vrijdag 13 oktober 2017

278. De advocaat is de hoer van het recht

Actualiteit - Drama/tragedie - Moord - Rechtvaardigheid

 









Bidden tot God

Tijdens mijn werk spraken twee Surinaamse vrouwen met elkaar over de vermissing van Anne Faber. Waar de een maar steeds bleef herhalen hoe verschrikkelijk ze dit drama vond en dat ze zou blijven bidden tot God totdat Anne zou worden gevonden, voegde de ander hieraan toe dat sommige vrouwen er ook om lijken te vragen. Want welke jonge vrouw gaat nou in het donker in de regen alleen op een fietstocht door de bossen? En wat te denken van al die jonge meisjes die alleen op backpackvakanties gaan of die je in van die sexy kleren rond zie lopen?
Wijselijk hield ik mijn mond. Natuurlijk had ik kunnen zeggen dat ook al passeert een jonge vrouw mij naakt op een fiets in het bos mij dat nog niet het recht geeft om haar iets aan te doen, maar dat had toch tot niets geleid.
 

Tranen in mijn ogen

Een paar uur later hoorde ik met tranen in mijn ogen aan dat de gebeden van de vrouw waren verhoord: het lichaam van Anne Faber was gevonden. Waarmee helaas bevestigd werd wat we allemaal al bijna twee weken vreesden, namelijk dat Anne niet meer leefde.  
Ook ik behoor tot de vele mensen die enorm hebben meegeleefd met dit drama, eenvoudigweg omdat het de nachtmerrie van alle ouders is dat een kind van je op een dag verdwijnt en later blijkt te zijn vermoord. Het is niet te bevatten hoe vreselijk dit moet zijn. Wederom treur ik om iemand die ik niet heb gekend (zie column 171).  
 

Falende rechtspraak Nederland

Ondanks dat ik ervan overtuigd ben dat óók op het gebied van de kwaliteit van de rechtspraak Nederland behoort tot de beste landen ter wereld, werd het me met de zaak rondom Anne Faber opnieuw duidelijk dat zelfs in Nederland de af en toe falende rechtspraak nog een stuk beter kan.
Om te beginnen moeten we natuurlijk af van dat idiote uitrekken en devalueren van strafmaten. Wie tot twaalf jaar gevangenisstraf wordt veroordeeld, zit twaalf jaar in de gevangenis, punt. Met hooguit de toevoeging dat als hij zich in die twaalf jaar misdraagt het nog langer kan worden. Dat schept rust en duidelijkheid bij alle betrokkenen en scheelt enorm veel (terechte) irritatie.
 

Te gek voor woorden

Ten tweede moet het voor professionals echt niet zo ingewikkeld zijn om - met dan wel zonder medewerking van een schuldig bevonden persoon - op basis van de feiten rondom een gepleegd misdrijf vast te stellen of er een reële kans bestaat dat hier sprake is van verontrustend psychisch afwijkend gedrag (in de vorm van een of andere stoornis).
Als die kans inderdaad als reëel wordt ingeschat en de kans op recidive na vrijlating daarmee dus ook in één klap zeer reëel is, moet het niet uitmaken of de betreffende veroordeelde misdadiger meewerkt aan een psychologisch onderzoek of niet. Het belang van de veiligheid van de maatschappij en haar burgers dient ten alle tijden zwaarder te wegen dan het belang van een misdadiger die tegenwerkt. En dus zal hij in geval van weigering van psychologisch onderzoek na zijn gevangenisstraf per definitie verplicht TBS opgelegd moeten krijgen (met een veel minder grote kans op recidive!), punt.
Het is toch te gek voor woorden dat niet alleen een misdadiger beloond wordt voor zijn tegenwerking (door zo eerder vrij te komen), maar dat wij burgers daarmee dus maar moeten accepteren dat we een groter risico lopen omdat een potentieel gevaarlijk psychisch afwijkend persoon zonder enige vorm van behandeling opeens vrij tussen ons mag rondlopen. Dat kun je toch met geen mogelijkheid verdedigen als een rechtvaardig besluit van de rechtspraak? Is de rechtspraak er niet in de eerste plaats voor om ons burgers te beschermen (retorische vraag)?
 

