zaterdag 31 december 2016

262. Was ik maar een genie

Actualiteit - Dood/Overlijden - Vera Rubin - Wetenschap

 










Niet over George Michael of  Carrie Fisher

Als ik zeg dat deze column gaat over een bekend iemand die afgelopen week is overleden en die grote indruk op mij heeft gemaakt, weet u nog niets. Dat kan gaan over de Britse zanger George Michael die ironisch genoeg op zijn “Last Christmas” (25 december) overleed. Maar nee, ik had niet veel met George Michael en zijn muziek.
Dan moet het over de twee dagen later gestorven Carrie Fisher gaan, de Amerikaanse actrice die bekend is geworden van haar rol als prinses Leia in de drie Star Wars-films van George Lucas tussen 1977 en 1983.
Maar nee, ondanks dat ik de knappe Leia met de voor haar zo kenmerkende twee gedraaide haarknotten aan de zijkant - die geïnspireerd blijken te zijn op de haardracht van sommige vrijheidsstrijdsters tijdens de Mexicaanse Revolutie in 1910 - best kon waarderen, ben ik nooit zo’n Star Wars-liefhebber geweest. Geef mij dan maar Star Trek, met de geweldige Amerikaanse acteur Leonard Nimoy als de legendarische Spock, waaraan ik wél een column heb gewijd toen hij in 2015 stierf (zie column 177).
 

Onzichtbare materie

Deze column gaat over een op eerste Kerstdag overleden vrouw die veel liefhebbers van de wetenschap en dan met name van de sterrenkunde wel kenden, de vrouw van de donkere materie: Vera Rubin.
Vera Rubin was een Amerikaanse astronome die als eerste (samen met collega Kent Ford) er achter kwam dat sterren die in sterrenstelsels om het centrum van het stelsel draaien dit allemaal doen met precies dezelfde snelheid: 250 kilometer per seconde. Iets wat je niet zou mogen verwachten als je een sterrenstelsel afzet tegen bijvoorbeeld ons eigen zonnestelsel (ook wel het melkwegstelseldraaiingsprobleem genoemd).
In ons zonnestelsel geldt dat hoe verder een planeet verwijderd is van het centrum hoe langzamer hij om de zon draait. Kortom Mercurius draait het snelst om onze zon en Neptunus het langzaamst. Iets wat komt door de werking van de zwaartekracht (zie de wetten van Keppler en Newton): hoe dichter je je als planeet bij de zon begeeft, hoe groter de invloed van de zwaartekracht en hoe sneller je er omheen zal draaien.
De enige plausibele verklaring waarom dit principe bij sterrenstelsels anders zou werken en waarom de zwaartekracht hier niet zwakker werd naarmate een ster zich verder van het centrum van het sterrenstelsel af bevond, was dat de massa van de sterrenstelsels groter zou moeten zijn dan de sterrenkundigen konden zien. Anders gezegd: er zouden zich in de sterrenstelsels grote hoeveelheden onzichtbare materie moeten bevinden. Sterker nog: 90 tot 95% van de materie in het heelal zou onzichtbaar moeten zijn om voor deze revolutionaire ontdekking een verklaring te kunnen geven.
Overigens mag hierbij niet onvermeld blijven dat het de Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort was die in 1932 als allereerste het idee opperde dat er meer massa moest zijn dan de zichtbare massa in de sterrenstelsels.
 

De rest is geschiedenis

Met haar werk heeft Vera Rubin een belangrijke rol gespeeld bij het tot stand komen van het begrip donkere materie.
Momenteel is het binnen de wetenschap een geaccepteerde theorie dat het heelal voor 4% bestaat uit bekende materie en dat de overige 96% bestaat uit donkere materie (23%) en donkere energie (73%). Waarbij simpel gezegd donkere materie verklaart waarom objecten in het heelal naar elkaar toe trekken (met behulp van de zwaartekracht) en donkere materie verklaart waarom die objecten juist van elkaar af bewegen (versnelling van de uitdijing van het heelal).
Hoewel geaccepteerd, biedt de theorie nog alle ruimte voor theorieën met hele andere verklaringen. Want ondanks dat wetenschappers er druk mee bezig zijn, is het bestaan van de onzichtbare materie tot op de dag van vandaag nog steeds niet officieel bewezen (met als excuus dat dat ook niet bepaald makkelijk is). Iets wat ook zou kunnen verklaren waarom Vera Rubin nooit de Nobelprijs voor de Natuurkunde heeft gekregen. Al zijn er ook genoeg mensen die vermoeden dat seksisme een rol heeft gespeeld in deze beslissing van de (zeker toen) oerconservatieve, door mannen gedomineerde, commissie die daarover ging. Vera Rubin was zelf in elk geval duidelijk overtuigd van de kwaliteiten van vrouwen: "There is no problem in science that can be solved by a man that can not be solved by a woman." 

Theorie van Erik Verlinde

Omdat er nog steeds geen officieel bewijs is voor het bestaan van onzichtbare materie, is het zeker voor Nederlandse wetenschappers spannend dat de Nederlandse theoretische fysicus Erik Verlinde afgelopen jaar zijn nieuwe theorie op dit gebied officieel heef gepresenteerd. Een theorie die het bestaan van donkere materie ontkent en die een nieuwe betekenis geeft aan het begrip zwaartekracht. Zijn theorie lijkt te draaien om “brokjes informatie die zitten opgeslagen in de structuur van ruimtetijd” (begrijpt u het, begrijp ik het?).
De theorie van Verlinde zou baanbrekend kunnen worden - met een gegarandeerde Nobelprijs uiteraard - zo lang als hij tenminste niet wordt weerlegd. Het zou, naar ik begrijp, zelfs een belangrijke stap kunnen zijn richting een theorie van alles - het summum, het hoogst haalbare en dus de droom van elke natuurkundige - waarbij de verschillende bestaande fundamentele natuurkundige theorieën (heel simpel gezegd: de relativiteitstheorie van Einstein aan de ene kant en de theorie van de kwantummechanica aan de andere kant) worden verenigd in één alles verklarende theorie.
Terugkomend op Vera Rubin is het een leuk detail ook om te weten (en ook om te zien hoe groot de rol van toeval ook binnen de wetenschap vaak is) dat Rubin tot haar grote ontdekking
 kwam omdat ze besefte dat ze als vrouw en moeder van twee jonge kinderen niet in staat zou zijn geweest om de zware concurrentiestrijd met haar mannelijke collega’s op het terrein van het toen zeer populaire onderzoeksterrein van de zwarte gaten aan te gaan. Om die reden besloot Rubin zich maar op een onderzoeksterrein te richten waarin verder haast niemand leek te zijn geïnteresseerd: de sterrenstelsels. En de rest is geschiedenis…
 

Klein, nederig en nietig

Als ik lees over of kijk naar (ik ben nogal visueel ingesteld en ik kijk heel veel BBC-documentaires hierover) wetenschappelijke informatie over het heelal, zwarte gaten, donkere materie, donkere energie, zwaartekracht, parallelle universums, snaartheorie, kwantumfysica en tijdreizen (beide mijn favoriet), Einstein en zijn relativiteitstheorie, Stephen Hawking en zijn theorieën over zwarte gaten enz., dan denk ik altijd van: was ik maar een genie.
Het lijkt me geweldig om niet alleen alles hierover te lezen en te zien, maar om het ook nog daadwerkelijk met formules en al te begrijpen en "last but not least" om hierover net als Vera Rubin het een en ander zelf te ontdekken.

Al is het heel geruststellend dat de bekende Amerikaanse natuurkundige Richard Feynman ooit over kwantumfysica verklaarde: “Iedereen die zegt dat hij kwantumfysica begrijpt, begrijpt er niets van”.
Tot mijn dood zal ik altijd ontzettend geboeid blijven door alle wetenschappelijke vraagstukken op dit soort (o.a. natuur- en sterrenkundige-) terreinen. Zoals ik als leek ook de theorie van Erik Verlinde met veel interesse zal blijven volgen. 
Maar ook tot mijn dood zal ik - net als velen met mij die ook een fascinatie hebben voor het heelal en zijn immense, onvoorstelbare grootte - me er behoorlijk klein, nederig en nietig bij voelen. Hoe meer ik over dit alles lees en zie, hoe meer ik namelijk besef hoe weinig ik toch weet.
Desalniettemin is mijn dank richting mensen als Vera Rubin groot, omdat zij mij helpen mijn nieuwsgierigheid te prikkelen en mijn intellectuele behoeftes te bevredigen. Iets waar ik absoluut niet zonder kan.

Kortom, Vera Rubin bedankt dat ik door u toch weer een ietsje pietsje meer van de mysteriën in dit heelal ben ga begrijpen.








  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Vera Rubin (1928-2016)
 

dinsdag 27 december 2016

261. Het gevoel wint het van de waarheid

Actualiteit / Jaaroverzicht 2016 - Gevoel vs. Verstand

 




Extra veelbesproken jaar

En weer is er (bijna) een jaar voorbij. Over elk jaar kun je natuurlijk uitvoerig napraten, maar wellicht dat 2016 toch een extra veelbesproken jaar wordt. Al is het alleen maar om de uitverkiezing van Donald Trump tot de nieuwe president van het machtigste land ter wereld. Of om de net zo onverwachte uitslag van het referendum in Groot-Brittannië over het EU-lidmaatschap dat leidde tot de Brexit.
 

Treitervlogger en post-truth woorden van het jaar

Ook de gekozen woorden van het jaar in Nederland en Groot-Brittannië - respectievelijk “treitervlogger” en “post-truth” - zeggen veel over het afgelopen jaar.
Een jaar waarin elke willekeurige sukkel die video’s maakt van zijn opruiende asociale gedrag kans maakt om door een bepaald deel van de bevolking op handen gedragen te worden. Een bepaald deel waarvan velen vrees ik ook al (bijna) oud genoeg zijn om te mogen stemmen.
Met het woord “post-truth” wordt gesuggereerd dat we - met dank aan opportunistische mensen als Trump, Erdogan, Poetin en Wilders - zijn aanbeland in een tijdperk waarin objectieve feiten minder van invloed zijn op de vorming van de publieke opinie dan emoties, (onderbuik) gevoelens en persoonlijke overtuigingen. Men verkiest gevoel boven waarheid. 
 

