zondag 1 maart 2015

177. Live long and prosper!

Actualiteit - Dood - Mister Spock - Filosofie

 





“Live long and prosper!”
 
En dat deed Leonard Nimoy.
 

Ach, gossie moment

Eergisteren was het weer eens tijd voor een “Ach, gossie” moment. Ditmaal bij het horen van het nieuws van het overlijden van Mister Spock: Leonard Nimoy.
Niet dat ik zoals Sheldon uit The Big Bang Theory₁ een echte Trekkie (diehard Star Trek-fan) ben, maar aansluitend op mijn column over favoriete films behoort “Star Trek” wel tot mijn favoriete TV-series ooit. Als klein jongetje werd ik al gegrepen door de mysteries van het heelal en dus was een serie als Star Trek natuurlijk geweldig opwindend.
Vorig jaar heb ik vanuit jeugdsentiment alle 79 afleveringen uit de originele serie weer eens teruggezien. Niet dat ik ze destijds ook allemaal had gezien. Van mijn ouders mocht ik niet eens naar Star Trek kijken, omdat ze zagen dat ik het best wel eng vond en ze mij er nog te jong voor vonden. Wat het allemaal natuurlijk alleen maar des te spannender maakte om Star Trek toch stiekem proberen te kijken, wat ik dan ook deed. Bijvoorbeeld bij een vriendinnetje waar het wel mocht.
 

Papier-maché

Vanzelfsprekend moest ik lachen toen ik de serie vorig jaar terugkeek. Wat ik destijds eng vond waren monsters gemaakt van papier-maché te midden van kartonnen decors, maar afgezet tegen die tijd en mijn jonge leeftijd toen maakte het een enorme indruk op me. Zelfs nu vind ik de Star Trek-afleveringen nog steeds leuk om naar te kijken.
 

Eén echte held in Star Trek

Voor mij, en voor velen met mij, was er natuurlijk maar één echte held in de serie. Nee niet de temperamentvolle kapitein James T. Kirk of de cynische dokter Leonard McCoy (“Bones”), maar de sympathieke, beschaafde, droge en o zo logische mister Spock. De half-mens (moeder) / half-Vulcan (vader) met zijn puntoortjes en zijn vermogen om met een klein greepje in de nek tegenstanders bewusteloos te doen neervallen.
 

Filosofie achter Star Trek (Gene Roddenberry)

Het mooie aan Star Trek is dat het niet zomaar een of ander sciencefictionserietje is dat ze destijds in elkaar hebben geflanst en dat toevallig een succes werd. Over alles in de serie is goed nagedacht.
Brein achter de filosofie achter Star Trek was zijn bedenker: de Amerikaanse humanist en sciencefictionschrijver Gene Roddenberry.
Om te beginnen wilde Roddenberry een serie die zich afspeelde in een utopische samenleving waarin geen onderscheid werd gemaakt tussen rassen en sekse en wereldproblemen als honger en armoede niet meer bestonden.
Om deze reden had de vaste bemanning van ruimteschip Enterprise ook bewust een gemengde afkomst: behalve de Amerikanen Kirk en McCoy en de half-Vulcan Spock had je verder nog een Aziaat (Sulu), een zwarte vrouw (Uhuru - ik heb in deze tijd het gevoel dat welk woord ik ook gebruik ik toch wel weer voor racist zal worden uitgemaakt), een Schot (Scotty van “Beam me up, Scotty”) en een Rus (Chekov).
 

Eerste interraciale kus op TV

Dat klinkt voor deze tijd misschien niet bijzonder, maar voor die tijd was dat het zeker wel. In de jaren dat de serie speelde (1966-1968) tierde de Koude Oorlog nog welig en was rassensegregatie in de Verenigde Staten nog heel normaal. Hoe vernieuwend, grensverleggend en baanbrekend Star Trek was, blijkt ook uit het feit dat een kus tussen kapitein Kirk en luitenant Uhura beschouwd wordt als de eerste interraciale kus op televisie.


Filosofie achter Spock en de Vulcans

Nog interessanter vind ik echter de (letterlijke) filosofie achter het personage waar deze column over gaat: mister Spock. Wie de serie en Spock wel kent maar niet de achtergrond van het verhaal, veronderstelt waarschijnlijk dat Vulcans net als Spock koude, emotieloze wezens zijn die alleen maar vanuit hun ratio kunnen handelen. Maar dat klopt niet.
In de wereld van Star Trek leven de bewoners van de planeet Vulcan al duizenden jaren in vrede en voorspoed, maar dat was niet altijd zo. Voor die tijd waren de Vulcans namelijk een extreem emotioneel en gewelddadig volk dat om deze reden zelfs dreigde uit te sterven.
 

Vulcan Filosoof Surak

Om dit te voorkomen, bedacht een Vulcaanse filosoof genaamd Surak een wijs plan. Volgens Surak was de oorzaak van het probleem van de Vulcans hun onvermogen om controle te hebben over hun emoties. Om te overleven moesten de Vulcans zichzelf een strenge geestelijke discipline zien eigen te maken waarmee ze hun emoties leerden beheersen en onderdrukken. Door deze op logica en rationaliteit gestoelde werkwijze in de samenleving te institutionaliseren kon een stabiele situatie worden bereikt waarin vrede en voorspoed floreerden. En aldus geschiedde.
 

Filosofie Vulcans tegenover filosofie Stoa

Het verhaal van de Vulcans heeft een duidelijk raakvlak met de filosofie van de Stoa of het Stoïcisme, de Griekse stroming die ongeveer 300 jaar voor Christus door Zeno van Citium werd opgericht. De stoïcijnen waren de eerste deterministen: ze waren ervan overtuigd dat alles voorbestemd was en met een reden gebeurde en dat zaken als toeval en een vrije wil dus niet bestonden. Je kon daarom maar beter je levenslot aanvaarden dan je ertegen te verzetten. Een goed leven betekende voor de Stoa een deugdzaam leven waarin men zich weigerde te laten leiden door gevoelens omdat gevoelens alleen maar een goed oordeel in de weg stonden.
Enkele voorbeelden in Star Trek maken de overeenkomsten tussen de Vulcans en de Stoa treffend duidelijk. Zo verklaarde de Stoïcijnse filosoof Epictetus (± 50 - 130) ooit: “Er is slechts één weg naar geluk en dat is op te houden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt.” In Star Trek wordt melding gemaakt van een bekend Vulcaans gezegde dat luidt: “In accepting the inevitable, one finds peace.”
Zowel de stoïcijnen als de Vulcans benadrukken de essentie van het uitschakelen van emoties op momenten dat je in een situatie bent die je toch niet kan controleren of veranderen. De Vulcaanse filosofie gaat altijd uit van het kiezen van het pad dat het meest logisch is: “Logic is the cement of our civilization, with which we ascend from chaos, using reason as our guide.”
De Stoïcijnse filosoof Seneca (± 4 v. Chr. - 65 n. Chr.) merkte over de emotie woede ooit het volgende op: “Anger, if not restrained, is frequently more hurtful to us than the injury that provokes it.” Spock kwam in Star Trek met een mooie variant hierop: “However, I have noted, that the ‘healthy’ release of emotion is frequently very unhealthy for those closest to you.”
 

Pinokkio

Uiteraard was Vulcan Spock als half-mens ook zeer gefascineerd door de menselijke emoties waarvan je kunt stellen dat deze in de serie goed gepersonificeerd werden in de vorm van de temperamentvolle kapitein Kirk. Opvolger van Spock in de latere Star Trek-serie “The Next Generation” werd trouwens de androïde Data, een robot die ervan droomde op een dag een echt mens met echte emoties te zijn. Net zoals Pinokkio en net zoals de robot David in een van mijn favoriete films, Artificial Intelligence, (2001 - zie ook column 175).
 

Meest wijze wezen

Prachtig als je ziet hoe - zonder dat de gemiddelde kijker het beseft - filosofie in de beroemdste sciencefictionserie verweven zit. Ondanks dat ik op bepaalde punten anders denk dan een stoïcijn (de keiharde deterministische visie dat alles is voorbestemd en alles een reden heeft, deel ik niet), zie ik  genoeg mooie dingen aan het stoïcisme (bijvoorbeeld als het gaat om de rol van zaken als ratio, logica, morele deugd, zelfbeheersing, acceptatie etc.) om te kunnen zeggen dat ik wel een liefhebber ben van deze filosofische stroming.
Voor mij was Spock veruit het meest wijze wezen in de serie. Ook privé bleek Leonard Nimoy een wijs mens te zijn getuige onderstaande filosofische citaten van hem én Spock.
Ik weet niet waar Spock/Nimoy nu is, maar wellicht doet hij nu eindelijk wat hij altijd al zo graag wilde:

“to explore strange new worlds, to seek out new life and new civilizations, to boldly go where no man has gone before.”




 

Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Zeker nu vind ik het heel jammer dat Leonard Nimoy nooit een gastoptreden in The Big Bang Theory heeft gehad. Wel sprak Nimoy in een aflevering de stem in van een Spock-pop die Sheldon van Penny had gekregen.
 
Mooie citaten:
 
“Once you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth."
“Without followers, evil cannot spread."
“Insufficient facts always invite danger.”
“The needs of the many outweigh the needs of the few, or the one.”
“Change is the essential process of all existence."
“I have never understood the female capacity to avoid a direct answer to any question.”


(Spock)
 
“Logic is the beginning of wisdom, not the end."
“The miracle is this: the more we share the more we have."
 
(Leonard Nimoy)
 
Voor bonuspunten nog het volgende citaat. Ik hoor graag van degene die weet van wie dit citaat afkomstig is:

“Een wijs mens is geen gevoelsmens, een wijs mens is een mens die het vermogen heeft om door middel van zijn logisch verstand controle te hebben over zijn gevoelens en ego
en deze daar waar nodig te onderdrukken, te beheersen of uit te schakelen als dat het algemeen belang dient. Dát is echte wijsheid.”