Geruchten

Ten derde moet uitgezocht worden in hoeverre de geruchten over de kliniek Aventurijn Forensische Psychiatrie Altrecht in Den Dolder - waar de vermoedelijke dader van de moord op Anne Faber, Michael P., zat ten tijde van haar verdwijning - kloppen.
Geruchten die een beeld tonen van een kliniek waarin de patiënten wel heel veel vrijheid genoten en ze bijvoorbeeld gemakkelijk in en uit konden lopen of aan drugs konden komen. De sensatiekrant De Telegraaf spreekt zelfs van een "sekswalhalla" voor Michael P. omdat hij er een seksuele relatie zou hebben gehad met een begeleidster en een patiënte zou hebben bezwangerd.
Ongetwijfeld overdreven allemaal, maar als er toch een kern van waarheid in blijkt te zitten, kijk ik niet gek op (zie column 79).
 

Zelfingenomen strafrechtadvocaatjes

Verder blijf ik me voortdurend storen aan al die zelfingenomen strafrechtadvocaatjes. Natuurlijk waren ze naar aanleiding van de zaak Anne Faber ook weer her en der voor de televisie opgetrommeld om voor de zoveelste keer te benadrukken waarom ik zo’n hekel aan ze heb. Het blijft ontzettend fascinerend dat een van de hoogste functies binnen de rechtspraak werkelijk helemaal niets met rechtvaardigheid te maken heeft.
Strafrechtadvocaat Lucy Oldenburg in de Wereld Draait Door (DWDD) tegen Matthijs van Nieuwkerk: “Mijnheer van Nieuwkerk, het enige morele appel wat op mij gedaan wordt als advocaat is dat ik de belangen van mijn cliënt het beste dien. (…) U kunt van mij als advocaat niet verwachten dat ik denk aan de slachtoffers want dat staat de professionaliteit van mijn vak in de weg.”
Strafrechtadvocaat Jan Vlug in Pauw: “De advocaat is de hoer van het recht (mooie uitspraak!): wij doen wat de cliënt vraagt. (…) Het gebeurt maar heel zelden dat iemand zegt van ‘ik heb het gedaan, ik weet waar het ligt en ik ga het niet vertellen’. Dat komt niet voor. Ik vraag het eigenlijk ook nooit aan de cliënt (of hij de betreffende misdaad heeft gedaan; fascinerend en verontrustend vind ik) en zelfs als iemand zegt van ‘ik heb het gedaan, maar ik wil er onderuit’ dan zou ik in dit geval zeggen van ‘dan zeggen we maar even niets’.”
 

Apetrots

Met dit soort praktijken zou ik met mijn geweten niet kunnen leven. Als ik op wat voor manier dan ook, en aan welke kant dan ook, zou meewerken aan een strafrechtzaak dan heb ik maar één doel voor ogen: rechtvaardigheid. Wat wil zeggen dat ik niets meer en niets minder wil dan dat een schuldig bevonden misdadiger een straf krijgt die passend is bij de misdaad die hij heeft begaan. Met alle praktijken die erop uit zijn om dit proces te dwarsbomen, wens ik niets te maken hebben.
Besef goed dat niet alleen 
theoretisch gezien een uitmuntende strafrechtadvocaat de van de moord op Anne Faber verdachte man Michael P. straks vrij kan krijgen door het zaaien van twijfel en verwarring, door leugens en bedrog, door verdraaiing van feiten etc. En in dat geval is de kans groot dat die advocaat vervolgens apetrots op zichzelf zal zijn. Want als strafrechtadvocaat blink je pas echt uit als je iemand vrij krijgt die overduidelijk schuldig is. Dat is tenslotte toch de reden waarom je destijds rechten bent gaan studeren, nietwaar! Be proud!
 
 
Voor de rechtszaak straks tegen Michael P. kan ik alleen maar hopen op een rechtvaardige uitspraak.

Maar voor Anne is er geen rechtvaardigheid meer. Met een brok in mijn keel kan ik Anne Faber toevoegen aan de lange lijst van voorbeelden van mijn levensles nummer 1 aan mijn kinderen: "Het leven is niet rechtvaardig".
 
Arme Anne. Soms word ik echt intens verdrietig van deze onrechtvaardige kl... wereld.
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 
 

woensdag 11 oktober 2017

277. Ik haat mijn werk! (2/2)

Privé - Werk - Burn-out/Bore-out










 

Rijst op de plank

Dat ik nog nooit een baan heb gehad die mij boeide en waarin ik me niet binnen korte tijd begon te vervelen, zegt natuurlijk alles over mij en over mijn nature-nurture achtergrond met een complex van factoren die verklaren waarom dingen gegaan zijn zoals ze zijn gegaan.
Ik zou nu kunnen zeggen dat ik me voor deze uitspraak schaam, maar dat zou ik uitermate beledigend vinden richting al die miljoenen mensen wereldwijd die dag in dag uit aan het ploeteren zijn in banen waarin ze allesbehalve gelukkig zijn. Maar die het werk simpelweg moeten doen om te overleven omdat er tenslotte gewoon brood - of in de meeste gevallen rijst - op de plank moet komen. 
 

