woensdag 11 oktober 2017

277. Ik haat mijn werk! (2/2)

Privé - Werk - Burn-out/Bore-out










 

Rijst op de plank

Dat ik nog nooit een baan heb gehad die mij boeide en waarin ik me niet binnen korte tijd begon te vervelen, zegt natuurlijk alles over mij en over mijn nature-nurture achtergrond met een complex van factoren die verklaren waarom dingen gegaan zijn zoals ze zijn gegaan.
Ik zou nu kunnen zeggen dat ik me voor deze uitspraak schaam, maar dat zou ik uitermate beledigend vinden richting al die miljoenen mensen wereldwijd die dag in dag uit aan het ploeteren zijn in banen waarin ze allesbehalve gelukkig zijn. Maar die het werk simpelweg moeten doen om te overleven omdat er tenslotte gewoon brood - of in de meeste gevallen rijst - op de plank moet komen. 
 

Hautaine houding

In het zeer welvarende Nederland word je echter al snel vreemd aangekeken als je zegt dat je nog nooit werk hebt gedaan wat je boeiend vond. Want dan heb je iets fout gedaan en valt jou dat te verwijten. Misschien zou je dit zelfs een taboe kunnen noemen. Waarbij de Nederlanders dan wel even moeten beseffen dat het getuigt van een enorme hautaine houding als je vindt dat je werk moet verrichten dat je leuk en uitdagend vindt. Een houding die je alleen maar kunt innemen vanuit een luxepositie in een welvarend land als Nederland.
 

Twaalf-steden-dertien-ongelukken

Na een lange twaalf-steden-dertien-ongelukken-achtige carrière ben ik nu terechtgekomen in een branche en baan waar ik verder ook weinig tot niets mee heb. Ik werk in de vervoersbranche als chauffeur voor senioren en mensen met een medische indicatie die ik binnen de regio Amsterdam voor heel weinig geld - zowel voor hen als voor mij - van A naar B breng.
Hierbij gaat het globaal om twee soorten bestemmingen: enerzijds ziekenhuizen, revalidatiecentra, verzorgingshuizen etc. en anderzijds sociale bezoekjes aan kinderen en kleinkinderen. Gemiddeld duren de ritjes ongeveer een halfuur waarbinnen je met de mensen een babbeltje maakt over van alles en nog wat. 
 

Positief

Om positief te beginnen: ik kan deze baan naar mezelf toe in elk geval verantwoorden omdat het om werk gaat waarbij je een groep kwetsbare mensen helpt en je de wereld aldus een piepklein beetje beter maakt. Want zonder dit spotgoedkope vervoer zouden veel van deze mensen een stuk minder mobiel zijn geweest met een vergrote kans op (nog meer) eenzaamheid, iets wat ik ook regelmatig van dankbare klanten te horen krijg.
 

Geen bevrediging

Toch geeft mijn werk mij om diverse redenen totaal geen bevrediging. Wat een stuk mooier is geformuleerd dan: ik haat mijn werk!
Als eerste kan ik natuurlijk het zeer lage salaris noemen, maar dat vind ik absoluut niet het belangrijkste. Ik werk tien keer liever in een hele leuke functie voor een salaris waarmee ik net rondkom, dan dat ik een topsalaris verdien in een functie waarin ik me ongelukkig voel.
Met mijn collega’s voel ik geen band. Ondanks dat ik goed besef dat het arrogant klinkt (wat niet mijn bedoeling is), merk ik dat ik vergeleken met mijn collega’s gemiddeld een stuk hoger opgeleid en slimmer ben, waardoor ik vanzelf minder een klik voel. Soort blijft nu eenmaal (meestal) een voorkeur voor soort hebben en zoekt dus ook (meestal) soort. Simpelweg omdat het fijn is om met mensen te zijn die qua nature en nurture achtergronden vergelijkbaar zijn met jou waardoor je onderling veel herkenning ziet. Het scheelt dat ik in dit werk vrijwel geen contact met collega’s heb (ik zie bijna alleen maar klanten), maar op momenten dat dat wel zo is, zoals bijvoorbeeld bij cursussen, voel ik mij eenzaam.
Ondanks de uitzonderingen - die er uiteraard ook onder de chauffeurs zijn - geldt voor de klanten min of meer hetzelfde. De gemiddelde klant bij dit soort vervoer heeft minder geld te besteden en is gemiddeld dus ook lager opgeleid. Wat statistisch gezien de kans vergroot op gesprekken die niet zo diepgaand gaan en die meer vallen onder de smalltalk-gesprekken. En laten smalltalk-gesprekken nou net niet mijn ding zijn. Geef mij maar diepgaande, intellectuele, filosofische gesprekken. Daar word ik pas blij van! 
Positief bekeken kun je redeneren dat dit werk dus goed voor me is, aangezien ik kan oefenen in iets waarin ik slecht ben. Negatief bekeken zal me dat echter een zorg zijn omdat ik nu eenmaal niets met smalltalkgesprekjes heb en geen behoefte voel om ze te leren. Noem mij gerust extreem serieus, maar als het aan mij ligt gaan vrijwel alle (honderd procent is wat overdreven) gesprekken die ik voer over diepgaande, intellectuele, liefst filosofische onderwerpen. Hoe ouder ik word, hoe groter deze behoefte wordt.
Dat ik totaal geen stadmens ben en liefst midden in de natuur zou wonen, is ook een groot nadeel in dit werk dat zich grotendeels in en rondom Amsterdam afspeelt. Als ik dit soort chauffeurswerk in de Ardennen zou doen (en ik dan opeens ook vloeiend Frans blijk te spreken graag!) en ik krijg alleen maar filosofisch ingestelde klanten in mijn taxi waarmee ik de meest boeiende gesprekken heb, dan zou ik dit waarschijnlijk een wereldbaan vinden.
 

