dinsdag 5 november 2013

98. Een derde sekse in plaats van een derde rijk

Actualiteit - Nature/Nurture - Seksualiteit/Gender




Erkenning interseksuele mensen

"Duitsland eerste Europese land dat derde geslacht erkent.”
Ook al klopt dit nieuws niet, vind ik de kern van het verhaal mooi: erkenning voor interseksuele mensen die een lichaam hebben dat zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont.
Wat in Duitsland is ingevoerd, houdt in dat ouders van interseksuele baby’s tijdens het registreren van hun kind vanaf nu de mogelijkheid hebben om het vakje bij geslacht leeg te laten in plaats van dat ze moeten kiezen tussen man en vrouw. De ouders kunnen dus niet een vakje met derde geslacht aankruisen. Overigens is er in Nederland wettelijk al iets vergelijkbaars geregeld: als
het geslacht niet kan worden vastgesteld, wordt dit in de geboorteakte vermeld.
Voordeel voor de interseksuele kinderen in Duitsland is dat hun ouders voortaan niet meer meteen na de geboorte een keuze hoeven te maken. Iets waartoe zij zich door de omgeving (bijvoorbeeld artsen) vaak gedwongen zullen voelen. Vanaf nu kunnen ze dit moment uitstellen tot hun kinderen op een leeftijd zijn gekomen waarop ze zelf in staat zijn om te beslissen welk geslacht ze wensen aan te nemen. En als ze deze keuze nooit kunnen en/of willen maken dan mogen ze die ook gewoon voor altijd open laten.
 

Ingeslopen fouten 

Ik hoop dat het voorbeeld van Duitsland de komende jaren door meer landen zal worden gevolgd. Al vermoed ik dat veel (streng) gelovige mensen en landen er anders over denken, omdat ze vinden dat God de mens als heteroseksueel mens heeft geschapen met als doel samen met iemand van het andere geslacht heen te gaan en zich te vermenigvuldigen.
Maar wie kijkt naar de wetenschap kan er ook op het gebied van seksualiteit niet omheen: als er al een God bestaat dan heeft Hij niet alleen maar “perfecte” (heteroseksuele) dieren geschapen, maar zijn er – bewust dan wel onbewust – ook “fouten” ingeslopen. Hierdoor bestaan er op deze wereld behalve heteroseksuelen ook homoseksuelen, biseksuelen, aseksuelen en dus ook interseksuelen.¹
 

Heteroseksueel gedrag meest natuurlijk

Misschien bestaat de kans dat ik mensen met een ander seksualiteit dan heteroseksualiteit tegen de tenen schop door ze als “fouten” te bestempelen, maar die aanhalingstekens staan er natuurlijk niet voor niets.
Wat ik hiermee wil zeggen, is dat als je vanuit seksueel oogpunt naar onze natuur kijkt en je moet vaststellen wat het meest natuurlijk (lees gangbaar, voorkomend) gedrag is je niet onder de conclusie uit kan dat dat heteroseksueel gedrag is. Als bijvoorbeeld homoseksualiteit de regel zou zijn in onze natuur dan zou het tenslotte al snel gedaan zijn met ons leven op aarde. Gelukkig kunnen we ook gewoon stellen dat alles wat op dit gebied van de standaard afwijkt vaak genoeg voorkomt om het automatisch te kunnen beschouwen als onderdeel van de natuur.
 

Foekje Dillema

Door in de wetgeving interseksualiteit te accepteren en het uit de taboesfeer te halen, voorkomen we persoonlijke drama’s van interseksuele mensen die bewust dan wel onbewust er altijd in hun leven mee hebben geworsteld.
Een bekend voorbeeld hiervan betreft de Friese atlete Foekje Dillema die in de periode 1949-1950 kort furore maakte als sprintster en beschouwd werd als een geduchte concurrente voor viervoudig Olympisch kampioen (1948) Fanny Blankers-Koen.
Foekjes carrière eindigde echter net zo snel als die begon toen ze in de zomer van 1950 weigerde een seksetest te ondergaan waarna ze onmiddellijk door de Atletiekbond voor het leven werd geschorst. Pas na haar dood in 2007 werd via DNA-onderzoek officieel vastgesteld dat Foekjes lichaam zowel vrouwelijke als mannelijke kenmerken vertoonde.
Ondanks dat er geruchten gingen dat Jan Blankers, coach en man van Fanny Blankers-Koen, achter de schorsing zat, is dat nooit bewezen en ook niet erg waarschijnlijk. Ook al was het wel duidelijk dat Fanny angst voor Foekje had en haar concurrente bewust ontweek in wedstrijden. Een beslissing die Fanny en Jan in de wandelgangen beargumenteerden met de mededeling dat Fanny niet "tegen een vent" wenste te lopen.
Het dramatische aan dit verhaal is dat er nooit sprake zal zijn geweest van bewust bedrog. Foekje kende haar lichaam ongetwijfeld goed genoeg om te weten dat er iets niet klopte waardoor ze uit angst en schaamte de vernederende seksetest zal hebben geweigerd. Triest gevolg was echter dat ze op deze wijze gedwongen werd om datgene op te geven wat haar juist zoveel (het meest?) plezier en zelfvertrouwen in het leven gaf: de atletieksport. Na deze gebeurtenis leefde Foekje tot haar dood een teruggetrokken bestaan.
 

Maya Posch

In Pauw en Witteman gaf de interseksuele Maya Posch (geboren als Thijs) als wijs advies dat als een kind wordt geboren en je weet niet wat het is maar het is verder medisch in orde, je er verder vanaf moet blijven: geslacht is een persoonlijke keuze die zo iemand pas moet maken op een leeftijd dat hij/zij dat echt kan.
Door het niet accepteren van interseksualiteit en de taboesfeer er omheen worden wereldwijd elke dag door ouders en artsen keuzes gemaakt over het “toe te passen” geslacht van pasgeboren interseksuele baby’s zonder dat daarbij wordt nagedacht over eventuele dramatische gevolgen later.
 

Bruce Reimer, John Locke en tabula rasa

Het meest dramatisch waargebeurde verhaal dat ik ken, betreft niet eens een interseksueel kind maar illustreert mijn punt als geen ander.
In Canada in de jaren zestig moest de net geboren jongenstweeling Bruce en Brian Reimer worden geopereerd aan hun penis vanwege een vernauwing van de voorhuid. Bij Bruce ging tijdens de cauterisatie (wegbranden van weefsel) echter iets mis waardoor er teveel van zijn penis werd verwijderd.
De psycholoog John Money, overtuigd voorstander van het behavioristische standpunt van de Engelse filosoof John Locke dat mensen als “tabula rasa” (ongeschreven blad) worden geboren, zag zijn kans schoon: maak gewoon van de mislukte penis een vagina en voedt Bruce verder als meisje op.
No big deal: Bruce werd Brenda, problem solved. Lang leve de nurture, weg met de nature!
 

Zwaar depressief

Helaas voor Money liep het niet volgens zijn plan. Brenda werd tijdens haar jeugd zwaar depressief, kreeg pas op haar vijftiende van haar ouders de waarheid te horen en besloot onmiddellijk verder weer als man door het leven te gaan.
Dit keer werd Brenda “David”. Zijn broer Brian trok al dit gedoe niet, raakte ook zwaar depressief en stierf in 2002 aan een overdosis antidepressiva. David trouwde met een vrouw, kreeg drie stiefkinderen van haar maar toen zij aangaf te willen scheiden, was ook bij hem de maat vol: in 2004 schoot hij zichzelf dood.
 

Moraal van het verhaal

Moraal van het verhaal: rommel niet met het geslacht van een pasgeboren baby. Laat het kind zoals het is en laat het later zelf beslissen welk geslacht hij/zij wil.
Nooit verwacht dat ik na de van mijn vader overgenomen fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en het als klein jongetje zien van de WK-finale van 1974 het volgende zou uitroepen: bravo Duitsland! Een derde sekse in plaats van een derde rijk is een prachtige vooruitgang!

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

  
¹ Waarvan we overigens meer varianten kennen zoals: transgenderisme (je gaat door het leven als iemand van het andere geslacht, maar je hebt daarvoor nooit een operatieve ingreep ondergaan), transseksualiteit (je voelt je iemand van het andere geslacht en hebt daarvoor ook de nodige operaties ondergaan), travestie (je gaat soms gekleed als iemand van de andere sekse) en androgynie (je voelt je mannelijk en vrouwelijk of geen van beide; in elk geval wens je geen keuze te maken).

Afbeelding gemaakt door Tonko
 

donderdag 31 oktober 2013

97. Vechtscheidingen kennen niet alleen maar verliezers

Actualiteit en privé - Scheiden - Rechtspaak en (On)Rechtvaardigheid (2/2)



Kwalijke rol van advocaten bij vechtscheidingen

Een nieuw voorbeeld van hoe vaak advocaten zich maar al te graag verschuilen achter regels (zie mijn vorige column 96), zag ik laatst in een aflevering van het VARA-programma Zembla over vechtscheidingen. De centrale boodschap was duidelijk: bij vechtscheidingen zijn de ouders alleen maar bezig met zichzelf en met wraak en boosheid richting de ander waardoor ze het belang van de kinderen volledig uit het oog verliezen.
Interessant aan de uitzending vond ik vooral om te zien wat voor kwalijke rol niet alleen de ouders maar ook de betrokken advocaten bij dergelijke vechtscheidingszaken (kunnen) spelen. De negatieve associaties die ik al met advocaten heb, werden hierbij helaas opnieuw bevestigd.
 

