woensdag 20 november 2013

100. Mijn persoonlijke top 10 columns

Honderdste column - Oproep tot reacties

 

Eigenwijze columnist

Mijn honderdste column wil ik niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Ten eerste grijp ik deze gelegenheid aan om te vertellen wat ik zelf mijn favoriete tien columns tot nu toe vind. Ten tweede zou ik het erg op prijs stellen als ik van jullie wat reacties krijg over mijn columns.
Natuurlijk zijn complimenten zeer welkom, maar hetzelfde geldt voor kritische op- of aanmerkingen. Niet dat ik als eigenwijze columnist (column 4) me hier ook maar iets van zal aantrekken uiteraard, maar het cliché dat je van kritiek veel kunt leren zou geen cliché zijn als er niet een kern van waarheid in zat. Dus schroom niet en reageer!

Kortere columns en meer humor

Om qua kritiek alvast flauw wat gras onder jullie voeten weg te maaien, brengt mijn zelfkritiek me tot twee goede voornemens: meer kortere columns en meer humor.
Ik weet dat veel van mijn columns nogal lang zijn en dat heeft twee redenen. De eerste is, gek genoeg, tijdgebrek: “Deze brief is nogal lang uitgevallen omdat ik geen tijd had om hem korter te maken.” (Franse filosoof Blaise Pascal 1623-1662). Alle columns die ik plaats, heb ik al ingekort. Maar als ik meer tijd zou hebben en nemen, kan er nog wel meer van af.
De tweede reden is een hele andere. Soms ontkom ik voor mijn gevoel gewoon niet aan een lange(re) column, omdat ik vind dat ik geen gemiddelde columns schrijf. Hoofddoel van mijn columns is om jullie aan het denken te zetten, maar daarbij hoop ik ook dat jullie er en passant nog wat van opsteken.
Ik leer zelf ook veel van het schrijven van mijn columns, omdat ik niet zomaar links en rechts wat ongenuanceerde uitgesproken meningen wens te spuien. Wat ik zeg en beweer moet goed onderbouwd zijn vind ik, waardoor het onontkoombaar is dat ik regelmatig zaken ga uitzoeken en deze ook in mijn column vermeld.
Nadeel is dat ik hierdoor soms moeite heb om bepaalde passages weg te laten of in te korten, omdat ik vind dat dat ten koste gaat van de essentie van mijn verhaal.

Minst en meest gelezen columns

Interessant detail is dat ik kan zien dat mijn kortere columns over het algemeen het minst gelezen worden. Wat er hopelijk op wijst dat mijn lange(re) columns toch meer aanspreken. Mijn kortste column is bijvoorbeeld vrij weinig gelezen, terwijl ik ‘m persoonlijk wel kon waarderen omdat het je toch aan het denken zet: “Een overpeinzing voor Kerst” (58).
Juist omdat ik met mijn columns de intentie heb om meer te brengen dan alleen maar een leuk kort stukje waar je om moet glimlachen, kom ik op mijn tweede zelfkritiekpunt: te weinig humor. Mijn humor beschouw ik als een sterk punt (zie column 19), maar ik merk dat als ik serieuze onderwerpen wil “behandelen” het niet altijd makkelijk is om deze erin te verwerken omdat het dan misplaatst is. Toch neem ik me voor om tussendoor wat meer ruimte te gaan maken voor kortere columns waarin ik meer mijn humor kwijt kan dan tot nu toe is gebeurd.
Een ander voornemen van me is om weer wat meer columns te gaan schrijven over mijn privéleven. Ondanks dat ik besef dat die veel minder gelezen worden dan mijn columns over actuele onderwerpen. De top drie van mijn best gelezen columns betreffen niet voor niets actuele onderwerpen: Ruben en Julian (84), Gerard Spong (85) en IDFA Docu Rawer (49). Verder scoren bijvoorbeeld goed mijn columns over Selectief Mutisme (16), TV-serie Divorce (80), HSP (18), Onschendbaarheid (6) en Wapenbeleid VS (21).
Mijn voornemen om meer over mijn privéleven te gaan schrijven is logisch als je bedenkt dat dat mijn belangrijkste uitgangspunt was om dit weblog te beginnen. De bekende menselijke behoefte om iets voor te stellen, iets na te laten en herinnerd te worden, zit kennelijk ook in mij.
Leuk straks voor mijn kinderen, was mijn eerste gedachte toen ik het plan opvatte om columns te gaan schrijven. Dan kunnen ze later - als ik er bijvoorbeeld niet meer ben - nog eens lezen wie hun vader precies was, wat hem bezighield in het leven en wat zijn ideeën, gedachten en normen en waarden waren. Al verwacht ik eerlijk gezegd niet dat ze nou enorm verbaasd en verrast zullen zijn. Sterker nog: ik vermoed dat ze heel veel verhalen al lang kennen. Ik ben tenslotte bepaald geen Stille Willie en ik denk dat mijn kinderen mij wel beschouwen als een (hopelijk boeiende) verhalenverteller.   
Ik kan me voorstellen dat de columns waarin ze zelf voorkomen het leukst zijn voor mijn kinderen om later terug te lezen. Wel fascinerend trouwens die menselijke angst om vergeten te worden. Grote onzin uiteraard, want daar hoef ik helemaal niet bang voor te zijn. Dat gebeurt toch wel. Tenzij je Albert Einstein of Adolf Hitler heet(te). Al zou de een wat sneller vergeten mogen worden dan de ander...

Behoorlijk tevreden

Wat ik het meest opvallend vind als ik mijn columns teruglees, is dat ik gelukkig constateer dat ik over het algemeen behoorlijk tevreden ben. Het opvallende hieraan is dat de mensen die mij goed kennen, mij nou niet bepaald zullen omschrijven als iemand die snel tevreden over zichzelf is. Dus ik zie dit als een goed teken.
Mijn tevredenheid sluit in elk geval mooi aan op wat ik al vermoedde en hoopte bevestigd te krijgen over mezelf, namelijk dat ik echt een type voor een columnist ben: ik heb uitgesproken meningen, ik ben breed geïnteresseerd, ik kan schrijven en ik heb humor. Omdat daar nog het niet onbelangrijke gegeven bijkomt dat ik het leuk vind om de columns te schrijven, denk ik dat ik er voorlopig nog maar even mee doorga.
Hoewel ik sommige van mijn columns niet bijzonder vind, heb ik bij de meeste toch het prettige gevoel dat ik tijdens het lezen denk van: ja verdomd, dat klopt helemaal. Ook dat maakt mij natuurlijk een geschikte columnist: ik denk niet alleen dat ik altijd gelijk heb, maar het klopt ook nog… (zie ook column 4 Het E-woord - eigenwijs)

De Top 10

Ik vind het heel moeilijk om uit mijn columns er tien te kiezen waar ik het meest tevreden over ben, maar ik heb een poging gedaan. Hierbij heb ik rekening proberen te houden met de lengte van de columns door met name wat kortere columns in de top tien te zetten. De volgorde beschouw ik overigens als willekeurig, al heb ik wel nummer 16 niet voor niets op 1 gezet.

1. Column 16: "Ik had geen zin om te praten")
Toen ik dit weblog begon, wist ik meteen dat ik daarin iets zou gaan schrijven over het selectief mutisme van mijn tweede zoon. Het blijft een leuk verhaal voor op feesten en recepties (voor het geval ik ooit mocht besluiten om daar een keer heen te gaan), maar mijn zoon wil er absoluut niet meer aan herinnerd worden - of over praten! - dus hij zal niet blij zijn met deze nummer 1 notering.

2. Column 10 Logica van likmevestje)
Ik geef toe dat ik dat gevoel vaker heb, maar zeker bij het lezen van deze column over verjaring in de rechtspraak denk ik maar één ding: ik heb helemaal gelijk. Hetzelfde geldt overigens voor deel 2 van tenenkrommende woorden: column 6 (Het vrouwtje Piggelmee-syndromm). Onlangs moest ik hier weer aan denken met dat incident rondom die sukkel van een Russische diplomaat die maar bleef hameren op zijn diplomatieke onschendbaarheid bij het fout parkeren. Walgelijk!

3. Column 12 Lekker wat olifantjes neerknallen)
Deze column is niet zoveel gelezen, maar ik vind ‘m zelf één van mijn grappigst geschreven columns. Ook “grappig” (?) maar dan meer vanwege de verhalen erin, is column 72 Mythe of waarheid?(Chimpanzee) die ook over dieren gaat.

4. Column 75 Duivelse meisjes (Stuur mij dan maar direct naar de hel)
Ondanks dat de meeste columns van mij gaan over zaken waar ik me over opwind (en dat bij deze column ook speelt) en ondanks dat ik niet snel mensen bewonder (zie ook column 7 A Saint is a sinner who keeps on trying), beschouw ik Malala wel als een echte held en alleen daarom mag zij in mijn top tien niet ontbreken. Nog een (anti)held van me is Sixto Rodriguez waar ik twee columns later over schrijf: column 77 Lang leve de anti-helden!)