Hautaine houding

In het zeer welvarende Nederland word je echter al snel vreemd aangekeken als je zegt dat je nog nooit werk hebt gedaan wat je boeiend vond. Want dan heb je iets fout gedaan en valt jou dat te verwijten. Misschien zou je dit zelfs een taboe kunnen noemen. Waarbij de Nederlanders dan wel even moeten beseffen dat het getuigt van een enorme hautaine houding als je vindt dat je werk moet verrichten dat je leuk en uitdagend vindt. Een houding die je alleen maar kunt innemen vanuit een luxepositie in een welvarend land als Nederland.
 

Twaalf-steden-dertien-ongelukken

Na een lange twaalf-steden-dertien-ongelukken-achtige carrière ben ik nu terechtgekomen in een branche en baan waar ik verder ook weinig tot niets mee heb. Ik werk in de vervoersbranche als chauffeur voor senioren en mensen met een medische indicatie die ik binnen de regio Amsterdam voor heel weinig geld - zowel voor hen als voor mij - van A naar B breng.
Hierbij gaat het globaal om twee soorten bestemmingen: enerzijds ziekenhuizen, revalidatiecentra, verzorgingshuizen etc. en anderzijds sociale bezoekjes aan kinderen en kleinkinderen. Gemiddeld duren de ritjes ongeveer een halfuur waarbinnen je met de mensen een babbeltje maakt over van alles en nog wat. 
 

Positief

Om positief te beginnen: ik kan deze baan naar mezelf toe in elk geval verantwoorden omdat het om werk gaat waarbij je een groep kwetsbare mensen helpt en je de wereld aldus een piepklein beetje beter maakt. Want zonder dit spotgoedkope vervoer zouden veel van deze mensen een stuk minder mobiel zijn geweest met een vergrote kans op (nog meer) eenzaamheid, iets wat ik ook regelmatig van dankbare klanten te horen krijg.
 

Geen bevrediging

Toch geeft mijn werk mij om diverse redenen totaal geen bevrediging. Wat een stuk mooier is geformuleerd dan: ik haat mijn werk!
Als eerste kan ik natuurlijk het zeer lage salaris noemen, maar dat vind ik absoluut niet het belangrijkste. Ik werk tien keer liever in een hele leuke functie voor een salaris waarmee ik net rondkom, dan dat ik een topsalaris verdien in een functie waarin ik me ongelukkig voel.
Met mijn collega’s voel ik geen band. Ondanks dat ik goed besef dat het arrogant klinkt (wat niet mijn bedoeling is), merk ik dat ik vergeleken met mijn collega’s gemiddeld een stuk hoger opgeleid en slimmer ben, waardoor ik vanzelf minder een klik voel. Soort blijft nu eenmaal (meestal) een voorkeur voor soort hebben en zoekt dus ook (meestal) soort. Simpelweg omdat het fijn is om met mensen te zijn die qua nature en nurture achtergronden vergelijkbaar zijn met jou waardoor je onderling veel herkenning ziet. Het scheelt dat ik in dit werk vrijwel geen contact met collega’s heb (ik zie bijna alleen maar klanten), maar op momenten dat dat wel zo is, zoals bijvoorbeeld bij cursussen, voel ik mij eenzaam.
Ondanks de uitzonderingen - die er uiteraard ook onder de chauffeurs zijn - geldt voor de klanten min of meer hetzelfde. De gemiddelde klant bij dit soort vervoer heeft minder geld te besteden en is gemiddeld dus ook lager opgeleid. Wat statistisch gezien de kans vergroot op gesprekken die niet zo diepgaand gaan en die meer vallen onder de smalltalk-gesprekken. En laten smalltalk-gesprekken nou net niet mijn ding zijn. Geef mij maar diepgaande, intellectuele, filosofische gesprekken. Daar word ik pas blij van! 
Positief bekeken kun je redeneren dat dit werk dus goed voor me is, aangezien ik kan oefenen in iets waarin ik slecht ben. Negatief bekeken zal me dat echter een zorg zijn omdat ik nu eenmaal niets met smalltalkgesprekjes heb en geen behoefte voel om ze te leren. Noem mij gerust extreem serieus, maar als het aan mij ligt gaan vrijwel alle (honderd procent is wat overdreven) gesprekken die ik voer over diepgaande, intellectuele, liefst filosofische onderwerpen. Hoe ouder ik word, hoe groter deze behoefte wordt.
Dat ik totaal geen stadmens ben en liefst midden in de natuur zou wonen, is ook een groot nadeel in dit werk dat zich grotendeels in en rondom Amsterdam afspeelt. Als ik dit soort chauffeurswerk in de Ardennen zou doen (en ik dan opeens ook vloeiend Frans blijk te spreken graag!) en ik krijg alleen maar filosofisch ingestelde klanten in mijn taxi waarmee ik de meest boeiende gesprekken heb, dan zou ik dit waarschijnlijk een wereldbaan vinden.
 