Enorme sleur

Uiteindelijk zijn al mijn problemen met werk terug te voeren op één ding: verveling. Ook in dit chauffeurswerk lijken alle dagen op elkaar, met dezelfde soort ritjes, dezelfde soort klanten en dezelfde soort (smalltalk) gesprekken. Waar menig collega-chauffeur waarschijnlijk zal spreken over leuk en gevarieerd werk, ervaar ik het als een herhaling van zetten en een enorme sleur.
Mijn geluk - of pech, het is maar hoe je het bekijkt - is echter dat als ik om mij heen kijk, ik niemand zie met een baan waar ik jaloers op ben. Afgezien van het salaris dan want als ik dat meereken, kan ik op vrijwel iedereen jaloers zijn.
Als ik nadenk en vooral doordenk over de banen van mensen om mij heen, ben ik ervan overtuigd dat ik me bij elk van deze banen eerder vroeg dan laat ook zou gaan vervelen. Of het nou gaat om werk als bijvoorbeeld bankmanager, leerkracht, advocaat, stewardess, oogarts, ICT’er of piloot, ik ga het allemaal op den duur saai vinden en ervaren als een herhaling van zetten.
Waarbij er overigens natuurlijk nog genoeg andere redenen te bedenken zijn waarom ik genoemde banen sowieso niet zou trekken: ik ben (te) eerlijk en integer, ik houd niet van dienen en slijmen, ik heb geen autisme en ben niet accuraat, ik heb niets met het onderwerp geld, ik houd niet van vliegen en drukke luchthavens, ik kan en wil geen orde houden en ik kan niet tegen prikken en bloed (opdracht: combineer bovenstaande banen en excuses met elkaar).
En laten we eerlijk zijn: zelfs de uitdaging is er bij de meeste banen op een gegeven moment gewoon vanaf. Hooguit moet je eens in de zoveel tijd wat nieuwe vaardigheden en kennis opdoen, maar uiteindelijk wordt ook dat gewoon opnieuw routine en kun je (zeker als piloot) weer overgaan op de automatische piloot. Boring!
 

Passie

Voor mij persoonlijk is de kans op een bore-out denk ik het kleinst bij werk waar passie de basis vormt. En dan denk ik meteen aan creatieve beroepen of aan de wetenschap.
Maar zelfs bij dit soort beroepen denk ik dat verveling bij mij vroeg of laat op de loer zal liggen. Bijvoorbeeld als je jezelf in je creatieve producten gaat herhalen (ook een groot gevaar bij het schrijven van columns!) of als je wetenschappelijke onderzoeken keer op keer mislukken en resultaat uitblijft. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat als je van je passie je werk maakt je moet beseffen dat het dan werk wordt en dat is toch vaak iets heel anders.
Probleem is echter dat niet iedereen zomaar een grote passie heeft, laat staan dat je er vervolgens ook zomaar je geld mee kunt verdienen. Zo zou ik het schrijven van mijn columns misschien een kleine passie kunnen noemen, maar columnist is niet een echt beroep met vacatures waarop je kunt solliciteren. En de paar gelukkigen die er wel geld mee verdienen, en misschien zelfs genoeg om van rond te komen (veelal BN'ers), hebben inderdaad heel veel geluk.
Wat me meteen doet denken aan al die talloze mensen die in hun vrije tijd een boek aan het schrijven zijn en die allemaal een voor een (in 99 procent van de gevallen tevergeefs) hopen op die ene geluksdag waarop ze "ontdekt" worden. Waardoor ze eindelijk kunnen ontsnappen aan de verveling en dagelijkse sleur van hun echte werk...
 

