vrijdag 21 maart 2014

115. Don't mention the jews!

Actualiteit - Politiek/Macht - Racisme/Discriminatie

 

Niets nieuws onder de zon

De echte professionals onder de politici zorgen ervoor dat als er verkiezingen naderen ze weer prominent in het nieuws komen. Dat hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn; één pikante uitspraak die tot ophef zorgt is al genoeg. Zij weten als geen ander dat negatieve aandacht altijd nog beter is dan geen aandacht. Geert Wilders is zo’n professional in hart en nieren. Een man naar mijn hart zou nu een logische volgende zin kunnen zijn, maar deze ironie gaat zelfs mij te ver.
Zelfs met uitspraken die niets nieuws onder de zon zijn, weet Wilders gek genoeg steeds weer opnieuw de publiciteit te halen. Voor wie echter een beetje heeft opgelet de laatste jaren zou toch moeten weten dat Geert het niet zo op Marokkanen en (andere) moslims heeft. Dus wie nu verontwaardigd is als Wilders roept dat Den Haag een stad moet worden met minder Marokkanen en hij dit later nog herhaalt door zijn aanhang minder Marokkanen in hun woonplaats te beloven, heeft voor mijn gevoel de afgelopen jaren onder een steen geleefd.
Uiteraard is Wilders zich van geen kwaad bewust en laten we eerlijk zijn: waarom zou hij ook? Iedereen met een beetje gezond verstand zou Wilders en zijn stokpaardjes inmiddels door en door moeten kennen en dus ben ik het helemaal met hem eens dat de ophef hierover nergens op slaat.
 

Voor Geert Wilders gelden andere wetten

Wilders vindt het te gek voor woorden dat hij niet over Marokkanen mag zeggen wat hij wil en wederom geef ik hem met onze vrijheid van meningsuiting groot gelijk. Alleen is er één klein, vervelend, pikant detail: Geert wenst door niemand nog een keer met Adolf Hitler te worden vergeleken. Wie dat wel doet, zal door Wilders voor de rechter worden gesleept.
Hierdoor kom ik tot de nogal aparte conclusie dat ik van onze Geert met mijn vrijheid van meningsuiting in Nederland over Marokkanen mag zeggen wat ik wil, maar dat dat niet geldt voor wat ik over de heer Wilders wil zeggen. Voor hem gelden blijkbaar andere wetten. Ik geloof dat Geert hier een beetje met twee maten aan het meten is.  
 

Geert Wilders en Adolf Hitler: zoek de overeenkomsten

Mocht Geert Wilders ooit mijn column lezen dan daag (ook) ik hem met alle plezier uit: voeg mij maar toe aan het lijstje dat je binnenkort voor de rechter wil gaan slepen. Want jawohl, ook ik durf het aan om de heer Wilders met onze grote vriend Adolf Hitler vergelijken. Ik doe dit echter wel op mijn eigen bekende manier: rationalistisch en gebaseerd op feiten.
Feit 1: Adolf Hitler had om wat voor reden dan ook iets tegen joden (over de precieze redenen wordt al decennia lang gediscussieerd) en stelde hen voor veel ellende in Duitsland verantwoordelijk, waaronder bijvoorbeeld de Duitse nederlaag tijdens de Eerste Wereldoorlog en de economische crisis in de jaren daarna. We kunnen gerust stellen dat Hitler in zijn politieke carrière de joden gebruikte als zondebok.
Dit bewust dan wel onbewust creëren van een gemeenschappelijk vijandbeeld heeft zeker in tijden van economische malaise kans op politiek succes, omdat het de mensen de gelegenheid biedt een (andere) schuldige voor alle ellende aan te wijzen wat troost biedt en een uitlaatklep voor de eigen frustraties.
Feit 2: Geert Wilders heeft iets tegen de Islam en is van mening dat een hoop problemen in Nederland voorkomen dan wel verminderd kunnen worden als er hier geen moslims zouden wonen. We kunnen gerust stellen dat Wilders in zijn politieke carrière de moslims gebruikt als zondebok. Dit bewust dan wel onbewust creëren van een gemeenschappelijk vijandbeeld heeft zeker in tijden van economische malaise kans op politiek succes, omdat het de mensen de gelegenheid biedt een (andere) schuldige voor alle ellende aan te wijzen wat troost biedt en een uitlaatklep voor de eigen frustraties.

Ik zou zeggen zoek de overeenkomsten.


Onwetende moslims

Natuurlijk zijn er ook verschillen tussen Geert en Adolf. Zo heeft Wilders helemaal niets tegen joden. Sterker: hij is met een joods-Hongaarse vrouw getrouwd en hij wordt gezien als een grote vriend van Israël, het land waar hij als jongeman twee jaar met plezier werkte.
Wat Adolf van moslims vond, kun je wel raden en daarover had hij wellicht nog een onderhoudend gesprek met Geert kunnen hebben. Ondanks dat Hitler met zijn antisemitische boek “Mein Kampf” tot op de dag van vandaag nog steeds grote populariteit geniet in de Arabische wereld beseffen deze onwetende moslims niet dat ze een gecensureerde vertaling te lezen krijgen waarin de passages zijn weggelaten waarin Hitler schrijft de moslims te beschouwen als een van de meest inferieure menselijke rassen (?) op aarde.
Dat de nazi’s gedurende de Tweede Wereldoorlog wel speciale banden hadden met Arabische leiders kwam vooral voort uit hun gemeenschappelijke belang, namelijk het verslaan van hun gezamenlijke vijanden: de Britse en Franse kolonisten en uiteraard de joden. Deze “The-enemy-of-my-enemy-is-my-friend-strategie” is tot op heden overigens nog steeds zeer populair in de internationale politiek.
 

Het verschil tussen über- en üntermenschen

Toen een Arabische leider ooit Hitler subtiel liet weten dat het weinig gescheeld had of Europa en dus ook Duitsland zou heden ten dage islamitisch zijn geweest  als de Arabieren de slag bij Potiers/Tours in Frankrijk in 732 zouden hebben gewonnen, scheen Adolf later hierover te hebben gezegd dat als dat zou zijn gebeurd de inferieure moslims op den duur op hun beurt weer verslagen zouden worden door superieure geïslamiseerde Germanen die dan vervolgens uiteraard de macht over het Arabische Rijk weer zouden hebben overgenomen.
Toch een soort toppunt van lef: tegenover Adolf Hitler de discussie aanzwengelen welk volk het meest superieur is. Als iemand tenslotte het verschil tussen über- en untermenschen wist dan was dat de führer wel.
 

België annexeren

Uiteraard kan ik nog meer verschillen tussen Wilders en Hitler bedenken. Zo verwacht ik heus niet van Wilders dat als hij ooit aan de macht komt - God behoede het - hij opeens België gaat annexeren of concentratiekampen voor moslims gaat oprichten. Maar ik wil er eerlijk gezegd ook niet aan denken, laat staan meemaken, wat voor domme dingen hij daarvoor in de plaats zou gaan doen.
Ach, Geert en Adolf: als het gaat over het creëren van een gemeenschappelijk vijandbeeld, het over één kam scheren van hele bevolkingsgroepen en het zaaien van haat en verdeeldheid zie ik genoeg overeenkomsten en zouden deze twee hypothetisch best een animerend gesprek met elkaar kunnen hebben. Met daarbij één belangrijke tip voor Geert: “Don’t mention the jews!”
 

Mij met Adolf Hitler vergelijken

Prettige gedachte voor Geert voordat hij mij in de rechtszaal treft: hij kan en mag mij andersom ook gerust met Adolf Hitler vergelijken. En niet ten onrechte. Zo was Hitler net als ik vegetariër, al zijn er geruchten dat hij soms ook vlees en vis at. Maar net als ik was Adolf in elk geval zeker een dierenliefhebber. Al verbaast het mij niet dat hij vooral een hondenliefhebber was, terwijl ik daarentegen juist een echt kattenmens ben.
Honden zijn ideale huisdieren voor mensen met dominante trekjes, omdat je die slaafse beesten zo lekker kunt commanderen. Terwijl katten daarvoor veel te eigenzinnig, eigenwijs en zelfstandig zijn en om die reden juist weer goed bij mij passen.
Dat ik als kind veel tekende en schilderde maar daar nooit een succesvolle carrière mee heb bereikt, zou je ook nog als een overeenkomst kunnen noemen tussen de führer en mij.