Vanuit je gevoel stemmen devies van deze tijd

Met de constatering dat wereldwijd bekeken het gevoel het momenteel wint van de waarheid, kun je gechargeerd stellen dat de gevoelsmensen dus een goed jaar achter de rug hebben met diverse behaalde overwinningen op de mensen die liever afgaan op hun verstand. Eerst vanuit je gevoel stemmen en dan pas later opzoeken waarvoor je eigenlijk precies hebt gestemd (Brexit, Trump), lijkt het devies van deze tijd.
Mijn visie is anders. Naar mijn persoonlijke overtuiging kun je een wereld vol conflicten, oorlogen en terrorisme het beste benaderen zoals je ook een echtscheiding dient te benaderen: zet al je gevoelens en emoties opzij en (onder) handel vanuit je verstand. Dat is en blijft in alle situaties nu eenmaal het beste.
 

Zwartepietendiscussiemoeheid

In plaats van “treitervlogger” had wat mij betreft trouwens ook een mooi Scrabble-woord mogen winnen waarvan ik eerlijk gezegd niet eens weet of het daadwerkelijk bestaat: “zwartepietendiscussiemoeheid”.
Ook dit woord is veelzeggend voor de tijd waarin we leven. Een tijd waarin racisme haast een soort van revival lijkt te hebben gemaakt. Ik zeg heel bewust “lijkt”, want ik geloof er helemaal niets van dat er op dit gebied in de afgelopen decennia veel is veranderd.
Sterker nog, ik geloof er helemaal niets van dat als je voor deze discussie de mensheid grofweg in twee categorieën indeelt - de “good guys” en de “bad guys” - dat er dan in de loop van de geschiedenis veel in deze verhouding is veranderd. 
 

Karma

Dit is tevens een van de redenen waarom ik ook helemaal niets kan met het begrip karma uit het hindoeïsme en boeddhisme. Karma draait om het geloof dat alle handelingen die je verricht gevolgen hebben op jouw huidige, je toekomstige en je volgende (?) leven(s). Dit houdt dus in dat de situatie waarin je je op dit moment bevindt niet los gezien kan worden van hoe je je in vorige levens hebt gedragen: het heden wordt bepaald door het (verre) verleden. Waarbij positieve handelingen zullen leiden tot positieve ervaringen en negatieve handelingen tot negatieve ervaringen.
Als je deze gedachtegang doortrekt, ervan uitgaande dat ie klopt, zou je dus mogen verwachten dat de mensheid in de loop van de tijd steeds beter en minder slecht is geworden. Want als je keer op keer je kop stoot na het vertonen van negatief gedrag dan leer je dat vanzelf wel snel genoeg weer af, nietwaar (beschouw het als een evolutionair proces)? Zelfs de spreekwoordelijke ezel weet dat. 
 

Morele weegschaal

Je kunt me cynisch noemen, maar als ik kijk naar de loop van de geschiedenis van de mensheid dan zie ik met geen mogelijkheid een morele weegschaal die steeds meer is gaan overhellen richting het goede. Zaken als liegen, bedriegen, pesten, intolerantie, racisme, oorlog, terrorisme en andere vormen van geweld, zijn van alle tijden en lijken eenvoudigweg niet uit te bannen.
Hooguit zie ik her en der een verandering in de manier waarop “het kwaad” zich profileert. Waar vroeger bijvoorbeeld menig machthebber probleemloos zijn tegenstanders kon laten martelen en vermoorden, zal hij in deze tijd (althans zeker met name in Europa) andere, slinksere middelen moeten aanwenden om zijn machtspositie te behouden dan wel te vergroten. Zelfverrijking ten koste van anderen is zo’n "subtiele" methode. 
 

Yin en Yang

Nee, ik ben niet zo van het geloven maar als ik dan toch iets zou moeten geloven op het gebied van de verhouding tussen goed en kwaad dan zou het iets zijn in de richting van de nuchtere vaststelling dat er tussen deze twee een soort van Yin en Yang-achtig evenwicht bestaat.
Iets wat ik vanuit religieus, met als voorbeeld christelijk, oogpunt altijd enorm zorgwekkend zal blijven vinden: de vaststelling dat er in deze wereld een soort van evenwicht bestaat tussen het Goede (God) en het Kwade (Duivel). Alsof je als Almachtige kennelijk niet almachtig genoeg bent om op zijn minst iets van voordeel te behalen uit deze eeuwige strijd; laat staan dat je het Kwade gewoon doodslaat als een irritante zoemende mug.

 






Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

dinsdag 29 november 2016

260. Ga je voor de illusie of voor de waarheid?

Actualiteit en privé - Sport - Liegen/Bedriegen - Liefde/Relaties

 









Biografie zelfdestructieve ex-wielrenner Thomas Dekker

Vorige week was de door de journalist Thijs Zonneveld geschreven biografie “Mijn Gevecht” van oud-wielrenner Thomas Dekker flink in het nieuws. De titel van het boek leverde in het humoristische televisieprogramma De Kwis al een scherpe grap op, want hoe zou "Mijn Gevecht" in het Duits zou worden vertaald?
Zoals je kunt verwachten van dopingzondaar Thomas Dekker staan in het boek pikante onthullingen over zijn excessieve dopinggebruik tijdens zijn wielercarrière. Maar wat de sensatie compleet maakt, is dat er verder ook anekdotes worden verteld over diverse uitspattingen van Dekker en zijn directe wielercollega’s rondom (“gewone”) drugs, drank en seks.
Zonder het boek gelezen te hebben, geloof ik best dat wat er in staat een goede weergave zal zijn van wat de zelfdestructieve Thomas Dekker in zijn wielercarrière allemaal heeft meegemaakt. Natuurlijk kan Dekker theoretisch alles uit zijn duim hebben gezogen en zouden directe wielercollega’s als Michael Boogerd in dat geval een punt hebben in het ontkennen van alle betrokkenheid bij genoemde gebeurtenissen, maar dat lijkt mij sterk.
Het scenario dat Dekker eens en voor altijd door middel van het (laten) schrijven van een zeer open en schaamteloze autobiografie een definitieve streep wilde zetten onder zijn mislukte wielercarrière - met als prettige bijkomstigheid een aardige bijverdienste uiteraard - lijkt mij niet onaannemelijk. 
 

Pissig

Wat ik het meest fascinerend aan dit alles vind, is de keuze die Thomas Dekker feitelijk voorlegt aan een ieder die het boek misschien wil gaan lezen: ga je voor de illusie of ga je voor de waarheid en werkelijkheid?
Voor DWDD-presentator en wielerliefhebber Matthijs van Nieuwkerk was deze keuze niet zo moeilijk. Hij bekende eerlijk aan Dekker dat hij eigenlijk liever had gehad dat Thomas het boek helemaal niet had geschreven. Van Nieuwkerk zei nog net niet dat hij pissig op Dekker was voor het keihard onderuit halen van zijn romantisch beeld van het professioneel wielerleven, maar daar kwam het in feite wel op neer.

Boudewijn Büch: fantasie als waarheid presenteren

Pikant detail is dat eerder in dezelfde DWDD-uitzending schrijfster Eva Rovers te gast was om te vertellen over haar net verschenen biografie “Boud” over schrijver, dichter en televisiepresentator Boudewijn Büch. Pikant, omdat vooral na zijn dood duidelijk werd dat Büch tijdens zijn leven een pathologische leugenaar was geweest die (zichzelf? en) zijn omgeving regelmatig voor de gek had gehouden door zijn fantasie als waarheid te presenteren.
Net als bij het boek van Thomas Dekker is hier de interessante vraag of de fans van Boudewijn Büch achteraf gezien liever niets van deze onthullingen hadden vernomen of dat ze toch gewoon de (harde) werkelijkheid hadden willen weten. Anders gezegd: zit iemand die geniet van een verhaal dat (met reden) te mooi of te tragisch lijkt om waar te zijn wel te wachten op iemand die hem alle illusies ontneemt door opeens met de waarheid op te proppen te komen? Of wil hij toch gewoon liever in de waan gelaten blijven?
 

Ufo's, Atlantis en de verschrikkelijke sneeuwman

Geloven in illusies is iets waar ik vroeger - meer onbewust dan bewust - zeker open voor stond. Als klein jongetje hoopte ik maar al te graag dat UFO’s echt bestonden, net als geesten, paranormale verschijnselen, Atlantis, de verschrikkelijke sneeuwman, het monster van Loch Ness enz.
En nog steeds is deze fascinatie voor alles wat maar mysterieus en geheimzinnig dermate aanwezig dat ik er heel wat voor over zou hebben om op een dag bewijzen te krijgen voor het bestaan van (een van) genoemde illusies. Waarmee dan meteen het woord illusie in de prullenbak kon.
Maar inmiddels ben ik op basis van toegenomen kennis en ervaringen ouder en wijzer geworden en besef ik dat er achter dit alles een zeer hardnekkige menselijke neiging zit die je nooit ofte nimmer moet onderschatten: de wil om te geloven. Zoals ik ooit al eerder in een column aangaf (zie column 39) is mijn wil om te weten echter sterker dan mijn wil om te geloven.
Tegen het advies van filosoof Friedrich Nietzsche in zal ik zelfs in die gevallen waarin de illusie sterker lijkt dan de waarheid altijd voor de laatste kiezen. Of dat verstandig is en of je er gelukkiger van wordt is een tweede, maar dat zit nu eenmaal in me. Filosofen staan er om bekend om op zoek te zijn naar de waarheid en dat herken ik als geen ander.
 