Mister Spoc (Leonard Nimoy)
 

vrijdag 27 februari 2015

176. Nee, van een eerste indruk moet jij het niet hebben

Privé - Eerste indruk

 



Geen positieve eerste indruk

“Nee, van een eerste indruk moet jij het niet hebben”, zei een psychologe van de week tegen me. Klinkt lullig, maar zo was het helemaal niet bedoeld. Zij mag mij (inmiddels!) graag net als ik haar. Maar het was gewoon een realistische uitspraak.
Mensen die mij voor het eerst zien, hebben over het algemeen geen positieve indruk van mij. Niet om zielig te doen, maar dat is gewoon een feit, want het is mij vaak genoeg verteld. Gelukkig door allemaal mensen die daaraan toevoegden dat ze me inmiddels graag mogen, maar dat ze dat op basis van hun eerste indruk van mij dus blijkbaar niet hadden verwacht.

Liever dit probleem dan het omgekeerde

Positief hieraan is dat ik tien keer liever dit probleem heb, dan het omgekeerde: “Ja Tonko, toen ik je voor het eerst zag vond ik je een ontzettend leuke vent, maar nu ik je eenmaal ken, moet ik toch even kwijt dat ik je eigenlijk een enorme lul vind.”
Iemand op het eerste gezicht heel erg aardig vinden en dat beeld langzaam (of soms snel) maar zeker naar beneden moeten bijstellen, is een verschijnsel dat in deze wereld heel veel vaker voorkomt dan mijn probleem. Denk alleen al aan relaties en scheidingen. Katja Schuurman kan hier inmiddels ook goed over meepraten, vermoed ik. Al is zelfs op het gebied van scheidingen in het oppervlakkige showbizzwereldje niets wat het lijkt: “Maar we houden nog steeds heel veel van elkaar en zullen altijd goede vrienden blijven.” Ja, ja, geloof je het zelf.

Alles zien zitten behalve mij

Heel veel jaren geleden deed ik via het toen nog bestaande Arbeidsbureau mee aan een sollicitatietraining. In een groep met hoogopgeleide werkloze mensen kregen wij training met als doel om onze kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Na een paar weken kregen wij de opdracht om met terugwerkende kracht na te denken over hoe onze eerste indruk van elkaar was geweest en in hoeverre deze nu achteraf bleek te kloppen of juist niet.
Meest opvallende “geval” hierbij bleek ik te zijn. Diverse mensen vertelden mij dat hun eerste indruk van mij negatief was geweest en dat ze dachten dat ik een vervelende, arrogante, moeilijke man was zonder humor. Gelukkig hadden ze dat beeld inmiddels bijgesteld en lieten ze me weten dat ze nu inzagen dat ik helemaal niet vervelend en arrogant was. Ze vonden me nu gewoon een hele aardige, beetje onzekere (alsof ik daar nou zo blij mee moest zijn) man met droge humor. Humor die ik overigens meer in mijn sollicitatiegesprekken moest gaan gebruiken, aldus de coach (zie column 19).
Jaren later werd een man op mijn werk na een succesvol sollicitatiegesprek rondgeleid op onze afdeling waar die tegenover mij zou komen te zitten. Eenmaal thuisgekomen zei hij tegen zijn vrouw dat hij het helemaal zag zitten op één klein detail na: mij. Hij vond mij onsympathiek overkomen. Later hebben we hier nog hartelijk om gelachen, want het klikte tussen ons heel goed. Ook op de tennisbaan overkwam me ooit iets dergelijks waar ik al eerder over heb geschreven: ik vond hem arrogant en hij mij en later werden we de beste vrienden (zie column 158).

Nooit tweede kans voor eerste indruk

Als je geen goede eerste indruk maakt, is dat in deze wereld natuurlijk wel een serieus probleem. Kijk bijvoorbeeld alleen al naar de wereld van werk/solliciteren en relaties/daten.
Niet voor niets werden we ooit in zo’n oppervlakkige, Amerikaans-achtige reclame voor “Head and Shoulders” al eens gewaarschuwd dat je nooit een tweede kans krijgt voor een eerste indruk. Zonde toch dat roos niet mijn probleem is, want anders had ik na één flesje “Head and Shoulders” met een big smile én prachtig golvende haren het leven weer optimistisch tegemoet kunnen treden. Mijn dochter zou zeggen “Welke golvende haren? Je hebt vrijwel geen haar.” En (onder andere) daarom houd ik van haar: vanwege haar - of moet ik zeggen mijn - humor. Over arrogant gesproken.

Onzekere houding interpreteren als arrogant 

Mijn theorie over mijn foute eerste indruk is simpel: ik was ooit een verlegen, nukkige, ontoegankelijke, einzelgängerige, nerd-achtige puber die vooral buiten de tennisbaan ongelukkig was.
Ondanks dat mijn houding sindsdien erg verbeterd is en ik nu vooral veel opener en toegankelijker ben, krijg ik die houding er nooit helemaal uit. Die onzekere puber die ik toen was, zal altijd ergens in mij blijven zitten. En dat is wat de meeste mensen als eerste bij mij zien.
Helaas voor mij is de mens daarbij echter geneigd om zo’n onzekere, verlegen houding meteen als arrogant en vervelend te interpreteren. Zelfs bij personen die aangeven heel erg intuïtief te zijn, vraag ik mij af of hun intuïtie ook bij mij blijkt te werken zoals die zou moeten werken. 
Of zou de intuïtie van intuïtieve mensen er ook wel eens naast kunnen zitten? Dit is voor mij overigens een retorische vraag, mede omdat ik denk dat veel "intuïtie" voortkomt uit ervaring en dus meer gebaseerd is op kennis en ervaring dan op gevoel...

Ideale pick-up line van een seriemoordenaar

Als tip kreeg ik van de psychologe om bij toekomstige sollicitatiegesprekken of dates dit probleem voortaan meteen te benoemen. Ik moest lachen. Ik zie het al voor me: “Hallo, ik wil meteen laten weten dat wat je nu van mij denkt niet klopt. In het echt ben ik veel aardiger en leuker, maar ik ben gewoon niet zo goed in het opwekken van een goede eerste indruk.” Het klinkt als de ideale pick-up line van een seriemoordenaar.
 
Ach, pas echt in paniek raak ik als ik te horen krijg dat ik het niet van een tweede (of derde of vierde) indruk moet hebben.





Tonko


 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
De kracht van mijn non-verbale communicatie.

donderdag 26 februari 2015

175. Soms raakt een film me

Privé - TV/Film/Docu

 




Films ter ontspanning en documentaires om van te leren

Als visueel ingesteld persoon, kijk ik graag films en documentaires. Waar documentaires me nog wel regelmatig bijblijven, geldt dat niet voor films. Wat niet vreemd is, aangezien documentaires en films natuurlijk veel van elkaar verschillen.
Selecteren van documentaires die ik wil zien doe ik op basis van mijn belangstelling waardoor mijn verwachtingen vanzelf hoog zijn. Als ik bijvoorbeeld een documentaire bekijk over kwantumfysica wat ik enorm interessant vind, dan mag ik verwachten dat hierdoor mijn kennis over kwantumfysica wordt vergroot en ik het dus automatisch een boeiende documentaire zal vinden.
Als ik een film wil zien, selecteer ik ook. Vooral op basis van het verhaal, het genre of de regisseur. Maar omdat ik films vooral gewoon kijk ter ontspanning zijn mijn verwachtingen automatisch lager. Als een film mij aan het denken zet of ik leer er iets van is het mooi meegenomen maar, mede op basis van mijn ervaring, ga ik daar niet van uit. 
 

Verbanden en patronen 

Wat voor mij een film goed maakt, is simpel: de film moet me bijblijven. Voor 95% van de films die ik zie, geldt dat niet. Ik kijk ze, ik vind ze op dat moment leuk (of niet) en dat was het dan.
Maar soms raakt een film mij. Wanneer dat precies gebeurt, wordt mij naarmate ik ouder word en meer (zelf)kennis krijg steeds sneller duidelijk.
Wat voor meer mensen zal gelden, geldt ook voor mij: als je naar mijn favoriete films kijkt, zie je diverse verbanden en patronen. Een beetje huis-tuin-en-keuken psycholoog kan op basis van deze lijst ongetwijfeld zinnige conclusies trekken over mijn persoonlijkheid. Net als dat je een profiel van iemand kunt maken op basis van zijn kleding, zijn (gevulde) boekenkast, zijn auto of zijn geraffineerde werkwijze waarop hij mensen vermoordt (daderprofilering bij seriemoordenaars). Om maar even een boeiende zijsprong te maken. Een sprong waar de meesten van ons zich gelukkig niet aan wagen.
Het is wellicht een leuk spel: vraag aan iemand in je omgeving die je nog niet zo goed kent een top tien van favoriete films en maak op basis hiervan een lijst met persoonlijkheidskenmerken van hem/haar.

Edward Scissorhands, Forrest Gump, The Truman Show e.a.

De afgelopen decennia zijn mij onder andere de volgende films bijgebleven: “Edward Scissorhands” (1990), “Forrest Gump” (1994), “Twelve Monkey’s” (1995), “Gattaca” (1997), “The Truman Show” (1998), “Meet Joe Black” (1998), “The Green Mile” (1999), "American Beauty" (1999), “The Matrix” (1999), “A.I.: Artificial Intelligence” (2001), “Big Fish” (2003) en “Eternal Sunshine of the Spotless Mind” (2004). 


Her (2014) met Joaquin Phoenix en Scarlett Johansson

Van de week zag ik een boeiende film die mij ook raakte en die aan dit rijtje kan worden toegevoegd: “Her” (2014). De film speelt zich af in de nabije toekomst en gaat over een introverte, net gescheiden man, Theodore (gespeeld door Joaquin Phoenix), die voor zijn werk met de computer persoonlijke “handgeschreven” brieven schrijft aan mensen. Dit doet hij in opdracht, en uit naam van relaties van deze mensen die dat zelf om wat voor reden dan ook niet kunnen of willen en dit dus liever uitbesteden aan dit bedrijf.
Op een dag schaft Theodore voor zichzelf een nieuw computer-besturingssysteem aan: “Samantha”. Zeg maar een soort TomTom met een aantrekkelijke vrouwelijke stem (van Scarlett Johansson) maar dan eentje waarmee je de hele dag - via oortjes - over van alles en nog wat kan communiceren. Theodore leeft door Samantha helemaal op en wordt zelfs hopeloos verliefd op “haar”.