5. Column 11 Het leven is niet rechtvaardig)
Samen met column 35 (Only the Good Die Young) is dit wel mijn ontroerendste column over de dood. Ik houd niet van taboes en dus zal ik over onderwerpen als de dood en zelfmoord altijd blijven schrijven omdat het me fascineert en ontroert. Zie ook mijn droevige column 45 Ik haat taboes).

6. Column 82 Wow mam, dad, a rifle, thanks Santa!
Wie mijn columns trouw leest, weet hoe kritisch ik de Verenigde Staten volg. Bijvoorbeeld op het gebied van het wapenbeleid daar. Wie meer columns erover (terug) wil lezen, kan kijken naar 21, 54, en 63

7. Column 2 Net een wijf!
Samen met column 5 Ik moet liedjesschrijver worden vind ik dit mijn beste column over vriendschap. Het zal zeker niet mijn laatste hierover zijn, net als dat ik over het persoonlijke onderwerp scheiden (column 80 Je doet het voor de kinderen!) ook nog wel eens verwacht iets te gaan schrijven.   

8. Columns 42, 43 en 44 (drieluik) Is God goed? (Filosofie - bewijs voor bestaan God)
Ik ben zeer geïnteresseerd in filosofie en wie mijn columns volgt, kan een filosofische draad zien lopen door alle onderwerpen die aan bod komen. Heerlijk vond ik het om mijn gedachten over dit onderwerp in dit drieluik op papier te zetten.
Daarnaast beschouw ik columns 50 Om geluk af te dingen, heb je geluk nodig) en 61 Geloof en wetenschap gaan niet samen) als mijn beste filosofische columns. Over mijn tweeluik over mediteren ben ik trouwens ook tevreden: column 39 Mijn wil om te geloven verliest het van mijn wil om weten en 40 Wie maar genoeg van zichzelf houdt, zal nooit ziek worden

9. Column 57 Get over it Pope!
Over de paus gesproken: ik heb daar wel meer columns over geschreven, zie verder ook 69 en 74. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de huidige paus in elk geval een verbetering vind ten opzichte van de vorige, dus misschien schrijf ik nog een keer een optimistische column hierover.

10. Column 3 Waarom hoor je de nummers 2 nooit?)
“Last but not least” mag in mijn top tien natuurlijk niet het onderwerp ontbreken waar ik veel columns aan heb gewijd (24, 34, 38, 58, 64, en 66) omdat het in het afgelopen jaar veel in het nieuws was: wielrennen en doping. Ik kies hier bewust voor mijn eerste column over dit onderwerp, omdat Lance Armstrong toen nog niet was gepakt, maar ik wel alle ellende voelde aankomen.

Voor wie mijn columns met plezier leest en volgt: bedankt en ik hoop dat je dat blijft doen! En misschien dat je uit waardering wat reclame voor me in je omgeving zou kunnen maken. Ik heb weliswaar een Facebook-pagina maar daar is ook alles mee gezegd. Voor het echt verspreiden van mijn columns kan ik alle hulp gebruiken.

Reacties welkom!



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

maandag 18 november 2013

99. Verdomd, die dominee heeft gelijk!

Privé - Religie/Geloof - Liefde/Vriendschap

 


Hallelujah-gebler

Het zal wel meer mensen overkomen. Je hoort een simpele levensles die je al vaker hebt gehoord, maar toch zet zo’n inkoppertje je opnieuw even aan het denken.
Het overkwam mij toen ik op een zondagmorgen wakker werd en vanuit mijn bed wat ging zappen. Onvermijdelijk passeerde er een hoop hallelujah-gebler, maar toevallig bleef ik even hangen bij een preek van zo’n typische Amerikaanse dominee in zo’n gelikt pak met bijpassend kapsel. Je kent ze wel: het type man waar je niet gek van opkijkt als je ‘m over een paar jaar weer op televisie ziet maar dan in de rol van spijtoptant. Dan blijkt hij ineens gezondigd te hebben, is hij vreemd gegaan of is er kinderporno bij hem aangetroffen en moet hij, dit keer publiekelijk, met de billen bloot. Gelukkig zijn er genoeg medezondaars waarvan zo iemand de kunst van het spijt betuigen kan afkijken: Bill Clinton, Tiger Woods, Lance Armstrong etc.
 

Jezus en de tien melaatsen

Het mag niet verbazen dat de dominee een verhaal vertelde over Jezus, dit keer over “De tien melaatsen” (Lucas 17: 11-19).
Jezus komt in het grensgebied tussen Samaria en Galilea tien melaatse mannen tegen die hem op afstand om hulp vragen door te roepen: “Jezus, Meester, heb medelijden met ons.” Het enige wat Jezus antwoordt is: “Gaat heen, toon u aan de priesters.”
Priesters beoordeelden in die tijd of iemand melaats of onrein was. Teleurgesteld in zijn antwoord besluiten de melaatsen toch het advies van Jezus op te volgen om onderweg richting de priesters erachter te komen dat hun ziekte plotseling verdwenen is.
Slechts een van de melaatse mannen, een Samaritaan, komt later bij Jezus terug om zich nederig voor zijn voeten te werpen en hem te bedanken voor de wonderbaarlijke genezing. Waarop Jezus tegen hem zegt: “Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden.”
Dat alleen de Samaritaan terugkeerde, had volgens de dominee alles te maken met verwachtingen. Daar waar de overige negen joodse mannen een goed leven hadden en niks anders verwachtten dan dat het allemaal goed zou komen, moest de Samaritaan in het leven met minder genoegen nemen waardoor hij ook minder verwachtingen had. Met als gevolg dat hij des te nederiger en dankbaarder was toen Jezus hem genas.
Een mooie interpretatie, al is het inderdaad niet meer dan een interpretatie die nergens op gebaseerd is. Over de reden waarom de andere negen mannen niet terugkeerden, wordt in de bijbel niets vermeld en zal dus altijd giswerk blijven.
 

Boodschap niks nieuws

De dominee gebruikte zijn interpretatie echter mooi als bruggetje naar zijn boodschap: mensen die het meest verwachten van het leven zijn het meest ongelukkig en mensen met de minste verwachtingen zijn juist het gelukkigst.
"Verdomd, die dominee heeft gelijk!", dacht ik meteen. Al was dat (woord) ongetwijfeld niet wat hij hoopte dat ik zou denken. Natuurlijk is deze boodschap niks nieuws en sluit het aan op de huidige spirituele gedachtegang van het leren loslaten, accepteren, leven in het nu etc. Maar toch was het niet verkeerd om dit weer eens gezegd te krijgen.
 

Enorme romanticus

Iemand zei onlangs tegen me dat ik een enorme romanticus ben en hoe meer ik daarover nadenk hoe meer ik besef dat dat klopt als een bus. Een romanticus heeft mooie ideeën en verwachtingen over hoe het leven in zijn ogen zou moeten zijn: “Dichterlijk dromend en geen rekening houdend met de werkelijkheid” (Van Dale).
Terugkijkend op mijn leven en afgezet tegen de realiteit kan ik niks anders dan de conclusie trekken dat ik altijd veel te hoge verwachtingen heb gehad.
Zo heb ik in de liefde altijd gezocht naar die ene soulmate. Waar ik in voor- en tegenspoed en in een sfeer van wederzijdse liefde, begrip, eerlijkheid, openheid en respect dan bij zou blijven "till death do us part". Een gedachte die een Sylvie Meis ook zal hebben gehad vrees ik. Al vermoed ik dat zij haar man tot aan het bittere eind van hun huwelijk aan iedereen zal hebben omschreven als haar soulmate. Terwijl ik dat gelukkig met mijn (ex-) vrouw nooit heb gedaan. Laten we het erop houden dat ik iets eerlijker en realistischer was.
Verder heb ik (tevergeefs) passies gezocht die ik dan in mijn werk zou kunnen uitleven, daarbij uiteraard omgeven en ondersteund door fijne, eerlijke en oprechte collega’s. Net als dat ik in vriendschappen ook altijd zocht naar trouwe vrienden voor het leven die er altijd waren als je ze nodig had. Precies het soort vrienden dat bokser Mike Tyson ook dacht te hebben tot het moment dat hij blut en gebroken was en hij zich afvroeg waar al zijn vrienden toch opeens gebleven waren. 
 

