vluchtelingen, het milieu en het klimaat en het vechten voor een sociale, eerlijke en rechtvaardige samenleving met sterke én minder sterke medemensen, dan begrijp ik heel goed waarom ik in de politiek (daarbuiten overigens ook) links ben.
Ook heb ik gelukkig teveel besef en kennis op historisch gebied om niet in de o zo bekende politieke truc te trappen waarbij je een groep vreemden eruit pikt die je vervolgens van alle problemen in het land de schuld geeft. Deze op xenofobie ("obsessieve angst voor vreemden") gebaseerde truc om een angstaanjagende wij-die-deugen-tegenover-zij-die-niet-deugen-sfeer te creëren is ontzettend simpel maar werkt gek genoeg nog steeds als een tierelier. Tja, wat de Nederlandse boer niet kent, dat eet hij niet zullen we maar zeggen.
 

Mijn lot in handen leggen van onwetende mensen

Mijn zoon van achttien mag straks voor het eerst stemmen en ik zal erop toezien dat hij dat ook echt gaat doen, omdat ik vind dat het je plicht als Nederlander is om in onze mooie democratie je stem uit te brengen. Zoals ik ooit al eens eerder schreef, beschouw ik niet-stemmen als respectloos richting alle mensen op deze wereld die geen stemrecht hebben en die er een moord voor zouden doen om te leven in een democratie zoals de onze.
Toch besef ik dat er een keerzijde zit aan mijn voorkeur voor democratie. Reden waarom ik democratie beter kan bestempelen als de minst kwade staatsvorm die er is. Mijn jongste zoon verwoordde deze keerzijde onlangs mooi door zich hardop af te vragen waarom het met stemmen niet zo werkt dat voordat je je stem mag uitbrengen je eerst een vragenlijst moet invullen ter controle of je wel genoeg kennis over de materie hebt om een verantwoorde stem te kunnen uitbrengen.
Precies om deze reden ben ik het oneens met de eerste stelling van de Stemwijzer 2017: “Er moet een bindend referendum komen waarmee burgers door het parlement aangenomen wetten kunnen tegenhouden.”
Voor mij moet een goedlopende democratie zo werken dat je als burger stemt op iemand waarvan je mag verwachten dat hij/zij als professioneel politicus meer kennis van politiek heeft dan jij. Dat moet dus iemand zijn die dermate goed aansluit op  jouw normen en waarden dat je hem/haar capabel genoeg acht om jou in het parlement te kunnen vertegenwoordigen (het heet ook niet voor niets een volksvertegenwoordiging).   
Noem mij gerust cynisch, maar ik vrees dat er onder de kiezers best veel mensen zitten die niet in staat zijn om hun uitgebrachte stem met goede argumenten te onderbouwen. Dan praat ik dus over mensen die niet stemmen op basis van kennis over standpunten van partijen en rationele overwegingen, maar die dat meer doen op basis van bijvoorbeeld (onderbuik) gevoelens bij een bepaalde lijsttrekker of omdat die ene oneliner wel goed klonk of omdat het volgens de peilingen of de partner of de overbuurman een goede partij moet zijn enz.
Als er straks belangrijke politieke beslissingen moeten worden genomen, wens ik dan ook niet via een referendum mijn lot in handen te leggen van dit soort onwetende mensen. Mensen mogen van mij gerust een andere politieke voorkeur hebben dan ik (liever niet natuurlijk), maar dan wel op basis van goed onderbouwde argumenten.
Daarom geef ik tien keer liever mijn vertrouwen aan politici waarvan je in elk geval mag verwachten dat zij zich goed in het betreffende onderwerp hebben verdiept. Ook al besef ik maar al te goed dat er ook in ons land genoeg oneerlijke, onbetrouwbare, onwetende politici bestaan (het zijn net mensen) dan nog heb ik genoeg vertrouwen in de werking van onze, zeer stabiele, democratie. Zo geloof ik er nog steeds heilig in dat de diverse uiteenlopende politieke krachten in ons land elkaar zo in evenwicht houden dat het uiteindelijk altijd leidt tot vrij redelijke en verstandige (en geen extreme) beslissingen.

Een mooie positieve constatering om mee af te sluiten!
 

De indruk van linkse lijsttrekkers

Nu wel nog even een keus maken voor woensdag. Uiteraard op basis van mijn kennis over en voorkeuren voor de standpunten van de partijen, al is het ook voor mij lastig om daarbij niet stiekem te kijken naar de indruk die de (linkse) lijststrekkers achterlaten.

Lodewijk Asscher?
Stabiel, maar saai met weinig uitstraling en dus ook met weinig overtuiging.


Emile Roemer?
Die loopt de hele tijd me zo’n (nep) lach op zijn gezicht rond dat ik vermoed dat zijn spindoctors hem hebben opgedragen dat vooral zo te blijven doen omdat het zo positief (?) overkomt. Sorry, maar bij mij wekt het net als bij premier Mark Rutte alleen maar irritatie op.

