maandag 29 februari 2016

228. Racisme vs. Soort zoekt soort

Actualiteit en privé - Racisme en discriminatie 

 







Politieke statements

De Oscars zijn weer uitgereikt. En ja hoor, eindelijk konden ook Leonardo DiCaprio (beste acteur) en de 87-jarige Italiaanse componist Ennio Morricone (beste muziek) het felbegeerde beeldje mee naar huis nemen.
Zoals te verwachten, werd de trend van de afgelopen jaren voortgezet om tijdens de bedankspeeches politieke statements te maken. Waar de een opkwam voor de LGBT (Lesbian Gay Bisexual Transgender) community, riep de ander het Vaticaan op om op te treden tegen seksueel geweld in kerken en deed Lady Gaga daar nog een schepje bovenop door aandacht te vragen voor alle slachtoffers van seksueel misbruik.


Het toppunt van hypocrisie

De trend roept gemengde gevoelens bij me op. Wat ik heel mooi vind, is om van de winnares van de Oscar voor “Beste Korte Documentaire” te horen dat de Pakistaanse premier Nawaz Sharif haar heeft verteld dat hij de wetgeving over eerwraak wil gaan veranderen na het zien van haar film. Dat kan ik enorm waarderen, omdat het hier gaat om een Pakistaanse filmmaakster (Sharmeen Obaid Chinoy) die vanuit idealistische motieven over dit gevoelige onderwerp een documentaire heeft gemaakt en zij nu hoop mag koesteren dat er door alle aandacht voor haar Oscar daadwerkelijk een verandering in gang zal worden gezet.
Meer moeite heb ik echter met een Leonardo DiCaprio die in zijn speech een link probeert te leggen tussen de ruige Amerikaanse wildernis waarin zijn actiefilm “The Revenant” afspeelt en het gevaar van de klimaatverandering. Ik vraag me af wat voor prachtige statements we in de toekomst nog kunnen verwachten. Misschien een Tom Cruise die na het winnen van een Oscar voor zijn volgende actiefilm een pleidooi houdt voor aanscherping van het Amerikaanse wapenbeleid? Op mij komt het allemaal een beetje over als een winnares van een Miss World Verkiezing die uitroept dat ze hoopt dat er nu eindelijk wereldvrede komt. Oprecht of het toppunt van hypocrisie?
 

Racisme

Uiteraard werden er door de (zwarte) presentator van de avond acteur/comedian Chris Rock veel grappen gemaakt over de actuele #OscarsSoWhite discussie die draait om de vraag of racisme ten grondslag ligt aan het gegeven dat zwarte acteurs minder prijzen winnen dan hun witte collega’s.
Ik ben geen kenner van Hollywood, maar ik neem aan dat de filmwereld net als vrijwel alle elitaire werelden nog steeds gewoon gedomineerd wordt door rijke, witte mensen/mannen. En ja, dan kun je er gif opnemen dat de jury’s ook worden overheerst door rijke witte mensen, waardoor de kansen van zwarte acteurs per definitie kleiner zullen zijn. Triest maar waar.
 

Soort zoekt soort

Ondanks dat racisme overal voorkomt en altijd zal blijven bestaan, moet je bij dit gevoelige onderwerp wel beseffen dat de dunne scheidslijn tussen racisme en de soort-zoekt-soort voorkeur soms wel heel gemakkelijk gepasseerd wordt.
Als voorbeeld neem ik mezelf. Ik ben een alleenstaande, hoogopgeleide, gescheiden witte man/co-ouder met drie puberkinderen. Niet dat ik dringend op zoek ben naar een partner, maar als ik op een dag zou besluiten om dat wel actief te gaan doen dan zou mijn voorkeur uitgaan naar een vrouw met een vergelijkbaar profiel.
De kans dat ik in dat geval zal uitkomen op een alleenstaande (logisch), hoogopgeleide, witte vrouw/co-ouder acht ik behoorlijk groot. Niet omdat ik racistisch ben, maar simpelweg omdat ik ben opgegroeid in een omgeving met vergelijkbare mensen als ik, waardoor ik met vriendschappen en relaties ook vaak uitkom bij dezelfde soort mensen. Dat voelt meer vertrouwd, je bent eraan gewend etc. Iets wat overigens niet aan mij ligt, maar wat je gewoon kunt beschouwen als een algemene regel, omdat dat voor de meeste mensen geldt: soort zoekt soort!
Hierdoor zal de kans per definitie statistisch kleiner  zijn (maar nog steeds niet ondenkbaar, want anders zou ik dus wél racistisch zijn!) dat ik ooit met een zwarte vriendin thuiskom. Maar wie mij om deze reden zal betichten van racisme kent de definitie van het woord niet. Niet voor niets is een van de levenslessen aan mijn kinderen dat zij mensen altijd moeten beoordelen op hun gedrag en niet op hun uiterlijk, afkomst, opleiding enzovoort.
 