Voornemen voor 2016: ik verwacht helemaal niets

Onnodig te zeggen dat het leven natuurlijk niet zo werkt. Relaties en vriendschappen komen en gaan en wie van zijn passie zijn werk heeft gemaakt, mag God op zijn blote knieën bedanken dat hij tot die paar uitzonderingen behoort.
De dominee had helemaal gelijk: met te hoge verwachtingen word je alleen maar teleurgesteld en dus ongelukkig. De overlevenden van de door de orkaan getroffen gebieden op de Filippijnen die momenteel blij en dankbaar zijn met wat ze nog (over) hebben, kunnen straks wel eens behoren tot de meest gelukkige mensen op deze aarde.

Mijn goede voornemen en verwachting voor 2014 heb ik nu al: ik verwacht helemaal niets.

  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

dinsdag 5 november 2013

98. Een derde sekse in plaats van een derde rijk

Actualiteit - Nature/Nurture - Seksualiteit/Gender




Erkenning interseksuele mensen

"Duitsland eerste Europese land dat derde geslacht erkent.”
Ook al klopt dit nieuws niet, vind ik de kern van het verhaal mooi: erkenning voor interseksuele mensen die een lichaam hebben dat zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont.
Wat in Duitsland is ingevoerd, houdt in dat ouders van interseksuele baby’s tijdens het registreren van hun kind vanaf nu de mogelijkheid hebben om het vakje bij geslacht leeg te laten in plaats van dat ze moeten kiezen tussen man en vrouw. De ouders kunnen dus niet een vakje met derde geslacht aankruisen. Overigens is er in Nederland wettelijk al iets vergelijkbaars geregeld: als
het geslacht niet kan worden vastgesteld, wordt dit in de geboorteakte vermeld.
Voordeel voor de interseksuele kinderen in Duitsland is dat hun ouders voortaan niet meer meteen na de geboorte een keuze hoeven te maken. Iets waartoe zij zich door de omgeving (bijvoorbeeld artsen) vaak gedwongen zullen voelen. Vanaf nu kunnen ze dit moment uitstellen tot hun kinderen op een leeftijd zijn gekomen waarop ze zelf in staat zijn om te beslissen welk geslacht ze wensen aan te nemen. En als ze deze keuze nooit kunnen en/of willen maken dan mogen ze die ook gewoon voor altijd open laten.
 

Ingeslopen fouten 

Ik hoop dat het voorbeeld van Duitsland de komende jaren door meer landen zal worden gevolgd. Al vermoed ik dat veel (streng) gelovige mensen en landen er anders over denken, omdat ze vinden dat God de mens als heteroseksueel mens heeft geschapen met als doel samen met iemand van het andere geslacht heen te gaan en zich te vermenigvuldigen.
Maar wie kijkt naar de wetenschap kan er ook op het gebied van seksualiteit niet omheen: als er al een God bestaat dan heeft Hij niet alleen maar “perfecte” (heteroseksuele) dieren geschapen, maar zijn er – bewust dan wel onbewust – ook “fouten” ingeslopen. Hierdoor bestaan er op deze wereld behalve heteroseksuelen ook homoseksuelen, biseksuelen, aseksuelen en dus ook interseksuelen.¹
 

Heteroseksueel gedrag meest natuurlijk

Misschien bestaat de kans dat ik mensen met een ander seksualiteit dan heteroseksualiteit tegen de tenen schop door ze als “fouten” te bestempelen, maar die aanhalingstekens staan er natuurlijk niet voor niets.
Wat ik hiermee wil zeggen, is dat als je vanuit seksueel oogpunt naar onze natuur kijkt en je moet vaststellen wat het meest natuurlijk (lees gangbaar, voorkomend) gedrag is je niet onder de conclusie uit kan dat dat heteroseksueel gedrag is. Als bijvoorbeeld homoseksualiteit de regel zou zijn in onze natuur dan zou het tenslotte al snel gedaan zijn met ons leven op aarde. Gelukkig kunnen we ook gewoon stellen dat alles wat op dit gebied van de standaard afwijkt vaak genoeg voorkomt om het automatisch te kunnen beschouwen als onderdeel van de natuur.
 

Foekje Dillema

Door in de wetgeving interseksualiteit te accepteren en het uit de taboesfeer te halen, voorkomen we persoonlijke drama’s van interseksuele mensen die bewust dan wel onbewust er altijd in hun leven mee hebben geworsteld.
Een bekend voorbeeld hiervan betreft de Friese atlete Foekje Dillema die in de periode 1949-1950 kort furore maakte als sprintster en beschouwd werd als een geduchte concurrente voor viervoudig Olympisch kampioen (1948) Fanny Blankers-Koen.
Foekjes carrière eindigde echter net zo snel als die begon toen ze in de zomer van 1950 weigerde een seksetest te ondergaan waarna ze onmiddellijk door de Atletiekbond voor het leven werd geschorst. Pas na haar dood in 2007 werd via DNA-onderzoek officieel vastgesteld dat Foekjes lichaam zowel vrouwelijke als mannelijke kenmerken vertoonde.
Ondanks dat er geruchten gingen dat Jan Blankers, coach en man van Fanny Blankers-Koen, achter de schorsing zat, is dat nooit bewezen en ook niet erg waarschijnlijk. Ook al was het wel duidelijk dat Fanny angst voor Foekje had en haar concurrente bewust ontweek in wedstrijden. Een beslissing die Fanny en Jan in de wandelgangen beargumenteerden met de mededeling dat Fanny niet "tegen een vent" wenste te lopen.
Het dramatische aan dit verhaal is dat er nooit sprake zal zijn geweest van bewust bedrog. Foekje kende haar lichaam ongetwijfeld goed genoeg om te weten dat er iets niet klopte waardoor ze uit angst en schaamte de vernederende seksetest zal hebben geweigerd. Triest gevolg was echter dat ze op deze wijze gedwongen werd om datgene op te geven wat haar juist zoveel (het meest?) plezier en zelfvertrouwen in het leven gaf: de atletieksport. Na deze gebeurtenis leefde Foekje tot haar dood een teruggetrokken bestaan.
 

Maya Posch

In Pauw en Witteman gaf de interseksuele Maya Posch (geboren als Thijs) als wijs advies dat als een kind wordt geboren en je weet niet wat het is maar het is verder medisch in orde, je er verder vanaf moet blijven: geslacht is een persoonlijke keuze die zo iemand pas moet maken op een leeftijd dat hij/zij dat echt kan.
Door het niet accepteren van interseksualiteit en de taboesfeer er omheen worden wereldwijd elke dag door ouders en artsen keuzes gemaakt over het “toe te passen” geslacht van pasgeboren interseksuele baby’s zonder dat daarbij wordt nagedacht over eventuele dramatische gevolgen later.
 

Bruce Reimer, John Locke en tabula rasa

Het meest dramatisch waargebeurde verhaal dat ik ken, betreft niet eens een interseksueel kind maar illustreert mijn punt als geen ander.
In Canada in de jaren zestig moest de net geboren jongenstweeling Bruce en Brian Reimer worden geopereerd aan hun penis vanwege een vernauwing van de voorhuid. Bij Bruce ging tijdens de cauterisatie (wegbranden van weefsel) echter iets mis waardoor er teveel van zijn penis werd verwijderd.
De psycholoog John Money, overtuigd voorstander van het behavioristische standpunt van de Engelse filosoof John Locke dat mensen als “tabula rasa” (ongeschreven blad) worden geboren, zag zijn kans schoon: maak gewoon van de mislukte penis een vagina en voedt Bruce verder als meisje op.
No big deal: Bruce werd Brenda, problem solved. Lang leve de nurture, weg met de nature!
 

Zwaar depressief

Helaas voor Money liep het niet volgens zijn plan. Brenda werd tijdens haar jeugd zwaar depressief, kreeg pas op haar vijftiende van haar ouders de waarheid te horen en besloot onmiddellijk verder weer als man door het leven te gaan.
Dit keer werd Brenda “David”. Zijn broer Brian trok al dit gedoe niet, raakte ook zwaar depressief en stierf in 2002 aan een overdosis antidepressiva. David trouwde met een vrouw, kreeg drie stiefkinderen van haar maar toen zij aangaf te willen scheiden, was ook bij hem de maat vol: in 2004 schoot hij zichzelf dood.
 

Moraal van het verhaal

Moraal van het verhaal: rommel niet met het geslacht van een pasgeboren baby. Laat het kind zoals het is en laat het later zelf beslissen welk geslacht hij/zij wil.
Nooit verwacht dat ik na de van mijn vader overgenomen fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en het als klein jongetje zien van de WK-finale van 1974 het volgende zou uitroepen: bravo Duitsland! Een derde sekse in plaats van een derde rijk is een prachtige vooruitgang!

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

  
¹ Waarvan we overigens meer varianten kennen zoals: transgenderisme (je gaat door het leven als iemand van het andere geslacht, maar je hebt daarvoor nooit een operatieve ingreep ondergaan), transseksualiteit (je voelt je iemand van het andere geslacht en hebt daarvoor ook de nodige operaties ondergaan), travestie (je gaat soms gekleed als iemand van de andere sekse) en androgynie (je voelt je mannelijk en vrouwelijk of geen van beide; in elk geval wens je geen keuze te maken).