The Masked Magician

Zelfs bij letterlijke illusies in de wereld van de goochelaars en illusionisten kon ik als jongetje al nooit uitstaan dat ik niet wist hoe dit allemaal werkte. Toen op een dag het programma “The Masked Magician” op televisie verscheen waarin een gemaskerde goochelaar uitlegde hoe diverse bekende trucs werkten, moest en zou ik dat zien.
Waar velen dit programma als een grote teleurstelling zullen hebben ervaren omdat het in één klap de magie van alle goochelshows ontnam, was ik alleen maar opgelucht omdat ik nu eindelijk de waarheid achter al deze illusies te zien kreeg. Ja, zelfs bij zoiets triviaals als een goochelshow wil ik precies weten hoe het écht zit.  
 

Wat niet weet wat niet deert

In de periode dat ik mijn (inmiddels ex-) vrouw leerde kennen, hadden we ook gesprekken over relaties en onze visies daarop. Over voorgaande relaties viel van mijn kant niets te melden, maar van haar kant wel. Zo vertelde ze me eerlijk dat ze in de langdurige relatie met haar laatste vriend ooit was vreemdgegaan met een goede vriend van hem. Iets wat hij overigens nooit heeft geweten.
Zelf was ze andersom wel ooit toevallig tijdens het opruimen na een inbraak erachter gekomen dat hij achter haar rug om was vreemdgegaan. Daar baalde ze enorm van, maar verrassend genoeg niet zozeer omdát hij was vreemdgegaan maar meer omdat ze het te weten was gekomen. Haar standpunt over vreemdgaan binnen een relatie was namelijk heel simpel: “Wat niet weet, wat niet deert”. Anders gezegd: vreemdgaan kan gebeuren, maar zorg dan in elk geval dat de ander het niet te weten komt want dan is er geen kwaad geschied.
Ik schrok van deze zienswijze omdat de mijne compleet anders is. Ondanks dat ik rationeel ervan overtuigd ben dat de mens geen monogaam wezen is, ben ik dat zelf gek genoeg wel. Of dat komt door mijn naïeve, romantische inslag op het gebied van de liefde weet ik niet (misschien tevens de reden waarom ik nog steeds alleen ben?), maar binnen mijn normen en waarden past vreemdgaan in elk geval niet.
Ik vertelde mijn aanstaande vrouw dan ook dat ik dit best een probleem vond. Uiteindelijk kwamen we tot een soort van compromis waarin ze verklaarde dat ze me niets kon beloven, behalve dan dat als ze ooit zou vreemdgaan ze het mij dan eerlijk zou vertellen. En dat allemaal dus vanwege de simpele reden dat ik altijd wil weten ongeacht hoeveel het me deert: waarheid boven illusie!
 

Geen gif op durven innemen

Natuurlijk valt er best iets te zeggen voor het standpunt van mijn ex-vrouw. Als een relatie goed gaat en een van beiden (of beiden) gaat vreemd waarom dan het risico op ellende en drama nemen door de waarheid op te biechten? Uiteraard kun je daar mijn volgende standpunt weer tegenover zetten, al besef ik goed dat die wat naïef is om de eerder genoemde overtuiging dat de mens nu eenmaal niet gemaakt is om monogaam te zijn: als je relatie goed is, heb je geen behoefte aan vreemdgaan. Tenminste niet in de relatie die ik voor ogen heb.
Of mijn ex-vrouw tijdens ons huwelijk nou wel of niet is vreemdgegaan, weet ik niet. Op basis van haar belofte, ga ik er gewoon van uit van niet. Maar ik zou er eerlijk gezegd geen gif op durven innemen. Bovendien kon onze relatie natuurlijk moeilijk goed genoemd worden, getuige de scheiding waarin die eindigde. En daarnaast zal ik per definitie mensen die liever in een illusie leven dan in de werkelijkheid en die van mening zijn dat wat niet weet niet deert, minder snel op hun woord geloven. Dat lijkt mij ook logisch.

En toch is en blijft het vreemde van alles dat ik alle gelovigen in illusies (de laatste twee woorden zou ik ook tussen haakjes kunnen zetten) altijd zal blijven benijden. Want een ding staat voor mij vast: de Matthijs van Nieuwkerkjes van deze wereld hebben een mooiere kijk op de mensheid dan ik. Maar je bent wie je bent en daar doe je weinig aan (of je moet jezelf verloochenen)...
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

vrijdag 11 november 2016

259. Amerikanen hebben een andere Bijbel

Actualiteit - Politiek en macht - Religie en geloof  

 









WTF is Donald trump en what does he want?

Ik vraag me af of in navolging van veel Pro-Brexit kiezers in Groot-Brittannië ook veel Pro-Trump kiezers een nacht na de uitslag van de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zich pas zijn gaan verdiepen in wat - of in dit geval op wie - ze eigenlijk hebben gestemd. Was na de uitslag van de Brexit de meest gegooglede vraag “What (TF) is the EU?” bij deze verkiezingen zou dat wellicht iets kunnen zijn geweest als “Who (TF) is Donald Trump and what does he want?”
 

Psychopaat

Natuurlijk kan ik nu van alles gaan roepen over Donald Trump maar zowat alles is de afgelopen uren, dagen en maanden al over hem gezegd en geschreven.
Wel wil ik loslaten dat ik het met hersenonderzoeker Dick Swaab eens ben dat op basis van alles wat we over de aanstaande president van het machtigste land ter wereld weten je gerust kunt stellen dat Donald Trump een (narcistische) psychopaat is.
En voor een ieder die nu meteen vanuit al zijn vooroordelen over deze term begint te stuiteren van verontwaardiging of woede zou ik willen zeggen: verdiep je eerst eens in de kenmerken van narcisme en psychopathie en oordeel zelf. Zo ingewikkeld is dat niet en bovendien zal Trump echt niet de eerste (noch de laatste) narcistische, psychopathische wereldleider of CEO zijn.
 

Willem Holleeder en Friedrich Nietzsche

Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat veel van ons de charmes van charismatische psychopaten niet blijken te kunnen weerstaan. Denk daarbij bijvoorbeeld maar eens aan “onze” eigen voormalige knuffelcrimineel Willem Holleeder. Pas na het onlangs verschenen boek “Judas” van Willems zus Astrid lijkt deze troetelnaam nu definitief de prullenbak in te zijn gegaan.
Namens veel naïeve landgenoten deelde Matthijs van Nieuwkerk van de week in DWDD hierover mee: “Wat hebben wij ons vergist in die man!” Over hoe naïef mensen kunnen zijn, zelfs op die momenten dat de feiten het positieve (nep) beeld aan alle kanten tegenspreken. Wat mij bevestigt in een van de rode draden die door mijn columns lopen: de mens is niet zozeer geïnteresseerd in de waarheid, de mens wil vooral geloven. Of zoals de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche ooit verklaarde: “Waar de illusie sterker is dan de waarheid, kies dan voor de illusie.” En dat hoef je tegen menigeen geen twee keer te zeggen...
 

Trump ís het establishment

Van de vele dingen die ik niet begrijp van de immense populariteit van Donald Trump wil ik er in elk geval twee kort benoemen.
Waar ik in mee kan gaan, is dat als je een Amerikaan bent die zich al een tijd lang in een beroerde economische situatie bevindt en die zich enorm gefrustreerd voelt over de uitzichtloosheid van zijn bestaan, dat je dan zeer teleurgesteld bent in de politiek. Wat ik echter niet kan begrijpen, is dat je vanuit deze frustratie gaat denken dat iemand als Donald Trump dé oplossing voor al je problemen is. Zelf heb ik financieel ook moeilijke  tijden gekend, maar dan nog denkt geen haar op mijn hoofd op zo'n moment van: volgens mij is Geert Wilders mijn redding! Ik stem uit protest tien keer liever niet dan dat ik op iemand stem die lijnrecht tegenover mijn normen en waarden staat.
Verder begrijp ik helemaal niets van de redenering om als Amerikaan op Trump te gaan stemmen omdat hij zich zou afzetten tegen het "establishment". Misschien ligt het aan mij en mijn definitie van het establishment, maar volgens mij behoort Donald Trump als geen ander juist tot dat establishment. Sterker: Trump ís het establishment.
Het lijkt mij echt geen gewaagde uitspraak te stellen dat onder Donald Trump de verschillen tussen arm en rijk in de Verenigde Staten alleen nog maar nóg een stuk groter zullen worden. Belastingontduiker Trump zal er alles aan gaan doen om straks de rijken zo weinig mogelijk belasting te laten betalen met alle negatieve economische gevolgen van dien (zie ook mijn columns 161, 162 en 163 over Thomas Piketty). 
 
 

Pure realist

Ondanks dit alles wil ik niet meteen in grote drama’s denken als het gaat om de vier jaar Donald Trump die ons en vooral de Amerikanen te wachten staat. 
Hoe cynisch en pessimistisch sommige mensen mij misschien ook vinden, kan ik nog steeds goed onderbouwen waarom ik niets meer en niets minder dan een pure realist ben. Al begrijp ik de verwarring. Niet voor niets zag ik ooit in het kernkwadrantenmodel van Ofman cynisme staan als valkuil voor realisme. Een ieder die net als ik ernaar streeft om zoveel mogelijk feiten en waarheid te vinden, loopt nu eenmaal vanzelf het risico om wat cynischer te worden.
Kijkend naar feiten rondom de Amerikaanse verkiezingen kun je gerust stellen dat wat voor president Obama en al zijn voorgangers gold (in 2008 beloofde Obama bijvoorbeeld het omstreden - en nog steeds bestaande - gevangenkamp Guantánamo Bay in Cuba te sluiten) net zo goed voor Trump zal gaan gelden: diverse tijdens de campagne gedane beloftes zullen om uiteenlopende redenen niet waar kunnen worden gemaakt.
Oftewel de kans dat je over vier jaar kunt concluderen dat er én een muur op de grens met Mexico is gebouwd én de Obamacare is afgeschaft én geen moslim de Verenigde Staten meer inkomt én Hillary Clinton in de gevangenis zit én menig lopend handels- en klimaatverdrag door de Verenigde Staten is opgezegd, acht ik zachtjes gezegd niet heel groot.
De macht van de Amerikaanse president moet niet worden overschat. Je gedragen als een dictator, maakt je - zeker in een democratisch land als de Verenigde Staten - (gelukkig) nog geen dictator. Dat zelfs een Donald Trump er in zijn eigen belang goed aan doet om af en toe naar adviezen van anderen te luisteren, bewees de verzoenende toon van zijn overwinningsspeech. Een speech waarvan velen met mij zullen vermoeden dat hij die niet zelf heeft geschreven.
 