Jesse Klaver dan, de nieuwe linkse ster?
In het begin vond ik hem nog wel OK maar inmiddels zie ik in hem een soort van mislukte imitatie van een gladde Amerikaanse politicus pur sang. In de wijze waarop hij zich naar de buitenwereld presenteert, is werkelijk niets aan het toeval overgelaten.
Over alles bij Jesse Klaver is uitvoerig nagedacht: over zijn witte overhemd met opgestroopte mouwtjes, over zijn van Obama (ja, alsof die het allemaal zelf heeft verzonnen…) gejatte uitspraken en slogans (Het Kan Wel/Yes We Can, met dank aan het filmpje van “Zondag met Lubach”), over zijn overdreven optimistische en ambitieuze uitspraken over het willen worden van premier en het streven naar een kabinet met voor de helft vrouwelijke ministers (ik ben tegen discriminatie en dus ook tegen de "positieve" variant), over zijn groots opgezette verkiezingsshows enz.
Blijkbaar is en blijft het voor een politicus bijzonder moeilijk (zie ook column 27) om zelf met iets nieuws en origineels te komen dat echt eigen en authentiek is. Misschien moeten we hieruit de voorzichtige conclusie trekken dat politici gewoon niet zulke creatieve mensen zijn?
Wat nog wel voor Klaver spreekt, is dat hij niet onder stoelen of banken steekt dat hij door Obama en de Verenigde Staten is geïnspireerd en dat hij erkent dat hij ook heel bewust voor deze ambitieuze aanpak heeft gekozen. Wat zijn goed recht is (zeker na de slechte resultaten van GroenLinks in de afgelopen jaren) en in feite kun je het hem ook niet kwalijk nemen, want laten we eerlijk zijn: het werkt.
Om in de politiek succesvol te zijn, moet je nu eenmaal goed (politieke) spelletjes en toneelstukjes kunnen spelen. Wat overigens precies de reden is waarom ik nooit in de politiek zou passen want dat kan en wil ik vooral niet.
 
En hoe zit het met de (gelovige!) Marianne Thieme? Is zij dan wellicht de meest authentieke linkse lijsttrekker?

Ik weet het niet.
 

Sharon Gesthuizen

Voor mij was overigens Sharon Gesthuizen van de SP de meest integere en idealistische politicus van de afgelopen jaren. Maar dat komt omdat ik haar jaren geleden persoonlijk kort heb gekend in mijn werk en zij een hele positieve en bevlogen indruk maakte.
Helaas is zij echter inmiddels gestopt als kamerlid. Ondanks dat Sharon dit soort speculaties in de media volgens mij ontkent, vraag ik me af of zij wellicht te eerlijk, integer en idealistisch voor de politiek was.
Het zou mij niet verbazen...
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


dinsdag 31 januari 2017

266. Heroïsch stoppen op je hoogtepunt

Actualiteit en privé - Sport - Tennis

 





Federer-Nadal en Sampras-Agassi

De winst van de 35-jarige Zwitser Roger Federer in de tennisfinale van de Australian Open 2017 op zijn eeuwige Spaanse rivaal Rafael Nadal (zijn achttiende grandslamzege!) deed mij erg denken aan de finale van de US Open 2002 tussen de Amerikanen Pete Sampras en Andre Agassi. In beide gevallen ging het om een finale tussen twee legendarische tennisgrootheden die op dat moment door velen waren afgeschreven.
Ik kan me nog herinneren dat de Volkskrant na vroegtijdig verlies van Pete Sampras en Andre Agassi op Wimbledon 2002 tegen respectievelijk de Zwitser Georg Bastl en de Thai Paradorn Srichaphan (wie kent ze niet?) kopte met “Einde tijdperk Sampras en Agassi”. Dezelfde kop maar dan met de namen Federer en Nadal zal afgelopen jaar ongetwijfeld ook wel ergens in een krant hebben gestaan, vermoed ik zomaar.
Ruim twee maanden na deze kop stonden diezelfde Sampras en Agassi in de finale van de US Open. Sampras won in vier sets. Pas later bleek dit zijn laatste wedstrijd als professioneel tennisspeler te zijn geweest. Sampras was gestopt op zijn hoogtepunt.
 

Het blijft een gok

Stoppen op je hoogtepunt vind ik prachtig. Het heeft iets heroïsch. Om die reden vind ik dat Federer nu ook met onmiddellijke ingang moet stoppen.
De kunst van dit alles is echter natuurlijk om te bepalen wanneer je nou eigenlijk op je hoogtepunt zit. Want wie zegt Federer dat als hij nu stopt hij niet nog meer grandslamoverwinningen zou hebben behaald als hij zou zijn doorgegaan (zie naschriften onderaan)?
Het blijft een gok, maar ik zou als ik Federer was veel liever nu stoppen dan het risico lopen door te gaan om over een aantal jaren te moeten concluderen dat deze overwinning op de Australian Open 2017 toch echt zijn laatste kunststukje was geweest. Volgens mij voelde Pete Sampras in elk geval heel goed aan dat zijn winst op de US Open 2002 zijn laatste grandslamoverwinning zou blijven en dus besloot hij op deze prachtige wijze te stoppen.
 