Hoogbegaafde ADD'ers

Ondanks dat ik besef dat ik cynisch klink, denk ik ook dat mijn verhaal voor diverse hoogbegaafde ADD’ers herkenbaar zal zijn. Sinds ik dit stempel ooit voorzichtig van mijn psychiater kreeg opgeplakt en ik er veel over ben gaan lezen, begrijp ik steeds beter waarom ik me snel verveel.
Ik heb de ongelukkige combinatie in me van dat ik ten eerste moeite heb met lang concentreren waardoor ik snel ergens op uitgekeken raak (past bij ADD) en dat daarnaast ook nog de vervelende neiging heb om alles tot vervelens toe door te blijven analyseren waardoor in feite alles zinloos wordt (past bij hoogbegaafdheid). 
 

Van wie hij dat heeft, is mij een raadsel...

Vooral bij mijn jongste zoon zie ik nu al een vergelijkbaar patroon wat werk betreft. Voor iemand van zeventien heeft hij al best veel baantjes gehad en de hoofdreden hiervoor laat zich raden: na meestal een redelijk enthousiast begin, raakt hij al snel verveeld. Daarnaast stoort hij zich ook vrij snel aan zaken als de (niet efficiënte) manier van werken, incompetente leidinggevenden, het lage salaris etc. Van wie hij dit heeft, is mij een raadsel…  
Gelukkig is hij heel anders dan zijn vader op die leeftijd. Mijn jongste zoon heeft (wél) genoeg zelfvertrouwen en lef en redeneert vanuit zijn relaxte houding dat als het werk hem niet bevalt hij ermee moet stoppen en ander werk moet gaan zoeken. Zijn oudere broer heeft vergelijkbare gevoelens van verveling in zijn baantje, maar omdat hij iets gevoeliger, onzekerder en verlegener is, heeft hij meer de neiging om te blijven zitten waar hij zit (helaas ook herkenbaar).
Ondanks dat er natuurlijk heus wel wat valt aan te merken op de wijze waarop mijn jongste zoon met werk omgaat (hij gaat bijvoorbeeld niet altijd even tactisch om met autoriteit, alsof ik hem daarin les heb gegeven of zo...), complimenteer ik hem vooral en moedig ik hem juist aan om zoveel mogelijk baantjes te slijten als ze hem niet bevallen. Tenslotte is dat dé manier om erachter te komen wat écht bij hem past en wat niet.
Wat dat precies zal zijn, zal de toekomst uitwijzen. Wel ben ik er al lang van overtuigd dat hij iemand is voor een eigen bedrijf. Met zijn kritische kijk op alles, zal hij vrijwel overal vroeg of laat problemen krijgen met leidinggevenden en de beste manier om dat te voorkomen is om voor jezelf te beginnen.
 

Op een zijspoor

Waar ik richting mijn kinderen er alle vertrouwen in heb dat zij met hun hele leven nog voor zich uiteindelijk de baan zullen vinden die bij hen past, ben ik over mijn eigen kansen een stuk pessimistischer. Ik zal vooral moeten accepteren dat ik werk gewoon niet boeiend vind, maar dat ik het nu eenmaal nodig heb voor het geld. Natuurlijk zou je nu kunnen zeggen dat je óók als je 51 jaar bent en je zit vast in een baan die je niet bevalt je nog steeds leuk en uitdagend werk kunt gaan vinden, maar dat ligt toch een stuk gecompliceerder en is aldus vaak makkelijker gezegd dan gedaan.
De afgelopen jaren ben ik bijvoorbeeld als vrijwilliger een “maatje” geweest voor twee hoogbegaafde mannen die beiden door uiteenlopende nature en nurture factoren zowel maatschappelijk als sociaal gezien op een zijspoor waren beland. Als ik nu tegen hen zou zeggen van "Kom op geen gezeur, ga gewoon een leuke, uitdagende baan zoeken waar je blij van wordt!" dan zou dat helemaal nergens op slaan. Dat gaat echt niet werken. Kijkend naar hun gecompliceerde achtergrond begrijp ik heel goed dat het in hun leven niet is gegaan zoals ze het gewild hadden en dat dat nu niet zomaar een-twee-drie om te draaien valt.
Feit is en blijft dat de mens met al zijn nature en nurture factoren veel minder controle heeft over het verloop van zijn leven dan hij zou willen. Wat voor de een heel gewoon en vanzelfsprekend is om te bereiken, is dat voor een ander niet. Ieder mens is anders (zie ook columns 215 en 216). Maar goed, dit is een hele andere discussie (over of de vrije wil bestaat of niet) voor een hele andere column ooit misschien.

