Posts tonen met het label Goed versus Kwaad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Goed versus Kwaad. Alle posts tonen

maandag 7 januari 2019

294. Paulien was één van de goeien

Actualiteit en privé - Dood/Overlijden - Sport - Goed/Kwaad



Met goede voornemens heb ik weinig. Al is het alleen al vanwege het feit dat ik me een jaar geleden had voorgenomen om in 2018 meer columns te gaan schrijven dan in 2017 en daar om uiteenlopende redenen niets van terecht is gekomen. Toch ga ik gewoon door met het schrijven van mijn columns, maar dan wel op een meer relaxte manier: alleen als ik met een onderwerp écht een sterke emotie voel, schrijf ik het van mij af.


Trieste gebeurtenis

Al snel in het begin van 2019 voelde ik zo’n hele sterkte emotie. Helaas was het bij een trieste gebeurtenis waarvan ik tranen in mijn ogen kreeg: het moment waarop ik het nieuws hoorde van het overlijden van de wereldkampioene schaatsen van 2008, Paulien van Deutekom.
Nee, ook ik kende Paulien van Deutekom niet persoonlijk. En nee, ook ik wist dus niet dat zij ongeneeslijk ziek was. En ja, ook ik schrok er dus enorm van dat zij op 37-jarige leeftijd als gezonde, niet rokende (ex) topsportster opeens was overleden aan longkanker en ze een man en een dochter van één jaar achterlaat.
 

Drie groepen mensen

Natuurlijk gebeuren dit soort drama’s helaas vaker en natuurlijk zal ik niet over elk drama een column schrijven. Dat ik die behoefte bij Paulien van Deutekom echter wel voel, heeft een reden.
Als het gaat om de eerste indruk die mensen op mij maken, deel ik mensen in drie groepen in: je hebt mensen die deugen, je hebt mensen die niet deugen en je hebt mensen die nog beide kanten op kunnen en die je dus maar voorlopig even in de neutrale hoek neerzet.
Noem het mensenkennis of - beter gezegd - kennis opgedaan door levenservaring, maar inmiddels durf ik wel te stellen dat ik de eerste twee groepen er behoorlijk goed uitpik.
Nou zullen deze drie groepen voor iedereen weer anders zijn, eenvoudigweg omdat iedereen anders is en dus ook andere normen en waarden, voorkeuren en principes zal hebben. Als voorbeeld: ik houd van bescheiden mensen terwijl anderen juist weer houden van super zelfverzekerde of zelfs arrogante mensen.
Maar mijn persoonlijke normen en waarden, voorkeuren en principes voor de mensen die deugen zijn vrij streng waardoor deze groep helaas ook verreweg het kleinst is. Zo houd ik enorm van mensen die (zacht) aardig, lief, trouw, loyaal, eerlijk en integer zijn. En ik wil niet cynisch klinken, maar dit soort mensen zijn er niet zoveel op deze wereld.
Ik zeg het altijd zo: mocht er ooit een oorlog uitbreken en ons land wordt ingenomen door een wreed totalitair regime hoeveel mensen om mij heen zal ik dan nog voor honderd procent kunnen vertrouwen? Hoeveel mensen blijven ondanks alles trouw aan hun eigen normen en waarden en principes en kunnen onder alle omstandigheden aardig, eerlijk en integer blijven? Op hoeveel mensen zal ik altijd kunnen blijven bouwen? Ik vrees dat als het punt op paaltje komt, het er niet zoveel zullen zijn…
 

Only The Good Die Young

Als groot schaatsliefhebber heb ik Paulien van Deutekom de afgelopen jaren uiteraard gevolgd. Wanneer ik haar zag tijdens interviews op schaatstoernooien of daarbuiten (bijvoorbeeld in een portret van Mart Smeets of met Wilfried de Jong in Holland Sport) of als verslaggever voor de NOS of als deelnemer en winnaar van het AVRO-televisieprogramma “Expeditie Poolcirkel” (2013) werd mij één ding snel duidelijk: Paulien behoort tot de groep mensen die deugt. Een mooie, sympathieke, lieve vrouw. Of om in de woorden van haar collega (oud) schaatser Erben Wennenmars te spreken: “Paulien was één van de goeien”.
Uit alle reacties die ik lees van mensen die Paulien van Deutekom van dichtbij hebben gekend, blijkt dat het met mijn kijk op mensen best goed zit. De wereld heeft helaas weer - en véél te vroeg - een mooi, zachtmoedig, aardig en onbaatzuchtig mens verloren.
Daar waar de wereld vol zit met mensen die we kunnen missen als kiespijn omdat de wereld er alleen maar een stukje slechter van wordt (kijk als voorbeeld alleen al naar de Verenigde Staten…), kunnen we mensen als Paulien van Deutekom juist zo goed gebruiken om de wereld een stukje beter te maken. Maar helaas, het leven is niet eerlijk. Ik ben de tel kwijt hoe vaak ik deze levensles al aan mijn kinderen heb verteld...

Billy Joel zong ooit “Only The Good Die Young". Helaas zit het leven niet zo simpel in elkaar. Helaas tenminste op voorwaarde dat het wat mij betreft andersom wél zou mogen gelden: “Only The Bad Die Young”.
 
Paulien van Deutekom: zonder dat ik je persoonlijk heb gekend, maakt jouw overlijden mij zeer verdrietig. De groep van mensen die deugen is weer een lid kwijt... 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

woensdag 28 september 2016

252. Niks geen objectief goed en kwaad

Actualiteit - Politiek/Macht - Liegen en bedriegen - Goed/Kwaad








De Tien Geboden

Bewust en onbewust, direct en indirect ben ik door mijn ouders met bepaalde normen en waarden opgevoed die mij moesten helpen bij het onderscheid maken tussen goed en kwaad. Zo moest ik aardig en beleefd tegen mensen zijn, mocht ik niet liegen, bedriegen, stelen en vloeken of geweld gebruiken, moest ik mensen helpen als ze hulp nodig hadden, diende ik me bescheiden en vriendelijk op te stellen enzovoort.
Noem het van mijn part globaal genomen de Tien Geboden uit de Bijbel. Die ik natuurlijk ook al kende uit de kinderbijbel, een van mijn favoriete kinderboeken vanwege de prachtige spannende verhalen. Niet dat ik overigens gelovig ben opgevoed. Mijn wel gelovig opgevoede moeder kocht voor mij weliswaar de kinderbijbel, maar liet het verder daarbij. En mijn vader kun je het best omschrijven als een atheïst die ervan overtuigd was dat er na de dood toch echt niets was (en hij zou zomaar gelijk kunnen hebben gehad).
 

Het bestaan van een objectief goed en kwaad

Menig lezer zal nu gapend denken van: zijn we niet allemaal zo opgevoed? En inderdaad kun je er best van uitgaan dat het gemiddelde Nederlandse kind ongeveer dezelfde normen en waarden heeft meegekregen als ik. Sterker nog, mag je er niet gewoon van uitgaan dat wereldwijd de meeste kinderen op een vergelijkbare wijze worden opgevoed? Een beetje normale ouder geeft zijn kinderen toch dergelijke normen en waarden mee?
Mede door deze gedachtegang heb ik een lange tijd geloofd (beter gezegd: willen geloven) in het bestaan van een objectief goed en kwaad. Want hoe je het ook wendt of keert, weet iedereen op deze wereld tenslotte drommels goed wat het verschil is tussen goed en kwaad. Daarvoor hoef je de Tien Geboden echt niet te kennen; die kennis zit gewoon diep in ons hart. Als ik het zo opschrijf, zou ik het haast opnieuw weer gaan geloven: wat een prachtige (naïeve!) gedachte toch!
 

Eeuwig voortdurende filosofische discussie

Inmiddels ben ik echter ouder en wijzer geworden en denk ik heel anders over deze eeuwig voortdurende filosofische discussie. Ondanks dat het absoluut waar is dat het onderscheid tussen goed en kwaad dat ook ik heb meegekregen tijdens mijn opvoeding bij de meeste mensen min of meer algemeen bekend is, geloof ik niet meer dat dat voortkomt uit het bestaan van een soort van natuurwet waar wij allen een innerlijk besef van zouden hebben. Ik denk dat het allemaal veel simpeler ligt.
Mede door de bekende heilige boeken van de grootste religies en hun vele aanhangers én door de grote groep daarbuiten die zich ook best kan vinden in dit soort normen en waarden, hebben de meeste mensen op aarde behoorlijk wat kennis opgedaan over wat wij geacht worden onder “goed” en “kwaad” te verstaan (en daar gaat het idee van een objectief goed en kwaad…). De kennis hierover komt echter helemaal niet van binnenuit, maar slechts heel gewoontjes van buiten. Helaas maar waar…
 

Factcheckers over Clinton en Trump

Dat het feit dat de mensheid op papier prima weet wat wij geacht worden onder goed en kwaad te verstaan, wil echter nog niet zeggen dat alle mensen ook daadwerkelijk achter deze normen en waarden staan. Het bewijs hiervoor werd gisteren nog maar eens geleverd tijdens het debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump.
Uit analyse van het debat door factcheckers blijkt dat het grootste deel van de beweringen van Donald Trump aantoonbaar onjuist is (voor alle duidelijkheid: we praten hier dus niet over interpretaties, maar gewoon over harde feiten). Anders gezegd: Trump liegt dat ie barst en dat ziet en weet iedereen die het nieuws hierover volgt. Dat ook Clinton aantoonbare leugens vertelt, wil ik overigens niet onvermeld laten. Maar omdat het aantal leugens van Clinton nu eenmaal in het niet valt bij dat van Trump is dat een stuk minder interessant.
 