Enorme sleur

Uiteindelijk zijn al mijn problemen met werk terug te voeren op één ding: verveling. Ook in dit chauffeurswerk lijken alle dagen op elkaar, met dezelfde soort ritjes, dezelfde soort klanten en dezelfde soort (smalltalk) gesprekken. Waar menig collega-chauffeur waarschijnlijk zal spreken over leuk en gevarieerd werk, ervaar ik het als een herhaling van zetten en een enorme sleur.
Mijn geluk - of pech, het is maar hoe je het bekijkt - is echter dat als ik om mij heen kijk, ik niemand zie met een baan waar ik jaloers op ben. Afgezien van het salaris dan want als ik dat meereken, kan ik op vrijwel iedereen jaloers zijn.
Als ik nadenk en vooral doordenk over de banen van mensen om mij heen, ben ik ervan overtuigd dat ik me bij elk van deze banen eerder vroeg dan laat ook zou gaan vervelen. Of het nou gaat om werk als bijvoorbeeld bankmanager, leerkracht, advocaat, stewardess, oogarts, ICT’er of piloot, ik ga het allemaal op den duur saai vinden en ervaren als een herhaling van zetten.
Waarbij er overigens natuurlijk nog genoeg andere redenen te bedenken zijn waarom ik genoemde banen sowieso niet zou trekken: ik ben (te) eerlijk en integer, ik houd niet van dienen en slijmen, ik heb geen autisme en ben niet accuraat, ik heb niets met het onderwerp geld, ik houd niet van vliegen en drukke luchthavens, ik kan en wil geen orde houden en ik kan niet tegen prikken en bloed (opdracht: combineer bovenstaande banen en excuses met elkaar).
En laten we eerlijk zijn: zelfs de uitdaging is er bij de meeste banen op een gegeven moment gewoon vanaf. Hooguit moet je eens in de zoveel tijd wat nieuwe vaardigheden en kennis opdoen, maar uiteindelijk wordt ook dat gewoon opnieuw routine en kun je (zeker als piloot) weer overgaan op de automatische piloot. Boring!
 

Passie

Voor mij persoonlijk is de kans op een bore-out denk ik het kleinst bij werk waar passie de basis vormt. En dan denk ik meteen aan creatieve beroepen of aan de wetenschap.
Maar zelfs bij dit soort beroepen denk ik dat verveling bij mij vroeg of laat op de loer zal liggen. Bijvoorbeeld als je jezelf in je creatieve producten gaat herhalen (ook een groot gevaar bij het schrijven van columns!) of als je wetenschappelijke onderzoeken keer op keer mislukken en resultaat uitblijft. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat als je van je passie je werk maakt je moet beseffen dat het dan werk wordt en dat is toch vaak iets heel anders.
Probleem is echter dat niet iedereen zomaar een grote passie heeft, laat staan dat je er vervolgens ook zomaar je geld mee kunt verdienen. Zo zou ik het schrijven van mijn columns misschien een kleine passie kunnen noemen, maar columnist is niet een echt beroep met vacatures waarop je kunt solliciteren. En de paar gelukkigen die er wel geld mee verdienen, en misschien zelfs genoeg om van rond te komen (veelal BN'ers), hebben inderdaad heel veel geluk.
Wat me meteen doet denken aan al die talloze mensen die in hun vrije tijd een boek aan het schrijven zijn en die allemaal een voor een (in 99 procent van de gevallen tevergeefs) hopen op die ene geluksdag waarop ze "ontdekt" worden. Waardoor ze eindelijk kunnen ontsnappen aan de verveling en dagelijkse sleur van hun echte werk...
 

Hoogbegaafde ADD'ers

Ondanks dat ik besef dat ik cynisch klink, denk ik ook dat mijn verhaal voor diverse hoogbegaafde ADD’ers herkenbaar zal zijn. Sinds ik dit stempel ooit voorzichtig van mijn psychiater kreeg opgeplakt en ik er veel over ben gaan lezen, begrijp ik steeds beter waarom ik me snel verveel.
Ik heb de ongelukkige combinatie in me van dat ik ten eerste moeite heb met lang concentreren waardoor ik snel ergens op uitgekeken raak (past bij ADD) en dat daarnaast ook nog de vervelende neiging heb om alles tot vervelens toe door te blijven analyseren waardoor in feite alles zinloos wordt (past bij hoogbegaafdheid). 
 