Maar om positief af te sluiten: ieder nadeel heeft zijn voordeel. Zo zou ik zonder (geen of) saai werk mijn columns nooit zijn gaan schrijven!


En nu maar de uitdaging aangaan om het proces van het schrijven van de columns zo lang mogelijk leuk en boeiend te houden om zo te voorkomen dat ook hier de verveling toeslaat en een nieuwe bore-out dreigt...










Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

maandag 2 oktober 2017

276. Slachtoffers schietdrama's VS zijn collateral damage

Actualiteit - Schietdrama's - Wapenbeleid VS










Een record

Het was even wachten maar "gelukkig" daar is ie weer: het volgende grote schietdrama in de Verenigde Staten. En niet zomaar een drama maar kijkend naar het aantal doden (tot nu toe) van 58 zelfs een record: de grootste dodelijke schietpartij in de moderne geschiedenis van het land. Wat kijkend naar de onthutsende statistieken van de Verenigde Staten op het gebied van massale schietdrama's geen geringe prestatie mag worden genoemd. 
 

Arme Islamitische Staat

Dit keer gaat het om een 64-jarige blanke man die om nog onduidelijke redenen het nodig vond om zich vanuit de 32ste verdieping van zijn Hotel/Casino met tien automatische wapens uit te leven op 22.000 bezoekers van een Country Festival.
Uiteraard was Islamitische Staat er weer als de kippen bij om de aanslag op te eisen. Als ik morgen tijdens het autorijden een hartaanval krijg, de macht over het stuur verlies en vijf mensen op straat doodrijd, zal de IS mij ongetwijfeld ook omarmen als één van zijn strijders. Waarmee zij zichzelf - lees mijn columns over IS - uiteraard compleet belachelijk zouden maken. Zelfs als Geert Wilders zoiets zou overkomen (wat niet snel zal gebeuren want Geert heeft ongetwijfeld een eigen chauffeur), zou de IS dat nog doen.
Ach, ik begrijp het wel. De IS denkt ongetwijfeld van zo lang als we nog bestaan kunnen we maar beter elke gelegenheid aangrijpen om nog een beetje aandacht te genereren. Want morgen kan alles zomaar weer voorbij zijn en die dag komt voor de arme IS steeds dichterbij...
 

Tja leer Trump het kwaad kennen

Dit keer was Donald Trump de volgende in het lange rijtje van Amerikaanse presidenten die de eer te beurt viel om na een groot schietdrama in zijn land troostende woorden aan zijn burgers te richten.
Het moet even wennen zijn geweest voor Trump om in een speech de thema's eenheid en verbinding te verwerken, maar met de nodige hulp van zijn adviseurs kwam hij er goed doorheen. "Een daad van het zuiverste kwaad", noemde Trump de aanslag. Tja, leer Trump het kwaad kennen...
 

Collateral damage

Natuurlijk doet de aanslag, zoals elk groot schietdrama, de discussie over het wapenbeleid in de Verenigde Staten weer oplaaien. En natuurlijk zal dat helemaal niets aan de situatie veranderen en is het niet de vraag òf er nog een keer zo'n groot schietdrama zal gaan plaatsvinden, maar alleen waar en wanneer het dan zal gaan gebeuren.
Misschien moet er een keer een president met lef opstaan die na zo'n dodelijk schietdrama afwijkt van de cliché toespraakjes die de Amerikanen al decennialang horen.
Ik had de oerconservatieve wapenliefhebber Trump daar wel toe in staat geacht. Een speech waarin Donald Trump na een paar troostende woorden meteen duidelijk had gemaakt dat de Amerikaanse burgers gewoon moeten accepteren dat de slachtoffers van dit schietdrama in Las Vegas net als de slachtoffers van alle schietdrama's in de Verenigde Staten uit het verleden, het heden en de toekomst gewoon "collateral damage" (nevenschade) zijn.
 

