woensdag 24 juni 2015

194. Gemiste kans op legendarische speech

Actualiteit - Wapenbeleid VS - Speeches

 




Zoveelste dodelijke schietdrama

Afgelopen week was het weer zover in de Verenigde Staten: het zoveelste dodelijke schietdrama. Een 21-jarige blanke, racistische knul schoot in een Afro-Amerikaanse kerk in Charleston negen zwarte mensen dood.
Op foto’s op internet is de dader te zien met de vlaggen van het Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime, van het toentertijd door een blanke minderheid geregeerde Rhodesië (nu Zimbabwe) en van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Over de laatste “Southern Cross” vlag is inmiddels een discussie opgelaaid. De oorlogsvlag, die afstamt uit de jaren 1861-1865 waarin het Zuiden als voorstander van de slavernij zich had afgescheiden van de Verenigde Staten, hangt nog steeds in veel Zuidelijke overheidsgebouwen maar is tevens voor veel racisten een symbool voor hun visie.
 

Afschuw

Om moe van te worden, moest president Obama opnieuw komen opdraven om voor de zoveelste keer zijn afschuw te uiten over een schietdrama in zijn land. “Ik heb te vaak dit soort toespraken moeten houden. Weer zijn mensen het slachtoffer geworden, omdat mensen die kwaad wilden gewoon aan vuurwapens wisten te komen. Nu is een tijd om te rouwen, maar we moeten erkennen dat dit soort moordpartijen niet plaatsvinden in andere ontwikkelde landen. We kunnen hier iets aan doen. Het Amerikaanse volk zal hier over na moeten denken.”
Een mooie speech, maar geen legendarische. We weten tenslotte allemaal hoe het verder afloopt: Obama heft het glas, doet een plas en alles blijft zoals het was. Nadenken is één, maar er echt iets aan doen is een heel ander verhaal.
Wel vallen mij twee zaken positief op. Ten eerste laat Obama voorzichtig doorschemeren dat hij het kwalijk vindt dat iedereen in zijn land zomaar aan wapens kan komen. Ten tweede neemt de president hier niet de in zijn land zo ingeburgerde superieure houding aan van dat America the greatest country of the world is, maar merkt hij juist nederig op dat in andere ontwikkelde landen dit soort moordpartijen niet plaatsvinden.
Of dat laatste helemaal klopt, vraag ik me af. Maar wat ik wel weet, is dat het jaarlijks aantal dodelijke slachtoffers door vuurwapens in de Verenigde Staten in vergelijking met andere ontwikkelde landen al heel lang buitenproportioneel hoog is. En dat is inclusief de ontwikkelde landen waarin ze ook een liberaal wapenbeleid hebben zoals bijvoorbeeld Canada, Zwitserland, Noorwegen en Zweden. Hierdoor kunnen vriend noch vijand in de Verenigde Staten er omheen dat zij een serieus probleem met wapens hebben (zie ook column 21 over de mogelijke oorzaak hiervan) . 
 

I Have a Dream

Hoe goed de speech er ook mee door kan gaan, vind ik dit voor Obama de zoveelste gemiste kans om een toespraak te houden die de wereldgeschiedenis in zal gaan als een legendarische die de mensheid aan het denken heeft gezet . Maar ter geruststelling voor Obama: daarmee kan hij aansluiten in de eindeloze rij van politieke leiders die in een positie verkeerden waarin ze probleemloos een legendarische speech hadden kunnen houden, maar die dat om wat voor reden dan ook toch nalieten.
De interessante vraag hier draait natuurlijk om de zinsnede “om wat voor reden dan ook”, want waarom kent de wereld eigenlijk zo weinig legendarische speeches zoals die van bijvoorbeeld Obama’s illustere landgenoten Abraham Lincoln (“Gettysburg Address”₁) en Martin Luther King (“I Have a Dream”₂)?
Waarom is er bijvoorbeeld vanuit het Israëlische of Palestijnse kamp nooit iemand opgestaan die een weergaloze speech hield waarin hij uitlegde dat als de wereldgeschiedenis ons iets heeft geleerd, dat dat is dat koppigheid en wraak nooit iets productiefs hebben voortgebracht en deze wijze van politiek bedrijven compleet zinloos is? En dat een wijs mens zijn emoties loslaat en zijn verstand gebruikt, omdat hij beseft dat water bij de wijn doen om verder bloedvergieten te voorkomen duidt op kracht in plaats van op zwakte. 


Persoonlijke ambitie

Omdat er geen onderzoeken zijn gedaan op dit terrein kan ik alleen maar gissen naar de reden. Ik vermoed dat het simpelweg komt doordat de meest idealistische en wijze mensen aan wie je het schrijven van een waanzinnig inspirerende speech wel kunt overlaten nou juist niet aan de top te vinden zijn. Om aan de top te komen (en te blijven) zijn andere factoren dan idealen vaak belangrijker. Waarbij je het ego gerust op de eerste plaats kunt zetten. De persoonlijke drang naar status, macht en rijkdom heeft menig wereldleider aan de top gebracht. Zo maakt niemand mij wijs dat Obama’s vermoedelijke opvolger Hillary Clinton meer gedreven wordt door idealen dan door persoonlijke ambitie om een van de machtigste posities ter wereld in te nemen.
Natuurlijk zijn er ook hele idealistische leiders als uitzonderingen die de regel bevestigen en ironisch genoeg zou je daar Adolf Hitler wellicht nog onder kunnen scharen. Al waren zijn "idealen" godzijdank niet de idealen van mij en de overgrote meerderheid van de mensheid. Bovendien kun je je bij Hitler natuurlijk ook afvragen of hij nou echt zo door idealen werd gedreven, of dat het meer draaide om de combinatie van persoonlijke ambitie met gevoelens van haat, wraak en frustratie die hem tot die “idealen” brachten en hem aldus het ideale excuus bezorgden om de wereld te willen gaan veroveren... 

Te mooi om waar te zijn

Helaas heeft Obama niet veel tijd meer om met een legendarische toespraak in de voetsporen te treden van zijn grote voorbeelden Abraham Lincoln en Martin Luther King.

“Met onmiddellijke ingang treed ik af als president. Ik weiger nog langer als leider machteloos te moeten toezien hoeveel onschuldige burgers er hier jaarlijks door vuurwapens sterven. En dit alles door het in dit land wijdverbreide misverstand dat meer wapens meer veiligheid brengen. Ik zeg u: dit klopt niet. Het tegendeel is waar. We leven in een samenleving waar angst overheerst en de wapens voor het oprapen liggen. Wie ontkent dat dit een dodelijke combinatie is die onvermijdelijk leidt tot een enorme toename in de onveiligheid is of niet eerlijk of heeft belang bij het handhaven van de status quo. Ik wens dit land en mijn opvolger alle wijsheid toe om het tij te keren. Lever uw wapens in en leef verder in vrede. God Bless America.”
 
"Obama treedt af met legendarische speech"; hoe mooi zou dat zijn geweest in een wereld van de gemiste kansen op gedenkwaardige toespraken. Te mooi om waar te zijn helaas...





 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
“Fourscore and seven years ago our fathers brougth forth on this continent a new nation, conceived in liberty and dedicated to the proposition that all men are created equal”. (Abraham Lincoln - Gettysburg Address 1863)
“I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: "We hold these truths to be self-evident: that all men are created equal." I have a dream that one day on the red hills of Georgia the sons of former slaves and the sons of former slave owners will be able to sit down together at a table of brotherhood. I have a dream that one day even the state of Mississippi, a state, sweltering with the heat of injustice and sweltering with the heat of oppression, will be transformed into an oasis of freedom and justice. I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin but by the content of their character. I have a dream today.” (Martin Luther King - Washington 1963)

Afbeelding: Tonko

woensdag 17 juni 2015

193. Niet perfectie maar imperfectie ontroert

Privé - Sport - TV/Film/Docu

 




Overmand door emotie

Soms word ik op een onverwacht moment overmand door emoties, al zullen sommige ouderwetse mensen/mannen het gebruik van het woord “overmannen” hier niet op zijn plaats vinden.
Vroeger overkwam mij dat nooit, maar ik begrijp die verandering wel. Het is gewoon een kwestie van ouder worden, meer levenservaring krijgen, meer naast de ups ook de downs van het leven leren kennen. Zoals bijvoorbeeld het geworstel met levensissues als relaties, vriendschappen, scheiden, werk, ontslagen, financiële crisis, de dood en het als co-ouder alleen opvoeden van (inmiddels puberende) kinderen.
Essentieel verschil met vroeger is ook de constatering dat ik mezelf nu veel beter ken. Zo durf ik gerust te stellen dat het mij inmiddels aan zelfkennis niet (meer) ontbreekt. Wat mij aan de ene kant een stuk sterker heeft gemaakt, maar aan de andere kant ook weer een stuk kwetsbaarder. Meer mens zou je ook kunnen zeggen.
 

What we did on our holiday

Het plotseling overmand raken door emoties overkwam mij van de week twee keer.
De eerste keer kreeg ik tranen in mijn ogen tijdens het kijken van de heerlijke Engelse feelgoodmovie “What we did on our holiday”. Het zal de combinatie zijn geweest van de thema’s scheiding, kinderen en de dood (feelgood? Jawel!) met de geweldige Engelse sfeer en humor, het prachtige Schotse platteland en “last but not least” een zeer aantrekkelijke actrice. Het - voor mij niet storende - ietwat sentimenteel en moralistisch einde deed de rest.