Het zinloze modder gooien

Bij vechtscheidingen draait het veelal om gefrustreerde ouders die jarenlang de ene na de andere nutteloze rechtszaak tegen elkaar aanspannen om maar hun gelijk te halen. Over en weer worden er in de rechtszaal via de advocaten de wildste beschuldigingen geuit zonder dat er iemand ook maar een haar beter van wordt. Integendeel; vraag dat maar aan de kinderen.
In het programma werd de vraag opgeworpen of er door de betrokken advocaten niet iets aan dat zinloze modder gooien kon worden gedaan. De geïnterviewde deken van de Amsterdamse orde van advocaten gaf aan dat een advocaat in feite eindeloos beschuldigingen mag inbrengen mits het maar voor zijn cliënt “van nut” (?) is. En nee, die beschuldigingen hoeven niet waar te zijn, want een advocaat is geen rechter en houdt zich dus niet met waarheidsvinding bezig. Bovendien kan, “al klinkt dat raar”, zelfs iets dat door een cliënt verzonnen is, hem helpen in zijn rechtszaak (!).
 

Zo is het leven

In de uitzending vertelde een vader dat hij de advocaat van zijn ex-vrouw wilde aanklagen voor “proces-stalking” omdat hij gek werd van de steeds voortdurende stroom van nutteloze rechtszaken die zij tegen hem aanspande.
Volgens de deken was deze aanklacht zinloos omdat de relatie tussen een advocaat en zijn cliënt heilig is waarbij strategiebepaling iets is waar de wederpartij volledig buiten dient te blijven. Op de vraag wat iemand dan tegen dit soort praktijken kan doen, antwoordde de deken: “Zo is het leven. Daar is niets aan te doen. Het ligt niet aan de advocaat. Over het algemeen gesproken.” (?!)
 

Een bijdrage leveren aan de verharding van de strijd

Een klinische psychologe die met ouders en kinderen werkt aan het vinden van oplossingen binnen vechtscheidingen, concludeerde dat als een scheidingszaak eenmaal overgaat in een vechtscheiding veel advocaten niet in de gaten hebben waar ze mee bezig zijn. Waardoor ze in feite een bijdrage leveren aan een verharding van de strijd.
Volgens haar was dat overigens niet omdat advocaten slechte mensen zijn, maar "omdat ze niet weten wat ze aan het doen zijn" (wat me aan Jezus doet denken). Ik ben harder in mijn oordeel, al zal je mij nooit horen zeggen dat alle advocaten slechte mensen zijn. Maar ik denk wel degelijk dat die er tussen zitten en dat dit soort advocaten drommels goed beseffen waar ze mee bezig zijn.
 

Een kwestie van niet willen zien

De te verwachten eindconclusie van de uitzending was voor mij dat kinderen kapot gemaakt worden door vechtscheidingen. Waarbij de ouders nog het - overigens zeer slappe - excuus hebben dat ze in al hun negatieve emoties kennelijk niet beseffen wat ze aanrichten (terwijl zij natuurlijk wel dé sleutel zijn tot de oplossing), maar waarbij elke overige weldenkende derde partij wel degelijk goed kan zien wat een schade dit alles tot stand brengt en daarom dus beter meteen zou moeten worden gestopt.
Zeggen dat de betrokken advocaten dit niet zien, vind ik persoonlijk nogal denigrerend en beledigend voor een groep hoogopgeleide mensen waarvan je toch mag verwachten dat ze een goed ontwikkeld gezond verstand hebben.
Ik vrees dat het vaak meer een kwestie is van niet willen zien, waarbij het echt geen gewaagde uitspraak is (een understatement van een understatement) om te veronderstellen dat de factor geld een grote rol van betekenis speelt. Hoe meer rechtszaken, hoe meer geld in het laatje van de betrokken advocaten komt tenslotte.
Eigenlijk valt het allemaal heel simpel samen te vatten: vechtscheidingen kennen niet alleen maar verliezers. De advocaten zijn de grote winnaars...
 

Een steeds harder wordende strijd is nooit in het belang van de kinderen

Bovendien behoudt een advocaat altijd de geruststellende gedachte dat hij zich ten alle tijden kan verschuilen achter de o zo fijne regels van zijn beroep: een advocaat moet altijd handelen in het belang van zijn cliënt.
We vergeten hierbij maar even voor het gemak dat als je even doordenkt je ook kunt bedenken dat een steeds harder wordende strijd tussen de ouders nooit in het belang van de kinderen is en dus automatisch ook nooit in het belang van de cliënt van de advocaat.
Ook bij vechtscheidingszaken draait het dus wederom niet om rechtvaardigheid, maar om het winnen, om de ego’s van de “betrokken” ouders en ook die van de advocaten met hun vette salaris.
Ik durf hier gerust te stellen dat als vechtscheidingen uitlopen op persoonlijke drama’s ook de betrokken advocaten zich wel eens achter de oren mogen krabben over hun rol en verantwoordelijkheid in dit geheel. Waarbij ik echter wel wil benadrukken dat (bei)de ouders natuurlijk altijd in de eerste plaats hoofdverantwoordelijk zijn en blijven.
 

Iets structureels mis met de rechtspraak

Mijn conclusie uit mijn eerdere columns dat er iets structureels mis is met de rechtspraak blijft in stand: in mijn ogen zou iedereen in de juridische wereld rechtvaardigheid als ultiem einddoel moeten hebben.
Natuurlijk hebben rechters, openbare aanklagers en advocaten ieder hun eigen invalshoek (waarbij de advocaten uiteraard moeten opkomen voor de belangen van hun cliënten) en dat is ook noodzakelijk. Maar mijn voorstel zou zijn om te komen tot een constructie waarbij zij gezamenlijk moeten streven naar hetzelfde einddoel: het tot stand brengen van rechtvaardige uitspraken waar de maatschappij het meest bij gebaat is.
 
Mijn God, wat ben ik blij dat mijn ex en ik onze scheiding destijds zonder advocaat geregeld hebben…
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.




96. Rechtvaardigheid moet de weg wijzen! (1/2)

DE VERDEDIGING VAN ROBERT M. - TAALGEBRUIK JURISTEN

 

Reactie lezer

Onderstaande reactie ontving ik een paar weken geleden van een lezer na mijn column over de verdediging van Robert M. 
 
“Dag Tonko,
 
Meestal vind ik je columns goed doordacht en dito geschreven. Ik geloof echter dat je hier een steekje laat vallen. De reputatie van de Ankers is die van een gewetensvol kantoor en in mijn beleving kwam dat ook naar voren in de film. Maar dat is beeldvorming zul je zeggen.

Wat je onderwaardeert zijn twee belangrijke systeemelementen in de rechtsstaat:

1. Tegenover alle machts-, recherche-, en aanklaagmiddelen van de gemeenschap, heeft de verdachte recht op hulp en bijstand, de advocaat. Wat die doet is de verdediging voeren zoals de verdachte zijn belang ziet. Hij is letterlijk zijn woordvoerder, met gebruikmaking van juridische kennis. Moordenaars, verkrachters, oplichters - onverschillig de persoon of de aard van de zaak. Er zijn genoeg fouten van OM en rechtbanken in grote zaken naar voren gekomen, om het grote en principiële belang van die bijstand te waarderen.
 
2. Als advocaten om gewetensredenen zouden weigeren vormfouten in hun verdediging mee te nemen, zetten we de deur wagenwijd open voor verder machtsmisbruik door de instanties en overheden. Ja, de overheid mag namens ons allen iemand vervolgen, arresteren, onderzoeken. Maar als dat niet volgens veilige regels gaat, zijn we allemaal bedreigd. En de overheid eigent zich toch al steeds meer informatie- en opsporingsruimte toe.
 
Verdediging van de rechtsstaat is eigenlijk nog belangrijker dan een individuele straf. Mijns inziens was dat het standpunt van de Ankers. Terecht. In ons aller belang.”

 
Bedankt lezer voor je reactie en ik wil op mijn beurt hier graag op ingaan.
 

Nazi-rechter Roland Freisler: Sie sind ja ein schäbiger Lump!

Om misverstanden te voorkomen, benadruk ik hier - naar ik hoop onnodig - dat ik, net als ieder weldenkend mens, van mening ben dat iedereen recht heeft op een goede verdediging ongeacht de zwaarte van zijn begane misdaad. Ik vind het zelfs één van de belangrijkste pijlers van een beschaving die haar onderscheidt van bijvoorbeeld een dictatuur.
Waarbij ik even moet denken aan de actiebeelden van de beruchte Duitse nazi-rechter Roland Freisler die gedurende de Tweede Wereldoorlog voor het gemak de rol van rechter en openbaar aanklager combineerde op een manier die je het gevoel gaf alsof je naar een driftkikker uit een Laurel en Hardy-filmpje zat te kijken.
Helaas voor de verdachten was het de bittere waarheid. Verdacht waren ze overigens al lang niet meer op het moment dat ze Freisler’s rechtszaal betraden. Freisler vernederde ze, schold ze de huid vol (“Sie sind ja ein schäbiger Lump!” = armzalige schoft) en maakte hen duidelijk dat hij tegen zulke “verträter” geen wetboek nodig had, want Hij was de Wet. Het mag niet verbazen dat de tierende Hitler-imitator Freisler tijdens zijn showprocessen 90% van de verdachten ter dood veroordeelde (ongeveer 2600 personen) of levenslang gaf. 
 

Medelijden met een pedofiel

Waarschijnlijk zullen er een hoop PVV-stemmers zijn die Robert M. een Freisler-achtige rechter hadden gegund. Ik niet.
Ook Robert M. is een mens en verdient als ieder ander een goede verdediging. Daar komt nog bij dat ik ook nog iets van medelijden kan voelen voor een pedofiel die worstelt met zijn pedofiele gevoelens, maar die niet de kracht en het gezonde verstand heeft om daar in de praktijk richting onschuldige kinderen niets mee te doen.
In mijn ogen heeft deze man dubbele pech: én hij wijkt op een pijnlijk punt genetisch af van een gemiddeld persoon én zijn kwade genen (om het maar zo te zeggen) zijn tijdens zijn opvoeding niet “uit” gebleven maar juist op de een of andere manier getriggerd en “aan” gezet met alle kwalijke gevolgen van dien. 
 