De vreemde combinatie Donald Trump en Jezus

Wat ik persoonlijk misschien wel het meest fascinerend en verbazingwekkend vind aan het fenomeen Donald Trump is zijn immense populariteit onder streng gelovige christenen. Waar de Verenigde Staten in het algemeen al bekend staan als een zeer christelijk land, geldt dit in het bijzonder voor de groep laagopgeleide blanke mannen waaraan Trump voor een belangrijk deel zijn uitverkiezing tot president te danken heeft.
Ik kan me vergissen, maar volgens mij is de Bijbel van de Amerikanen een andere dan die ik heb (een exemplaar dat overigens oorspronkelijk toebehoort aan mijn gelovig opgevoede moeder). Voor een agnost of - iets vollediger gezegd - een agnostische atheïst (ik geloof niet omdat er te weinig kennis is over het wel of niet bestaan van een god) ken ik de Bijbel vrij aardig denk ik. Aardig genoeg in elk geval om te weten dat de combinatie Jezus en Donald Trump in mijn Bijbel althans heel zachtjes uitgedrukt een nogal vreemde is. Dus mijn conclusie: Amerikanen hebben een andere Bijbel.
 

Naastenliefde, tolerantie en eerlijkheid

Zoals we allemaal weten, heeft Jezus voor elke streng gelovige christen dezelfde diepe betekenis die Mohammed heeft voor elke streng gelovige moslim. Dit houdt in dat als ik mezelf verplaats in een streng gelovige christen die mag stemmen dat ik dan op zoek zal gaan naar een (gelovige) kandidaat met vergelijkbare normen en waarden die Jezus in de Bijbel uitdraagt.
In dat geval zal ik dus hopen uit te komen op een kandidaat die staat voor zaken die overal direct dan wel indirect terug te vinden zijn in het Nieuwe Testament: (naasten) liefde, respect, verdraagzaamheid, tolerantie, barmhartigheid, vergevingsgezindheid, verzoening, verbinding, eerlijkheid, rechtvaardigheid etc.
 

Jezus was allesbehalve een kapitalist

Kijk hiervoor bijvoorbeeld eens naar de volgende uitspraken van Jezus: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmee gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden.” (Matthéüs 7:1-2); “Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.” (Matteüs 7:12); “Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar ik zeg u: hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen…” (Matteüs 5:43); "Alzo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.” (Matteüs 20:16 - oorspronkelijke betekenis: voor iemand die zichzelf voornaam en vooraanstaand voelt, zal geen plaats in het hemelse koninkrijk zijn); “Breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.” (Matteüs 26:52); “… en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” (Johannes 8:32-33); “Want wat zou het een mens baten, als hij de hele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel” (Matteüs 16:26) en “Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.” (Matteüs 19:24).
Vooral het laatste citaat is een mooie voor het zeer kapitalistische survival-of-the-fittest-land dat de Verenigde Staten is. Ironisch aan dit alles is natuurlijk dat Jezus allesbehalve een kapitalist was. Sterker nog - en des te pijnlijker voor alle streng gelovige Amerikanen - je zou Jezus met zijn sterke voorkeur voor alles eerlijk (ver)delen gerust een communist kunnen noemen. Een communist vanuit de oorspronkelijke betekenis van het woord dan uiteraard, want toen eenmaal de dictatoren Lenin en Stalin met het begrip communisme aan de haal gingen, bleef er van een eerlijke en rechtvaardige staat werkelijk helemaal niets meer over: “Some are more equal than others” (lees “Animal Farm” van George Orwell).
 

Zeer rekbare interpretatie

Ik hoor graag van een ieder die overeenkomsten ziet tussen de visie van Jezus en die van Donald Trump want ik zie ze even niet. Waar Trump tijdens zijn verkiezingscampagne vooral energie aan het steken was in het met behulp van leugens en bedrog zaaien van zoveel mogelijk haat en verdeeldheid lees ik in mijn Bijbel over Jezus die precies met het tegenovergestelde bezig was.
Zelfs als ik rekening houd met de prachtige uitvluchtmogelijkheid van de heilige boeken tot een wel zeer rekbare interpretatie van de inhoud dan nog moet je een zeer knap staaltje werk verrichten om tussen deze twee (?) grootheden verbanden te vinden. Ik vrees dat je je daarvoor in heel veel meer bochten moet zien te wringen dan een IS-strijder nodig heeft om zijn visie in de Koran terug te vinden. Dat laatste is namelijk niet zo moeilijk.

Ik snap wel meer mensen in deze wereld niet, maar van een ieder zichzelf respecterende streng gelovige Amerikaan die op Donald Trump heeft gestemd, begrijp ik echt geen ene snars. 

Apart hoor, een agnost die meer afweet van de Bijbel dan een groot deel van de Amerikaanse bevolking. Tenminste, als we het over dezelfde Bijbel hebben natuurlijk...
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Zoek de verschillen...
 

vrijdag 4 november 2016

258. De dag waarop racisme niet meer bestaat

TV/Film/Docu - Actualiteit - Racisme/Discriminatie





De dag waarop racisme niet meer bestaat in deze wereld…
 
… is dezelfde dag waarop er in de Wereld Draait Door (DWDD) niet langer meer standaard ergens een zwart persoon als “deskundige” wordt opgetrommeld op een moment dat men wil gaan praten over Nelson Mandela, Martin Luther King, Michael Jackson, James Brown, Soul Muziek, de Zwarte Lijst (bestaat er ook een Witte Lijst?), achtergrondzangeressen, zwarte kunstenaars, Mohammed Ali, zwarte sporters, dodelijke schietpartijen met zwarte slachtoffers enzovoort.
 
Zo lang als dit nog gebeurt, krijg ik steeds opnieuw het idee alsof deze Door ge- Draaide Wereld bestaat uit witte en zwarte mensen in plaats van gewoon uit mensen. 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

maandag 31 oktober 2016

257. Willen jullie meer of minder joden?

Actualiteit - Politiek/Macht - Racisme/Discriminatie

 








Inkoppertje

Wat verloopt de rechtspraak in Nederland toch altijd weer lekker traag. Je zweept als politicus tijdens de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart 2014 je aanhangers eens lekker op met de (voor hen) retorische vraag “Willen jullie meer of minder Marokkanen?” en pas tweeëneenhalf jaar later moet je je voor dit ludieke inkoppertje verantwoorden bij de rechter.
Op zich geen verkeerde timing voor Geert Wilders want ten eerste wordt hij waarschijnlijk toch opnieuw vrijgesproken en ten tweede krijgt hij er voor de zoveelste keer weer gratis een hoop publiciteit bij. Wat met de landelijke verkiezingen in het vooruitzicht natuurlijk altijd meegenomen is.
Er valt dan ook een hoop voor te zeggen om als columnist verder geen aandacht te schenken aan deze rechtszaak, maar toch wil ik even iets kwijt over een gedachte die in me opkomt.
Wat ik me namelijk afvraag is of een rechter bij de beslissing om een verdachte wel of niet te straffen - zoals in dit geval bij de aanklacht van het zich opzettelijk beledigend uitlaten over een bepaalde groep mensen op basis van hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap (artikel 137c, lid 1 van Wetboek van Strafrecht) - enkel uitgaat van objectieve feiten of dat hij ook de gevoeligheid van het betreffende onderwerp in de samenleving mee laat spelen.
 

Pestgedrag

Je kunt er lang of kort over praten, maar objectief gezien is de oproep van Wilders natuurlijk gewoon beledigend voor een groep mensen, in dit geval de Marokkanen. Wilders en zijn aanhangers geven met deze actie tenslotte aan dat ze minder Marokkanen (om hen heen/in deze samenleving) willen hebben. Vrij vertaald komt dit erop neer dat Marokkanen wat Wilders en zijn aanhang betreft hier duidelijk niet welkom zijn, omdat ze om wat voor reden dan ook blijkbaar iets tegen Marokkanen hebben.
Je zou het kunnen vergelijken met een grote groep kinderen die op het schoolplein met spelletjes doen keer op keer een klein groepje kinderen buitensluit omdat ze hen om wat voor reden dan ook niet mogen. Dit heet pestgedrag en in het geval van het buitensluiten van Marokkanen enkel vanwege het feit dat het Marokkanen zijn, heet dat discriminatie of misschien zelfs racisme.
Al ligt dat laatste aan de uiterst ingewikkelde vraag hoe je dan het menselijk ras of de menselijke rassen zou moeten definiëren. Persoonlijk vind ik dit overigens een non-issue aangezien je enkel kunt vaststellen dat het menselijk ras als geheel bestaat, maar niet dat je daarbinnen ook weer verschillende rassen hebt. Simpelweg omdat je regelmatig grotere genetische verschillen binnen de zogenaamde menselijke rassen ziet dan ertussen (zie ook column 65).
 

Vergeten van het woord "criminele"

Kinderachtig maar waar, komt de hele rechtszaak rondom Wilders overigens vooral voort uit het door Wilders subtiel en ongetwijfeld opzettelijk weglaten van slechts één woord in zijn vraag: “criminele”. De bewuste oproep doen met of zonder dit woord betekent een verschil tussen dag (beschaafd) en nacht (beledigend).   
Als Wilders aan zijn aanhang had gevraagd “Willen jullie meer of minder criminele Marokkanen?” was er tenslotte weinig aan de hand geweest. Elk beschaafd mens wil tenslotte geen criminele Marokkanen, net als dat hij geen criminele Nederlanders, criminele Turken, criminele Engelsen of criminele Surinamers wil.
Ook als Wilders zich achteraf in het openbaar had verontschuldigd voor het “vergeten” van het woord “criminele” in zijn vraag, was het verder allemaal met een sisser afgelopen. Maar dat zou niet bij Geert Wilders en zijn provocatietactiek hebben gepast.
 