Wilders overtreffen in domheid

Slechts één man overtrof Wilders de afgelopen dagen in domheid en dat mag een knappe prestatie worden genoemd: rapper Hozny (geboren te Beiroet, Libanon) maakte een videoclip van zijn nummer “Geertje” waarin te zien is hoe twee mannen met pistolen een man die Geert Wilders moet voorstellen executeren.
Dan ben je dus een moslim die boos is op Geert Wilders omdat hij jouw hele godsdienst afschildert als het ultieme kwaad. Iets wat ik mij, zeker als moslim, heel goed kan voorstellen, aangezien de heer Wilders ons allemaal inderdaad graag lijkt te willen laten geloven dat alle moslims domme godsdienstfanatici met baarden en pistolen zijn die zich alleen maar met criminele en terroristische activiteiten bezighouden.
Dus wat doe je dan als boze moslim dacht onze vriend Hozny. Jawel: je maakt uit protest een rapvideoclip waarin je een boze moslim met baard, zonnebril, Palestijnse sjaal en pistool neerzet die Geert Wilders ontvoert en vervolgens aan het eind executeert.
Slimme actie man! Laat de wereld zien hoe fout Wilders zit met zijn beeld van de Islam en maak iedereen duidelijk dat moslims juist normale, beschaafde, vredelievende mensen zijn waarvoor niemand bang hoeft te zijn. Met dank aan jou is mijn beeld van moslims (en rappers) een stuk genuanceerder geworden. Het is dat in mijn gemeente de PVV niet op de verkiezingslijst stond anders had ik wel geweten waarop ik zou gaan stemmen...

Ik stem in elk geval op elke partij die mij belooft te kunnen wonen in een plaats zonder PVV'ers en domme moslim-rappers met baarden en pistolen in hun video's (én daarbuiten).



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

   

zondag 2 maart 2014

114. Wij hetero's zijn tenminste beschaafd

Actualiteit - LHBTQ+/Seksualiteit - Wijsheid - Nelson Mandela

 


Van de verkeerde kant

Eigenlijk een schande dat ik nog geen column heb gewijd aan homoseksuelen. Homo’s zijn tenslotte hot in deze tijd. Of liever gezegd homohaat is helemaal in.
Van Afrika tot Rusland tot nog dichter bij huis in Frankrijk worden homo’s in elkaar geslagen, vernederd en zelfs vermoord. De ene anti-homowet is in het ene werelddeel nog maar net ingevoerd of de volgende dient zich in alweer in een ander werelddeel aan. Eind februari was het de beurt aan Oeganda waar president Museveni een anti-homowet ondertekende waardoor homo's die voor hun geaardheid uitkomen levenslang boven het hoofd hangt. Steeds meer homo’s worden wereldwijd vogelvrij verklaard en zijn hun leven niet meer zeker.
Het is toch wat met die homo’s. Niet voor niets zijn ze van de verkeerde kant. Dat komt natuurlijk omdat ze niet normaal zijn. Ze zijn vreemd, ze kleden zich gek, ze hebben van die rare maniertjes, ze doen altijd zo aanstellerig, ze roddelen allemaal en ze lopen elkaar maar steeds in het openbaar af te lebberen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En alsof dat nog niet genoeg is, vallen ze onze kinderen lastig en doen ze te pas en te onpas aan onveilige, perverse seks met jan en alleman waarbij ze het dan ook nog zo nodig vinden om elkaar maar zo vaak mogelijk in de kont te nemen. Bah, gadverdamme, ik word er helemaal onpasselijk van.  
 

Aan vreemdgaan hebben wij een broertje dood

Geef mij dan maar ons, de hetero’s. Wij zijn tenminste normaal en beschaafd en eerlijk en integer. We kleden ons netjes, we gedragen ons zoals het hoort, we stellen ons niet aan, we roddelen niet en wanneer we elkaar in het openbaar zoenen is dat heel kort en op een gepaste manier. 
Met kinderen gaan we om zoals het hoort en als we een keer seks hebben dan doen we dat heel trouw alleen maar met onze vaste partner met als doel om ons voort te planten zoals God het bedoeld heeft. Aan vreemdgaan hebben we een broertje dood en mocht het toch een keertje per ongeluk voorkomen dat wij heteroseksuele mannen met andere vrouwen dan onze eigen vrouw in bed belanden, dan komt dat alleen maar omdat de natuur ons roept om ons eraan te helpen herinneren dat we onze voortplantingstaak niet moeten verzaken.
Wij walgen van anale seks en al die perversiteit en eigenlijk beseffen wij diep in ons hart als geen ander dat seks maar een smerige bedoeling is; een noodzakelijk kwaad waarvan het doel slechts de middelen heiligt. Want we krijgen er tenslotte zoveel moois voor terug: prachtige kinderen en een garantie op het blijven voortbestaan van ons eigen superieure menselijke ras. Iets wat als het aan de homo’s lag binnen de kortste keren zou uitsterven.
 

Uit het Westen overgewaaide homoplaag

Mijn God, wat ben ik blij en dankbaar dat we gelukkig nog intelligente, wijze en moedige (wereld)leiders zoals Museveni hebben die wél zien waar het hier in de wereld allemaal mis gaat en die gepaste maatregelen durven te nemen. Die afgaan op hun eigen gevoel en emoties in plaats van op onbenulligheden en futiliteiten als kennis, feiten, verstand en wetenschappelijke onderzoeken.
Dit is precies wat wij nodig hebben. Krachtige leiders die onze kinderen beschermen tegen het steeds groter wordende homogevaar door hen onomwonden te waarschuwen van ons nageslacht (of welk geslacht dan ook) af te blijven.
Mooi om te zien dat er nog leiders zijn die écht van kinderen houden en oprecht met ze begaan zijn. Die aantonen dat je kinderen serieus moet nemen door hen bijvoorbeeld als kindsoldaten in de gewapende strijd tegen foute, gemene leiders te betrekken waardoor ze hun steentje kunnen bijdragen aan een betere maatschappij.
Wat is er als kind nou mooier dan met een wapen in de hand een gemene dictator helpen weg te jagen om deze te kunnen vervangen door een waarlijk groot democratisch leider? Een leider die begrijpt dat zijn land naar de verdoemenis gaat als hij nu geen maatregelen neemt tegen de uit het Westen overgewaaide homoplaag.

Ja, want zoals we allemaal weten zijn homo’s een product van het Westen. Wij hebben het homoprobleem gecreëerd en dus dienen wij het zelf ook op te lossen. Wat wij moeten doen is het voorbeeld van Oeganda volgen door onze kranten vol te zetten met lijsten van homo’s zodat we ze kunnen traceren en met ze kunnen doen "what has to be done".
 

The boys from Brazil

Mijn God, wat mis ik Nelson Mandela nu al.
 
In het fictieve boek “The Boys from Brazil” van de Amerikaanse schrijver Ira Levin heeft de naar Brazilië gevluchte ex-nazi kamparts Joseph Mengele een plan bedacht om met hulp van het DNA van Adolf Hitler 94 klonen van de führer over de wereld te gaan verspreiden. Om de kans op succes te optimaliseren moeten Mengele en zijn nazi-kameraden ervoor zorgen dat de kleine Adolf Hitlertjes in vergelijkbare omstandigheden opgroeien als hun geestelijk vader. Om die reden is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat als de jongetjes dertien jaar oud zijn hun vader wordt omgebracht, omdat op die leeftijd de vader van de echte Adolf Hitler ook overleed. Een prachtig naziplan dat helaas voor Mengele anders verloopt dan gehoopt.
Misschien staat er op een dag in het echt een wetenschapper op met een vergelijkbaar plan maar dan met klonen van Nelson Mandela. Als test zou je de klonen kunnen verspreiden in Afrika. Grootste praktische probleem hierbij zal zijn om te regelen dat de Nelson Mandelaatjes ergens 27 jaar van hun leven kunnen doorbrengen in een afgelegen gevangenis om alle nurture-omstandigheden zo getrouw mogelijk na te bootsen. Maar kijkend naar deze wereld is het het proberen waard. Ik zou het in elk geval toejuichen!

Mandela als wijs man natuurlijk niet...
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

dinsdag 25 februari 2014

113. Lekker schieten met je stoere pistooltje

Actualiteit - Sport - Politiek/Macht

 


Verbazen over regels

De Olympische Winterspelen 2014 in Sotsji zitten erop. Dat het enorme succes van Nederland (8 gouden medailles en 24 in totaal) waarschijnlijk nooit meer zal worden overtroffen, is geen gewaagde uitspraak. Van de 32 beschikbare medailles in het schaatsen won Nederland er maar liefst 23. Slechts zeven schaatsers uit zes andere landen wisten de overige negen medailles te winnen.
Ik kijk graag naar sport, maar bij sommige sporten blijf ik me verbazen over bepaalde regels waarvan ik denk: ligt het nou aan mij of slaat dit helemaal nergens op? Zo werd op de 500 meter schaatsen bij de dames de Duitse Judith Hesse na een tweede valse start gediskwalificeerd. In tranen was ze. Niet dat ze een favoriet voor een medaille was, maar ook zij zal vier jaar lang hard hebben getraind met als doel haar beste prestatie op de Spelen te leveren.
 