Wrong, wrong, wrong

Dit alles afgezet tegen mijn eerdere verhaal over al onze overeenkomsten op het gebied van normen en waarden en over het algemene onderscheid tussen goed en kwaad, zou je mogen verwachten dat Trump het sinds het gefactcheckte debat van gisteren nu definitief kan schudden. Wij mensen houden tenslotte niet van leugenaars, toch? Wrong, wrong, wrong, wrong (om maar in woorden van Trump zelf te spreken)! Niets is minder waar.
Het maakt voor in elk geval de helft van de Amerikanen (ervan uitgaande dat de strijd tussen Clinton en Trump close wordt) werkelijk helemaal niets uit hoeveel harde en aantoonbare leugens hun wellicht aanstaande president vertelt. Van deze honderdvijftig miljoen Amerikanen hoeft hun president helemaal niets te hebben van de in mijn tweede zin genoemde normen en waarden (aardig, beleefd, bescheiden, niet liegen, bedriegen, stelen, vloeken, geweld gebruiken etc.), zo lang als hij maar overtuigend en als een echte leider overkomt. As simple as that.
En waarom maakt het de meeste mensen dan niets uit? Omdat wat voor mij goed en kwaad is, voor een ander misschien wel andersom geldt. Niks geen objectief goed en kwaad; wat goed en kwaad is bepaalt ieder mens voor zich. Alleen een subjectief goed en kwaad bestaat. Dat is waar we het mee zullen moeten doen. Daar verandert geen enkel heilig boek of Tien geboden of een gezamenlijk idee over wat wij geacht worden onder goed en kwaad te verstaan iets aan.
Toch apart dat een land dat zichzelf graag profileert als het meest Christelijke en Bijbelvaste land ter wereld straks kans maakt een president te krijgen die aantoonbaar liegt, bedriegt, discrimineert en schoffeert. Hoe dit te rijmen valt met de Tien Geboden en de normen en waarden van Jesus hoor ik graag. Ja, God bless America,... maar hoe zit het met Donald Trump?  
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

woensdag 11 maart 2015

179. Ik ben gefascineerd door het kwaad

Actualiteit - Religie en geloof - Goed/Kwaad 

 





Waar zin een kopje kleiner gemaakt wordt
IS waanzin

(Tonko)

  

Achtergrond column:


  • I.S. verspreidt nieuwe video waarin een I.S. jongetje een Palestijn executeert.
  • Boko Haram zweert trouw aan I.S.
  • IKON (2DOC) zendt de veelbesproken documentaire "India's Dochter" uit over de Indiase studente Yyoti Singh die eind 2012 overleed na in een bus barbaars te zijn verkracht en mishandeld door een groep mannen.




Seriemoordenaar

Ik ben gefascineerd door het kwaad.

Een uitspraak die je op verschillende manieren zou kunnen interpreteren.
Nee, ik ben niet stiekem een seriemoordenaar die in zijn kelder naast allerlei krantenknipsels over moord en doodslag ook nog een aantal half levende en dode slachtoffers in een diepe put heeft verstopt. Om te beginnen mis ik daarvoor een kelder. Al hoor ik Josef Fritzl nu al zeggen: “Wo ein Wille ist, ist auch ein Weg.” Maar ook al was ik wel een seriemoordenaar, dan nog ga ik dat hier natuurlijk niet aan de grote klok hangen.
 

Objectief goed en kwaad?

Meer genuanceerd gezegd, ben ik eigenlijk vooral gefascineerd door de eeuwenoude filosofische vraag of er een objectief goed en kwaad bestaat. Waarbij ik eerlijk toegeef dat ik binnen deze discussie de enorme slechtheid die in de mens zit en die vooral in extreme omstandigheden als bijvoorbeeld oorlogen naar boven komt, het meest boeiend vind.
Reden waarom ik als ik een acteur zou zijn liever de rol van slechterik zou willen spelen dan die van held. Al is dat in het echte leven gelukkig een heel ander verhaal.
 

Te danken aan mijn vader

De fascinatie voor het kwaad heb ik mede te danken aan mijn vader die zelf gefascineerd was door de in zijn ogen personificatie van het kwaad: Adolf Hitler. Discussies met mijn vader aangaan over mijn standpunt dat Stalin ook bepaald geen lieverdje was - getuige zijn hogere plaats op de “wereldranglijst” voor grootste massamoordenaars aller tijden - had weinig zin. Stalin was en bleef voor hem de man die in elk geval Hitler had verslagen.  
 

Nee, er bestaat geen objectief goed en kwaad

Op de vraag of er een objectief goed en kwaad bestaat, weet ik inmiddels gelukkig het juiste antwoord. Nee, er bestaat natuurlijk geen objectief goed en kwaad. Daar twijfel ik echt geen seconde meer aan. 
Wat als slecht of goed wordt beschouwd in het ene land, hoeft nog niet als slecht of goed te worden gezien in het andere land. Tezamen met de opvoeding door je ouders bepaalt de cultuur waarin je opgroeit voor een groot deel je kijk op goed en kwaad.
Nou zou ik de eerste op deze wereld zijn die wil geloven dat ieder mens diep in zijn hart haarfijn weet wat goed is en wat slecht en dat we het daarover met z’n allen eens zijn. Maar in tegenstelling tot vroeger kan de ouder en wijzer geworden ik dat helaas niet meer. Hooguit geloof ik dat dit geldt voor een select groepje zeer intelligente mensen dat in staat is om elke situatie op basis van de ratio (zelf) kritisch en op een afstand zo objectief mogelijk te bekijken en te beoordelen: wat is eerlijk, wat is rechtvaardig, wat is goed en wat is slecht?
Het overgrote deel van de mensheid is echter niet in staat om op een onafhankelijke wijze (zelf) kritisch na te denken en neemt liever alles klakkeloos aan wat ze van hun omgeving hebben meegekregen.


De verantwoordelijkheid van een verkrachting ligt bij de vrouw

Aldus kan ik concluderen dat jouw definitie van goed en kwaad afhankelijk is van waar je opgroeit.
Zo bestaan er in deze wereld landen waarbij het door velen als heel normaal wordt gezien om als man je recht op te eisen om vrouwen te mogen verkrachten die zo stom zijn om te denken dat ze zomaar in de namiddag en avond in het wild mogen rondlopen. Terwijl je toch behoort te weten dat als je dat als vrouw doet je erom vraagt om verkracht te worden. Of zelfs vermoord als je daarbij ook nog eens zo stom bent om te gaan tegenstribbelen in plaats van rustig je lot te ondergaan.
De verantwoordelijkheid voor een verkrachting ligt bij de vrouw en niet bij de man. Dat is in dit soort culturen een wijdverbreide mening. Het is allemaal maar van welke (culturele, pedagogische) kant je het bekijkt en hoe je goed en kwaad definieert. Ook het verkrachten van een bedelaarster van vijf jaar oud wordt daar door velen niet gezien als iets ergs, aangezien het leven van zo’n meisje toch geen waarde heeft.
 

Schone maagden met volle borsten

In andere culturen wordt het weer als doodnormaal beschouwd als je alle andersdenkenden onthooft, verbrandt, de kelen doorsnijdt, doodschiet, van gebouwen afgooit of stenigt. Of je ontvoert hun dochters om ze als (seks)slavinnen te gebruiken.  
Ze zeggen dat hun God dat allemaal zo wil. Hij schijnt er ook aantrekkelijke beloningen voor te hebben uitgeloofd om dat voor elkaar te krijgen: schone maagden met mooie ogen en volle borsten. En ik maar steeds denken dat je als God toch Almachtig bent en je dus voor dit soort triviale klusjes geen hulp nodig zou moeten hebben om ze te bewerkstelligen. Noem me simpel, maar ik zou als Opperwezen gewoon één keer met mijn vingers knippen om voor elkaar te krijgen wat Ik wil. En voor de honderdste keer: Ik zou het kwaad ook niet hebben geschapen om al die ellende te besparen. Maar Go(e)d, wie ben ik? Of wordt zelfs God ouder, gebrekkiger en hulpbehoevender en kan Hij het niet langer meer op eigen kracht bolwerken?

Most Evil Organisation of the 21st Century

Het mag duidelijk zijn dat ik met mijn fascinatie voor het kwaad elke week wel een column zou kunnen schrijven over de Islamitische Staat (IS) of Boko Haram. Twee terreurorganisaties die al een tijdje met elkaar strijden om de begerenswaardige titel “Most Evil Organisation of the 21st Century”.
Een strijd waarin - sorry Boko Haram broeders - de IS overigens dik op punten voor ligt. Wat vooral de verdienste is van hun goed draaiende propagandamachine. Wil Boko Haram zich internationaal beter op de kaart van het ultieme kwaad neerzetten dan zullen ze toch meer hun wandaden moeten gaan filmen en verspreiden. Een tip die ze zomaar gratis van mij krijgen. Al heb ik een nóg betere tip: bekeer je tot het goede.
Overigens heeft Boko Haram inmiddels gekozen voor een ander alternatief: ze hebben zich trouw verklaard aan de IS met als doel zich bij hen te kunnen aansluiten. Dat zou nog eens een waar duivelspact zijn. Al zullen zij het ongetwijfeld zelf liever willen omschrijven als een Allahs-pact. Het ontbreken van een objectief goed en kwaad is één ding, maar die twee termen compleet door elkaar halen is een kunst die (gelukkig) behalve de IS en Boko Haram maar weinigen is gegeven.    
 

