vrijdag 31 juli 2015

200. Wat heeft het leven nog voor zin? (1/2)

Privé - Familie/Gezin - Hoogbegaafdheid

 




Totaal ongemotiveerd

Mijn oudste zoon blijft zitten in 5 VWO. Hij kreeg nog de mogelijkheid om via twee weken zomerschool en twee herkansingen alsnog over te gaan, maar daar zag hij vanaf. Hij voelde er niets voor om twee weken van zijn vakantie op te offeren met als risico dat hij het allemaal voor niets doet als hij (een van) die herkansingen niet haalt. “Want dan is al mijn motivatie voor volgend jaar ook meteen weg.” Ik begrijp hem niet. Maar aan de andere kant - hem kennende - ook weer wel.
Natuurlijk zijn er ergere dingen in het leven dan blijven zitten, maar daar gaat het mij ook niet om. Het probleem zit ‘m in zijn (de)motivatie.
Mijn zoon is de laatste jaren totaal ongemotiveerd. Hij houdt zijn huiswerk niet bij en komt regelmatig te laat op school waardoor hij zich zelfs al een keer bij de onderwijsinspectie heeft moeten melden.
Vorig schooljaar stond hij al slecht, maar trok hij de laatste maanden nog snel een eindsprint waardoor hij alsnog overging. Maar begin dit jaar waarschuwde ik hem er al voor dat die truc niet altijd zal werken, omdat je met deze methode het risico loopt op een dag te moeten concluderen dat je de eindsprint te laat hebt ingezet. En zo geschiedde. 
 

Het gevaar van een existentiële depressie

Niet alleen school vindt hij ontzettend stom, maar ook alles wat daarna nog gaat komen: studeren en dan vervolgens werken, werken en nog eens werken. Wat heeft het leven nog voor zin, vraagt mijn zoon zich af, als alles slechts hierom draait?
Als hij in zijn leven zo door blijft redeneren, ligt het gevaar van een existentiële depressie op de loer. Een begrip dat zijn vader, in tegenstelling tot heel veel anderen, helaas niet voor niets kent. Mijn zoon duidelijk proberen te maken dat - afgezien nog van het feit dat er altijd een kans bestaat dat hij later gewoon leuk werk vindt - er nog genoeg vrije tijd overblijft om je in uit te kunnen leven, richt weinig uit.
Mijn grote angst is dat zijn (de)motivatie komend jaar niet gaat veranderen of zelfs erger gaat worden, want dan zal hij van school af moeten en krijgt hij een serieus probleem. 
 

Moeilijke basisschooltijd

Kort geleden kwam ik een vader van een zoon tegen waarmee mijn zoon zeven jaar geleden een jaar in de klas had gezeten. Zijn oudste zoon was toen ongeveer twaalf en de mijne twee jaar jonger (Montessori-onderwijs met drie klassen in één). De twee mochten elkaar totaal niet. 
Een aantal jaren na dat schooljaar was ik de vader al eens tegen het lijf gelopen en kwamen we in de loop van het gesprek er steeds meer achter hoeveel overeenkomsten onze (oudste) zoons hadden. Eigenlijk leken ze qua profiel en karakter behoorlijk veel op elkaar. Wat wellicht verklaarde waarom ze zo met elkaar botsten. Dat gebeurt tenslotte vaker met mensen met een zelfde soort (moeilijk) karakter.
Onze zoons hadden beiden een moeilijke basisschooltijd gehad met problemen in het contact met anderen en bij beiden was na onderzoeken duidelijk geworden dat hoogbegaafdheid hierin een rol speelde.
Nu ik de vader opnieuw na lange tijd weer zag, vroeg ik natuurlijk aan hem hoe het met zijn oudste zoon ging. Ik kreeg een bijzonder verhaal te horen wat mij echter niet verbaasde.
 

HAVO-klas voor schooldropouts

Na een aantal jaren op het VWO te hebben gezeten, vertoonde zijn zoon steeds meer motivatieproblemen waardoor hij op een gegeven moment werd teruggezet naar de HAVO waar hij vervolgens bleef zitten. Toen hij een jaar later echter nog steeds ongemotiveerd bezig was en opnieuw bleef zitten, ontstond er een probleem. Twee keer na elkaar blijven zitten mag niet en dus moest hij van school af.
Vervolgens kreeg de zoon door dat hij een serieus probleem had aangezien andere scholen hem weigerden aan te nemen. Uiteindelijk kregen ze een reddingsboei toegeworpen door een school die toevallig net het plan had opgevat om als proef een HAVO-klas voor schooldropouts te starten. Het initiatief speelde in op een behoefte die er in en rondom Amsterdam blijkbaar was ontstaan door een overschot aan dropouts die geen school meer konden vinden.
Dat zich voor deze HAVO-klas veel meer kinderen hadden aangemeld dan konden worden geplaatst, moge duidelijk zijn. En dus moest zijn zoon een handgeschreven motivatie inleveren waarin hij uitlegde waarom ze toch echt hem moesten aannemen en niet een ander. Zijn zoon begreep het belang van deze motivatie en had een zeer persoonlijke brief geschreven waarin hij zich heel eerlijk, open en kwetsbaar opstelde over zijn situatie en zijn gevoelens hierover. De brief bleek zijn redding. Hij werd aangenomen en krijgt nu alsnog de kans om de HAVO succesvol af te ronden.
 
Hierna volgt deel 2.
 





Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

donderdag 30 juli 2015

199. Niet liefde maar verliefdheid maakt blind

Privé - Familie/Gezin - Liefde/Vriendschap

 





Donderslag bij heldere hemel

Hoe de relatie tussen mijn tweede zoon en zijn leuke vriendin (die ik wel vrij aardig kende) eindigde, was een heel ander verhaal dan bij mijn oudste zoon en zijn vriendin. Ik vond hen met elkaar een heel leuk stel en ze leken ongeacht hun jonge leeftijd al zeer goed bij elkaar te passen.
Daar waar mijn oudste zoon zijn vriendin pas een paar maanden had, was het bij mijn jongste zoon inmiddels al een jaar aan. Ergens ver weg in mijn romantische achterhoofd hoopte ik zelfs dat de droom die ik vroeger altijd had, voor mijn zoon wel zou uitkomen: trouwen met je eerste echte (jeugd) vriendin en tot de dood toe gelukkig bij elkaar blijven. Natuurlijk een ontzettend naïeve maar ook mooie gedachte die slechts voor weinigen werkelijkheid zal (zijn ge-) worden.
Elke week als mijn zoon en zijn vriendin bij mij waren, lagen ze met z’n tweetjes heerlijk verliefd op de bank te kroelen. Opvallend genoeg zelfs tot de laatste keer dat ik haar zag. Toen mijn zoon de week daarop bij zijn moeder was, hoorde ik echter plotseling dat zij het had uitgemaakt, wat voor mij als een donderslag bij heldere hemel kwam. Ik vond het verdrietig nieuws en had vooral enorm met mijn zoon te doen.
 

Waarom vrouwen dat doen weet niemand

Als bij een echt getrouwd stel bleek ook bij hen al de onvermijdelijke fase te zijn bereikt waarin er soms gekibbeld werd, irritaties werden uitgesproken en flink ruzie werd gemaakt... Waarom vrouwen dat doen, weet niemand (Herman Finkers) ... maar leuk is anders.
Volgens mijn zoon ontstond er vaak irritatie op momenten dat hij voelde dat er iets was en hij ernaar informeerde en zij het boos ontkende. Bij vrouwen aanvoelen dat er iets is en ernaar vragen zou normaal gesproken extra bonuspunten moeten opleveren. Tenzij er natuurlijk van je wordt verwacht dat je drommels goed weet wat er aan de hand is. Ach, vrouwen. You can’t live with them…
Het gekibbel gecombineerd met het gevoel niet langer meer verliefd op hem te zijn, leek voor haar in elk geval de reden te zijn om het uit te maken.
Dat ze af en toe kibbelden, wist ik wel. Maar daar konden ze - in elk geval naar mij toe - zelf nog wel om lachen. Dat ook (zie deel 1, de column hiervoor: 198) mijn jongste zoon uitgesproken meningen heeft die voor zijn vriendin soms vermoeiend konden zijn, wist ik ook. Zij vond hem wat dat betreft - en ook in het algemeen - erg op mij lijken. Wat overigens absoluut niet vervelend was bedoeld, aangezien zijn vriendin en ik elkaar graag mochten. En ook hiervan konden zij en mijn zoon zelf wel de humor inzien.
Wat echter wel zeker zal hebben meegespeeld in het besluit om de relatie te beëindigen, was de verschillende kijk die mijn zoon en zijn vriendin hadden op de liefde.

 

De houden-van-fase

Toen zijn vriendin mijn zoon op een dag vertelde dat ze niet meer die verliefdheid voelde als in het begin, zei hij dat dat heel normaal was, omdat de stofjes in je hersenen die je het verliefdheidsgevoel bezorgen na verloop van tijd uitgewerkt raken. Je komt dan - als het goed is – terecht in de houden-van-fase, legde mijn zoon haar uit. 
Ik voelde me schuldig toen ik dit later van mijn zoon hoorde, aangezien ik wel weet hoe hij aan deze kennis komt. Die heeft hij van mij. Als vader deel ik graag mijn meningen, ervaringen en kennis met mijn kinderen en dat doe ik altijd zoals ik ben: open en direct. Taboes ken ik niet, alles is bespreekbaar. Omdat alle voordelen nadelen hebben (en andersom), besef ik dat mijn valkuil hierbij is dat ik soms te open en direct zal zijn. Maar liever dat dan dat ik te gesloten en ontoegankelijk ben, zeg ik altijd maar.
Ondanks dat ik niet kan voorkomen dat mijn kinderen in het leven te maken zullen krijgen met teleurstellingen, omdat deze nu eenmaal bij het leven horen en we daar allemaal mee om moeten leren gaan, probeer ik ze als vader wel her en der te voorzien van adviezen die hen kan helpen in het vinden van de juiste paden.
Zo heb ik al mijn kinderen al geadviseerd dat als ze later verliefd worden en aan trouwen denken ze geen haast moeten maken. Geniet ervan, ga samenwonen, neem rustig de tijd om elkaar door en door te leren kennen en dan heb je na een aantal jaren - tijdens de houden-van-fase - echt wel een aardig beeld van de kans van slagen om met die persoon lange tijd gelukkig te zijn of zelfs misschien oud mee te worden.
Niet liefde maar vooral verliefdheid maakt (in meer of mindere mate) blind en pas na verloop van de nodige tijd wordt - na de verliefdheidsfase - het zicht weer een stuk helderder. En ja, dan haal ik ook de wetenschap erbij die dit verhaal onderbouwt.