Schlemielige val

Qua leedvermaak zal ik nooit vergeten dat ik ooit baanwielrenner Shane Kelly uit Australië zag die als wereldrecordhouder en grote favoriet aan de 1000 meter tijdrit van de Olympische Spelen in Atlanta 1996 van start ging. Nou ja, van start ging. Die start verliep helaas voor hem niet zo soepel: zijn voet gleed uit het pedaal en binnen een fractie van een seconde was zijn droom op een gouden medaille voorbij.
Je zal maar vier jaar lang keihard hebben getraind voor die ene droom en dan op het moment suprême meteen uit je toeclip schieten. Flink balen lijkt me dan een understatement.
Veelvuldig wereldkampioen sprint en wereldrecordhouder 500 en 1000 meter schaatsen Jeremy Wotherspoon overkwam in 2002 tijdens de Winterspelen van Vancouver iets vergelijkbaars: als huizenhoge favoriet ging hij van start op de 500 meter om binnen tien meter voorover met zijn neus op het ijs te vallen. De enorme druk om in zijn thuisland Canada de verwachte gouden plak binnen te slepen bracht hij over op zijn schaatsen waardoor die teveel  in het ijs drukten met de schlemielige val als resultaat.
Te graag willen heet dat en dat is nooit goed, want ontspannen is het toverwoord. Stefan Groothuis deed in Sotsji op de 500 meter overigens nog een geslaagde Wotherspoon-imitatie; hij viel op precies dezelfde manier. Gelukkig voor hem was de 500 meter niet zijn favoriete afstand en leerde hij van de val om twee dagen later alsnog Olympisch kampioen te worden op zijn afstand, de 1000 meter. Iets wat Wotherspoon nooit meer zou lukken. In een ultieme poging om de verloren gouden medaille alsnog te winnen probeerde hij zich onlangs op 37-jarige leeftijd nog te kwalificeren voor Sotsji, maar die poging tot een comeback strandde zoals te verwachten jammerlijk.
 

Een start is vals als die voordeel oplevert

Vroeger mochten de twee schaatsers die in de wedstrijd tegen elkaar reden ieder twee keer vals starten. Pas bij een derde valse start werd de betreffende schaatser gediskwalificeerd. Dat moet efficiënter kunnen moet men bij de schaatsbonden gedacht hebben en daarom geldt tegenwoordig een veel strengere regel: er mag slechts één valse start plaatsvinden. Ongeacht wie van de twee die veroorzaakt, wordt de schaatser die de volgende valse start veroorzaakt meteen gediskwalificeerd.
Iets wat op mij als oneerlijk overkomt, want dat houdt dus in dat als je tegenstander tevergeefs in het startschot probeert te vallen, hij het over mag doen. Terwijl als jij daarna hetzelfde doet, je meteen wordt gediskwalificeerd. Maar goed, deze discussie zal ik hier verder niet gaan voeren.
Nou had ik er geen enkele moeite mee gehad als mevrouw Hesse zou zijn gediskwalificeerd omdat ze twee keer na elkaar met haar schaatsen over de lijn was gegaan voordat het startschot had geklonken.  Door eerder te vertrekken, behaal je tenslotte voordeel ten opzichte van je concurrent én de klok/tijd en laat dat - naar ik aanneem - nou net precies de reden zijn waarom een valse start in het leven is geroepen. 
Een start is vals als die voordeel oplevert voor de schaatser die in “overtreding” gaat en om dat te voorkomen, krijgt hij straf. Anders ontstaat er een oneerlijke wedstrijd en dat is wel het laatste wat wij echte sportliefhebbers willen, nietwaar?
 

In schaatsport gelden andere wetten

Hoe logisch deze redenering voor mijn gevoel ook is, gelden in de schaatssport echter blijkbaar andere wetten en hebben ze een hele andere definitie van een valse start dan ik.
Bij schaatsen is een start namelijk ook vals als je even beweegt voordat de starter het startschot geeft. Dat kan een korte beweging zijn met je arm of been, maar het kan ook gewoon zijn dat je even trilt.
Nou lijkt mij persoonlijk een beetje trillen op een moment dat je met twee flinterdunne ijzertjes op glad ijs staat erg moeilijk om te voorkomen, maar dat kun je in mijn geval nog wegwuiven met de terechte constatering dat ik een matige schaatser ben. Desalniettemin lijkt het mij eerlijk gezegd voor niemand makkelijk om op schaatsen een paar seconden doodstil op het ijs te staan. En zeker als je een starter hebt die lang wacht met schieten (wellicht in de hoop dat er dan iemand toch stiekem gaat bewegen?).
Samengevat: bij de start van een schaatswedstrijd mag door een deelnemer niet worden bewogen, punt. Wie dat wel doet, heeft pech en krijgt een valse start toegewezen.
 

De logica ontgaat mij volledig

Het mooie van dit alles is dat de logica hiervan mij volledig ontgaat. Helaas is het overzichtelijk op internet zetten van de schaatsregels niet aan de Nederlandse schaatsbond (KNSB) besteed en moet ik dus zelf maar naar een verklaring zoeken.
De enige mogelijke verklaring die ik kan bedenken is dat je met het bewegen van je lichaam je tegenstander afleidt, wat nadelig is voor hem en jou dus een voordeel oplevert. Tot zover kan ik deze redenering volgen. Zo kan ik me heus wel voorstellen dat als je braaf op het startschot wacht het hoogst irritant is als je tegenstander ondertussen naast of voor je (als het achter je gebeurt, merk je dat niet lijkt me) druk heen en weer aan het bewegen is. Hetzelfde zou zijn als je tegenstander opeens allemaal harde geluiden zou gaan maken om jou af te leiden; ook dat zal niet toegestaan zijn en terecht.
Maar nu komt mijn punt: er is natuurlijk wel een groot verschil tussen iemand die expres druk heen en weer aan het bewegen is met als doel om de tegenstander af te leiden en iemand die per ongeluk een beetje trilt of een kleine beweging met arm of been maakt. De logica van zo iemand bestraffen met een valse start ontgaat mij compleet en wel om twee essentiële redenen: a. die persoon heeft daar geen enkel voordeel van en b. de tegenstander ondervindt daar noch last noch nadeel van.
Ik ben geen topschaatser, maar je maakt mij niet wijs dat als een topschaatser geconcentreerd in de starthouding staat hij op kleine bewegingen van zijn tegenstander let. Volgens mij focust hij zich op dat moment puur en alleen op zijn eigen start.
 

Conclusie

Mijn conclusie: het geven van een valse start bij schaatsen door kleine lichaamsbewegingen of trillingen bij een deelnemer slaat helemaal nergens op. Iemand kan trillen of bewegen wat hij wil achter de startlijn, maar daar zal hij geen duizendste van een seconde harder door schaatsen. Het feit dat Judith Hesse een beetje bewoog tijdens de tweede start had daarom nooit reden mogen zijn om haar te diskwalificeren. Een start behoort pas vals te zijn als je er voordeel uit haalt, punt.
 

Regels zijn nu eenmaal regels

Natuurlijk kan ik het hierbij laten. Maar mijn trouwe lezers zullen niet verbaasd zijn dat ik er nog een prikkelend schepje bovenop doe door nog even door te denken over de mogelijke achterliggende motieven voor een starter om toch schaatsers als Judith Hesse valse starts toe te kennen of zelfs te diskwalificeren.
Ervan uitgaande dat de regel inderdaad is ingevoerd om te voorkomen dat bewegingen worden uitgevoerd om de tegenstander af te leiden en er voordeel uit te halen dan nog is het aan de starter om te bepalen hoe hij deze regel in de praktijk interpreteert en (eventueel) toepast.
Als het gaat om de wijze waarop mensen met regels omgaan, heb je denk ik globaal met drie soorten mensen te maken. Je hebt een kleine groep a(nti)sociale mensen die zich weinig van regels aantrekt. Dan heb je een grotere, maar nog steeds selecte groep die wel bereid is om regels te volgen, maar die ze tegelijkertijd ook kritisch bekijkt. Als deze mensen het nodig vinden, zullen ze bepaalde regels ter discussie stellen. Bijvoorbeeld omdat die regels inmiddels verouderd en/of niet meer redelijk zijn. Tot slot heb je nog met afstand de grootste groep die bestaat uit mensen die als uitgangspunt hebben dat regels regels zijn en dienen te worden opgevolgd.
Deze brave mensen kijken niet naar het hoe en waarom van de regels, maar richten zich slechts op het uitvoeren ervan. Waarbij het een geruststellende en veilige gedachte is dat wat er ook gebeurt men zich altijd achter die regels kan verschuilen. De mensen die hierin uitblinken zijn in feite overal ideaal inzetbaar en met name voor streng hiërarchische organisaties met veel regels zoals bijvoorbeeld het leger, de politie, de kerk, de juridische wereld etc.
 