Acrogym demowedstrijd

Afgelopen weekend was ik opnieuw tot tranen toe ontroerd. Mijn dochter deed met bijna al haar acrogymcollegaatjes mee aan een demowedstrijd (zie ook column 143).
Waar het bij gewone acrogymwedstrijden draait om door twee- of drietallen uitgevoerde oefeningen op muziek van ongeveer tweeënhalve minuut was dit een ander soort wedstrijd. Diverse turn-/acrogymverenigingen vanuit het hele land hadden één lange demonstratieoefening bedacht waaraan vrijwel al hun acrogymnasten als één team meededen. Van jong (ongeveer zes jaar) tot “oud” (ongeveer vijfentwintig jaar), heel veel meisjes, een paar jongens en diverse jong volwassenen; allen deden aan de demo van hun club mee.
 

I will kill you!

Wat hier de truc deed om mij kippenvel en betraande ogen te bezorgen, was de combinatie van mooie muziek en visueel aantrekkelijke oefeningen waarbij de een na de andere acrogymnast werd weggegooid en weer opgevangen.
Hoogtepunt van de avond was - uiteraard - de oefening waaraan mijn dochter met haar team meedeed. Schitterend opgebouwd aan de hand van een verhaal over een meisje dat liggend in haar bed een nachtmerrie krijgt waarin ze wordt lastiggevallen door enge zwarte zombies die haar met een onheilspellende stem toefluisteren: “I will kill you!”
Gelukkig is behalve het kwaad ook het goede in het verhaal vertegenwoordigd in de vorm van een aantal schattige witte engeltjes die het meisje beschermen. Gooi hier vervolgens een sausje overheen van prachtige op elkaar afgestemde en in elkaar overlopende muziekstukken met als fantastische uitsmijter het mystiek zeer aantrekkelijke “Carmina Burana, O Fortuna” van Carl Orff en ik zal niet zeggen dat je me kunt wegdragen, maar de tranen springen mij wel onvermijdelijk spontaan in de ogen.
 

Echte emotie

Kijken naar passie, naar kinderen die zo enorm hun best doen, die van jong tot oud met elkaar samenwerken als team, naar coaches die uit hun dak gaan na het slagen van de oefening en enthousiast high fives aan de kinderen uitdelen en waarbij men links en rechts elkaar in de armen vliegt, dát ontroert mij. En niet omdat al die oefeningen helemaal perfect en vlekkeloos zijn uitgevoerd, want laat het nou juist de imperfectie zijn die mij altijd raakt. Niet perfectie, maar imperfectie ontroert.
Een professionele, gladde en vlekkeloze oefening door vergevorderde sporters kan ik probleemloos met droge ogen aanzien. Maar op momenten dat je zoals op deze avond oefeningen ziet passeren waarbij kinderen zo ontzettend hun best doen en door de spanning en de grote groep soms niet meer weten waar ze heen moeten lopen, tegen elkaar opbotsen of van de mensentorens afvallen, dan pas voel ik echte emotie.
 

Ik klink zowaar spiritueel

Het doet me denken aan mijn puberteit waarin tennis mijn grote passie was. Als je nu aan mij vraagt wat ik toen de mooiste tijd vond, zeg ik dat dat de tijd was waarin ik merkte dat ik vooruitging. De stappen in de richting van je einddoel zijn vaker mooier dan het bereiken van dat einddoel. Ik klink zowaar spiritueel.
Haast overbodig te zeggen dat het team van mijn dochter de wedstrijd (verdiend) won. Door de juiste combinatie van een goed verhaal, de bijpassende goed in elkaar overlopende muziekstukken en de geweldige uitvoering viel alles uitstekend op zijn plaats.

Uitstekend, maar (gelukkig) niet perfect...
 




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Carl Orff
Carmina Burana (1936)
O Fortuna (lyrics)
James Levine en Chicago Symphony Orchestra
Bron: YouTube

 

zondag 31 mei 2015

192. Wij van de FIFA adviseren de FIFA

Actualiteit - Sprot - Politiek/Macht - Corruptie

 



Naschrift

Naschrift naar aanleiding van het aftreden van Sepp Blatter op 2 juni 2015, vier dagen na zijn “glorieuze” herverkiezing.
Wat is de overeenkomst tussen de op doping betrapte wielrenner Lance Armstrong en FIFA-baas Sepp Blatter?
Ze vertonen beiden psychopathische trekjes waarbij beiden niet alleen de kunst van het charmante gedrag in combinatie met het pathologisch liegen beheersen als geen ander, maar deze leugens en toneelstukjes ook nog eens dapper keer op keer blijven herhalen… tot dat ene moment. Dat vervelende moment waarop zelfs zij beseffen dat er echt geen uitweg meer is, de bewijzen tegen zich te hoog zijn opgestapeld, het net zich heeft gesloten en er uit angst voor juridische stappen niets anders opzit dan toch maar de handdoek in de ring te gooien.
Wat is het verschil tussen beiden? Armstrong heeft toegegeven doping te hebben gebruikt, terwijl Blatter nog niet zover is te erkennen dat hij corrupt is geweest. Maar ik vrees voor hem dat de waarheid boven water komt. Al staat het hem natuurlijk altijd vrij om tot zijn dood toe te blijven ontkennen. That's the spirit!

 

Overeenkomst Hans Gerritsen en Sepp Blatter

Wat is de overeenkomst tussen de inmiddels afgetreden burgemeester Hans Gerritsen van Haaksbergen (waar het monstertruckdrama met drie dodelijke slachtoffers plaatsvond) en de nog niet afgetreden FIFA-voorzitter Sepp Blatter? Beiden begrijpen niet goed wat de termen “leidinggevend” en “verantwoordelijkheid” inhouden. Beiden lijken te denken dat het bij leidinggeven enkel draait om de lusten en niet om de lasten.
 

Verantwoordelijkheid nemen bij succes makkelijker dan bij falen

Als je vindt dat je als leidinggevende niet verantwoordelijk bent voor grove fouten die er binnen je bedrijf worden gemaakt omdat jij ze persoonlijk toch niet hebt gemaakt, dan moet je ook consequent zijn lijkt me. Dan moet je dus ook niet met de eer gaan strijken op momenten dat je werknemers iets voor elkaar hebben gekregen waar jij zelf persoonlijk niets voor hebt hoeven doen. Laat dan als burgemeester of bondsvoorzitter klusjes als lintjes doorknippen en WK’s openen gewoon over aan die werknemers die daadwerkelijk met bloed, zweet en tranen de betreffende projecten tot stand hebben gebracht. En laat hen dan ook meteen de pers te woord staan en met hun koppen de voorpagina’s van de bladen sieren.
Als je het als leidinggevende met mijn voorstel tot deze consequentie eens bent, dan kun je ook wel meegaan in mijn voorstel om je salaris dan ook maar meteen in één moeite (minimaal) te halveren, omdat je in dat geval eigenlijk geen verantwoordelijkheid meer draagt en het dus nergens op zou slaan om daarvoor zoveel geld te verdienen.
Wat voor mensen die gaan trouwen geldt, geldt ook voor mensen die gaan leidinggeven: je gaat een verbintenis aan in voor- én tegenspoed. En net als dat dit voor veel gehuwden veel makkelijker gezegd dan gedaan blijkt te zijn, geldt precies hetzelfde voor veel leidinggevenden. Verantwoordelijkheid nemen bij succes blijkt toch iets makkelijker dan verantwoordelijkheid nemen bij falen.
 

Verschil tussen Gerritsen en Blatter

Ter geruststelling voor Hans Gerritsen zal ik ook nog een verschil tussen hem en Sepp Blatter noemen. Nadat Hans Gerritsen van zijn gemeenteraad te horen had gekregen dat ze hem gebrek aan schuldbesef, gebrek aan zelfreflectie en (geen gebrek aan) ongeïnteresseerdheid verweten, zag hij geen andere keus dan de eer aan zichzelf te laten en op te stappen.
Sepp Blatter is anders. Sepp Blatter is een strijder. Als Sepp Blatter tot zijn grote verbazing en verdriet geconfronteerd wordt met nare, corrupte werknemers binnen zijn organisatie dan komt zijn sterke rechtvaardigheidsgevoel naar boven drijven. Waardoor hij in plaats van op te stappen, als geen ander beseft dat dat wel het stomste is wat hij kan doen. Niemand anders dan hij is tenslotte de aangewezen persoon om dit verschrikkelijke corruptieprobleem met wortel en tak uit te roeien. Dat noem ik nog eens een leidinggevende met verantwoordelijkheidsgevoel!
 

Wij van WC-eend adviseren WC-eend

En als we het toch over uitroeien hebben: ik denk dat als iemand destijds Adolf Hitler op de hoogte had gesteld van het feit dat er in zijn Derde Rijk nare mensen rondliepen die weerloze joodse mannen, vrouwen en kinderen liepen uit te moorden hij net als Blatter niet was weggelopen voor zijn verantwoordelijkheid maar er hard tegen zou zijn opgetreden. Dat kenmerkt de ware leiders.
Geef Vladimir Poetin de verantwoordelijkheid voor het onderzoek naar de ware toedracht van het neerstorten van het MH17-vliegtuig en alles komt goed.
Geef Desi Bouterse de verantwoordelijkheid voor het onderzoek naar de Decembermoorden, de corruptie, de illegale wapen- en drugshandel in zijn land en alles komt goed.
Geef Barack Obama de verantwoordelijkheid voor het onderzoek naar schendingen van mensenrechten in de Guantanamo Bay-gevangenis en alles komt goed.
Dus geef onze moraalridder Sepp Blatter ook alsjeblieft (voor de zoveelste keer) vier jaar de verantwoordelijkheid en tijd voor de aanpak van de corruptieproblematiek binnen de FIFA en alles komt goed. Wij van WC-eend adviseren WC-eend. Wij van de FIFA adviseren de FIFA. Voor meest corrupt-vrije organisatie!