Afbeelding gemaakt door Tonko
 

donderdag 31 oktober 2013

97. Vechtscheidingen kennen niet alleen maar verliezers

Actualiteit en privé - Scheiden - Rechtspaak en (On)Rechtvaardigheid (2/2)



Kwalijke rol van advocaten bij vechtscheidingen

Een nieuw voorbeeld van hoe vaak advocaten zich maar al te graag verschuilen achter regels (zie mijn vorige column 96), zag ik laatst in een aflevering van het VARA-programma Zembla over vechtscheidingen. De centrale boodschap was duidelijk: bij vechtscheidingen zijn de ouders alleen maar bezig met zichzelf en met wraak en boosheid richting de ander waardoor ze het belang van de kinderen volledig uit het oog verliezen.
Interessant aan de uitzending vond ik vooral om te zien wat voor kwalijke rol niet alleen de ouders maar ook de betrokken advocaten bij dergelijke vechtscheidingszaken (kunnen) spelen. De negatieve associaties die ik al met advocaten heb, werden hierbij helaas opnieuw bevestigd.
 

Het zinloze modder gooien

Bij vechtscheidingen draait het veelal om gefrustreerde ouders die jarenlang de ene na de andere nutteloze rechtszaak tegen elkaar aanspannen om maar hun gelijk te halen. Over en weer worden er in de rechtszaal via de advocaten de wildste beschuldigingen geuit zonder dat er iemand ook maar een haar beter van wordt. Integendeel; vraag dat maar aan de kinderen.
In het programma werd de vraag opgeworpen of er door de betrokken advocaten niet iets aan dat zinloze modder gooien kon worden gedaan. De geïnterviewde deken van de Amsterdamse orde van advocaten gaf aan dat een advocaat in feite eindeloos beschuldigingen mag inbrengen mits het maar voor zijn cliënt “van nut” (?) is. En nee, die beschuldigingen hoeven niet waar te zijn, want een advocaat is geen rechter en houdt zich dus niet met waarheidsvinding bezig. Bovendien kan, “al klinkt dat raar”, zelfs iets dat door een cliënt verzonnen is, hem helpen in zijn rechtszaak (!).
 

Zo is het leven

In de uitzending vertelde een vader dat hij de advocaat van zijn ex-vrouw wilde aanklagen voor “proces-stalking” omdat hij gek werd van de steeds voortdurende stroom van nutteloze rechtszaken die zij tegen hem aanspande.
Volgens de deken was deze aanklacht zinloos omdat de relatie tussen een advocaat en zijn cliënt heilig is waarbij strategiebepaling iets is waar de wederpartij volledig buiten dient te blijven. Op de vraag wat iemand dan tegen dit soort praktijken kan doen, antwoordde de deken: “Zo is het leven. Daar is niets aan te doen. Het ligt niet aan de advocaat. Over het algemeen gesproken.” (?!)
 

Een bijdrage leveren aan de verharding van de strijd

Een klinische psychologe die met ouders en kinderen werkt aan het vinden van oplossingen binnen vechtscheidingen, concludeerde dat als een scheidingszaak eenmaal overgaat in een vechtscheiding veel advocaten niet in de gaten hebben waar ze mee bezig zijn. Waardoor ze in feite een bijdrage leveren aan een verharding van de strijd.
Volgens haar was dat overigens niet omdat advocaten slechte mensen zijn, maar "omdat ze niet weten wat ze aan het doen zijn" (wat me aan Jezus doet denken). Ik ben harder in mijn oordeel, al zal je mij nooit horen zeggen dat alle advocaten slechte mensen zijn. Maar ik denk wel degelijk dat die er tussen zitten en dat dit soort advocaten drommels goed beseffen waar ze mee bezig zijn.
 

Een kwestie van niet willen zien

De te verwachten eindconclusie van de uitzending was voor mij dat kinderen kapot gemaakt worden door vechtscheidingen. Waarbij de ouders nog het - overigens zeer slappe - excuus hebben dat ze in al hun negatieve emoties kennelijk niet beseffen wat ze aanrichten (terwijl zij natuurlijk wel dé sleutel zijn tot de oplossing), maar waarbij elke overige weldenkende derde partij wel degelijk goed kan zien wat een schade dit alles tot stand brengt en daarom dus beter meteen zou moeten worden gestopt.
Zeggen dat de betrokken advocaten dit niet zien, vind ik persoonlijk nogal denigrerend en beledigend voor een groep hoogopgeleide mensen waarvan je toch mag verwachten dat ze een goed ontwikkeld gezond verstand hebben.
Ik vrees dat het vaak meer een kwestie is van niet willen zien, waarbij het echt geen gewaagde uitspraak is (een understatement van een understatement) om te veronderstellen dat de factor geld een grote rol van betekenis speelt. Hoe meer rechtszaken, hoe meer geld in het laatje van de betrokken advocaten komt tenslotte.
Eigenlijk valt het allemaal heel simpel samen te vatten: vechtscheidingen kennen niet alleen maar verliezers. De advocaten zijn de grote winnaars...
 

Een steeds harder wordende strijd is nooit in het belang van de kinderen

Bovendien behoudt een advocaat altijd de geruststellende gedachte dat hij zich ten alle tijden kan verschuilen achter de o zo fijne regels van zijn beroep: een advocaat moet altijd handelen in het belang van zijn cliënt.
We vergeten hierbij maar even voor het gemak dat als je even doordenkt je ook kunt bedenken dat een steeds harder wordende strijd tussen de ouders nooit in het belang van de kinderen is en dus automatisch ook nooit in het belang van de cliënt van de advocaat.
Ook bij vechtscheidingszaken draait het dus wederom niet om rechtvaardigheid, maar om het winnen, om de ego’s van de “betrokken” ouders en ook die van de advocaten met hun vette salaris.
Ik durf hier gerust te stellen dat als vechtscheidingen uitlopen op persoonlijke drama’s ook de betrokken advocaten zich wel eens achter de oren mogen krabben over hun rol en verantwoordelijkheid in dit geheel. Waarbij ik echter wel wil benadrukken dat (bei)de ouders natuurlijk altijd in de eerste plaats hoofdverantwoordelijk zijn en blijven.
 

Iets structureels mis met de rechtspraak

Mijn conclusie uit mijn eerdere columns dat er iets structureels mis is met de rechtspraak blijft in stand: in mijn ogen zou iedereen in de juridische wereld rechtvaardigheid als ultiem einddoel moeten hebben.
Natuurlijk hebben rechters, openbare aanklagers en advocaten ieder hun eigen invalshoek (waarbij de advocaten uiteraard moeten opkomen voor de belangen van hun cliënten) en dat is ook noodzakelijk. Maar mijn voorstel zou zijn om te komen tot een constructie waarbij zij gezamenlijk moeten streven naar hetzelfde einddoel: het tot stand brengen van rechtvaardige uitspraken waar de maatschappij het meest bij gebaat is.
 
Mijn God, wat ben ik blij dat mijn ex en ik onze scheiding destijds zonder advocaat geregeld hebben…
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.




96. Rechtvaardigheid moet de weg wijzen! (1/2)

DE VERDEDIGING VAN ROBERT M. - TAALGEBRUIK JURISTEN

 

Reactie lezer

Onderstaande reactie ontving ik een paar weken geleden van een lezer na mijn column over de verdediging van Robert M. 
 
“Dag Tonko,
 
Meestal vind ik je columns goed doordacht en dito geschreven. Ik geloof echter dat je hier een steekje laat vallen. De reputatie van de Ankers is die van een gewetensvol kantoor en in mijn beleving kwam dat ook naar voren in de film. Maar dat is beeldvorming zul je zeggen.

Wat je onderwaardeert zijn twee belangrijke systeemelementen in de rechtsstaat:

1. Tegenover alle machts-, recherche-, en aanklaagmiddelen van de gemeenschap, heeft de verdachte recht op hulp en bijstand, de advocaat. Wat die doet is de verdediging voeren zoals de verdachte zijn belang ziet. Hij is letterlijk zijn woordvoerder, met gebruikmaking van juridische kennis. Moordenaars, verkrachters, oplichters - onverschillig de persoon of de aard van de zaak. Er zijn genoeg fouten van OM en rechtbanken in grote zaken naar voren gekomen, om het grote en principiële belang van die bijstand te waarderen.
 
2. Als advocaten om gewetensredenen zouden weigeren vormfouten in hun verdediging mee te nemen, zetten we de deur wagenwijd open voor verder machtsmisbruik door de instanties en overheden. Ja, de overheid mag namens ons allen iemand vervolgen, arresteren, onderzoeken. Maar als dat niet volgens veilige regels gaat, zijn we allemaal bedreigd. En de overheid eigent zich toch al steeds meer informatie- en opsporingsruimte toe.
 