Daarvoor is Allah te groot

De Koran van IS en Boko Haram lezend, kun je stellen dat de moslims hun God/Allah (nog) meer op een voetstuk plaatsen dan de christenen. Daar waar in de bijbel nog wordt gesproken van een mens die naar het beeld van God is geschapen (Genesis 1:27), wordt die vergelijking in de Koran bewust nergens gemaakt. Daarvoor is Allah te groot. Niemand kan op Allah lijken en daarom zal elke vergelijking met Hem bij voorbaat al zinloos zijn.
Toch is het geen gekke veronderstelling dat als God/Allah bestaat, wij in meer of mindere mate gelijkenis met Hem zullen vertonen. Tijdens het scheppen had Hij tenslotte alleen Zichzelf als voorbeeld. Wat dan ook meteen in één moeite zou verklaren waarom er kwaad in de wereld is: eenvoudigweg omdat ook in God kwaad zit. Of boor ik hier een taboe aan? 


Slecht nieuws

Mocht mijn simpele theorie kloppen dat God en de mens wel eens gelijkenis met elkaar zouden kunnen hebben, dan is dat wat mij betreft zeer slecht nieuws. Dat zou betekenen dat ik dus maar moet afwachten of God is zoals ik zou willen dat Hij is: goed en liefdevol en eerlijk en rechtvaardig.
 

Allah met het wel erg superkorte lontje

Dan moet ik me net als bij ieder mens ook bij “Hem” gaan afvragen of Hij écht deugt of niet. Of Hij oprecht is als Hij aardig doet of dat dat slechts onderdeel is van een tactiek waarachter opportunisme, hypocrisie en politieke spelletjes schuilgaan.
Dan zou voor God dus dezelfde willekeur gelden als voor alle mensen. Iets waarvoor ik mijn kinderen al tijden waarschuw via mijn levensles nummer twee: overal zijn goede en slechte mensen, richt je daarbij zoveel mogelijk op de goede en vermijd de slechte.
Stel nou eens voor dat die ene God meer tot de slechte dan tot de goede categorie blijkt te behoren. Dat het bijvoorbeeld zo’n vreselijke sadistische en wraakzuchtige God is als uit het Oude Testament of - nóg erger - de Allah met het wel erg superkorte lontje uit de Koran (interpretatie) van de IS en Boko Haram.
 

Van mij mag God bestaan; op één voorwaarde...

Van mij mag God bestaan, maar op één voorwaarde: dat objectief goed en kwaad ook bestaan en dat God dus goed is op de manier zoals wij allemaal diep in ons hart "goed" definiëren.
 





Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

donderdag 8 januari 2015

170. Een directe reactie van Allah

Actualiteit - Religie en geloof - Heilige boeken en teksten

 




Ingezonden brief van Allah (8 januari 2014)


  
Geachte heer Tonko Lumn,
 

Misverstanden

Na de gebeurtenissen van de laatste tijd rondom Mijn religie en Mijn “Persoon” voel Ik mij genoodzaakt eens en voor altijd wat misverstanden uit de weg te ruimen. U mag zich vereerd voelen dat Ik dat bij u doe - een directe reactie ontvangen van Allah is tenslotte weinigen gegeven - maar dat heeft ook een reden.
Al een tijdje lees Ik uw columns met veel plezier, vooral omdat Ik er regelmatig hartelijk om moet lachen. Misschien verbaast het u, maar inderdaad: ook Ik heb humor! En helaas veel meer dan men denkt. Op de een of andere vreemde manier blijken de meeste mensen zich dat maar moeilijk te kunnen voorstellen. Alsof een Opperwezen geen plezier mag hebben en niet zou mogen lachen of zo. Alsof Ik alleen maar boos en wraakzuchtig zou moeten zijn.
Maar goed, Ik kan het de mens als hun Schepper natuurlijk moeilijk verwijten. Ik en niemand anders is daar tenslotte verantwoordelijk voor. Ik had de mens wel iets meer van mijn eigen gevoel voor humor mogen meegeven zie Ik nu ook in. Maar Ik ben ook maar een God, moet u bedenken (Mijn humor J).
 

Niet perfect

Als u hieruit concludeert dat Ik niet perfect ben, moet Ik u complimenteren. Alhoewel, zo knap is die conclusie nou ook weer niet. Wie naar deze aarde en vooral naar de mensheid kijkt en als Schepper durft te beweren dat Hij perfect is, maakt zichzelf natuurlijk compleet belachelijk.
Inderdaad kan Ik moeilijk ontkennen dat Ik onderweg in het scheppingsproces links en rechts wat steekjes heb laten vallen. Maar ter verdediging van Mezelf: een Universum scheppen is een vrij pittig klusje kan Ik u vertellen. Het is niet voor niets dat Ik daar nu 13,8 miljard jaar later nog steeds van aan het bijkomen ben. Ik zal u ook eerlijk zeggen dat Ik na de Big Crunch, Big Rip of Big Freeze geen plannen heb om het nog een tweede keer te gaan doen. Hoe het heelal overigens aan zijn einde komt, verklap Ik niet. Dat wordt een grote verrassing! 
 

Twijfel over bestaan God

Nee, beweren dat Ik perfect ben terwijl u en Ik wel beter weten, zou nergens op slaan. Ik denk ook niet dat als u in een perfecte wereld had geleefd u ook columnist zou zijn geweest mijnheer Lumn, heb Ik gelijk of niet? Een retorische vraag die u overigens niet hoeft te beantwoorden, want Ik heb altijd gelijk. Een bewering die gelukkig wél helemaal klopt.
Helaas voor u kunt u niet hetzelfde zeggen, want hoe vaak u het in uw columns ook bij het rechte eind heeft (of denkt te hebben), zit u er toch ook regelmatig naast. En Ik als uw Schepper kan het weten.
Zo proef Ik in diverse columns - en dan druk Ik Mij nog héél voorzichtig uit - wat twijfel over het bestaan van een God. Volgens u draait het geloof slechts om de menselijke drang om te willen geloven. Welnu, wie beter dan Ik kan u duidelijk maken dat u hierin ongelijk hebt. Ondanks uw punt dat de mens graag wil geloven, vorm Ik het levende bewijs dat dat niet ten onrechte is. Want ja, Ik besta! Dat veel mensen in andere, niet bestaande Goden geloven is overigens een ander (pijnlijk) verhaal.
 

Het Goede

In uw grappig bedoelde column nummer 160 (klik hier) had u zonder dat u het besefte het wel bij het rechte eind met uw aanname dat Ik/Allah, de enige ware God en Schepper van het Universum zou zijn. Op één klein detail na helaas en daar wil Ik het graag met u over hebben.
Met het wijdverbreide misverstand dat Ik geen humor heb, kan Ik leven. Met de verkeerde aanname dat Ik perfect ben, ook. Wie ben Ik om dat tegen te sprekenJ? Maar suggereren dat Ik de Allah zou zijn zoals dat I.S. (of Al-Qaeda of Boko Haram) tuig Mij voorstelt, gaat Mij toch echt te ver!
Oké, ook hierbij onttrek Ik Mij niet aan Mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik heb tenslotte behalve het Goede ook het Kwade geschapen. Vraag me niet waarom. Houd het er maar op dat dat een van die steekjes is die Ik heb laten vallen. Ik ben nogal temperamentvol en een wereld bestaande uit niets anders dan het Goede zag Ik niet zitten. Dat leek Mij nogal saai. Wat zal Ik zeggen; Ik was jong en naïef. Zelfs een Opperwezen wordt in de loop der miljarden jaren ouder en wijzer.
Desalniettemin is Mijn uitgangspunt hierbij altijd geweest dat het Goede het Kwade uiteindelijk altijd zou overwinnen. Om die reden zal Ik bijvoorbeeld ook altijd sterker blijven dan de door Mij uit vuur geschapen Shaitan (Satan).
Grappig detail is dat Shaitan de laatste tijd heel vaak bij Mij komt klagen, omdat zijn Hel zo vol komt te zitten met al die gekken die doen alsof ze voor Mij al die hoofden hebben afgehakt. Nu kan Ik wel tegen Shaitan roepen “Wat kan Ik daaraan doen?” maar dat is vragen om problemen, aangezien ik zijn antwoord toch al ken: “Dan had je Mij maar niet moeten scheppen.” En eerlijk is eerlijk: daar heeft ie een punt.
 

Laf

Ondanks Mijn voornemen om Mij nooit met de Aardse zaken te bemoeien, vormen die walgelijke moorden in Parijs van gisteren voor Mij toch de druppel om voor één keer van dat voornemen af te stappen.
Meer dan ooit voel Ik Mij nu geroepen om eens en voor altijd duidelijk te maken dat als een of andere gefrustreerde moordenaar zich geroepen voelt om te moorden hij Mij er buiten moeten laten. Doe dat lekker uit naam van jezelf, maar verschuil je daarbij alstublieft niet laf achter Mij. Het maakt je verblijf in de Hel er straks alleen maar een stuk onaangenamer op en neem maar van Mij aan dat je dan zal gaan smeken of je hoofd er alsjeblieft afgehakt mag worden.
Mijn goede vriend Mohammed en Ik zitten ons ook al eeuwen te storen aan die verzonnen idioterie dat niemand Mohammed zou mogen afbeelden. Wie Mij weet aan te wijzen waar dat in de Koran staat, mag het Mij zeggen. En Ik kan het weten want Ik heb dat boek nota bene zelf via Djibrel aan Mohammed geopenbaard. Oké, het was misschien niet Mijn beste werk en het boek is zo langzamerhand wel toe aan een nieuwe verbeterde druk die voor gekken een stuk minder ruimte zal overlaten voor hun eigen bespottelijke interpretaties, maar dat terzijde.
 