Een goed functionerend "Checks and balances"-systeem

Natuurlijk moet er binnen de rechtspraak van een beschaafd land een goed functionerend “checks and balances”-systeem werkzaam zijn waarin men elkaar controleert op fouten en waarmee machtsmisbruik wordt voorkomen. Als dat er niet is, wordt de deur inderdaad wijd open gezet voor misbruik en is het eind zoek.
Maar desalniettemin ben en blijf ik van mening dat alles binnen de rechtspraak altijd ondergeschikt dient te zijn aan wat in mijn ogen het allerbelangrijkste is: rechtvaardigheid. Het verdedigen van de rechtsstaat beschouw ik zelf dan ook vooral als het verdedigen van de rechtvaardigheid waar zij voor staat. Een rechtvaardigheid die volgens mij iedereen (op sommige verdachten na dan) graag wil terugzien in de individuele straffen die uiteindelijk worden uitgedeeld. 
 

Doodergeren aan continu verschuilen achter regels

Ik vind het jammer dat Matthijs van Nieuwkerk die avond de advocaten niet de volgende vraag voorlegde: “Wat is kijkend naar de verdachte het belangrijkst in de rechtspraak: dat hij koste wat het kost een zo laag mogelijke straf krijgt (inclusief vrijspraak) of dat hij een straf krijgt die rechtvaardig is en past bij zijn begane misdaad?” Waarbij Van Nieuwkerk dan wel even had moeten benadrukken dat er maar één keuze mogelijk was en een gelikt advocatenantwoord (waarmee geen antwoord wordt gegeven op de vraag) niet was toegestaan.
Hoe goed de reputatie van het advocatenkantoor van de Ankers ook mag zijn en hoe gewetensvol ze voor hun gevoel ook mogen handelen, ergerde ik me in de documentaire vooral dood aan die advocatenmentaliteit van je continu maar verschuilen achter de regels. Ik heb het niet zo op volgzame mensen die overal maar klakkeloos de regeltjes volgen en zich er steeds – en zeker als het ze uitkomt - achter verschuilen zonder dat ze een keer kritisch (willen) kijken of die regels eigenlijk (nog) wel deugen of dat ze misschien juist afleiden van de kern waar het om draait. En zeker in dat hele conservatieve wereldje van de juristen vrees ik dat het stikt van dit soort mensen.
 

Ingewikkelde taal kost de economie heel veel geld

Zo heb ik bijvoorbeeld ook nooit een jurist op zien staan om voor te stellen om dat vreselijke hoogdravende en ouderwetse taalgebruik nou eindelijk eens voorgoed uit de juridische wereld te verbannen en te vervangen door een normale, klantvriendelijke en efficiënte variant.
Elke keer als ik weer eens een juridisch document onder ogen krijg, ga ik over mijn nek van al die deftige interessantdoenerij. Ik ben hoogopgeleid en begrijp (uiteindelijk) wel wat er staat, maar ik ben ook slim genoeg om te begrijpen dat je twee vliegen in één klap kunt slaan door gewoon goed leesbaar taalgebruik te gebruiken: én je bent veel minder woorden/papier/mails/tijd/geld kwijt én het is voor iedereen veel makkelijker en sneller te begrijpen.
Pikant detail is dat ik in het Tijdschrift over taal en taalbeleid las dat de kredietcrisis in de Verenigde Staten, waar alle ellende van de economische crisis in feite is begonnen, er met begrijpelijke taal nooit zou zijn geweest. In dat geval hadden de Amerikaanse hypotheeknemers en riskmanagers namelijk beter begrepen welke risico’s ze dreigden te lopen. Conclusie: ingewikkelde taal kost de economie gewoon ontzettend veel geld. Iets om over na te denken…
 

Ben je daarvoor advocaat geworden?

Dat nog geen jurist zich hiervoor heeft gemeld, verbaast mij dan ook niet. Zo’n verandering is niet bepaald in zijn belang. Ik schat dat als het huidige juridische taalgebruik plaats moet maken voor een klantvriendelijke variant de tijd die juristen aan zaken besteden minimaal wordt gehalveerd. En we weten allemaal hoe goed de uitspraak “Tijd is geld” nou juist voor (klanten van) juristen van toepassing is…
Terugkomend op de zaak van Robert M.: denk toch na, neem een keer afstand en bekijk het geheel eens vanuit een andere positie, liefst zo ver mogelijk van de bekende doos/box.
Wil je oprecht meewerken aan het vrij krijgen van een schuldige misdadiger alleen maar omdat het bewijs niet helemaal volgens de regels is verkregen? En als je antwoord hierop is dat je als advocaat niet anders kan, vraag je je dan niet bij jezelf af waar je in godsnaam mee bezig bent? Ik zou het naar mezelf in elk geval niet kunnen verantwoorden als ik op deze wijze een schuldige pedofiel vrij zou krijgen met als risico dat hij zich straks opnieuw aan baby’s en peuters gaat vergrijpen. Ben je daarvoor advocaat geworden? Om als puntje bij paaltje komt en de rechtvaardigheid op de stoep staat, de deur voor zijn voeten dicht te slaan en je je veilig terug te trekken en te verschuilen achter de regeltjes van de advocaat?
 
Een vormfout moet niet de richting bepalen waarheen een rechtszaak gaat, rechtvaardigheid moet de weg wijzen. Punt.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.
 

Roland Freisler (foto: internet
 

maandag 7 oktober 2013

95. Dé ultieme kick voor een advocaat

Actualiteit - Rechtspraak en (On)Rechtvaardigheid - Waarheid




De verdediging van Robert M.

Ik vermoed dat Matthijs van Nieuwkerk mijn column over Gerard Spong (zie column 85) gelezen heeft nadat de beroemde advocaat eind mei bij hem in DWDD te gast was om te praten over zijn boek “De Breuk”. Het zou zomaar kunnen, want wie “Column Gerard Spong” intikt op internet, komt snel terecht bij een van mijn meest gelezen columns van mijn weblog.
In elk geval had Van Nieuwkerk opnieuw een advocaat te gast of beter gezegd twee advocaten: Wim Anker en Tjalling van der Goot. Aanleiding was de documentaire “De Verdediging van Robert M.” die later op dezelfde avond werd uitgezonden. Anker en Van der Goot hebben de afgelopen jaren de verdediging gevoerd van Robert M., de man die meer dan tachtig baby’s en peuters heeft misbruikt en daarvoor uiteindelijk werd veroordeeld tot negentien jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.
 

Behoorlijk kritisch

Waar Van Nieuwkerk destijds vol ontzag en bewondering tegenover Gerard Spong zat, was hij dit keer voor zijn doen behoorlijk kritisch al had hij er wat mij betreft nog wel een schepje bovenop mogen doen.
Zo zei Van Nieuwkerk op een gegeven moment “… en toch keur ik dat niet af…” waar ik graag zou hebben gezien dat hij de ballen had gehad om het juist wél hardop af te keuren. Waarbij ik er dan voor het gemak maar even van uitga dat dat eigenlijk was wat Van Nieuwkerks écht voelde, maar wat hij niet durfde uit te spreken omdat hij zich veilig wilde beperken tot datgene waar hij het best in is: het voeren van onderhoudende gesprekken met leuke, tevreden gasten.
 

Vormfoutje

Centraal in de documentaire staat het spanningsveld tussen de letter van de wet aan de ene kant en rechtvaardigheid aan de andere kant. Hierbij draait het om de vraag wat je als advocaat moet doen als je een pedofiel als cliënt hebt die heeft bekend tientallen baby’s en peuters te hebben misbruikt en je bovendien ook weet dat hij schuldig is. Eenvoudigweg omdat je zelf de video-opnamen ervan hebt gezien, maar waarbij je ook weet dat het openbaar ministerie onrechtmatig aan deze banden is gekomen en je op basis daarvan bij de rechter om vrijspraak voor je cliënt zou kunnen vragen.
Het mag niet verbazen dat de twee advocaten in deze zaak ervoor kozen om laatst genoemd verweer - overigens zonder succes - aan de rechter op te voeren.
Het viel Van Nieuwkerk te prijzen dat hij tegenover de advocaten zich hardop afvroeg of het niet brutaal was om in deze zaak op basis van een “vormfoutje” om vrijspraak te vragen voor hun cliënt.
Maar zoals je kunt verwachten van advocaten kwamen ze met gelikte antwoorden als: “Een van de taken van een advocaat is om te kijken of het proces op een rechtmatige werkwijze is uitgevoerd en of de betrokken partijen zich hierbij aan de wet hebben gehouden”; “Wij moeten de rechter wijzen op gemaakte fouten, dat is onze taak en plicht en zo doen we dat in alle zaken” etc.
Op de vraag van Van Nieuwkerk wat er nou zou zijn gebeurd als Robert M. hierdoor was vrijgekomen, antwoordden de twee dat dat een deel van hun vak is waar ze achter staan en “we vinden dat we dat moeten doen”. Ondanks dat ze het niet hardop zeiden, kwam het er eigenlijk op neer dat in dat geval de verantwoordelijkheid of schuld voor de uitspraak geheel bij de rechter lag en niet bij hun.
 