Verdediging van de rechtsstaat is eigenlijk nog belangrijker dan een individuele straf. Mijns inziens was dat het standpunt van de Ankers. Terecht. In ons aller belang.”

 
Bedankt lezer voor je reactie en ik wil op mijn beurt hier graag op ingaan.
 

Nazi-rechter Roland Freisler: Sie sind ja ein schäbiger Lump!

Om misverstanden te voorkomen, benadruk ik hier - naar ik hoop onnodig - dat ik, net als ieder weldenkend mens, van mening ben dat iedereen recht heeft op een goede verdediging ongeacht de zwaarte van zijn begane misdaad. Ik vind het zelfs één van de belangrijkste pijlers van een beschaving die haar onderscheidt van bijvoorbeeld een dictatuur.
Waarbij ik even moet denken aan de actiebeelden van de beruchte Duitse nazi-rechter Roland Freisler die gedurende de Tweede Wereldoorlog voor het gemak de rol van rechter en openbaar aanklager combineerde op een manier die je het gevoel gaf alsof je naar een driftkikker uit een Laurel en Hardy-filmpje zat te kijken.
Helaas voor de verdachten was het de bittere waarheid. Verdacht waren ze overigens al lang niet meer op het moment dat ze Freisler’s rechtszaal betraden. Freisler vernederde ze, schold ze de huid vol (“Sie sind ja ein schäbiger Lump!” = armzalige schoft) en maakte hen duidelijk dat hij tegen zulke “verträter” geen wetboek nodig had, want Hij was de Wet. Het mag niet verbazen dat de tierende Hitler-imitator Freisler tijdens zijn showprocessen 90% van de verdachten ter dood veroordeelde (ongeveer 2600 personen) of levenslang gaf. 
 

Medelijden met een pedofiel

Waarschijnlijk zullen er een hoop PVV-stemmers zijn die Robert M. een Freisler-achtige rechter hadden gegund. Ik niet.
Ook Robert M. is een mens en verdient als ieder ander een goede verdediging. Daar komt nog bij dat ik ook nog iets van medelijden kan voelen voor een pedofiel die worstelt met zijn pedofiele gevoelens, maar die niet de kracht en het gezonde verstand heeft om daar in de praktijk richting onschuldige kinderen niets mee te doen.
In mijn ogen heeft deze man dubbele pech: én hij wijkt op een pijnlijk punt genetisch af van een gemiddeld persoon én zijn kwade genen (om het maar zo te zeggen) zijn tijdens zijn opvoeding niet “uit” gebleven maar juist op de een of andere manier getriggerd en “aan” gezet met alle kwalijke gevolgen van dien. 
 

Een goed functionerend "Checks and balances"-systeem

Natuurlijk moet er binnen de rechtspraak van een beschaafd land een goed functionerend “checks and balances”-systeem werkzaam zijn waarin men elkaar controleert op fouten en waarmee machtsmisbruik wordt voorkomen. Als dat er niet is, wordt de deur inderdaad wijd open gezet voor misbruik en is het eind zoek.
Maar desalniettemin ben en blijf ik van mening dat alles binnen de rechtspraak altijd ondergeschikt dient te zijn aan wat in mijn ogen het allerbelangrijkste is: rechtvaardigheid. Het verdedigen van de rechtsstaat beschouw ik zelf dan ook vooral als het verdedigen van de rechtvaardigheid waar zij voor staat. Een rechtvaardigheid die volgens mij iedereen (op sommige verdachten na dan) graag wil terugzien in de individuele straffen die uiteindelijk worden uitgedeeld. 
 

Doodergeren aan continu verschuilen achter regels

Ik vind het jammer dat Matthijs van Nieuwkerk die avond de advocaten niet de volgende vraag voorlegde: “Wat is kijkend naar de verdachte het belangrijkst in de rechtspraak: dat hij koste wat het kost een zo laag mogelijke straf krijgt (inclusief vrijspraak) of dat hij een straf krijgt die rechtvaardig is en past bij zijn begane misdaad?” Waarbij Van Nieuwkerk dan wel even had moeten benadrukken dat er maar één keuze mogelijk was en een gelikt advocatenantwoord (waarmee geen antwoord wordt gegeven op de vraag) niet was toegestaan.
Hoe goed de reputatie van het advocatenkantoor van de Ankers ook mag zijn en hoe gewetensvol ze voor hun gevoel ook mogen handelen, ergerde ik me in de documentaire vooral dood aan die advocatenmentaliteit van je continu maar verschuilen achter de regels. Ik heb het niet zo op volgzame mensen die overal maar klakkeloos de regeltjes volgen en zich er steeds – en zeker als het ze uitkomt - achter verschuilen zonder dat ze een keer kritisch (willen) kijken of die regels eigenlijk (nog) wel deugen of dat ze misschien juist afleiden van de kern waar het om draait. En zeker in dat hele conservatieve wereldje van de juristen vrees ik dat het stikt van dit soort mensen.
 

Ingewikkelde taal kost de economie heel veel geld

Zo heb ik bijvoorbeeld ook nooit een jurist op zien staan om voor te stellen om dat vreselijke hoogdravende en ouderwetse taalgebruik nou eindelijk eens voorgoed uit de juridische wereld te verbannen en te vervangen door een normale, klantvriendelijke en efficiënte variant.
Elke keer als ik weer eens een juridisch document onder ogen krijg, ga ik over mijn nek van al die deftige interessantdoenerij. Ik ben hoogopgeleid en begrijp (uiteindelijk) wel wat er staat, maar ik ben ook slim genoeg om te begrijpen dat je twee vliegen in één klap kunt slaan door gewoon goed leesbaar taalgebruik te gebruiken: én je bent veel minder woorden/papier/mails/tijd/geld kwijt én het is voor iedereen veel makkelijker en sneller te begrijpen.
Pikant detail is dat ik in het Tijdschrift over taal en taalbeleid las dat de kredietcrisis in de Verenigde Staten, waar alle ellende van de economische crisis in feite is begonnen, er met begrijpelijke taal nooit zou zijn geweest. In dat geval hadden de Amerikaanse hypotheeknemers en riskmanagers namelijk beter begrepen welke risico’s ze dreigden te lopen. Conclusie: ingewikkelde taal kost de economie gewoon ontzettend veel geld. Iets om over na te denken…
 

Ben je daarvoor advocaat geworden?

Dat nog geen jurist zich hiervoor heeft gemeld, verbaast mij dan ook niet. Zo’n verandering is niet bepaald in zijn belang. Ik schat dat als het huidige juridische taalgebruik plaats moet maken voor een klantvriendelijke variant de tijd die juristen aan zaken besteden minimaal wordt gehalveerd. En we weten allemaal hoe goed de uitspraak “Tijd is geld” nou juist voor (klanten van) juristen van toepassing is…
Terugkomend op de zaak van Robert M.: denk toch na, neem een keer afstand en bekijk het geheel eens vanuit een andere positie, liefst zo ver mogelijk van de bekende doos/box.
Wil je oprecht meewerken aan het vrij krijgen van een schuldige misdadiger alleen maar omdat het bewijs niet helemaal volgens de regels is verkregen? En als je antwoord hierop is dat je als advocaat niet anders kan, vraag je je dan niet bij jezelf af waar je in godsnaam mee bezig bent? Ik zou het naar mezelf in elk geval niet kunnen verantwoorden als ik op deze wijze een schuldige pedofiel vrij zou krijgen met als risico dat hij zich straks opnieuw aan baby’s en peuters gaat vergrijpen. Ben je daarvoor advocaat geworden? Om als puntje bij paaltje komt en de rechtvaardigheid op de stoep staat, de deur voor zijn voeten dicht te slaan en je je veilig terug te trekken en te verschuilen achter de regeltjes van de advocaat?
 
Een vormfout moet niet de richting bepalen waarheen een rechtszaak gaat, rechtvaardigheid moet de weg wijzen. Punt.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.
 

Roland Freisler (foto: internet
 

maandag 7 oktober 2013

95. Dé ultieme kick voor een advocaat

Actualiteit - Rechtspraak en (On)Rechtvaardigheid - Waarheid




De verdediging van Robert M.