Grappige cartoons

Jezus (geen vloek, want sorry maar wie die gast ook was, het was geen zoon van Mij), wat hebben Mohammed en Ik veel gelachen om die grappige cartoons in de Charlie Hebdo. We delen dezelfde ironische humor en zullen de omgebrachte cartoonisten daarom als geen ander gaan missen.
Dat deze mensen nu intussen bij ons hierboven zijn is leuk maar helaas natuurlijk dodelijk (excusez le mot) voor hun inspiratie en creativiteit. Cartoons schrijven in/over jullie wereld is één, maar in/over Mijn vredige, liefdevolle hemel is toch een heel ander verhaal. Wat dat betreft biedt de hel meer mogelijkheden.
 

Solidariteit

Beste Tonko, Ik heb gezegd wat Ik wilde zeggen en hoop dat je Mijn boodschap de wereld in brengt. Ga door met je leuke columns en onthoud dat je vanaf nu nooit meer Mijn bestaan in twijfel hoeft te trekken. Er is niets mis met de wil van de mens om te geloven en er is helemaal niets mis met de wil van de mens om in Mij te geloven! Uit solidariteit wil ik graag eindigen met de woorden:
 
Je suis Allah mais aussi Je suis Charlie!


Allah





Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


zondag 13 april 2014

119. Meer tekenen van de Duivel dan van God

Actualiteit - Religie/Geloof - Goed/Kwaad - Filosofie

 


Pater Frans van der Lugt

Afgelopen week werd de Nederlandse pater Frans van der Lugt in Syrië doodgeschoten door  (vermoedelijk) moslimextremisten. Van der Lugt woonde jarenlang in Syrië waar hij opkwam voor de zwakkeren in de samenleving.
 

Agnost

Net als ieder mens hier op aarde weet ik niet of God bestaat. Dat geldt voor de paus net zo goed als voor mij. Het enige verschil tussen de paus en mij hierbij is dat hij ervan overtuigd is dat God bestaat (tenminste daar ga ik voor het gemak van uit) en ik niet.
Ondanks dat ik als wetenschapper zonder bewijzen aan beide kanten (je kunt - vooralsnog - niet bewijzen dat God bestaat noch dat Hij niet bestaat) niets kan en mag uitsluiten en ik mezelf aldus als agnost beschouw, vermoed ik meer dat God niet bestaat dan dat Hij wel bestaat. En ik geloof zeker niet in het beeld van God dat door de gelovige mensen (christenen, moslims, joden etc.) is gecreëerd. Althans zo zie ik dat.
Dit maakt mij officieel tot een atheïstische agnost. En ja, je hebt óók gelovige agnosten. Dat zijn alle mensen die net als ik erkennen dat de mens de kennis niet heeft om te weten of God wel of niet bestaat, maar die er desondanks de voorkeur aan geven om toch in (een) God te geloven. Zelf geloof ik overigens dat je kunt stellen dat alle mensen per definitie agnosten zijn en dat aldus op dit terrein alle mensen in te delen zijn in twee groepen: de gelovige agnosten tegenover de niet gelovige of atheïstische agnosten. Maar dat is een discussie voor later..    

Maar één ding weet ik wel zeker: als ik in God zou geloven dan zou ik ook in de Duivel (moeten) geloven.
 

Er moet ook een Satan zijn

Kijkend naar onze wereld kan ik niet anders dan concluderen dat als er inderdaad een God is die staat voor al het Goede in de wereld er dan ook een Satan moet zijn die al het Kwade vertegenwoordigt en verklaart.
Uiteraard ga ik er bij dit standpunt van uit dat als God bestaat Hij in meer of mindere mate invloed uitoefent op onze wereld en Hij dus tekenen van Zijn aanwezigheid en goedheid afgeeft die wij zouden moeten kunnen zien (zie ook columns 42, 43, 44 en 52).
Want als God zou bestaan, maar Hij zou zich nergens mee bemoeien en zich van alles volledig afzijdig houden dan zou je je kunnen afvragen wat in dat geval voor de mens de meerwaarde van zijn geloof in God zou zijn. Dat deze gedachte voortkomt uit een heel (egoïstisch) menselijk trekje besef ik terdege: de mens moet natuurlijk wel het idee hebben dat zijn inspanning iets oplevert, zoals bijvoorbeeld een plekje in de hemel.
 

Meer tekenen van de duivel dan van God

Als ik naar de wereld kijk, moet ik eerlijk bekennen dat ik de neiging heb om meer tekenen van de aanwezigheid van de Duivel te zien dan van een God. Al kan ik die neiging rationeel meteen ook (gedeeltelijk) verklaren.
Ten eerste verkoopt slecht en negatief nieuws in de massamedia nu eenmaal beter dan goed en positief nieuws waardoor we kunnen stellen dat ons beeld van de wereld (hopelijk) een beetje ten nadele wordt vertekend. Iets wat overigens in onze directe omgeving grappig genoeg weer andersom geldt: mensen “verkopen” naar bekenden eerder goed nieuws om vooral positief over te komen. Facebook is daar een uitstekend voorbeeld van. Over een vertekend beeld gesproken...
 

Kwaadaardige kenmerken

De tweede reden komt voort uit mijn eigen logica, maar lijkt mij niet minder plausibel. Om op posities te kunnen komen waar je veel macht en invloed hebt en de kans op publiciteit en beïnvloeding van de algemene beeldvorming dus groter is, zijn (ook) karaktereigenschappen nodig die eerder in de categorie slecht/kwaad vallen dan in de categorie goed: zelfoverschatting, egocentrisme en narcisme, liegen en bedriegen, sluw en manipulatief, gebrek aan empathie en schuldgevoel, weinig zelfbeheersing/kort lontje, gebrek aan zelfkritiek en verantwoordelijkheidsgevoel etc.
Oplettende lezers zullen in dit lijstje de kenmerken van psychopaten herkennen en dat klopt. Inmiddels hebben diverse onderzoeken aangetoond dat mensen die in meer of mindere mate psychopathische kenmerken bezitten meer dan gemiddeld presteren en om deze reden ook meer te vinden zijn in succesvolle (leidinggevende) banen als directeur en manager.
Maar ook bijvoorbeeld chirurgen en advocaten blijken op deze kenmerken bovengemiddeld te scoren. Dus zonder dat wij het beseffen, kan die ene charmante advocaat achter zijn welbespraakte voorkomen wellicht een narcistische, sluwe, manipulatieve, leugenachtige en gewetenloze psychopaat zijn. Hmmm, interessant…
Maar als zich in genoemde functies al relatief veel psychopaten met kwaadaardige kenmerken kunnen bevinden, hoe moet dat dan wel niet zitten met het meest machtige beroep ter wereld namelijk die van (inter)nationaal (wereld)leider en dictator? Niet voor niets heeft deze wereld meer Assads, Kim Jong-Uns, Mugabes, Khadafi’s, Saddam Hoesseins, Poetins en vergelijkbare kwaadaardige dictators voortgebracht dan goede leiders als een Nelson Mandela. Als die verhouding gelijk was geweest, zou Mandela natuurlijk nooit zo’n legende zijn geweest als nu het geval is.
 

Representant van het pure kwaad

Mijn punt is dat als ik vanuit de tegenstellingen goed/God – kwaad/Duivel naar deze wereld kijk - waarbij mijn beeldvorming net als bij iedereen voor een belangrijk deel wordt bepaald door mensen op invloedrijke posities - ik tot de conclusie kom dat ik aan de top in het algemeen meer bewegingen richting het kwaad zie dan richting het goede.
Stel dat ik God zou zijn en ik moest één persoon zien te vinden die ik kon bekronen als DE personificatie van het goede dan zou ik niet op de hoogste maar juist op de laagste niveaus zoeken. De kans dat ik zo iemand vind op het niveau van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk voor een goede doelenorganisatie in het meest arme land van Afrika acht ik vele malen groter dan dat ik zo iemand zou vinden ergens aan de top, bijvoorbeeld van dezelfde organisatie.
Voor mij is de moord op Frans van der Lugt het zoveelste voorbeeld van de aanwezigheid van het pure kwaad in deze wereld en dus wellicht - indien ik ooit gelovig zou worden - van het bestaan van de Duivel.
Iemand die de behoefte voelt om tijdens een vreselijke oorlog een vredige 75-jarige man die humanitaire hulp biedt aan iedereen die dat nodig heeft (dus ook moslims!) twee kogels door zijn hoofd te schieten, kan ik met geen mogelijkheid anders omschrijven dan als een representant van het pure kwaad.
Natuurlijk kun je hier tegenover stellen dat de pater juist weer kan worden gezien als een teken van het bestaan van God en het goede, maar dat neemt niet weg dat ik dan toch helaas moet concluderen dat ook hier weer uiteindelijk het goede aan het kortste eind heeft getrokken.
 