Discrimineren bij discriminatiezaken

Stel je als rechter nou eens voor dat Geert Wilders zijn aanhangers een andere vraag had voorgelegd. In plaats van over Marokkanen te beginnen had hij gevraagd: "Willen jullie meer of minder joden?” Zou dat - bijvoorbeeld vanuit een bepaald historisch besef - wellicht gevoeliger hebben gelegen? Zou dat iets aan de visie van de rechter en dus aan de kansen voor Wilders in deze rechtszaak hebben veranderd?
Objectief gezien is dit voorbeeld even beledigend voor de joden als voor de Marokkanen bij de oproep van Wilders, maar toch vraag ik me af of Geert Wilders er in dat geval even gemakkelijk vanaf zou zijn gekomen als dat hij waarschijnlijk nu met “zijn” Marokkanen gaat doen (ik verwacht vrijspraak).
Voor een rechter zou iedereen gelijk(waardig) moeten zijn en dus zou het niet moeten uitmaken of een discriminerende opmerking of oproep gericht is tegen Marokkanen, joden, Surinamers of welke groep dan ook. 
Ik hoop alleen maar dat wat voor mij geldt, ook voor alle rechters geldt namelijk dat discriminatie discriminatie is en je daarbinnen geen onderscheid behoort te maken. Anders gezegd: discrimineren bij het behandelen van discriminatiezaken lijkt me een kwalijke zaak. Iemand een kut-Marokkaan noemen, zou even kwalijk moeten zijn als iemand een kut-jood, een kut-Surinamer, een kut-christen of een kut-moslim noemen. Maar of dat in de praktijk ook zo eerlijk gebeurt en of de meeste rechters goed in staat zijn om eventuele gevoeligheden hierover opzij te zetten in het belang van een volledig objectief oordeel? Noem mij cynisch, maar ik vraag het me af…

 
Zelfkritisch als ik ben, besef ik heel goed de zwakte van deze column: ik speculeer. Op dit moment kan ik mijn vermoedens (nog?) niet onderbouwen met praktijkvoorbeelden. Maar soms wil ik gewoon even wat van mijn hersenspinsels kwijt.

 







Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

vrijdag 28 oktober 2016

256. Mijn moeder is levensmoe en wil dood

Privé - Familie/Gezin - Euthanasie - Determinisme/Vrije wil

 








Gillend gek

Mijn moeder van 86 is levensmoe, depressief en wil dood. Of toch weer niet. Dat verschilt per dag. Net als dat ze het ene moment roept dat ze naar een verzorgingstehuis wil, terwijl ze de andere dag voor de zoveelste keer herhaalt dat ze in haar huidige woning wil sterven. Dan is ze weer eenzaam en mist ze gezelligheid om haar heen en dan geeft ze opeens weer aan dat ze genoeg sociale contacten heeft en dat ze altijd wat te doen heeft.
Mijn zus wordt er gillend gek van en kan soms zeer geprikkeld en geïrriteerd op onze moeder reageren als ze dit wispelturige gedrag vertoont. Ik stoor me er ook aan, maar ben iets geduldiger omdat ik het meer probeer te zien in het licht van wat je in meer of minder mate kunt verwachten van een hoogbejaarde vrouw. Bovendien is het in de eerste plaats natuurlijk gewoon heel verdrietig en zielig voor onze moeder (maar wat mijn zus ook wel vindt hoor). 
In feite gedraagt mijn moeder zich nu ongeveer hetzelfde als vroeger, maar dan tien keer uitvergroot. Waar ze vroeger al onzeker, angstig, nerveus, druk (met praten, maar vooral in haar hoofd) en impulsief was, is ze dat nu in extreme mate. Alleen haar enorme vergeetachtigheid kun je gewoon toeschrijven aan de ouderdom. Waarbij het dan weer lastig is om in te schatten of met name haar beroerde korte termijngeheugen nou enkel en alleen voortkomt uit ouderdom of dat er meer aan de hand is en we ook te maken hebben met een beginnende vorm van dementie. Bij mijn vader begon het tenslotte ook zo en die bleek uiteindelijk inderdaad dementerende te zijn. 
 

Niet geschikt voor euthanasie

Mijn moeder heeft het afgelopen jaar meerdere keren gezegd dat het wel mooi is geweest en dat ze euthanasie wil. Ze heeft hiervoor al eens met haar huisarts en met iemand van de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde) gesproken.
Desalniettemin heb ik mijn moeder tot op de dag van vandaag (nog!?) niet als een serieuze kandidaat voor euthanasie beschouwd. En niet alleen maar omdat er in het geval van mijn moeder niet is voldaan aan de op dit moment in de euthanasiewet geldende voorwaarde dat er sprake moet zijn van een uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de betreffende patiënt. Maar zelfs als de huidige euthanasiewet al zou zijn verruimd met de toevoeging dat euthanasie onder strikte voorwaarden ook toegankelijk is voor mensen die niet zozeer lijden om medische redenen, maar die - bijvoorbeeld om alle medische ellende juist voor te zijn - gewoon hun leven voltooid vinden, dan nog vind ik mijn moeder met haar impulsieve en wispelturige gedrag hiervoor niet geschikt.
Uit ervaring weet ik dat wat mijn moeder vandaag zegt, morgen weer anders kan zijn. En dat geldt ook voor het onderwerp euthanasie dat op dit moment toevallig weer even geen issue is.
 

Strikte voorwaarden

Wil ik hiermee zeggen dat ik tegen euthanasie ben of in elk geval tegen het plan om de euthanasiewet te verruimen? Nee en nee.
Zowel voor mensen waarbij medisch gezien sprake is van een uitzichtloos en ondraaglijk lijden als voor senioren die om allerlei redenen (verlies dierbaren, toenemende eenzaamheid, depressiviteit, lichamelijke kwaaltjes en afhankelijkheid etc.) helemaal klaar zijn en niet verder meer willen leven, vind ik dat in elke beschaafde samenleving de mogelijkheid tot euthanasie moet bestaan. Met daarbij wel de essentiële toevoeging dat alles valt of staat met de wijze waarop de “strikte voorwaarden” zijn ingevuld.
 

Lang leve de individuele vrijheid

Natuurlijk zou ik op het gebied van euthanasie een heel liberaal standpunt kunnen innemen van - gechargeerd gezegd - lang leve de individuele vrijheid, geef alle volwassenen in Nederland de zelfdodingspil van Drion en laat aan hen de keuze wat ze ermee doen (en heb er vertrouwen in dat het allemaal goed gaat). Maar dat vind ik net zo "verstandig" als tegen elke Amerikaan zeggen van hier heb je een wapen en maak zelf de keuze wanneer je ‘m gebruikt.
Wie mijn columns een beetje volgt, weet dat ik allesbehalve een aanhanger ben van het liberale principe waar bijvoorbeeld het kapitalisme en religie voor het grootste deel op zijn gestoeld: het wijdverbreide misverstand dat we in de basis allemaal ongeveer hetzelfde zijn en we dus ook in dezelfde mate vrij zijn in het maken van onze keuzes (zie columns 215 en 216). Of dat nou is tussen bijvoorbeeld arm en rijk (kapitalisme) of tussen goed/hemel en kwaad/hel (religie). 
 

De hersenen van een psychopaat

Wie veel kennis heeft van de sterk uiteenlopende nature en nurture omstandigheden van de mens kan nooit beweren dat wij in de basis allemaal dezelfde keuzevrijheid hebben. Hooguit kun je daar verder geen moeite mee hebben omdat je een aanhanger bent van het principe van het recht van de sterkste.
Waarmee ik overigens absoluut niet wil beweren dat ik denk dat we in een volledig deterministische wereld leven waarin alles wat er gebeurt of nog gaat gebeuren al lang vaststaat. Maar wel denk ik dat je vanuit het biologisch determinisme kunt stellen dat je van iemand met bijvoorbeeld de hersenen van een psychopaat niet mag verwachten dat hij in de “keuze” tussen goed en kwaad dezelfde beslissingen neemt als die van een gemiddeld persoon.
 

Onomkeerbaar

Vanuit mijn toegelichte voorkeur voor socialisme boven liberalisme vind ik dat de overheid als taak heeft om op te komen voor de zwakkeren en kwetsbaren in de samenleving. En zeker als het om leven-en-dood-kwesties als euthanasie gaat, moet de overheid duidelijke randvoorwaarden creëren waardoor dit soort keuzes weloverwogen gemaakt kunnen worden en misbruik en misverstanden uitgesloten zijn.
Belangrijk hierbij is te beseffen dat voor veel mensen die euthanasie overwegen hetzelfde zal gelden als voor zelfmoordenaars waarover de zwaar depressieve dichter Rogi Wieg ooit zei: “De zelfmoordenaar wil niet dood, hij wil een ander leven.”
Met dat belangrijke verschil dat bij potentiële zelfmoordenaars door de gemiddeld veel jongere leeftijd het leven op papier althans minder uitzichtloos is (of hoeft te zijn) dan bij senioren die met de gedachte aan euthanasie spelen. Eenvoudigweg omdat senioren meer te maken hebben met factoren die het leven niet alleen bemoeilijken, maar die vooral onomkeerbaar zijn: de dood van dierbaren, de aftakeling van het lichaam, de grotere afhankelijkheid etc.
 

Niet leuk en eenzaam

Aansluitend op het bovenstaande geloof ik niet dat mijn moeder echt dood wil. Wel denk ik dat zij haar leven op dit moment met haar medische kwaaltjes, grotere afhankelijkheid en kleiner wordende wereld als niet leuk en eenzaam ervaart. Wat behalve verdrietig en pijnlijk ook wel begrijpelijk is.
Dit aangevuld met het besef dat het er de komende tijd niet beter op zal worden, leidt dit onvermijdelijk tot fases waarin gedachtes aan de mogelijkheid tot het laten uitvoeren van euthanasie in meer of mindere mate door het hoofd schieten.
Mocht mijn moeder in een redelijk stabiele fase terechtkomen waarin zij lang en heel consequent blijft aangeven en herhalen dat zij niet meer wil leven, dan ben ik - samen met mijn zus - de eerste die haar een vrijwillig gekozen levenseinde gunt. Waarbij ik dan mag hopen dat tegen die tijd de verruiming van de euthanasiewet al wettelijk is geregeld. 
 