Ik vermoed dat Matthijs van Nieuwkerk mijn column over Gerard Spong (zie column 85) gelezen heeft nadat de beroemde advocaat eind mei bij hem in DWDD te gast was om te praten over zijn boek “De Breuk”. Het zou zomaar kunnen, want wie “Column Gerard Spong” intikt op internet, komt snel terecht bij een van mijn meest gelezen columns van mijn weblog.
In elk geval had Van Nieuwkerk opnieuw een advocaat te gast of beter gezegd twee advocaten: Wim Anker en Tjalling van der Goot. Aanleiding was de documentaire “De Verdediging van Robert M.” die later op dezelfde avond werd uitgezonden. Anker en Van der Goot hebben de afgelopen jaren de verdediging gevoerd van Robert M., de man die meer dan tachtig baby’s en peuters heeft misbruikt en daarvoor uiteindelijk werd veroordeeld tot negentien jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.
 

Behoorlijk kritisch

Waar Van Nieuwkerk destijds vol ontzag en bewondering tegenover Gerard Spong zat, was hij dit keer voor zijn doen behoorlijk kritisch al had hij er wat mij betreft nog wel een schepje bovenop mogen doen.
Zo zei Van Nieuwkerk op een gegeven moment “… en toch keur ik dat niet af…” waar ik graag zou hebben gezien dat hij de ballen had gehad om het juist wél hardop af te keuren. Waarbij ik er dan voor het gemak maar even van uitga dat dat eigenlijk was wat Van Nieuwkerks écht voelde, maar wat hij niet durfde uit te spreken omdat hij zich veilig wilde beperken tot datgene waar hij het best in is: het voeren van onderhoudende gesprekken met leuke, tevreden gasten.
 

Vormfoutje

Centraal in de documentaire staat het spanningsveld tussen de letter van de wet aan de ene kant en rechtvaardigheid aan de andere kant. Hierbij draait het om de vraag wat je als advocaat moet doen als je een pedofiel als cliënt hebt die heeft bekend tientallen baby’s en peuters te hebben misbruikt en je bovendien ook weet dat hij schuldig is. Eenvoudigweg omdat je zelf de video-opnamen ervan hebt gezien, maar waarbij je ook weet dat het openbaar ministerie onrechtmatig aan deze banden is gekomen en je op basis daarvan bij de rechter om vrijspraak voor je cliënt zou kunnen vragen.
Het mag niet verbazen dat de twee advocaten in deze zaak ervoor kozen om laatst genoemd verweer - overigens zonder succes - aan de rechter op te voeren.
Het viel Van Nieuwkerk te prijzen dat hij tegenover de advocaten zich hardop afvroeg of het niet brutaal was om in deze zaak op basis van een “vormfoutje” om vrijspraak te vragen voor hun cliënt.
Maar zoals je kunt verwachten van advocaten kwamen ze met gelikte antwoorden als: “Een van de taken van een advocaat is om te kijken of het proces op een rechtmatige werkwijze is uitgevoerd en of de betrokken partijen zich hierbij aan de wet hebben gehouden”; “Wij moeten de rechter wijzen op gemaakte fouten, dat is onze taak en plicht en zo doen we dat in alle zaken” etc.
Op de vraag van Van Nieuwkerk wat er nou zou zijn gebeurd als Robert M. hierdoor was vrijgekomen, antwoordden de twee dat dat een deel van hun vak is waar ze achter staan en “we vinden dat we dat moeten doen”. Ondanks dat ze het niet hardop zeiden, kwam het er eigenlijk op neer dat in dat geval de verantwoordelijkheid of schuld voor de uitspraak geheel bij de rechter lag en niet bij hun.
 

Er is iets grondig mis met onze rechtspraak

Zoals ik al schreef in mijn column over Gerard Spong (klik hier) is er naar mijn mening iets grondig mis met onze rechtspraak in het algemeen. Uitgangspunt van rechtspraak zou ten alle tijden moeten zijn dat we de mensen die een misdaad hebben begaan op basis van zoveel mogelijk feiten (waarheidsvinding) een rechtvaardige straf geven die passend is bij wat ze hebben misdaan. Een ieder die in de juridische wereld werkt en die het hier niet mee eens is, heeft er naar mijn mening niets te zoeken.
In mijn “ideale”rechtstaat zouden zowel openbare aanklagers als advocaten moeten streven naar hetzelfde doe (zie het hierboven genoemde uitgangspunt) waarbij de een zich richt op het aanklagen van de verdachte en de ander zich bezighoudt met de verdediging. 
 

De kick van het vrij krijgen van een guilty-as-hell verdachte

Dat de heren Anker en Van der Goot wederom het beeld bevestigen dat advocaten goed moeten kunnen liegen, stoort mij het meest.
Stel je nou eens voor dat de heren door een vloek zouden zijn gedwongen om tijdens dit interview alleen maar de waarheid te spreken in plaats van er zo omzichtig omheen te draaien. Man, wat zou dat grappig zijn geweest.
Dan zouden ze ongetwijfeld iets hebben geroepen in de richting van: “Matthijs beste vent, tussen jou en ons gezegd interesseert ons de term rechtvaardigheid helemaal niets. Daar zijn we helemaal niet mee bezig. Wij zien zo’n zaak gewoon als een enorme uitdaging maar vooral in de eerste plaats als een spel dat we koste wat het kost willen winnen en laten we eerlijk zijn: wat is er nou mooier dan het vrij krijgen van een verdachte die “guilty as hell” is? Besef wel dat dát voor een advocaat de ultieme kick is Matthijs! Je cliënt is blij, wij zijn blij en iedereen om ons heen vindt ons fantastische advocaten en kijkt, net als jij, huizenhoog tegen ons op waardoor we nóg meer geweldige opdrachten krijgen van nóg grotere boeven en we nóg meer geld kunnen verdienen. Kortom Matthijs, wat denk je zelf: doen we dit werk uit idealisme of handelen we puur vanuit ons ego? Voor de kick, voor het geld!”

Ik hoop dat Matthijs van Nieuwkerk ook deze column leest en hij er inspiratie uit put voor zijn volgende gast-advocaat. Ditmaal verwacht ik een knock-out.




Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

maandag 30 september 2013

94. Wachten op de dood

Privé - De Dood - Euthanasie

 

Hypochonderachtige trekjes

Mijn moeder belt mij regelmatig en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dat andersom  veel minder vaak gebeurt. Tegen de tijd dat ik denk van zal ik mama weer eens bellen, heeft ze mij ondertussen al lang gebeld en wordt mij wederom de kans ontnomen om mijn attente kant te laten zien. Ja, het ligt allemaal aan mijn moeder.
Mijn zus doet het veel beter. Zij belt mijn moeder regelmatig en zelfs zo vaak dat toen ze haar onlangs ‘s avonds een uur niet te pakken kreeg, ze iets uitzonderlijks deed: ze belde mij. Mijn zus heeft nogal hypochonderachtige trekjes en ze gaat in dit soort situaties dan ook meteen uit van het allerergste. Toen onze vader op late leeftijd voor het eerst vergeetachtig werd, riep ze meteen dat dat dementie was. “Gelukkig” voor haar (minder voor mijn vader) kregen we vele jaren later officieel te horen dat hij dementie had waardoor ze bevestigd zag dit soort dingen precies aan te voelen. Mijn moeder is met haar huidige vergeetachtigheid gewaarschuwd.
Dit keer viel het echter mee. Mijn moeder bleek niet alleen nog in leven te zijn maar ook nog een leven te hebben: ze was naar een concert geweest in plaats van thuis ergens eenzaam in een hoekje dood te zijn. Het plan van mijn zus om ’s avonds laat nog naar mijn moeder toe te rijden om alles te checken, kon voorlopig in de koelkast en de notaris hoefde ook nog niet te worden gebeld. 
 

Met succes euthanasie aangevraagd

Afgelopen week belde ik mijn moeder voor de verandering een paar keer. Dit was niet voor niets,  getuige ook het feit dat ik haar twee keer huilend aan de lijn kreeg. Het is nooit fijn als iemand die dichtbij je staat, huilt. Als mijn kinderen huilen, raakt het mij ook altijd. Een gevoel dat met de jaren overigens steeds heftiger wordt om de eenvoudige reden dat, normaal gesproken, kinderen minder huilen naarmate ze ouder worden en je er dus van uit mag gaan dat er serieus iets aan de hand is als ze dat wel weer een keer doen.
Aanleiding voor de tranen van mijn moeder was het nieuws dat een goede vriendin van haar met “succes” euthanasie had aangevraagd bij haar huisarts. De emoties waren begrijpelijk: van haar vriendinnen kent mijn moeder deze vrouw het langst. De vriendin heeft sinds een paar jaar de ziekte van Parkinson en vindt het nu blijkbaar welletjes geweest. Mijn moeder had met haar afgesproken dat ze elkaar volgende week voor het laatst zullen zien. Op het moment dat de euthanasie wordt uitgevoerd, zullen alleen haar dochter en zoon aanwezig zijn.
 