Filosoof Leibniz: Godsexcuses of théodicées

Uiteraard liggen er vanuit het geloof weer bekende Godsexcuses of théodicées klaar om ook dit drama een plek te geven: “God’s wegen zijn ondoorgrondelijk”, “Pas door het lijden leren we God echt kennen” of wellicht wilde God de pater gewoon snel bij zich hebben.
De Duitse Filosoof Gotffried Leibniz die onze wereld beschouwde als de best mogelijke wereld die God kon scheppen, kwam in zijn in 1710 geschreven “Essais de Théodicée” als eerste met de term théodicée (samenvoeging van twee Griekse woorden: theos = God en dikè = rechtspraak): de verdediging van de hoogste wijsheid van het opperwezen ondanks alles wat die wijsheid lijkt te weerspreken.
In zijn poging om antwoord te geven op de vraag hoe het bestaan van kwaad te rijmen valt met het geloof dat God goed is, kwam Leibniz met het onderscheid tussen drie soorten kwaad: het metafysische, het fysische en het morele.
Het metafysische kwaad is gewoon aangeboren, omdat al het geschapene per definitie onvolmaakt is want anders zou het even goddelijk zijn als zijn schepper.
Het fysische kwaad draait om bijvoorbeeld ziekte, leed en verdriet en dat is goed dat het bestaat omdat het nuttig kan zijn voor het behoud van het individu of als straf met als doel de mens moreel te verbeteren.
Het morele kwaad tenslotte is onvermijdelijk aangezien God de mens vrijheid heeft gegeven en dit kwaad voortkomt uit de zondige kant van de mens waar hij zelf voor kan kiezen.
Persoonlijk vind ik al dit soort rechtvaardigingen achteraf - excusez le mot - dooddoeners en een duidelijke poging tot cognitieve dissonantiereductie: je hebt ergens voor gekozen (God) maar toch voel je er ook een bepaald ongemak bij (door het aanwezige kwaad in de wereld) en die probeer je dan maar te verminderen door redenen te bedenken waarom je keus wel degelijk de juiste is.  
 

Griekse filosooof Epicurus: Epicureïsche paradox

Als God bestaat en Hij kan invloed uitoefenen op de mensen en op wat ze elkaar aandoen en toch gebeurt er zo’n drama als bij Frans van der Lugt dan zijn er voor mij simpel gezegd twee conclusie mogelijk: of God bestaat maar de Duivel ook en zitten die twee eeuwig met elkaar in de clinch waarbij soms de een wint en dan weer de ander (wat ik wel vreemd zou vinden, aangezien God toch almachtig is en hij aldus met zijn vingers zou moeten kunnen knippen om de Duivel voorgoed te laten verdwijnen...). Of er speelt iets heel anders, namelijk dat het uitgangspunt dat God bestaat gewoon helemaal niet klopt.
Natuurlijk kiezen veel gelovigen voor een derde mogelijkheid: God bestaat en heeft om diverse redenen ook het Kwaad geschapen. Maar die vind ik rationeel moeilijk zo niet onmogelijk te verklaren en vrij makkelijk te weerleggen ofwel gewoon ontzettend zwak voor God uitvallen via de briljante Epicureïsche paradox  van de Griekse filosoof Epicurus (341-270 v. Chr. - zie column 44).₁

Voor Frans van der Lugt kan ik alleen maar hopen dat God toch bestaat en hij nu in de hemel is. Maar als een echte agnost denk ik alleen maar: ik weet het niet. Een gedachte die de paus, heel begrijpelijk, maar al te graag opzij zal zetten voor de overtuiging dat de pater nu inderdaad bij God is. 
 
Waar Frans van der Lugt ook is: dat hij moge rusten in vrede.




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
₁ Het argument van Epicurus (de Epicureïsche paradox):
Wil God het kwaad voorkomen, maar kan Hij het niet? Dan is Hij niet almachtig.
Kan Hij het wel, maar wil Hij het niet? Dan is Hij kwaadwillig.
Kan Hij het wel en wil Hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?
Kan Hij het niet en wil Hij het niet? Waarom noemen we hem dan God?


Filosoof Gottfried Leibniz (3x)

maandag 31 maart 2014

118. Ervaring met oppikken ontspoorde puberzoons

Privé - Familie/Gezin - Nature/Nurture - Goed/Kwaad

 


De puberteit is niet mijn ding

Dat de puberteit niet mijn ding is, noch als puber vroeger noch als vader nu, bewijzen mijn twee puberzoons mij meer dan mij lief is. Slechts een paar weken nadat mijn oudste zoon van bijna zestien jaar de harde les had geleerd dat het drinken van mixdrankjes en pure wodka alleen slim is als je benieuwd bent hoe het voelt om een keer kostmisselijk te zijn of als je het leven gewoon niet meer ziet zitten (zie column 108), besloot mijn jongste zoon van veertien een nog dommer pubergeintje uit te halen.
 

Op heterdaad betrapt

Net thuisgekomen van het verjaardagpartijtje van mijn inmiddels elfjarige dochter, werden we gebeld door mijn tweede zoon. Tenminste dat dachten we. Net als bij het vorige incident met mijn oudste zoon bleek het echter iemand te zijn die voor een noodgeval de mobiel van mijn zoon had afgepakt.
Dit keer ging het om een bewaker van een Albert Heijn in het centrum van Amsterdam die meedeelde dat hij onze zoon samen met een vriend op heterdaad had betrapt op diefstal.
Omdat ik inmiddels ervaring had met het in het centrum van Amsterdam oppikken van ontspoorde puberzoons en mijn ex-vrouw bovendien met een huisvol vriendinnetjes van mijn jarige dochter zat, besloot ik de dankbare taak op me te nemen om ook deze zoon maar op te gaan halen. Al moet ik eerlijk zeggen dat de gedachte om hem daar lekker te laten zitten wachten ook even door me heen schoot.
 

Eens een dief altijd een dief?

Kwaad maar vooral teleurgesteld, stapte ik op de tram. Mijn zus probeerde me telefonisch nog te kalmeren door me erop te wijzen dat dit soort gedrag bij de puberteit hoort en ik het dus niet meteen moest gaan dramatiseren.
Gelukkig besef ik ook wel dat pubers, zeker onder invloed van hun peergroup, geneigd zijn om regelmatig wat te experimenteren en daarbij hun grenzen behalve aftasten ook nog wel eens overschrijden. Bovendien wil ik niet hypocriet doen. Ik heb als jonge knul ook wel eens wat snoep gepikt, puur om de spanning. Dat verhaal kennen mijn kinderen al door en door want daar maak ik verder geen geheim van; integendeel.
De eerste keer kan ik me niet eens herinneren, maar ik zal ongeveer zeven zijn geweest toen mijn drie jaar oudere zus als de kwade genius mij aanspoorde om samen met haar wat kauwgumpjes te stelen. Mijn moeder kwam erachter en dwong mijn zus om het terug te brengen en haar excuses aan te bieden (prima actie overigens).
Toen ik een jaar of twaalf was, heb ik nog een keer met wat kinderen van de tennisclub wat snoep gestolen in de supermarkt. Even later wilden we op herhaling bij de Jamin, waar de winkelier ons echter (terecht) niet vertrouwde en daarom mijn fietstas controleerde. Gelukkig had ik dit keer niets gestolen en ving hij bot.
Maar mijn les had ik wel geleerd. Het zoveelste bewijs dat het gezegde “Eens een dief altijd een dief” gelukkig lang niet altijd klopt, want mijn carrière als dief was al over voordat die goed en wel begonnen was.   
 

Papa, je kent me toch?

Dat ik vooral zeer teleurgesteld was in mijn zoon had een goede reden. Juist omdat ik zag dat mijn zoon de laatste tijd de neiging vertoonde om wat stoerdere vriendjes uit te zoeken om mee om te gaan, sprak ik hem daar het afgelopen jaar een paar keer direct over aan. Dan informeerde ik bij hem wat hij en zijn vrienden zoal deden als ze bijvoorbeeld met elkaar ergens in de stad afspraken.
Mijn zoon begreep heus wel de achtergrond van mijn vragen, namelijk dat ik van hem wilde horen dat ze geen narigheid uithaalden, en moest er een beetje om lachen. “Papa, je kent me toch. Je weet toch dat ik helemaal niet zo ben.” En dus kan men zich wel voorstellen waarom ik een beetje opgefokt de tram instapte.
 

Gepakt worden is en blijft de beste les

In de Albert Heijn aangekomen, werd ik in de een klein kamertje ontvangen door de bewaker. Het was de bewakingskamer met tegenover een stoel diverse TV-schermen met daarop de beelden van de aanwezige bewakingscamera’s. Dan ben je dus al zo stom om iets te pikken, maar dan besluit je dat ook nog eens te doen in een streng bewaakte Albert Heijn midden in het centrum van Amsterdam waar dit soort gedrag helaas schering en inslag is. Hoe dom kun je zijn?
Het eerste wat ik tegen de bewaker zei toen ik binnenkwam, was dat ik blij was dat mijn zoon gepakt was. De bewaker keek me vreemd aan, maar ik legde hem uit dat ik daarmee bedoelde dat als je dit soort domme dingen besluit te doen je maar beter meteen gepakt kan worden, want dat is en blijft de beste les.
Zijn reactie was verrassend aangenaam: “Mijnheer, ik heb uw zoon gesproken en geobserveerd en ik zie meteen dat dit niets voor hem is. Hij is een zachte jongen en als hij op dit pad verder wil, gaat ie het niet redden.”
Later kon ik om deze opmerking hartelijk lachen maar op dat moment natuurlijk niet, al stelde het me natuurlijk wel gerust aangezien deze man bevestigde wat ik ook vind: mijn zoon mag dan een beetje stoer doen met zijn vrienden, maar hij heeft net als ik een zachtaardig karakter en daar hoort dit soort gedrag gewoon niet bij.
 