Voorbeeld uit eigen werk

Hoe mooi ik het stoppen op een hoogtepunt vind, kan ik illustreren aan de hand van een simpel voorbeeld uit eigen werk: mijn eigen, zeer bescheiden “tenniscarrière”.
Toen ik in 1997 op mijn 31e clubkampioen werd op mijn tweede tennisclub (zie ook columns 195 en 196) ben ik meteen gestopt met het spelen van toernooien. Tot op de dag van vandaag kan ik dus zeggen dat ik mijn laatste toernooi heb gewonnen en hoe vreselijk kinderachtig dit ook moge klinken - en dat besef ik - vind ik het wel iets hebben.
Ja, je kunt zeggen wat je wilt, maar Pete Sampras en ik hebben op het gebied van tennisresultaten dus in elk geval één overeenkomst. Jammer alleen van al die overige verschillen (roem, geld, vrouwen enz.)…
 

Björn Borg

Mijn tennisidool van vroeger, de Zweeds legende Björn Borg, had net als Pete Sampras en ik (klinkt goed zo dit rijtje, die houd ik erin) eigenlijk ook heroïsch moeten stoppen op zijn hoogtepunt. Na zijn gewonnen legendarische finale in 1980 tegen zijn grote Amerikaanse rivaal John McEnroe (1-6, 7-5, 6-3, 6-7 - met de onvergetelijke 16-18 tiebreak - 8-6) had hij zijn houten Donnay-racket definitief aan de wilgen moeten hangen.
Helaas ging Borg nog een jaartje door waarin hij (na nog wel winst overigens op Roland Garros 1981, al was die finale tegen Ivan Lendl een stuk minder heroïsch dan die van Wimbledon 1980) zowel op Wimbledon als bij de US Open in de finale verloor van dezelfde McEnroe. Al was het stoppen na die verloren finale op de US Open 1981 ook geen slecht moment. Borg was op dat moment slechts 25 jaar en zijn winstpercentage van veertig procent bij de grandslams - hij won 11 van de 27 grandslamtoernooien waaraan hij deelnam - is nog steeds een record (Federer zit nu op een percentage van 26%: 18 gewonnen/68 deelnames).
Zonde alleen dat Borg tien jaar later in 1991 om wat voor vage reden dan ook (geldgebrek, eenzaamheid, zwart gat) besloot om een soort van comeback te maken. Met zijn oude houten Donnay-racket notabene, wat hetzelfde zou zijn als je in deze tijd op je nieuwe werk bij een succesvol commercieel bedrijf verschijnt met een oude Nokia-telefoon. Heel leuk en nostalgisch, maar het gaat niet werken. En bij Borg werkte het natuurlijk ook niet. Zijn comeback werd een ramp.
 

De wraak van Van Velde was zoet

Succesvolle comebacks in de sport zijn sowieso vrij zeldzaam en zeker als je praat over een comeback na tien jaar afwezigheid zoals bij Borg het geval was.
De mooiste comeback die mij bijstaat, is die van de schaatser Gerard van Velde. Toen de klapschaats in het schaatsen opkwam, kreeg Van Velde de nieuwe techniek niet onder de knie en besloot hij in 1998 te stoppen. Een jaar later werd hij door Rintje Ritsma gevraagd als trainingsmaatje en begon hij langzaam maar zeker weer aan wedstrijden mee te doen. Zijn tijden waren in het begin echter van een dusdanig matig niveau dat medesprinter Erben Wennemars Gerard een beetje uitlachte en aangaf dat hij natuurlijk nooit aan een comeback had moeten beginnen.
De wraak van Van Velde was zoet. Een paar jaar later won Gerard goud tijdens de Olympische Winterspelen 2002 in Salt Lake City op de duizend meter, de favoriete afstand van jawel … Erben Wennemars (Erben werd vijfde).
Voor de heroïek in de sport had Gerard van Velde op dat moment natuurlijk meteen moeten stoppen met schaatsen. Maar helaas ging hij nog door tot 2008, waarna na het missen van plaatsing voor de belangrijke schaatstoernooien de beslissing tot stoppen onvermijdelijk geworden was.

Ja, het moge duidelijk zijn: ik heb iets met het stoppen op je hoogtepunt. Ik roep Roger Federer hierbij dan ook op om in het belang van de heroïek in de sport met onmiddellijke ingang te stoppen met tennis. De toekomst zal leren of ik met dit advies (wederom) gelijk had. 


Zul je natuurlijk net zien dat Federer Wimbledon 2017 ook wint... (lees hieronder!)