Er is iets grondig mis met onze rechtspraak

Zoals ik al schreef in mijn column over Gerard Spong (klik hier) is er naar mijn mening iets grondig mis met onze rechtspraak in het algemeen. Uitgangspunt van rechtspraak zou ten alle tijden moeten zijn dat we de mensen die een misdaad hebben begaan op basis van zoveel mogelijk feiten (waarheidsvinding) een rechtvaardige straf geven die passend is bij wat ze hebben misdaan. Een ieder die in de juridische wereld werkt en die het hier niet mee eens is, heeft er naar mijn mening niets te zoeken.
In mijn “ideale”rechtstaat zouden zowel openbare aanklagers als advocaten moeten streven naar hetzelfde doe (zie het hierboven genoemde uitgangspunt) waarbij de een zich richt op het aanklagen van de verdachte en de ander zich bezighoudt met de verdediging. 
 

De kick van het vrij krijgen van een guilty-as-hell verdachte

Dat de heren Anker en Van der Goot wederom het beeld bevestigen dat advocaten goed moeten kunnen liegen, stoort mij het meest.
Stel je nou eens voor dat de heren door een vloek zouden zijn gedwongen om tijdens dit interview alleen maar de waarheid te spreken in plaats van er zo omzichtig omheen te draaien. Man, wat zou dat grappig zijn geweest.
Dan zouden ze ongetwijfeld iets hebben geroepen in de richting van: “Matthijs beste vent, tussen jou en ons gezegd interesseert ons de term rechtvaardigheid helemaal niets. Daar zijn we helemaal niet mee bezig. Wij zien zo’n zaak gewoon als een enorme uitdaging maar vooral in de eerste plaats als een spel dat we koste wat het kost willen winnen en laten we eerlijk zijn: wat is er nou mooier dan het vrij krijgen van een verdachte die “guilty as hell” is? Besef wel dat dát voor een advocaat de ultieme kick is Matthijs! Je cliënt is blij, wij zijn blij en iedereen om ons heen vindt ons fantastische advocaten en kijkt, net als jij, huizenhoog tegen ons op waardoor we nóg meer geweldige opdrachten krijgen van nóg grotere boeven en we nóg meer geld kunnen verdienen. Kortom Matthijs, wat denk je zelf: doen we dit werk uit idealisme of handelen we puur vanuit ons ego? Voor de kick, voor het geld!”

Ik hoop dat Matthijs van Nieuwkerk ook deze column leest en hij er inspiratie uit put voor zijn volgende gast-advocaat. Ditmaal verwacht ik een knock-out.




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

maandag 30 september 2013

94. Wachten op de dood

Privé - De Dood - Euthanasie

 

Hypochonderachtige trekjes

Mijn moeder belt mij regelmatig en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dat andersom  veel minder vaak gebeurt. Tegen de tijd dat ik denk van zal ik mama weer eens bellen, heeft ze mij ondertussen al lang gebeld en wordt mij wederom de kans ontnomen om mijn attente kant te laten zien. Ja, het ligt allemaal aan mijn moeder.
Mijn zus doet het veel beter. Zij belt mijn moeder regelmatig en zelfs zo vaak dat toen ze haar onlangs ‘s avonds een uur niet te pakken kreeg, ze iets uitzonderlijks deed: ze belde mij. Mijn zus heeft nogal hypochonderachtige trekjes en ze gaat in dit soort situaties dan ook meteen uit van het allerergste. Toen onze vader op late leeftijd voor het eerst vergeetachtig werd, riep ze meteen dat dat dementie was. “Gelukkig” voor haar (minder voor mijn vader) kregen we vele jaren later officieel te horen dat hij dementie had waardoor ze bevestigd zag dit soort dingen precies aan te voelen. Mijn moeder is met haar huidige vergeetachtigheid gewaarschuwd.
Dit keer viel het echter mee. Mijn moeder bleek niet alleen nog in leven te zijn maar ook nog een leven te hebben: ze was naar een concert geweest in plaats van thuis ergens eenzaam in een hoekje dood te zijn. Het plan van mijn zus om ’s avonds laat nog naar mijn moeder toe te rijden om alles te checken, kon voorlopig in de koelkast en de notaris hoefde ook nog niet te worden gebeld. 
 

Met succes euthanasie aangevraagd

Afgelopen week belde ik mijn moeder voor de verandering een paar keer. Dit was niet voor niets,  getuige ook het feit dat ik haar twee keer huilend aan de lijn kreeg. Het is nooit fijn als iemand die dichtbij je staat, huilt. Als mijn kinderen huilen, raakt het mij ook altijd. Een gevoel dat met de jaren overigens steeds heftiger wordt om de eenvoudige reden dat, normaal gesproken, kinderen minder huilen naarmate ze ouder worden en je er dus van uit mag gaan dat er serieus iets aan de hand is als ze dat wel weer een keer doen.
Aanleiding voor de tranen van mijn moeder was het nieuws dat een goede vriendin van haar met “succes” euthanasie had aangevraagd bij haar huisarts. De emoties waren begrijpelijk: van haar vriendinnen kent mijn moeder deze vrouw het langst. De vriendin heeft sinds een paar jaar de ziekte van Parkinson en vindt het nu blijkbaar welletjes geweest. Mijn moeder had met haar afgesproken dat ze elkaar volgende week voor het laatst zullen zien. Op het moment dat de euthanasie wordt uitgevoerd, zullen alleen haar dochter en zoon aanwezig zijn.
 

Alleen nog maar praten over begin-van-het-einde-onderwerpen

Ondanks dat ik niet in het hoofd van mijn moeders vriendin kan kijken, kan ik me wel iets bij haar beslissing voorstellen. Haar man is jaren geleden overleden, haar twee kinderen en kleinkinderen wonen in het buitenland en haar vriendenkring zal er op haar leeftijd (83) ook niet bepaald groter op zijn geworden de laatste tijd; integendeel. En dan krijg je tot overmaat van ramp ook nog zo’n vreselijke degeneratieve ziekte als Parkinson waardoor je lichaam steeds minder kan en je niets anders kunt doen dat het lijdzaam (veelal aan bed gekluisterd) te ondergaan en maar te wachten op de dood.
Ik zou het ook wel weten. Ik ben sowieso niet iemand die ernaar uitkijkt om zo oud te worden. De dag dat ik serieus euthanasie overweeg, is dezelfde dag waarop ik mezelf betrap alleen nog maar te praten over de typische begin-van-het-einde-onderwerpen: je eigen fysieke ongemakken en die van je bevriende leeftijdgenoten; al je bezoekjes aan ziekenhuizen, begrafenissen en crematies; het belang van het hebben van een goede band met je huisarts en “last but not least” eindeloze anekdotes uit een inmiddels ver verleden.
 

Taboesfeer

Niet dat ik overigens een voorstander ben om iedereen die het op late leeftijd even niet meer ziet zitten maar een spuitje te geven. Ook voor mij geldt dat dat wel aan alle kanten goed dicht beargumenteerd moet zijn. Verder zou ik eerlijk gezegd zelf nooit de “trekker” over willen halen, zoals bij die zoon die zijn moeder van 99 jaar een papje gaf van fijngestampte pillen waaraan ze overleed. De moeder wilde absoluut geen honderd worden, maar haar huisarts gaf geen toestemming voor euthanasie waarna de zoon het zelf maar besloot te doen en dit ook filmde als bewijs dat hij integer had gehandeld en de moeder het allemaal echt zelf wilde.  
Maar het blijft wel vreemd dat we in een wereld leven waarin we onze kat die helemaal op is uit liefde uit zijn lijden verlossen, maar dat dat met een dierbaar persoon niet zomaar kan en daar nog steeds een taboesfeer omheen hangt.
 

Maak er alsjeblieft een eind aan

Mijn vaders leven werd een paar jaar geleden in het ziekenhuis beëindigd door hem geen eten en drinken meer toe te dienen, waarna hij met behulp van morfine vredig insliep. Mijn vader was dement en had net daarvoor een beroerte gehad waar hij niet meer van zou herstellen.
Of het hier nu officieel ging om euthanasie of niet weet ik niet (Naschrift: inmiddels wel want dit heet passieve euthanasie door middel van palliatieve sedatie). Ik denk het niet, want we hebben geen verklaring moeten ondertekenen voor zover ik weet.  Maar eigenlijk is dat allemaal totaal irrelevant. Mijn vader was namelijk de eerste die had geroepen “Maak er alsjeblieft een eind aan!” en dus hoefden we geen seconde na te denken over wat we moesten doen in deze situatie.
Voor mijn vader kon ik alleen maar blij en opgelucht zijn dat hij was gestorven voordat hij ons niet meer herkende en hij fulltime naar een verzorgingshuis had gemoeten. Hopelijk hebben de zoon en dochter van mijn moeders vriendin straks een vergelijkbaar acceptatiegevoel omdat zij het zelf zo wilde.
Misschien dat op een dag het voorgevoel van mijn ongeruste zus na de zoveelste keer wel een keer uitkomt en we onze moeder dood in bed aantreffen. Dat zou mooi zijn. Rustig in je slaap sterven aan ouderdom is in deze tijd volgens mij weinigen gegeven en dood gaan we tenslotte allemaal. Al gelden voor mij natuurlijk nog steeds de woorden die niet meer gelden voor de man (Harry Mulisch) die ze ooit uitsprak: “Het feit dat ik doodga, moet eerst nog bewezen worden.”
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie

 

Foto: Tonko



93. Over hoe dom een slim mens kan zijn

Privé - Filosofie vs. Spiritualiteit - Intelligentie - Wetenschap

 