Enorme kick

De gemiddelde starter bij een schaatswedstrijd schaar ik bij de laatste groep. Hij is een scheidsrechter die met een reglementenboekje onder zijn arm de wedstrijd tegemoet gaat en zich voorneemt om zo consequent mogelijk de regels te gaan toepassen.
Nadenken over het hoe en waarom van de regels is niet zijn ding. Diep in zijn hart moet hij eerlijk toegeven dat de functie hem ook een lekker gevoel van macht geeft. Een gevoel dat hij waarschijnlijk thuis en op zijn werk mist. Dat hij en niemand anders de baas is over het verloop van de start van zo’n belangrijke wedstrijd, wauw dat geeft zo'n enorme kick!
En wat is er dan mooier om op jouw moment - het moment waarop je met je mooie glanzende pistool in je hand aan de start staat en iedereen in het stadion op jou aan het wachten is - om dan n
èt even wat langer dan nodig is te wachten met schieten. Gewoon in de hoop dat je nog ergens een piep-, piepklein trillinkje of beweginkje ziet, zodat jij opnieuw weer lekker mag schieten met je stoere pistooltje en iedereen kan zien dat jij, alleen jij, hier de baas bent en bepaalt wie er straf krijgt en wie niet. Ja, dat zijn van die mooie trotsmomentjes waarvoor je leeft!

Overeenkomst tussen scheidsrechters en juristen

Om even te chargeren zie ik wel een overeenkomst tussen scheidsrechters en de juristen uit mijn vorige column (column 112): zoals sommige aanklagers vergeten dat rechtspraak hoort te draaien om rechtvaardigheid vergeten sommige starters dat een valse start hoort te draaien om het voorkomen van een voordeel voor de “overtreder”. Met daarbij de kleine kanttekening dat het bij de een kan gaan om een verschil tussen leven en dood en bij de ander om een verschil tussen een medaille/titel of niks.
Toch had ik te doen met Judith Hesse en het onrecht dat haar in mijn ogen werd aangedaan. Al kan ze zich getroosten met de gedachte dat de tijd dat Duitsland grossierde in (vrouwen) schaatsmedailles bij de Olympische Winterspelen voorlopig voorbij is en zij daar op de 500 meter ook geen verandering in had gebracht.

Eindstand schaatsmedailles Sotsji 2014 Nederland-Duitsland: 23-0.    



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.




zondag 23 februari 2014

112. Screw the truth and justice!

Actualiteit - Rechtspraak en (On)Rechtvaardigheid - Doodstraf



  

Documentaire Code Rood: de doodstraf

Afgelopen week kondigde de democratische gouverneur van Washington Jay Inslee aan dat hij niet langer opdracht zal geven om de doodstraf uit te laten voeren.
Hij kwam tot dit opvallende en moedige besluit omdat hij over de doodstraf was gaan twijfelen nadat hij met juristen en familieleden van slachtoffers had gesproken. “Er zitten gebreken in ons strafrecht. We kunnen niet met de doodstraf doorgaan als het systeem niet perfect is.”, aldus Inslee.
Een paar weken geleden zag ik bij de NCRV de documentaire “Code Rood: de doodstraf” van Jessica Villerius, die de dag ervoor ook te gast was geweest in de RTL Late Night show met Humberto Tan. In de documentaire praat Villerius met advocaten en aanklagers, familieleden van slachtoffers en ter dood veroordeelden die op hun executie zitten te wachten over de zin en onzin van de doodstraf in de Verenigde Staten.
Om ter dood veroordeelden te kunnen interviewen, had Villerius toegang gekregen tot Death Row in Texas, de gevangenisplek waar deze mensen zitten te wachten op het moment dat ze worden geëxecuteerd.  Texas is op het gebied van de doodstraf een beruchte staat binnen de Verenigde Staten. Sinds 1976 zijn daar inmiddels meer dan 500 mensen geëxecuteerd en wachten nog bijna driehonderd mensen in Death Row hetzelfde lot.
 

Een beschaafd land kent geen doodstraf

Zoals wel vaker verkies ik ook voor het bepalen van mijn visie op de doodstraf mijn verstand boven mijn gevoel. Gevoelsmatig kan iedereen wel voor de doodstraf zijn en zeker als de veroordeelde iemand is die een van jouw dierbaren heeft omgebracht.
Hoe ontzettend begrijpelijk dat standpunt ook is, vind ik het geen wijs standpunt. De wereld wordt er geen haar beter van als we iedereen executeren die een of meer moorden heeft gepleegd. Je afkeur tonen over moord door het zelf nog eens dunnetjes over te doen, lijkt me niet bepaald het geven van een goed en wijs voorbeeld. Dat is net zoiets als een kind slaan omdat hij zijn zusje heeft geslagen.
Een gepaste gevangenisstraf na een eerlijk en rechtvaardig verlopen proces beschouw ik nog steeds als het meest voor de hand liggende goede voorbeeld. Een beschaafd land kent in mijn ogen dan ook geen doodstraf. Waarmee ik overigens meteen mijn oordeel over de Verenigde Staten verklap. Met eerdere kritische columns over dit land behoud ik zo de hoop levend ooit op een dag ook te worden afgeluisterd, want anders hoor ik er in deze tijd natuurlijk niet bij.
 

Falende mensen

Nog een belangrijke reden om sowieso principieel tegen de doodstraf te zijn, is dat we ook in de rechtspraak te maken hebben met falende mensen. En dan praat ik helaas niet alleen over mensen die onbewust en onbedoeld fouten hebben gemaakt, maar ook over mensen die vanuit puur egoïstische motieven heel bewust hebben "gefaald". 
Door dit falen worden alleen al in de Verenigde Staten jaarlijks gemiddeld vier personen geëxecuteerd die later aantoonbaar (bijvoorbeeld door DNA) onschuldig bleken te zijn. Voorstanders van de doodstraf doen dit soort “incidenten” af als risico van het vak, "collateral damage" (bijkomende schade) of “casualties of war” (slachtoffers die tijdens oorlogen nu eenmaal altijd vallen).
Leuk geredeneerd, maar ik vraag me af of je het ook bereid bent zo te zien op een moment dat een van je dierbaren “per ongeluk” wordt geëxecuteerd. Ermee kunnen leven dat iemand wordt geëxecuteerd die aantoonbaar schuldig is aan moord is één, maar hoe kun je als maatschappij in godsnaam leven met het idee dat je iemand hebt laten ombrengen die later onschuldig blijkt te zijn?
 

Geen cent

In de documentaire komt een man aan het woord die Death Row na elf jaar levend heeft mogen verlaten, omdat in zijn geval “op tijd” werd bewezen dat hij onschuldig was. Hij is niet de enige in de Verenigde Staten die nu vrij rondloopt na in Death Row onschuldig te hebben vastgezeten. Met ongeveer 150 andere mensen kan hij een leuk Facebook-account aanmaken voor onschuldige ex-Death Rowers.
In het land waar je je buurvrouw voor tonnen kunt “sue-en” (voor het gerecht dagen) omdat je zoon ernstige psychische schade heeft geleden nadat hij in haar huis over een kleedje is gestruikeld en zijn arm brak, mag je toch verwachten dat deze ten onrechte tot dood veroordeelde man na elf jaar cel wel recht heeft op een schadevergoeding van enkele miljoenen dollars. Maar niets is minder waar. De man kreeg geen cent. Sterker: hij ontving van de staat een rekening van 58.000 dollar voor kinderbijslag die was betaald, omdat hij tijdens zijn verblijf in de gevangenis niet in staat was geweest om voor zijn kinderen te zorgen.
 

Vreselijke rol van menselijk ego

De discussie over de doodstraf bestaat natuurlijk al heel lang en dat geldt ook voor mijn nooit gewijzigde standpunt hierover. Veel boeiender vind ik echter het aangaan van de discussie over de kwalijke rol die de juristen ook in deze documentaire innemen (zie mijn columns 85, 95, 96 en 97).
Ook hier draait het wederom om de vreselijke rol van het menselijk ego; overigens niet die van de advocaten dit keer, maar om die van de openbare aanklagers. Aanklagers die gedrag vertonen waarvan je je serieus mag afvragen wat hen - die toch de “good guys” in het verhaal verondersteld worden te zijn - in godsnaam onderscheidt van de “bad guys” die zij zo dolgraag geëxecuteerd willen zien.
Wat ik al in genoemde columns concludeerde, wordt hier opnieuw bevestigd: het draait bij (te)veel rechtszaken totaal niet om het achterhalen van de waarheid. Terwijl dat toch nog altijd dé voorwaarde is/zou moeten zijn voor het behalen van rechtvaardigheid. Wat vaak centraal lijkt te staan, is niets anders dan een spelletje tussen twee partijen die beide kosten wat het kost willen winnen om hun ego’s te strelen en daarbij voor het gemak even vergeten waarom justitie ook alweer justitie heet (justitie/“justice” = rechtvaardigheid).
 

Achterhouden bewijzen

Zo horen we van Villerius dat het voor ambitieuze juristen in de Verenigde Staten belangrijk is voor het verloop van hun carrière om zoveel mogelijk veroordelingen tot de doodstraf “achter hun naam” te hebben staan. Dat staat goed op je curriculum vitae en vergroot je carrièremogelijkheden.
Twee advocaten die zich als felle tegenstanders van de doodstraf inzetten voor Death Row-veroordeelden vertellen dat het vanuit dit soort egoïstische motieven ook regelmatig voorkomt dat aanklagers bewust bewijzen achterhouden die in het voordeel van verdachten zijn of soms zelfs hun onschuld aantonen. Dit alles met als enige doel  om te scoren: de zaak winnen en weer een doodstraf op je curriculum vitae kunnen toevoegen. Dus op zijn Amerikaans gezegd: “screw the truth and justice” en zorg dat je als aanklager zoveel mogelijk van die “bastards” de dood(straf) in jaagt. Het is slechts een kwestie waar je je prioriteit legt: bij de waarheid en gerechtigheid of bij je eigen ego.
 