Blindelings trappen in de val die verliefdheid heet

Sommigen zullen mij nu wellicht betichten van het wegnemen van de romantiek, maar daar breng ik tegenin dat ik weinig mensen ken die romantischer zijn ingesteld dan ik. Juist omdat ik mijn kinderen een romantische relatie gun met iemand waarmee ze gelukkig oud worden, vertel ik ze dit (naschrift: inmiddels noem ik mezelf niet meer romantisch en ben ik een stuk realistischer geworden, al zal de romanticus in mij nooit helemaal verdwijnen, vermoed ik).  
Dat mijn zoon blijkbaar goed naar mij had geluisterd en het verhaal aan zijn vriendin had doorverteld, vond ik iets aandoenlijks hebben. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat de meeste kinderen van zijn leeftijd (en zelfs menig volwassene) dit helemaal niet weten en dat je dat ook niet van ze kunt verwachten.
De gemiddelde puber wil gewoon relaxed links en rechts wat experimenteren, wat op het gebied van de liefde inhoudt: lekker verliefd worden, lekker zoenen en vrijen en als dat gevoel op een dag opeens weg is gewoon weer verder gaan zoeken. Dát is heel normaal gedrag voor pubers en dus ook voor zijn veertienjarige (ex) vriendin.
Mijn zoon moet beseffen dat hoe hij zelf denkt en redeneert over de liefde afwijkend is. Volwassen voor zijn leeftijd zou ik ook kunnen zeggen, ware het niet dat ook veel volwassenen (alsof ze nog pubers zijn) blindelings trappen in dezelfde val die verliefdheid heet.
Nee, met zijn eerste echte liefde zal mijn zoon niet eindigen, maar ik heb er wel alle vertrouwen in dat hij op een dag met een leuke schoondochter thuiskomt waarmee hij samen gelukkig oud wordt. Van zijn gescheiden vader weet hij in elk geval hoe het niet én - dus ook - hoe het wel moet.
 
Nu maar hopen dat zijn aanstaande schoonouders wel kinderen kunnen krijgen (Herman Finkers)...  





Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

woensdag 29 juli 2015

198. Gelijk hebben versus gelijk krijgen

Privé - Familie/Gezin - Puberteit

 




Macho-achtig gedrag 

De afgelopen maanden zijn mijn beide puberzoons van zeventien en vijftien weer single geworden. De oudste maakte het zelf uit en de jongste zag zijn vriendinnetje hun relatie beëindigen.
Van mijn oudste zoon verbaasde het mij niet. Hij heeft zich de laatste jaren een houding aangemeten die wat oppervlakkig doch o zo typerend voor vele pubers is: lang leve de lol en vrijheid en weg met verplichtingen waar je aan vast zit. School is stom, het leven moet draaien om feesten, hangen met je vrienden en links en rechts wat meiden scoren. Waarbij het uiterlijk vanzelfsprekend een hele belangrijke rol speelt, want een beetje chick valt op een gespierd lichaam. En dus zijn goede voeding en een regelmatige gang naar de sportschool onontbeerlijk.
Ik kan nu stoer roepen dat je wel kunt zien dat hij mijn zoon is, maar wie mij kent zal hier hartelijk om moeten lachen. Met mijn “geloof” in de genen kan ik niet anders dan concluderen dat hij op dit punt meer van mijn ex-vrouw en haar familie heeft meegekregen dan van de mijne, waarin ik met geen mogelijkheid dergelijk macho-achtig gedrag terug kan vinden. 
 

Vermoeiend

Toch blijven er (gelukkig) genoeg andere kenmerken over waaraan ik kan zien dat hij wel degelijk mijn zoon is. Zoals bijvoorbeeld aan zijn uitgesproken meningen en zijn neiging om daarbij over van alles en nog wat in discussie te willen gaan en zijn gelijk te willen halen. Terwijl hij in zijn discussies met mij - “uiteraard” - altijd ongelijk heeft.
Met de vrees dat ik vroeger op dit punt misschien nóg erger dan mijn zoon was, besef ik nu pas hoe vermoeiend mijn ouders mij soms moeten hebben gevonden. Ook al zullen er nu ongetwijfeld bekenden roepen dat ik nog steeds zo vermoeiend ben, heb ik inmiddels wel een goed excuus. Waar ik vrees dat ik het vroeger nog wel eens bij het verkeerde eind had, geldt dat nu - uiteraard - niet meer.
Laten we zeggen dat dat de stap is die mijn zoon nog moet gaan maken: van uitgesproken meningen naar goed onderbouwde uitgesproken meningen. Overigens moeten die bekenden ook niet onderschatten hoe vermoeiend het kan zijn om door allemaal eigenwijze mensen voor eigenwijs te worden uitgemaakt…

Wie zwakte toont, redt het niet

De interessante vraag in deze kwestie is wat nou irritanter is: een zoon die denkt gelijk te hebben, maar dat niet heeft of een vader die (ervan overtuigd is dat hij) gelijk heeft, maar die nog steeds worstelt met de discrepantie tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Gelijk hebben versus gelijk krijgen: het lijkt op elkaar, maar het zijn natuurlijk twee compleet verschillende dingen.
De neiging om op momenten dat je weet dat je gelijk hebt dit koste wat het kost ook te willen krijgen, is even menselijk als zinloos. Iets waar ik even tijd voor nodig heb gehad om daarachter te komen en wat ik tot op de dag van vandaag “in the heat of the moment” nog steeds af en toe pleeg te vergeten. Zonde en vooral stom, want ik weet tenslotte al heel lang dat wij leven in een wereld waarin gebrek aan zelfkritiek een van de meest voorkomende menselijke eigenschappen is. Wat ook weer niet zo vreemd is als je bedenkt dat je zonder (veel) zelfkritiek veel verder komt in het leven.
Het zal een dierlijk overlevingsmechanisme zijn: wie zwakte toont, redt het niet. En elke vorm van zelfkritiek kun je - net als eigenschappen als kwetsbaarheid, eerlijkheid en bescheidenheid - in de menselijke strijd om de sterkste/fitste te zijn, gerust beschouwen als een zwaktebod. Wat voor apen geldt voor hun plek op de apenrots geldt precies zo voor mensen op de hiërarchische ladder: hoe hoger je komt, hoe minder van dit soort “zwaktes” je er zult aantreffen. Ook op dit punt zit de (dieren) wereld eigenlijk heel simpel in elkaar.
 

Op zoek naar zichzelf

Ondanks dat ik de aardige vriendin van mijn oudste zoon maar twee keer had ontmoet en dus niet goed kende, had ik met haar te doen omdat zij als één jaar ouder pubermeisje duidelijk wat serieuzer in de relatie stond dan hij. Gelukkig vond mijn zoon het ook emotioneel en zielig voor haar toen hij het uitmaakte, maar met al zijn twijfels over de verliefdheid en zijn gevoel in zijn vrijheid beperkt te worden (lees: niet willen vastzitten aan “slechts” één meisje), zag hij geen andere uitweg.
Als ik naar mijn oudste zoon kijk, zie ik wat voor veel meer pubers zal gelden: iemand die op zoek is naar zichzelf, maar die daar nog lang niet is. Hoe stoer mijn zoon ook doet, prik ik er zo doorheen. Zijn gedrag past (nog) niet bij de persoon die hij is. Ik zie mijn zoon als een goede, gevoelige en soms zelfs verlegen jongen die veel te serieus is op het gebied van de liefde om links en rechts met (meerdere) vriendinnetjes aan te komen zetten.
Als ik een zinloze discussie wil, moet ik dit tegen hem zeggen. Maar gelukkig ben ik inmiddels verstandig genoeg om dat niet te doen.


Ik weet toch wel dat ik (opnieuw) gelijk heb…
 




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 5 juli 2015

197. Geen roem maar een schoon geweten

Actualiteit - Sport - Doping

 




Te lage cortisolwaarde

De Tour de France is gestart. De eerste Nederlandse gele trui sinds Erik Breukink in 1989 moet nog even op zich laten wachten na de vierde tijd van Tom Dumoulin in de proloog.
Helaas was er al een vervelend incident voordat er goed en wel één meter in de Tour was gefietst. Een incident waar vooral alle wielerromantici die zo dolgraag willen geloven dat de wielerwereld zich in het post-dopingtijdperk begeeft toch een beetje van zullen balen. Bij de Nederlander Lars Boom was een te lage cortisolwaarde in zijn bloed aangetroffen.

Ondanks dat zijn ploeg via de MPCC (Mouvement Pour un Cyclisme Credible - beweging voor een geloofwaardige wielersport) een afspraak had gemaakt dat wielrenners waarbij dit wordt vastgesteld acht dagen niet mogen koersen, lieten ze Boom gewoon van start gaan. Niet dat een te lage cortisolwaarde overigens meteen bewijst dat er doping in het spel is, maar het zou erop kunnen duiden dat er iets is toegediend wat de stress verlaagt waardoor je je beter voelt en wat indirect dus prestatiebevorderend werkt.
Maar het incident zet je wel aan het denken. Vooral als je weet bij welke ploeg Lars Boom fietst: Astana (zie ook column 169). En een beetje wielerkenner weet wel het antwoord op de vraag welk woord met de beginletter D we zoeken bij het volgende rijtje: Astana - Lance Armstrong - Aleksandr Vinokoerov.
 

Bureau Sport (VARA): wie won de Tours van Lance?