Alleen nog maar praten over begin-van-het-einde-onderwerpen

Ondanks dat ik niet in het hoofd van mijn moeders vriendin kan kijken, kan ik me wel iets bij haar beslissing voorstellen. Haar man is jaren geleden overleden, haar twee kinderen en kleinkinderen wonen in het buitenland en haar vriendenkring zal er op haar leeftijd (83) ook niet bepaald groter op zijn geworden de laatste tijd; integendeel. En dan krijg je tot overmaat van ramp ook nog zo’n vreselijke degeneratieve ziekte als Parkinson waardoor je lichaam steeds minder kan en je niets anders kunt doen dat het lijdzaam (veelal aan bed gekluisterd) te ondergaan en maar te wachten op de dood.
Ik zou het ook wel weten. Ik ben sowieso niet iemand die ernaar uitkijkt om zo oud te worden. De dag dat ik serieus euthanasie overweeg, is dezelfde dag waarop ik mezelf betrap alleen nog maar te praten over de typische begin-van-het-einde-onderwerpen: je eigen fysieke ongemakken en die van je bevriende leeftijdgenoten; al je bezoekjes aan ziekenhuizen, begrafenissen en crematies; het belang van het hebben van een goede band met je huisarts en “last but not least” eindeloze anekdotes uit een inmiddels ver verleden.
 

Taboesfeer

Niet dat ik overigens een voorstander ben om iedereen die het op late leeftijd even niet meer ziet zitten maar een spuitje te geven. Ook voor mij geldt dat dat wel aan alle kanten goed dicht beargumenteerd moet zijn. Verder zou ik eerlijk gezegd zelf nooit de “trekker” over willen halen, zoals bij die zoon die zijn moeder van 99 jaar een papje gaf van fijngestampte pillen waaraan ze overleed. De moeder wilde absoluut geen honderd worden, maar haar huisarts gaf geen toestemming voor euthanasie waarna de zoon het zelf maar besloot te doen en dit ook filmde als bewijs dat hij integer had gehandeld en de moeder het allemaal echt zelf wilde.  
Maar het blijft wel vreemd dat we in een wereld leven waarin we onze kat die helemaal op is uit liefde uit zijn lijden verlossen, maar dat dat met een dierbaar persoon niet zomaar kan en daar nog steeds een taboesfeer omheen hangt.
 

Maak er alsjeblieft een eind aan

Mijn vaders leven werd een paar jaar geleden in het ziekenhuis beëindigd door hem geen eten en drinken meer toe te dienen, waarna hij met behulp van morfine vredig insliep. Mijn vader was dement en had net daarvoor een beroerte gehad waar hij niet meer van zou herstellen.
Of het hier nu officieel ging om euthanasie of niet weet ik niet (Naschrift: inmiddels wel want dit heet passieve euthanasie door middel van palliatieve sedatie). Ik denk het niet, want we hebben geen verklaring moeten ondertekenen voor zover ik weet.  Maar eigenlijk is dat allemaal totaal irrelevant. Mijn vader was namelijk de eerste die had geroepen “Maak er alsjeblieft een eind aan!” en dus hoefden we geen seconde na te denken over wat we moesten doen in deze situatie.
Voor mijn vader kon ik alleen maar blij en opgelucht zijn dat hij was gestorven voordat hij ons niet meer herkende en hij fulltime naar een verzorgingshuis had gemoeten. Hopelijk hebben de zoon en dochter van mijn moeders vriendin straks een vergelijkbaar acceptatiegevoel omdat zij het zelf zo wilde.
Misschien dat op een dag het voorgevoel van mijn ongeruste zus na de zoveelste keer wel een keer uitkomt en we onze moeder dood in bed aantreffen. Dat zou mooi zijn. Rustig in je slaap sterven aan ouderdom is in deze tijd volgens mij weinigen gegeven en dood gaan we tenslotte allemaal. Al gelden voor mij natuurlijk nog steeds de woorden die niet meer gelden voor de man (Harry Mulisch) die ze ooit uitsprak: “Het feit dat ik doodga, moet eerst nog bewezen worden.”
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie

 

Foto: Tonko



93. Over hoe dom een slim mens kan zijn

Privé - Filosofie vs. Spiritualiteit - Intelligentie - Wetenschap

 

Verschillen tussen filosofie en spiritualiteit

Elke zaterdag tijdens het hockeyseizoen moedig ik mijn kinderen aan. Zoek de groep ouders langs de kant en je zult mij altijd een tiental meters verderop zien staan. Je kunt me een einzelgänger of loner noemen, maar zo ben ik altijd geweest. Niet dat ik iets tegen de ouders heb, maar ik ben gewoon niet goed in small talk-gesprekken. Ik voel me er ongemakkelijk bij en dan zonder ik me liever af.
Maar heel soms kijk ik niet goed uit, kom ik blijkbaar te dichtbij en geraak ik opeens in gesprek met andere ouders. Laatst overkwam me dat weer. Ik raakte in gesprek met een vader waarmee ik vorig jaar ook al eens had gepraat over filosofie. De precieze aanleiding weet ik niet meer, maar ongetwijfeld kwam toen ter sprake dat ik een eigen filosofiegroep heb en dat wekte zijn interesse.
Wat me toen al opviel, werd nu sterker benadrukt: hij is in de eerste plaats spiritueel ingesteld. Nu kun je al eindeloos met mij discussiëren over de overeenkomsten en verschillen tussen filosofie en spiritualiteit, maar ik zie toch vooral de verschillen.
Daar waar filosofie op zich weliswaar geen wetenschap mag worden genoemd, kun je wel stellen dat de wetenschap in de filosofie een voorname rol speelt. Zonder wetenschap geen filosofie. Bij spiritualiteit ligt dat anders. Tussen spiritualiteit en wetenschap zie ik weinig verband. Gevoel is waar het bij spiritualiteit vooral om draait. Afgezien van recente wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat meditatie daadwerkelijk positieve effecten heeft, zijn en blijven de meeste spirituele uitgangspunten gespeend van wetenschappelijke onderbouwing. Het is en blijft een gevoelskwestie en gevoel valt (net als geloof) nu eenmaal moeilijk, zo niet onmogelijk, wetenschappelijk te toetsen (zie over dit onderwerp mijn column 194!).
 

Geloven in waanideeën

De man begon enthousiast te vertellen dat hij de afgelopen tijd allerlei opzienbarende spirituele ervaringen had meegemaakt en ik merkte dat hoe fijn ik dat ook voor hem vond, ik zijn verhaal en zijn enthousiasme niet kon volgen laat staan delen. Maar proberen deed ik het wel, omdat ik als liefhebber voor alles wat maar mysterieus en geheimzinnig aan het leven is, altijd open zal blijven staan voor verhalen en meningen van spirituele mensen. Toch sloeg het gesprek op een gegeven moment dood toen de man aan me vroeg of ik óók in complottheorieën geloofde.
Deze vraag vond ik op zich al vreemd, aangezien ik me niet kan voorstellen dat iemand van zichzelf beweert in complottheorieën te geloven. Dat is voor mij net zoiets als dat je van jezelf zegt dat je in fantasiewezens als kabouters gelooft.
Mijn overtuiging dat de term complottheorie al iets absurds in zich heeft, werd even later bevestigd toen ik het woord in de Van Dale opzocht: “(waan)idee dat achter iets een complot schuil gaat”. Ik mag dan een afwijkend persoon zijn, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik niet in waanideeën geloof.
 

Bekendste complottheorieën

Van de bekendste complottheorieën (UFO in Roswell, moord op Kennedy, maanlanding 1969 etc.) bleek deze man ervan overtuigd te zijn dat de aanslagen van 9/11 door de Verenigde Staten zelf waren geënsceneerd.
Mijn vraag of hij op internet ook de tegenargumenten van deze complottheorie had bekeken, moest hij ontkennend beantwoorden. Waarop ik hem adviseerde dat eerst maar eens te doen. Met mijn mededeling dat het mij speet maar dat ik verder niets kon met zijn geloof in complottheorieën, bloedde het gesprek langzaam dood.
De man bleek dit echter niet prettig te vinden, want een week later kreeg ik van hem vier getypte A4-tjes in mijn handen gedrukt waarin hij uiteenzette dat hij het jammer vond dat ik alles wetenschappelijk benaderde en dat mijn denkwereld zou worden verruimd als ik meer open zou staan voor andere inzichten. 
 

Wat is intelligentie precies?