Verschillen tussen filosofie en spiritualiteit

Elke zaterdag tijdens het hockeyseizoen moedig ik mijn kinderen aan. Zoek de groep ouders langs de kant en je zult mij altijd een tiental meters verderop zien staan. Je kunt me een einzelgänger of loner noemen, maar zo ben ik altijd geweest. Niet dat ik iets tegen de ouders heb, maar ik ben gewoon niet goed in small talk-gesprekken. Ik voel me er ongemakkelijk bij en dan zonder ik me liever af.
Maar heel soms kijk ik niet goed uit, kom ik blijkbaar te dichtbij en geraak ik opeens in gesprek met andere ouders. Laatst overkwam me dat weer. Ik raakte in gesprek met een vader waarmee ik vorig jaar ook al eens had gepraat over filosofie. De precieze aanleiding weet ik niet meer, maar ongetwijfeld kwam toen ter sprake dat ik een eigen filosofiegroep heb en dat wekte zijn interesse.
Wat me toen al opviel, werd nu sterker benadrukt: hij is in de eerste plaats spiritueel ingesteld. Nu kun je al eindeloos met mij discussiëren over de overeenkomsten en verschillen tussen filosofie en spiritualiteit, maar ik zie toch vooral de verschillen.
Daar waar filosofie op zich weliswaar geen wetenschap mag worden genoemd, kun je wel stellen dat de wetenschap in de filosofie een voorname rol speelt. Zonder wetenschap geen filosofie. Bij spiritualiteit ligt dat anders. Tussen spiritualiteit en wetenschap zie ik weinig verband. Gevoel is waar het bij spiritualiteit vooral om draait. Afgezien van recente wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat meditatie daadwerkelijk positieve effecten heeft, zijn en blijven de meeste spirituele uitgangspunten gespeend van wetenschappelijke onderbouwing. Het is en blijft een gevoelskwestie en gevoel valt (net als geloof) nu eenmaal moeilijk, zo niet onmogelijk, wetenschappelijk te toetsen (zie over dit onderwerp mijn column 194!).
 

Geloven in waanideeën

De man begon enthousiast te vertellen dat hij de afgelopen tijd allerlei opzienbarende spirituele ervaringen had meegemaakt en ik merkte dat hoe fijn ik dat ook voor hem vond, ik zijn verhaal en zijn enthousiasme niet kon volgen laat staan delen. Maar proberen deed ik het wel, omdat ik als liefhebber voor alles wat maar mysterieus en geheimzinnig aan het leven is, altijd open zal blijven staan voor verhalen en meningen van spirituele mensen. Toch sloeg het gesprek op een gegeven moment dood toen de man aan me vroeg of ik óók in complottheorieën geloofde.
Deze vraag vond ik op zich al vreemd, aangezien ik me niet kan voorstellen dat iemand van zichzelf beweert in complottheorieën te geloven. Dat is voor mij net zoiets als dat je van jezelf zegt dat je in fantasiewezens als kabouters gelooft.
Mijn overtuiging dat de term complottheorie al iets absurds in zich heeft, werd even later bevestigd toen ik het woord in de Van Dale opzocht: “(waan)idee dat achter iets een complot schuil gaat”. Ik mag dan een afwijkend persoon zijn, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik niet in waanideeën geloof.
 

Bekendste complottheorieën

Van de bekendste complottheorieën (UFO in Roswell, moord op Kennedy, maanlanding 1969 etc.) bleek deze man ervan overtuigd te zijn dat de aanslagen van 9/11 door de Verenigde Staten zelf waren geënsceneerd.
Mijn vraag of hij op internet ook de tegenargumenten van deze complottheorie had bekeken, moest hij ontkennend beantwoorden. Waarop ik hem adviseerde dat eerst maar eens te doen. Met mijn mededeling dat het mij speet maar dat ik verder niets kon met zijn geloof in complottheorieën, bloedde het gesprek langzaam dood.
De man bleek dit echter niet prettig te vinden, want een week later kreeg ik van hem vier getypte A4-tjes in mijn handen gedrukt waarin hij uiteenzette dat hij het jammer vond dat ik alles wetenschappelijk benaderde en dat mijn denkwereld zou worden verruimd als ik meer open zou staan voor andere inzichten. 
 

Wat is intelligentie precies?

Het meest fascinerend vind ik de vraag die dit incident bij mij opriep: wat is intelligentie precies? Wanneer beschouw je iemand als slim? Als hij een hoog IQ heeft of is dat te simplistisch?
Neem de Amerikaanse schaker Bobby Fischer. Fischer was een genie met een IQ dat waarschijnlijk niet onderdeed voor dat van Albert Einstein. Toch was Fischer het prototype van iemand wiens genialiteit grensde aan waanzin. Vooral in de herfst van zijn leven bleek Fischer behalve een briljant schaker ook een paranoïde, antisemitische, Amerika-hatende gek te zijn die overal om zich heen complotten zag (pikant detail: behalve dat Fischer uit Amerika kwam, was hij ook joods).
Fascinerend hieraan is dat ik vermoed dat als je Fischer tijdens een van zijn tirades tegen al die samenzweerders zou hebben onderbroken voor het maken van een IQ-test de beste man waarschijnlijk zonder probleem boven de 160 zou hebben gescoord. Oftewel, zijn logisch verstand stelde hem wel in staat om moeilijke IQ-vragen correct te beantwoorden, maar zijn ratio bleek verder niet toereikend om te beredeneren dat een joods complot om de wereldmaatschappij te veroveren zachtjes gezegd niet waarschijnlijk was en in elk geval op geen enkel feit gebaseerd.
Over hoe dom een slim mens kan zijn. Vraag je mij naar mijn persoonlijke definitie van slimheid dan zit daar ook het vermogen in besloten om onderscheid te kunnen maken tussen, gechargeerd gezegd, werkelijkheid (objectieve feiten) en fantasie (subjectieve vermoedens, geloof, gevoel etc.).
 

Bovengemiddeld stug

Nou zal ik de man van het hockeyveld niet vergelijken met een Bobby Fischer - die duidelijk zowel geniaal als psychisch ziek was - maar ook bij hem vraag ik mij af hoe het komt dat een hoogopgeleid persoon (hij had economie gestudeerd) de voorkeur geeft aan het geloven van vage complottheorieën boven het gebruiken van zijn gezonde verstand waarmee hij deze theorieën al snel naar het land der fabelen zou kunnen verwijzen.
Ondanks dat meer onderzoek naar dit fenomeen vereist is, lees ik in de conclusies van onderzoeken tot nu toe dat mensen die in complottheorieën geloven onder andere: vaak lager opgeleid zijn; een chronisch gebrek aan vertrouwen in anderen hebben; meestal geloven in meer dan één complottheorie; een groot wantrouwen richting de overheid hebben; meer interesse hebben in spiritualiteit (!); bovengemiddeld stug zijn; door tegenargumenten alleen maar worden bevestigd in hun geloof, aangezien tegenargumenten vaak logisch zijn terwijl hun geloof dat niet is. 
 

Sterke behoefte aan controle over je leven

Een belangrijke functie die de complottheorieën voor hun volgers lijkt te hebben, is dat ze geruststellend werken. Mensen die het gevoel hebben geen controle te hebben over hun leven, krijgen door complottheorieën het idee dat alles wat gebeurt een reden heeft. Hierdoor ervaren ze weer wat meer grip en controle op de werkelijkheid en dat maakt hun leven stabieler.
In feite kun je overigens stellen dat genoemde functie - de sterke behoefte aan controle over je leven - behalve voor complottheoriegelovigen ook voor alle “gewone” gelovigen en spirituele mensen geldt. De meeste mensen willen niet horen dat alle schadelijke gebeurtenissen om hen heen door toeval bepaald worden. In het belang van het geloof in een enigszins eerlijke, rechtvaardige en dus voorspelbare en controleerbare wereld horen sommigen dan nog liever dat een bepaalde groep samenzweerders hiervoor verantwoordelijk is.
De man had gelijk dat ik graag alles wetenschappelijk benader. Zo ook hier. Als ik iets geloof dan is het wel dat de mens wil geloven en dat de verschillen in de mate waarin mensen geloven zullen voortkomen uit onderlinge verschillen in ons brein. Ik ben er dan ook van overtuigd dat op een dag de wetenschap zover zal zijn dat zij definitief kan vaststellen dat ik een meer wetenschappelijk brein heb en de andere vader een meer gelovig/spiritueel brein.

Ik denk dat ik zaterdag op het hockeyveld maar weer eens wat meer afstand ga nemen van de overige ouders.
 

 

Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

zaterdag 31 augustus 2013

92. Het toppunt van cynisme

Actualiteit - Oorlog - Liegen en bedriegen/Hypocrisie 

 

Bittere waarheid

Iedereen kent wel van die moppen van “Wat is het toppunt van geduld? Op je kop gaan staan en wachten tot je sokken afzakken.” Ik weet niet of er een dergelijke variant bestaat met het onderwerp cynisme, maar ik kan er wel een paar bedenken. Alleen zou ik het dan geen mop willen noemen, maar meer bittere waarheid: wat is het toppunt van cynisme? Beelden uit Syrië zien van dode mannen, vrouwen en kinderen na een gifgasaanval en denken dat het allemaal in scène is gezet om “de vijand” in een kwaad daglicht te stellen.
Ondanks dat inmiddels duidelijk lijkt dat er in Syrië daadwerkelijk een gifgasaanval heeft plaatsgevonden waarbij veel onschuldige burgers zijn gedood, klonken in de media veel wantrouwige geluiden toen vorige week de eerste beelden opdoken. De getoonde lijken zouden geen tekenen van gifgas vertonen. Deze "dode" mensen leken rustig te slapen terwijl je krampachtige uitdrukkingen zou verwachten na hun doodstrijd tegen het gas; het schuim uit de mond van slachtoffers was wel erg wit en zou meer geel en bruin moeten zijn, Assad zou aan de winnende hand zijn dus zou een gifgasaanval wel heel dom en onlogisch zijn etc.
Hoe vreselijk het ook is dat mensen zo cynisch denken, is het wel begrijpelijk. We leven tenslotte in een tijd waarin de macht van de media zo groot is dat je je kunt afvragen hoe vaak het voorkomt dat je iets uit het nieuws voor waarheid aanneemt wat helemaal niet waar blijkt te zijn. Ik vrees dat je het antwoord op deze vraag liever niet wilt weten, omdat je dan pas beseft hoe erg je wordt beetgenomen waar je bij staat.
 