Om in de stemming van de Tour de France te komen, heb ik de afgelopen dagen het luchtige Bureau Sport (VARA) van Erik Dijkstra en Frank Evenblij bekeken. Een van mijn favoriet onderdelen van het programma was de uiteraard duidelijk door mijn column 3 (klik hier) geïnspireerde rubriek “Wie won nu eigenlijk de zeven Tours van de verbannen en verguisde Lance Armstrong?”.  
Hierbij lopen de heren Dijkstra en Evenblij samen met voormalig wielerprof en journalist Thijs Zonneveld een voor een de Touroverwinningen van Armstrong tussen 1999 en 2005 door om te kijken welke wielrenner met een (nog) onbezoedeld blazoen na Lance het meest recht heeft op de betreffende Touroverwinning.
Een schattige en vooral naïeve poging waarbij de heren gelukkig wel de eerste zijn die erkennen dat ze voor niemand hun handen in het vuur durven te steken. Het overleg resulteerde in het volgende interessante rijtje nieuwe Tourwinnaars: 1999 en 2000 Kurt van der Wouwer (België - de oorspronkelijke nummer 11 en 17), 2001 Andrej Kivilev (Kazachstan - nr. 4), 2002 en 2004 Carlos Sastre (Spanje - nr.  10 en 8), 2003 Haimar Zubeldia (Spanje - nr. 5) en 2005 Cadel Evans (Australië - nr. 8).
Hoe ik de poging ook waardeer, zou ik me persoonlijk nooit wagen aan zo’n rijtje eenvoudigweg vanwege mijn tweede feit over doping: nooit betrapt zijn op doping is niet hetzelfde als nooit doping hebben gebruikt (zie column 165). Want wat is in godsnaam de waarde van het nu achteraf aanwijzen van winnaars van de Armstrong-Tours alleen op basis van het gegeven dat ze nog nooit op doping zijn betrapt of ermee in verband zijn gebracht als dat helemaal niets wil zeggen? Het kan tenslotte ook gewoon betekenen dat zij net iets slimmer waren dan hun collega’s of dat ze simpelweg meer mazzel hebben gehad. Persoonlijk geloof ik er ook niets van - en zeker niet tijdens het Armstrong-tijdperk - dat de eerste echt schone renner in het peloton ook maar ergens in de buurt van de top tien te vinden zal zijn. 
 

De verhoorkamer

Een andere leuke, doch oppervlakkige rubriek is die van de verhoorkamer. Hierin “overvallen” Dijkstra en Evenblij oud-wielrenners met het dringende verzoek mee te komen voor een “streng” verhoor in een ME-busje.
Ik zou met alle plezier deze rubriek van ze willen overnemen op voorwaarde dat de oud-wielrenners dan in het busje worden aangesloten op een feilloze leugendetector die bij de eerste beste leugen een dodelijke stroomstoot uitdeelt. Mijn God, wat zouden we dan interessante antwoorden krijgen zeg!
 

De verpersoonlijking van hypocrisie

Dan zou Steven Rooks het wel nalaten om te beweren dat hij alleen wat doping nam tijdens criteriums na de Tour (Yeah right, geloof je het zelf Steven?) of dat hij EPO alleen maar “een heel klein beetje” heeft gebruikt.   
Zijn toenmalige kameraad Gert-Jan Theunisse is voor mij wel de verpersoonlijking van hypocrisie binnen de Nederlandse wielersport. Toen hij eenmaal op doping was betrapt, bleef hij maar met traantjes in zijn oogjes als een onschuldig kindslachtoffertje in de boze grotemensenwereld bij hoog en laag volhouden dat dat echt niet kon, dat hij nooit zoiets zou doen en dat er op deze aarde geen grotere tegenstander van doping bestond dan hij. Zelfs Carl Lewis (en menig Oscarwinnaar) zou op zijn toneelspel jaloers zijn geweest.
Bij dit soort types hoop ik echt dat ze gelovig zijn en dat God daadwerkelijk bestaat, maar dat Hij hen na hun dood zal opwachten om ze te vertellen dat Hij -  helaas pindakaas - geen hypocriete bedriegers in de hemel toelaat.

Mijn held: Eddy Bouwmans

Mijn held in de verhoorkamer was oud wielerbelofte Eddy Bouwmans die tijdens het begin van zijn carrière er niet onderuit kon om ook doping te gebruiken, dat ook even deed maar toen al snel tot de conclusie kwam dat hij op deze manier niet zijn sport wenste te bedrijven.
Wat meteen verklaart waarom menig lezer nog nooit van Eddy Bouwmans zal hebben gehoord (geen roem maar wel een schoon geweten) en bijvoorbeeld wel van zijn Franse generatiegenoot Richard Virenque. Virenque die in het begin van zijn carrière vaak door Bouwmans was verslagen, maar die later tijdens het EPO-tijdperk - ra, ra, hoe kan dat - ver boven hem zou uitsteken. Dezelfde Virenque ook die samen met Gert-Jan Theunisse bovenaan te vinden is in mijn top tien van meest hypocriete wielrenners ooit. Wellicht een nieuwe rubriek voor Bureau Sport 2016?

Krijgen we eindelijk weer een wielerklassement waarin Lance Armstrong dikverdiend op 1 staat…




 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

Foto's Tonko (Contador links)
  

dinsdag 30 juni 2015

196. Eenzaamheid in gezelschap is vaak erger

Privé - Familie/Gezin - Sport



 

Als een typische nukkige puber

Dat mijn ouders erbij waren toen ik clubkampioen werd, was overigens bijzonder als je bedenkt dat zij nooit onderdeel waren geweest van mijn tennisleven. Als een typische nukkige puber die zich voor zijn ouders schaamt, wilde ik nooit dat zij kwamen kijken en daar hadden zij zich altijd braaf aan gehouden. Wat mij achteraf overigens bevreemdt. Nu ik inmiddels zelf vader ben, kan ik me niet voorstellen dat ik me daar veel van aan zou trekken. Ik wil tenslotte zoveel mogelijk betrokken zijn bij het leven van mijn kinderen en daar hoort het kijken naar hun sportwedstrijden vanzelfsprekend bij.
Al besef ik wel dat dat voor mij een stuk makkelijker is dan dat het voor mijn ouders was. Waar ik zelf een sportliefhebber ben, geldt dat allesbehalve voor de rest van mijn a-sportieve familie. Bovendien heb ik sportieve kinderen die het allemaal prima vinden als ik naar hun sportwedstrijden kom kijken. Dus dat ik vanuit mijn eigen jeugdfrustratie - pubers die hardop aandacht weigeren, zijn vaak dezelfde die er in stilte het meest behoefte aan hebben - al meer dan eens tegen mijn kinderen heb geroepen dat ik met sportwedstrijden naar ze kom kijken of ze willen of niet, is wel heel stoer gezegd.
Gelukkig voelde ik me later naar mijn ouders toe wél schuldig over mijn puberale houding van toen, wat er uiteindelijk toe leidde dat ik ze voor deze voor mij zo belangrijke tennisfinale expliciet uitnodigde. Alsof ik aanvoelde dat dit hét moment werd waarop ik dan eindelijk clubkampioen zou worden en ik definitief afscheid kon nemen van mijn vertrouwde tennisclub...
 

Steeds terugkerende droom

Na mijn afscheid van mijn tennisclub en jeugd gebeurde er iets wat met mijn sentimentele inslag te verwachten was: ik kreeg eens in de zoveel tijd steeds dezelfde terugkerende droom. In die droom, die tot op de dag van vandaag soms opduikt, wandel ik het laantje op richting mijn oude tennisclub alwaar ik mistroostig constateer dat alles is veranderd en ik vrijwel niets meer herken.
Hoe moeilijk droominterpretatie ook kan zijn, hoef je bepaald geen Sigmund Freud te zijn om van mijn droom chocola te kunnen maken.
Het laantje kun je zien als symbool voor het verloop van de tijd. Of - wat dramatischer gezegd - als de weg naar het einde, de dood, de hemel (?). Het nieuwe clubhuis in mijn droom (in plaats van het oude vertrouwde gebouw) staat voor het heden dat het verleden onomkeerbaar heeft afgesloten. Het maakt duidelijk dat “nothing lasts forever” of - opnieuw dramatischer geformuleerd - dat het leven vergankelijk is. De droom lijkt te suggereren dat ik iemand ben die moeite heeft met het verloop van de tijd en met het ouder worden en met het accepteren dat niets blijvend is. Iets wat allemaal klopt als een bus vrees ik.


Depressieve buien

Creatieve en filosofische mensen blijken meer vatbaar te zijn voor melancholische en depressieve buien en ik ben daar geen uitzondering op. Waar ik overigens zachtjes gezegd niet blij mee ben, aangezien het doodzonde is om te moeten constateren dat elke keer als ik tennis er continu door mijn hoofd heen gaat dat alles minder is geworden: de passie, de beleving, mijn niveau, de hoeveelheid tennismaatjes etc.
Genieten van tennis zoals vroeger zit er dan ook echt niet meer in. Met de weinige zelfkennis die ik toen had, wist ik als twintiger al dat dit in me zat en vertelde ik mijn tennismaatjes dat ik niet iemand was die tot mijn tachtigste door zou blijven tennissen. Op de dag dat ik merk dat het contrast met vroeger mij te groot is geworden, stop ik meteen. Dan wordt het tijd voor een nieuwe hobby; bridgen of zo (ik moet er niet aandenken overigens, en niet alleen vanwege het feit dat ik niks met kaartspellen heb).
 

Het tennisfeestdilemma

Het meeste wat ik aan tennis te danken heb, ligt denk ik op het sociale vlak. Zeker als ik terugkijk met de kennis die ik nu heb, begrijp ik meer van het sociale verkeer en van mijn rol hierin.
Het tennisfeestdilemma waar ik toen mee worstelde, is een dilemma waar ik tot op de dag van vandaag nog steeds mee worstel. In dit dilemma draait het om de keus tussen meegaan met de flow maar je er niet op je gemak voelen of je eraan onttrekken maar je daar (ook) niet gelukkig bij voelen. De interessante vraag hierbij is met welke keus je het best kunt leven.
Als er op de tennisclub een feest was, hoorde ik dat vanuit mijn bed. Zo dichtbij woonde ik. Bij het horen van de feestgeluiden kreeg ik altijd gemengde gevoelens: aan de ene kant zou ik erbij willen zijn omdat iedereen daar plezier had, maar aan de andere kant wist ik heel goed dat als ik erbij was, ik me niet op mijn gemak zou voelen met al die groepen mensen, de smalltalkgesprekken, het bier drinken en het gedans waar ik helemaal niets mee had. Uiteraard koos ik altijd voor de meest veilige weg: thuisblijven. Een keus die ik tot op de dag van vandaag ook meestal maak omdat ik ‘m de minst kwade of pijnlijke van de twee vind. Eenzaamheid in gezelschap is vaak erger dan als je alleen bent.
 

