woensdag 2 december 2015

217. Kinderporno bestrijden door verspreiden

Actualiteit - Kinderporno - Nature/Nurture - TV/Film/Docu

 





Voorwoord: gemengde gevoelens

Meestal als ik een column schrijf, zoek ik naar achtergrondinformatie om mijn argumenten met feiten te kunnen onderbouwen. Noem mij vreemd, maar voor mij is de beste column een column die doordrenkt lijkt met sterke meningen, maar die bij nader inzien gewoon geheel uit feiten blijkt te bestaan. Bijkomend voordeel van mij verdiepen in een onderwerp is dat ik mijn kennis vergroot, iets wat ik vanuit mijn extreme nieuwsgierigheid graag doe en zelfs kan beschouwen als een soort passie.
Met gemengde gevoelens heb ik het zoeken naar achtergrondinformatie bij het schrijven van deze column over kinderporno echter niet gedaan. Een blunder, waar ik veel van heb geleerd. Ik zal deze fout dan ook nooit meer begaan* (zie reactie helemaal onderaan)
De gemengde gevoelens komen voort uit de tegenstrijdigheid tussen begrip voor mijn keuze om me niet te verdiepen in het onderwerp en onbegrip voor mijn angst en lafheid die hierachter zitten.
Ja, ik kan heel goed begrijpen dat als ik een column wil schrijven over het onderwerp kinderporno, ik grote weerstand voel voor het intikken van het woord “kinderporno” op mijn computer. Afgezien van het feit dat Edward Snowden (zie ook column 89) mij het paranoïde gevoel heeft bezorgd dat je in zo’n geval de rest van je leven bij geheime diensten over de gehele wereld in the picture staat als potentieel kinderpornoliefhebber, wil ik ook gewoon niet weten wat ik dan allemaal zal tegenkomen. Al ga ik er daarbij nog wel voor het gemak van uit dat het allemaal zal "meevallen", aangezien ik mag aannemen dat je eerst nog flink wat hobbels zal moeten nemen alvorens je echte kinderporno op het internet tegenkomt (dat  lijkt me toch vooral iets voor het Dark Web). Of ben ik nu vreselijk naïef?
Hier tegenover staat echter dat ik van mezelf vind dat ik boven de bezwaren tegen het opzoeken van dit onderwerp moet staan, omdat ik het doe voor een goede reden: informatie en kennis verzamelen die mijn meningen in mijn column onderbouwen door het leveren van goede argumenten.
Daarnaast beschouw ik mezelf als iemand die niets met taboes heeft en daar aldus niet aan meedoet. Ik houd van openheid, omdat ik van mening ben dat je daarmee altijd meer zult bereiken en oplossen dan met dingen wegstoppen of ontkennen. Bovendien levert deze instelling de mooiste diepgaande gesprekken op en daar houd ik van.

 

Geavanceerde kunstmatige kinderporno

Aanleiding van mijn column over dit gevoelige onderwerp is de uitzending van Pauw van afgelopen vrijdag waarin twee mannen van de politie vertelden hoe zij onlangs in nauwe samenwerking met een aantal andere landen het grootste kinderpornonetwerk van de wereld wisten op te rollen.
Over dit succes en alles wat er verder aan tafel bij Pauw over werd verteld, heb ik weinig opmerkingen. Maar het schoot mij te binnen dat een tijd terug in DWDD (De Wereld Draait Door) ooit iemand te gast was die een even eenvoudig als - in mijn ogen - briljant plan had op het gebied van de aanpak van kinderporno: kinderporno bestrijden door verspreiden.
Zijn voorstel: laat mensen (pedofielen, pedoseksuelen of andere kinderpornogebruikers* lijkt me, want een gemiddeld persoon zal daar niet snel voor te porren zijn vermoed ik) met behulp van de geavanceerde kunstmatige (naschrift: AI) technieken kinderporno maken en verspreiden. Enthousiast is natuurlijk niet het goede woord, maar ik weet wel dat ik het meteen een geweldig idee vond. Maar ik geloof dat ik een van de weinigen was, want bijster veel bijval kreeg de beste man niet. Wat overigens ook mede veroorzaakt kan zijn door het "kleine" detail dat als men dit plan ooit zou willen gaan uitvoeren eerst nog even de wet moet worden aangepast die verspreiding van kinderporno op welke wijze dan ook (echt dan wel kunstmatig) verbiedt.*
Hoe vreemd dit plan in eerste instantie misschien ook overkomt, ligt het achterliggende doel voor de hand: als je pedofielen, pedoseksuelen of anderen* met de drang naar kinderporno een platform biedt waar geavanceerde (AI) kunstmatige kinderporno te vinden is, worden échte kinderen hopelijk (meer) met rust gelaten en scheelt dat een boel ellende en kinderleed in de wereld. Je mag namelijk hopen dat zoiets voor veel kinderpornoliefhebbers een uitkomst biedt, bijvoorbeeld doordat het resulteert in een enorme vermindering van schaamtegevoelens.