Eenzaamheid

Het centrale thema van de film laat zich makkelijk raden: (omgaan met) eenzaamheid.
Wat mij er vooral aan raakte, is mijn overtuiging dat het hier gaat om een scenario dat ik zeer realistisch acht voor de nabije toekomst. Nu al doen mensachtige zorgrobots hun intrede in verzorgingshuizen. Voor hulp bij praktische taken, maar ook om gewoon te kunnen voldoen aan de steeds groter wordende behoefte onder eenzame senioren aan ”menselijk” contact. Contact waarvoor steeds meer verzorgers en helaas ook familieleden eenvoudigweg geen tijd meer lijken te hebben.
Een lastig dilemma: kiezen de vele eenzame senioren straks voor een leven zonder (veel) menselijk contact of gaan ze voor het "menselijke" contact met computers en robots? Aan de ene kant een triest vooruitzicht, maar aan de andere kant misschien toch een goed alternatief voor als een goede oplossing zich niet aandient.
Wie de Samantha uit de film beluistert, kan zich wel iets voorstellen bij het plezier dat “zij” Theodore bezorgt in zijn leven. Althans, ik kan dat wel. Op het fysieke aspect na, geeft Samantha feitelijk alles - en misschien zelfs meer - wat je van een partner mag verwachten (ik zal alleen maar niet vertellen hoe de film afloopt; kijk zelf maar).
 

Waarom een film mij raakt

Waarom een film mij raakt, komt voort uit een combinatie van factoren.
Soms behoort een film in totaliteit niet tot mijn absolute favorieten, maar hebben ze iets bijzonders, bijvoorbeeld op het gebied van het gebruik van prachtige kleuren (filters). Zoals bij dé favoriete film onder spirituele vrouwen: "Le Fabileux Destin d'Amélie Poulain" (2003). Ook "Alice in Wonderland" (2010) en het recentere "The Grand Budapest Hotel" (2014) hebben zo'n sprookjesachtige uitstraling die mij als liefhebber van sprookjesachtige films erg aanspreekt.
Mooie muziek kan eenzelfde meerwaarde hebben, waarbij "The Piano" (1993) mij te binnen schiet en de al genoemde "Amelie" en "Alice" wat mij betreft ook hoog scoren. Ook kan een origineel gegeven mij een film doen onthouden, zoals bij "Groundhog Day" (1993) waarbij Bill Murray steeds blijft hangen in dezelfde dag en deze keer op keer herbeleeft. Kwalitatief misschien geen bijzondere film, maar wel een boeiend (filosofisch) gegeven.   
Misschien wel de belangrijkste voorwaarde waaraan een film moet voldoen die mij zo raakt dat ik hem onthoud, is dat de film mij aan het denken moet zetten door middel van diepgaande, liefst filosofische thema's: werkelijkheid tegenover fantasie, goed tegenover kwaad, de rol van toeval, de dood, het leven, liefde, (vergankelijkheid van de) tijd, eenzaamheid, niet begrepen worden, worstelen met (bijvoorbeeld ethische) dilemma’s etc.
Tot slot helpt het enorm als ik sympathie en empathie voor de hoofdrolspeler in de film voel. Ik moet me in hem en zijn situatie kunnen inleven en liefst mezelf er (voor een deel) in herkennen.

Loners en einzelgängers

Toen ik op een dag mijn favoriete films op een rijtje zag, viel me op dat veel van de hoofdrolspelers een soort “loners” en einzelgängers zijn. Mensen die of van nature of door de omstandigheden (met een grote kans op frustratie!) ervoor hebben gekozen hun eigen weg te gaan en daarbij gezelschap plegen te vermijden. In mijn visie draait het hier om individualisten die op zoektocht zijn naar datgene wat volgens de Britse filosoof Alain de Botton (en daar ben ik het honderd procent mee eens) in feite elk mens in zijn leven hoopt te vinden: liefde, waardering en respect.
Dát zijn voor mij de mooiste verhalen en dat verklaart waarom een film mij raakt: gewoon omdat ze op en top menselijk en herkenbaar zijn. Ik word dan weer het kleine, spontane, emotionele jongetje van vroeger dat hartstochtelijk bezig was om sociaal contact te maken met de mensen om zich heen. Om gezien, gewaardeerd en geliefd te worden en om echt contact te maken zoals wij toch allemaal willen. Het jongetje ook dat kwaad werd als een klasgenootje gepest werd omdat die anders was en dus voor hem opkwam. Toen nog niet beseffende dat die kwaadheid vooral voortkwam uit herkenning bij het slachtoffer.
 

Ouders die niet van de "Samantha's" weg zijn te slaan

Samantha uit "Her" staat voor mij symbool voor het alternatief voor de toenemende eenzaamheid in de steeds individualistischer wordende maatschappij.
Heel ironisch hierbij is de gedachte dat daar waar de ouders van nu zich mateloos kunnen storen aan de fixatie van hun pubers op hun mobiele telefoons, dezelfde pubers als ouders van straks zich over dertig jaar wel eens kunnen gaan beklagen over het feit dat hun ouders en de opa en oma van hun kinderen niet van de "Samantha's" zijn weg te slaan. "Samantha's" die ze nota bene zelf uit egoïstische motieven op een dag aan hun ouders cadeau hadden gedaan "omdat iedere senior ze heeft en het ook wel weer zo zijn voordelen heeft."

Ik ga alvast nadenken hoe ik mijn Samantha later ga noemen...     
 





Tonko


 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

zaterdag 21 februari 2015

174. Zonder mijn kinderen had ik mezelf nooit gekend

Privé - Familie - Humor



Toeval

Ik ben een vader/co-ouder van drie kinderen. Kijkend naar mijn leven aangevuld met mijn heilig geloof in de factor toeval besef ik goed dat het net zo goed anders had kunnen verlopen. Voor hetzelfde geld was ik nu misschien ook een alleenstaande man geweest, maar dan wel eentje zonder kinderen.


Ook wel praten genoemd

Ik ben echter heel blij dat ik kinderen heb gekregen.
Nou kan ik als reden hiervoor een prachtig verhaal gaan ophangen vol met al die (ware) clichés over de schoonheid van het ouderschap. Dat ik geniet als zij genieten, dat ik de leukste kinderen van allemaal heb, dat het allemaal nog leuker wordt naarmate ze ouder worden, dat ik elk moment met ze moet koesteren omdat de tijd zo snel voorbij gaat etc.
Ja, kijkend naar mijn kinderen gaat de tijd inderdaad snel. Maar om nou te zeggen dat het er steeds leuker op wordt naarmate ze ouder worden? Niet voor niets roep ik wel eens dat ik terugverlang naar die goede oude tijd dat mijn kinderen nog baby, peuter of kleuter waren. Bijvoorbeeld als ik foto’s van vroeger bekijk (ik klink haast als een of ander sentimenteel wijf). Ach ja, die goede oude tijd waarin ik nog de illusie had dat ik enige invloed op ze had. Of dat ik nog op de ouderwetse manier met ze in contact kon komen (ook wel praten genoemd) zonder ze daarvoor eerst te hoeven whatsappen.
 

Egoïstische reden

Nee, afgezien van de leuke kanten die mijn kinderen heus wel hebben en laten zien in de periodes tussen de fases in waarin ik ze liever achter het behang plak, heb ik nog een hele goede, egoïstische reden om blij met ze te zijn. Zonder mijn kinderen had ik mezelf nooit gekend. Dan was ik uiteindelijk onwetend doodgegaan en had ik daarboven van God moeten horen dat ik vooral door mijn dikke onvoldoende voor het vak zelfkennis helaas was gezakt voor mijn toelatingsexamen tot de hemel en dus niet binnen mocht treden. Dacht je jezelf altijd goed te hebben gekend, krijg je opeens van God te horen hoe je écht was. Hoe vernederend.
Als ik mijn kinderen zie, zie ik simpel gezegd een beetje van mezelf, een beetje van hun moeder en een beetje van hen zelf. Dat laatste gebeurt vooral als ik irritante eigenschapen van ze met geen mogelijkheid bij mijn ex-vrouw kan plaatsen en ik de makkelijke conclusie trek dat ze die dan blijkbaar van zichzelf moeten hebben.
 

Alles van A tot Z zelf bedacht

Mijn dochter had onlangs haar verjaardagspartijtje waarvan ze van tevoren precies wist hoe die eruit zou moeten komen te zien. Eerst zou ze samen met haar vriendinnetjes koekjes bakken bij haar moeder en van daaruit zou dan een speurtocht beginnen richting mijn huis waarna ze met een deel van de meidengroep bij mij nog een slaapfeestje zou gaan houden. Ondanks dat ik mijn dochter door en door ken, ontstaat er tussen ons soms frictie op een manier waarvan ik later met mijn stomme naïeve kop bedenk dat ik dit natuurlijk al lang van tevoren had kunnen zien aankomen.
Ook nu gebeurde dat. Ik zou de speurtocht gaan maken en het leek mij wel handig om daarover eerst kort overleg met mijn dochter te voeren. Helemaal mis natuurlijk. Dan moet je net mijn dochter hebben. Ze had alles al van A tot Z zelf bedacht. Van de vragen en opdrachten tot aan het geheime woord dat de meiden aan het eind moesten raden om de speurtocht te kunnen winnen.
Ik probeerde haar eerst nog heel lief duidelijk te maken dat het voor haar toch leuker zou zijn om op haar eigen verjaardag aan haar eigen speurtocht mee te kunnen doen in plaats van alleen maar toe te kijken hoe haar vriendinnen het er af brachten met haar vragen en haar opdrachten. Een typische opmerking van een verstandige man in zijn beste jaren (gepikt van “Karlsson” van Astrid Lindgren). Maar mijn dochter zag dat anders. Binnen de kortste keren maakte ze ruzie en riep ze me moe en huilend toe dat ik haar helemaal niet begreep.