Het schaamrood op de kaken

De bewaker legde uit dat hij van het stelen van mijn zoon aangifte zou kunnen doen en dat dat ons een boete van een paar honderd euro zou gaan opleveren, maar dat hij het deze keer bij een waarschuwing wilde laten.
Mijn zoon had trouwens één flesje Red Bull energiedrank gestolen. Al mag duidelijk zijn dat het mij gaat om het principe dat je niet mag stelen en niet om de hoeveelheid goederen die je pikt. Vermoedelijk pakte deze bewaker dagelijks jeugdige boefjes op en liet hij de beslissing om er aangifte van te doen afhangen van zijn inschatting of hij met een (toekomstige) crimineel te maken had of met een naïeve, domme puber.
De man haalde vervolgens mijn zoon uit zijn celletje, die meteen met een gebogen hoofd, het schaamrood op de kaken en de tranen in zijn ogen nederig zijn excuses aanbood aan de bewaker door te zeggen dat hij heel stom was geweest en het nooit meer zou doen. Ik had bijna met hem te doen.
De bewaker herhaalde tegenover mijn zoon dat hij hier geen type voor was en dat hij gewoon zijn best moest doen op school om later een mooie opleiding te kunnen volgen en een goede baan te vinden. Hij vertelde dat hij uit Roemenië kwam en het zelf allemaal (lees: het criminele circuit) had meegemaakt en dat hij ervan had geleerd dat dit wereldje niets dan ellende brengt en helemaal nergens toe leidt. De man was er trots op dat hij uiteindelijk een degelijke baan had gevonden en terecht.
 

Moralistische preek

Op de terugweg in de tram kreeg mijn zoon opnieuw een moralistische preek, maar dit keer van zijn vader en dus ongetwijfeld een stuk minder indrukwekkend.
Gelukkig maakte mijn zoon mij snel duidelijk dat hij in zijn cel vooral ontzettend kwaad op zichzelf was geweest door zijn enorme stommiteit.
Uiteraard probeerde hij mij er opnieuw van te overtuigen dat dit gedrag niets voor hem is en dat hij dat ook wel weet en dat dit dus echt nooit meer zal gaan voorkomen. Maar dat vormde voor mij natuurlijk slechts een inkoppertje om hem te vertellen dat ik vooral teleurgesteld in hem was geraakt, omdat hij mij dat al eens eerder had verzekerd. Als hij wil dat ik hem ooit weer op zijn woord vertrouw dan moet hij eerst maar eens de komende tijd laten zien dat hij dat vertrouwen verdient.
 

Geluk niet verwarren met vakmanschap

In hoeverre bij mijn beide zoons zal gelden dat alle nadelen ook voordelen hebben doordat ze van hun fouten blijken te kunnen leren, zal de toekomst moeten uitwijzen. Wat ik verder interessant vind aan dit verhaal is dat het mij doet denken aan twee terugkerende rode draden in mijn columns: de rol van toeval en geluk in het leven én de nature versus nurture kwestie.
Ook op het gebied van opvoeding ben ik ervan overtuigd dat de mens geneigd is om successen toe te kennen aan de eigen kwaliteiten en fiasco’s te wijten aan externe factoren zoals verkeerde (peergroup) vrienden. Terwijl je ook op dit gebied geluk niet moet verwarren met vakmanschap, omdat de waarheid meestal een stuk genuanceerder is. Kijk hierbij al alleen naar de complexiteit van alle nature en nurture factoren die meespelen.  
Natuurlijk kun je stellen dat deze geruststellende gedachte mij nu wel heel goed uitkomt na het fiasco van mijn zoon (en laten we eerlijk zijn: dat klopt), maar wie mijn columns volgt weet wel dat ik al langer een fascinatie heb voor deze gedachtegang over de rol van toeval. 
 

Goede normen en waarden

De waarheid is natuurlijk dat je met een goede opvoeding (de nurture) een hoop kunt bereiken bij je kinderen. Zeker de eerste jaren van een kind zijn daarbij essentieel in het creëren van een veilige, beschermende en stabiele omgeving.
Als het goed is, geef je als ouder je kinderen goede normen en waarden mee, laat je ze het verschil tussen goed en kwaad zien en bereid je ze voor op alle valkuilen in de harde wereld van de volwassenen.
Maar dan is daar opeens de puberteit die je de harde les en  waarheid leert dat je behalve goede opvoedingsmethoden ook gewoon geluk nodig zult hebben om alles rondom je kinderen in goede banen te kunnen blijven leiden. Want zoals we allemaal weten, wordt de invloed van de ouders in deze periode een stuk minder ten gunste van de peergroup/vrienden waardoor garantie op “succes” ineens een stuk minder vanzelfsprekend wordt.
Bovendien moeten we niet vergeten dat er naast alle nurture (opvoeding door de ouders) en nature factoren (van de ouders meegekregen erfelijke eigenschappen/DNA) ook nog hele andere factoren - zoals bijvoorbeeld spontane genetische mutaties, ervaringen, zelfreflectie en eigen keuzes - een rol spelen die een kind vormen tot een eigen, uniek persoon. Waardoor het best zou kunnen voorkomen dat je kinderen straks kanten opvliegen die je nooit had verwacht en misschien ook nooit had gewild. 
 

Willen geloven in de kracht van mijn invloed

Natuurlijk begrijp ik de verleiding van ouders om als het allemaal goed gaat te veronderstellen dat dat door jouw goede opvoeding komt, en als het fout gaat te denken dat je kind zich te gemakkelijk heeft laten beïnvloeden door externe factoren als  foute vrienden. Maar ook hier wordt de factor toeval en geluk wederom zeer onderschat.
Ondanks dat ook ik eigenlijk het liefst geloof dat mijn opvoeding bepalend is voor het geluk en de successen van mijn kinderen besef ik heel goed dat het hier meer draait om het willen geloven in de kracht van mijn invloed dan dat die daadwerkelijk zo bepalend is.
Zo durf ik gerust van mezelf te beweren dat ik behoorlijk hoge normen en waarden heb op bijvoorbeeld het gebied van integriteit, eerlijkheid, rechtvaardigheid en respect, maar of mijn kinderen die daadwerkelijk een op een van mij gaan overnemen, kan ik alleen maar hopen. Garantie heb ik nooit. Uiteraard komt alles goed zo lang als ze maar naar mij luisteren, maar ja al die vervelende invloeden van buitenaf hè...
 

You win some, you lose some

Een voorbeeld uit de praktijk: mijn ex-vrouw en ik zijn altijd sporters geweest en mede daardoor hebben wij onze kinderen met veel sporten in contact gebracht. Ook mijn jongste zoon heeft op deze wijze op veel sporten gezeten, waarvoor hij in de meeste gevallen ook nog eens behoorlijk aanleg bleek te hebben. Maar helaas sloeg er geen een blijvend aan en is hij onlangs zelfs gestopt met zijn allerlaatste sport (hockey) eenvoudigweg omdat de motivatie bij hem ontbrak. Wat bij mij overigens meer pijn deed dan bij hem.
Dan ben je dus ergens goed in, heb je een leuk team en een goede coach en zijn kortom alle ingrediënten aanwezig voor een succesvolle hobby/sport en dan nog kun je vaststellen dat het niet heeft gewerkt.
Mijn simpele conclusie is dat opvoeden net als het leven is: you win some, you lose some. Je weet het allemaal niet. Je doet je best als ouder en je hoopt maar dat je je kinderen in het leven een goede basis meegeeft voor geluk. En laat dát ironisch genoeg nou net precies hetzelfde zijn wat je óók nodig hebt om dat te bereiken: geluk.

Nee sorry, maar de puberteit wordt nooit mijn ding. Hopelijk heb ik met mijn dochter straks meer geluk.
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.




donderdag 26 december 2013

107. Lang leve de westerse beschaving!

Actualiteit - Moord en doodslag/Verkrachting - Goed/Kwaad

 


Misplaatst superioriteitsgevoel

De westerse beschaving is voor ons een begrip. Er bestaat ook een oosterse beschaving al zou het mij niet verbazen als ze in het oosten nog steeds opkijken tegen het westen en onze "beschaving". Bewust dan wel onbewust hebben veel van ons in het rijke westen een soort van superioriteitachtig gevoel over al die "minder beschaafde" landen ver weg van ons.
Kijkend naar alle internationale problemen op het gebied van bijvoorbeeld armoede, oorlog en politieke instabiliteit kunnen wij met een gerust hart constateren dat wij het gelukkig een stuk beter voor elkaar hebben. Ook het gevoel dat hoe armer een land is, hoe groter de natuurrampen zijn die het overkomt, is heel geruststellend. Wat boffen wij toch maar weer met onze westerse beschaving.
Dat het westen voor een groot deel medeverantwoordelijk is voor het in stand houden van deze scheve verhouding en ons superioriteitsgevoel dus eigenlijk hartstikke misplaatst en hypocriet is, vergeten we voor het gemak maar even. Als wij consumenten alle kennis zouden hebben over hoe we precies aan al onze mooie en goedkope producten komen dan zouden we ons al snel een stuk minder beschaafd voelen. Dan zien we namelijk opeens dat er een lineair verband is tussen hoe goed het met ons gaat en hoe slecht met de rest. Een manier bedenken waarop we het met z’n allen goed kunnen hebben op deze aarde is blijkbaar nog te hoog gegrepen voor de (egoïstische) mens.
 