Anders dan gemiddeld

Naar een belangrijke reden waarom dit plan niet goed werd ontvangen, kan ik wel raden en die sluit feilloos aan op mijn vorige twee columns (zie 215 en 216). Gechargeerd gezegd komt het erop neer dat een gemiddeld mens kinderporno (vanzelfsprekend) walgelijk vindt en daarbij meestal ook nog van mening is dat iedere pedofiel, pedoseksueel of andere kinderpornogebruiker* die ernaar kijkt en/of eraan verslaafd is het niet verdient om te leven en dood moet.
Hoe begrijpelijk ik deze gedachtes en emoties ook vind, kijk ik verder dan dat. Om te beginnen moeten we beseffen dat het gewoon niet zo is dat wij allemaal ongeveer hetzelfde zijn, maar dat sommige mensen in hun leven toevallig de onbegrijpelijke keus maken om een pedofiel, pedoseksueel of ander seksueel afwijkend persoon* met een verslaving aan kinderporno te worden.
Om dit fenomeen te begrijpen, zullen we vooral naar de nature-kant (lees: de hersenen) van de betreffende pedofielen, pedoseksuelen en andere kinderpornoliefhebbers* moeten kijken. Net als bij psychopaten of mensen met andere extreme psychische stoornissen of afwijkingen zijn de hersenen van verslaafden aan kinderporno nu eenmaal ook anders dan gemiddeld.
Verder zullen de nurture-omstandigheden van deze kinderpornoverslaafden ook vaak een belangrijke rol spelen, zeker daar waar zij opgroeien in een onveilige omgeving waarin de aanwezige verkeerde seksuele prikkels in plaats van gekanaliseerd en gedempt juist opgewekt, aangemoedigd, opgedwongen en/of versterkt worden.

Druppels op een gloeiende plaat

Wie denkt dat je kinderporno (liefhebbers) kunt verbannen uit deze wereld, moet ik teleurstellen: dat zal nooit gebeuren. Net als dat je het kwaad in het algemeen nooit zult kunnen uitroeien. Dus blijft er maar één mogelijkheid over: accepteren dat het er is en proberen het te kanaliseren en in zo acceptabel mogelijke banen te leiden. 
Eén belangrijke “Zeg nooit nooit”-toevoeging van het type wetenschapper dat ik ben, heb ik nog wel: ik houd er altijd ergens rekening mee dat er ooit in de verre toekomst een dag zal aanbreken waarop de wetenschap zover is dat extreme afwijkingen en stoornissen in de hersenen aangepakt kunnen worden waardoor ze niet meer voorkomen. De tijd zal het leren. Al zal ik dat niet meer meemaken.
Hoe menselijk en begrijpelijk ik het walgen van kinderporno (liefhebbers), pedofielen, pedoseksuelen en alles daar omheen - inclusief het bestrijden door verspreiden - ook vind, lost het blindstaren op die walging an sich natuurlijk niets op. Om iets positiefs te veranderen aan de situatie zul je toch als eerste het probleem moeten erkennen. Waarna het bij de volgende stap verstandig is om behalve aan handhavingsmaatregelen ook aan mogelijke alternatieve, meer preventieve methoden te gaan denken. Want hoe goed en belangrijk ik het werk ook vind van de politiemannen bij Pauw, vrees ik dat dit soort inspanningen slechts druppels zijn op een gloeiende plaat.
Zoals uit de gesprekken bij Pauw helaas al duidelijk werd, neemt kinderporno in deze keiharde wereld de laatste tijd alleen maar enorm toe en dus vrees ik dat daar waar er aan de ene kant een kinderpornonetwerk wordt opgerold er aan de andere kant weer even snel een nieuw, waarschijnlijk groter netwerk zal opduiken.
Het maken en verspreiden van kunstmatige kinderporno (en dit mogelijk maken door een wijziging in de wet*) lijkt mij een stuk geschikter als poging om daadwerkelijk structureel iets aan het probleem te doen. Preventie - wat voor mij hier inhoudt: het zoveel mogelijk voorkomen dat echte kinderen voor kinderporno worden ge-/misbruikt - blijft tenslotte altijd veel beter dan handhaving.