God's zoete wraak

Mijn dochter doet me op dit punt erg denken aan haar oudste broer. Beiden zaten ooit op tennis en beiden waren er al van af goed en wel voordat hun vader zijn succesvolle carrière als toptenniscoach was begonnen en hij zich afvroeg wat hij straks met al die miljoenen zou gaan doen.
Niets, helemaal niets namen ze van mij aan als ik ze een keer tips gaf tijdens een tennislesje van mij. Alles wat ik zei, deugde niet. Of het advies was fout. Of ik zag niet dat ze al lang deden wat ik hen adviseerde. Of ik moest niet zo zeuren en gewoon de bal overslaan zonder het spel steeds te onderbreken met irritante tips.
Ik moest denken aan al die mensen die mij gedurende mijn leven ooit eigenwijs hadden genoemd. Hadden die allemaal dan misschien toch een punt gehad en was het slechts God’s zoete wraak om mij nu met dit soort stronteigenwijze kinderen op te zadelen? Was ik al die tijd met mijn kinderen slechts bezig geweest met het kijken in een spiegel? Of bestond er toch ergens nog de mogelijkheid om ook dit af te schuiven op hun moeder of op het eigen(wijze) karakter van mijn kinderen zelf?
 

Belachelijk groot succes

Zoals Ivo Niehe zou zeggen, was de speurtocht een belachelijk groot succes. Ondanks de vooraf gegeven mededeling van mijn dochter dat ze er weinig vertrouwen in had als ze het aan mij zou overlaten. Alle meiden waren vrolijk en blij en één lieve vriendin van mijn dochter kwam mij aan het eind zelfs vertellen dat ze de speurtocht zo ontzettend leuk had gevonden.
Niet dat mijn dochter achteraf naar me toekwam om toe te geven dat ze zich had vergist en ze me alsnog hartelijk bedankte voor het geslaagde feestje. Al hoef ik haar daarvoor alleen maar aan te kijken om te weten dat het wel goed zat. In dat opzicht lijkt ze weer erg op haar moeder. Ook die liet zich nooit kennen en beet liever haar tong af dan dat ze sorry zei. En ook zij vond het nooit nodig om op incidenten terug te komen. Net als bij mijn dochter moest ik later maar zelf uit de non-verbale houding van mijn ex-vrouw opmaken of ze ergens spijt van had of niet.
 

Geen hoogte krijgen

De hockeycoach van mijn dochter vroeg me laatst of ik een tip had over hoe ik mijn dochter het best kon benaderen. Alle hockeymeisjes namen adviezen van hem aan, maar van mijn dochter kon hij maar geen hoogte krijgen. Hij wilde weten wat er in dat koppie omging en of zijn tips wel tot haar doordrongen. Ik zei dat ik hem een hand kon geven, aangezien dat typerend was voor mijn dochter. En voor haar moeder. Al zei ik dat laatste wijselijk niet. Ik dacht het hooguit.
 

Ironische humor

Ik denk dat als je eigenwijs juist definieert en dus niet verwart met koppigheid (zie column 4), je kunt stellen dat mijn kinderen hun eigenwijsheid meer van mij hebben en hun koppigheid meer van hun moeder. Toegeven dat ik ongelijk heb, kan ik prima. Tenminste als dat zich een keer mocht voordoen. In dat geval denk ik wel dat ik er geen moeite mee zal hebben.
Ondanks het gesloten karakter van haar moeder voel ik met mijn dochter een hechte band. En behalve onze eigenwijsheid hebben we nog meer overeenkomsten. Zo hoor ik dat haar juf en vriendinnen mijn dochter verbaal soms heel gemeen vinden. Waarbij ik meteen weet hoe dat komt: door haar van mij geleerde ironische humor die, sorry maar waar, vooral voor vrouwen nogal verwarrend kan zijn.
 

Briljante adviezen

Ook aan het einde van de speurtocht zag ik nog een overeenkomst. Mijn dochter was chagrijnig omdat haar groep het geheime woord niet had geraden en dus verloren had. Ik vertelde haar dat mijn ouders voor mijn verjaardag ook ooit een speurtocht hadden gemaakt, maar dat ik had geleerd hoe ik moest omgaan met niet tegen mijn verlies kunnen. “Hoe dan?”, vroeg ze. “Door nooit te verliezen schat.”
Dat ik me niet kon herinneren dat ik boos geworden was tijdens die verjaardag kon alleen maar betekenen dat ik die speurtocht gewoon gewonnen had. Soms is de oplossing zo simpel.
Briljante adviezen geef ik toch, al zeg ik het zelf. Onbegrijpelijk dat zelfs mijn eigen dochter zo stronteigenwijs is dat ze dat niet inziet...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

Een van de vragenlijsten van de speurtocht (foto: Tonko)
 

zaterdag 14 februari 2015

173. Voor hoogbegaafden is de ING the place to be!

Privé - Liefde/Vriendschap - Hoogbegaafdheid 







Zweem van superioriteit

Hoogbegaafd. Ik hoef alleen maar dit ene woord op te schrijven en ik weet al dat er onmiddellijk lezers geïrriteerd zullen afhaken door de negatieve associaties die ze hebben met dit begrip. Ik schreef hier al eerder over.
Het woord ("hoog"!) is ook zeer ongelukkig gekozen omdat het een zweem van superioriteit in zich draagt. Als je zegt dat je erachter bent gekomen dat je hoogbegaafd bent, denken de meeste mensen dat je net hebt gezegd dat jij een genie bent en zij lekker niet en dat vindt men beledigend en arrogant.
 

Pochen

Ook brengt het negatieve associaties met zich mee doordat veel mensen erbij zullen denken aan van die (echt bestaande) ouders die pochen met hun hoogbegaafde kinderen en die hun mindere prestaties meteen afdoen met de verklaring dat ze aan het onderpresteren zijn of dat ze zich overal altijd maar zo enorm lopen te vervelen.
Alsof hoogbegaafden overal in uitblinken en niet gewoon ergens matig of slecht in kunnen zijn. En alsof hoogbegaafdheid een prestatie is in plaats van dat het net als autisme en ADHD gewoon aangeboren is.
Natuurlijk moet je altijd trots zijn op je kind. Maar niet omdat hij hoogbegaafd is, want dat slaat helemaal nergens op. Ik heb ook nog nooit een ouder horen zeggen dat hij er trots op is dat zijn kind autisme of ADHD heeft En terecht (en dit klinkt uiteraard botter dan ik bedoel).

Ondanks dat ik dit allemaal weet, pleeg ik nog steeds de negatieve impact die het woord hoogbegaafd oproept te onderschatten.
 

Hoog in zijn bol

Een tijdje terug was ik met een vriend uit eten. Hierbij vertelde ik hem dat ik ondanks recente dalen in mijn leven blij en opgelucht was dat daar tegenover stond dat ik de laatste jaren wel mezelf heel goed heb leren kennen.
Hierdoor weet ik met de nodige hulp van psychologen, psychiaters en hoogbegaafdencoaches inmiddels niet alleen zeker dat ik hoogbegaafd ben, maar heb ik dit nu eindelijk ook écht geaccepteerd. Ongeacht wat mijn omgeving of wie dan ook ervan vindt.
Dat accepteren was voor mij simpelweg ook het meest logische om te doen als je tijdens het analyseren van je leven, je karakter en je valkuilen steeds maar weer opnieuw uitkomt op één verklaring, één woord dat keer op keer terugkomt: hoogbegaafdheid. Hoe hard ik ook heb geprobeerd om een andere verklaring te vinden, en neem maar van mij aan: daar heb ik veel moeite voor gedaan! Vooral omdat ik bang was dat mijn omgeving mij met deze verklaring al zag aankomen en zich zou afvragen waarom die Tonko het opeens zo hoog in zijn bol had gekregen.
 

Makkelijk

Inmiddels vind ik dat ik na mijn acceptatie dit hele verhaal ook tegen vrienden moet kunnen zeggen en zeker tegen deze vriend. Als persoon ken ik er weinig die zo makkelijk zijn als hij. Wat je ook doet of zegt, het maakt hem allemaal niets uit, hij vindt alles prima. Zelfs als ik hem voor niets op het Leidseplein heb laten wachten omdat ik (chaotisch als ik kan zijn) weer eens een afspraak met hem compleet was vergeten, zei hij dat het allemaal niet erg was.
Ongetwijfeld zal ook hij heus wel eens boos zijn, maar ik heb hem in elk geval nooit boos gezien. Overigens is het geen toeval dat hij zo makkelijk is, want ik ben dat zelf ook. Andersom reageer ik vergelijkbaar als hij, wat ook nadelen heeft als je bijvoorbeeld samen een restaurant wilt uitzoeken: “Zeg jij het maar, mij maakt het niets uit.” “Nee, zeg jij het maar.” Enzovoort.
 

Schaamrood op de kaken

Tot mijn verbazing reageerde hij op mijn verhaal over hoogbegaafdheid echter heel anders dan ik had verwacht. Hij kon zich helemaal niets bij die hoogbegaafdheid van mij voorstellen. Bij hoogbegaafden dacht hij aan briljante mensen die hele bijzondere prestaties leveren en dat zag hij nou niet bepaald bij mij.
Nu had ik het gesprek natuurlijk heel kort kunnen houden door hem hierin volledig gelijk te geven.
Wie mij en mijn leven aanschouwt, ziet tenslotte inderdaad niet een-twee-drie, noch vier-vijf-zes een genie aan het werk (alleen als je wat beter kijkt - zoals bij het zelfstandig oplossen van de Rubik's Cube - uiteraard wel…). Bijzondere prestaties waarmee de mensheid is gediend, heb ik ook niet geleverd en ik vermoed zomaar dat dat ook niet meer gaat gebeuren.
Een jaar, zelfs een halfjaar geleden nog zou ik dit gesprek hebben beëindigd door hem met het schaamrood op de kaken meteen gelijk te geven. Maar de tijden zijn veranderd. Nu heb ik een hele andere houding. Door mijn zoektocht naar mezelf heb ik de afgelopen jaren heel veel kennis opgedaan op het gebied van hoogbegaafdheid en begrijp ik exact waarom tijdens mijn zelfanalyses dit ene begrip steeds maar weer opnieuw opduikt.

Dus als er nu iemand in mijn leven verschijnt die van mening is dat ik helemaal niet hoogbegaafd ben, dan wil ik daarvoor wel graag op zijn minst een hele goede onderbouwing horen met sterke, op kennis en feiten gebaseerde argumenten. En daar reken ik niet een aanname onder dat alle hoogbegaafden genieën zijn die indrukwekkende prestaties hebben geleverd, want dat is wel een hele oppervlakkige (sorry...), kortzichtige en vooral foute voorstelling van zaken. 
 