Veranderingen hebben ook voordelen

Gespannen liep ik na meer dan vijftien jaar het bekende laantje weer op in de hoop geen bekenden te treffen die me zouden confronteren met de goede oude tijd van toen. Dat viel honderd procent mee. Veranderingen hebben ook zo zijn voordelen. Het tennisledenbestand in Nederland is de laatste jaren enorm afgenomen. Daar waar vroeger op deze club overdag alle banen steevast bezet waren door dezelfde groepjes senioren was het er nu uitgestorven. Er was geen hond. Behalve dan de broer die me stond op te wachten. We hebben heel relaxed getennist en gepraat.
 
Misschien kom ik toch nog vaker terug.



 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

maandag 29 juni 2015

195. Afscheid nemen van mijn jeugd (1/2)

Privé - Jeugdsentiment

 



Richting tweehonderdste column: reacties welkom!

Ik begin mijn tweehonderdste column te naderen. Nog steeds heb ik weinig zicht op wie mijn columns precies lezen, maar kan ik uit de stijgende lezersaantallen wel concluderen dat ik inmiddels aardig wat vaste volgers moet hebben.
Hoe mooi dat ook is, kunnen mijn lezersaantallen natuurlijk altijd beter en hoop ik die stijgende lijn nog wel even vast te kunnen houden. Mijn best gelezen column (meer dan negenduizend keer) komt uit het afgelopen halfjaar en was die over de verdrietige zelfmoord van SCHC-hockeykeepster Inge Vermeulen (zie column 171). Wat denk ik mede aangeeft hoeveel impact haar dood in haar directe omgeving heeft gehad.
Ondanks dat ik begrijp dat lezen één ding is, maar reageren iets heel anders, zou het heel leuk zijn als ik van (trouwe) lezers hoor wat zij van mijn columns vinden en of ze op- of aanmerkingen of adviezen voor me hebben. Dus ben je een trouwe lezer en wil je dat wel laten weten dan hoop ik hieronder op een reactie!
 

Een rondje om het schoolgebouw

Voor het eerst in meer dan vijftien jaar was ik laatst weer op mijn oude tennisclub. Ik had er afgesproken met een jongere broer van mijn beste jeugdvriend. Het contact met zijn grote broer was ongeveer tien jaar geleden geëindigd (zie column 2), terwijl ik hem zelf al meer dan twintig jaar niet zal hebben gezien. Hij bleek sinds kort weer lid te zijn van onze oude club.
Afspreken op je oude tennisclub klinkt misschien niet bijzonder, maar voor mij was dat het zeker wel. Vooral tijdens mijn puberteit was tennis mijn leven. Mijn redding zou ik zelfs durven beweren. Waar ik op school een teruggetrokken loner was die regelmatig tijdens de pauzes in zijn eentje een rondje om het schoolgebouw liep (mijn moeder moest ooit huilen toen ze dat toevallig een keer zag), was op de tennisclub alles anders. Daar was ik iemand en daar werd ik gezien en gewaardeerd. In de eerste plaats omdat ik de beste tennisser bij de junioren was en niemand om mij heen kon.
Tegen een goede vriendin (zie columns 5 en 76) sprak ik toen al het vermoeden uit dat als ik een matige tennisser was geweest niemand mij zou hebben zien staan. Waar een kern van waarheid in zit: als je wint, heb je vrienden. 

Weemoed

Iemand na meer dan twintig jaar spreken vanuit de kennis die je nu hebt, is boeiend. Je kunt vragen stellen waar je vroeger niet op kwam of toen niet durfde te stellen. Wat ik al vermoedde, klopte: voor de broer bleek tennis als uitlaatklep dezelfde betekenis te hebben gehad als voor mij. Voor hem was het vooral een vlucht van zijn thuissituatie waarin hij een moeizame relatie had met zijn inmiddels overleden vader.
Dat wij beiden gevoelens van jeugdsentiment bij deze tennisclub hebben, is dus niet zo vreemd. Het is een soort verlangen naar die uitlaatklep van toen, naar die comfortzone waarin wij gelukkig waren en we ons gezien en gewaardeerd voelden. Een verschil tussen ons is echter dat hij mede hierdoor na al die jaren weer is teruggekeerd bij de club; om weer iets proberen terug te vinden en te "vangen" van toen zeg maar. Iets wat ik nooit zal doen. Simpelweg vanwege het besef dat het toch nooit meer zal worden zoals het was. Dat is een illusie. Dat was toen en nu is nu. Een terugkeer is vragen om teleurstellingen en zou alleen maar pijnlijk zijn. Het heeft wel wat tijd gekost, maar inmiddels heb ik - met dank aan de stoïcijnse filosofie - geleerd dat je dingen in het leven moet accepteren zoals ze gaan en zoals ze gegaan zijn. That's life. 
Al in de loop der jaren dat ik lid was van die tennisclub, voelde ik dat alles - het plezier, de beleving, de sfeer - geleidelijk aan minder werd. Op een dag kwam er een nieuw clubhuis en kon ik mijn tennisleven symbolisch in tweeën delen: in de (mooie) periode vóór en de (mindere) periode ná plaatsing van dit gebouw.
Vooral tijdens mijn laatste jaren op de club betrapte ik mezelf steeds vaker op gevoelens van weemoed als ik het laantje richting de tennisbanen op kwam lopen. Ik voelde me net een oude lul die denkt aan de goede oude tijd dat alles beter was.
Gelukkig duurde het niet lang meer alvorens ik de laatste drempel die mij nog op de club hield, had overschreden: ik werd clubkampioen (zie ook column 189). Toen ik na mijn afscheidsspeech het bekende laantje weer afliep - maar nu voor het laatst - voelde ik mij verdrietig en leeg. "Zojuist heb ik afscheid genomen van mijn jeugd", zei ik tegen mijn vader die naast me liep. En zo was het. Afscheid nemen van mijn jeugd op mijn negenentwintigste: emotioneel, sentimenteel maar ook gewoon heel gezond...




  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 



woensdag 24 juni 2015

194. Gemiste kans op legendarische speech

Actualiteit - Wapenbeleid VS - Speeches

 




Zoveelste dodelijke schietdrama

Afgelopen week was het weer zover in de Verenigde Staten: het zoveelste dodelijke schietdrama. Een 21-jarige blanke, racistische knul schoot in een Afro-Amerikaanse kerk in Charleston negen zwarte mensen dood.
Op foto’s op internet is de dader te zien met de vlaggen van het Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime, van het toentertijd door een blanke minderheid geregeerde Rhodesië (nu Zimbabwe) en van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Over de laatste “Southern Cross” vlag is inmiddels een discussie opgelaaid. De oorlogsvlag, die afstamt uit de jaren 1861-1865 waarin het Zuiden als voorstander van de slavernij zich had afgescheiden van de Verenigde Staten, hangt nog steeds in veel Zuidelijke overheidsgebouwen maar is tevens voor veel racisten een symbool voor hun visie.
 

Afschuw

Om moe van te worden, moest president Obama opnieuw komen opdraven om voor de zoveelste keer zijn afschuw te uiten over een schietdrama in zijn land. “Ik heb te vaak dit soort toespraken moeten houden. Weer zijn mensen het slachtoffer geworden, omdat mensen die kwaad wilden gewoon aan vuurwapens wisten te komen. Nu is een tijd om te rouwen, maar we moeten erkennen dat dit soort moordpartijen niet plaatsvinden in andere ontwikkelde landen. We kunnen hier iets aan doen. Het Amerikaanse volk zal hier over na moeten denken.”
Een mooie speech, maar geen legendarische. We weten tenslotte allemaal hoe het verder afloopt: Obama heft het glas, doet een plas en alles blijft zoals het was. Nadenken is één, maar er echt iets aan doen is een heel ander verhaal.
Wel vallen mij twee zaken positief op. Ten eerste laat Obama voorzichtig doorschemeren dat hij het kwalijk vindt dat iedereen in zijn land zomaar aan wapens kan komen. Ten tweede neemt de president hier niet de in zijn land zo ingeburgerde superieure houding aan van dat America the greatest country of the world is, maar merkt hij juist nederig op dat in andere ontwikkelde landen dit soort moordpartijen niet plaatsvinden.
Of dat laatste helemaal klopt, vraag ik me af. Maar wat ik wel weet, is dat het jaarlijks aantal dodelijke slachtoffers door vuurwapens in de Verenigde Staten in vergelijking met andere ontwikkelde landen al heel lang buitenproportioneel hoog is. En dat is inclusief de ontwikkelde landen waarin ze ook een liberaal wapenbeleid hebben zoals bijvoorbeeld Canada, Zwitserland, Noorwegen en Zweden. Hierdoor kunnen vriend noch vijand in de Verenigde Staten er omheen dat zij een serieus probleem met wapens hebben (zie ook column 21 over de mogelijke oorzaak hiervan) . 
 

I Have a Dream

Hoe goed de speech er ook mee door kan gaan, vind ik dit voor Obama de zoveelste gemiste kans om een toespraak te houden die de wereldgeschiedenis in zal gaan als een legendarische die de mensheid aan het denken heeft gezet . Maar ter geruststelling voor Obama: daarmee kan hij aansluiten in de eindeloze rij van politieke leiders die in een positie verkeerden waarin ze probleemloos een legendarische speech hadden kunnen houden, maar die dat om wat voor reden dan ook toch nalieten.
De interessante vraag hier draait natuurlijk om de zinsnede “om wat voor reden dan ook”, want waarom kent de wereld eigenlijk zo weinig legendarische speeches zoals die van bijvoorbeeld Obama’s illustere landgenoten Abraham Lincoln (“Gettysburg Address”₁) en Martin Luther King (“I Have a Dream”₂)?
Waarom is er bijvoorbeeld vanuit het Israëlische of Palestijnse kamp nooit iemand opgestaan die een weergaloze speech hield waarin hij uitlegde dat als de wereldgeschiedenis ons iets heeft geleerd, dat dat is dat koppigheid en wraak nooit iets productiefs hebben voortgebracht en deze wijze van politiek bedrijven compleet zinloos is? En dat een wijs mens zijn emoties loslaat en zijn verstand gebruikt, omdat hij beseft dat water bij de wijn doen om verder bloedvergieten te voorkomen duidt op kracht in plaats van op zwakte. 