Negatieve associaties met Afrika

Desalniettemin betrap ik mij soms ook op een gevoel dat ik blij ben dat ik in het westen woon, omdat het hier beschaafder is dan op veel andere plekken in de wereld. Zo las ik vorige week een klein berichtje dat ergens in Congo twintig mensen waren vermoord waaronder vrouwen en kinderen. “Drie meisjes waren verkracht en onthoofd.”  
Dat het hier gaat om een klein berichtje is veelzeggend. Dit soort praktijken komt helaas vaker voor in Afrika waardoor het blijkbaar amper het nieuws haalt. Hard om te zeggen maar dit “incident” past geheel in het rijtje van negatieve associaties dat ik helaas met Afrika heb: armoede, honger, dictators, kindsoldaten, burgeroorlogen, geweld, moordpartijen, machetes (met als dieptepunt de genocide in Rwanda in 1994).
Stel je eens voor dat ergens in Nederland drie meisjes worden verkracht en onthoofd. Ik denk niet dat dat als klein berichtje op pagina vier van de krant terecht komt. Integendeel, dat nieuws zal nog heel lang ons land beheersen. En terecht.
Ik kan niet ontkennen dat toen ik het bericht las er een woede over me heen kwam tegen die onbeschaafde wilden daar in Afrika die dit gedaan hebben. Natuurlijk kan men mij nu betichten van racisme, maar wie in deze tijd meisjes verkracht en onthoofdt is voor mij niets anders dan een primitieve wilde, en dan zeg ik het nog aardig. Of je nu uit Afrika komt - waar overigens de anatomisch moderne mens is ontstaan - of niet.
 

Barbaarse methode

Het meest cynisch aan dit alles is nog wel de constatering dat mijn verontwaardiging vooral voortkomt uit de barbaarse methode van onthoofding die hier is toegepast. Dat zowel in het westen als elders in de wereld regelmatig vrouwen en meisjes worden verkracht en vermoord, is blijkbaar niet genoeg reden voor een vergelijkbare hoeveelheid woede en verontwaardiging. Zelfs in een “beschaving” wordt ook “gewoon” gevochten, gemoord, verkracht, gestolen en bedrogen. Dat is inherent aan de mens en hoort dus ook tot vervelens toe in onze nieuwsberichten.
Hoe hypocriet de westerse beschaving ook mag zijn, ben ik toch blij dat ik leef in een werelddeel waarin we met elkaar van mening zijn dat de barbaarse tijd ver achter ons ligt waarin mensen nog werden onthoofd, geradbraakt, gekliefd, gevierendeeld, gekruisigd, gestenigd, gevild, gespietst en levend verbrand. Al verlang je er misschien stiekem naar terug op het moment dat men de daders van deze verschrikkelijke misdaad zou pakken. Wie zich als nabestaande op zo'n moment wijselijk weet te beheersen, is een bewonderenswaardig persoon zoals wijlen Nelson Mandela was.

Lang leve de westerse beschaving!



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

donderdag 31 oktober 2013

96. Rechtvaardigheid moet de weg wijzen! (1/2)

DE VERDEDIGING VAN ROBERT M. - TAALGEBRUIK JURISTEN

 

Reactie lezer

Onderstaande reactie ontving ik een paar weken geleden van een lezer na mijn column over de verdediging van Robert M. 
 
“Dag Tonko,
 
Meestal vind ik je columns goed doordacht en dito geschreven. Ik geloof echter dat je hier een steekje laat vallen. De reputatie van de Ankers is die van een gewetensvol kantoor en in mijn beleving kwam dat ook naar voren in de film. Maar dat is beeldvorming zul je zeggen.

Wat je onderwaardeert zijn twee belangrijke systeemelementen in de rechtsstaat:

1. Tegenover alle machts-, recherche-, en aanklaagmiddelen van de gemeenschap, heeft de verdachte recht op hulp en bijstand, de advocaat. Wat die doet is de verdediging voeren zoals de verdachte zijn belang ziet. Hij is letterlijk zijn woordvoerder, met gebruikmaking van juridische kennis. Moordenaars, verkrachters, oplichters - onverschillig de persoon of de aard van de zaak. Er zijn genoeg fouten van OM en rechtbanken in grote zaken naar voren gekomen, om het grote en principiële belang van die bijstand te waarderen.
 
2. Als advocaten om gewetensredenen zouden weigeren vormfouten in hun verdediging mee te nemen, zetten we de deur wagenwijd open voor verder machtsmisbruik door de instanties en overheden. Ja, de overheid mag namens ons allen iemand vervolgen, arresteren, onderzoeken. Maar als dat niet volgens veilige regels gaat, zijn we allemaal bedreigd. En de overheid eigent zich toch al steeds meer informatie- en opsporingsruimte toe.
 
Verdediging van de rechtsstaat is eigenlijk nog belangrijker dan een individuele straf. Mijns inziens was dat het standpunt van de Ankers. Terecht. In ons aller belang.”

 
Bedankt lezer voor je reactie en ik wil op mijn beurt hier graag op ingaan.
 

Nazi-rechter Roland Freisler: Sie sind ja ein schäbiger Lump!

Om misverstanden te voorkomen, benadruk ik hier - naar ik hoop onnodig - dat ik, net als ieder weldenkend mens, van mening ben dat iedereen recht heeft op een goede verdediging ongeacht de zwaarte van zijn begane misdaad. Ik vind het zelfs één van de belangrijkste pijlers van een beschaving die haar onderscheidt van bijvoorbeeld een dictatuur.
Waarbij ik even moet denken aan de actiebeelden van de beruchte Duitse nazi-rechter Roland Freisler die gedurende de Tweede Wereldoorlog voor het gemak de rol van rechter en openbaar aanklager combineerde op een manier die je het gevoel gaf alsof je naar een driftkikker uit een Laurel en Hardy-filmpje zat te kijken.
Helaas voor de verdachten was het de bittere waarheid. Verdacht waren ze overigens al lang niet meer op het moment dat ze Freisler’s rechtszaal betraden. Freisler vernederde ze, schold ze de huid vol (“Sie sind ja ein schäbiger Lump!” = armzalige schoft) en maakte hen duidelijk dat hij tegen zulke “verträter” geen wetboek nodig had, want Hij was de Wet. Het mag niet verbazen dat de tierende Hitler-imitator Freisler tijdens zijn showprocessen 90% van de verdachten ter dood veroordeelde (ongeveer 2600 personen) of levenslang gaf. 
 

Medelijden met een pedofiel

Waarschijnlijk zullen er een hoop PVV-stemmers zijn die Robert M. een Freisler-achtige rechter hadden gegund. Ik niet.
Ook Robert M. is een mens en verdient als ieder ander een goede verdediging. Daar komt nog bij dat ik ook nog iets van medelijden kan voelen voor een pedofiel die worstelt met zijn pedofiele gevoelens, maar die niet de kracht en het gezonde verstand heeft om daar in de praktijk richting onschuldige kinderen niets mee te doen.
In mijn ogen heeft deze man dubbele pech: én hij wijkt op een pijnlijk punt genetisch af van een gemiddeld persoon én zijn kwade genen (om het maar zo te zeggen) zijn tijdens zijn opvoeding niet “uit” gebleven maar juist op de een of andere manier getriggerd en “aan” gezet met alle kwalijke gevolgen van dien. 
 

Een goed functionerend "Checks and balances"-systeem

Natuurlijk moet er binnen de rechtspraak van een beschaafd land een goed functionerend “checks and balances”-systeem werkzaam zijn waarin men elkaar controleert op fouten en waarmee machtsmisbruik wordt voorkomen. Als dat er niet is, wordt de deur inderdaad wijd open gezet voor misbruik en is het eind zoek.
Maar desalniettemin ben en blijf ik van mening dat alles binnen de rechtspraak altijd ondergeschikt dient te zijn aan wat in mijn ogen het allerbelangrijkste is: rechtvaardigheid. Het verdedigen van de rechtsstaat beschouw ik zelf dan ook vooral als het verdedigen van de rechtvaardigheid waar zij voor staat. Een rechtvaardigheid die volgens mij iedereen (op sommige verdachten na dan) graag wil terugzien in de individuele straffen die uiteindelijk worden uitgedeeld. 
 

Doodergeren aan continu verschuilen achter regels

Ik vind het jammer dat Matthijs van Nieuwkerk die avond de advocaten niet de volgende vraag voorlegde: “Wat is kijkend naar de verdachte het belangrijkst in de rechtspraak: dat hij koste wat het kost een zo laag mogelijke straf krijgt (inclusief vrijspraak) of dat hij een straf krijgt die rechtvaardig is en past bij zijn begane misdaad?” Waarbij Van Nieuwkerk dan wel even had moeten benadrukken dat er maar één keuze mogelijk was en een gelikt advocatenantwoord (waarmee geen antwoord wordt gegeven op de vraag) niet was toegestaan.
Hoe goed de reputatie van het advocatenkantoor van de Ankers ook mag zijn en hoe gewetensvol ze voor hun gevoel ook mogen handelen, ergerde ik me in de documentaire vooral dood aan die advocatenmentaliteit van je continu maar verschuilen achter de regels. Ik heb het niet zo op volgzame mensen die overal maar klakkeloos de regeltjes volgen en zich er steeds – en zeker als het ze uitkomt - achter verschuilen zonder dat ze een keer kritisch (willen) kijken of die regels eigenlijk (nog) wel deugen of dat ze misschien juist afleiden van de kern waar het om draait. En zeker in dat hele conservatieve wereldje van de juristen vrees ik dat het stikt van dit soort mensen.
 