Volslank

Al bestaat er binnen de wereld van hoogbegaafden al jaren discussie over hoe je hoogbegaafdheid nou precies moet definiëren. Waar de een vindt dat een gemeten IQ van boven de 130 daarvoor volstaat, vindt de ander dat niet voldoende en behoor je daarnaast - jawel - ook nog uitzonderlijke prestaties te hebben geleverd.
Natuurlijk kan men nu stellen dat ik dit zeg omdat ik geen uitzonderlijke prestaties heb geleverd, maar ik vind die laatste definitie echt lachwekkend.
Het is een definitie die overduidelijk is voorgesteld door een hoogbegaafde die zelf uitzonderlijke prestaties heeft geleverd of in elk geval vindt dat hij dat heeft gedaan. Net als dat het niet gewaagd is te veronderstellen dat de idiote term “volslank” ooit is bedacht door een dik iemand met een minderwaardigheidscomplex.

Als we ervan uitgaan dat je alleen maar hoogbegaafd kunt zijn als je uitzonderlijke prestaties hebt geleverd, moet je er dus ook van uitgaan dat je niet laagbegaafd kunt zijn als je per ongeluk iets aardigs hebt gepresteerd. Tja, zo lust ik er nog wel een paar...

Autoriteit heeft moeite met jou!

Tussen mijn vriend - een succesvolle manager bij de ING - en mij ontstond vervolgens een pittig gesprek waarbij over en weer irritatie ontstond. Iets wat ik nog niet eerder met hem had meegemaakt.
Op een gegeven moment had ik het erover dat veel hoogbegaafden in reguliere banen tegen problemen aanlopen, bijvoorbeeld in hun contacten met leidinggevenden. "Je hebt moeite met autoriteit" heet dat in de lijstjes van kenmerken van hoogbegaafdheid. Al vraag ik mij zelf eigenwijs/hoogbegaafd als ik ben af of deze omschrijving wel klopt. Volgens mij zou er voor dit kenmerk namelijk het omgekeerde moeten staan: "Autoriteit heeft moeite met jou!".  Zo ervaar ik dat in elk geval...
Sprekend vanuit mijn eigen ervaring, gaf ik aan mijn vriend aan dat ik wel begreep hoe dat kwam. Als je als leidinggevende van een of andere wijsneus van de “werkvloer” (opbouwende) kritiek krijgt met daarbij adviezen over hoe zaken beter en efficiënter kunnen en het gaat daarbij ook nog eens om gegronde kritiek en adviezen, dan is de kans niet ondenkbaar dat zo’n leidinggevende zich in zijn ego voelt aangetast.
Dat veroorzaakt bij de leidinggevende een onprettig, dissonant of zelfs bedreigend gevoel waar hij vanaf wil zonder dat dat ten koste gaat van zijn aangetaste ego. Door zijn hogere positie in de hiërarchie is dat voor hem gelukkig geen probleem. Negeren, slecht beoordelen en vervolgens “gewoon” ontslaan zijn hierbij de meest voor de hand liggende methoden.
 

Allerdomste

De reactie die mijn vriend hierop gaf, was zeer verrassend: “Zoiets doms heb ik nog nooit gehoord. Echt, dat is wel het allerdomste wat ik ooit heb gehoord. Alle leidinggevenden bij de ING zijn juist hartstikke blij met iedere werknemer die met een goed idee komt. Dat vinden wij juist geweldig.” Voor hoogbegaafden was wat hem betreft de ING kortom "The Place To Be".
Ik reageerde daarop door te zeggen dat hij zijn handjes dan wel mocht dichtknijpen dat hij toevallig werkte in het enige bedrijf in Nederland waar de leidinggevenden niet gehinderd werden door hun ego’s.
Voordat het gesprek uit de hand liep, kwamen we uiteindelijk maar tot een soort van compromis: de ING sluit iedere werknemer met goede ideeën in de armen, maar wel op voorwaarde dat die ideeën tactvol worden gebracht. Iedere werknemer die een briljant idee heeft, maar dit op een botte en tactloze wijze communiceert (wat inderdaad een valkuil voor hoogbegaafden kan zijn, maar overigens ook voor niet-hoogbegaafden volgens mij), kan meteen oprotten. Aldus mijn vriend. Want zo werkte dat volgens hem nu eenmaal.
 

Overwinning op mezelf

Nog even probeerde ik de discussie aan te slingeren dat als een briljant idee het bedrijf ten goede zou komen, het toch niet zou moeten uitmaken op welke wijze dit idee zou worden aangedragen. Anders snijd je jezelf als bedrijf toch in de vingers? Maar ik besloot het verder hierbij te laten, aangezien ik niet de behoefte voelde om deze discussie op de spits te gaan drijven. 
Ondanks de onplezierige ervaring van de ontstane irritatie en mijn verkeerde inschatting van mijn vriend op dit punt, was ik ook trots op mezelf. Trots omdat ik vroeger in deze discussie meteen zou hebben toegegeven, maar ik inmiddels zover ben dat ik me niet uit het veld laat slaan door iemand die van de materie duidelijk minder kennis heeft dan ik. Ja, een overwinning op mezelf en een mooie prestatie.

Al vrees ik dat dit niet als een uitzonderlijke prestatie zal worden aangemerkt. Heel jammer, de briljante genie in me blijft voorlopig nog steeds onopgemerkt.

Maar goed, ik ben nog niet dood...
 





Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Fokke en Sukke: Hoogbegaafd
  

vrijdag 30 januari 2015

172. De vergeten verkrachting van Nanking

Actualiteit - Moord en Doodslag/Verkrachting

 





Afschrikwekkend imago

Als je als groep kwaadaardige mannen veel tijd hebt gestoken in het opbouwen van een berucht en afschrikwekkend imago is het natuurlijk wel zaak om de aandacht niet te laten verslappen om te voorkomen dat je op een dag opeens voor watje wordt uitgemaakt.
“Gelukkig” is de Islamitische Staat (IS) zich bewust van dit gevaar en dus circuleerden de afgelopen tijd op internet weer nieuwe walgelijke IS-foto’s en -filmpjes: van homoseksuele mannen die van flats worden afgegooid, van kleine jongetjes die IS-vijanden een kogel door het hoofd "mogen" schieten en van Japanse gijzelaars die zijn onthoofd of dat lot nog staat te wachten.
Al is er op het moment van schrijven nog hoop voor de overgebleven Japanse gijzelaar Kenji Goto dat hij samen met een door de IS gevangen genomen Jordaanse piloot wordt geruild tegen een in Jemen gevangen genomen en ter dood veroordeelde Iraakse jihadiste.
 

Gemengde gevoelens

De Japanse premier Shinzo Abe sprak van de week zijn afschuw uit over de onthoofding van een van zijn landgenoten en noemde het een waanzinnige en ontoelaatbare terreurdaad. Sommige communicatieboodschappen zijn zo logisch als wat, maar moeten desalniettemin toch uitgesproken worden. Elke hoogwaardigheidsbekleder kent dit soort verplichte sociaalwenselijke verklaringen.
Hoe logisch, meelevend en oprecht de woorden van de Japanse premier ook zullen zijn, lijk ik haast een Tweede Wereldoorlogsveteraan als ik zeg dat ze gemengde gevoelens bij me oproepen. Niks ten nadele van de na 1945 geboren liberaal-democratische premier Abe, maar als ik “Japan” en “onthoofding” in één bericht lees, heb ik in de eerste plaats toch andere associaties dan met de IS. Ik moet onmiddellijk aan de door velen vergeten verkrachting van Nanking denken. Om alles maar een beetje in perspectief te brengen...
 

Lieverdjes

Omdat Japan een ver-van-mijn-bed-land is, zullen veel Nederlanders niet eens weten waar ik het over heb. Waar in Nederland onder bepaalde (oudere) mensen richting de Duitsers nog steeds haatgevoelens zullen leven, zal dat niet gelden tegenover Japanners. Ik vermoed dat de meeste Nederlanders eerder neutrale of positieve associaties met Japan hebben dan negatieve.
Hoe anders is dat in China waar de meeste ouderen met terugwerkende kracht er maar al te graag voor zouden hebben getekend dat ze in 1937 niet door Japan maar door Duitsland waren aangevallen. Vergeleken met de Japanners waren de nazi’s haast lieverdjes, hoe absurd dit ook moge klinken.
 

John Rabe

Flagrant voorbeeld van de wreedheid van de Japanners vormde hun inname van de toenmalige hoofdstad van China, Nanking, in december 1937. In zes tot acht weken tijd vermoordden de Japanners naar schatting 300.000 van de 700.000 inwoners van Nanking. En dat hadden er nog heel wat meer kunnen zijn als de Duitse (nazi!) directeur van de Siemensfabriek in Nanking, John Rabe, niet rond de tweehonderdduizend (!) Chinezen zou hebben gered door het creëren van een veiligheidszone middenin de stad. Een aantal waarbij vergeleken de dankzij Steven Spielberg beroemd geworden Oskar Schindler (van de film “Schindler’s List uit 1993) maar een amateurreddertje was. Schindler redde in het huidige Tsjechië de levens van ongeveer duizend joden.
Wie bij Triviant ooit de vraag krijgt “Noem één echte naziheld uit WOII” weet nu dat dat John Rabe moet zijn. Een man die tot de dag van vandaag in China als een heilige wordt beschouwd.
 

Tienduizend-lijken-greppels

Helaas voor de Chinezen gebeurde het moorden van de Japanners in veel gevallen niet op een “humane” (??) manier of met behulp van gaskamers of zo, maar op een meer gruwelijke en sadistische wijze. Voor de Japanners waren Chinezen het laagste van het laagste soort op aarde; üntermenschen (de Japanse term ken ik niet) die het niet verdienden om te leven.
Wie “geluk” had werd door de Japanners met machinegeweren neergemaaid bij de zogenaamde “tienduizend-lijken-greppels” aan de Yangtze. De rivier die na de moorden nog dagenlang rood kleurde van het bloed. Maar wie pech had wachtte een veel wreder lot en werd bijvoorbeeld levend verbrand, levend begraven, doodgeslagen, onthoofd, vastgenageld aan bomen, opgehangen aan de tong of doodgestoken door bajonetten.
Sommige Chinese mannen werden door de Japanners zelfs levend gebruikt voor hun bajonettraining. Naar schatting 80.000 Chinese meisjes en vrouwen werden achtereenvolgens (veelal door groepen) verkracht, verminkt (lichaamsdelen en borsten werden afgesneden) en vermoord. Verder zijn er getuigenissen van gruwelijke gebeurtenissen waarbij Japanse soldaten de buiken van zwangere vrouwen opensneden om de foetus te verwijderen of waarbij ze baby’s omhoog gooiden om ze vervolgens op te vangen op hun bajonetten.
Een bekend verhaal waar de Japanse kranten vol trots melding van maakten, was een wedstrijd tussen twee officieren die erom draaide wie van de twee als eerste honderd Chinezen had onthoofd. Door een soort van gelijkspel werd de wedstrijd verlengd tot het aantal van honderdvijftig zou worden gehaald.
 