Het meest fascinerend vind ik de vraag die dit incident bij mij opriep: wat is intelligentie precies? Wanneer beschouw je iemand als slim? Als hij een hoog IQ heeft of is dat te simplistisch?
Neem de Amerikaanse schaker Bobby Fischer. Fischer was een genie met een IQ dat waarschijnlijk niet onderdeed voor dat van Albert Einstein. Toch was Fischer het prototype van iemand wiens genialiteit grensde aan waanzin. Vooral in de herfst van zijn leven bleek Fischer behalve een briljant schaker ook een paranoïde, antisemitische, Amerika-hatende gek te zijn die overal om zich heen complotten zag (pikant detail: behalve dat Fischer uit Amerika kwam, was hij ook joods).
Fascinerend hieraan is dat ik vermoed dat als je Fischer tijdens een van zijn tirades tegen al die samenzweerders zou hebben onderbroken voor het maken van een IQ-test de beste man waarschijnlijk zonder probleem boven de 160 zou hebben gescoord. Oftewel, zijn logisch verstand stelde hem wel in staat om moeilijke IQ-vragen correct te beantwoorden, maar zijn ratio bleek verder niet toereikend om te beredeneren dat een joods complot om de wereldmaatschappij te veroveren zachtjes gezegd niet waarschijnlijk was en in elk geval op geen enkel feit gebaseerd.
Over hoe dom een slim mens kan zijn. Vraag je mij naar mijn persoonlijke definitie van slimheid dan zit daar ook het vermogen in besloten om onderscheid te kunnen maken tussen, gechargeerd gezegd, werkelijkheid (objectieve feiten) en fantasie (subjectieve vermoedens, geloof, gevoel etc.).
 

Bovengemiddeld stug

Nou zal ik de man van het hockeyveld niet vergelijken met een Bobby Fischer - die duidelijk zowel geniaal als psychisch ziek was - maar ook bij hem vraag ik mij af hoe het komt dat een hoogopgeleid persoon (hij had economie gestudeerd) de voorkeur geeft aan het geloven van vage complottheorieën boven het gebruiken van zijn gezonde verstand waarmee hij deze theorieën al snel naar het land der fabelen zou kunnen verwijzen.
Ondanks dat meer onderzoek naar dit fenomeen vereist is, lees ik in de conclusies van onderzoeken tot nu toe dat mensen die in complottheorieën geloven onder andere: vaak lager opgeleid zijn; een chronisch gebrek aan vertrouwen in anderen hebben; meestal geloven in meer dan één complottheorie; een groot wantrouwen richting de overheid hebben; meer interesse hebben in spiritualiteit (!); bovengemiddeld stug zijn; door tegenargumenten alleen maar worden bevestigd in hun geloof, aangezien tegenargumenten vaak logisch zijn terwijl hun geloof dat niet is. 
 

Sterke behoefte aan controle over je leven

Een belangrijke functie die de complottheorieën voor hun volgers lijkt te hebben, is dat ze geruststellend werken. Mensen die het gevoel hebben geen controle te hebben over hun leven, krijgen door complottheorieën het idee dat alles wat gebeurt een reden heeft. Hierdoor ervaren ze weer wat meer grip en controle op de werkelijkheid en dat maakt hun leven stabieler.
In feite kun je overigens stellen dat genoemde functie - de sterke behoefte aan controle over je leven - behalve voor complottheoriegelovigen ook voor alle “gewone” gelovigen en spirituele mensen geldt. De meeste mensen willen niet horen dat alle schadelijke gebeurtenissen om hen heen door toeval bepaald worden. In het belang van het geloof in een enigszins eerlijke, rechtvaardige en dus voorspelbare en controleerbare wereld horen sommigen dan nog liever dat een bepaalde groep samenzweerders hiervoor verantwoordelijk is.
De man had gelijk dat ik graag alles wetenschappelijk benader. Zo ook hier. Als ik iets geloof dan is het wel dat de mens wil geloven en dat de verschillen in de mate waarin mensen geloven zullen voortkomen uit onderlinge verschillen in ons brein. Ik ben er dan ook van overtuigd dat op een dag de wetenschap zover zal zijn dat zij definitief kan vaststellen dat ik een meer wetenschappelijk brein heb en de andere vader een meer gelovig/spiritueel brein.

Ik denk dat ik zaterdag op het hockeyveld maar weer eens wat meer afstand ga nemen van de overige ouders.
 

 

Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

zaterdag 31 augustus 2013

92. Het toppunt van cynisme

Actualiteit - Oorlog - Liegen en bedriegen/Hypocrisie 

 

Bittere waarheid

Iedereen kent wel van die moppen van “Wat is het toppunt van geduld? Op je kop gaan staan en wachten tot je sokken afzakken.” Ik weet niet of er een dergelijke variant bestaat met het onderwerp cynisme, maar ik kan er wel een paar bedenken. Alleen zou ik het dan geen mop willen noemen, maar meer bittere waarheid: wat is het toppunt van cynisme? Beelden uit Syrië zien van dode mannen, vrouwen en kinderen na een gifgasaanval en denken dat het allemaal in scène is gezet om “de vijand” in een kwaad daglicht te stellen.
Ondanks dat inmiddels duidelijk lijkt dat er in Syrië daadwerkelijk een gifgasaanval heeft plaatsgevonden waarbij veel onschuldige burgers zijn gedood, klonken in de media veel wantrouwige geluiden toen vorige week de eerste beelden opdoken. De getoonde lijken zouden geen tekenen van gifgas vertonen. Deze "dode" mensen leken rustig te slapen terwijl je krampachtige uitdrukkingen zou verwachten na hun doodstrijd tegen het gas; het schuim uit de mond van slachtoffers was wel erg wit en zou meer geel en bruin moeten zijn, Assad zou aan de winnende hand zijn dus zou een gifgasaanval wel heel dom en onlogisch zijn etc.
Hoe vreselijk het ook is dat mensen zo cynisch denken, is het wel begrijpelijk. We leven tenslotte in een tijd waarin de macht van de media zo groot is dat je je kunt afvragen hoe vaak het voorkomt dat je iets uit het nieuws voor waarheid aanneemt wat helemaal niet waar blijkt te zijn. Ik vrees dat je het antwoord op deze vraag liever niet wilt weten, omdat je dan pas beseft hoe erg je wordt beetgenomen waar je bij staat.
 

Rambam

Ik zag ooit een uitzending van Rambam, een programma van de VARA waarin de makers “op creatieve en soms komische wijze zaken aanpakken die volgens hen niet kloppen of onrechtvaardig zijn”.
De redactie had zich voorgenomen om een aantal nieuwsitems te verzinnen en deze via de media te verspreiden om te zien of ze, zonder verdere verificatie en journalistieke hoor en wederhoor, werden overgenomen. Tot hun grote verbazing lukte dat wonderwel en kon de televisiekijker binnen no time genieten van nieuwtjes die van A tot Z uit de duim waren gezogen maar nu opeens als feit werden gepresenteerd.
Toegegeven, het ging hier slechts om triviale verzinsels en niet om serieuze politieke onderwerpen. Maar vervang de jongelui van de redactie van Rambam door een groep gehaaide spindoctors van een of andere kwaadaardige dictator (een pleonasme) en het in scène zetten van een gifgasaanval lijkt opeens niet meer zo vergezocht.
 

Wag the Dog

Al in 1997 maakte regisseur Barry Levinson de satirische film “Wag the Dog” waarin Robert de Niro als spindoctor de hulp inroept van een filmproducent (Dustin Hoffman) om voor de Amerikaanse president, die in een seksschandaal verwikkeld zit, een oorlog te verzinnen met een fictieve vijand zodat het publiek wordt afgeleid.
Nou zal ik niet beweren dat ik zo’n idiote complottheoriefreak ben die bijvoorbeeld gelooft dat de maanlanding in 1969 nooit heeft plaatsgevonden en dat dat allemaal in een studio in scène was gezet om de Russen een hak te zetten. Maar ik geloof wel dat de mens op het gebied van leugens, bedrog en manipulatie tot veel in staat is.
 

Het toppunt van hypocrisie

Wellicht zal de toekomst uitwijzen wat de waarheid is geweest rondom de gifgasaanval in Syrië, maar ik waag te betwijfelen of we bij dit soort complexe politieke gebeurtenissen ooit zullen weten wat er precies heeft plaatsgevonden. Ik vind het al triest en cynisch genoeg om te constateren dat je in deze wereld gerust onschuldige burgers kunt doden op een “normale” manier zo lang als je dat maar niet doet met behulp van chemische wapens. Want dan ga je blijkbaar pas over de grens en ontstaat er onder de internationale gemeenschap enorme verontwaardiging.
Wat is het toppunt van cynisme? Ik ken er nog een, al is die misschien meer het toppunt van hypocrisie: aan dictatoriale landen grondstoffen leveren die nodig zijn voor het maken van chemische wapens en er flink geld aan verdienen en dan vervolgens deze landen als straf bombarderen op het moment dat ze die chemische wapens gebruiken. Echt "lachen", maar helaas iets wat allesbehalve ondenkbaar is als je kijkt naar waargebeurde voorvallen uit het verleden. Kijk maar eens naar de rol van de Verenigde Staten en ook die van de Nederlandse zakenman Frans van Anraat bij de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op de Koerden in de Iraakse stad Halabja.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.