Persoonlijke ambitie

Omdat er geen onderzoeken zijn gedaan op dit terrein kan ik alleen maar gissen naar de reden. Ik vermoed dat het simpelweg komt doordat de meest idealistische en wijze mensen aan wie je het schrijven van een waanzinnig inspirerende speech wel kunt overlaten nou juist niet aan de top te vinden zijn. Om aan de top te komen (en te blijven) zijn andere factoren dan idealen vaak belangrijker. Waarbij je het ego gerust op de eerste plaats kunt zetten. De persoonlijke drang naar status, macht en rijkdom heeft menig wereldleider aan de top gebracht. Zo maakt niemand mij wijs dat Obama’s vermoedelijke opvolger Hillary Clinton meer gedreven wordt door idealen dan door persoonlijke ambitie om een van de machtigste posities ter wereld in te nemen.
Natuurlijk zijn er ook hele idealistische leiders als uitzonderingen die de regel bevestigen en ironisch genoeg zou je daar Adolf Hitler wellicht nog onder kunnen scharen. Al waren zijn "idealen" godzijdank niet de idealen van mij en de overgrote meerderheid van de mensheid. Bovendien kun je je bij Hitler natuurlijk ook afvragen of hij nou echt zo door idealen werd gedreven, of dat het meer draaide om de combinatie van persoonlijke ambitie met gevoelens van haat, wraak en frustratie die hem tot die “idealen” brachten en hem aldus het ideale excuus bezorgden om de wereld te willen gaan veroveren... 

Te mooi om waar te zijn

Helaas heeft Obama niet veel tijd meer om met een legendarische toespraak in de voetsporen te treden van zijn grote voorbeelden Abraham Lincoln en Martin Luther King.

“Met onmiddellijke ingang treed ik af als president. Ik weiger nog langer als leider machteloos te moeten toezien hoeveel onschuldige burgers er hier jaarlijks door vuurwapens sterven. En dit alles door het in dit land wijdverbreide misverstand dat meer wapens meer veiligheid brengen. Ik zeg u: dit klopt niet. Het tegendeel is waar. We leven in een samenleving waar angst overheerst en de wapens voor het oprapen liggen. Wie ontkent dat dit een dodelijke combinatie is die onvermijdelijk leidt tot een enorme toename in de onveiligheid is of niet eerlijk of heeft belang bij het handhaven van de status quo. Ik wens dit land en mijn opvolger alle wijsheid toe om het tij te keren. Lever uw wapens in en leef verder in vrede. God Bless America.”
 
"Obama treedt af met legendarische speech"; hoe mooi zou dat zijn geweest in een wereld van de gemiste kansen op gedenkwaardige toespraken. Te mooi om waar te zijn helaas...





 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
“Fourscore and seven years ago our fathers brougth forth on this continent a new nation, conceived in liberty and dedicated to the proposition that all men are created equal”. (Abraham Lincoln - Gettysburg Address 1863)
“I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: "We hold these truths to be self-evident: that all men are created equal." I have a dream that one day on the red hills of Georgia the sons of former slaves and the sons of former slave owners will be able to sit down together at a table of brotherhood. I have a dream that one day even the state of Mississippi, a state, sweltering with the heat of injustice and sweltering with the heat of oppression, will be transformed into an oasis of freedom and justice. I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin but by the content of their character. I have a dream today.” (Martin Luther King - Washington 1963)

Afbeelding: Tonko

woensdag 17 juni 2015

193. Niet perfectie maar imperfectie ontroert

Privé - Sport - TV/Film/Docu

 




Overmand door emotie

Soms word ik op een onverwacht moment overmand door emoties, al zullen sommige ouderwetse mensen/mannen het gebruik van het woord “overmannen” hier niet op zijn plaats vinden.
Vroeger overkwam mij dat nooit, maar ik begrijp die verandering wel. Het is gewoon een kwestie van ouder worden, meer levenservaring krijgen, meer naast de ups ook de downs van het leven leren kennen. Zoals bijvoorbeeld het geworstel met levensissues als relaties, vriendschappen, scheiden, werk, ontslagen, financiële crisis, de dood en het als co-ouder alleen opvoeden van (inmiddels puberende) kinderen.
Essentieel verschil met vroeger is ook de constatering dat ik mezelf nu veel beter ken. Zo durf ik gerust te stellen dat het mij inmiddels aan zelfkennis niet (meer) ontbreekt. Wat mij aan de ene kant een stuk sterker heeft gemaakt, maar aan de andere kant ook weer een stuk kwetsbaarder. Meer mens zou je ook kunnen zeggen.
 

What we did on our holiday

Het plotseling overmand raken door emoties overkwam mij van de week twee keer.
De eerste keer kreeg ik tranen in mijn ogen tijdens het kijken van de heerlijke Engelse feelgoodmovie “What we did on our holiday”. Het zal de combinatie zijn geweest van de thema’s scheiding, kinderen en de dood (feelgood? Jawel!) met de geweldige Engelse sfeer en humor, het prachtige Schotse platteland en “last but not least” een zeer aantrekkelijke actrice. Het - voor mij niet storende - ietwat sentimenteel en moralistisch einde deed de rest.


Acrogym demowedstrijd

Afgelopen weekend was ik opnieuw tot tranen toe ontroerd. Mijn dochter deed met bijna al haar acrogymcollegaatjes mee aan een demowedstrijd (zie ook column 143).
Waar het bij gewone acrogymwedstrijden draait om door twee- of drietallen uitgevoerde oefeningen op muziek van ongeveer tweeënhalve minuut was dit een ander soort wedstrijd. Diverse turn-/acrogymverenigingen vanuit het hele land hadden één lange demonstratieoefening bedacht waaraan vrijwel al hun acrogymnasten als één team meededen. Van jong (ongeveer zes jaar) tot “oud” (ongeveer vijfentwintig jaar), heel veel meisjes, een paar jongens en diverse jong volwassenen; allen deden aan de demo van hun club mee.
 

I will kill you!

Wat hier de truc deed om mij kippenvel en betraande ogen te bezorgen, was de combinatie van mooie muziek en visueel aantrekkelijke oefeningen waarbij de een na de andere acrogymnast werd weggegooid en weer opgevangen.
Hoogtepunt van de avond was - uiteraard - de oefening waaraan mijn dochter met haar team meedeed. Schitterend opgebouwd aan de hand van een verhaal over een meisje dat liggend in haar bed een nachtmerrie krijgt waarin ze wordt lastiggevallen door enge zwarte zombies die haar met een onheilspellende stem toefluisteren: “I will kill you!”
Gelukkig is behalve het kwaad ook het goede in het verhaal vertegenwoordigd in de vorm van een aantal schattige witte engeltjes die het meisje beschermen. Gooi hier vervolgens een sausje overheen van prachtige op elkaar afgestemde en in elkaar overlopende muziekstukken met als fantastische uitsmijter het mystiek zeer aantrekkelijke “Carmina Burana, O Fortuna” van Carl Orff en ik zal niet zeggen dat je me kunt wegdragen, maar de tranen springen mij wel onvermijdelijk spontaan in de ogen.
 

Echte emotie

Kijken naar passie, naar kinderen die zo enorm hun best doen, die van jong tot oud met elkaar samenwerken als team, naar coaches die uit hun dak gaan na het slagen van de oefening en enthousiast high fives aan de kinderen uitdelen en waarbij men links en rechts elkaar in de armen vliegt, dát ontroert mij. En niet omdat al die oefeningen helemaal perfect en vlekkeloos zijn uitgevoerd, want laat het nou juist de imperfectie zijn die mij altijd raakt. Niet perfectie, maar imperfectie ontroert.
Een professionele, gladde en vlekkeloze oefening door vergevorderde sporters kan ik probleemloos met droge ogen aanzien. Maar op momenten dat je zoals op deze avond oefeningen ziet passeren waarbij kinderen zo ontzettend hun best doen en door de spanning en de grote groep soms niet meer weten waar ze heen moeten lopen, tegen elkaar opbotsen of van de mensentorens afvallen, dan pas voel ik echte emotie.
 

Ik klink zowaar spiritueel

Het doet me denken aan mijn puberteit waarin tennis mijn grote passie was. Als je nu aan mij vraagt wat ik toen de mooiste tijd vond, zeg ik dat dat de tijd was waarin ik merkte dat ik vooruitging. De stappen in de richting van je einddoel zijn vaker mooier dan het bereiken van dat einddoel. Ik klink zowaar spiritueel.
Haast overbodig te zeggen dat het team van mijn dochter de wedstrijd (verdiend) won. Door de juiste combinatie van een goed verhaal, de bijpassende goed in elkaar overlopende muziekstukken en de geweldige uitvoering viel alles uitstekend op zijn plaats.

Uitstekend, maar (gelukkig) niet perfect...
 




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Carl Orff
Carmina Burana (1936)
O Fortuna (lyrics)
James Levine en Chicago Symphony Orchestra
Bron: YouTube

 

zondag 31 mei 2015

192. Wij van de FIFA adviseren de FIFA

Actualiteit - Sprot - Politiek/Macht - Corruptie

 



Naschrift

Naschrift naar aanleiding van het aftreden van Sepp Blatter op 2 juni 2015, vier dagen na zijn “glorieuze” herverkiezing.
Wat is de overeenkomst tussen de op doping betrapte wielrenner Lance Armstrong en FIFA-baas Sepp Blatter?
Ze vertonen beiden psychopathische trekjes waarbij beiden niet alleen de kunst van het charmante gedrag in combinatie met het pathologisch liegen beheersen als geen ander, maar deze leugens en toneelstukjes ook nog eens dapper keer op keer blijven herhalen… tot dat ene moment. Dat vervelende moment waarop zelfs zij beseffen dat er echt geen uitweg meer is, de bewijzen tegen zich te hoog zijn opgestapeld, het net zich heeft gesloten en er uit angst voor juridische stappen niets anders opzit dan toch maar de handdoek in de ring te gooien.
Wat is het verschil tussen beiden? Armstrong heeft toegegeven doping te hebben gebruikt, terwijl Blatter nog niet zover is te erkennen dat hij corrupt is geweest. Maar ik vrees voor hem dat de waarheid boven water komt. Al staat het hem natuurlijk altijd vrij om tot zijn dood toe te blijven ontkennen. That's the spirit!