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Naschrift 1 (25-01-2018):
Hoe vaak ik ook gelijk mag hebben (?), heb ik er gelukkig geen enkele moeite mee om toe te geven wanneer ik achteraf ongelijk bleek te hebben.
Na het lezen van mijn column dacht Federer "No way!" en nam hij zich plechtig voor om er alles aan te doen om mijn ongelijk te bewijzen. En dat deed hij op zeer indrukwekkende wijze: samen met Rafael Nadal domineerde Federer het tennisjaar 2017 als nooit tevoren. Heel eerlijk verdeelden de twee tennissterren de buit: waar Federer de Australian Open en - jawel - Wimbledon won, pakte Nadal de titels op de overige twee grandslamtoernooien, Roland Garros en de US Open. Alsof de "oude" tijden herleefden, sloot Nadal het jaar 2017 af als de nummer 1 van de wereld, kort daarop gevolgd door Federer als nummer 2.
Federer breidde in 2017 zijn recordaantal grandslamoverwinningen dus uit van 17 naar 19 stuks! En hij laat mij én de hele wereld zien dat zijn hoogtepunt dus nog (lang?) niet bereikt is, want op het moment van schrijven staat hij ook nog eens op het punt om ook de Australian Open 2018 te gaan winnen. Wat dus grandslamoverwinning nummer 20 zou betekenen.

Mijn oprechte excuses Roger! Jij en niemand anders bepaalt het juiste moment om te stoppen. En dat was overduidelijk niet vorig jaar, dat is ook niet dit jaar en je hoort mij geen voorspelling meer doen over wanneer dat dan wel zal zijn. Ik zwijg nederig...
 
Naschrift 2:
Roger Federer schreef inderdaad ook nog de Australian Open 2018 op zijn naam, maar deze nummer 20 bleek dan toch écht zijn laatste grandslamoverwinning te zijn. Oftewel deze column met mijn advies aan Federer om nu te stoppen op zijn hoogtepunt kwam precies één jaar te vroeg...


Roger Federer (foto: Tonko)

 

vrijdag 6 januari 2017

263. De hoogbegaafde en de pedofiel

Actualiteit en privé - Hoogbegaafdheid - Nature/Nurture

 








Spottende reacties

Uit onderzoek van het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) blijkt dat veel HoogHoohoogbegaafden werkeloos thuis zitten.
Uiteraard zie ik op internet al spottende reacties van mensen in de trant van: ha, ha, hoogbegaafden zijn werkeloos omdat ze niet begrepen worden; alsof niet-hoogbegaafden altijd begrepen worden en geen behoefte hebben aan meer uitdaging in hun werk; slim hoor, om je lot in handen te leggen van uitkeringsinstanties, maar als je écht slim bent moet het geen enkel probleem zijn om op eigen kracht werk te vinden dat bij je past etc.
 

Bescheiden en nederig opstellen

Als het gaat om (uitgesproken) meningen en kennis heb ik inmiddels een vrij simpel standpunt: hoe meer kennis ik over iets heb, hoe eerder ik mijn mening zal verkondigen en hoe groter de kans dat die uitgesproken zal zijn. Daar staat dus tegenover dat hoe minder kennis ik over iets heb (bijvoorbeeld over de financiële sector waar ik weinig interesse in heb), hoe bescheidener en nederiger ik me zal opstellen en hoe voorzichtiger ik zal zijn met het vormen en formuleren van een mening.
Deze houding zouden meer mensen op deze wereld moeten aannemen. Als je bijvoorbeeld niet veel kennis over hoogbegaafdheid hebt, kun je maar beter even je mond houden in plaats van met uitgesproken meningen te komen. Ironisch in dit geval, maar waar: anders kom je nogal dom over.
 

Betweterig genietje met een brilletje

Over hoogbegaafdheid wist ik tot een jaar of dertien jaar geleden weinig tot niets. Als ik toen aan een hoogbegaafd kind dacht, zag ik een irritant, eigenwijs, betweterig genietje met een brilletje voor me dat overal tienen voor haalde en de ene na de andere klas oversloeg.
Inmiddels heb ik - met dank aan mijn kinderen - in mijn zoektocht naar mezelf behoorlijk veel kennis over hoogbegaafdheid opgedaan, weet ik dat het allemaal een stuk genuanceerder ligt dan ik dacht en mag ik er dus ook uitgesproken meningen over hebben.
Natuurlijk valt er het een en ander aan te merken op het onderzoek van het IHBV. Zo is het meer een verkennend dan een representatief onderzoek en dus gaat het meer om een indicatie, vermoedens en schattingen dan om harde feiten.
Maar ter verdediging van de onderzoekers kun je stellen dat het ook niet bepaald makkelijk is om “de groep hoogbegaafden” in Nederland te vinden en in kaart te brengen. Al is het alleen al vanwege het feit dat er binnen deze groep ook veel hoogbegaafden zullen rondlopen die niet eens weten dat ze hoogbegaafd zijn. En daar had ik ook zeker tussen gezeten als ik geen kinderen zou hebben gehad. Ik vind het nog steeds een vreemd idee dat ik zonder mijn kinderen tot mijn dood niet zou hebben geweten dat ik hoogbegaafd ben. Dan zou ik dus mijn hele leven hebben geleefd met een schrijnend gebrek aan zelfkennis.  
 