Barmhartig

Als je erover nadenkt, blijft het toch eigenlijk te gek voor woorden dat we leven in een wereld waarin ik mijn kat uit pure liefde een spuitje kan laten geven op een moment dat hij op is, maar dat dat met mijn eigen moeder niet zo (makkelijk) gaat.
Ik vraag me hierbij ook af wat nou barmhartiger is: iemand een vrijwillig levenseinde gunnen of iemand tegen zijn/haar wil koste wat het kost in leven houden "omdat het leven een kostbaar geschenk van God is en we respect voor de waarde van het leven moeten hebben". Naar mijn mening tonen we juist respect voor de waarde van het leven door deze op een liefdevolle, waardige en barmhartige wijze te beëindigen op een moment dat daar vrijwillig en weloverwogen om wordt verzocht.    








  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.




dinsdag 4 oktober 2016

255. Hersenen van oorlogsfotografen zijn anders

Actualiteit - Oorlog -Dood/Overlijden - Hersenonderzoek

 








Risico van het vak

Natuurlijk kun je nuchter vaststellen dat de dood van de Nederlandse oorlogsfotograaf Jeroen Oerlemans (hij werd van de week in Libië doodgeschoten door vermoedelijk een scherpschutter van IS) risico van het vak is. En natuurlijk klopt dat ook.
Maar ik leef vooral mee met zijn vrouw en drie jonge kinderen die hij achterlaat. Een vrouw die maar al te goed zal hebben beseft dat dit kon gebeuren, die de dag vreesde waarop haar nachtmerrie werkelijkheid zou worden, maar die daarbij zich vooral ook altijd zal hebben gerealiseerd dat ze haar man er toch niet van kon weerhouden om dit werk te doen.
 

Niemand is zo altruïstisch

Ik las dat een collega over Jeroen zei dat hij geen oorlogsfotograaf was voor de kick, maar dat hij het enkel deed omdat hij het verhaal zo belangrijk vond om te vertellen.
Zonder Jeroen te hebben gekend, denk ik dat deze collega deels gelijk heeft. Waarmee ik wil zeggen dat ik onmiddellijk geloof dat Jeroen niet het type oorlogsfotograaf was dat overspoeld door alle adrenaline in zijn lijf domme en onnodige risico’s nam.
Wat ik erover lees en hoor, besefte Jeroen drommels goed wat de risico’s waren en bereidde hij zich om die reden dan ook altijd zo goed mogelijk voor op zijn werk. Niet voor niets droeg hij ook een kogelvrijvest op het fatale moment, maar had hij gewoon pure pech dat één kogel toch een gaatje tussendoor wist te vinden. 
Wat ik echter nooit zal geloven, is dat er oorlogsfotografen zijn die oorlogsfotograaf zijn geworden enkel en alleen maar omdat ze vinden dat iemand dat verhaal moet vertellen. Niemand is zo altruïstisch dat hij bereid is om zijn eigen ego en veiligheid volledig opzij te zetten in het algemeen belang. Er zal altijd méér spelen. 
 

High and low sensation seekers

Ieder normaal en gemiddeld persoon zal geen oorlogsgebied gaan opzoeken met als reëel risico dat hij er gewond raakt of wordt vermoord. Wanneer je dat dus echter wel doet, moet de gedachte eraan je op zijn minst een soort van spannend en opwindend gevoel geven. Anders gezegd: je moet ergens in je hersenen afwijken van een gemiddeld persoon wat verklaart waarom jij wel bereid bent om die risico’s tegemoet te treden, terwijl vrijwel ieder ander daar vriendelijk voor zou bedanken.
Om dit met een voorbeeld te verduidelijken: in 2009 was er een onderzoek naar de verschillen tussen “high and low sensation seekers”. Hieruit bleek dat als high sensation seekers als basejumpers en skydivers bezig waren met hun sport zij in hun hersenen een verhoogde activiteit vertoonden in de insula. De insula is het deel van de hersenen dat betrokken is bij veel verschillende functies zoals emoties en pijn. Bij verslaafden is de insula meer dan gemiddeld actief en bij verslaafden waar de insula beschadigd raakt, verdwijnt ook de verslaving.
Onderzoek onder de “low sensation seekers” vertoonden daarentegen een verhoogde activiteit bij de frontale kwab. Een van de functies van de frontale kwab is het beheersen van impulsen en emoties.
Een van de conclusies die je hieruit kunt trekken is dat de thrillseekers die grote risico’s nemen minder goed zijn in het beheersen van hun impulsen en emoties (anders gezegd: ze zijn impulsiever) dan mensen die zeg maar verantwoorde risico’s nemen.
 

Hersenonderzoeker Dick Swaab

Simpel gezegd geloof ik dus dat de hersenen van oorlogsfotografen op dit specifieke gebied anders zullen zijn dan die van mij, wat verklaart waarom hij wel een drang voelt om het gevaar van een oorlog op te zoeken en ik niet. Ondanks dat ik hier (terecht) het woord “geloof” gebruik, kun je wel stellen dat de wetenschap op dit terrein de laatste decennia steeds meer opschuift van "vermoeden" naar "weten".
Een voorbeeld hiervan zag ik vorige week nog in Pauw waar hersenonderzoeker Dick Swaab te gast was om over zijn nieuwe boek “Ons creatieve brein” te vertellen.
In een hoofdstuk van het boek legt Swaab uit op welk punt de hersenen van veel criminelen afwijken van die van niet-criminelen. Op de vraag van Jeroen Pauw of mensen met vergelijkbare hersenen - bijvoorbeeld met een aangeboren weinig functionerende prefrontale cortex (met als gevolg: weinig empathie, veel moeite met afremmen impulsen en met handhaven van morele kaders) - dan voorbestemd zijn om criminelen te worden, antwoordt Swaab dat dat van de omstandigheden afhangt. Je komt dit soort mensen in behoorlijke percentages ook tegen in de top van banken en het internationale bedrijfsleven, aldus Swaab. Oftewel de lijn tussen een moordenaar en een CEO is soms flinterdun...
 

Jailmailbox

Terugkomend op de oorlogsfotografen en de verschillen met mij (noem me laf, maar ik mijd liever oorlogen) wil ik ook nog een belangrijke overeenkomst noemen, namelijk het feit dat we het er beiden over eens zijn dat oorlogsverhalen absoluut verteld moeten worden. Ik ben dan ook van mening dat oorlogsfotografen ontzettend belangrijk werk verrichten.
Eigenwijs als ik ben (?), zul je mij echter nooit horen zeggen dat ik dus oorlogsfotografen bewonder. De reden waarom niet, is simpel: als ik de hersenen van een oorlogsfotograaf had gehad - uiteraard aangevuld met vergelijkbare nurture-omstandigheden - was ik op dit moment waarschijnlijk ook ergens in Libië, Irak of Syrië aan het rondrennen, slechts gewapend met mijn camera. As simple as that.
Net als dat als ik de nature en nurture omstandigheden van een seriemoordenaar had gehad, ik nu waarschijnlijk een beroemdheid zou zijn geweest met stapels fanmail en huwelijksaanzoeken in mijn jailmailbox (Dick Swaab weet ongetwijfeld waar precies mijn jaloezie zich in de hersenen bevindt).   
Om die reden zal ik nooit iets met bewonderen hebben: toeval, geluk en pech bepalen het leven. En helaas kan ik niet meer zeggen dat Jeroen Oerlemans met zijn tragische pech daar het levende bewijs van is.

Ik leef oprecht mee met alle verontruste dierbaren van oorlogsfotografen.
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

vrijdag 30 september 2016

254. Haat-liefde verhouding met eenzaamheid

Privé - Depressie/Eenzaamheid - Hoogbegaafdheid

 









Vergrijzing

Afgelopen week bleek het de week tegen de eenzaamheid te zijn (22 september - 1 oktober 2016). Nou staat in Nederland volgens mij elke week, maand of jaar wel in het teken van een of ander thema waar ik theoretisch al mijn columns mee zou kunnen vullen, maar over dit onderwerp wil ik wel wat kwijt.
Dat er de laatste jaren meer aandacht wordt besteed aan het onderwerp eenzaamheid komt natuurlijk omdat er in onze maatschappij steeds meer mensen alleen wonen. Bijna veertig procent van de huishoudens bestaat momenteel uit alleenstaanden. Al moet daaraan worden toegevoegd dat wie alleen woont gezien wordt als alleenstaand, terwijl dat natuurlijk niet zo hoeft te zijn. Ongeveer een op de zes alleenstaanden schijnt een soort van LAT-achtige relatie te hebben zeg maar.
Het percentage van bijna veertig procent alleenstaanden wordt natuurlijk mede veroorzaakt door het groot aantal huwelijken dat in een scheiding eindigt (ongeveer een op de drie). Hoofdoorzaak voor de toenemende aandacht voor eenzaamheid is echter natuurlijk de vergrijzing. Momenteel hebben wij in Nederland meer dan drie miljoen senioren boven de 65 jaar, waaronder zich ook veel alleenstaande weduwen en (iets minder) weduwnaars bevinden.  
 

Zonder gezelschap en alleen

In de digitale Van Dale staat bij het woord eenzaam: “Zonder gezelschap; alleen.” Een beperkte definitie, want ik denk dat de meesten het met mij eens zullen zijn dat je je ook zeer eenzaam kunt voelen in gezelschap. Menig getrouwde man of vrouw zal dit beamen.
Voor de meeste senioren zal echter wel gelden dat de eenzaamheid ‘m er vooral in zit dat het gezelschap en de wereld om hen heen kleiner wordt omdat partners, familieleden en vrienden overlijden en de sociale contacten dus vanzelf afnemen. En dat gaat onvermijdelijk gepaard met een toenemende vereenzaming. Iets wat ik ook zie bij mijn moeder die sinds de dood van mijn vader (zes jaar geleden) en die van haar beste vriendin (een paar jaar geleden) een stuk eenzamer is geworden. Wat overigens niet wil zeggen dat mijn moeder en mijn vader nou zo geweldig bij elkaar pasten, maar wat voor meer stellen van die generatie geldt, gold ook voor mijn ouders: als je zo lang bij elkaar bent, raak je gewend aan elkaar en weet je niet beter meer. Dan kom je op een gegeven moment vanzelf op een punt dat je niet meer met maar ook niet zonder elkaar kunt leven. Hoe vaak je die ander misschien ook mag hebben vervloekt tijdens je huwelijk.     
 