Een column schrijven zonder achtergrondinformatie op te zoeken; het is me gelukt, maar het was zéér onverstandig!* Al besef ik wel dat vanaf het moment van publiceren van deze column mijn naam en het woord “kinderporno” voor eeuwig in één zin te vinden zijn op het internet. Walgelijk, maar wel de realiteit...








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


* BELANGRIJK: zie interessante en nuttige opmerking/reactie onderaan bij Opmerkingen! 

1 opmerking:

  1. Op bredanieuws.nl kwam deze interessante en zeer terechte reactie/kritiek op mijn column:

    Het idee mag briljant lijken er is echter één klein probleempje: de wet staat het niet toe. Virtuele kinderporno is strafbaar.
    Men kan niet eens onderzoeken of dit een goed idee is. Wetenschappers die willen weten of kinderpornokijkers ook met virtuele kinderporno uit de voeten zouden kunnen, mogen dergelijk materiaal niet gebruiken.
    Uw aanname dat kinderpornokijkers en pedofielen per definitie dezelfde zijn, is onjuist. Meerdere onderzoeken tonen aan dat van alle daders van seksueel kindermisbruik 'slechts' circa 20% pedofiel is. De rest van de daders, dat is dus 4 van de 5 daders, zijn wat u noemt "gewone normale mensen".
    Dit bewijst maar weer dat de normen en waarden van iemand niet door zijn geaardheid worden bepaald. Er is kennelijk iets anders in het spel maar dat is nog zo'n groot taboe dat we het daar maar niet over gaan hebben.
    Ik ben het met u eens dat virtuele kinderporno misschien een goed middel is voor hen die (menen) behoefte (te) hebben aan kinderporno. Helaas, de wet staat het niet toe een tekeningetje te maken van kinderen en seks.
    Wat wellicht ook zou helpen om pedofielen op een recht pad te houden: minder stigmatiseren. De cijfers hierboven geven geen aanleiding om van pedofielen demonen te maken, en de 80% van de daders gemakshalve maar niet te noemen.
    Ik kan u dus alleen maar adviseren: de volgende keer aub wel uw achtergrondonderzoek doen. Zo voorkomt u dat vervalt in stigmatiserende (en onjuiste) teksten. Stigmatiseren is fout. Altijd.

    Op bredanieuws.nl heb ik als volgt hierop gereageerd:

    Bedankt voor deze interessante en nuttige reactie. Dit is een hele goede les voor mij. Normaal schrijf ik alleen maar columns nadat ik me goed heb verdiept in het onderwerp en het is veelzeggend (Edward Snowden, privacy, angst, schaamte etc.) dat ik dat hier niet aandurfde gezien de gevoeligheid ervan.
    Hierdoor mist deze column de kennis die essentieel is en had die dus nooit op deze wijze mogen worden geschreven.
    Nogmaals een goede les voor mij en de eisen die ik aan mezelf stel voor mijn columns. De volgende keer doe ik het zeker anders!

    mvg Tonko Lumn

    BeantwoordenVerwijderen