 

Overeenkomst Hans Gerritsen en Sepp Blatter

Wat is de overeenkomst tussen de inmiddels afgetreden burgemeester Hans Gerritsen van Haaksbergen (waar het monstertruckdrama met drie dodelijke slachtoffers plaatsvond) en de nog niet afgetreden FIFA-voorzitter Sepp Blatter? Beiden begrijpen niet goed wat de termen “leidinggevend” en “verantwoordelijkheid” inhouden. Beiden lijken te denken dat het bij leidinggeven enkel draait om de lusten en niet om de lasten.
 

Verantwoordelijkheid nemen bij succes makkelijker dan bij falen

Als je vindt dat je als leidinggevende niet verantwoordelijk bent voor grove fouten die er binnen je bedrijf worden gemaakt omdat jij ze persoonlijk toch niet hebt gemaakt, dan moet je ook consequent zijn lijkt me. Dan moet je dus ook niet met de eer gaan strijken op momenten dat je werknemers iets voor elkaar hebben gekregen waar jij zelf persoonlijk niets voor hebt hoeven doen. Laat dan als burgemeester of bondsvoorzitter klusjes als lintjes doorknippen en WK’s openen gewoon over aan die werknemers die daadwerkelijk met bloed, zweet en tranen de betreffende projecten tot stand hebben gebracht. En laat hen dan ook meteen de pers te woord staan en met hun koppen de voorpagina’s van de bladen sieren.
Als je het als leidinggevende met mijn voorstel tot deze consequentie eens bent, dan kun je ook wel meegaan in mijn voorstel om je salaris dan ook maar meteen in één moeite (minimaal) te halveren, omdat je in dat geval eigenlijk geen verantwoordelijkheid meer draagt en het dus nergens op zou slaan om daarvoor zoveel geld te verdienen.
Wat voor mensen die gaan trouwen geldt, geldt ook voor mensen die gaan leidinggeven: je gaat een verbintenis aan in voor- én tegenspoed. En net als dat dit voor veel gehuwden veel makkelijker gezegd dan gedaan blijkt te zijn, geldt precies hetzelfde voor veel leidinggevenden. Verantwoordelijkheid nemen bij succes blijkt toch iets makkelijker dan verantwoordelijkheid nemen bij falen.
 

Verschil tussen Gerritsen en Blatter

Ter geruststelling voor Hans Gerritsen zal ik ook nog een verschil tussen hem en Sepp Blatter noemen. Nadat Hans Gerritsen van zijn gemeenteraad te horen had gekregen dat ze hem gebrek aan schuldbesef, gebrek aan zelfreflectie en (geen gebrek aan) ongeïnteresseerdheid verweten, zag hij geen andere keus dan de eer aan zichzelf te laten en op te stappen.
Sepp Blatter is anders. Sepp Blatter is een strijder. Als Sepp Blatter tot zijn grote verbazing en verdriet geconfronteerd wordt met nare, corrupte werknemers binnen zijn organisatie dan komt zijn sterke rechtvaardigheidsgevoel naar boven drijven. Waardoor hij in plaats van op te stappen, als geen ander beseft dat dat wel het stomste is wat hij kan doen. Niemand anders dan hij is tenslotte de aangewezen persoon om dit verschrikkelijke corruptieprobleem met wortel en tak uit te roeien. Dat noem ik nog eens een leidinggevende met verantwoordelijkheidsgevoel!
 

Wij van WC-eend adviseren WC-eend

En als we het toch over uitroeien hebben: ik denk dat als iemand destijds Adolf Hitler op de hoogte had gesteld van het feit dat er in zijn Derde Rijk nare mensen rondliepen die weerloze joodse mannen, vrouwen en kinderen liepen uit te moorden hij net als Blatter niet was weggelopen voor zijn verantwoordelijkheid maar er hard tegen zou zijn opgetreden. Dat kenmerkt de ware leiders.
Geef Vladimir Poetin de verantwoordelijkheid voor het onderzoek naar de ware toedracht van het neerstorten van het MH17-vliegtuig en alles komt goed.
Geef Desi Bouterse de verantwoordelijkheid voor het onderzoek naar de Decembermoorden, de corruptie, de illegale wapen- en drugshandel in zijn land en alles komt goed.
Geef Barack Obama de verantwoordelijkheid voor het onderzoek naar schendingen van mensenrechten in de Guantanamo Bay-gevangenis en alles komt goed.
Dus geef onze moraalridder Sepp Blatter ook alsjeblieft (voor de zoveelste keer) vier jaar de verantwoordelijkheid en tijd voor de aanpak van de corruptieproblematiek binnen de FIFA en alles komt goed. Wij van WC-eend adviseren WC-eend. Wij van de FIFA adviseren de FIFA. Voor meest corrupt-vrije organisatie!

Dat de beste man ook over zelfkennis beschikt, bewees Blatter in zijn toespraak na zijn herverkiezing: “I am not perfect”. Waarmee hij meteen de eerste prijs voor understatement van het jaar in ontvangst mocht nemen.

 




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

donderdag 21 mei 2015

191. Mijn wil om te weten, wint het van mijn wil om te geloven (2/2)

Privé - Filosofie versus spiritualiteit - Religie en geloof - Wetenschap



Wetenschap niet heilig

Toen ik in de HB-Facebookgroep Filosofie en Spiritualiteit een keer wat van mijn meningen losliet, gebeurde wat ik al kon verwachten: ik kreeg van (spirituele) mensen een beetje flauwe opmerkingen alsof ik zou beweren dat wetenschap gelijk staat aan de waarheid. Wie mijn columns volgt, weet echter dat ik zoiets nooit zal beweren.
Natuurlijk is wetenschap niet heilig. Voor mij is sowieso niets heilig en zeker niet zo lang als er mensen bij betrokken zijn.
Ook in de wetenschap heb je te maken met mensen die bewust dan wel onbewust (grove) fouten maken en die niet in staat zijn hun ego opzij te schuiven in het belang van de waarheid, waardoor zaken als liegen, bedriegen, ontkenningsgedrag, fraude en tunnelvisies onvermijdelijk zijn.
Maar als iets op deze wereld in staat is om de objectieve feitelijke waarheid te achterhalen of het in elk geval zo dicht mogelijk te benaderen, dan kan niemand er omheen dat dat de wetenschap is.
Simpelweg omdat als de wetenschap op de objectieve, neutrale, eerlijke, integere en nauwkeurige wijze wordt uitgevoerd zoals het hoort (volgens de wetenschappelijke methoden dus: een essentiële voorwaarde!), een theorie pas voor waar wordt aangenomen op het moment dat die aan alle kanten door andere wetenschappers uitvoerig is onderzocht en niemand in staat is gebleken om ‘m te weerleggen. Dáár heb ik als filosoof die op zoek is naar de waarheid pas wat aan.

Mijn probleem met spiritualiteit

Mijn probleem met spiritualiteit is de grote mate waarin het in deze wereld ontbreekt aan wetenschappelijke onderbouwing waardoor in feite alles kan worden gepresenteerd als (de) waarheid. Op deze wijze is het einde zoek. Dan kan dus letterlijk alles voor waar worden aangenomen en kan ik alles wel gaan geloven: astrologie, geesten, demonen, paranormaliteit, paragnosten, mediums, Char(latan), Derek Ogilvie, Uri Geller, Tarotkaarten, Atlantis, healing, reiki, nieuwetijdskinderen, numerologie, reïncarnatie, graancirkels, UFO’s, engelen, complottheorieën, chemtrails, lichtwerkers enzovoort. 
Maar daar pas ik voor. Ik wil (wetenschappelijke) bewijzen zien voordat ik me in iets stort wat wellicht één grote farce of leugen is. Wat overigens natuurlijk iets van een paradox in zich heeft: pas iets willen geloven op een moment dat er bewijzen voor zijn geleverd. Op het moment dat je een geloof bewijst, is het tenslotte niet langer meer een geloof maar een gegeven.
Spiritualiteit heeft last van precies hetzelfde dilemma als religie: als iedereen beweert dat zijn geloof (of spirituele theorie) de ware is, wie moet ik dan in godsnaam geloven en wie niet? Wat dan weer leidt tot de logische vervolgvraag: als niemand in staat is zijn religie/spirituele theorie goed te onderbouwen (met wetenschappelijk bewijs), doe ik er dan gewoon niet beter aan om maar helemaal niemand te geloven?
 

Geloof werkt echt

Mijn uitgangspunt is en blijft dat ik in feite maar één ding geloof: dat de mens wil geloven. En ik begrijp heel goed waarom. Het geeft kracht, vertrouwen, hoop, troost, steun, een gevoel van controle en mede daardoor is het inmiddels een feit geworden dat geloof ook écht werkt en helpt. Een van de meeste bekende voorbeelden hiervan is het placebo-effect: als je gelooft dat een medicijn werkt, dan werkt het vaak ook. Ongeacht of het medicijn nep of echt is.
Om de achterliggende begrijpelijke, menselijke motieven zal ik religieuze en spirituele mensen altijd blijven respecteren, maar wel op voorwaarde dat dat geheel wederzijds is. Wat in deze wereld echter helaas niet altijd het geval is. Er bestaan tenslotte genoeg religieuze en spirituele mensen die weinig of geen begrip tonen voor andersdenkenden die ze verwijten dat zij “het” niet willen zien of voelen en dat ze zich meer moeten openstellen etc. In feite heb ik helemaal niets tegen religieuze en spirituele mensen zo lang als zij beseffen dat het een geloof is en/of een (hun) subjectieve waarheid. 
 