That's all in the game

In een democratisch land waarin de meerderheid van de bevolking nu eenmaal een groot voorstander is van wapenbezit, zal men moeten accepteren dat er aan alle "voordelen" ook nadelen zitten.
Net als dat het een feit is dat als je met drones terroristen wilt ombrengen je zult moeten accepteren dat er in dat proces ook als collateral damage burgerslachtoffers zullen vallen, zul je ook moeten accepteren dat als alle burgers wapens (kunnen) hebben er ook af en toe onschuldige slachtoffers te betreuren zullen zijn. That's all in the game. Take it or leave it!
Met zo'n speech zou elke volgende (conservatieve) Amerikaanse president een gênante, hypocriete en ongeloofwaardige toespraak richting burgers en nabestaanden bespaard blijven. Het is allemaal zo simpel: of je schaft wapenbezit in je land af of je accepteert wapenbezit plus de vervelende neveneffecten, de collateral damage.
 












Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Afbeelding: Tonko
 

vrijdag 29 september 2017

275. Verveling als rode draad in mijn leven (1/2)

Privé - Werk - Burn-out/Bore-out









Na een pauze van bijna vier maanden pik ik de draad van het schrijven van columns weer op. Mijn gemiddelde van vier of soms vijf columns per maand van de afgelopen jaren zal ik echter niet meer gaan halen. Voorlopig zal ik gaan streven naar een gemiddeld aantal van twee columns per maand. Het is een combinatie van een aantal factoren waarom ik de afgelopen maanden een pauze heb ingelast, maar ik denk dat menig creatief persoon de behoefte hieraan herkent. Al is het alleen maar om jezelf de tijd te gunnen voor het krijgen van nieuwe inspiratie. Het onderwerp van deze column sluit overigens goed aan op mijn behoefte aan het inlassen van een pauze.

Extreme verveling

Ik las laatst op internet iets over het krijgen van een bore-out in plaats van de veel bekendere term burn-out. Beide verschijnselen zijn vooral werk-gerelateerd, al hoeft dat niet. Ook privé kun je last krijgen van een bore-out (bijvoorbeeld bij werkeloosheid) of burn-out (bij bijvoorbeeld de opvoeding van je kinderen). 
Bij een burn-out is iemand vaak overwerkt en overbelast. Door teveel werk, teveel druk, teveel verantwoordelijkheid etc. Wie de term bore-out nog niet kent, kan zich kijkend naar de Engelse termen "bore" en "boring" (vervelen, saai) er nog wel een voorstelling van maken waar het hier om gaat. Iemand met een bore-out ervaart op het werk 
extreme verveling en een groot gebrek aan uitdaging met als risico het oplopen van dezelfde soort verschijnselen als bij een burn-out: gevoelens van fysieke en mentale uitputting, frustratie, irritatie, sleur, lusteloosheid, vermoeidheid, somberheid, depressiviteit, verlies van motivatie etc.
Als we kijken naar de grootste verschillen tussen een burn-out en een bore-out kunnen we deze aldus samenvatten: iemand met een burn-out zegt "Ik kan niet meer", terwijl iemand met een bore-out zegt "Ik wil niet meer". Wanneer je een burn-out hebt, wil je vaak nog wel maar heb je de energie gewoon niet meer. En wanneer je een bore-out hebt, heb je de energie nog wel maar wil je gewoon niet meer. 
De verschillen tussen persoonlijkheden die gevoelig zijn voor een burn-out of voor een bore-out zijn ook heel boeiend. Mensen met een gevoeligheid voor burn-outs zijn vaak gedreven, ambitieuze, perfectionistische, plichtsgetrouwe, zorgzame mensen die behoefte hebben aan controle. Zij kunnen door hun drive vrij gemakkelijk over hun eigen grenzen heengaan. Totdat het helemaal misgaat dus: de burn-out! Mensen met een gevoeligheid voor een bore-out daarentegen zijn meer autonoom, introvert, observerend, creatief of intellectueel, nieuwsgierig, idealistisch en gevoelig voor zingeving. Zij kunnen zich leeg en apathisch voelen als ze geen mentale uitdaging meer ervaren.
De kans dat iemand met/richting een burn-out zijn/haar werk leuk vindt, is zeer reëel. Wat mede verklaart waarom hij/zij steeds harder is gaan werken met alle stress en overbelasting tot gevolg. Voor iemand met een bore-out geldt een heel ander verhaal. Die vindt zijn werk juist helemaal niet leuk omdat hij/zij zich verveelt. Ondanks dat hier dus eerder sprake is van onderbelasting dan overbelasting (zoals bij iemand met/richting een burn-out) zal ook deze variant uiteindelijk leiden tot veel spanning en stress. Het zal dan ook niet verbazen dat daar waar iemand met een (aankomende) burn-out de neiging heeft om ook in zijn vrije tijd nog veel uren aan zijn werk te besteden, iemand met een bore-out in zijn vrije tijd juist helemaal niets met zijn werk te maken wil hebben.
 