Goed alleen kunnen zijn

Persoonlijk voel ik mij ook best wel regelmatig eenzaam. Iets waar ik me verder overigens niet voor schaam. Eenzaamheid is tenslotte een heel normaal verschijnsel en ik wil hier dan ook absoluut geen zielig verhaal gaan ophangen. Al zullen de meeste eenzame mensen waarschijnlijk niet snel met hun eenzaamheid te koop lopen (al is het alleen maar vanwege het gebrek aan mensen om hen heen aan wie ze het kunnen verkopen…). Bovendien heb ik een soort van haat-liefde verhouding met eenzaamheid: aan de ene kant haat ik het, maar aan de andere kant omarm ik het ook en kan ik er zelfs van genieten (tenminste van het alleen-zijn).
In mijn geval ligt de hoofdoorzaak van mijn eenzaamheid trouwens niet bij het gegeven dat ik alleenstaand ben (een alleenstaande co-ouder om precies te zijn). Al heb ik net als de meeste alleenstaanden natuurlijk ook momenten waarop ik me eenzaam voel omdat ik de intimiteit van een partner mis waarmee ik van alles kan delen. Maar daar staan uiteraard ook diverse stellen tegenover die weer momenten kennen waarop zij zich eenzaam voelen in hun relatie.
Mijn geluk is in elk geval dat ik uitstekend alleen kan zijn. Wat voor sommigen misschien niet met elkaar te rijmen valt: alleenstaand zijn en je regelmatig eenzaam voelen, maar beweren dat dit niet (hoofdzakelijk) komt door het alleen-zijn.
Goed alleen kunnen zijn, houdt voor mij niet alleen in dat als je alleen bent je er geen moeite mee hebt, maar ook dat je op zijn tijd het alleen-zijn bewust opzoekt eenvoudigweg omdat je er behoefte aan hebt. Toen ik bijvoorbeeld getrouwd was, had ik genoeg momenten waarop ik even niemand om mij heen wilde hebben. Dan zonderde ik me af om even alleen te kunnen zijn. Al ben ik als gescheiden man de eerste die erkent dat in een beter huwelijk die momenten er weliswaar ook waren geweest, maar wel minder frequent. 
 

Keihard uitgelachen

Mijn eenzaamheid komt vooral voort uit een gebrek aan het voelen van een klik met mensen. Dat is altijd - eerst heel onbewust en pas in de laatste tien jaar na mijn toegenomen zelfkennis bewust - een soort van rode draad in mijn leven geweest. Zelfs in de meest sociale periode uit mijn leven - op mijn tennisclub rond mijn puberteit - zal ik door mijn omgeving ongetwijfeld herinnerd worden als een soort van afwijkende, einzelgänger-achtige knul die je nooit op tennisfeesten zag en die soms op het terras met zijn walkman op zich enorm aan het afzonderen was van de rest.
Pas vele jaren later, toen ik kinderen kreeg die tegen bepaalde problemen aanliepen die me (ook over mezelf) aan het denken zetten, begonnen langzaam maar zeker puzzelstukjes op zijn plaats te vallen (zie label Privé Tonko achtluik en vooral column 131). Wie mij twintig of dertig jaar geleden had gezegd dat ik een combinatie in me heb van hoogbegaafdheid met ADD had ik echt keihard uitgelachen.
Nu ik inmiddels echter een hoop zelfkennis en gewone kennis heb opgedaan op het gebied van alle mogelijke stoornissen en afwijkingen die ik in me zou kunnen hebben, begrijp ik heel goed waarom ik uiteindelijk toch steeds weer keer op keer uitkwam op deze combi. Het verklaart ook in één klap met terugwerkende kracht de rode draad van het ongrijpbare, onbestemde gevoel dat er iets mis met mij was in het contact met anderen. Ik voelde wel dat ik met de meeste mensen om mij heen niet op dezelfde golflengte zat, maar ik kon nooit plaatsen waar dat precies aan lag.
 

Kruisverhoor

Het is overigens niet zo dat ik vanaf het moment dat ik deze zelfkennis heb gekregen minder eenzaam ben geworden. Sterker nog, ik denk dat mijn toegenomen zelfkennis me alleen maar eenzamer heeft gemaakt. Wat natuurlijk ook weer niet zo gek is. Ik besef nu dat mijn jarenlange gevoel dat ik op de een of andere manier afweek van de meeste mensen om mij heen gewoon bleek te kloppen. Ik was dus niet gek. En dat is behalve een opluchting natuurlijk ook helemaal niet zo leuk om te beseffen, omdat je je er tenslotte alleen maar meer alleen door voelt.
Voordeel van mijn opgedane zelfkennis is wel dat ik dit soort gevoelens van eenzaamheid nu veel beter kan plaatsen en herkennen dan vroeger. Wat ik bijvoorbeeld als hele eenzame momenten ervaar, zijn die momenten waarop ik met iemand over iets praat en ik enthousiast en gepassioneerd dieper wil ingaan op het onderwerp maar ik al snel merk dat de ander totaal geen sjoege geeft. Het gesprek valt dan samen met mijn enthousiasme heel vlot dood neer. Dit soort ervaringen heb ik altijd gehad (waardoor ik ook vaak mijn reactie maar inslikte), maar nu herken ik dit patroon onmiddellijk als ik er middenin zit. 
Vergelijkbare eenzame momenten heb ik als ik aan iemand heel nieuwsgierig allemaal vragen begin te stellen en ik zie dat ik de ander er alleen maar mee afschrik (zie ook column 164). Inmiddels ben ik wel zover dat ik heel goed besef dat er maar weinig nieuwsgierige mensen rondlopen. Zelfs als ik op televisie bijvoorbeeld (diepte) interviews zie of ondervragingen door politie aan verdachten verbaast het mij keer op keer hoe weinig vragen er worden gesteld en hoe weinig er wordt doorgevraagd. Ik erger me dan echt enorm aan het ontbreken van de vele vragen die naar mijn mening gesteld moeten worden. 
Zelfs in mijn filosofiegroep gaf ik laatst iemand het gevoel alsof ik bezig was hem aan een kruisverhoor te onderwerpen, terwijl ik alleen maar gewoon nieuwsgierig was. Desalniettemin is en blijft mijn filosofiegroep de enige plek waarbij ik gewoon zonder probleem onderwerpen op tafel kan gooien die ik boeiend vind zonder dat ik bang hoef te zijn dat er niet (leuk) op wordt gereageerd. Als je zo met een groep gelijkgestemden zit, loopt alles vanzelf. Iemand roept iets en een ander reageert erop en voordat je het weet ga je met elkaar de diepte in en leer je ook van elkaar.   

Een column schrijven over eenzaamheid; ik weet niet of dat nou zo'n goed teken is. Misschien moet ik toch maar eens gaan kijken of ik kan doorschuiven naar de groep alleenstaanden met een LAT-relatie. Een afwijkende, slimme, filosofische vrouw die niet terugschrikt van extreme nieuwsgierigheid en diepgang en die net als ik goed alleen kan zijn; wie er een kent, mag het me zeggen.

 
 







Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

donderdag 29 september 2016

253. Zielige meelopers en kuddedieren

Actualiteit - Tenenkrommende woorden - Ontgroening










Tenenkrommende woorden "onschendbaarheid" en "verjaring"

Ooit heb ik aan twee tenenkrommende woorden een column gewijd: “onschendbaarheid” en “verjaring” (bij misdrijven - zie columns 6 en 10). Twee woorden en begrippen die als het aan mij lag nooit zouden hebben bestaan en in elk geval met onmiddellijke ingang dienen te worden afgeschaft omdat ze iets vertegenwoordigen wat ik verwerpelijk vind.
Een dagtaak zou ik eraan hebben om alle tenenkrommende woorden op deze wereld in een column te bespreken dus daar begin ik niet aan. Maar af en toe wil ik wel een uitzondering maken voor een woord waar ik onpasselijk van word en waar ik principieel op tegen ben. Precies zo'n woord passeerde deze week vanuit Groningen in de actualiteit: ontgroening. Wikipedia over ontgroening: “Een beproeving die potentiële nieuwe leden van een studentenvereniging tijdens hun verplichte introductietijd moeten doorstaan voordat ze officieel kunnen worden ingewijd.”
 

Ontgroening Groningse studentenvereniging Vindicat

De Rijksuniversiteit van Groningen is afgelopen week in verlegenheid gebracht door het nieuws dat vorige maand een eerstejaars student (“feut”) en aspirant-lid van de Groningse studentenvereniging Vindicat tijdens een ontgroenings-ritueel zo hardhandig blijkt te zijn aangepakt dat hij met hoofdletsel moest worden opgenomen in het ziekenhuis.
Als je kijkt naar de historie van heftige incidenten tijdens ontgroenings-praktijken kom je zaken tegen als: student komt om door verstikking na het opzetten van een roetkap, student overlijdt na drinken van een liter jenever, student raakt in coma na het drinken van zes liter water, student loopt tweede- en derdegraads brandwonden na het sprenkelen van een brandende vloeistof op zijn Sinterklaaspak, studenten vallen flauw na geestelijke en lichamelijke uitputting etc.
De lijst van bekende soorten ontgroeningspraktijken waarbij studenten geestelijk en lichamelijk gedwongen worden tot het verrichten van vernederende handelingen is lang. Maar ongetwijfeld hebben zich in het verleden nog veel meer fantasierijke en (vooral) walgelijke, sadistische ontgroenings-rituelen afgespeeld waar wij helemaal geen weet van hebben. Diverse studentenverenigingen blijken hun feuten een zwijgcontract te hebben laten ondertekenen, waarmee ze plechtig verklaren niet uit de school te zullen klappen over hun ontgroeningsperiode. Doen ze dat wel dan wacht hen een hoge boete.
Ik ben geen jurist, maar ik heb genoeg juridische kennis om te weten dat geen enkele rechtbank van zo’n “contract” onder de indruk zal zijn. In Nederland hebben we gelukkig met de Nederlandse wet te maken en niet met zelf in elkaar geflanste contractjes.
 