Als intelligent persoon opgroeien in allerlaagste kaste in India

Natuurlijk zijn er ook niet-hoogbegaafden die net als ik lang werkeloos zijn geweest, die hun werk nooit leuk hebben gevonden, die altijd "onder" hun niveau hebben gewerkt en aldus hebben "onder" gepresteerd (beter: op het verkeerde niveau hebben gewerkt en gepresteerd) en die altijd uitdaging hebben gemist etc. Hoe mooi zou de wereld toch zijn als alle mensen leuk werk deden dat precies op hun niveau lag, met precies genoeg uitdaging. Dat zou nog eens een geweldige, efficiënte wereld zijn! Al kun je je daarbij afvragen of dat ook in de praktijk zou werken (een retorische vraag denk ik).
Maar de werkelijkheid is anders. Natuurlijk werken er in deze wereld veel meer mensen onder hun niveau dan er boven. En ik mag dan klagen over mijn mislukte loopbaan-carrière in Nederland, maar er gaat bijna geen dag voorbij dat ik mij niet afvraag hoe frustrerend het dan wel niet moet zijn om als zeer intelligent persoon in India op te groeien in de allerlaagste kaste van de Onaanraakbaren, de Dalits.
En hoeveel genieën zullen er wel niet op deze aarde rondlopen die qua (nurture) omstandigheden gewoon nooit in staat zullen zijn om zich te ontplooien? Bedenk eens hoeveel kennis daarmee verloren gaat.
Al blijkt op het gebied van “slimme” versus “domme” mensen ook een reëel gevaar te bestaan op een tweesplitsing in de toekomst. Doordat kinderen van arme mensen gemiddeld cognitief minder blijken te worden uitgedaagd dan kinderen van rijke mensen bestaat er een reële kans op een situatie waarin de kloof tussen arm en rijk niet alleen steeds groter wordt (zie mijn columns over Thomas Piketty), maar dat de arme mensen ook steeds "dommer" worden dan de rijken. Een verontrustend toekomstbeeld.
 

Een simpel voorbeeld

Terugkerend naar Nederland en naar het onderzoek van het IHBV kan ik het best vanuit mijn eigen ervaring aan de hand van een simpel voorbeeld motiveren waarom het voor een hoogbegaafde (nog) frustrerender kan zijn om onder je niveau te werken dan voor een niet-hoogbegaafde.
Op mijn werk praatte ik wel eens met een hele aardige, hoogopgeleide, afgestudeerde collega over mijn frustraties op het werk. Over dat bepaalde werkzaamheden zo zinloos en inefficiënt waren, over dat ik het werk niet uitdagend vond en het een sleur werd, over dat ik moe werd van de autoritaire, controlerende houding van onze leidinggevende etc.
Hij vertelde mij dat hij ook wel eens momenten had dat hij dacht van is dit het nou, maar dat die momenten nooit lang duurden. Hij zette zich er snel overheen en ging weer verder. Ik zei hem dat ik dat niet kon en dat ik maar bleef doormalen over dit soort dingen.
Dat was een belangrijk verschil tussen ons: ik ben een denker, ik ben in mijn hoofd continu bezig met alles om me heen te analyseren, waardoor ik ook snel zie wanneer dingen niet kloppen of beter kunnen en behalve dat ik zeer zelfkritisch ben, ben ik ook kritisch op werknemers en (vooral) leidinggevenden om mij heen, waarbij ik ook nog eens een extreem rechtvaardigheidsgevoel heb waardoor ik me snel erger aan mensen die liegen, bedriegen, hypocriet doen, spelletjes spelen etc. Met als reëel gevaar dat iemand zoals ik sneller in discussie zal gaan met leidinggevenden, dus ook sneller conflicten zal krijgen en dus ook meer risico zal lopen op ontslag (ook deze baan eindigde bij mij in ontslag vanwege een verstoorde arbeidsrelatie met mijn leidinggevende). En dan praat ik nog niet eens over mijn sterke neiging om continu te worstelen met existentiële vragen over de zin(loosheid) van alles wat ik doe.  
De verschillen tussen mijn collega en mij maakte het logisch dat ik veel sneller gefrustreerd raakte dan hij. Voor mensen die niet zoveel bezig zijn met (kritisch door-) denken en analyseren is het nu eenmaal makkelijker om dingen te aanvaarden zoals ze zijn. Dus ook om werk te doen dat misschien onder je niveau ligt en bepaald niet je droombaan is, want dat gold uiteraard ook voor mijn collega.

Mijn simpele overtuiging is dat naarmate mensen meer afwijken van het gemiddelde ze per definitie een grotere kans maken om te worstelen met dingen in het leven waar de grote groep gemiddelde mensen nu eenmaal (gemiddeld!) minder last van heeft. Wat natuurlijk niet gek is, aangezien deze groep zich makkelijker aanpast aan de omgeving. Of moet ik zeggen lijkt aan te passen, aangezien zij zich natuurlijk ook minder hoeven aan te passen. 
 