Ingewikkelde taal kost de economie heel veel geld

Zo heb ik bijvoorbeeld ook nooit een jurist op zien staan om voor te stellen om dat vreselijke hoogdravende en ouderwetse taalgebruik nou eindelijk eens voorgoed uit de juridische wereld te verbannen en te vervangen door een normale, klantvriendelijke en efficiënte variant.
Elke keer als ik weer eens een juridisch document onder ogen krijg, ga ik over mijn nek van al die deftige interessantdoenerij. Ik ben hoogopgeleid en begrijp (uiteindelijk) wel wat er staat, maar ik ben ook slim genoeg om te begrijpen dat je twee vliegen in één klap kunt slaan door gewoon goed leesbaar taalgebruik te gebruiken: én je bent veel minder woorden/papier/mails/tijd/geld kwijt én het is voor iedereen veel makkelijker en sneller te begrijpen.
Pikant detail is dat ik in het Tijdschrift over taal en taalbeleid las dat de kredietcrisis in de Verenigde Staten, waar alle ellende van de economische crisis in feite is begonnen, er met begrijpelijke taal nooit zou zijn geweest. In dat geval hadden de Amerikaanse hypotheeknemers en riskmanagers namelijk beter begrepen welke risico’s ze dreigden te lopen. Conclusie: ingewikkelde taal kost de economie gewoon ontzettend veel geld. Iets om over na te denken…
 

Ben je daarvoor advocaat geworden?

Dat nog geen jurist zich hiervoor heeft gemeld, verbaast mij dan ook niet. Zo’n verandering is niet bepaald in zijn belang. Ik schat dat als het huidige juridische taalgebruik plaats moet maken voor een klantvriendelijke variant de tijd die juristen aan zaken besteden minimaal wordt gehalveerd. En we weten allemaal hoe goed de uitspraak “Tijd is geld” nou juist voor (klanten van) juristen van toepassing is…
Terugkomend op de zaak van Robert M.: denk toch na, neem een keer afstand en bekijk het geheel eens vanuit een andere positie, liefst zo ver mogelijk van de bekende doos/box.
Wil je oprecht meewerken aan het vrij krijgen van een schuldige misdadiger alleen maar omdat het bewijs niet helemaal volgens de regels is verkregen? En als je antwoord hierop is dat je als advocaat niet anders kan, vraag je je dan niet bij jezelf af waar je in godsnaam mee bezig bent? Ik zou het naar mezelf in elk geval niet kunnen verantwoorden als ik op deze wijze een schuldige pedofiel vrij zou krijgen met als risico dat hij zich straks opnieuw aan baby’s en peuters gaat vergrijpen. Ben je daarvoor advocaat geworden? Om als puntje bij paaltje komt en de rechtvaardigheid op de stoep staat, de deur voor zijn voeten dicht te slaan en je je veilig terug te trekken en te verschuilen achter de regeltjes van de advocaat?
 
Een vormfout moet niet de richting bepalen waarheen een rechtszaak gaat, rechtvaardigheid moet de weg wijzen. Punt.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.
 

Roland Freisler (foto: internet
 

donderdag 30 mei 2013

85. Winnen is belangrijker dan rechtvaardigheid

Actualiteit - Rechtspraak - (On)Rechtvaardigheid - Goed/Kwaad 




Publieksgeile en narcistische advocaten

Advocaat Gerard Spong was op televisie druk bezig zijn nieuwe boek "De Breuk" te promoten. Eerst bij DWDD en een dag later bij Sven Kockelmann in het KRO-interviewprogramma “Oog in Oog”.
Ik heb het niet zo op publieksgeile mensen en zeker niet op narcistische advocaten die geen gelegenheid onbenut laten om hun ego nog meer te laten kietelen. Met zijn boek hoopt Spong twee vliegen in één klap te slaan: hij wil iedereen laten zien wat voor fantastische advocaat hij toch is en daarbij verdient hij in een moeite door ook meteen een aardig zakcentje. Altijd handig, want iedere geld beluste advocaat weet inmiddels dat levenslange garantie op het mogen uitoefenen van je beroep niet bestaat.


Guilty as hell

Ik ergerde me dood aan Spong. Niet zozeer vanwege zijn zure uitstraling en pijnlijke ingestudeerde poging om grappig te zijn (“Dokter De Bond, niet James Bond maar De Bond”), maar vooral omdat ik door hem deze doorgedraaide wereld weer eens niet begrijp.
Centraal in het boek staat zijn successtory van de Nuenense Moordzaak waarbij onze held Spong een moordverdachte op vrije voeten heeft weten te krijgen. Omdat Peter R. de Vries deze zaak jaren op de voet heeft gevolgd, zat ook hij aan DWDD-tafel. Volgens De Vries is de verdachte, arts Edwin ten Winkel, duidelijk “guilty as hell” ook al zegt hij dit heel tactvol niet hardop.
 

Manipulatieve leugenaar

Bebe Pãna, de Filippijnse vrouw van Ten Winkel, verdween in 2001. Haar lichaam werd jaren later ingemetseld teruggevonden onder de toiletpot in het huis van zijn tweelingbroer.
Ten Winkel verklaarde dat hij zijn vrouw op een dag dood op bed had aangetroffen. Ze zou volgens hem zelfmoord hebben gepleegd door een plastic zak over haar hoofd te trekken. Iets wat overigens door Peter R. de Vries helemaal niet kan: mensen die dat proberen, raken door de ademnood in paniek en trekken uit een soort overlevingsreflex die zak toch gewoon weer van hun hoofd.
Uit liefde en verdriet kon hij geen afstand van haar nemen en daarom had hij haar eerste begraven in zijn tuin en later overgebracht naar het huis van zijn broer. Omdat van het lichaam van Bebe Pãna weinig meer over was, kon met hulp van verklaringen van door Spong ingeschakelde forensische experts de precieze doodsoorzaak niet meer worden vastgesteld en werd Ten Winkel bij gebrek aan bewijs vrijgesproken.
Pikant detail: een jaar na de verdwijning van Bebe Pãna werd de eveneens Filipijnse kinderoppas Beth Urbi ook dood op bed gevonden in het huis van Ten Winkel. Waaraan zij is overleden is toch de dag van dag vandaag onopgehelderd gebleven (misschien ligt het wel aan het bed?). Waar Spong Ten Winkel omschrijft als een innemend persoon, vertelt De Vries dat hij in zijn 35-jarige carrière vrijwel niemand is tegengekomen die zo’n grote manipulatieve leugenaar was als deze man.
 

De rechtspraak deugt niet

Natuurlijk kun je nu vaststellen dat het de taak van een advocaat is om koste wat het kost zijn cliënt vrij te krijgen en dat Spong dus uitstekend werk heeft geleverd om van een hopeloze zaak een winnende te maken. Maar hier zit dus mijn grootste ergernis. Naar mijn mening deugt de rechtspraak gewoon niet.
In mijn ogen zou het uitgangspunt van rechtspraak moeten zijn om met behulp van zoveel mogelijk feiten (“waarheidsvinding”) te komen tot een oordeel dat leidt tot een rechtvaardige uitspraak.
Dit klinkt logisch, maar ik wil nog een stap verder gaan. Als dat het uitgangspunt is, zouden zowel openbare aanklagers als advocaten deze eigenlijk moeten hanteren. Want laten we eerlijk zijn: geen weldenkend mens, en zeker niet binnen de juridische wereld, zou toch tegen een maatschappij moeten zijn waarin alle veroordeelden een rechtvaardige straf krijgen die passend is bij hun misdaad.
En toch is de realiteit dat advocaten zich niet (hoeven te) bezighouden met waarheidsvinding omdat dat hun taak niet is, terwijl openbare aanklagers dat weliswaar wel behoren te doen maar je je serieus kunt afvragen of dat ook daadwerkelijk altijd gebeurt.
 

Uiteindelijk draait het om ego's

Rechtspraak lijkt soms meer op een wedstrijdje tussen aanklagers en advocaten waarbij de een erop uit is om de verdachte zo hard mogelijk te straffen en de ander tot doel heeft om hem met alle middelen vrij te krijgen, ongeacht de schuld of onschuld van de betrokkene. Winnen lijkt belangrijker dan rechtvaardigheid. 
Uiteindelijk draait het allemaal weer eens om ego’s. Hoe Spong doet en is, heeft werkelijk niets te maken met wat een jurist in mijn ogen zou moeten zijn: iemand die vanuit een idealistisch standpunt zijn steentje wil bijdragen aan rechtvaardige(re) samenleving.
Al ben ik heus niet zo naïef te denken dat rechtenstudenten puur vanuit ideële motieven tot hun studiekeuze zijn gekomen zonder daarbij naar de aantrekkelijke salarissen te hebben gekeken. De vraag of een Bram Moszkowicz jurist is geworden om de wereld te verbeteren of om er zelf beter van te worden, is wat mij betreft dan ook een retorische vraag.
 

Het gaat niet om futiliteiten als waarheid of gerechtigheid

Als een kind zo blij en trots is Spong dat hij door zijn sluwheid zoveel twijfel en verwarring heeft gezaaid bij de rechters dat zij zich gedwongen zagen Ten Winkel vrij te spreken.
Dat zijn cliënt naar alle waarschijnlijkheid zo schuldig is als O.J. Simpson destijds en dat Spong dat zelf ook heus wel weet, deert hem niet. Het gaat Spong niet om futiliteiten als waarheid of gerechtigheid of wie wie zou hebben vermoord. Het gaat hem slechts om vrijspraak van zijn cliënten. Want dan heeft hij gewonnen en weet de hele wereld weer wat voor fantastische advocaat hij is.
Het ergste van alles vind ik nog wel dat de heren Van Nieuwkerk, De Vries en velen met hen enorme bewondering hebben voor dergelijke gewetenloze advocaten. Terwijl ik alleen maar denk: geef mij maar mensen die strijden voor rechtvaardigheid.
Chapeau mijnheer Spong, u heeft -  zoals het ernaar uitziet - een moordenaar op vrije voeten gekregen. Met mensen als u Draait De Wereld gewoon weer Door. Helaas wordt de Wereld er echter geen haar beter van. Integendeel.
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.