Scheidslijn tussen jurist en misdadiger soms flinterdun

Een ander voorbeeld van verwerpelijk gedrag van aanklagers dat door genoemde twee advocaten wordt genoemd, is dat bij zaken waar meerdere mensen met elkaar verdacht worden van het plegen van een moord het regelmatig voorkomt dat de aanklagers met een van deze verdachten een regeling treffen (“plea bargain”). Ze pikken dan de meest beïnvloedbare verdachte eruit en doen hem een voorstel: in ruil voor een lage straf of vrijspraak getuigt hij dat een van de anderen de dader is waardoor ze tegen die persoon de doodstraf kunnen eisen.
Pikant detail: of de verklaring van deze uitgekozen verdachte waar is of niet, is niet relevant. Wat relevant is, is dat ze iemand als dader kunnen aanwijzen en tot de doodstraf kunnen veroordelen. Wederom trekt rechtvaardigheid aan het kortste eind. Dat het doel van rechtspraak bij moordzaken nou juist draait om het vinden en achterhalen van zowel de waarheid als de dader(s) als rechtvaardigheid wordt door de aanklagers voor het gemak even vergeten. Liever snel weer een doodstrafje op je curriculum vitae kunnen toevoegen dan kostbare tijd verspelen aan futiliteitjes als de waarheid of rechtvaardigheid.
Zoals helaas wel vaker voorkomt in de juridische wereld is de scheidslijn tussen jurist en misdadiger soms flinterdun. Want wat is in godsnaam nou nog het verschil tussen een moordenaar en iemand die willens en wetens een onschuldig persoon tot de doodstraf weet te veroordelen? Wie het weet, mag het zeggen.
Net als ieder ander die zit opgescheept met een sterk rechtvaardigheidsgevoel heb ik de geruststellende gedachte dat ik gelukkig in de juiste wereld leef; hier kan ik er tenminste wat mee. Rondlopen met gevoelens waar je niets mee kunt, lijkt me vreselijk frustrerend. God Bless America (and humankind)...
again!


  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Cartoon: internet 

 

vrijdag 31 januari 2014

111. Geluk verwarren met vakmanschap

Actualiteit - Sport - Toeval/Willekeur/Synchroniciteit

 

Simplistische gedachte

Nieuwtjes dat ex-topvoetballers ergens bij een topclub trainer worden, komen vaker voor. Onlangs kwam het nieuws dat ex-topvoetballer Clarence Seedorf zonder enige trainerservaring of –diploma de nieuwe trainer wordt van het kwakkelende AC Milan waar hij zelf jarenlang succesvol voetballer is geweest.
Ik verbaas me al jaren over de simplistische gedachte dat als je een topsporter bent geweest je meteen ook een toptrainer zult zijn. Het is een fout die in vergelijkbare vormen behalve binnen de sportwereld ook bij veel andere bedrijven wordt gemaakt.
 

Een win-win situatie

Zo werkte ik jarenlang bij een woningcorporatie waar op een gegeven moment van bovenaf werd besloten dat er tussen de leidinggevenden en de werkvloer extra coördinatoren moesten komen die ook voortaan de beoordelings- en functioneringsgesprekken zouden gaan voeren.
Hierbij werd gehandeld zoals dat bij zoveel bedrijven gaat: men kijkt wie op de werkvloer het meeste ervaring heeft en/of de beste is en die wordt als coördinator aangewezen.
Hoe logisch dit ook in eerste instantie klinkt, is dat het natuurlijk niet. Voor de functie van coördinator heb je hele andere kwaliteiten nodig dan voor de functie van een uitvoerder. Het kan dus zomaar zijn dat er op uitvoerend niveau mensen rondlopen die lang niet de beste zijn, maar die met hun kwaliteiten wel het meest geschikt zijn voor een coördinerende, leidinggevende functie. Net als dat de aangewezen coördinator een kei kan zijn op uitvoerend niveau, maar niet beschikt over eigenschappen die voor een goede leidinggevende essentieel zijn, zoals bijvoorbeeld: visie (met een helicopterview), besluitvaardigheid, motiverend en probleemoplossend vermogen etc.

Een onverwachte wending

Onnodig te zeggen dat een aantal coördinatoren op mijn werk faalden en door de mand vielen. Zo ook mijn coördinator. Ik vond haar uitstekend als uitvoerder maar slecht als coördinator.
Daar kwam bij dat ik inmiddels genoeg zelfkennis had ontwikkeld om te beseffen dat ik juist iemand ben die in grote lijnen denkt, maar die veel minder geschikt is voor gedetailleerdere taken op uitvoerend niveau. Deze conclusie kwam overigens niet voort uit (misplaatste) ambitie, want macht, status en geld interesseren mij niet. Maar als je ouder wordt, leer je jezelf en je kwaliteiten (normaal gesproken) beter kennen.
Dat deze toegenomen én gedeelde zelfkennis leidde tot de nodige fricties met mijn coördinator zal niemand verbazen en de rest laat zich raden. Nadat een door mijn coördinator notabene zelf aangeboden loopbaanadviestraject (een valse, tactische zet!) mijn zelfkennis had bevestigd, kreeg alles opeens een onverwachte wending. Nou ja, vooral onverwacht voor mijn toen zeer naïeve ik.
Eén van de adviezen die mijn loopbaanadviescoach in haar rapport schreef, was dat mijn kwaliteiten beter tot zijn recht zouden komen in een beleidsmatige functie. Zonder het rapport inhoudelijk met mij te bespreken - wat me wel was toegezegd - kreeg ik onmiddellijk te horen dat de conclusies dus inhielden dat ik niet geschikt was voor mijn uitvoerende functie. En "helaas" hadden ze geen andere functie voor me... maar "gelukkig" waren ze wel bereid om me wat geld mee te geven.
Na dit gesprek met een aangekondigd ontslag zonder dat woord te horen, dacht ik in mijn naïviteit nog dat ze mij toch nooit zouden kunnen ontslaan Eenvoudigweg omdat ik nog nooit een onvoldoende beoordeling had gehad. Een illusie waar een advocaat me even later hardhandig uit weg trok met de mededeling dat ook al had ik tien jaar lang zeer goede beoordelingen gehad, ze me nog steeds moeiteloos hadden kunnen ontslaan. Gewoon onder de noemer van een "verstoorde arbeidsrelatie". Ik was kansloos en even later stond ik op straat.    
Ironisch genoeg kreeg mijn coördinator niet lang na mijn vertrek zelf (wél) een slechte beoordeling, bleef ze maandenlang ziek thuis en mocht ze later terugkeren in haar oude functie op de "werkvloer". Waar ze gewoon thuishoorde en zich ook het prettigst voelde.
Moraal van het verhaal is natuurlijk: zet mensen neer op die plekken waar ze kwalitatief thuishoren en je hebt een win-win situatie. 
 

Duits onderzoek naar effecten van trainerswisselingen

Een groot onderzoek in Duitsland naar de effecten van trainerswisselingen in meer dan dertig jaar tijd in de Bundesliga (Duitse eredivisie) toonde aan dat het door de club vervangen van een trainer na een serie slechte resultaten geen zin had. Daar waar de vervanging van een trainer op korte termijn soms eventjes een (schok)effect leek te hebben, bleek het op de lange termijn voor de resultaten allemaal niets uit te maken. Wat ik hierbij erg boeiend vind, is de vraag wat dit precies zegt.
Omdat hierover in de onderzoeksresultaten niets terug te vinden is, kan ik gerust mijn eigen theorie hierop loslaten. Heel simpel en zwart-wit gezegd kan het twee dingen betekenen: a) alle trainers waren even goed/slecht en daardoor waren de resultaten hetzelfde of b) de trainers hadden weinig tot geen invloed op het team, de resultaten werden bijna volledig door de spelers bepaald en daardoor zag je geen verschillen in de resultaten.
Als ik er zo naar kijk, lijkt mij a onwaarschijnlijker dan b. Dat alle trainers toevallig even goed/slecht bleken te zijn, klinkt wel heel toevallig. Dat de trainers weinig tot geen invloed hadden en het gewoon vooral afhing van de spelers waardoor je geen verschil in resultaten zag, klinkt een stuk aannemelijker en minder toevallig.
 