Van wie hij dat heeft, is mij een raadsel...

Vooral bij mijn jongste zoon zie ik nu al een vergelijkbaar patroon wat werk betreft. Voor iemand van zeventien heeft hij al best veel baantjes gehad en de hoofdreden hiervoor laat zich raden: na meestal een redelijk enthousiast begin, raakt hij al snel verveeld. Daarnaast stoort hij zich ook vrij snel aan zaken als de (niet efficiënte) manier van werken, incompetente leidinggevenden, het lage salaris etc. Van wie hij dit heeft, is mij een raadsel…  
Gelukkig is hij heel anders dan zijn vader op die leeftijd. Mijn jongste zoon heeft (wél) genoeg zelfvertrouwen en lef en redeneert vanuit zijn relaxte houding dat als het werk hem niet bevalt hij ermee moet stoppen en ander werk moet gaan zoeken. Zijn oudere broer heeft vergelijkbare gevoelens van verveling in zijn baantje, maar omdat hij iets gevoeliger, onzekerder en verlegener is, heeft hij meer de neiging om te blijven zitten waar hij zit (helaas ook herkenbaar).
Ondanks dat er natuurlijk heus wel wat valt aan te merken op de wijze waarop mijn jongste zoon met werk omgaat (hij gaat bijvoorbeeld niet altijd even tactisch om met autoriteit, alsof ik hem daarin les heb gegeven of zo...), complimenteer ik hem vooral en moedig ik hem juist aan om zoveel mogelijk baantjes te slijten als ze hem niet bevallen. Tenslotte is dat dé manier om erachter te komen wat écht bij hem past en wat niet.
Wat dat precies zal zijn, zal de toekomst uitwijzen. Wel ben ik er al lang van overtuigd dat hij iemand is voor een eigen bedrijf. Met zijn kritische kijk op alles, zal hij vrijwel overal vroeg of laat problemen krijgen met leidinggevenden en de beste manier om dat te voorkomen is om voor jezelf te beginnen.
 

Op een zijspoor

Waar ik richting mijn kinderen er alle vertrouwen in heb dat zij met hun hele leven nog voor zich uiteindelijk de baan zullen vinden die bij hen past, ben ik over mijn eigen kansen een stuk pessimistischer. Ik zal vooral moeten accepteren dat ik werk gewoon niet boeiend vind, maar dat ik het nu eenmaal nodig heb voor het geld. Natuurlijk zou je nu kunnen zeggen dat je óók als je 51 jaar bent en je zit vast in een baan die je niet bevalt je nog steeds leuk en uitdagend werk kunt gaan vinden, maar dat ligt toch een stuk gecompliceerder en is aldus vaak makkelijker gezegd dan gedaan.
De afgelopen jaren ben ik bijvoorbeeld als vrijwilliger een “maatje” geweest voor twee hoogbegaafde mannen die beiden door uiteenlopende nature en nurture factoren zowel maatschappelijk als sociaal gezien op een zijspoor waren beland. Als ik nu tegen hen zou zeggen van "Kom op geen gezeur, ga gewoon een leuke, uitdagende baan zoeken waar je blij van wordt!" dan zou dat helemaal nergens op slaan. Dat gaat echt niet werken. Kijkend naar hun gecompliceerde achtergrond begrijp ik heel goed dat het in hun leven niet is gegaan zoals ze het gewild hadden en dat dat nu niet zomaar een-twee-drie om te draaien valt.
Feit is en blijft dat de mens met al zijn nature en nurture factoren veel minder controle heeft over het verloop van zijn leven dan hij zou willen. Wat voor de een heel gewoon en vanzelfsprekend is om te bereiken, is dat voor een ander niet. Ieder mens is anders (zie ook columns 215 en 216). Maar goed, dit is een hele andere discussie (over of de vrije wil bestaat of niet) voor een hele andere column ooit misschien.

Maar om positief af te sluiten: ieder nadeel heeft zijn voordeel. Zo zou ik zonder (geen of) saai werk mijn columns nooit zijn gaan schrijven!


En nu maar de uitdaging aangaan om het proces van het schrijven van de columns zo lang mogelijk leuk en boeiend te houden om zo te voorkomen dat ook hier de verveling toeslaat en een nieuwe bore-out dreigt...










Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.