Dat de beste man ook over zelfkennis beschikt, bewees Blatter in zijn toespraak na zijn herverkiezing: “I am not perfect”. Waarmee hij meteen de eerste prijs voor understatement van het jaar in ontvangst mocht nemen.

 




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

donderdag 21 mei 2015

191. Mijn wil om te weten, wint het van mijn wil om te geloven (2/2)

Privé - Filosofie versus spiritualiteit - Religie en geloof - Wetenschap



Wetenschap niet heilig

Toen ik in de HB-Facebookgroep Filosofie en Spiritualiteit een keer wat van mijn meningen losliet, gebeurde wat ik al kon verwachten: ik kreeg van (spirituele) mensen een beetje flauwe opmerkingen alsof ik zou beweren dat wetenschap gelijk staat aan de waarheid. Wie mijn columns volgt, weet echter dat ik zoiets nooit zal beweren.
Natuurlijk is wetenschap niet heilig. Voor mij is sowieso niets heilig en zeker niet zo lang als er mensen bij betrokken zijn.
Ook in de wetenschap heb je te maken met mensen die bewust dan wel onbewust (grove) fouten maken en die niet in staat zijn hun ego opzij te schuiven in het belang van de waarheid, waardoor zaken als liegen, bedriegen, ontkenningsgedrag, fraude en tunnelvisies onvermijdelijk zijn.
Maar als iets op deze wereld in staat is om de objectieve feitelijke waarheid te achterhalen of het in elk geval zo dicht mogelijk te benaderen, dan kan niemand er omheen dat dat de wetenschap is.
Simpelweg omdat als de wetenschap op de objectieve, neutrale, eerlijke, integere en nauwkeurige wijze wordt uitgevoerd zoals het hoort (volgens de wetenschappelijke methoden dus: een essentiële voorwaarde!), een theorie pas voor waar wordt aangenomen op het moment dat die aan alle kanten door andere wetenschappers uitvoerig is onderzocht en niemand in staat is gebleken om ‘m te weerleggen. Dáár heb ik als filosoof die op zoek is naar de waarheid pas wat aan.

Mijn probleem met spiritualiteit

Mijn probleem met spiritualiteit is de grote mate waarin het in deze wereld ontbreekt aan wetenschappelijke onderbouwing waardoor in feite alles kan worden gepresenteerd als (de) waarheid. Op deze wijze is het einde zoek. Dan kan dus letterlijk alles voor waar worden aangenomen en kan ik alles wel gaan geloven: astrologie, geesten, demonen, paranormaliteit, paragnosten, mediums, Char(latan), Derek Ogilvie, Uri Geller, Tarotkaarten, Atlantis, healing, reiki, nieuwetijdskinderen, numerologie, reïncarnatie, graancirkels, UFO’s, engelen, complottheorieën, chemtrails, lichtwerkers enzovoort. 
Maar daar pas ik voor. Ik wil (wetenschappelijke) bewijzen zien voordat ik me in iets stort wat wellicht één grote farce of leugen is. Wat overigens natuurlijk iets van een paradox in zich heeft: pas iets willen geloven op een moment dat er bewijzen voor zijn geleverd. Op het moment dat je een geloof bewijst, is het tenslotte niet langer meer een geloof maar een gegeven.
Spiritualiteit heeft last van precies hetzelfde dilemma als religie: als iedereen beweert dat zijn geloof (of spirituele theorie) de ware is, wie moet ik dan in godsnaam geloven en wie niet? Wat dan weer leidt tot de logische vervolgvraag: als niemand in staat is zijn religie/spirituele theorie goed te onderbouwen (met wetenschappelijk bewijs), doe ik er dan gewoon niet beter aan om maar helemaal niemand te geloven?
 

Geloof werkt echt

Mijn uitgangspunt is en blijft dat ik in feite maar één ding geloof: dat de mens wil geloven. En ik begrijp heel goed waarom. Het geeft kracht, vertrouwen, hoop, troost, steun, een gevoel van controle en mede daardoor is het inmiddels een feit geworden dat geloof ook écht werkt en helpt. Een van de meeste bekende voorbeelden hiervan is het placebo-effect: als je gelooft dat een medicijn werkt, dan werkt het vaak ook. Ongeacht of het medicijn nep of echt is.
Om de achterliggende begrijpelijke, menselijke motieven zal ik religieuze en spirituele mensen altijd blijven respecteren, maar wel op voorwaarde dat dat geheel wederzijds is. Wat in deze wereld echter helaas niet altijd het geval is. Er bestaan tenslotte genoeg religieuze en spirituele mensen die weinig of geen begrip tonen voor andersdenkenden die ze verwijten dat zij “het” niet willen zien of voelen en dat ze zich meer moeten openstellen etc. In feite heb ik helemaal niets tegen religieuze en spirituele mensen zo lang als zij beseffen dat het een geloof is en/of een (hun) subjectieve waarheid. 
 

Het falsificationisme van Karl Popper

In mijn ogen heeft slechts een wetenschapper die alles volgens de regels van de wetenschap heeft gedaan - waarbij zijn theorie dus aan alle kanten is gecheckt en goed bevonden en/of niet weerlegd - enig recht van spreken om zijn theorie als (objectieve) waarheid te presenteren. Al zal ik ook hier de nodige terughoudendheid en bescheidenheid altijd meer op zijn plaats vinden, aangezien er natuurlijk genoeg theorieën zijn die geen enkele garantie hebben dat ze nooit zullen worden weerlegd.
De Oostenrijk-Britse filosoof Karl Popper ging zelfs zo ver te stellen dat elke wetenschappelijke theorie gedoemd is een hypothese te blijven zo lang als die niet wordt weerlegd. Volgens Popper kon geen enkele wetenschapper pretenderen dat zijn theorie de waarheid was omdat het altijd mogelijk bleef dat er een tegenargument gevonden zou worden die de hele theorie onderuit zou halen (het zogenaamde falsificationisme). Wat Popper grappig genoeg dus in feite zegt, is dat een echte wetenschappelijke theorie nooit bewezen kan worden, maar hooguit weerlegd.
 

Verrassend

Het is en blijft een interessant onderwerp: filosofie tegenover spiritualiteit. Overlappingen zijn er zeker, maar ik zie toch vooral de verschillen. Toch geldt vreemd genoeg voor mij - en wellicht verrassend voor sommige lezers – hetzelfde voor spirituele mensen als voor religieuze mensen: ik benijd ze. Stiekem zou ik dolgraag religieus en/of spiritueel zijn. Juist vanwege het geruststellende en troostende effect. Maar ik kan het niet. Mijn wil om te weten wint het van mijn wil om te geloven. 


Tonko
Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 17 mei 2015

190. Filosofie is iets heel anders dan spiritualiteit (1/2)

Privé - Filosofie versus Spiritualiteit - Religie/Geloof - Wetenschap



HB-Facebookgroep Filosofie en Spiritualiteit

Op Facebook heb je diverse hoogbegaafdsheidgroepen. Omdat ik het interessant vind een beetje te volgen wat er allemaal besproken wordt, ben ik van diverse groepen lid. Eén van die groepen is de HB-groep Filosofie en Spiritualiteit.
Dit klinkt boeiend, maar ook vreemd. Het is net zoiets als een Facebookgroep “Christenen en Moslims”. Ja, christenen en moslims hebben inderdaad diverse overeenkomsten, maar ze zijn verder in de eerste plaats toch vooral heel verschillend in de kern. En zo zullen de meeste christenen en moslims dat zelf ongetwijfeld ook zien.
Filosofie is iets heel anders dan spiritualiteit. Zo ben ik zelf zeer filosofisch, maar totaal niet spiritueel. Iets wat overigens geldt voor heel veel filosofen. Ik las dat Daan Rovers, hoofdredacteur van Filosofie Magazine, hierover ooit zei: “Onze lezers zijn bijna allemaal atheïst en aan spiritualiteit hebben ze een hekel.”
 

Verschil 1: spiritualiteit is populairder dan filosofie

Eerste opvallende verschil tussen filosofie en spiritualiteit is dat de wereld van de filosofie veel kleiner is dan de wereld van de spiritualiteit. Spiritualiteit is wereldwijd veel populairder dan filosofie.
Een mogelijke verklaring hiervoor is dat spiritualiteit toegankelijker is doordat het veelal positieve en geruststellende boodschappen en antwoorden geeft. Zoals bijvoorbeeld: alles heeft een reden en alles komt goed.
Filosofie daarentegen komt met meer vragen dan antwoorden en die vragen werpen vooral weer meer nieuwe vragen op. Of zoals de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans het ooit verwoordde: “Alles wat filosofen doen, is het voortbrengen van nog meer filosofie”.
Daarnaast zal filosofie voor veel mensen ongetwijfeld minder toegankelijk zijn vanwege het stoffige, elitaire, intellectuele imago van hun vakgebied. Filosofie wordt tenslotte vaak geassocieerd met oude (veelal blanke) mannen, zware en ingewikkelde boeken, theorieën, analyses, argumentaties, discussies enzovoort. Terwijl spiritualiteit veelal draait om persoonlijke ervaringen die veel gemakkelijker meteen toe te passen zijn. 