Sterk overdreven

Negentien miljoen Chinezen kwamen door de oorlog met Japan om. Tot op de dag van vandaag wordt in Japan het bloedbad van Nanking nog steeds gebagatelliseerd; het zou allemaal sterk overdreven zijn (sommige Japanners spreken dan ook liever van het Nanking “incident”), Japanners zouden zich juist als "humane bezetters" hebben gedragen, China moest eerst maar eens kijken naar de slachtoffers die onder hun eigen leider Mao waren gevallen etc.
Officiële erkenning voor wat er in Nanking is gebeurd en officiële excuses daarvoor zijn er vanuit Japan nooit gekomen. Laat staan dat er herstelbetalingen zijn gedaan (wat medeagressor Duitsland overigens wel deed). In Japan schijnt sowieso een wijdverbreide neiging te bestaan om zichzelf eerder als slachtoffer dan als dader tijdens de Tweede Wereldoorlog te beschouwen. Denk daarbij aan Hiroshima en Nagasaki.

Kadaverdiscipline

Helaas is op de meest interessante vraag, namelijk waarom de Japanners zich zo ontzettend wreed en sadistisch gedroegen, geen sluitend antwoord gevonden. Het zal een combinatie van factoren zijn geweest. Opgebouwde frustratie vanwege de crisisjaren en de overbevolking in Japan; de angst voor het communisme; een aangeleerd superioriteitsgevoel jegens andere (inferieure) rassen/volkeren en een ingepompte overtuiging voorbestemd te zijn als wereldheerser; een door de militaire leiding opgelegde kadaverdiscipline waarbij niets minder dan blinde gehoorzaamheid werd verlangd, etc.
Hoe onaardig, onterecht en oneerlijk misschien ook, merk ik dat ik een volk dat minder dan tachtig jaar geleden - gehersenspoeld of niet - op zo’n grote schaal in staat was tot dergelijke gruwelheden toch nog een beetje wantrouw. De Japanners waren toen in elk geval tot de meest gekke, walgelijke daden in staat. Het zou mij ook niet verbazen als die idiote zelfmoordextremisten van nu de Japanse kamikaze zelfmoordeenheden tijdens het einde van de Tweede Wereldoorlog als voorbeeld beschouwen.

Rare jongens die Jappen

Ik las ooit dat er in een Japanse krant in 1945 een oproep had gestaan voor kamikazepiloten waarbij was toegevoegd “ervaring niet vereist”. “Rare jongens die Jappen.”, zou Obelix van Asterix zeggen. Al zouden de Chinezen er ongetwijfeld een heel ander woord voor gebruiken.
 



Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 
AFBEELDING ONGESCHIKT VOOR KINDEREN EN GEVOELIGE VOLWASSENEN!!!
 
De verkrachting van Nanking (toelichting overbodig)
 

zondag 18 januari 2015

171. Treuren om iemand die ik niet heb gekend

Actualiteit - Sport - Zelfmoord

 






Zomaar een klein bericht, van de week gelezen. 
 
“Hockeykeepster Inge Vermeulen is maandag op dertigjarige leeftijd overleden. De speelster van SCHC kwam in het verleden ook uit voor Oranje. ‘Wij zijn enorm verdrietig en ontredderd, maar we kunnen niet anders dan haar keuze respecteren. Onze gedachten zijn bij haar familie en vrienden’, schrijft SCHC-voorzitter Stephan van der Vat maandag op de website SCHC. ‘Iedereen bij SCHC kende Inge als een enorm gedreven en gepassioneerde topsportster met een grote betrokkenheid bij onze vereniging. Inge was net dertig jaar geworden.’"
 

Verdrietig

Dit soort berichten raken mij altijd. Ach gossie, zo’n jonge vrouw die normaal gesproken in de bloei van haar leven zou moeten zijn en die nog een hele (wellicht prachtige) toekomst voor zich had gehad. Maar die dat om wat voor reden dan ook zelf blijkbaar niet zo zag. Waardoor haar dierbaren niets anders rest dan haar keuze te respecteren. Heel erg verdrietig.
 

Taboe

Persoonlijk vind ik het ergens jammer dat nergens in dit soort berichten het woord “zelfmoord” of "zelfdoding" genoemd wordt, terwijl dat duidelijk de doodsoorzaak is. Het duidt op een taboe en ik heb een hekel aan taboes. Ik ben van direct zijn en niet om de hete brij heen draaien.
Ondanks dat ik niet iemand ben die overlijdensberichten doorleest, vermoed ik dat het nog steeds vrijwel nooit voorkomt dat er in zo'n bericht staat dat Jan of Piet zelfmoord heeft gepleegd. Als zelfmoord/zelfdoding de doodsoorzaak is, staat dat er volgens mij òf niet in òf je kunt het indirect uit de tekst in het overlijdensbericht opmaken. Bijvoorbeeld door de mededeling dat men het heel verdrietig en onbegrijpelijk vindt maar dat het zijn/haar eigen keuze is geweest.

Het Werther-effect

Ik besef dat er verschillende, uiteenlopende redenen zijn waarom deze gevoelige termen nooit vermeld worden in dit soort berichten. Naast dat het sowieso taboe-termen zijn, kunnen ze ook vervelende gevoelens van pijn en schaamte oproepen en kan men er heel begrijpelijk de voorkeur aan geven om liever over het leven van de overledene te praten dan over de doodsoorzaak. 
Maar er is nóg een belangrijke reden om de woorden zelfmoord en zelfdoding te vermijden. Dit heeft te maken met het zogenaamde "Werther-effect".
De term Werther-effect is ontstaan vanuit de beroemde roman "Die Leiden des Jungen Werthers" (1774) van Johann Wolfgang von Goethe. In dit boek is de hoofdpersoon, de romantische Werther, hopeloos verliefd op Lotte. Op het moment dat Werther beseft dat zijn liefde voor Lotte nooit zal worden beantwoord, pleegt hij zelfmoord. Het verhaal gaat dat na het uitbrengen van dit boek er een golf van zelfmoorden plaatsvond onder jonge mannen die zich met Werther identificeerden. Hierdoor werd het boek zelfs een tijd verboden.

Copycatgedrag 

Omdat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er bij berichten over zelfmoord inderdaad een risico op copycatgedrag (kopieergedrag) is, waarbij mensen met vergelijkbare depressieve gevoelens zich "aangemoedigd" voelen om óók zelfmoord te plegen, adviseren hulpverleningsinstanties om woorden als zelfmoord en zelfdoding in berichten te vermijden.
Voor hulpverleningsinstanties levert dit een vervelend dilemma op. Aan de ene kant willen ze dat het onderwerp zelfmoord/zelfdoding uit de taboesfeer gehaald wordt, terwijl ze aan de andere dit onderwerp juist in die taboesfeer houden door te adviseren niet over die termen te praten en schrijven.   
Dit is zeker een vervelend dilemma. Zelfmoord komt helaas veel voor. In Nederland gaat het om bijna vijf mensen per dag, zestienhonderd per jaar! Dus in mijn ogen zou dat nooit een taboe mogen zijn. Integendeel. Niemand zou zich ervoor hoeven te schamen om dit onderwerp hardop bespreekbaar te maken. Volgens mij zou dat ook een hoop ellende schelen. Wat een interessante vraag oproept. Wat zou nou meer voordelen (lees: minder zelfdodingen) opleveren: zelfmoord/zelfdoding volledig bespreekbaar maken en aldus volledig uit de taboesfeer halen of zorgen dat we nooit meer ergens lezen of horen over deze termen? Ik weet wel waar mijn voorkeur naar uitgaat... 

  

Schuldgevoel

Zonder Inge te hebben gekend, roept zo’n triest bericht allemaal vragen in mij op. Zoals wat voor vrouw zij was, hoe ze als kind was en hoe dit allemaal zover heeft kunnen komen. En of het iets was wat altijd al in haar zat, waarbij ik doel ik op de genen, de nature-kant: een zwaarmoedige inslag, last van depressies, het hebben van een bepaalde psychische stoornis etc. Of dat het iets anders was en het meer te maken had met recentelijk gebeurde negatieve gebeurtenissen waar ze niet goed mee om kon gaan of zo. Of misschien was het wel een wanhopige, impulsieve daad. 
Natuurlijk heeft het totaal geen zin hiernaar te gissen, terwijl ik haar helemaal niet heb gekend en moet ik dit eigenlijk niet doen. Maar toch gaan dit soort gedachten door mijn hoofd bij zo’n bericht over zo’n jonge vrouw.
Als ouder leef ik ook vanzelf met haar ouders mee voor wie dit wel het meest verschrikkelijke nieuws is dat je als ouder kunt krijgen. Ook al zou het hier om een slepend hulpverleningstraject van jaren zijn gegaan, waarbij dit een “logisch” en te verwachten einde zou zijn geweest met zelfs misschien een soort vorm van opluchting, dan nog is de kans groot dat het schuldgevoel bij de ouders nooit helemaal zal verdwijnen. De “wat als?“ vraag zal nog heel vaak worden gesteld. Hoe onterecht dit ook kan zijn, omdat het nu eenmaal een feit is dat er mensen bestaan die écht dood willen en die zich door niets en niemand ervan zullen laten weerhouden om dit voornemen op een dag ook daadwerkelijk uit te voeren.