Ze doen zo arrogant!

Als ik het artikel in de Trouw lees over het IHBV-onderzoek valt mij meteen de valkuil op waarin veel hoogbegaafden plegen te trappen als ze het over hun hoogbegaafdheid hebben. Het is hetzelfde gevaar wat ervoor zorgt dat veel mensen vooroordelen over hoogbegaafden blijven hebben en honend op dit soort onderzoeken zullen blijven reageren: ze doen zo arrogant!
Zo lees ik dat IHBV-voorzitter Rianne van de Ven zegt dat hoogbegaafden “in principe alles kunnen wat ze maar zouden willen” en dat hoogbegaafden niet zielig zijn, integendeel: "Hoogbegaafd zijn is fantastisch. Hoogbegaafden zien alles, voelen alles, zien overal interessante dingen”.
Natuurlijk kunnen hoogbegaafden niet alles en weten ze niet alles en voelen ze niet alles en is niet alles fantastisch aan ze. Hoogbegaafden zijn ook maar gewone mensen en dus zijn ze ook in sommige onderdelen gewoon slecht en kunnen ze ook hele domme dingen doen.
Als je Albert Einstein destijds te werk had gesteld als maatschappelijk werker had hij gewoon gefaald omdat hij daar de benodigde kwaliteiten (bijvoorbeeld empathisch vermogen) eenvoudigweg niet voor had. Dan was hij wellicht een van die ongelukkige, gefrustreerde hoogbegaafden zonder werk geweest.
Het doet me denken aan die ene opmerking van een hoogbegaafde vrouw die ooit aangaf het niet te begrijpen waarom niet-hoogbegaafde mensen toch zo beledigd raakten als zij uitlegde dat het voor iemand met een IQ van boven de 130 het leven met “gewone” mensen (gemiddeld IQ 100) net zo is als wanneer “gewone” mensen de hele dag tussen chimpansees (gemiddeld IQ 70) moeten rondlopen. Tja, als je niet begrijpt dat dat arrogant overkomt, heb je toch echt een probleem en ben je in elk geval niet geschikt om hoogbegaafdheid voor het grote publiek toegankelijker te maken.
Overigens bedacht ik me later dat als je hierover doordenkt je ook moet bedenken dat als je een “gemiddelde” hoogbegaafde bent met zeg een IQ van 135 je ook een chimpansee zult zijn voor een hoogbegaafd persoon met een IQ van 165. En mijn God, wat voel ik mij ontzettend vaak een piepklein nietig chimpanseetje vergeleken met genieën als bijvoorbeeld Albert Einstein en Stephen Hawking.  
 

Trots zijn op je hoogbegaafdheid

Ik blijf altijd moeite hebben met van die hoogbegaafde mensen die heel trots zijn op hun hoogbegaafdheid en die bijvoorbeeld maar al te graag tussen neus en lippen door even laten weten dat ze "145+" (centimeter, kilo?) kinderen hebben.
Trots zijn op het feit dat je hoogbegaafd bent, vind ik net zoiets als je schamen voor het feit dat je een pedofiel bent: het slaat beide in feite nergens op.  
De hoogbegaafde en de pedofiel, ja laat ik die twee eens naast elkaar zetten om mijn punt te maken. De combi nature en nurture kan iemand zowel hoogbegaafd maken als pedofiel (of beide, want ja dat zou natuurlijk ook nog kunnen hè...). Bij zowel hoogbegaafdheid als bij pedofilie is het vooral de nature (DNA, de genen, de hersenen) die in de kern bepaalt of je hoogbegaafd of pedofiel bent. Dit staat dus al bij de geboorte vast zonder dat je er iets voor hebt hoeven doen of presteren.
Na je geboorte zullen vervolgens de nurture-omstandigheden (o.a. opvoeding en peer groups) invloed gaan uitoefenen. Wat dan zal gaan bepalen of, en zo ja in hoeverre, je iets met deze "kwaliteiten" zult gaan doen in je leven. Met als meest positieve resultaat dat je als hoogbegaafde je talent hebt ontplooid met bijvoorbeeld een mooie carrière als resultaat. Of dat je als pedofiel met professionele hulp je pedofiele gevoelens hebt weten in te dammen met een opgelucht geweten en blanco strafblad tot resultaat. 
Als hoogbegaafde of pedofiel zou je op een dag theoretisch trouwens ook iets kunnen overkomen - een ernstig ongeluk of vreselijke ziekte bijvoorbeeld - waardoor je opeens niet meer hoogbegaafd of pedofiel bent. Door grote schade aan de hersenen (Wij zijn ons brein!). Iets wat voor de een overigens wat beter nieuws zal zijn dan voor de ander...