Het falsificationisme van Karl Popper

In mijn ogen heeft slechts een wetenschapper die alles volgens de regels van de wetenschap heeft gedaan - waarbij zijn theorie dus aan alle kanten is gecheckt en goed bevonden en/of niet weerlegd - enig recht van spreken om zijn theorie als (objectieve) waarheid te presenteren. Al zal ik ook hier de nodige terughoudendheid en bescheidenheid altijd meer op zijn plaats vinden, aangezien er natuurlijk genoeg theorieën zijn die geen enkele garantie hebben dat ze nooit zullen worden weerlegd.
De Oostenrijk-Britse filosoof Karl Popper ging zelfs zo ver te stellen dat elke wetenschappelijke theorie gedoemd is een hypothese te blijven zo lang als die niet wordt weerlegd. Volgens Popper kon geen enkele wetenschapper pretenderen dat zijn theorie de waarheid was omdat het altijd mogelijk bleef dat er een tegenargument gevonden zou worden die de hele theorie onderuit zou halen (het zogenaamde falsificationisme). Wat Popper grappig genoeg dus in feite zegt, is dat een echte wetenschappelijke theorie nooit bewezen kan worden, maar hooguit weerlegd.
 

Verrassend

Het is en blijft een interessant onderwerp: filosofie tegenover spiritualiteit. Overlappingen zijn er zeker, maar ik zie toch vooral de verschillen. Toch geldt vreemd genoeg voor mij - en wellicht verrassend voor sommige lezers – hetzelfde voor spirituele mensen als voor religieuze mensen: ik benijd ze. Stiekem zou ik dolgraag religieus en/of spiritueel zijn. Juist vanwege het geruststellende en troostende effect. Maar ik kan het niet. Mijn wil om te weten wint het van mijn wil om te geloven. 


Tonko
Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 17 mei 2015

190. Filosofie is iets heel anders dan spiritualiteit (1/2)

Privé - Filosofie versus Spiritualiteit - Religie/Geloof - Wetenschap



HB-Facebookgroep Filosofie en Spiritualiteit

Op Facebook heb je diverse hoogbegaafdsheidgroepen. Omdat ik het interessant vind een beetje te volgen wat er allemaal besproken wordt, ben ik van diverse groepen lid. Eén van die groepen is de HB-groep Filosofie en Spiritualiteit.
Dit klinkt boeiend, maar ook vreemd. Het is net zoiets als een Facebookgroep “Christenen en Moslims”. Ja, christenen en moslims hebben inderdaad diverse overeenkomsten, maar ze zijn verder in de eerste plaats toch vooral heel verschillend in de kern. En zo zullen de meeste christenen en moslims dat zelf ongetwijfeld ook zien.
Filosofie is iets heel anders dan spiritualiteit. Zo ben ik zelf zeer filosofisch, maar totaal niet spiritueel. Iets wat overigens geldt voor heel veel filosofen. Ik las dat Daan Rovers, hoofdredacteur van Filosofie Magazine, hierover ooit zei: “Onze lezers zijn bijna allemaal atheïst en aan spiritualiteit hebben ze een hekel.”
 

Verschil 1: spiritualiteit is populairder dan filosofie

Eerste opvallende verschil tussen filosofie en spiritualiteit is dat de wereld van de filosofie veel kleiner is dan de wereld van de spiritualiteit. Spiritualiteit is wereldwijd veel populairder dan filosofie.
Een mogelijke verklaring hiervoor is dat spiritualiteit toegankelijker is doordat het veelal positieve en geruststellende boodschappen en antwoorden geeft. Zoals bijvoorbeeld: alles heeft een reden en alles komt goed.
Filosofie daarentegen komt met meer vragen dan antwoorden en die vragen werpen vooral weer meer nieuwe vragen op. Of zoals de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans het ooit verwoordde: “Alles wat filosofen doen, is het voortbrengen van nog meer filosofie”.
Daarnaast zal filosofie voor veel mensen ongetwijfeld minder toegankelijk zijn vanwege het stoffige, elitaire, intellectuele imago van hun vakgebied. Filosofie wordt tenslotte vaak geassocieerd met oude (veelal blanke) mannen, zware en ingewikkelde boeken, theorieën, analyses, argumentaties, discussies enzovoort. Terwijl spiritualiteit veelal draait om persoonlijke ervaringen die veel gemakkelijker meteen toe te passen zijn. 

Verschil 2: spiritualiteit voor vrouwen, filosofie voor mannen

Een ander opvallend verschil is dat de filosofiewereld door mannen wordt gedomineerd, terwijl in de wereld van de spiritualiteit juist de vrouwen weer oververtegenwoordigd zijn.
Boeiende vraag hierbij is en blijft hoe dit komt. Wellicht omdat het cliché dat mannen van nature rationeler en analytischer zijn en vrouwen juist weer intuïtiever en gevoeliger klopt? Of spelen er toch andere, meer nurture-achtige factoren een rol (opvoeding, cultuur etc.)?
Zoals bij vrijwel alles vermoed ik dat het antwoord óók op het gebied van de verschillen tussen mannen en vrouwen gewoon ergens in het midden moet worden gezocht: het zit 'm in de combinatie van nature en nurture factoren. Hoe je hersenen in elkaar zitten en van wie je de genen hebt geërfd gecombineerd met hoe en waar en door wie je wordt opgevoed en beïnvloed et cetera, bepalen de persoon die jij bent/wordt...
 

Verschil 3: de rol van wetenschap

Als we verder kijken naar de inhoud is er wat mij betreft geen enkele twijfel over wat het grootste verschil tussen filosofie en spiritualiteit is: de rol van wetenschap.
Ondanks dat filosofie geen wetenschap is, speelt wetenschap een voorname rol in de filosofie. Zonder wetenschap geen filosofie. Voor spiritualiteit geldt dit niet. Spiritualiteit draait om zaken als gevoel, intuïtie en geloof en heeft wetenschap helemaal niet nodig. Zonder wetenschap nog steeds volop spiritualiteit.
Daan Rovers formuleerde het verschil tussen filosofen en spirituele mensen als volgt: “Filosofen stellen deels dezelfde levensvragen als spirituele mensen, maar nemen minder snel genoegen met de antwoorden.” Waarmee ze wat mij betreft precies de spijker op de kop slaat. Ik ben veel te kritisch, te sceptisch en een te volhardende, irritante doorvrager voor spirituele mensen.
 

Verschil 4: de zoektocht naar de waarheid

Wat ik als een ander - hierop aansluitend - verschil tussen filosofie en spiritualiteit beschouw, betreft de zoektocht naar de waarheid. Net als veel filosofen door de eeuwen heen, ben ook ik op mijn eigen zeer bescheiden niveau op zoek naar de waarheid.
Natuurlijk kan ik er nu voor kiezen om de discussie aan te gaan over wat "waarheid" precies is, of de vraag stellen of er wel een objectieve waarheid bestaat en of die niet altijd per definitie subjectief is. Of  nog beter: ik kan de vraag opwerpen of waarheid überhaupt wel bestaat. Maar dit alles is natuurlijk een veel te ingewikkelde discussie waar je wel honderd columns over kunt vullen, dus dat ga ik nu niet doen.
Wel leg ik kort uit hoe ik er zelf in sta. Wat ik persoonlijk bedoel met de zoektocht naar de waarheid, is de zoektocht naar objectieve wetenschappelijke feiten die onze wereld helpen verklaren.
Hierbij maak ik een verschil tussen een objectieve waarheid (op basis van met elkaar als mens gemaakte afspraken) en een subjectieve waarheid.
Al eerder in een column illustreerde ik dit verschil aan de hand van een heel simpel voorbeeld: man A zegt dat hij net geslagen is door man B die juist het omgekeerde beweert. Wat beiden echter niet weten, is dat meerdere videocamera’s het incident gedetailleerd hebben geregistreerd waaruit duidelijk blijkt dat man A man B heeft geslagen en niet andersom: de objectieve, feitelijke waarheid. Over het hoe en waarom van het incident zullen de meningen tussen beiden ongetwijfeld enorm uiteenlopen en daarom noemen we dat de subjectieve waarheid; een waarheid die moeilijk zo niet onmogelijk tot een objectieve waarheid te herleiden valt.
Waar ik zelf absoluut niet in ben geïnteresseerd is mijn waarheid of jouw waarheid, omdat deze subjectief zijn. De objectieve, feitelijke waarheid, dát is waar het mij om gaat. Met als doel om zoveel mogelijk pure kennis te vergaren over hoe de wereld daadwerkelijk in elkaar steekt om deze beter te leren kennen en begrijpen. Kennis die dus is gebaseerd op feiten en ontdaan is van alle overbodige en subjectieve ruis.

Spirituele mensen en de objectieve feitelijke waarheid

Wie deze objectieve, feitelijke waarheid wil vinden of minimaal zo dicht mogelijk wil benaderen, ontkomt niet aan de enige geschikte methode daarvoor: de wetenschap. Bij elke andere methode begeef je je (eerder) vroeg of laat op het terrein van de subjectieve waarheid.
Uit de vele onbewezen theorieën die in de spirituele wereld rondzweven, kun je een aantal conclusies trekken.
Òf veel spirituele mensen zijn niet geïnteresseerd in de objectieve, feitelijke waarheid.
Òf veel spirituele mensen zijn er gewoon van overtuigd dat dé (objectieve, feitelijke) waarheid helemaal niet bestaat. Waar voor alle duidelijkheid absoluut ook iets voor valt te zeggen en een zeer interessante filosofische discussie is. En als je als spiritueel persoon niet gelooft in een objectieve, feitelijke waarheid, dan is het uiteraard volstrekt logisch dat je geen enkele behoefte hebt aan een zoektocht naar de waarheid. Naar iets zoeken wat niet bestaat, is tenslotte totaal zinloos en zonde van je tijd.
Òf veel spirituele mensen zijn ervan overtuigd dat hun eigen subjectieve waarheid dé waarheid is. 