Verschil 2: spiritualiteit voor vrouwen, filosofie voor mannen

Een ander opvallend verschil is dat de filosofiewereld door mannen wordt gedomineerd, terwijl in de wereld van de spiritualiteit juist de vrouwen weer oververtegenwoordigd zijn.
Boeiende vraag hierbij is en blijft hoe dit komt. Wellicht omdat het cliché dat mannen van nature rationeler en analytischer zijn en vrouwen juist weer intuïtiever en gevoeliger klopt? Of spelen er toch andere, meer nurture-achtige factoren een rol (opvoeding, cultuur etc.)?
Zoals bij vrijwel alles vermoed ik dat het antwoord óók op het gebied van de verschillen tussen mannen en vrouwen gewoon ergens in het midden moet worden gezocht: het zit 'm in de combinatie van nature en nurture factoren. Hoe je hersenen in elkaar zitten en van wie je de genen hebt geërfd gecombineerd met hoe en waar en door wie je wordt opgevoed en beïnvloed et cetera, bepalen de persoon die jij bent/wordt...
 

Verschil 3: de rol van wetenschap

Als we verder kijken naar de inhoud is er wat mij betreft geen enkele twijfel over wat het grootste verschil tussen filosofie en spiritualiteit is: de rol van wetenschap.
Ondanks dat filosofie geen wetenschap is, speelt wetenschap een voorname rol in de filosofie. Zonder wetenschap geen filosofie. Voor spiritualiteit geldt dit niet. Spiritualiteit draait om zaken als gevoel, intuïtie en geloof en heeft wetenschap helemaal niet nodig. Zonder wetenschap nog steeds volop spiritualiteit.
Daan Rovers formuleerde het verschil tussen filosofen en spirituele mensen als volgt: “Filosofen stellen deels dezelfde levensvragen als spirituele mensen, maar nemen minder snel genoegen met de antwoorden.” Waarmee ze wat mij betreft precies de spijker op de kop slaat. Ik ben veel te kritisch, te sceptisch en een te volhardende, irritante doorvrager voor spirituele mensen.
 

Verschil 4: de zoektocht naar de waarheid

Wat ik als een ander - hierop aansluitend - verschil tussen filosofie en spiritualiteit beschouw, betreft de zoektocht naar de waarheid. Net als veel filosofen door de eeuwen heen, ben ook ik op mijn eigen zeer bescheiden niveau op zoek naar de waarheid.
Natuurlijk kan ik er nu voor kiezen om de discussie aan te gaan over wat "waarheid" precies is, of de vraag stellen of er wel een objectieve waarheid bestaat en of die niet altijd per definitie subjectief is. Of  nog beter: ik kan de vraag opwerpen of waarheid überhaupt wel bestaat. Maar dit alles is natuurlijk een veel te ingewikkelde discussie waar je wel honderd columns over kunt vullen, dus dat ga ik nu niet doen.
Wel leg ik kort uit hoe ik er zelf in sta. Wat ik persoonlijk bedoel met de zoektocht naar de waarheid, is de zoektocht naar objectieve wetenschappelijke feiten die onze wereld helpen verklaren.
Hierbij maak ik een verschil tussen een objectieve waarheid (op basis van met elkaar als mens gemaakte afspraken) en een subjectieve waarheid.
Al eerder in een column illustreerde ik dit verschil aan de hand van een heel simpel voorbeeld: man A zegt dat hij net geslagen is door man B die juist het omgekeerde beweert. Wat beiden echter niet weten, is dat meerdere videocamera’s het incident gedetailleerd hebben geregistreerd waaruit duidelijk blijkt dat man A man B heeft geslagen en niet andersom: de objectieve, feitelijke waarheid. Over het hoe en waarom van het incident zullen de meningen tussen beiden ongetwijfeld enorm uiteenlopen en daarom noemen we dat de subjectieve waarheid; een waarheid die moeilijk zo niet onmogelijk tot een objectieve waarheid te herleiden valt.
Waar ik zelf absoluut niet in ben geïnteresseerd is mijn waarheid of jouw waarheid, omdat deze subjectief zijn. De objectieve, feitelijke waarheid, dát is waar het mij om gaat. Met als doel om zoveel mogelijk pure kennis te vergaren over hoe de wereld daadwerkelijk in elkaar steekt om deze beter te leren kennen en begrijpen. Kennis die dus is gebaseerd op feiten en ontdaan is van alle overbodige en subjectieve ruis.

Spirituele mensen en de objectieve feitelijke waarheid

Wie deze objectieve, feitelijke waarheid wil vinden of minimaal zo dicht mogelijk wil benaderen, ontkomt niet aan de enige geschikte methode daarvoor: de wetenschap. Bij elke andere methode begeef je je (eerder) vroeg of laat op het terrein van de subjectieve waarheid.
Uit de vele onbewezen theorieën die in de spirituele wereld rondzweven, kun je een aantal conclusies trekken.
Òf veel spirituele mensen zijn niet geïnteresseerd in de objectieve, feitelijke waarheid.
Òf veel spirituele mensen zijn er gewoon van overtuigd dat dé (objectieve, feitelijke) waarheid helemaal niet bestaat. Waar voor alle duidelijkheid absoluut ook iets voor valt te zeggen en een zeer interessante filosofische discussie is. En als je als spiritueel persoon niet gelooft in een objectieve, feitelijke waarheid, dan is het uiteraard volstrekt logisch dat je geen enkele behoefte hebt aan een zoektocht naar de waarheid. Naar iets zoeken wat niet bestaat, is tenslotte totaal zinloos en zonde van je tijd.
Òf veel spirituele mensen zijn ervan overtuigd dat hun eigen subjectieve waarheid dé waarheid is. 

Spirituele theorieën en wetenschappelijk onderzoek 

Natuurlijk vergeet ik niet dat er binnen de spirituele wereld ook nog een groep mensen bestaat die wel degelijk geïnteresseerd is in wetenschap en een bepaalde vorm van objectieve, feitelijke waarheid.
Vanuit deze hoek worden dan ook pogingen gedaan om spirituele theorieën te onderwerpen aan wetenschappelijk onderzoek in de hoop ze op een dag met bewijzen te kunnen onderbouwen.
Zo lijken er op dit gebied de laatste jaren bijvoorbeeld steeds meer wetenschappelijke aanwijzingen te komen dat meditatie daadwerkelijk iets teweegbrengt in de hersenen wat positieve effecten tot gevolg heeft. Overbodig te vermelden dat ik dit terrein binnen de spiritualiteit wel uitermate boeiend vind.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

donderdag 14 mei 2015

189. Zonder geluk zit het nooit mee (en zonder pech zit het nooit tegen)

Actualiteit en privé - Liefde/Vriendschap - Toeval en geluk

  





DWDD

Van de week lichtte actrice Halina Reijn in de DWDD haar column voor de Vlaamse krant De Morgen toe. In deze krant stond het Moederdagweekend in het teken van de “OK (ongewild kinderloze) vrouw” en dat raakte de 39-jarige kinderloze Halina.
De actrice greep de gelegenheid aan om via haar column hardop tegen zichzelf en de buitenwereld uit te spreken dat het feit dat zij geen man en kinderen heeft echt geen bewuste keuze is. Ze wil het maar al te graag, maar dat het tot haar grote verdriet (tot nu toe) niet is gelukt, blijkt voor veel mensen niet als geloofwaardig over te komen. Een goed uitziende, succesvolle actrice moet de mannen tenslotte voor het uitkiezen hebben, zo redeneert men.
Een goede reactie vond Halina die van iemand die schreef dat haar column maar weer eens helder aangaf dat er in deze tijd geen begrip is voor pech. Ook al zou ik het iets anders formuleren, sluit deze mening prima aan op een van mijn favoriete onderwerpen/overtuigingen in de filosofie: de rol van toeval (geluk en pech) in het leven.
 

Soms gaan die dingen nu eenmaal zo

Een goede, alleenstaande vriendin van me van 46 jaar is ook ongewild kinderloos. Al heeft zij inmiddels wel een pleegdochter van vier die zij alleen opvoedt.
Vroeger droomde ze altijd van een groot gezin met man en vier of vijf kinderen. Maar het kwam er niet van. En niet omdat ze er niet leuk uitziet of geen fijn mens is of dat ze geen sociale vaardigheden heeft of zo (integendeel zelfs), maar simpelweg omdat ze de juiste man gewoon nooit is tegengekomen.
Net als bij Halina Reijn is er met haar verder helemaal niets mis wat zou kunnen verklaren waarom het niet is gelukt. Maar soms gaan die dingen nu eenmaal zo en ontbreekt net dat beetje geluk wat je nodig hebt.


Geschikte voortplantingsman

Natuurlijk kun je ook rationele redenen bedenken waarom vrouwen als Halina en mijn goede vriendin geen geschikte “voortplantingsman” hebben gevonden en andere vrouwen om hen heen wel.
Bij Halina zou bijvoorbeeld kunnen meespelen dat ze een bekende Nederlander met een succesvolle en niet te vergeten drukke (minder tijd om te daten...?) baan en carrière is en er nu eenmaal veel mannen rondlopen die qua status, macht en geld toch graag boven hun partner willen staan.
Waar deze factoren niet gelden voor mijn goede vriendin spelen bij haar weer andere zaken een rol die overigens ook voor Halina herkenbaar kunnen zijn: ze is een sterke, onafhankelijke, hoogopgeleide, geëmancipeerde, kritische vrouw met een eigen mening. Iets wat ook een bepaald (zelfde) soort groep mannen afschrikt.
Ook ik ken overigens hoogopgeleide mannen die heel ouderwets en rolbevestigend vanuit hun ego de voorkeur geven aan zorgzame, iets minder slimme en ambitieuze partners met onopvallende (of geen) carrières. Iets wat mij persoonlijk overigens nooit heeft geboeid. Wie wat doet of verdient in een relatie en hoe de taken precies verdeeld zijn, vind ik totaal onbelangrijk. Zo lang in een relatie beide partners helemaal achter de rolverdeling staan en zich er goed bij voelen plus dat ze elkaar verder gewoon als gelijkwaardig persoon beschouwen, lijkt mij dat alleen maar een win-winsituatie.
En wat betreft eventuele verschillen in slimheid en IQ is mijn persoonlijke mening dat ik altijd een partner wil die op dit punt op ongeveer hetzelfde niveau zit. Ik geloof sowieso niet in opposites attract en dus ook niet in grote onderlinge verschillen in (lange stabiele) relaties. Dat werkt gewoon niet. Een partner die bijvoorbeeld een stuk minder slim is dan ik, vind ik niet aantrekkelijk omdat ik dan in gesprekken met haar een gemis ga voelen. 