Chronische bore-out

Zonder me ooit te hebben verdiept in de term, besef ik maar al te goed dat ik in mijn werk al decennia lijd aan een soort van chronische bore-out. Wie mijn columns een beetje heeft gevolgd, kan zich daar wel wat bij voorstellen (lees bijvoorbeeld de columns onder het label Privé Tonko Achtluik).
Heel kort samengevat komt het erop neer dat ik in mijn leven, en zeker op het gebied van opleiding en werk, verkeerde keuzes heb gemaakt die achteraf gezien vooral bleken te zijn voortgekomen uit een enorm gebrek aan zelfkennis. Hierdoor belandde ik in banen die totaal niet bij mij pasten. Noch op het gebied van de branche waarin ik terechtkwam, noch op het niveau waarop deze baan zich afspeelde.
Zo heb ik jarenlang gewerkt in de volkshuisvesting, terwijl ik helemaal niets heb met het onderwerp woningen en het hele proces rondom woningverhuur etc. En op het niveau waarop ik werkte, draaide het vaak om (veelal administratieve) details waar ik met mijn chaotische inslag gewoon niet goed in ben. Pas toen ik veel later, zo rond mijn veertigste, met dank aan mijn kinderen échte zelfkennis begon te krijgen (zie Privé Tonko Achtluik), kwam ik er stap voor stap achter dat mijn kracht juist meer zit in zaken als: creatief denken, analyseren en het snel zien van de grote lijnen etc. Alleen op voorwaarde dat het onderwerp mij écht interesseert, kan ik ook goed zijn in details.
 

Herhaling van zetten

Afgezien nog van de verkeerde keuzes in mijn leven die er vaak aan vooraf gingen, is verveling sowieso een rode draad in mijn arbeidsleven.
Inmiddels begrijp ik wel wat hierachter zit. Ik heb de vervelende neiging om over alles en nog wat door te denken en te blijven hangen in het helemaal (soms dood) analyseren over het hoe en waarom en het nut etc. Als je op deze manier tegen banen aankijkt - voor het gemak beperk ik me in deze column over de term “bore-out” maar tot het werk al kun je dit net zo goed doortrekken richting het leven in het algemeen - wordt alles natuurlijk vrij snel saai en nutteloos.
Laten we wel wezen, alle banen zijn in meer of mindere mate een herhaling van zetten. Je hebt bepaalde kwaliteiten en vaardigheden en die oefen je uit op je werkdag en de volgende werkdag herhaal je dat proces in grote lijnen.
Dat dit geldt voor slecht betaalde banen op lagere niveaus, waarbij die herhalingen er vaak wel erg dik bovenop liggen omdat de monotone handelingen elke dag praktisch hetzelfde zijn, klinkt vrij logisch. Maar in feite geldt dit natuurlijk ook voor goed betaalde banen op hogere niveaus, ook al is het werk daar vaak een stuk gecompliceerder en komen er gemiddeld minder monotone handelingen voor.
Neem bijvoorbeeld een huisarts. Als je die een dag zou volgen, zie je waarschijnlijk heel veel verschillende mensen met heel veel verschillende klachten. Maar het wordt een heel ander verhaal als je diezelfde huisarts een jaar zou volgen, want dan worden de patronen zichtbaar. Dan kun je praktisch elke patiënt in een bepaalde categorie indelen en weet je precies hoe je als huisarts moet handelen, wat je moet zeggen en wat je moet voorschrijven etc. Boring!
In feite draait het er allemaal om hoe je als persoon bent (nature/nurture!) en hoe je het leven om je heen interpreteert. Je hebt nu eenmaal mensen met banen die je met de beste wil van de wereld nog niet kunt classificeren als gevarieerd werk en toch kunnen diezelfde mensen de mening zijn toegedaan dat ze heel afwisselend en gevarieerd werk verrichten (zie column 139). Uiteindelijk zit het allemaal tussen de oren.