Rambam

Ik zag ooit een uitzending van Rambam, een programma van de VARA waarin de makers “op creatieve en soms komische wijze zaken aanpakken die volgens hen niet kloppen of onrechtvaardig zijn”.
De redactie had zich voorgenomen om een aantal nieuwsitems te verzinnen en deze via de media te verspreiden om te zien of ze, zonder verdere verificatie en journalistieke hoor en wederhoor, werden overgenomen. Tot hun grote verbazing lukte dat wonderwel en kon de televisiekijker binnen no time genieten van nieuwtjes die van A tot Z uit de duim waren gezogen maar nu opeens als feit werden gepresenteerd.
Toegegeven, het ging hier slechts om triviale verzinsels en niet om serieuze politieke onderwerpen. Maar vervang de jongelui van de redactie van Rambam door een groep gehaaide spindoctors van een of andere kwaadaardige dictator (een pleonasme) en het in scène zetten van een gifgasaanval lijkt opeens niet meer zo vergezocht.
 

Wag the Dog

Al in 1997 maakte regisseur Barry Levinson de satirische film “Wag the Dog” waarin Robert de Niro als spindoctor de hulp inroept van een filmproducent (Dustin Hoffman) om voor de Amerikaanse president, die in een seksschandaal verwikkeld zit, een oorlog te verzinnen met een fictieve vijand zodat het publiek wordt afgeleid.
Nou zal ik niet beweren dat ik zo’n idiote complottheoriefreak ben die bijvoorbeeld gelooft dat de maanlanding in 1969 nooit heeft plaatsgevonden en dat dat allemaal in een studio in scène was gezet om de Russen een hak te zetten. Maar ik geloof wel dat de mens op het gebied van leugens, bedrog en manipulatie tot veel in staat is.
 

Het toppunt van hypocrisie

Wellicht zal de toekomst uitwijzen wat de waarheid is geweest rondom de gifgasaanval in Syrië, maar ik waag te betwijfelen of we bij dit soort complexe politieke gebeurtenissen ooit zullen weten wat er precies heeft plaatsgevonden. Ik vind het al triest en cynisch genoeg om te constateren dat je in deze wereld gerust onschuldige burgers kunt doden op een “normale” manier zo lang als je dat maar niet doet met behulp van chemische wapens. Want dan ga je blijkbaar pas over de grens en ontstaat er onder de internationale gemeenschap enorme verontwaardiging.
Wat is het toppunt van cynisme? Ik ken er nog een, al is die misschien meer het toppunt van hypocrisie: aan dictatoriale landen grondstoffen leveren die nodig zijn voor het maken van chemische wapens en er flink geld aan verdienen en dan vervolgens deze landen als straf bombarderen op het moment dat ze die chemische wapens gebruiken. Echt "lachen", maar helaas iets wat allesbehalve ondenkbaar is als je kijkt naar waargebeurde voorvallen uit het verleden. Kijk maar eens naar de rol van de Verenigde Staten en ook die van de Nederlandse zakenman Frans van Anraat bij de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op de Koerden in de Iraakse stad Halabja.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


woensdag 31 juli 2013

91. Zu spät oder nicht zu spät...

Actualiteit - WOII - Rechtspraak - (On)Rechtvaardigheid 




Hoop op opsporing en berechting zestig oorlogsmisdadigers

“Spät aber nicht zu spät”, met deze slogan is het Simon Wiesentahl Centrum in Duitsland afgelopen week gestart met een postercampagne om de laatste onberechte oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog berecht te krijgen.
Volgens berekening van de directeur, de Amerikaans/Israëlische nazi-jager Efraïm Zuroff, werkten er tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer 6000 mensen in de concentratiekampen en doodscommando's waarvan men schat dat inmiddels 98% dood is. Van de 120 mensen die nog leven, zal ongeveer de helft door ziekte niet meer in staat zijn om terecht te staan en dus is de hoop op opsporing en berechting gericht op de overgebleven zestig personen.

Zu spät oder nicht zu spät, das ist die Frage.
 

Criminele daden verjaren nooit

Menigeen zal vinden dat je deze hoogbejaarde mensen (van minimaal 93 jaar) met rust moet laten omdat het al zo lang geleden is en het nu geen zin meer heeft; zu spät kortom. Ik heb een andere mening, maar wel een met gemengde gevoelens.
Dat ik het niet en nooit te laat vind, komt omdat in mijn ogen criminele daden nooit verjaren (vreselijk tenenkrommend woord overigens: zie column 10). Ik wil leven in een wereld waarin mensen die misdaden begaan en die ermee weg lijken weg te komen, de boodschap meekrijgen dat ze de rest van hun leven - liefst met zoveel mogelijk gewetenswroeging - in onzekerheid zullen blijven verkeren, omdat als de kans zich eenmaal voordoet ze alsnog gepakt en berecht zullen worden. Waardoor gerechtigheid uiteindelijk toch zal zegevieren.
Dat deze campagne anno 2013 nog steeds nodig is, geeft echter al aan dat we helaas niet in zo’n wereld leven. Anders waren alle oorlogsmisdadigers natuurlijk al lang opgepakt en veroordeeld.
 

Vaker dan dat kwaad kwaad bestrijdt, dekt het elkaar

Je kunt lang en kort discussiëren over de vraag waarom de mensheid na haar overwinning op Adolf Hitler’s Derde Rijk zo laks en lamlendig is geweest als het gaat om het aan- en oppakken van de betrokken oorlogsmisdadigers. Met als vervelend gevolg dat uiteindelijk slechts een klein deel hiervan voor de rechter verantwoording heeft hoeven afleggen voor de begane misdaden.
Maar ik denk dat een lange discussie overbodig is: zo lang het kwaad zich in en om ons heen bevindt en we ons realiseren dat kwaad kwaad behalve bestrijdt misschien nog wel veel vaker dekt, is het moeilijk zo niet ondoenlijk om alle schuldigen van oorlogsmisdaden op te sporen laat staan ze rechtvaardig te straffen.
Zo wisten bijvoorbeeld vele duizenden nazi-misdadigers na de oorlog te ontkomen door naar Latijns-Amerika te vluchten. Dat dit lukte, was ten eerste te danken aan de Katholieke Kerk die de nazi’s voorzag van de benodigde papieren en nieuwe identiteiten.
Wellicht onder het mom van “Heb uw naaste lief als uzelf”, al is het wel jammer dat de Katholieke Kerk dit gebod van Jezus iets minder scherp op het netvlies had toen de joodse medemens in de jaren daarvoor zo dringend om hulp verlegen zat. Dat de nazi’s niet aan naastenliefde dachten toen ze al die joodse mannen, vrouwen en kinderen een kogel door het hoofd schoten of hen de gaskamers in joegen moge duidelijk zijn, maar van de kerk had men toch misschien wat meer compassie mogen verwachten.
Tweede reden waarom de naar Latijns-Amerika gevluchte nazi’s uit de handen van justitie wisten te blijven, heeft te maken met het feit dat ze daar met open armen werden ontvangen door dictators die droomden van een carrière à la Hitler (maar dan met een Happy End uiteraard). Tegen de bescherming die zij de nazi-voortvluchtigen boden, viel weinig uit te richten.
Een ander bekend voorbeeld van hoe men omging met oud-nazi’s is de geheime Amerikaanse Operatie Paperclip. Deze operatie had tot doel om aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zoveel mogelijk Duitse wetenschappers die voor Hitler hadden gewerkt op te pakken en naar de Verenigde Staten over te brengen. Niet om ze te berechten, maar om ze te gebruiken voor hun eigen militaire doeleinden (of voor de ruimtevaart). De bekendste nazi-wetenschapper die met zijn gehele team van ingenieurs en geleerden zo’n voorkeursbehandeling kreeg in de VS was Wernher von Braun.
 

Zu spät für Gerechtigkeit

Mij maakt het niet uit hoe oud en krakkemikkig misdadigers zijn: wie een misdaad heeft begaan, moet boeten.
Ongetwijfeld zal deze overtuiging mede zijn ingegeven door het feit dat ik niet gelovig ben. Als ik nou nog zou geloven dat alle nazi-oorlogsmisdadigers na hun dood de rest van de eeuwigheid mogen doorbrengen in een hel waarmee vergeleken Auschwitz een gezellig ontspanningsoord was, dan zou mijn wens (en haast) om misdadigers bij leven gestraft te zien wel een stuk minder zijn. Maar helaas geloof ik er meer in dat een nooit veroordeelde nazi-oorlogsmisdadiger als bijvoorbeeld wijlen “Engel des Doods” Jozef Mengele (kamparts in Auschwitz) opgelucht ademhaalde (?) toen hij na zijn dood in 1979 boven kwam en constateerde dat er helemaal niets was. Was für ein Gluck: zu spät für Gerechtigkeit!
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

woensdag 24 juli 2013

90. Verhalen van klokkenluiders lopen vrijwel altijd slecht af (2/2)

Actualiteit en privé - Klokkenluiders - Eerlijk en integer 

 

Indruisen tegen je geweten

Stel, je werkt bij een bedrijf en je komt erachter dat bepaalde collega’s er praktijken op nahouden die niet door de beugel kunnen. Er wordt fraude of diefstal gepleegd, men is corrupt, er worden grove fouten verzwegen of men verricht ernstige inbreuk op de privacy van mensen zonder dat ze dat weten. Ook buitenproportioneel verrijkingsgedrag past natuurlijk in dit rijtje. Alleen is dat gedrag inmiddels zo ingeburgerd dat alleen in tijden van crisis sommigen de moeite nemen om zich erover op te winden. Om te voorkomen dat de arme zelfverrijkers in de war raken, moeten ze de simpele regel onthouden dat wat ze doen geaccepteerd wordt zo lang als de rest het maar niet te slecht heeft (zie ook column 51).
Omdat genoemde praktijken indruisen tegen je geweten, maak je er op een dag melding van. Waarschijnlijk niet binnen je bedrijf, omdat de kans groot is dat op de plek waar je het officieel moet melden nou net die mensen zitten die óf zelf schuldig zijn aan deze misstanden óf van de aangeklaagde personen afhankelijk zijn. Dus je meldt het ergens anders en even later is het nieuws algemeen bekend en wordt al snel duidelijk dat jij de klokkenluider bent.
 