De mens heeft veel minder controle dan hij denkt

Als ik echter dieper op deze materie inga, kom ik weer uit bij een overtuiging die mijn trouwe lezers van mij kennen: de mens heeft veel minder controle over de wereld dan hij denkt. Natuurlijk wil de mens graag geloven dat hij veel invloed heeft op zijn omgeving en op alles wat hij doet. Dat geeft een fijn en geruststellend en machtig gevoel.
Zoals ik al in mijn vorige column schreef (
110), heeft de mens nu eenmaal de neiging om op het moment dat hij resultaten boekt ze geheel toe te schrijven aan zijn eigen verdiensten, maar wanneer hij faalt zal hij dat veelal wijten aan factoren die zich (helaas) buiten zijn invloedssferen bevinden.
Beleggers die veel geld winnen, zijn ervan overtuigd dat ze er feeling voor hebben en ze hun winst geheel te danken hebben aan hun eigen kwaliteiten. Verliezen ze echter dan zijn ze van mening dat ze pech gehad hebben.
 

Een chimp als topbelegger

Terwijl er op het gebied van beleggen in het verleden experimenten zijn gedaan met gorilla's en chimpansees die "belegden" door het willekeurig uitkiezen van bananen en het gooien van pijltjes naar een dartbord, waarbij uitkwam dat de apen niet minder bleken te presteren dan hun "collega" topbeleggers.
Sterker nog, de chimpansee Raven deed het met zijn dartpijltjes zo goed dat als hij op Wall Street zou hebben gewerkt hij nummer 22 zou zijn geweest op de lijst met de zesduizend beste moneymakers van de Verenigde Staten. Of de chimp vervolgens als topbelegger werd aangesteld, vertelt het verhaal helaas niet.
Nou zal ik hier niet beweren dat dit bewijst dat een willekeurige chimp slimmer is dan de meeste beleggers (al zal hij ook niet de domste zijn vermoed ik zomaar). Maar het is natuurlijk niets meer en niets minder dan het bewijs dat beleggen puur en alleen maar draait om toeval en geluk/pech.
Het zou mij overigens wel aan het denken zetten als ik werk deed waarbij ik wist dat als ik morgen zou worden vervangen door een aap er helemaal niets zou veranderen. Met hooguit een kans dat die verdomde aap mijn nooit uitgekomen droom wel opeens zou weten te verwezenlijken: doorbreken tot de absolute top van 's lands beste beleggers.
 

Geluk met vakmanschap verwarren

Wie twijfelt over deze rol van toeval in het leven moet maar eens het boek "Misleid door toeval" (2009) van voormalig Wall Street beurshandelaar Nassim Nicholas Taleb lezen. Hierin vertelt Taleb hoe hij door eigen ervaring en met hulp van beroemde filosofen als Immanuel Kant en Karl Popper is gekomen tot zijn (en ook mijn) filosofische overtuiging dat mensen geluk - uiteraard uit eigen belang - vaak met vakmanschap verwarren.
Bij beleggen is verder ook nog bekend dat als je winst wilt maken je beter vrouwen kunt laten beleggen. Niet omdat vrouwen er meer verstand van hebben, maar simpelweg omdat mannen meer dan vrouwen geneigd zijn om irrationele risico’s te nemen en vrouwen meer voor safe gaan en daardoor op de lange duur gemiddeld beter scoren dan de mannen. Om dezelfde reden zullen vrouwen ook minder geld verliezen in casino’s dan mannen. 
 

Niet in vorm

Om terug te gaan naar de sport en even te chargeren: laat mij een jaar trainer van Barcelona zijn en ook dan bestaat de kans dat het team gewoon weer landskampioen wordt. Als dat gebeurt, ben ik in één klap opeens een goede en beroemde trainer en kan ik bij elke andere topclub miljoenen gaan verdienen. Terwijl de buitenstaanders op dat moment niet weten dat ik alleen maar in het begin tegen de spelers van Barcelona heb gezegd dat ze de lijn van vorig jaar moeten doortrekken en ik er alle vertrouwen in heb dat het ze weer gaat lukken.
De rol van toeval en geluk is ook in de trainerswereld een niet te onderschatten factor. Leo Beenhakker behaalde met Real Madrid diverse landstitels maar degradeerde ook gewoon met Volendam uit de eredivisie. Voor Frank Rijkaard geldt hetzelfde verhaal met Barcelona en Sparta. Ook onze grote held Guus Hiddink wist zich met Rusland gewoon niet te kwalificeren voor het EK van 2012.
Waren deze trainers een paar keer niet in vorm of werden ook zij geconfronteerd met het simpele feit dat de factor geluk in de vorm van goed (spelers) materiaal toch belangrijker blijkt te zijn dan algemeen wordt aangenomen?

Veel meer inzicht

Toch zul je mij nooit horen zeggen dat trainers en coaches geen enkele kwaliteit behoeven te bezitten en nooit bepalend kunnen zijn voor prestaties van hun teams en spelers.
Ik was vroeger op regionaal niveau een aardige tennisser op B1 niveau. Voor landelijk topniveau (A) was ik niet goed genoeg. Dan had ik eerder met tennis moeten beginnen, op een veel betere tennisclub moeten zitten en “last but not least” een veel betere mentaliteit moeten hebben.
Op mijn club zat een jongen en die was tennisleraar. Maar hij was een paar niveaus minder dan ik. In partijtjes tegen hem won ik regelmatig met 6-0, 6-0. Als we echter beiden naar een tenniswedstrijd keken, kon hij spelers technisch analyseren op een manier die mijn pet ver te boven ging. Hij zag dingen die ik totaal niet zag.
Ik vond vooral tennissen leuk en hield me totaal niet bezig met het technisch analyseren van tegenstanders. En toch, als wij beiden hadden gereageerd op een vacature voor een tennisleraar bij een grote club dan waren mijn kansen door ons niveauverschil groter geweest. Ten onrechte. Net zoals veel mensen zullen denken dat als Roger Federer straks stopt met tennissen en coach wordt hij ook daarin meteen automatisch een topper zal zijn. Terwijl een onbekend trainingsmaatje van hem wellicht veel meer inzicht heeft als coach dan de grote Federer ooit zal hebben.
 

De gave om een teamspirit te creëren

Ondanks mijn verhaal over de rol van toeval en geluk ben ik ervan overtuigd dat echt goede trainers en coaches die het verschil kunnen maken, bestaan. Zeker bij hele technische sporten als bijvoorbeeld schaatsen en zwemmen kunnen technisch sterke trainers doorslaggevend zijn in de prestaties (bijvoorbeeld zwemcoach Jacco Verhaeren).
Voor de rest denk ik dat factoren als het kweken van een goede sfeer en mentale kracht in het algemeen nóg belangrijker zijn. Zo bestaan er ook trainers die bij verschillende matige clubs steeds weer dezelfde prestatie voor elkaar krijgen: een team neerzetten dat boven zichzelf uitstijgt. Wat ik persoonlijk een grotere prestatie vind dan van een topteam met topspelers (opnieuw) een kampioen te maken.
Naar mijn mening draait het hier vooral om de gave om een teamspirit te creëren wat de sfeer en dus ook de prestaties ten goede komt. Ook hierbij kan ik putten uit eigen ervaring door te denken aan de twee tennistrainers die ik vroeger had. Daar waar ik de ene een dertien-in-het-dozijn-tennisleraar vond, had de ander iets speciaals in zich waarmee hij een generatie tennissers creëerde die vooral heel veel plezier aan het spelletje beleefde en er enorm fanatiek in werd.
Dat onder zijn leiding de beste jeugdgeneratie werd voortgebracht die de club ooit had gekend, beschouw ik dan ook niet als toeval. Niet zozeer zijn technische kwaliteiten als wel zijn motiverende spirit deden die truc.
 

De “op-het-goede-moment-op-de-goede-plaats-factor”

Toch zijn echte toptrainers en -coaches naar mijn mening de uitzonderingen op de regel, waarbij het behalen van succes voor een groot deel gewoon blijkt af te hangen van factoren die zij niet in de hand hebben: toeval en geluk, met als mooi voorbeeld de “op-het-goede-moment-op-de-goede-plaats-factor”.
Van Clarence Seedorf wordt gezegd dat hij zich als speler al gedroeg als een soort betweterige trainer; de toekomst zal uitwijzen of hij bij die uitzonderingen hoort.

Misschien heeft hij geluk…
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

  
Chimpansee Raven: topbelegger op Wall Street

Logo AC Milan (foto: internet)
 

110. Lang leve het kapitalisme!

Actualiteit en privé - Arm/Rijk - Nature/Nurture 

 

De drie factoren die noodzakelijk zijn voor succes

Mijn tweede zoon vroeg ooit aan me of de meest rijke, succesvolle mensen ook de meest slimme mensen zijn met de hoogste IQ’s. Dus ik legde hem uit dat dit absoluut niet het geval is en er geen causaal verband tussen deze twee zit.
Net als mijn andere twee kinderen heb ik hem geleerd dat voor het verkrijgen van succes drie factoren noodzakelijk zijn: kwaliteit, doorzettingsvermogen en geluk. Waarbij ik gerust de stelling durf te verdedigen dat hiervan geluk de belangrijkste is, gevolgd door respectievelijk doorzettingsvermogen en "last ánd least" kwaliteit. Iets wat diverse lezers misschien zal verbazen, maar ik kan het beargumenteren.
Wie nergens goed in is en geen doorzettingsvermogen noch geluk heeft, zal nooit succes hebben. Net als dat het omgkeerde geldt: goed + doorzettingsvermogen + geluk = succes. Dat is allemaal logisch.
Maar als je ergens heel goed in bent, maar je bezit geen doorzettingsvermogen en je mist de factor geluk dan zul je ook niet snel succes bereiken. Zelfs als je wel ergens heel goed in bent én daarnaast ook beschikt over veel doorzettingsvermogen maar het ontbreekt je opnieuw aan het nodige geluk, dan nog heb je geen enkele garantie op succes. Terwijl als je ergens niet zo goed/matig in bent en je bezit niet of wel (dat maakt voor mijn punt niet uit) veel doorzettingsvermogen maar je hebt toevallig wel alle geluk van de wereld dan toch heb je een reële kans op succes.
Aan doorzettingsvermogen zou ik overigens nog het vermogen om goed en slim met mensen te kunnen communiceren willen koppelen, want ook dat is essentieel voor succes. Als je veel doorzettingsvermogen hebt, maar je communiceert niet goed met mensen om je heen heb je tenslotte nog steeds een groot probleem om succes te behalen.
 