Tja, last hebben van verveling als rode draad in mijn leven zegt een hoop over mij, over wie ik ben als persoon. Dit verklaart ook waarom ik nooit in een burn-out zal belanden en bepaalde vrienden/-innen van me weer nooit een bore-out zullen krijgen. Waarbij uiteraard weer geldt dat alle voordelen nadelen hebben en andersom...

Voor deel 2 klik hier. 
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


woensdag 31 mei 2017

274. Beter peuters opsluiten dan terroristen

Actualiteit - Kinderporno - Pedofilie/Pedoseksualiteit










 
“De Australische regering wil veroordeelde pedoseksuelen verbieden om naar het buitenland te reizen. Zo wil de regering voorkomen dat ze kinderen in Zuidoost-Azië seksueel misbruiken. Als het parlement akkoord gaat, kunnen 20.000 voor seksueel misbruik van kinderen veroordeelde Australiërs niet meer naar het buitenland. Het gaat onder anderen om 3500 'ernstige' gevallen die de rest van hun leven niet meer naar het buitenland mogen. Bij de rest vervalt het uitreisverbod na een aantal jaren als zij zich aan een aantal voorwaarden houden, zoals een meldplicht. Pedoseksuelen die voor hun werk of familiebezoek naar het buitenland moeten, kunnen een tijdelijk paspoort aanvragen.”
 

Onwetendheid

Als het gaat om een gevoelig taboeonderwerp als pedofielen en/of pedoseksuelen vind ik de standpunten van veel mensen en landen vaak veel te kortzichtig, ongenuanceerd, hard en gewoon dom omdat het vaak voortkomt uit enorme onwetendheid. En in de bekende uitspraak van Socrates dat onwetendheid de bron van alle kwaad is, zit wat mij betreft een grote kern van waarheid. 
 

Onderscheid tussen pedoseksuelen en pedofielen

Ik denk echter dat velen met mij geneigd zullen zijn om voor dit reisverbod voor pedoseksuelen alle begrip op te brengen. Als het aan mij ligt, krijgt tenslotte niemand de kans om in Zuidoost-Azië (of waar dan ook ter wereld) zich seksueel te vergrijpen aan kinderen dus wie kan in godsnaam tegen dit voornemen van de Australische regering zijn?
Toch besef ik maar al te goed - en zeker na het schrijven van mijn column over kinderporno eind december 2015 (zie column 117) - dat ook hier weer het gevaar van onnodige vooroordelen en misverstanden op de loer ligt.
Om te beginnen bestaat er bij dit gevoelige onderwerp altijd het risico dat pedoseksuelen gelijk worden gesteld aan pedofielen. Dan wel weet men het onderscheid tussen deze twee begrippen niet, dan wel vergeet men het.
Daar waar pedofielen mensen zijn met een seksuele voorkeur voor kinderen die nog niet geslachtsrijp zijn (zeg ongeveer onder de dertien jaar), zijn pedoseksuelen mensen die met deze kinderen daadwerkelijk ook seks hebben (gehad). Dus ook al kunnen pedofielen ook pedoseksuelen zijn, hoeft dat absoluut niet zo te zijn. Wie dergelijke gevoelens voor kinderen heeft maar er verder niets kwaads mee doet, is tenslotte evenmin een crimineel als u en ik (ervan uitgaande dat u net als ik geen crimineel bent).
Zo is het bijvoorbeeld een feit dat de meeste sekstoeristen die zich aan kinderen vergrijpen helemaal geen pedofielen zijn en dus ook niet in deze hoek moeten worden gezocht. Het grootste deel van dit soort sekstoeristen bestaat namelijk uit hele "gewone" zakenmensen, toeristen, expats en zelfs vrijwilligers (zie rapport kinderrechtenorganisatie Defence for Children 2016).
Dit sluit aan bij het gegeven dat de meeste mensen die 
kinderporno kijken ook geen pedofiel blijken te zijn. Een misverstand dat eerder helaas ook bij mij leefde, over onwetendheid gesproken (zie eerder genoemde column 117). 
 