 

Cynische gedachte

Triest vind ik ook de gedachte dat het mij niet zou verbazen als diverse mensen om Inge heen helemaal niets door hadden en voor wie dit nieuws als een donderslag bij heldere hemel kwam. Die haar alleen maar kenden als die enorm gedreven en gepassioneerde topsportster en die geen flauw benul hadden van wat er écht in haar hoofd omging.
Een cynische gedachte, omdat - ervan uitgaande dat mijn gedachte klopt - het aantoont dat we in een oppervlakkige wereld leven. In een egoïstische wereld waarin we veel teveel met onszelf bezig zijn en ons te weinig verdiepen in de mensen om ons heen en oprechte belangstelling vaak ontbreekt.
 

Rust zacht

Ach, ik weet het natuurlijk ook allemaal niet. Maar ik weet wel dat ik bezig ben met treuren om iemand die ik niet eens heb gekend. Inge Vermeulen, waar je ook bent: rust zacht…
 





Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

donderdag 8 januari 2015

170. Een directe reactie van Allah

Actualiteit - Religie en geloof - Heilige boeken en teksten

 




Ingezonden brief van Allah (8 januari 2014)


  
Geachte heer Tonko Lumn,
 

Misverstanden

Na de gebeurtenissen van de laatste tijd rondom Mijn religie en Mijn “Persoon” voel Ik mij genoodzaakt eens en voor altijd wat misverstanden uit de weg te ruimen. U mag zich vereerd voelen dat Ik dat bij u doe - een directe reactie ontvangen van Allah is tenslotte weinigen gegeven - maar dat heeft ook een reden.
Al een tijdje lees Ik uw columns met veel plezier, vooral omdat Ik er regelmatig hartelijk om moet lachen. Misschien verbaast het u, maar inderdaad: ook Ik heb humor! En helaas veel meer dan men denkt. Op de een of andere vreemde manier blijken de meeste mensen zich dat maar moeilijk te kunnen voorstellen. Alsof een Opperwezen geen plezier mag hebben en niet zou mogen lachen of zo. Alsof Ik alleen maar boos en wraakzuchtig zou moeten zijn.
Maar goed, Ik kan het de mens als hun Schepper natuurlijk moeilijk verwijten. Ik en niemand anders is daar tenslotte verantwoordelijk voor. Ik had de mens wel iets meer van mijn eigen gevoel voor humor mogen meegeven zie Ik nu ook in. Maar Ik ben ook maar een God, moet u bedenken (Mijn humor J).
 

Niet perfect

Als u hieruit concludeert dat Ik niet perfect ben, moet Ik u complimenteren. Alhoewel, zo knap is die conclusie nou ook weer niet. Wie naar deze aarde en vooral naar de mensheid kijkt en als Schepper durft te beweren dat Hij perfect is, maakt zichzelf natuurlijk compleet belachelijk.
Inderdaad kan Ik moeilijk ontkennen dat Ik onderweg in het scheppingsproces links en rechts wat steekjes heb laten vallen. Maar ter verdediging van Mezelf: een Universum scheppen is een vrij pittig klusje kan Ik u vertellen. Het is niet voor niets dat Ik daar nu 13,8 miljard jaar later nog steeds van aan het bijkomen ben. Ik zal u ook eerlijk zeggen dat Ik na de Big Crunch, Big Rip of Big Freeze geen plannen heb om het nog een tweede keer te gaan doen. Hoe het heelal overigens aan zijn einde komt, verklap Ik niet. Dat wordt een grote verrassing! 
 

Twijfel over bestaan God

Nee, beweren dat Ik perfect ben terwijl u en Ik wel beter weten, zou nergens op slaan. Ik denk ook niet dat als u in een perfecte wereld had geleefd u ook columnist zou zijn geweest mijnheer Lumn, heb Ik gelijk of niet? Een retorische vraag die u overigens niet hoeft te beantwoorden, want Ik heb altijd gelijk. Een bewering die gelukkig wél helemaal klopt.
Helaas voor u kunt u niet hetzelfde zeggen, want hoe vaak u het in uw columns ook bij het rechte eind heeft (of denkt te hebben), zit u er toch ook regelmatig naast. En Ik als uw Schepper kan het weten.
Zo proef Ik in diverse columns - en dan druk Ik Mij nog héél voorzichtig uit - wat twijfel over het bestaan van een God. Volgens u draait het geloof slechts om de menselijke drang om te willen geloven. Welnu, wie beter dan Ik kan u duidelijk maken dat u hierin ongelijk hebt. Ondanks uw punt dat de mens graag wil geloven, vorm Ik het levende bewijs dat dat niet ten onrechte is. Want ja, Ik besta! Dat veel mensen in andere, niet bestaande Goden geloven is overigens een ander (pijnlijk) verhaal.
 

Het Goede

In uw grappig bedoelde column nummer 160 (klik hier) had u zonder dat u het besefte het wel bij het rechte eind met uw aanname dat Ik/Allah, de enige ware God en Schepper van het Universum zou zijn. Op één klein detail na helaas en daar wil Ik het graag met u over hebben.
Met het wijdverbreide misverstand dat Ik geen humor heb, kan Ik leven. Met de verkeerde aanname dat Ik perfect ben, ook. Wie ben Ik om dat tegen te sprekenJ? Maar suggereren dat Ik de Allah zou zijn zoals dat I.S. (of Al-Qaeda of Boko Haram) tuig Mij voorstelt, gaat Mij toch echt te ver!
Oké, ook hierbij onttrek Ik Mij niet aan Mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik heb tenslotte behalve het Goede ook het Kwade geschapen. Vraag me niet waarom. Houd het er maar op dat dat een van die steekjes is die Ik heb laten vallen. Ik ben nogal temperamentvol en een wereld bestaande uit niets anders dan het Goede zag Ik niet zitten. Dat leek Mij nogal saai. Wat zal Ik zeggen; Ik was jong en naïef. Zelfs een Opperwezen wordt in de loop der miljarden jaren ouder en wijzer.
Desalniettemin is Mijn uitgangspunt hierbij altijd geweest dat het Goede het Kwade uiteindelijk altijd zou overwinnen. Om die reden zal Ik bijvoorbeeld ook altijd sterker blijven dan de door Mij uit vuur geschapen Shaitan (Satan).
Grappig detail is dat Shaitan de laatste tijd heel vaak bij Mij komt klagen, omdat zijn Hel zo vol komt te zitten met al die gekken die doen alsof ze voor Mij al die hoofden hebben afgehakt. Nu kan Ik wel tegen Shaitan roepen “Wat kan Ik daaraan doen?” maar dat is vragen om problemen, aangezien ik zijn antwoord toch al ken: “Dan had je Mij maar niet moeten scheppen.” En eerlijk is eerlijk: daar heeft ie een punt.
 

Laf

Ondanks Mijn voornemen om Mij nooit met de Aardse zaken te bemoeien, vormen die walgelijke moorden in Parijs van gisteren voor Mij toch de druppel om voor één keer van dat voornemen af te stappen.
Meer dan ooit voel Ik Mij nu geroepen om eens en voor altijd duidelijk te maken dat als een of andere gefrustreerde moordenaar zich geroepen voelt om te moorden hij Mij er buiten moeten laten. Doe dat lekker uit naam van jezelf, maar verschuil je daarbij alstublieft niet laf achter Mij. Het maakt je verblijf in de Hel er straks alleen maar een stuk onaangenamer op en neem maar van Mij aan dat je dan zal gaan smeken of je hoofd er alsjeblieft afgehakt mag worden.
Mijn goede vriend Mohammed en Ik zitten ons ook al eeuwen te storen aan die verzonnen idioterie dat niemand Mohammed zou mogen afbeelden. Wie Mij weet aan te wijzen waar dat in de Koran staat, mag het Mij zeggen. En Ik kan het weten want Ik heb dat boek nota bene zelf via Djibrel aan Mohammed geopenbaard. Oké, het was misschien niet Mijn beste werk en het boek is zo langzamerhand wel toe aan een nieuwe verbeterde druk die voor gekken een stuk minder ruimte zal overlaten voor hun eigen bespottelijke interpretaties, maar dat terzijde.
 

Grappige cartoons

Jezus (geen vloek, want sorry maar wie die gast ook was, het was geen zoon van Mij), wat hebben Mohammed en Ik veel gelachen om die grappige cartoons in de Charlie Hebdo. We delen dezelfde ironische humor en zullen de omgebrachte cartoonisten daarom als geen ander gaan missen.
Dat deze mensen nu intussen bij ons hierboven zijn is leuk maar helaas natuurlijk dodelijk (excusez le mot) voor hun inspiratie en creativiteit. Cartoons schrijven in/over jullie wereld is één, maar in/over Mijn vredige, liefdevolle hemel is toch een heel ander verhaal. Wat dat betreft biedt de hel meer mogelijkheden.
 

Solidariteit

Beste Tonko, Ik heb gezegd wat Ik wilde zeggen en hoop dat je Mijn boodschap de wereld in brengt. Ga door met je leuke columns en onthoud dat je vanaf nu nooit meer Mijn bestaan in twijfel hoeft te trekken. Er is niets mis met de wil van de mens om te geloven en er is helemaal niets mis met de wil van de mens om in Mij te geloven! Uit solidariteit wil ik graag eindigen met de woorden:
 
Je suis Allah mais aussi Je suis Charlie!


Allah





Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


zondag 4 januari 2015

169. Hoeveel ware vrienden heb ik eigenlijk?

Actualiteit - Liefde/Vriendschap

 




Komen en gaan

Tja, hoeveel ware vrienden heb ik nou eigenlijk? De vraag van filosoof Kamphuis zette me even aan het denken. Afgezien van de definitie die Aristoteles aan het begrip “ware vriendschap” gaf, heb ik zelf natuurlijk ook een beeld van hoe een ware vriend eruit ziet en aan welke voorwaarden hij in mijn ogen moet voldoen. Tijdens het opsteken van de handen ging ik in elk geval veilig mee met het meest gegeven antwoord binnen én buiten de zaal: één tot drie ware vrienden (wat dus gemiddeld blijkt te zijn).
Toch ben ik op dit punt enorm veranderd ten opzichte van vroeger. Daar waar ik vroeger lang over deze vraag zou hebben nagedacht en gefilosofeerd, doe ik dat niet meer. Door mijn eigen ervaringen aangevuld met wat ik om mij heen zie, ben ik tot de nuchtere conclusie gekomen dat relaties en vriendschappen meer op elkaar lijken dan ik altijd dacht. In die zin dat beide in het leven regelmatig komen en gaan (voor de een wat meer dan voor de ander).
Of je nu een relatie of een vriendschap hebt, je weet toch nooit zeker of je die over tien of twintig jaar nog steeds zult hebben. Het kan, maar het kan ook niet. Hoe “waar” een relatie of vriendschap ook lijkt en aanvoelt, krijgt niemand garanties in het leven. Mensen veranderen, belanden in andere fases in hun leven, krijgen andere behoeften etc. Dus als er al een ware vriend of partner bestaat, dan is het maar de vraag voor hoe lang dat zal zijn.
 