Ondanks dit alles en ondanks het besef dat het niet allemaal om harde feiten gaat, ben ik wel blij met het onderzoek van het IHBV. Het stelt me gerust omdat het opnieuw bevestigt wat ik in feite natuurlijk al lang wist: ik ben niet de enige hoogbegaafde waar het in zijn leven en loopbaan niet bepaald op rolletjes is gegaan.











 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Fokke en Sukke: Hoogbegaafd (zie: www.foksuk.nl)
  

dinsdag 29 november 2016

260. Ga je voor de illusie of voor de waarheid?

Actualiteit en privé - Sport - Liegen/Bedriegen - Liefde/Relaties

 









Biografie zelfdestructieve ex-wielrenner Thomas Dekker

Vorige week was de door de journalist Thijs Zonneveld geschreven biografie “Mijn Gevecht” van oud-wielrenner Thomas Dekker flink in het nieuws. De titel van het boek leverde in het humoristische televisieprogramma De Kwis al een scherpe grap op, want hoe zou "Mijn Gevecht" in het Duits zou worden vertaald?
Zoals je kunt verwachten van dopingzondaar Thomas Dekker staan in het boek pikante onthullingen over zijn excessieve dopinggebruik tijdens zijn wielercarrière. Maar wat de sensatie compleet maakt, is dat er verder ook anekdotes worden verteld over diverse uitspattingen van Dekker en zijn directe wielercollega’s rondom (“gewone”) drugs, drank en seks.
Zonder het boek gelezen te hebben, geloof ik best dat wat er in staat een goede weergave zal zijn van wat de zelfdestructieve Thomas Dekker in zijn wielercarrière allemaal heeft meegemaakt. Natuurlijk kan Dekker theoretisch alles uit zijn duim hebben gezogen en zouden directe wielercollega’s als Michael Boogerd in dat geval een punt hebben in het ontkennen van alle betrokkenheid bij genoemde gebeurtenissen, maar dat lijkt mij sterk.
Het scenario dat Dekker eens en voor altijd door middel van het (laten) schrijven van een zeer open en schaamteloze autobiografie een definitieve streep wilde zetten onder zijn mislukte wielercarrière - met als prettige bijkomstigheid een aardige bijverdienste uiteraard - lijkt mij niet onaannemelijk. 
 

Pissig

Wat ik het meest fascinerend aan dit alles vind, is de keuze die Thomas Dekker feitelijk voorlegt aan een ieder die het boek misschien wil gaan lezen: ga je voor de illusie of ga je voor de waarheid en werkelijkheid?
Voor DWDD-presentator en wielerliefhebber Matthijs van Nieuwkerk was deze keuze niet zo moeilijk. Hij bekende eerlijk aan Dekker dat hij eigenlijk liever had gehad dat Thomas het boek helemaal niet had geschreven. Van Nieuwkerk zei nog net niet dat hij pissig op Dekker was voor het keihard onderuit halen van zijn romantisch beeld van het professioneel wielerleven, maar daar kwam het in feite wel op neer.

Boudewijn Büch: fantasie als waarheid presenteren

Pikant detail is dat eerder in dezelfde DWDD-uitzending schrijfster Eva Rovers te gast was om te vertellen over haar net verschenen biografie “Boud” over schrijver, dichter en televisiepresentator Boudewijn Büch. Pikant, omdat vooral na zijn dood duidelijk werd dat Büch tijdens zijn leven een pathologische leugenaar was geweest die (zichzelf? en) zijn omgeving regelmatig voor de gek had gehouden door zijn fantasie als waarheid te presenteren.
Net als bij het boek van Thomas Dekker is hier de interessante vraag of de fans van Boudewijn Büch achteraf gezien liever niets van deze onthullingen hadden vernomen of dat ze toch gewoon de (harde) werkelijkheid hadden willen weten. Anders gezegd: zit iemand die geniet van een verhaal dat (met reden) te mooi of te tragisch lijkt om waar te zijn wel te wachten op iemand die hem alle illusies ontneemt door opeens met de waarheid op te proppen te komen? Of wil hij toch gewoon liever in de waan gelaten blijven?
 

Ufo's, Atlantis en de verschrikkelijke sneeuwman

Geloven in illusies is iets waar ik vroeger - meer onbewust dan bewust - zeker open voor stond. Als klein jongetje hoopte ik maar al te graag dat UFO’s echt bestonden, net als geesten, paranormale verschijnselen, Atlantis, de verschrikkelijke sneeuwman, het monster van Loch Ness enz.
En nog steeds is deze fascinatie voor alles wat maar mysterieus en geheimzinnig dermate aanwezig dat ik er heel wat voor over zou hebben om op een dag bewijzen te krijgen voor het bestaan van (een van) genoemde illusies. Waarmee dan meteen het woord illusie in de prullenbak kon.
Maar inmiddels ben ik op basis van toegenomen kennis en ervaringen ouder en wijzer geworden en besef ik dat er achter dit alles een zeer hardnekkige menselijke neiging zit die je nooit ofte nimmer moet onderschatten: de wil om te geloven. Zoals ik ooit al eerder in een column aangaf (zie column 39) is mijn wil om te weten echter sterker dan mijn wil om te geloven.
Tegen het advies van filosoof Friedrich Nietzsche in zal ik zelfs in die gevallen waarin de illusie sterker lijkt dan de waarheid altijd voor de laatste kiezen. Of dat verstandig is en of je er gelukkiger van wordt is een tweede, maar dat zit nu eenmaal in me. Filosofen staan er om bekend om op zoek te zijn naar de waarheid en dat herken ik als geen ander.
 