Yes, I celebrate capitalism!

Uiteraard is het altijd fijn om “mijn gelijk” te illustreren met mooie voorbeelden. Vorige week bewees ene mijnheer O’Leary, presentator van de Canadese Late Night TV-show “The Lang and O’Leary Exchange CBS Television”, maar weer eens voor de zoveelste keer dat ook hele domme mensen gerust zeer succesvol kunnen zijn. In het fragment dat in DWDD werd getoond, wist zijn TV-partner Amanda Lang het nieuwtje₁ te melden dat is gebleken dat de 85 rijkste mensen van deze wereld bij elkaar evenveel geld hebben als de armste helft van onze wereldbevolking: 3 ½ miljard mensen. Vervolgens ontsprong zich het volgende fascinerende gesprek:
 
O’Leary: “Dat is fantastisch. Dat is mooi, want het geeft mensen de motivatie om op te kijken naar die rijkste mensen en te denken van ik wil daar ook bij horen, Ik ga hard werken om de top te bereiken. Dit is fantastisch nieuws en natuurlijk juich ik dit toe. Wat is er nou mis mee?”
Lang: “Really?”
O’Leary: “Yes, I celebrate capitalism!”
Lang: “Dus iemand die leeft van een dollar per dag in Afrika moet op een dag wakker worden en denken van ik wil Bill Gates worden?”
O’Leary: “Dat is de motivatie die ze nodig hebben.”
Lang: “We hebben het hier over de mensen die leven in extreme armoede.”
O’Leary: “Nee, we hadden het over de rijkste mensen.”
Lang zuchtend: “Ik vertel je straks wel hoe je had moeten reageren.”

Eigen schuld, dikke bult

Mijn God, wat ziet die O’Leary het allemaal goed zeg. Het is niets minder dan een ware eyeopener die hij hier met zijn wijsheid verkondigt: die achterlijke 3 ½ miljard mensen zijn gewoon te lui, te dom en te ongemotiveerd om iets van hun leven te maken. Eigen schuld, dikke bult.
Ze moeten eens ophouden met te piepen dat zij het zo slecht hebben en gewoon een keer flink de mouwen opstropen en hard gaan werken. Laat die miljarden mensen maar eens een voorbeeld nemen aan hardwerkende mensen als O’Leary en die 85 rijkste mensen. Pas met zo’n gemotiveerde houding zul je ontsnappen aan armoede en word je rijk en succesvol.
Wie dat niet begrijpt en wie niet bereid is om daar keihard voor te werken, vraagt erom om in armoede te blijven leven. Praise the Lord dat we die 85 rijkste mensen hebben om aan de rest van de wereld te laten zien hoe het moet en laten we allemaal bidden dat die 3 ½ miljard mensen op een dag ook het licht zien en onmiddellijk stoppen met hun luie, ongemotiveerde gedrag: ledigheid is des duivels oorkussen. Een schop onder hun kont, dat is wat die mensen nodig hebben en niets anders.
 

Levensles nummer één

Dat levensles nummer één aan mijn kinderen staat als een huis wist ik wel, maar zelfs ik schrok van dit nieuwtje: het leven is niet alleen onrechtvaardig, maar zelfs nóg onrechtvaardiger dan ik al dacht.
De mening van O’Leary is typerend voor een van de vele misverstanden en fabels die de mensheid koestert zo lang als zij leeft: wie succes heeft, heeft dit louter en alleen te danken aan zijn eigen kwaliteiten en wie dat niet heeft, kan er niets aan doen omdat dat wordt veroorzaakt door factoren die buiten zijn invloedssfeer liggen.
Grappig hierbij is dat de kans groot is dat je zo wel zult redeneren als het om jezelf gaat, maar dat als het om andere individuen dan jij gaat die er niet in slagen om succesvol te zijn, je dat waarschijnlijk weer gewoon zult wijten aan hun tekortkomingen. Zoals de heer O’Leary hier ook zo prachtig doet. De mens speelt net zo lang met de waarheid totdat hij er zelf altijd het best vanaf komt; een hele slimme (overlevings)strategie.
 

Oliedomme mensen

Ik erger me dood aan oliedomme mensen als O’Leary die werkelijk helemaal niks afweten van het begrip nature/nurture. Van hoe dit werkt in de praktijk en welke invloed het heeft op de realiteit van ons dagelijks leven.
Als er ooit aliens op onze planeet landen dan bestaat er altijd een kans dat ze ons vernietigen zoals in veel sciencefictionfilms gebeurt. Maar ik acht ook een ander scenario mogelijk: de aliens kijken hun ogen uit op het gebied van de gigantische onrechtvaardigheid en ongelijkheid op onze aarde.
Hoe is het in godsnaam mogelijk, hoor ik de aliens dan denken, dat deze “intelligente” levensvormen aan de ene kant van hun mooie planeet miljarden euro’s uitgeven en verspillen aan bijvoorbeeld mode, sport, cosmetica, kunst en wapens, terwijl er tegelijkertijd aan de andere kant miljoenen van hun soortgenoten doodgaan van de honger?
Ik kan alleen maar hopen dat de heer O’Leary aanwezig is als die aliens landen, want dan kan hij ze haarfijn uitleggen dat die miljarden mensen alle ellende toch echt helemaal aan zichzelf te wijten hebben en dat ze een voorbeeld hadden moeten nemen aan die 85 rijkste mensen.
Dat de heer O’Leary anders gepiept had als hij in plaats van in een gemiddeld welvarend Canadees dorp was opgegroeid in een of ander onbekend dorpje "in the middle of nowhere" in Bangladesh of Soedan vergeten we voor het gemak maar even. Net als dat we maar even moeten vergeten dat er een overduidelijk lineair verband bestaat tussen hoe goed het met het westen gaat en hoe slecht met de rest van de wereld (zie ook column 106). Of zou mijnheer O’Leary serieus geloven dat als die 3 ½ miljard mensen maar hard genoeg zouden gaan werken ze allemaal even rijk zouden worden als die 85 uitverkorenen?


Some equals zullen altijd more equal zijn than others

Weet u mijnheer O’Leary dat profvoetballers maar liefst vier of vijf dagen (!) per week een of soms zelfs twee (!) trainingen van gemiddeld anderhalf of twee uur (!) moeten afleggen en dat ze daarnaast ook nog in het weekend een wedstrijd van negentig minuten (!) moeten spelen en, alsof dat nog niet genoeg is, ze soms zelfs ook nog op de woensdagavond (!) moeten komen opdraven? En dat ze daarbij maar iets van twee tot drie maanden per jaar vrij zijn?
Natuurlijk is het dan niets anders dan logisch dat zulke hardwerkende mannen soms vijftig of honderdduizend euro per dag (!) verdienen, mag dat alsjeblieft? Dan moeten die luie donders in Afrika maar wat meer buiten met de bal spelen en trainen in plaats van steeds maar weer liggen te luieren in de schaduw.
Lang leve het kapitalisme; het prachtige systeem van het recht van de sterkste, maar vooral in de eerste plaats van het recht van de meest gemotiveerde en hardst werkende mensen! Lang leve het systeem waarbinnen de 3 ½ miljard nietsnutten op deze wereld moeten accepteren dat zo lang als ze hun luie houding niet veranderen “some equals” altijd “more equal” zullen zijn “than others” (
zie column 69).       

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


₁ Dit komt uit een net verschenen rapport van Oxfam Novib.