Persoonlijke zaken

Nee, uiteraard bestaat de perfecte vriend evenmin als de perfecte partner. Wie een partner of vriend vindt die aan al zijn voorwaarden voldoet, mag zich in zijn handen knijpen of - verstandiger - in zijn wang om te kijken of hij niet toevallig droomt.
Als ik naar de vrienden kijk die ik tot nu toe in mijn leven heb gehad, kan ik concluderen dat ik in elk geval met allemaal goed en open heb kunnen praten over persoonlijke zaken, wat voor mij toch voorwaarde nummer één van een goede vriendschap is. 


Humor

Alhoewel humor daarna op de tweede plaats komt, zie ik daar al meteen de eerste verschillen. Ondanks dat al mijn vrienden mijn droge, ironische, soms cynische humor wel (her)kenden - anders zou het sowieso niet hebben gewerkt - had de een toch meer mijn humor dan de ander. Maar omdat humor zo persoonlijk is, houd je dat toch altijd.
Mensen en humor deel ik trouwens altijd in tweeën in. Je hebt 1. De mensen die meer om anderen lachen dan dat ze anderen aan het lachen maken en 2. De mensen die meer anderen aan het lachen maken dan dat ze om anderen moeten lachen. Binnen vriendschappen kunnen beide categorieën vertegenwoordigd zijn, wat dan ook voor een mooi evenwicht kan zorgen.
Niet om op te scheppen maar gewoon omdat het waar is, hoor ik duidelijk tot de laatstgenoemde categorie en die rol neem ik binnen al mijn vriendschappen ook duidelijk in. Zelf ken ik helaas (te) weinig mensen waar ik ontzettend om kan lachen, al zal dat natuurlijk ook een hoop over mij en mijn blijkbaar selectieve gevoel voor humor zeggen.
En hoe ontzettend doodzonde ik dat ook vind, zijn de mensen waarom ik hard moet lachen gek genoeg vrijwel nooit vrouwen. Ik vind mannen gemiddeld gewoon grappiger dan vrouwen. Een vrouwelijke cabaretier waar ik enorm hard om kan lachen, ken ik bijvoorbeeld niet. De vraag waar dat precies aan ligt, is een interessante waar ik het antwoord nog niet op heb. Wel heb ik een paar vermoedens. Ik heb behoorlijk ironische, sarcastische, soms zelfs cynische en grove humor en mijn persoonlijke ervaring is dat vrouwen dat gemiddeld genomen minder waarderen of soms zelfs ("sorry") minder doorhebben. Wie een betere verklaring heeft (dat zal waarschijnlijk dan 
wel weer een man zijn): laat het alsjeblieft weten!
 

Filosofische gesprekken

Kijk ik bij mijn vrienden verder naar gemeenschappelijke hobby’s dan kan ik al definitief de conclusie trekken dat ik in mijn leven nog nooit iemand heb ontmoet die aan alle “voorwaarden” voldeed.
Zo houd ik zelf bijvoorbeeld enorm van filosofische gesprekken, maar filosofische mensen/vrienden liggen niet bepaald voor het oprapen. Laat staan een filosofische vrouw. Het lijkt warempel wel  alsof ik iets tegen vrouwen heb, maar dat is absoluut niet waar: ik zou er dolgraag op eentje verliefd willen worden...
Over spirituele vrouwen daarentegen struikel ik. Maar daarmee loop ik het risico bijvoorbeeld in discussie te gaan over de vraag of spiritualiteit wel samengaat met kwantumfysica (= wetenschap) of dat je het dan toch echt kwantummystiek (= geloof; net als spiritualiteit) moet noemen. Wat mij laatst op een datingsite overkwam met een spirituele vrouw, die zei ervan te houden om door een man te worden uitgedaagd. Iets wat je tegen mij geen twee keer hoeft te zeggen. Ik ben gek op (over en weer) uitdagen, prikkelen en (speels) provoceren! Helaas vond ze mijn uitdagende reactie blijkbaar toch iets teveel van het "goede", want ik heb nooit meer iets van haar gehoord. Tja, zeg dan alsjeblieft niet dat je graag wil worden uitgedaagd hè...
 

Kwetsbaarheid

Nee, waarom ik zowel in real life als in de digitale wereld noch de ideale vriend noch mijn ideale vrouw ben tegengekomen, is wel verklaarbaar. Overeenkomsten zag ik wel, maar zeker afgezet tegen mijn zeer (zelf) kritische en idealistische houding gewoon te weinig om te kunnen spreken van een perfecte match.
Wel heb ik in de loop der tijd iets gemeenschappelijks ontdekt bij een aantal mensen waarmee ik een klik voelde. Iets waarmee ik terugkom op de aanleiding om dit tweeluik over vriendschap te schrijven: de mededeling van de man uit mijn filosofiegroep dat zijn meeste vrienden mensen zijn die een beetje aan de rand van de maatschappij leven (zie deel 1: column 168).
Deze rode draad kan het best in één woord worden samengevat: kwetsbaarheid. Diverse mensen waarmee ik een klik vormde, bleken dermate kwetsbaar te zijn dat dit leidde tot bijvoorbeeld chronische lichamelijke en psychische klachten, depressies, burn-outs en (mede daardoor) afkeuringen voor werk.
 

Toeval

Ondanks dat ik als geen ander overtuigd ben dat toeval niet alleen bestaat maar ook heel veel voorkomt, is daar in dit geval minder sprake van. Ik wijk af, dus wijken veel van de mensen waar ik mee klik ook af, dus zijn zij en ik vanzelf ook kwetsbaarder dan gemiddelde mensen als het gaat om ons staande te houden in, en aan te passen aan onze maatschappij, dus leidt dit sneller tot psychische en fysieke problemen op het gebied van werk, vriendschappen en relaties, met alle vervelende gevolgen van dien. Een conclusie die een (slim) kind nog kan trekken. 
 

Opgenomen

Het meest opvallende voorbeeld hiervan draait om een lieve, gevoelige, slimme, belangstellende oud-collega van me waarmee ik jaren geleden op het werk heel goed klikte.
Vrijwel nooit heb ik een bijzondere klik gevoeld met een collega, maar met haar had ik dat dus wel. Wat nog eens versterkt werd door haar zeer aantrekkelijke en voor mij zeer vleiende eigenschap om veel complimenten te geven. Althans dat deed ze bij mij. In de twee jaar dat ik haar meemaakte, ontving ik meer complimenten dan ik in de rest van mijn leven bij elkaar heb gehad volgens mij. Nou zou je kunnen denken dat zij dat wellicht bij iedereen deed vanuit een soort pleasegedrag, maar dat gevoel had ik in elk geval niet (tenzij ze echt een uitmuntende actrice was...).
Zij zag eigenschappen in me waarvan ik diep in mijn hart ook wel vond dat ik ze in me had, maar die (zeker op het werk) niemand om me heen zag of in elk geval nooit hardop tegen mij uitsprak. Zo was zij bijvoorbeeld de eerste in mijn leven die mij “gepassioneerd” noemde, wat ik prachtig en geruststellend vond om te horen. Want ja, er zit zeker passie in me. Alleen zat ik helaas nooit op de juiste (werk)plek om die te kunnen etaleren. Belangrijkste oorzaak: een stuitend gebrek aan zelfkennis.   
Na mijn ontslag verwaterde het contact met deze vrouw echter toch. Waar ik in de fase van werkloosheid in crisistijd terechtkwam, kreeg zij kort na elkaar twee kinderen en leek zij in de fantastische huisje-boompje-beestje fase te zijn aanbeland.    
Afgelopen jaar kreeg ik echter toevallig van een andere ex-collega te horen dat het helemaal niet goed met haar ging en dat ze al een tijd niet meer werkte. Toen ik contact met haar opnam, bevestigde ze dat kort in een mail en vertelde ze me zelfs dat ze voor vijf maanden zou worden opgenomen in verband met psychische en lichamelijke klachten.
Aan de ene kant was ik onaangenaam verrast, maar aan de andere kant verbaasde het me ook weer niet. Dat iemand waarmee ik een goede klik voelde opeens lange tijd opgenomen werd, paste ook wel weer in het patroon dat mij al eerder was opgevallen. Behalve lief was ze ook vreselijk eerlijk en integer en dan ben je in de wereld van werk en bedrijven automatisch kwetsbaar voor oneerlijke, politieke spelletjes. Ik kan erover meepraten.  
Inmiddels zijn die vijf maanden voorbij en zou ze alweer “vrij” moeten zijn, maar ze heeft nog niet op mijn mails gereageerd. Dus ik kan alleen maar hopen dat de behandeling heeft geholpen en het beter met haar gaat.
 

Kluizenaars en zwervers

Ja, de nieuwe man uit mijn filosofiegroep begrijp ik heel goed. Ik acht het bijvoorbeeld ook niet ondenkbaar dat ik met zonderlinge “Showroom-achtige” (voor wie dit televisieprogramma nog kent: je bent oud!) kluizenaars en zwervers wel eens de meest boeiende gesprekken zou kunnen blijken te voeren, eenvoudigweg omdat ik met hen veel meer overeenkomsten vertoon dan met een gemiddelde bankmanager of advocaat.
Misschien moet ik ook maar eens een gesprek aangaan met die vriendelijke Afrikaanse man die altijd bij de Albert Heijn daklozenkranten verkoopt en die ik af en toe vijftig eurocent geef. Als hij tot de meest interessante mensen in en rondom die supermarkt blijkt te horen, kijk ik niet gek op. 

En als ik over een aantal jaren zijn plek overneem trouwens ook niet... 




Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.