Niet alle pedoseksuelen zijn pedofielen

En om het op het gebied van misverstanden nog iets ingewikkelder te maken: niet alle pedoseksuelen zijn pedofielen. Er bestaan ook mensen die geen pedofiel zijn maar die toch besluiten om seks met kinderen te hebben. Bijvoorbeeld omdat er geen volwassenen “voor handen” zijn of omdat "de gelegenheid" zich nu eenmaal voordoet en men het gevoel heeft ermee weg te kunnen komen.
Om die laatste reden wordt de grote groep niet-pedofiele sekstoeristen dan ook beschouwd als een groep “gelegenheidsdaders” of, anders gezegd, "gelegenheidspedoseksuelen". Ik denk dat je dit patroon zou kunnen vergelijken met heteroseksuele mannen die in de gevangenis bij afwezigheid van vrouwen opeens mannelijke collega’s gaan verkrachten.
 

Marc Dutroux

Hoe raar ik eerlijk gezegd zelf genoemde redenen ook vind klinken, zijn ze gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en kunnen we er dus niet omheen. Zo kwamen bijvoorbeeld al jaren geleden deskundigen op basis van psychologische testen tot de conclusie dat de Belgische misdadiger Marc Dutroux - die tot levenslang werd veroordeeld voor ontvoering, gijzeling, verkrachting en moord op vier jonge meisjes - helemaal geen pedofiel is. Dutroux blijkt “slechts” een zieke, sadistische pedoseksueel en psychopaat te zijn met een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
 

Pikant detail

Het is dus een pikant detail dat hoe goed het voornemen van de Australische regering ook lijkt om veroordeelde pedoseksuelen te verbieden om naar het buitenland te reizen, je kunt concluderen dat als je als doel hebt om het seksueel misbruik van kinderen over de grens te verminderen je meer zult bereiken door je aandacht te richten op “gewone” zakenmensen, toeristen, expats en vrijwilligers dan op mensen die in het eigen land als pedofiel of pedoseksueel bekend staan. Iets om over na te denken…
Het doet mij een beetje denken aan de nuchtere conclusie dat als je in de Verenigde Staten zoveel mogelijk doden door (wapen) geweld wilt voorkomen je beter alle peuters in het land kunt opsluiten dan alle terroristen. De eerste groep blijkt jaarlijks gemiddeld namelijk nog altijd meer doden te veroorzaken dan de tweede. Met dank aan het liberale wapenbeleid in de Verenigde Staten dat als uitgangspunt heeft dat iedereen het recht op zelfverdediging heeft. En mijn God, wat verdedigen die peuters zichzelf goed daar! 
 

Bestrijden door verspreiden

Afsluiten wil ik met het herhalen van mijn standpunt in column 117 over de naar mijn mening beste methode om seksueel kindermisbruik in de wereld te verminderen: bestrijden door verspreiden van kinderporno. Verspreiden van AI-kinderporno dan wel te verstaan. Oftewel kinderporno waarin alles echt lijkt maar nep is (door AI gegenereerd) en waar dus geen echte kinderen voor worden ge- en misbruikt.
Enige grote hobbel die moet worden genomen om dit te kunnen realiseren, is het veranderen van (inter) nationale wetten waarmee groen licht kan worden gegeven om dit soort AI-kinderporno te kunnen gaan verspreiden.
En aan iedereen die hier fel op tegen is vanuit de gedachte dat je principieel tegen alles moet zijn wat met kinderporno te maken heeft, zou ik willen zeggen dat dat het toppunt van naïviteit én onwetendheid is.

Of we nu willen of niet, zullen we moeten accepteren dat kinderporno en kindermisbruik - net als andere vormen van kwaad - gewoon onderdeel zijn van onze maatschappij (sterker nog, dit probleem wordt de laatste jaren alleen maar steeds groter). Zo lang als de wetenschap niet in staat is om onze hersenen zo aan te passen dat dergelijke seksuele voorkeuren voor kinderen niet meer voorkomen, is het een illusie om te denken dat wij kinderporno en kindermisbruik kunnen uitbannen. Om die reden zullen we met vernieuwende ideeën moeten komen die in elk geval uitzicht bieden op een vermindering van dit probleem (misbruik van échte kinderen). Wie een beter idee heeft, mag het zeggen...







 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.