Uitblijven van steun

Op zich zou je mogen verwachten dat de meeste mensen net als jij niet gediend zijn van dergelijke misstanden en daarom blij zullen zijn dat iemand dit niet alleen heeft geconstateerd, maar het ook heeft gemeld waardoor er hopelijk iets aan gedaan kan worden.
Dat vooral de hoge piefen niet blij met je zullen zijn - omdat dergelijke missstanden nu eenmaal het meest voorkomen in de top waar de belangen het grootst zijn - zal geen verrassing zijn. Zij deden tenslotte iets waar ze beter van werden totdat ze zich door jouw verraad gedwongen zagen ermee te stoppen en ze tot overmaat van ramp ook nog risico lopen op vervelende juridische gevolgen.
Maar gelukkig zal het feit dat je met je actie een boel vijanden hebt gemaakt ruimschoots worden gecompenseerd door de enorme steun van al die mensen die net als jij ontzettend verbolgen en teleurgesteld zijn over de criminele activiteiten die hebben plaatsgevonden. Nietwaar?

Mis.

In de praktijk gebeurt dat niet. Verhalen van klokkenluiders lopen vrijwel altijd slecht af voor de betreffende klokkenluider.

Velen van hen verzuchtten na afloop dat als ze van tevoren hadden geweten welke ellende er allemaal op hen was afgekomen, ze met hun handen van de klok waren afgebleven. En nee, dat komt echt niet alleen door alle (te verwachten) negatieve reacties van de gecreëerde vijanden, maar dat heeft voor een groot deel ook te maken met het uitblijven van steun uit hoeken waar de klokkenluider die wel had verwacht.
 

Wat een eikel!

Het meest fascinerende hieraan vind ik te bedenken waarom klokkenluiders toch zo weinig steun krijgen van hun directe omgeving. Ik vermoed dat dat, zoals wel vaker het geval is, vooral met angst te maken heeft.
Mensen houden er niet van als iemand de status quo van hun dagelijks leven komt verstoren. Ook al zijn de redenen ervoor nog zo plausibel en nobel. De mens is een egoïst en zal in een situatie op het werk waarbij een collega misstanden aan de kaak stelt, vooral vrezen voor zijn eigen positie.
Het valt ook niet mee. Je werkt voor een bedrijf, alles gaat zijn gangetje, je krijgt maandelijks je salaris en opeens voelt een collega zich geroepen om de klok te luiden over een aantal misstanden daar. Ondanks dat de kans groot is dat je niet gek opkijkt van de aanklachten en je er zelfs niet aan twijfelt dat ze waar zijn, erger je je vooral aan de ontstane situatie. De rust is verstoord en wie weet wat er nu allemaal gaat gebeuren binnen het bedrijf. Je ergernis richt zich gek genoeg niet op de schuldigen, maar vooral op degene die het nodig vond om de beerput open te trekken: wat een eikel!
 

Besmettelijke ziekte

Het doet me een beetje denken aan mijn ontslag ooit vanwege, zoals dat zo mooi heet, een verstoorde arbeidsrelatie met mijn leidinggevende. Ondanks dat ik een prima relatie had met de rest van mijn collega’s op de afdeling veranderde hun houding op de dag dat bekend werd dat ik ontslag  aangezegd had gekregen.
Alhoewel negeren een te groot woord is, heb ik vanaf dat moment vrij weinig steun ervaren en in elk geval een stuk minder dan ik had verwacht. Op de afdeling leek het net alsof ik een soort van besmettelijke ziekte had gekregen. Net als dat mijn moeder me ooit vertelde dat ze merkte dat bekenden afstand van mijn vader namen toen bij hem dementie was geconstateerd. Veel mensen weten zich geen raad met situaties waarin bekenden iets overkomt dat appelleert aan hun eigen angstgevoelens. Door deze personen te negeren en te ontwijken, hopen ze kennelijk gevrijwaard te blijven van wat hen is overkomen.
 

Enorme bewondering

Bij klokkenluiders speelt zich een vergelijkbaar proces af: de klokkenluider doet iets waarmee hij in de problemen gaat komen en elke associatie van jou met de klokkenluider moet dan ook wel het risico op problemen voor jou vergroten. Uit angst en zelfbescherming kun je dan maar beter gewoon je mond houden en afstand bewaren.
Ik houd daar niet van. Mits een klokkenluider vanuit integere motieven handelt, zal hij altijd mijn steun krijgen. Voor mensen die het lef hebben om tegen de stroom in te zwemmen met alle risico’s van dien, kan ik niets anders dan enorme bewondering hebben. Dus zeg maar hoe ik kan helpen tegen deze exorbitante zelfverrijkingspraktijken mijnheer de klokkenluider en I’ll be your man. Gewoon uit principe.

Tenzij mij een zwijggeldbedrag wordt aangeboden waar ik niet omheen kan natuurlijk.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko


zondag 21 juli 2013

89. Vluchten in de armen van Poetin (1/2)

Actualiteit - Klokkenluiders - Eerlijk en integer




Cynisch over de mensheid

Zoals algemeen bekend is voormalig medewerker van de Amerikaanse veiligheidsdiensten CIA en NSA Edward Snowden momenteel op de vlucht voor de Verenigde Staten die hem willen veroordelen (ik schreef hier bijna “vermoorden” wat waarschijnlijk niet ver benevens de waarheid is),  omdat hij onlangs bekend heeft gemaakt dat deze diensten hun burgers afluisteren via het omvangrijke spionageprogramma PRISM.
Afgelopen week heeft de Amerikaanse klokkenluider tijdelijk asiel aangevraagd in Rusland. Als deze wordt goedgekeurd, kan Snowden daar minimaal een jaar verblijven. Behalve in Rusland zou Snowden ook terecht kunnen in Midden- of Zuid-Amerika waar Nicaragua, Venezuela en Bolivia hem asiel hebben aangeboden.
Om verschillende redenen word ik weer cynisch over de mensheid als ik het nieuws over Edward Snowden volg. Ten eerste weet ik vrijwel zeker dat Edward Snowden, kijkend naar een eventuele veroordeling, beter een moord had kunnen plegen in zijn land dan zijn medeburgers te waarschuwen dat hun overheid hen als een echte “Big Brother” in de gaten houdt en men (nog) minder privacy heeft dan men denkt.
Wie misstanden van de Amerikaanse overheid openbaar maakt, kan er (wat betreft diezelfde overheid: letterlijk graag!) gif op innemen dat hij een moeilijke tijd tegemoet gaat, om maar een understatement te gebruiken. Afhankelijk van wat je openbaar hebt gemaakt, kan ik me zelfs voorstellen dat je je leven niet zeker meer bent. Of kijk ik misschien teveel films?
 

Voordeel van de twijfel

Meest opvallend aan de hele ophef vind ik de vraag wat er nou precies zo opzienbarend is aan Snowden’s onthullingen. Hoe naïef ik soms ook kan zijn, ben ik toch niet zo naïef om te denken dat ik als burger ervan uit mag gaan dat mijn gangen op de sociale media door geen enkele autoriteit worden gevolgd of nagetrokken. Zeker in de Verenigde Staten van na 9/11 mag je als Amerikaans burger zulke praktijken toch juist verwachten.
Ik zou ook cynisch kunnen zijn over de werkelijke motieven van Snowden. Eenvoudigweg omdat ik ervan overtuigd ben dat er ook klokkenluiders zullen zijn die zich profileren als altruïstische held maar in feite alleen maar uit zijn op aandacht en roem.
Vooralsnog geef ik Snowden echter het voordeel van de twijfel en beschouw ik hem als een integere klokkenluider die puur uit gewetenswroeging zich genoodzaakt voelde om in het belang van de Amerikaanse burger aan de bel te trekken. Wat hem in mijn ogen een echte held zou maken, omdat ik wel waardering kan opbrengen voor een Amerikaanse burger met zoveel lef dat hij het durft op te nemen tegen zijn eigen overheid. En dat alles enkel om te strijden voor meer open- en eerlijkheid; prachtig!
 