Ideale harmonieuze gezinnetjes

Toch geeft het bovenstaande geen sluitende verklaring voor het gegeven dat Halina Reijn en mijn goede vriendin tot op heden niet aan de (goede) man zijn gekomen. Er lopen tenslotte genoeg vergelijkbare vrouwen rond met vergelijkbare nature en nurture omstandigheden die wél man en kinderen hebben, dus hoe zit dat? Het verschil zit ‘m gewoon in de rol van toeval in het leven: soms heb je geluk en soms heb je pech.
Dit begint natuurlijk al bij een van mijn stokpaardjes: de nature en nurture omstandigheden. Neem alleen al het simpele gegeven dat mensen die opgroeien in een veilig gehecht gezin met ouders die liefdevol met elkaar omgaan later meer kans maken op het aangaan van gezonde relaties dan mensen die opgroeien in minder veilige gehechte gezinnen met bijvoorbeeld (vecht) scheidingen, problemen, ruzies, spanningen, stress etc. 
Natuurlijk zijn Halina en mijn goede vriendin niet de enige die dromen van het ideale harmonieuze gezinnetje met een superpartner en superkinderen. Heel veel mensen doen dat, maar helaas is dat lang niet voor iedereen weggelegd.
Wel voor mij… had ik nu graag gezegd. Maar dan zou ik liegen. Als gescheiden vader en co-ouder is mijn ideaal harmonieus gezinnetje inmiddels ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Al heb ik aan mijn niet-geslaagde huwelijk dan gelukkig nog wel drie "ideale" kinderen overgehouden 
(jaja, laat mij alsjeblieft lekker in die illusie leven joh!).
Kijk je echter naar de rol van toeval in het leven, dan hadden mijn kinderen er net zo goed niet kunnen zijn. Het is allemaal een kwestie van het verschil tussen geluk en pech of - in dit geval - tussen winst en verlies. 
 

Clubkampioen

Jarenlang zat ik op dezelfde tennisclub waar ik verschillende keren clubkampioen bij de junioren was geworden, maar wat bij de senioren maar steeds niet wilde lukken. Drie keer bereikte ik de finale, drie keer verloor ik nipt van dezelfde vent en moest ik tot mijn grote frustratie constateren dat driemaal scheepsrecht niet voor mij gold.
Ondanks dat de leukste tijd bij deze club inmiddels al ver achter me lag en ik er eigenlijk af wilde, deed ik dat niet. Overal om me heen had ik al geroepen dat ik niet eerder van de club af zou gaan voordat ik er clubkampioen was geworden en dat meende ik ook echt.
En toen kwam de vierde finale. Tegen, jawel, weer dezelfde vent, mijn "angstgegner". Dit keer kwam ik dik voor (6-2, 3-0), maar verkrampte ik door een plotseling opkomende faalangst en dreigde het opnieuw weer mis te gaan. Maar uiteindelijk herpakte ik me vanuit een soort van dit-overkomt-me-niet-nog-een-keer-gevoel en viel het dubbeltje toch net de goede kant op. Bij 6-5 in de tiebreak van de beslissende set had ik een matchpoint en sloeg mijn tegenstander een dubbelfout: 6-2, 6-7, 7-6. Wat ik me ooit had voorgenomen te zullen gaan doen als ik seniorenclubkampioen zou worden, deed ik ook: ik streek neer op mijn knieën, net als mijn grote tennisheld van vroeger, Björn Borg.
Meteen na de finale kondigde ik in mijn speech aan met onmiddellijke ingang van de club af te gaan. Een paar maanden later zat ik op een nieuwe tennisclub waar ik mijn aanstaande vrouw ontmoette die net een slechte relatie aan het afronden was. Binnen twee jaar was onze eerste zoon geboren en vijf jaar later hadden we drie kinderen.
 

Een echte OK-man

Moraal van het verhaal is een inkoppertje: als mijn tegenstander in plaats van een dubbelfout drie winners op rij had geslagen, had ik de wedstrijd verloren en zou ik zijn “gedwongen” om minstens nog een jaar op die club te blijven. En dan waren mijn huidige kinderen nooit geboren. Sterker nog: kijkend naar mijn persoontje en karakter was het niet ondenkbaar geweest dat ik dan een echte OK-man zou zijn geworden.  
 

Een illusie

Toeval, geluk en pech bepalen voor een groot deel het leven.
Natuurlijk heeft de mens invloed op het verloop van zijn leven, maar die invloed is wel een stuk kleiner dan men denkt. Vanuit zijn sterke wil om controle te willen hebben op alles wat er om hem heen gebeurt, leeft de mens in een illusie dat hij die controle ook daadwerkelijk voor het grootste deel heeft.
Hoe gelukkiger en succesvoller iemand is, hoe meer hij dit zal toeschrijven aan de eigen kwaliteiten en vaardigheden en hoe minder het leven meezit, hoe meer iemand dat zal wijten aan externe (pech) factoren. Terwijl de werkelijkheid is dat het natuurlijk beide kanten op werkt. Zonder geluk zit het nooit mee en zonder pech zit het nooit tegen.
 

Hopen op die ene wedstrijd

Om de succesvolle actrice te worden die ze nu is, zal Halina Reijn behalve vereiste karaktereigenschappen als inzet en doorzettingsvermogen ongetwijfeld ook de nodige dosis geluk hebben gehad. Wat die man en kinderen betreft, rest haar niets anders dan te hopen op die ene wedstrijd die ze dan op het goede moment moet zien te winnen. Al waarschuw ik haar nu alvast dat de kans dan nog steeds aanwezig is dat ze er later zal achterkomen dat haar man toch niet die droompartner bleek te zijn die ze dacht. Tjee, wat een pech…






Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

maandag 20 april 2015

188 Wie het kwaad ontkent, ontketent het

Actualiteit - Oorlog - Genocide 

 





Inleiding

Op 24 april zou in de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) een debat plaatsvinden over de Armeense genocide.
Op die dag wordt herdacht dat de genocide precies honderd jaar geleden in gang werd gezet met de moord op honderden Armeense intellectuelen. Tenminste de VU scheen in de veronderstelling te zijn dat er een debat zou plaatsvinden en dat daarvoor door de Turkse studentenvereniging SV Anatolia twee mensen zouden worden uitgenodigd: de Amerikaanse professor Justin McCarthy en de Leidse hoogleraar Erik-Jan Zürcher. De eerste is van mening dat er helemaal geen genocide heeft plaatsgevonden; de laatste heeft een andere mening.
Nu blijkt echter dat SV Anatolia helemaal nooit het plan heeft gehad om over dit gevoelige onderwerp een debat te gaan organiseren. De vereniging was alleen maar geïnteresseerd in de visie van de heer McCarthy en had om die reden (alleen) hem uitgenodigd voor het geven van een lezing. Waarmee het standpunt van de Turkse studentenvereniging in deze (Armeense) kwestie ook meteen duidelijk is.
Heel jammer, want juist van studenten mag je toch een open, zelfkritische, nieuwsgierige houding verwachten waarmee je - bijvoorbeeld door middel van het voeren van een debat -
 je hoeveelheid kennis én de kans op het achterhalen van "de waarheid" vergroot.
Ook de paus kwam afgelopen week in het nieuws met een uitspraak over de Armeense genocide. Net als de Turkse president Erdogan die liet weten dat Armenië moet stoppen met die beschuldigingen over de "zogenaamde" genocide.
 

Respect voor paus

Hele kritische columns heb ik geschreven over de paus en de katholieke kerk en daar ga ik nog wel even mee door. En zeker zo lang als we met een instituut te maken hebben waarmee vergeleken de FIFA een jonge frisse, vooruitstrevende organisatie lijkt. Toch blijf ik ook het uitgangspunt hanteren dat wie kritiek geeft, ook van zich moet laten horen als er iets positiefs te melden valt.
Al eerder in een column (zie 157) liet ik weten respect te hebben voor paus Fransiscus omdat hij aangaf dat de kerk niet bang moet zijn voor veranderingen en hij deze woorden meteen kracht bijzette door hervormingen voor te stellen op het gebied van acceptatie van homoseksualiteit. Nou zal ik Fransiscus niet meteen de redder willen noemen waar de katholieke kerk al zo lang op zit te wachten. Maar afgezet tegen zijn voorgangers is deze paus in elk geval een stuk vooruitstrevender en toont hij ook meer lef.
Zo had de paus afgelopen week de moed om tijdens een mis ter nagedachtenis aan de massamoord op de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk (het huidige Turkije) van tijdens de Eerste Wereldoorlog dit drama te omschrijven als de eerste genocide van de twintigste eeuw. “Het verbergen of ontkennen van kwaad is alsof je een wond laat bloeden zonder haar te genezen.”
Prachtige woorden van de paus, al moet ik daarbij natuurlijk wel meteen denken aan al die misbruikte kinderen die door de katholieke kerk jarenlang met de mantel der liefde zijn bedekt (om het maar wat ongelukkig te formuleren). Laat ik het zo zeggen: de katholieke kerk heeft zelf ook altijd wel iets met doofpotten gehad. Over ontkennen van het kwaad gesproken…