Spirituele theorieën en wetenschappelijk onderzoek 

Natuurlijk vergeet ik niet dat er binnen de spirituele wereld ook nog een groep mensen bestaat die wel degelijk geïnteresseerd is in wetenschap en een bepaalde vorm van objectieve, feitelijke waarheid.
Vanuit deze hoek worden dan ook pogingen gedaan om spirituele theorieën te onderwerpen aan wetenschappelijk onderzoek in de hoop ze op een dag met bewijzen te kunnen onderbouwen.
Zo lijken er op dit gebied de laatste jaren bijvoorbeeld steeds meer wetenschappelijke aanwijzingen te komen dat meditatie daadwerkelijk iets teweegbrengt in de hersenen wat positieve effecten tot gevolg heeft. Overbodig te vermelden dat ik dit terrein binnen de spiritualiteit wel uitermate boeiend vind.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

donderdag 14 mei 2015

189. Zonder geluk zit het nooit mee (en zonder pech zit het nooit tegen)

Actualiteit en privé - Liefde/Vriendschap - Toeval en geluk

  





DWDD

Van de week lichtte actrice Halina Reijn in de DWDD haar column voor de Vlaamse krant De Morgen toe. In deze krant stond het Moederdagweekend in het teken van de “OK (ongewild kinderloze) vrouw” en dat raakte de 39-jarige kinderloze Halina.
De actrice greep de gelegenheid aan om via haar column hardop tegen zichzelf en de buitenwereld uit te spreken dat het feit dat zij geen man en kinderen heeft echt geen bewuste keuze is. Ze wil het maar al te graag, maar dat het tot haar grote verdriet (tot nu toe) niet is gelukt, blijkt voor veel mensen niet als geloofwaardig over te komen. Een goed uitziende, succesvolle actrice moet de mannen tenslotte voor het uitkiezen hebben, zo redeneert men.
Een goede reactie vond Halina die van iemand die schreef dat haar column maar weer eens helder aangaf dat er in deze tijd geen begrip is voor pech. Ook al zou ik het iets anders formuleren, sluit deze mening prima aan op een van mijn favoriete onderwerpen/overtuigingen in de filosofie: de rol van toeval (geluk en pech) in het leven.
 

Soms gaan die dingen nu eenmaal zo

Een goede, alleenstaande vriendin van me van 46 jaar is ook ongewild kinderloos. Al heeft zij inmiddels wel een pleegdochter van vier die zij alleen opvoedt.
Vroeger droomde ze altijd van een groot gezin met man en vier of vijf kinderen. Maar het kwam er niet van. En niet omdat ze er niet leuk uitziet of geen fijn mens is of dat ze geen sociale vaardigheden heeft of zo (integendeel zelfs), maar simpelweg omdat ze de juiste man gewoon nooit is tegengekomen.
Net als bij Halina Reijn is er met haar verder helemaal niets mis wat zou kunnen verklaren waarom het niet is gelukt. Maar soms gaan die dingen nu eenmaal zo en ontbreekt net dat beetje geluk wat je nodig hebt.


Geschikte voortplantingsman

Natuurlijk kun je ook rationele redenen bedenken waarom vrouwen als Halina en mijn goede vriendin geen geschikte “voortplantingsman” hebben gevonden en andere vrouwen om hen heen wel.
Bij Halina zou bijvoorbeeld kunnen meespelen dat ze een bekende Nederlander met een succesvolle en niet te vergeten drukke (minder tijd om te daten...?) baan en carrière is en er nu eenmaal veel mannen rondlopen die qua status, macht en geld toch graag boven hun partner willen staan.
Waar deze factoren niet gelden voor mijn goede vriendin spelen bij haar weer andere zaken een rol die overigens ook voor Halina herkenbaar kunnen zijn: ze is een sterke, onafhankelijke, hoogopgeleide, geëmancipeerde, kritische vrouw met een eigen mening. Iets wat ook een bepaald (zelfde) soort groep mannen afschrikt.
Ook ik ken overigens hoogopgeleide mannen die heel ouderwets en rolbevestigend vanuit hun ego de voorkeur geven aan zorgzame, iets minder slimme en ambitieuze partners met onopvallende (of geen) carrières. Iets wat mij persoonlijk overigens nooit heeft geboeid. Wie wat doet of verdient in een relatie en hoe de taken precies verdeeld zijn, vind ik totaal onbelangrijk. Zo lang in een relatie beide partners helemaal achter de rolverdeling staan en zich er goed bij voelen plus dat ze elkaar verder gewoon als gelijkwaardig persoon beschouwen, lijkt mij dat alleen maar een win-winsituatie.
En wat betreft eventuele verschillen in slimheid en IQ is mijn persoonlijke mening dat ik altijd een partner wil die op dit punt op ongeveer hetzelfde niveau zit. Ik geloof sowieso niet in opposites attract en dus ook niet in grote onderlinge verschillen in (lange stabiele) relaties. Dat werkt gewoon niet. Een partner die bijvoorbeeld een stuk minder slim is dan ik, vind ik niet aantrekkelijk omdat ik dan in gesprekken met haar een gemis ga voelen. 

Ideale harmonieuze gezinnetjes

Toch geeft het bovenstaande geen sluitende verklaring voor het gegeven dat Halina Reijn en mijn goede vriendin tot op heden niet aan de (goede) man zijn gekomen. Er lopen tenslotte genoeg vergelijkbare vrouwen rond met vergelijkbare nature en nurture omstandigheden die wél man en kinderen hebben, dus hoe zit dat? Het verschil zit ‘m gewoon in de rol van toeval in het leven: soms heb je geluk en soms heb je pech.
Dit begint natuurlijk al bij een van mijn stokpaardjes: de nature en nurture omstandigheden. Neem alleen al het simpele gegeven dat mensen die opgroeien in een veilig gehecht gezin met ouders die liefdevol met elkaar omgaan later meer kans maken op het aangaan van gezonde relaties dan mensen die opgroeien in minder veilige gehechte gezinnen met bijvoorbeeld (vecht) scheidingen, problemen, ruzies, spanningen, stress etc. 
Natuurlijk zijn Halina en mijn goede vriendin niet de enige die dromen van het ideale harmonieuze gezinnetje met een superpartner en superkinderen. Heel veel mensen doen dat, maar helaas is dat lang niet voor iedereen weggelegd.
Wel voor mij… had ik nu graag gezegd. Maar dan zou ik liegen. Als gescheiden vader en co-ouder is mijn ideaal harmonieus gezinnetje inmiddels ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Al heb ik aan mijn niet-geslaagde huwelijk dan gelukkig nog wel drie "ideale" kinderen overgehouden 
(jaja, laat mij alsjeblieft lekker in die illusie leven joh!).
Kijk je echter naar de rol van toeval in het leven, dan hadden mijn kinderen er net zo goed niet kunnen zijn. Het is allemaal een kwestie van het verschil tussen geluk en pech of - in dit geval - tussen winst en verlies. 
 

Clubkampioen

Jarenlang zat ik op dezelfde tennisclub waar ik verschillende keren clubkampioen bij de junioren was geworden, maar wat bij de senioren maar steeds niet wilde lukken. Drie keer bereikte ik de finale, drie keer verloor ik nipt van dezelfde vent en moest ik tot mijn grote frustratie constateren dat driemaal scheepsrecht niet voor mij gold.
Ondanks dat de leukste tijd bij deze club inmiddels al ver achter me lag en ik er eigenlijk af wilde, deed ik dat niet. Overal om me heen had ik al geroepen dat ik niet eerder van de club af zou gaan voordat ik er clubkampioen was geworden en dat meende ik ook echt.
En toen kwam de vierde finale. Tegen, jawel, weer dezelfde vent, mijn "angstgegner". Dit keer kwam ik dik voor (6-2, 3-0), maar verkrampte ik door een plotseling opkomende faalangst en dreigde het opnieuw weer mis te gaan. Maar uiteindelijk herpakte ik me vanuit een soort van dit-overkomt-me-niet-nog-een-keer-gevoel en viel het dubbeltje toch net de goede kant op. Bij 6-5 in de tiebreak van de beslissende set had ik een matchpoint en sloeg mijn tegenstander een dubbelfout: 6-2, 6-7, 7-6. Wat ik me ooit had voorgenomen te zullen gaan doen als ik seniorenclubkampioen zou worden, deed ik ook: ik streek neer op mijn knieën, net als mijn grote tennisheld van vroeger, Björn Borg.
Meteen na de finale kondigde ik in mijn speech aan met onmiddellijke ingang van de club af te gaan. Een paar maanden later zat ik op een nieuwe tennisclub waar ik mijn aanstaande vrouw ontmoette die net een slechte relatie aan het afronden was. Binnen twee jaar was onze eerste zoon geboren en vijf jaar later hadden we drie kinderen.
 

Een echte OK-man

Moraal van het verhaal is een inkoppertje: als mijn tegenstander in plaats van een dubbelfout drie winners op rij had geslagen, had ik de wedstrijd verloren en zou ik zijn “gedwongen” om minstens nog een jaar op die club te blijven. En dan waren mijn huidige kinderen nooit geboren. Sterker nog: kijkend naar mijn persoontje en karakter was het niet ondenkbaar geweest dat ik dan een echte OK-man zou zijn geworden.  
 

Een illusie

Toeval, geluk en pech bepalen voor een groot deel het leven.
Natuurlijk heeft de mens invloed op het verloop van zijn leven, maar die invloed is wel een stuk kleiner dan men denkt. Vanuit zijn sterke wil om controle te willen hebben op alles wat er om hem heen gebeurt, leeft de mens in een illusie dat hij die controle ook daadwerkelijk voor het grootste deel heeft.
Hoe gelukkiger en succesvoller iemand is, hoe meer hij dit zal toeschrijven aan de eigen kwaliteiten en vaardigheden en hoe minder het leven meezit, hoe meer iemand dat zal wijten aan externe (pech) factoren. Terwijl de werkelijkheid is dat het natuurlijk beide kanten op werkt. Zonder geluk zit het nooit mee en zonder pech zit het nooit tegen.
 

Hopen op die ene wedstrijd

Om de succesvolle actrice te worden die ze nu is, zal Halina Reijn behalve vereiste karaktereigenschappen als inzet en doorzettingsvermogen ongetwijfeld ook de nodige dosis geluk hebben gehad. Wat die man en kinderen betreft, rest haar niets anders dan te hopen op die ene wedstrijd die ze dan op het goede moment moet zien te winnen. Al waarschuw ik haar nu alvast dat de kans dan nog steeds aanwezig is dat ze er later zal achterkomen dat haar man toch niet die droompartner bleek te zijn die ze dacht. Tjee, wat een pech…






Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.