The enemy of my enmey is my friend-mentaliteit

Waar ik als Snowden echter het meest moeite mee zou hebben in zijn situatie is de cynische constatering dat de hulp uit hoeken komt waarvan je je kunt afvragen of je daar nou zo blij mee moet zijn.
Natuurlijk is het fijn dat Rusland en een paar Latijns-Amerikaanse landen bereid zijn om je asiel te verlenen. Maar als ik in mijn strijd voor meer open-, eerlijk- en rechtvaardigheid mezelf genoodzaakt zie om te vluchten in de armen van een mijnheer Vladimir Poetin dan zou ik me toch eens flink achter de oren krabben en me serieus afvragen of ik wel zo goed bezig ben.
Zeker als je daarbij bedenkt dat Latijns-Amerika je enige alternatief is. Ik zou me dan net een nazi voelen die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog opgelucht constateert dat er in Zuid-Amerika nog genoeg boeven aan de macht zijn die uit bewondering voor Adolf Hitler je met open armen ontvangen in hun land. Ondanks dat ik besef dat de huidige leiders in Latijns-Amerika over het algemeen democratisch verkozen zijn en dus niet vergeleken mogen worden met de dictators van decennia geleden. Maar dat de scheidslijn tussen democratisch leider en dictator daar veel dunner is dan hier, is geen gewaagde uitspraak.
Hoe zou Edward Snowden zich nou voelen: als een held of als een opgejaagde crimineel die het geluk heeft door partners-in-crime en/of mensen met een “the enemy of my enemy (de VS) is my friend”-mentaliteit gedekt te worden?
Mijn God, ik zie mezelf als Edward Snowden al praten met een begripvolle Poetin die verontwaardigd reageert op mijn onthullingen over afluisterpraktijken in de Verenigde Staten. Ik denk dat als Poetin de banden van het gesprek later afluistert hij er hartelijk om zal lachen.
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

zaterdag 13 juli 2013

88. De comeback van de wolf

Actualiteit -  Dieren - Filosofie



Vrees van alle dieren op aarde de mens het meest

Tussen alle ellende in het nieuws zit er af en toe iets bij waar ik echt blij van word: de wolf is terug in Nederland. Helaas was mijn blijdschap van korte duur. Niet zozeer omdat het beest eenmaal in Nederland aangekomen meteen leek te zijn doodgereden door een automobilist die de wolf een eenmalige les leerde: vrees van alle dieren op aarde de mens altijd het meest. Maar vooral omdat inmiddels het vermoeden is gerezen dat het hier gaat om een practical joke van Oost-Europeanen die de dode wolf bij wijze van grap langs de weg zouden hebben neergelegd.
Ik vraag me af wie de humor hiervan inziet. Een Geert Wilders vermoedelijk niet, want die zal met dit nieuws ongetwijfeld zijn beeld bevestigd zien dat alle Oost-Europeanen oplichters zijn (uitgezonderd zijn eigen vrouw dan mag ik hopen). Maar de VVD bewijst dat er meer domme politici rondlopen: de partij liet al snel weten dat als er binnenkort in Nederland wolven komen wonen er serieus moet worden overwogen om deze dieren af te schieten. Wellicht dat ze bang zijn voor krassen op hun BMW of zo.
 

Geloven in sprookjes

Wolven zijn echter schuwe dieren en hebben sinds hun terugkeer in buurland Duitsland nog geen mens aangevallen. Mensen hebben nog altijd meer te vrezen van bijtgrage honden en vooral van het gevaarlijkste ras ter wereld dat deze bijtertjes op de wereld heeft gezet: het eigen mensenras (zie column 12).
Blijkbaar zijn VVD’ers meer geneigd om sprookjes te geloven dan bijvoorbeeld hun PvdA-collega’s die geen problemen hebben met een terugkeer van de wolf. Met dank aan traditionele sprookjes als Roodkapje en De Wolf en de zeven geitjes heeft de wolf tenslotte (onterecht) een zeer negatief imago verworven.
 

Een negatief imago kan dodelijk zijn voor een dier

Een negatief imago kan letterlijk dodelijk zijn voor een dier. Zo vraag ik me wel eens af of de wereldberoemde regisseur Steven Spielberg spijt zal hebben van het maken van zijn kaskraker “Jaws” (1975). 
Want behalve dat Spielberg verantwoordelijk is voor het maken van diverse wereldberoemde films als “E.T.” en “Schindler’s List” is hij door “Jaws” - hoe onbedoeld en indirect dan ook - tevens medeverantwoordelijk voor de moord op vele honderden miljoenen haaien.
Sinds “Jaws” de haai het negatieve imago meegaf als bloeddorstige killer is het haaienbestand niet toevallig met zeventig procent afgenomen. Terwijl kenners weten dat van de vierhonderd haaiensoorten hooguit één procent gevaarlijk kan zijn voor de mens. Waar in 2011 een record aantal van twaalf mensen door haaien werd gedood, is de wraak van de mens zoet: naar schatting worden jaarlijks honderd miljoen (!) haaien door mensen omgebracht. De witte Jaws-haai behoort inmiddels tot een van de meest bedreigde diersoorten ter wereld. 

Naschrift: in een interview in 2022 met de BBC heeft Spielberg inderdaad aangegeven dat hij het betreurt dat zijn film zo'n negatieve impact heeft gehad op de haaienpopulatie.
 

Dat alles in de natuur een functie heeft is een misvatting

Natuurlijk kun je je net als de Nederlandse filosoof Bas Haring in zijn boek “Plastic Panda’s” (2011) afvragen of het nou zo erg is dat bepaalde dieren uitsterven. Ook cabaretier Herman Finkers heeft zo zijn bedenkingen: “Het aantal bedreigde diersoorten neemt hand over hand toe. Er is zelfs sprake van een enorme plaag.”
Haring kan best een punt hebben in zijn standpunt dat het een grote misvatting is dat alles in de natuur een functie heeft en het er dus niet voor niets zal zijn. En tja, als hij gelijk heeft dan is dat wel een heel wijdverbreide misvatting. Kijk alleen al naar al die miljarden religieuze en spirituele mensen die van mening zijn dat hun eigen soort héél bijzonder en uniek is en dat ze dus wel met een functie, reden en/of doel op de wereld moeten zijn gezet.
Zelf geloof ik daar overigens niet in. In mijn visie bestaat het leven voor het grootste deel gewoon uit willekeur, geluk en pech. Maar de meeste mensen zullen deze visie alleen al uit zelfbescherming nooit kunnen en willen accepteren, omdat het natuurlijk een hele beangstigende gedachte is dat het leven op zich compleet zinloos is. De voorkeur geven aan een leven waarin - in meer of mindere mate - krampachtig wordt gezocht naar een bepaalde orde, logica én zin, vind ik dan ook niet zo vreemd (zie ook column 52).
In dit opzicht kan ik dus met de gedachtegang van Haring mee dat er in de natuur soms dingen zijn simpelweg omdat ze er zijn en niet omdat ze een bepaald nut zouden hebben. Dat hierdoor volgens de filosoof dan ook diverse diersoorten “gerust” kunnen uitsterven zonder dat dit ernstige gevolgen heeft voor het ecosysteem, betwijfel ik echter. En wel om de eenvoudige reden dat ecosystemen heel complex zijn. Hierdoor kunnen de gevolgen van het uitsterven van een bepaald diersoort op het eerste oog niet waarneembaar zijn, maar op de langere termijn wel. Bijvoorbeeld door factoren die indirect invloed uitoefenen, maar waar totaal niet aan gedacht is. 
 

Twee redenen waarom uitsterven diersoorten wel erg is

Waar ik zeker met Bas Haring over van mening verschil is de vraag of we het uitsterven van diersoorten zo erg moeten vinden. In tegenstelling tot Haring vind ik dat wel degelijk verschrikkelijk en wel om twee redenen.
Ten eerste omdat ik ervan walg dat de mens haar superieure positie op deze aarde meent te moeten gebruiken en misbruiken om vanuit puur egoïstische motieven en zonder enkele noodzaak natuur en dier(soorten) te gaan vernietigen en uit te roeien. Dieren (en planten en natuur) hebben evenveel bestaansrecht als mensen, punt.
Daarnaast was de wolf veel eerder in Europa - en dus ook in Nederland - dan de mens. En niet zo'n klein beetje eerder ook. Noem dit maar het recht van de eerste! Daar waar de eerste wolven al miljoenen jaren geleden hier aankwamen tijdens het Pleistoceen, verschenen de eerste moderne mensen (Homo sapiens) pas zo'n 50.000 jaar geleden.   
Hoe willekeurig het leven ook mag zijn, heeft er in de natuur altijd een bepaald evenwicht bestaan dat in feite alleen maar door de mens dramatisch is verstoord. En dat vind ik een kwade en kwalijke zaak.
De tweede reden is - over het ego gesproken - een esthetische reden: ik heb iets met dieren en vind bijvoorbeeld haaien, tijgers en wolven zulke prachtige beesten dat ik het doodzonde zou vinden als die er op een dag niet meer zouden zijn.
De vraag over een eventueel nut van deze dieren vind ik hierbij irrelevant. Het is een puur esthetische kwestie en ik ben de eerste die toegeeft dat dit ontzettend oppervlakkig en subjectief is. Als variant op de Calvé Pindakaas reclame "Ik vind het gewoon lekker" kan ik er niet veel meer van maken dan: ik vind (bepaalde) dieren gewoon mooi. 
Dat mensen meer empathie voelen voor charismatische diersoorten die als schattig, mooi of aaibaar worden gezien, is overigens een bekend fenomeen. Ook dáárin ben ik helaas niet uniek. Om die reden worden dieren als panda's, dolfijnen en tijgers natuurlijk ook veel eerder gebruikt in campagnes van natuurbeschermingsorganisaties dan minder aantrekkelijke diersoorten als reptielen, insecten of vissen. Wat wel een groot probleem is, aangezien er onder de minder aantrekkelijke dieren soorten zitten die essentieel zijn voor ecosystemen en die dus veel meer aandacht verdienen, zoals bijvoorbeeld bijen, mieren, gieren, steuren, kikkers en padden.

Ik kijk uit naar de comeback van de wolf in Nederland. Sinds de opmars van de wolf in Duitsland de afgelopen decennia is het niet meer de vraag of hij komt, maar wanneer. Elke keer als ik de Donald Duck lees, blijkt weer hoe pro-wolf ik ben: ik blijf de hoop hebben dat Midas op een dag eindelijk die irritante Knor en zijn broertjes te pakken krijgt. De VVD heeft vast wel suggesties hoe.


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
De grote boze wolf Midas (foto Tonko uit de Donald Duck)