Namibische genocide

Turkije reageerde furieus op de uitlatingen van de paus en riep prompt zijn ambassadeur bij het Vaticaan terug voor spoedoverleg. Nou zou het de Turken sieren als ze zo boos waren omdat we allemaal (?) weten dat niet zij maar de Duitsers (überaschend) de twijfelachtige eer hebben om de eerste genocide van de twintigste eeuw op hun conto te mogen schrijven.
Deze zogenaamde Namibische genocide vond plaats in de periode 1904-1908 in de Duitse kolonie Duits-Zuidwest, het huidige Namibië.
Nadat de plaatselijke bevolking bestaande uit de Herero’s en de Nama’s of Hottentotten in opstand waren gekomen tegen de Duitse overheersers sloegen deze hard en meedogenloos terug. Mede door een “Vernichtungsbefehl” van generaal Von Trotha vond het merendeel van de Herero- en Numabevolking de dood, zo’n 80.000 mensen. Door geweld of door ondervoeding en slechte hygiëne in speciaal voor deze gelegenheid gecreëerde concentratiekampen (!). Die de Duitsers overigens hadden afgekeken van de Britten die dergelijke kampen tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) in Zuid-Afrika hadden opgericht.
 

Politionele acties

Zoals zo vaak draait het ook bij de reactie van Turkije weer om een van de meest voorkomende irritante eigenschappen bij de mens: een schrijnend gebrek aan zelfkritiek en een pijnlijk onvermogen om gemaakte fouten te kunnen toegeven. Al dekt het woord “fouten” natuurlijk bij lange na de lading niet als je weet dat we hier praten over de moord op naar schatting rond de miljoen (!) Armeense mannen, vrouwen en kinderen.
De Turken spreken liever over “de Armeense kwestie”. Net als dat de Nederlandse regering de tijdens de Indonesische Onafhankelijksoorlog (1945-1949) begane oorlogsmisdaden tot op de dag van vandaag liever omschrijft als “politionele acties”. Nee, ook wij Hollanders blinken bepaald niet uit in een open, zelfkritische kijk op onze geschiedenis. Denk daarbij bijvoorbeeld ook maar eens aan Srebrenica. 

Vervelende cognitieve dissonantiegevoelens

Doden die vallen tijdens oorlogen en conflicten en daaruit voortvloeiende hongersnoden en andere ontberingen, daar kunnen wij mensen prima mee leven (excusez le mot). Want daar zijn twee partijen bij betrokken en waar twee vechten, hebben twee schuld, nietwaar?
Maar ervoor uitkomen dat “wij” of onze (verre) voorouders los van onze vijanden échte (oorlogs) misdaden hebben begaan door moedwillig mannen, vrouwen en kinderen te martelen, verkrachten en/of vermoorden, is toch hele andere koek. Dat ligt een stuk gevoeliger en bezorgt ons van die vervelende cognitieve dissonantie- en schaamtegevoelens waarvoor we inmiddels echter gelukkig een perfecte manier hebben gevonden om er weer even snel vanaf te komen: bagatelliseer en ontken onmiddellijk alle geleverde feiten.
Persoonlijk volg ik deze tactiek om het geweten te zuiveren totaal niet, aangezien ik niet begrijp waarom ik me verantwoordelijk zou moeten voelen voor misdaden die (verre) voorouders ooit zouden hebben begaan. Ik geloof onmiddellijk dat als ik met behulp van mijn stamboom terugga in de tijd dat ik - net als ieder mens - vroeg of laat een ver familielid ga tegenkomen die verschrikkelijke dingen heeft gedaan. 
 

Angst voor compensatieclaims

Behalve uit gevoelens van schaamte is er natuurlijk een wellicht nog belangrijkere, politieke en juridische reden om misdaden en genocides koste wat het kost te blijven ontkennen: de angst voor compensatieclaims.
Officieel erkennen dat er een genocide heeft plaatsgevonden, is wachten op compensatieclaims van nabestaanden en dat kan zeker bij rond de miljoen slachtoffers al snel oplopen tot bedragen waar geen enkele overheid op zit te wachten.
 

De Armeense kwestie-variant: shit happens

Dit alles verklaart waarom Turkije voor de Armeense kwestie-variant heeft gekozen voor haar eigen interpretatie van de gebeurtenissen: de verhalen over een zogenaamde genocide kloppen niet en zijn sterk overdreven, aangezien het hier gewoon ging om een uit de hand gelopen burgeroorlog waar aan beide kanten veel slachtoffers zijn gevallen. 
Als de Turken zou worden gevraagd naar hun versie van de gebeurtenissen dan zou deze wel eens als volgt kunnen luiden: tijdens het uitvoeren van een nationalistische politiek ondervonden de toenmalige machthebbers tegenstand van een groep lastige Armeniërs (waaronder diverse Armeense intellectuelen) waardoor zij zich tot ingrijpen genoodzaakt voelden. Helaas leidde dit ingrijpen tot meer Armeense tegenstand, kwam van het een het ander en voordat men besefte wat er gebeurde was men in een situatie verzeild geraakt die men juist wilde voorkomen: vol met geruzie, (burger) oorlog en ander negatief gedoe waardoor er opeens aan beide kanten vele slachtoffers vielen te betreuren.
Ja, zo gaat dat. Shit happens zullen we maar zeggen.
 

Feiten

Zoals altijd beperk ik me liever tot de historische feiten: in 1913 greep een extremistisch Jong-Turks triumviraat (driemanschap) de macht. De machthebbers waren vooral na het verlies van de Balkanoorlogen (1912-1913) en de zeer gecompliceerde situatie daarna door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zeer nationalistisch geworden waardoor ze een panturkische₁ samenleving nastreefden waarin zij geen plaats meer zagen voor niet-Turkse volkeren.₂ 
Na de moord op 24 april 1915 op vele honderden Armeense intellectuelen zonder enige vorm van proces gingen de politieke machthebbers over op het massaal deporteren van de Armeense bevolking richting gecreëerde concentratiekampen aan de huidige Iraakse en Syrische grenzen. De massale deportatie ging gepaard met uithongering, uitputting, zware mishandelingen, verkrachtingen, verbrandingen, verdrinkingen, onthoofdingen, ophangingen en executies waardoor slechts weinigen van de Armeniërs overleefden.₃ Gebeurtenissen waarvan behalve van overlevenden ook van bijvoorbeeld diverse Duitse militairen en diplomaten (toenmalige bondgenoten van het Ottomaanse Rijk) getuigenverklaringen zijn.₄
 

Genocide of geen genocide, that's the question

Genocide of geen genocide, that’s the question. Als we kijken naar de in het verdrag inzake voorkoming en bestraffing van genocide gehanteerde definitie zoals die in 1948 door de Verenigde Naties is aangenomen, valt of staat het antwoord op deze vraag met de wijze waarop de passage “gepleegd met een bedoeling” wordt geïnterpreteerd. Volstaat voor de conclusie dat de misdaden gepleegd zijn met een bedoeling de vaststelling dat die bedoeling wel blijkt uit wat er historisch is gebeurd of moet die bedoeling ergens zwart op wit zijn vastgelegd? Van welke interpretatie Turkije uitgaat, mag duidelijk zijn. Omdat er tot op heden geen officiële documenten zijn aangetroffen waarop staat dat de Ottomaanse machthebbers het plan hadden om alle Armeniërs uit te roeien, zal Turkije nooit akkoord gaan met het woord “genocide”.
 

In en in triest

Persoonlijk vind ik de vraag of wat er gebeurd is nou wel of niet een genocide mag worden genoemd eerlijk gezegd totaal irrelevant. Al begrijp ik maar al te goed dat juristen daar anders over zullen denken.
Kijkend naar de feiten kan niemand er omheen dat er destijds door de Ottomanen honderdduizenden Armeniërs - én niet te vergeten Assyriërs, Arameeërs en orthodoxe Grieken - moedwillig en doelbewust op een vreselijke manier zijn omgebracht omdat men - om welke reden dan ook - blijkbaar iets tegen hen had (netjes gezegd).
Dat de wereld vervolgens een eeuwlang gaat discussiëren over de vraag of dit nou wel of niet een genocide mag worden genoemd, vind ik in en in triest en vooral respectloos naar alle slachtoffers en nabestaanden. Het heeft natuurlijk ook iets absurds: op een moment dat je als groep bezig bent om een andere bevolkingsgroep uit te roeien (= genocide) zonder dat je het van tevoren zwart op wit hebt aangekondigd, heet het opeens geen uitroeien/genocide meer. Mmm, apart.


De kernvraag

Waar het wat mij betreft in deze discussie helemaal niet om gaat, is de vraag of de Turken/Ottomanen verantwoordelijk zijn voor de dood en moord van/op rond de miljoen Armeense mannen, vrouwen en kinderen omdat de overheid officieel opdracht heeft gegeven tot het uitroeien van deze bevolkingsgroep.
De kernvraag is korter en simpeler: zijn ze hiervoor verantwoordelijk, ja of nee? Een (retorische) vraag die ook voor de Turken niet zo moeilijk te beantwoorden zal zijn: ja!
Wat vervolgens rest is de vraag hoe je met de verantwoordelijkheid moet omgaan voor iets wat (verre) voorouders ooit hebben misdaan. Accepteren, namens je (verre) voorouders excuses aanbieden en de dialoog open aangaan met nabestaanden over hoe we met z’n allen om moeten gaan met deze tragedie lijkt mij het meest voor hand liggend. 
 