 
"Genie" Kevin O'Leary bejubelt het kapitalisme in zijn Late Night Show
bron: YouTube  

"... but some are more equal than others" (uit "Animal Farm" van George Orwell)

109. Dit doe ik nooit meer, écht waar!

Privé - Familie/Gezin - Puberteit

 

Wakker met een kater

Mijn oudste zoon en ik werden afgelopen weekend beiden wakker met een kater. Met één verschil: mijn kater is rood en heet Dony en is een schatje. De kater van mijn zoon heeft geen naam, is ook geen dier, maar betreft een treurig overblijfsel van een avondje stoer samenzijn met wat vrienden in een huis zonder ouderlijk toezicht.
Ik werd om zaterdagnacht 00.30 gebeld door mijn zoon. Tenminste dat dacht ik, aangezien het zijn mobiele nummer was. Maar het bleek een van zijn vrienden te zijn die mij meedeelde dat mijn zoon stomdronken was en zichzelf had ondergekotst en dus niet in staat was om naar huis te fietsen. Of ik ‘m wilde komen ophalen.
Ik lag al in bed en mompelde dat ik er niet bepaald blij mee was, maar dat ik eraan kwam. Inderdaad trof ik mijn zoon ladderzat en ondergekotst aan. Onervaren als ik ben met drank en dronkenschap (understatement) vond ik zijn wankele toestand er zelfs een beetje eng uitzien waardoor ik me eventjes bezorgd afvroeg of ik er niet beter aan deed om eerst met hem langs het ziekenhuis te rijden. Aangezien hij echter gelukkig nog genoeg tekenen van leven vertoonde, besloot ik dat toch maar niet te doen.
 

"Dit doe ik nooit meer"

Moeizaam liet ik mijn strompelende zoon op de achterbank vallen alwaar hij snel duidelijk maakte dat zijn maag nog niet helemaal leeg was en ik blij mocht zijn dat ik niet de trotse eigenaar van een dure BMW ben. Eenmaal thuisgekomen sleepte ik hem naar binnen, kleedde hem uit en dropte hem linea recta onder de douche. Behalve wat laatste restjes braaksel bracht hij niet veel uit, op de overbekende woorden na dan van een gemiddelde puber na zijn eerste dronkenschap: “Dit doe ik nooit meer. Écht waar!”
Mijn zoon is vijftien jaar (in maart zestien) en hij mag met de net nieuw ingevoerde alcoholwet dus pas over ruim twee jaar alcohol kopen en drinken. Tenminste in openbare gelegenheden dan. Wat iemand thuis drinkt, mogen ouders en hun kinderen nog altijd zelf beslissen.
De vrienden van mijn zoon en hun “vrienden” hadden hem allerlei drankjes aangeboden. Behalve mixdrankjes had iemand ook nog ergens een wodkafles geritseld en mijn zoon zag er blijkbaar wel de lol van in. Maar zonder erbij te zijn geweest, kan ik wel raden hoe zoiets gaat: zet een groep opgeschoten puberknullen bij elkaar, geef ze alcohol (al is dat helemaal niet nodig want - wet of geen wet - dat regelen ze zelf wel) en de groepsdruk, het stoer doen en het elkaar opjutten doen de rest.

Stom gedrag

Gelukkig hoop ik mijn zoon goed genoeg te kennen om te kunnen stellen dat hij hier wel degelijk van heeft geleerd en het wellicht dus helemaal niet zo slecht is dat hij dit heeft meegemaakt.
Een enorme donderpreek heeft hij van mij dan ook niet gekregen, eenvoudigweg omdat het enige effect wat ik daarmee zou hebben bereikt waarschijnlijk een averechts effect zou zijn. Van de combinatie mixdrankjes en wodka kun je “gewoon” in coma geraken en zelfs dood gaan op een moment dat je zulk stom gedrag te ver doorvoert en ik ben ervan overtuigd dat mijn zoon zich daar nu ook wel iets bij kan voorstellen.
Bovendien heeft hij nog een andere belangrijke les geleerd. Namelijk dat die leuke sociale media waar de gemiddelde puber niet zonder kan ook nadelen hebben. In deze tijd met smartphones kun je er gif op innemen dat al jouw uitspattingen in gezelschap in een fractie van een seconde voor eeuwig worden vastgelegd. Zo ook hier: een van de zogenaamde “vrienden” had een foto van mijn voor pampus liggende zoon gemaakt en op internet gezet. Mijn zoon was woest.
Gelukkig leven we hier niet in de Verenigde Staten en hoeft hij dus niet meteen bang te zijn dat een politieke carrière ambiëren vanaf nu een kansloze missie is. Al zal dat niet zijn grootste angst zijn. Ik weet niet wat mijn zoon later gaat worden, maar de kans dat hij politicus wordt acht ik even groot als dat Geert Wilders mij binnen een paar jaar presenteert als zijn opvolger lijsttrekker binnen de PVV.
Waar mijn zoon wel mee zit, is hoe dit gaat overkomen bij bepaalde meisjes die hij leuk vindt. Dat het incident zijn populariteit onder diverse puberknullen in elk geval niet negatief zal beïnvloeden, is vrees ik een understatement. Maar voor hem kan ik echter alleen maar hopen dat het bij de meisjes die hij leuk vindt wat minder indruk zal maken. Want een vriendinnetje dat kickt op dit soort gedrag lijkt mij niet bepaald een goede keus.
 

Een a-typische puber

Toch hoeft mijn zoon zich verder geen zorgen te maken. Het voordeel van de sociale media is weer dat er elke dag zoveel op verschijnt dat het nieuws van vandaag de geschiedenis van morgen is. Als je er zelf niet veel aandacht aan schenkt, waait het vanzelf wel weer over. En terecht, want als we aan elke stommiteit van elke puber veel aandacht zouden besteden, zouden we geen tijd meer voor andere zaken hebben.
Wie verwacht dat ik nu een lijst met stommiteiten ga opsommen uit mijn eigen puberteit, moet ik teleurstellen. Ik kan dat niet. Niet omdat ik te dronken was om ze te onthouden, maar simpelweg omdat ik ze niet heb.
Zoals ik al in een eerdere column schreef, is de puberteit nooit mijn ding geweest. Afgezet tegen de gemiddelde puber was ik een a-typische puber. Regelmatig in de weekenden uitgaan, cafés en feesten bezoeken met groepen vrienden, beetje roken, beetje drinken, beetje flirten met meiden, beetje zoenen en seksen; een voor een hele normale bezigheden voor een gemiddelde puberjongen. Echter niet voor mij. Aan niets van dit alles deed ik mee.
Met alcohol en dat vieze, bittere bier in het bijzonder had ik niets. Met ouders en een zus die rookten, vond ik roken alleen maar een smerige gewoonte. Het fenomeen groepen en groepsgedrag bekeek ik ook toen al gefascineerd van gepaste afstand, maar de behoefte om er zelf aan mee te doen heb ik nooit gevoeld. In meisjes daarentegen was ik wel altijd gewoon geïnteresseerd - en ongetwijfeld veel meer dan mijn omgeving vermoedde - maar ik was er te verlegen en onzeker voor om daar iets mee te doen.
 

Teruggetrokken einzelgänger

Pas achteraf geconcludeerd kan ik stellen dat ik eigenlijk een soort van "nerd" was. Iets wat in die tijd echter geen seconde in me was opgekomen. Ik vermoed om twee redenen.
Ten eerste omdat ik (gelukkig) nooit ben gepest. 
Als klein kind was ik niet verlegen waardoor ik met een bepaalde gezonde dosis weerbaarheid op de middelbare school terechtkwam. Waar ik het vervolgens om de een of andere manier voor elkaar kreeg om niet op te vallen en laat dat (opvallen) nou net de eerste voorwaarde zijn om gepest te worden.
De tweede reden waarom ik mezelf nooit als nerd zag, komt omdat ik op school altijd net genoeg deed voor het behalen van zesjes en wat zeventjes en ik dus een zeer middelmatige leerling was. School boeide me niet en door zo efficiënt mogelijk te leren, bleef er zoveel mogelijk tijd over voor mijn uitlaatklep: tennissen.
Pas vele jaren later kwam ik, met dank aan mijn oudste zoon die op de lagere school met een aantal problemen worstelde, erachter dat ik een stuk slimmer bleek te zijn dan ik altijd had beseft. Hierdoor vielen met terugwerkende kracht wat puzzelstukjes op zijn plaats en begrijp ik nu beter waarom ik als puber zo’n teruggetrokken einzelgänger was.
Net als ieder mens en elke ouder ben ook ik ijdel genoeg om het leuk te vinden om in mijn kinderen dingen van mezelf terug te zien en te herkennen. Maar gelukkig kent dat ook zijn grenzen. Al is het alleen maar vanwege de gezonde wens dat je als ouder je kinderen het allerbeste gunt en dus ook hoopt dat nare ervaringen die jij hebt meegemaakt je kinderen (meer) bespaard zal blijven. 
 

Go with the flow

Ik zal nu niet beweren dat ik hoop dat ik de komende jaren mijn kinderen nog op vele plekken mag komen ophalen op een moment dat ze te stomdronken zijn om zelf naar huis te kunnen komen, maar een beetje met vrienden experimenteren als een gemiddelde puber is sociaal gezien helemaal niet zo slecht. Zo lang als ze hun grenzen leren kennen en ervan leren, hebben ze mijn zegen: go with the flow (zie ook column 31)! Maar papa houdt het voorlopig lekker bij zijn eigen kater Dony...



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

Mijn kater Dony (foto: Tonko)