The Think-different people

Ontgroeningen draaien vooral om zaken als (het uitoefenen van) macht, vernedering en puberaal meeloop- en zuipgedrag. Wie zich wil aansluiten bij zo’n typische studentenvereniging met een ontgroeningstraditie wil koste wat het kost ergens bij horen. Om die reden zal er veel druk zijn (zowel de groepsdruk van buitenaf als de van binnenuit aan zichzelf opgelegde druk om vooral niet op te geven) om de vernederende rituelen maar gewoon lijdzaam te ondergaan.
Studenten die aan ontgroeningen meedoen zijn voor mij - net als bijvoorbeeld leden van die 1% motorclubs, (zie column 123) - de ultieme meelopers en kuddedieren van deze maatschappij. Met voor alle duidelijkheid even wat definities van een kuddedier: “Iemand zonder individualiteit; Mens met geringe persoonlijkheid; Volgzaam massamens; Onzelfstandig mens”. Zeg maar samengevat het type pestkoppen dat zo laf is om alleen maar met elkaar als groep kwetsbare individuen eruit te pikken en te pesten die het liefst een kop kleiner zijn dan zijzelf.
En als ik nou ergens een hekel aan heb dan zijn het wel van dit soort zielige meelopers en kuddedieren. Aan meelopers heb je ook werkelijk helemaal niets als het erop aankomt. Als het punt op paaltje komt en er dient zich een serieuze ramp of crisis aan dan heb je mensen nodig die niet als bystanders (zie bystander effect - column 31) elkaar passief blijven aankijken en niets doen, maar die juist als intelligent en wijs individu anders denken en handelen en die met vernieuwende ideeën komen. “The Think different people” zeg maar. Al schaam ik me er een beetje voor om deze o zo commerciële Apple-slogan te gebruiken.
En laten “The Think different people” nou net niet die ontgroeningsstudenten zijn die als kind of heel populair waren (absoluut geen compliment, zie column 29) of die tot die enorme grote groep meelopers behoorden. Daarvoor hadden de aanstaande ontgroeningsstudenten het op school veel te druk met stoer doen, meelopen en kwetsbare kinderen uitpikken om te pesten en te vernederen.
 

NSB'ers in spe

Ontgroeningsstudenten zijn types die lijden aan het zogenaamde “Karremans-syndroom” (zie column 74): je hebt het juiste netwerk, je bezit de juiste opportunistische kwaliteiten om je in een bedrijf omhoog te werken en je eindigt dan ook op een hoge positie met veel status, macht en rijkdom. Maar o wee als de oorlog eenmaal uitbreekt, want dan val je keihard door de mand omdat je er dan achter komt dat alles wat je in je leven hebt bereikt niet is voortgekomen uit getoond lef, maar eerder door het tegendeel.
Nee, mocht er hier ooit oorlog uitbreken en we hebben behoefte aan verzetsmensen dan hoef je niet te rekenen op de ontgroeningsstudenten. Daar moet je eerder voor uitkijken. Want als zij eenmaal inschatten dat de vijand sterker is, zijn de NSB’ers in spe.

Ontgroening, onmiddellijk afschaffen! Als walgelijk verschijnsel en als tenenkrommend woord. 
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

woensdag 28 september 2016

252. Niks geen objectief goed en kwaad

Actualiteit - Politiek/Macht - Liegen en bedriegen - Goed/Kwaad








De Tien Geboden

Bewust en onbewust, direct en indirect ben ik door mijn ouders met bepaalde normen en waarden opgevoed die mij moesten helpen bij het onderscheid maken tussen goed en kwaad. Zo moest ik aardig en beleefd tegen mensen zijn, mocht ik niet liegen, bedriegen, stelen en vloeken of geweld gebruiken, moest ik mensen helpen als ze hulp nodig hadden, diende ik me bescheiden en vriendelijk op te stellen enzovoort.
Noem het van mijn part globaal genomen de Tien Geboden uit de Bijbel. Die ik natuurlijk ook al kende uit de kinderbijbel, een van mijn favoriete kinderboeken vanwege de prachtige spannende verhalen. Niet dat ik overigens gelovig ben opgevoed. Mijn wel gelovig opgevoede moeder kocht voor mij weliswaar de kinderbijbel, maar liet het verder daarbij. En mijn vader kun je het best omschrijven als een atheïst die ervan overtuigd was dat er na de dood toch echt niets was (en hij zou zomaar gelijk kunnen hebben gehad).
 

Het bestaan van een objectief goed en kwaad

Menig lezer zal nu gapend denken van: zijn we niet allemaal zo opgevoed? En inderdaad kun je er best van uitgaan dat het gemiddelde Nederlandse kind ongeveer dezelfde normen en waarden heeft meegekregen als ik. Sterker nog, mag je er niet gewoon van uitgaan dat wereldwijd de meeste kinderen op een vergelijkbare wijze worden opgevoed? Een beetje normale ouder geeft zijn kinderen toch dergelijke normen en waarden mee?
Mede door deze gedachtegang heb ik een lange tijd geloofd (beter gezegd: willen geloven) in het bestaan van een objectief goed en kwaad. Want hoe je het ook wendt of keert, weet iedereen op deze wereld tenslotte drommels goed wat het verschil is tussen goed en kwaad. Daarvoor hoef je de Tien Geboden echt niet te kennen; die kennis zit gewoon diep in ons hart. Als ik het zo opschrijf, zou ik het haast opnieuw weer gaan geloven: wat een prachtige (naïeve!) gedachte toch!
 

Eeuwig voortdurende filosofische discussie

Inmiddels ben ik echter ouder en wijzer geworden en denk ik heel anders over deze eeuwig voortdurende filosofische discussie. Ondanks dat het absoluut waar is dat het onderscheid tussen goed en kwaad dat ook ik heb meegekregen tijdens mijn opvoeding bij de meeste mensen min of meer algemeen bekend is, geloof ik niet meer dat dat voortkomt uit het bestaan van een soort van natuurwet waar wij allen een innerlijk besef van zouden hebben. Ik denk dat het allemaal veel simpeler ligt.
Mede door de bekende heilige boeken van de grootste religies en hun vele aanhangers én door de grote groep daarbuiten die zich ook best kan vinden in dit soort normen en waarden, hebben de meeste mensen op aarde behoorlijk wat kennis opgedaan over wat wij geacht worden onder “goed” en “kwaad” te verstaan (en daar gaat het idee van een objectief goed en kwaad…). De kennis hierover komt echter helemaal niet van binnenuit, maar slechts heel gewoontjes van buiten. Helaas maar waar…
 

Factcheckers over Clinton en Trump

Dat het feit dat de mensheid op papier prima weet wat wij geacht worden onder goed en kwaad te verstaan, wil echter nog niet zeggen dat alle mensen ook daadwerkelijk achter deze normen en waarden staan. Het bewijs hiervoor werd gisteren nog maar eens geleverd tijdens het debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump.
Uit analyse van het debat door factcheckers blijkt dat het grootste deel van de beweringen van Donald Trump aantoonbaar onjuist is (voor alle duidelijkheid: we praten hier dus niet over interpretaties, maar gewoon over harde feiten). Anders gezegd: Trump liegt dat ie barst en dat ziet en weet iedereen die het nieuws hierover volgt. Dat ook Clinton aantoonbare leugens vertelt, wil ik overigens niet onvermeld laten. Maar omdat het aantal leugens van Clinton nu eenmaal in het niet valt bij dat van Trump is dat een stuk minder interessant.
 

Wrong, wrong, wrong

Dit alles afgezet tegen mijn eerdere verhaal over al onze overeenkomsten op het gebied van normen en waarden en over het algemene onderscheid tussen goed en kwaad, zou je mogen verwachten dat Trump het sinds het gefactcheckte debat van gisteren nu definitief kan schudden. Wij mensen houden tenslotte niet van leugenaars, toch? Wrong, wrong, wrong, wrong (om maar in woorden van Trump zelf te spreken)! Niets is minder waar.
Het maakt voor in elk geval de helft van de Amerikanen (ervan uitgaande dat de strijd tussen Clinton en Trump close wordt) werkelijk helemaal niets uit hoeveel harde en aantoonbare leugens hun wellicht aanstaande president vertelt. Van deze honderdvijftig miljoen Amerikanen hoeft hun president helemaal niets te hebben van de in mijn tweede zin genoemde normen en waarden (aardig, beleefd, bescheiden, niet liegen, bedriegen, stelen, vloeken, geweld gebruiken etc.), zo lang als hij maar overtuigend en als een echte leider overkomt. As simple as that.
En waarom maakt het de meeste mensen dan niets uit? Omdat wat voor mij goed en kwaad is, voor een ander misschien wel andersom geldt. Niks geen objectief goed en kwaad; wat goed en kwaad is bepaalt ieder mens voor zich. Alleen een subjectief goed en kwaad bestaat. Dat is waar we het mee zullen moeten doen. Daar verandert geen enkel heilig boek of Tien geboden of een gezamenlijk idee over wat wij geacht worden onder goed en kwaad te verstaan iets aan.
Toch apart dat een land dat zichzelf graag profileert als het meest Christelijke en Bijbelvaste land ter wereld straks kans maakt een president te krijgen die aantoonbaar liegt, bedriegt, discrimineert en schoffeert. Hoe dit te rijmen valt met de Tien Geboden en de normen en waarden van Jesus hoor ik graag. Ja, God bless America,... maar hoe zit het met Donald Trump?  
 









Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.