"Yes we may make mistakes, but we never regret"

Ik zeg het niet vaak, maar de paus had helemaal gelijk. Als je het kwaad ontkent of verbergt, laat je een wond bloeden zonder het de kans te geven om te genezen. Zelf zou ik het nog iets stelliger willen formuleren: wie het kwaad ontkent, ontketent het juist.
Het bagatelliseren en ontkennen van de volkerenmoord op de Armeense bevolking of dit menselijk drama weten te reduceren tot het belachelijke niveau van een discussie over de betekenis van het woord “genocide” is totaal respectloos naar alle omgekomen Armeense mannen, vrouwen en kinderen, de overlevenden en hun nabestaanden. Je kunt moord omschrijven als een onfortuinlijk moment van verstandsverbijstering of verlies van zelfbeheersing of hoe dan ook; het blijft gewoon moord.
Misschien vat een van de drie toenmalige machthebbers, Talaat Pasja, de Turkse houding sinds 1915 over de Armeense genocide wel het best samen. Toen de Amerikaanse ambassadeur in Istanboel Henry Morgenthau bij hem protest aantekende tegen de deportatie van de Armeense bevolking en hem ervan probeerde te overtuigen dat hij daarmee een grote fout beging, antwoordde Pasja: "Yes, we may make mistakes, but we never regret."
     
 
 
 



Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
₁ Pan-Turkisme is het streven naar de eenheid van de Turkse volkeren
₂ Naast de Armeense slachtoffers vielen er ook nog honderdduizenden doden te betreuren onder Assyriërs, Arameeërs en orthodoxe Grieken.
₃ Voor haar dood in 1983 overhandigde Hayriye Talat Brafali, de weduwe van Talat Pasja (een van de toenmalige drie machthebbers), officiële documenten uit de tijd van het toenmalig Ottomaanse Rijk aan de Turkse journalist Murat Bardakçi. In de documenten zijn onder andere bevolkingsstatistieken te vinden waaruit blijkt dat er net voor 1915 1.256.000 Armeniërs in het Ottomaanse Rijk leefden en twee jaar later in 1917 nog maar 284.157. Een verschil van bijna een miljoen.
₄ Zie bijvoorbeeld: http://www.shlama.be/shlama/content/view/228/200/
₅ In dit verdrag wordt onder een genocide verstaan: “Een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:
(a) het doden van leden van de groep;
(b) het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
(c) het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;
(d) het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
(e) het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.
₆ Over het Duitse plan om de joden in de Tweede Wereldoorlog uit te roeien bestaan bijvoorbeeld wel officiële documenten, zoals bijvoorbeeld over de Wannseeconferentie in 1942 waar de nazi's overleg voerden over het vinden van een definitieve oplossing voor het "jodenprobleem".
₇ Zie de boeiende VARA-documentaire "Bloedbroeders" waarin de Turks-Nederlandse journalist Sinan Can en de Armeens-Nederlandse musicalacteur Ara
Halici gezamenlijk op zoek gaan naar de waarheid omtrent de Armeense genocide.


  

dinsdag 14 april 2015

187. Over het paard getilde geldwolven

Actualiteit - Zelfverrijking - Nature/Nurture

 




Yefgeni Kafelnikov

Ooit maakte de Russische tennisser Yefgeni Kafelnikov de "briljante" opmerking dat hij vond dat tennisprofs te weinig geld verdienden. "Want golfers verdienen veel meer dan wij", zo  redeneerde hij.
Het beeld dat sommige Russen na de val van het IJzeren Gordijn domme over het paard getilde geldwolven zijn geworden, werd bevestigd door Marat Safin die zijn collega en landgenoot gelijk gaf. Gelukkig werd Kafelnikov flink de oren gewassen door toenmalige wereldtoppers Andre Agassi en Pete Sampras die hem duidelijk maakten dat hij beter zijn mond kon houden.
 

Fabrieksarbeider in Bangladesh

Kijken we naar het Nederland van nu dan kun je concluderen dat onze topbankiers de Yefgeni Kafelnikovs van het bankwezen zijn die met afgunst en dollartekens in de ogen verlekkerd zitten te kijken naar de golfers: hun collega’s bij de grote internationale banken die hard lachen om de “lage” salarissen en bonussen bij de Nederlandse banken.
Ach, het is maar voor welk referentiekader je kiest. Een topbankier zou voor de grap zichzelf eens moeten vergelijken met een arme fabrieksarbeider in Bangladesh die ongeveer dertien uur per dag, zes dagen en tachtig uur in de week en meer dan driehonderd dagen per jaar kleding maakt voor het rijke westen.  Waar hij dan omgerekend ongeveer acht cent per uur, één dollar per dag, 24 euro per maand en driehonderd euro per jaar voor krijgt.
Als je je daarmee vergelijkt, moet je je wel ontzettend dom voelen om te gaan klagen dat andere topbankiers meer miljoenen verdienen dan jij. Dan lijkt een bonusje van pakweg honderdduizend euro bij een verlieslijdend bedrijf opeens helemaal niet zo gek.
Al zal zo’n topbankier daar waarschijnlijk tegenin brengen dat hij het geld letterlijk en figuurlijk hard heeft verdiend. Ten eerste vanwege zijn kwaliteiten en ten tweede omdat hij er keihard voor heeft gewerkt. Alsof alle anderen uit zijn omgeving, laat staan uit de rest van de wereld, deze kwaliteiten niet (kunnen) hebben en/of allemaal minder hard werken dan hij.
 

Geluk verwarren met vakmanschap

Geluk verwarren met vakmanschap is en blijft een veelgemaakte ingeburgerde fout. Wie denkt dat succes geheel voortkomt uit talent, doorzettingsvermogen en hard werken vergist zich en vergeet voor het gemak de allerbelangrijkste factor: geluk.
Geluk in de nature (hersens/IQ, gezondheid etc.) en nurture (opvoeding, leefomgeving etc.) omstandigheden gecombineerd met het geluk onderweg in het leven (bijvoorbeeld op het goede moment op de goede plaats zijn) zijn in de eerste plaats bepalend voor de kans op succes.

Wie als topbankier oprecht denkt dat hij hetzelfde succes zou hebben bereikt als hij zoon van de fabrieksarbeider in Bangladesh zou zijn geweest, werpe het eerst een steen (of mag het zeggen). Misschien een leuk idee voor een nieuw televisieprogramma: carrièreruil. Laat een topbankier en een fabrieksarbeider een weekje van baan ruilen en film hun ervaringen.
 

Het vrouwtje Piggelmee-syndroom

Geen mens lijkt het in zijn hoofd te halen om zijn eigen inkomen en vermogen te vergelijken met mensen om hem heen die het minder hebben dan hij. Laat staan met mensen die ver-van-mijn-bed wonen en die praktisch niets hebben. Wat hen echter niet minder mens maakt.
Nee, we blijven er allemaal de voorkeur aan geven om daar te kijken waar het gras groener is, want dát willen we bereiken en pas dan kunnen we gelukkig zijn. Ik noemde dat ooit het vrouwtje Piggelmee-syndroom (zie column 6): je bent nooit tevreden, je wilt altijd meer. Reden waarom de grootste strebers zich gemiddeld altijd minder gelukkig voelen dan de meeste anderen: er is altijd wel iemand te vinden die een (nog) groter huis, duurdere auto en mooiere partner heeft dan jij.
Grappig feit is ook dat mensen gelukkiger blijken te zijn als ze zeg €60.000 euro per jaar verdienen en iedereen in hun directe omgeving €40.000 dan als ze €80.000 zouden verdienen en de rest een ton.
 

Mmm, apart

Ironisch is dat ik me behalve aan het vreselijk egocentrische graaigedrag ook enorm stoor aan alle ophef erover.
Graaigedrag bestaat al zo lang als de mens en geld/banken bestaan, maar alleen in crisistijd vinden we blijkbaar dat er iets aan moet worden gedaan. Dus zo lang als wij het slecht hebben, vinden we dat niemand verder het recht heeft om te graaien. Maar als wij het (ook) goed hebben, lijken onze bezwaren plotsklaps verdwenen te zijn (zie ook column 51). Mmm, apart. Of komt dat wellicht doordat er in velen van ons Yefgeni Kafelnikovjes schuilen die als ze eenmaal de kans krijgen zullen grijpen wat ze grijpen kunnen?

Wie van u zonder gevoelens van hebzucht is, werpe het eerste muntje weg... en zal het meest gelukkig zijn!
 




Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.



vrijdag 3 april 2015

186 De ver-van-mijn-bed-show-wet

Actualiteit - Drama/Tragedie - TV/Film/Docu






Hoe verder weg het nieuws, hoe irrelevanter

“Op donderdag 2 april 2015 heeft een man vier studenten doodgeschoten op de Universiteit van Amsterdam.” Als een dergelijk drama gisteren daadwerkelijk zou zijn gebeurd, zouden al onze actualiteitsprogramma’s meteen vol met gasten en “deskundigen” hebben gezeten die op het allerlaatste moment waren opgetrommeld. Dagen-, wekenlang zou dit drama ons nieuws hebben gedomineerd.
Maar voor (minstens) 147 afgeslachte studenten in het verre Kenia gelden andere wetten. Bijvoorbeeld de ver-van-mijn-bed-show-wet: hoe verder weg het nieuws, hoe oninteressanter en irrelevanter voor ons en hoe minder aandacht er aan wordt besteed.
 