The Masked Magician

Zelfs bij letterlijke illusies in de wereld van de goochelaars en illusionisten kon ik als jongetje al nooit uitstaan dat ik niet wist hoe dit allemaal werkte. Toen op een dag het programma “The Masked Magician” op televisie verscheen waarin een gemaskerde goochelaar uitlegde hoe diverse bekende trucs werkten, moest en zou ik dat zien.
Waar velen dit programma als een grote teleurstelling zullen hebben ervaren omdat het in één klap de magie van alle goochelshows ontnam, was ik alleen maar opgelucht omdat ik nu eindelijk de waarheid achter al deze illusies te zien kreeg. Ja, zelfs bij zoiets triviaals als een goochelshow wil ik precies weten hoe het écht zit.  
 

Wat niet weet wat niet deert

In de periode dat ik mijn (inmiddels ex-) vrouw leerde kennen, hadden we ook gesprekken over relaties en onze visies daarop. Over voorgaande relaties viel van mijn kant niets te melden, maar van haar kant wel. Zo vertelde ze me eerlijk dat ze in de langdurige relatie met haar laatste vriend ooit was vreemdgegaan met een goede vriend van hem. Iets wat hij overigens nooit heeft geweten.
Zelf was ze andersom wel ooit toevallig tijdens het opruimen na een inbraak erachter gekomen dat hij achter haar rug om was vreemdgegaan. Daar baalde ze enorm van, maar verrassend genoeg niet zozeer omdát hij was vreemdgegaan maar meer omdat ze het te weten was gekomen. Haar standpunt over vreemdgaan binnen een relatie was namelijk heel simpel: “Wat niet weet, wat niet deert”. Anders gezegd: vreemdgaan kan gebeuren, maar zorg dan in elk geval dat de ander het niet te weten komt want dan is er geen kwaad geschied.
Ik schrok van deze zienswijze omdat de mijne compleet anders is. Ondanks dat ik rationeel ervan overtuigd ben dat de mens geen monogaam wezen is, ben ik dat zelf gek genoeg wel. Of dat komt door mijn naïeve, romantische inslag op het gebied van de liefde weet ik niet (misschien tevens de reden waarom ik nog steeds alleen ben?), maar binnen mijn normen en waarden past vreemdgaan in elk geval niet.
Ik vertelde mijn aanstaande vrouw dan ook dat ik dit best een probleem vond. Uiteindelijk kwamen we tot een soort van compromis waarin ze verklaarde dat ze me niets kon beloven, behalve dan dat als ze ooit zou vreemdgaan ze het mij dan eerlijk zou vertellen. En dat allemaal dus vanwege de simpele reden dat ik altijd wil weten ongeacht hoeveel het me deert: waarheid boven illusie!
 

Geen gif op durven innemen

Natuurlijk valt er best iets te zeggen voor het standpunt van mijn ex-vrouw. Als een relatie goed gaat en een van beiden (of beiden) gaat vreemd waarom dan het risico op ellende en drama nemen door de waarheid op te biechten? Uiteraard kun je daar mijn volgende standpunt weer tegenover zetten, al besef ik goed dat die wat naïef is om de eerder genoemde overtuiging dat de mens nu eenmaal niet gemaakt is om monogaam te zijn: als je relatie goed is, heb je geen behoefte aan vreemdgaan. Tenminste niet in de relatie die ik voor ogen heb.
Of mijn ex-vrouw tijdens ons huwelijk nou wel of niet is vreemdgegaan, weet ik niet. Op basis van haar belofte, ga ik er gewoon van uit van niet. Maar ik zou er eerlijk gezegd geen gif op durven innemen. Bovendien kon onze relatie natuurlijk moeilijk goed genoemd worden, getuige de scheiding waarin die eindigde. En daarnaast zal ik per definitie mensen die liever in een illusie leven dan in de werkelijkheid en die van mening zijn dat wat niet weet niet deert, minder snel op hun woord geloven. Dat lijkt mij ook logisch.

En toch is en blijft het vreemde van alles dat ik alle gelovigen in illusies (de laatste twee woorden zou ik ook tussen haakjes kunnen zetten) altijd zal blijven benijden. Want een ding staat voor mij vast: de Matthijs van Nieuwkerkjes van deze wereld hebben een mooiere kijk op de mensheid dan ik. Maar je bent wie je bent en daar doe je weinig aan (of je moet jezelf verloochenen)...
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.