Oppervlakkig

In DWDD heb ik Matthijs van Nieuwkerk niets over het drama in Kenia horen zeggen. In RTL Late Night werd alleen heel kort het laatste nieuws vermeld. Al mag je van dit infotainmentprogramma natuurlijk ook niet meer verwachten. Het programma benadrukte haar oppervlakkige imago nog maar weer eens door wel veel aandacht te besteden aan iets waar heel Nederland op schijnt te zitten wachten: de start van een nieuwe realitysoap rondom het seks, drugs en rock&roll leven van de (uiteraard) ondergetatoeëerde vader en zoon Tony&Tony. Wie kent ze niet? Een retorische vraag uiteraard...
Ook in Pauw werd het nieuws alleen even kort besproken met Peter VanderMeersch, hoofdredacteur van de NRC. De voorkeur van dit programma ging verder uit naar belangrijkere items als “Boete voor omroep Max” en “Straatmuzikanten op auditie?”. Het is maar waar je als actualiteitenprogramma je prioriteit legt.
 

The Passion

Gelukkig werd er wel overal in meer of mindere mate aandacht besteed aan The Passion, het jaarlijks op Witte Donderdag terugkerend Bijbels muziekevenement.
De organisatoren EO, KRO, de Rooms-katholieke en Protestantse kerk en het Nederlands Bijbel genootschap moeten in hun sas zijn met de steeds groter wordende populariteit van dit evangeliespektakel. Waardoor het geloof inmiddels bezig is met een indrukwekkende comeback en de kerken in het hele land weer aan het volstromen zijn als nooit tevoren. Tenminste, ik mag aannemen dat dat gebeurt want dat zal toch de insteek zijn van deze miljoenen kostende productie. Als The Passion niet veel meer zou doen dan het aantrekken van liefhebbers van muziek(sterren), televisiespektakels en BN’ers zou het haar doel natuurlijk volledig voorbij schieten.
Prachtig hoor The Passion, over lief zijn tegen elkaar, vergevingsgezindheid, vrede op aarde, verzoening en harmonie. "Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus" (Mattheüs 7:12). Vrij vertaald: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet (wat overigens nergens zo in de bijbel staat).
Ik dank God dat ik leef in een land waarin ik op Witte Donderdag lekker ongestoord kan genieten van The Passion en al die prachtige zingende BN’ers in plaats van lastig gevallen te worden door irrelevante nieuwsfeitjes uit ver-van-mijn-bed-landen. Hallelujah, praise the Lord!





Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


donderdag 2 april 2015

185. Kinderen zijn eigenlijk net mensen

Privé - TV/Film/Docu - Scheiden






Siemon de Jong

Zappend op een zondagmorgen zag ik weer een aflevering van het mooie VPRO-kinderprogramma Taarten van Abel waarin kinderen met banketbakker "Abel" (Siemon de Jong)  een taart maken voor een speciaal iemand uit hun omgeving.
Omdat er achter de reden om dit te doen vaak bijzondere verhalen schuil gaan, leidt dit tot boeiende gesprekken tussen Abel en het betreffende kind. In deze aflevering draaide het om een pubermeisje van twaalf dat ruzie had gemaakt met haar beste vriendin.
Het meisje had nogal een kort lontje waardoor ze wel vaker in de problemen kwam. Dan ging ze schelden, slaan of schoppen en had ze even later alweer spijt, maar was het kwaad wel al geschied. Ook nu had ze in haar boosheid dingen geroepen die ze niet meende. Haar vriendin voelde zich er echter zo door gekwetst dat ze het meisje meteen had geblokkeerd met WhatsApp. Een beter signaal dat de vriendschap serieus in gevaar is, kun je als puber niet afgeven.
 
 

Mooie kwaliteit

Ik had meteen een zwak voor het meisje. Moeite hebben met het beheersen van je woede maakt je nog geen slecht mens (lees ook column 177). En zeker niet als je daarbij de mooie kwaliteit bezit om je eigen fouten te durven erkennen. Haar bereidheid om zich kwetsbaar op te stellen, werd gelukkig beloond. Het vriendinnetje reageerde heel schattig en onder het genot van een stuk taart kon de vriendschap weer worden voortgezet.
Steeds als ik dit programma zie, denk ik van: dat zou ik ook kunnen. En willen. Het lijkt me prachtig. Die persoonlijke gesprekken met die kinderen voeren, bedoel ik dan. Klein detail is dat je met taarten maken weinig aan mij hebt. Als zo’n meisje met mij een taart maakt, loopt ze het risico om alles alleen maar erger te maken. Dan krijgt ze die taart waarschijnlijk in haar gezicht: “Dacht je nou echt met zo’n afgrijselijke mislukte taart onze vriendschap te kunnen redden?”

 

Puur en authentiek

Ik vind het altijd leuk om gesprekken aan te gaan met vrienden/-innen van mijn kinderen. Al ligt ook bij mij het ene kind me natuurlijk beter dan het andere. Diepgaande gesprekken voeren met volwassenen doe ik ook graag, maar met een kind heeft het iets speciaals en ontroerends.
Boeiend is de vraag hoe het komt dat ik me in gesprekken bij kinderen vaak iets vrijer en meer op mijn gemak voel dan bij volwassenen. Het zal ermee te maken hebben dat wat ik zo mooi vind aan kinderen is dat ze nog zo puur en authentiek zijn. Cynisch geformuleerd zou je ook kunnen zeggen dat kinderen nog niet zo verdorven zijn als volwassenen.
Hoe hard kinderen ook tegen elkaar kunnen zijn, vind ik ze daarin in elk geval directer en eerlijker dan volwassenen. De hardheid van volwassenen zit veel meer onderhuids, is subtieler en hypocrieter en daardoor des te kwetsender. Als een kind gemeen tegen je doet, merk je dat meteen. Als een volwassene dat doet, kan het zomaar voorkomen dat je pas achteraf beseft hoe gemeen je bent behandeld.


Goede combinatie

Toevallig had ik de afgelopen maand een aantal leuke gesprekken met vriendinnen en hockeyteamgenootjes van mijn dochter en met een vriend van mijn oudste zoon. Met de vriendin van mijn jongste zoon heb ik sowieso regelmatig boeiende gesprekken door de goede combinatie: zij is heel open en ik stel graag directe vragen.
Tegenover de vriendinnen en teamgenootjes van mijn dochter stelde ik vragen die menig ouder waarschijnlijk nooit zou stellen. Zo ontstond in de auto richting een hockeywedstrijd een leuk gesprek met een meisje waarvan de ouders lange tijd geleden gescheiden zijn. Omdat ze een Hollandse vader heeft en een Servische moeder vroeg ik haar naar de in haar ogen belangrijkste verschillen tussen Serviërs en Nederlanders. Uiteraard wilde ik ook weten in hoeverre ze vond dat ze op haar moeder en op haar vader leek. Dat het gesprek uiteindelijk ook op het onderwerp scheiden uitkwam, mag geen verrassing heten. Als co-ouder was ik natuurlijk nieuwsgierig naar haar ervaringen met het co-ouderschap van haar ouders. 
 

Scheiden

Omdat helaas veel kinderen gescheiden ouders hebben, komt het onderwerp scheiden sowieso vaker ter sprake met vrienden van mijn kinderen. Toevallig kwam mijn oudste zoon onlangs met een vriend thuis wiens ouders net hadden aangekondigd te zullen gaan scheiden, wat wederom leidde tot een boeiend gesprek over hoe zo’n jongen dit beleeft.
Hij vertelde dat zijn ouders vrijwel niets loslieten over de (aanstaande) scheiding en dat hij dat heel vervelend vond. Waarop mijn zoon zei dat dat ook gold voor zijn moeder. Mijn ex-vrouw heeft naar wat ik van mijn kinderen begrijp altijd weinig losgelaten over onze scheiding, omdat zij vindt dat dat tot het terrein van haar privacy behoort en kinderen in haar ogen niet alles hoeven te weten. Wat uiteraard haar goed recht is.
Zelf ben ik hierin echter heel anders. Ik ben juist een groot voorstander van openheid richting mijn kinderen. Met als valkuil dat ik ongetwijfeld soms te open zal zijn. Maar dat heb ik liever dan dat ik te gesloten ben en ik mijn kinderen het gevoel geef ze op afstand te houden.
Ik vertelde mijn zoon en zijn vriend dat ouders op dit punt nu eenmaal heel verschillend kunnen zijn. Als tip gaf ik de jongen mee dat als hij last zou krijgen van vervelende, emotionele botsingen tussen zijn ouders hij ze moest adviseren om in hun gesprekken altijd gevoel en verstand van elkaar te scheiden en daarbij alleen vanuit het laatste te praten. Veel makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk, maar het is wel de meest verstandige methode om te hanteren.
 

Aandoenlijk

Zoals wel vaker wil de ironie dat vanuit trieste aanleidingen vaak de boeiendste en persoonlijkste gesprekken ontstaan. Tijdens een ander gesprek met een drietal vriendinnetjes van mijn dochter vertelde één meisje ook over de scheiding van haar ouders. Waarop een ander meisje spontaan losliet dat haar ouders de laatste tijd ook veel ruzie maakten en zelfs al naar een relatietherapeut waren geweest. Zeer aandoenlijk en sneu om te horen, maar aan de andere kant ook wel weer mooi om te constateren dat zij zich blijkbaar zo vrij en op haar gemak voelde om dit met ons te delen.
Mijn overtuiging is dat kinderen het meest open naar je zullen zijn als ze merken dat je geen spel speelt, dat je ze serieus neemt (en dus niet als kleuters behandelt) en dat je oprecht in ze geïnteresseerd bent.
 
Ach ja kinderen, het zijn eigenlijk net mensen...





Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.