Soulmuziek

Hoe gewoon het soort-zoekt-soort-principe is, zien we vaak genoeg in de media. Bij De Wereld Draait Door (DWDD) valt het mij bijvoorbeeld altijd op dat als er weer een keer een “zwart” onderwerp passeert als Nelson Mandela, Martin Luther King, James Brown, soulmuziek (de Zwarte Lijst), achtergrondzangeressen (veelal zwart), racistische rellen in de Verenigde Staten et cetera, dat dan onmiddellijk zwarte gasten als bijvoorbeeld Sylvana Simons worden opgetrommeld om hun mening erover te geven. Waarbij ik dan altijd denk van kunnen witte mensen hier soms geen mening over hebben, kunnen witte mensen soms geen liefhebber zijn van soulmuziek?
Het antwoord hierop zal "Ja" zijn, maar het aanbod liefhebbers is wel kleiner. Niet omdat bijvoorbeeld witte muziekliefhebbers racistisch zijn, maar simpelweg omdat zwarte muziekstijlen hun wortels hebben in de zwarte cultuur en er dus statistisch gewoon meer zwarte mensen naar soulmuziek luisteren dan witte mensen. Soort houdt van soort en zoekt dus ook naar soort. En dat zal voorlopig nog wel zo blijven. Waarbij je je kunt afvragen of dat erg is. Ik denk persoonlijk dat daar niks mis mee is. Het is menselijk.

Ja, racisme versus soort zoekt soort: het blijft een boeiend doch gevoelig onderwerp...









Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 28 februari 2016

227. Angst voor beroemdheden

Actualiteit - Seksueel Misbruik - Verkrachting - Roem

 






Jimmy'll Fix it

Jimmy Savile was in Engeland een beroemde televisiepersoonlijkheid. Meer dan veertig jaar werkte hij voor de BBC als dj en presentator van populaire programma’s als “Top of the Pops” en “Jimmy’ll Fix it” waarin hij wensen van met name kinderen (!) in vervulling liet gaan.
Maar helaas bleek Jimmy daarnaast nog veel meer te "Fixen" (beter gezegd: hij maakte meer kapot dan hij fikste) en was hij vooral druk bezig met het vervullen van zijn eigen wensen of, beter gezegd, behoeften. Pas na zijn dood in 2011 werd duidelijk dat hij gedurende al die jaren honderden kinderen en volwassenen seksueel had misbruikt; in gebouwen van de BBC, in ziekenhuizen, in scholen, in zijn caravan en soms zelfs bij kinderen thuis.
 

The BBC failed you

Naar aanleiding van de conclusies van een onderzoek naar het jarenlange seksuele misbruik door Jimmy Savile bood directeur Lord Hall van de week namens de BBC zijn excuses aan de slachtoffers aan: “The BBC failed you when it should have protected you. I’m deeply sorry for the hurt caused.”
Natuurlijk horen dit soort openbare excuses te worden gemaakt op momenten dat onderzoeksrapporten de harde werkelijkheid aantonen en het duidelijk is geworden dat weglopen voor de eigen verantwoordelijkheid niet meer kan, maar als slachtoffer koop je er natuurlijk niets voor. Of moet een voor zijn leven getraumatiseerd slachtoffer nu zeggen van “Bedankt Lord, zand erover!”?
Wat de BBC te verwijten valt, is het feit dat er onder het BBC-personeel mensen bleken te zitten die wel degelijk op de hoogte waren van de praktijken van Savile maar er niets van zeiden. Hun zwijgen - waardoor Savile al die tijd ongestoord door kon gaan met zijn walgelijke misdaden - bleek vooral voort te komen “uit angst en eerbied voor beroemdheden”.
 

De mens heeft beroemdheden nodig

Wat is het toch allemaal met de verkrampte wijze waarop de gewone mens omgaat met (of opkijkt tegen) beroemdheden? Waarom lachen mensen extra hard als een premier een vel vol grappen voorleest die door een team van professionele comedians is samengesteld en zou dat een heel ander verhaal zijn als u of ik diezelfde grappen zou oplezen? Waarom wordt er op een moment dat een oud-politicus dood in haar garage wordt aangetroffen een team van tientallen rechercheurs op de zaak gezet en zal de prioriteit een stuk lager liggen als mijn buurvrouw het slachtoffer zou zijn? Waarom is het wel belangrijk nieuws als een prinsesje tijdens wintersport haar been breekt, maar kraait er geen haan naar al die andere passagiers van gipsvluchten?
Natuurlijk, de mens heeft beroemdheden nodig. Als voorbeeld, om tegen op te kijken. Als hoop en inspiratie, om ooit op een dag misschien hetzelfde te bereiken. Als geruststelling, op een moment dat het met een beroemdheid ook niet helemaal lekker gaat. Als droombeeld, om lekker bij weg te fantaseren over hoe mooi zo’n leven moet zijn met al die miljoenen. Of om gewoon je gevoelens van jaloezie en frustratie bij kwijt te kunnen.
 

If we sexual abuse children, do we not deserve prison time?

Tot zover kan ik het nog volgen. Maar waar ik echt afhaak, is als mensen bij dit alles helemaal vergeten dat we ook bij beroemdheden te maken hebben met hele gewone mensen. Mensen die behalve goede ook slechte eigenschappen hebben. Die ook hun ups en downs in het leven kennen. Die ook in meer of mindere mate worstelen met familie, relaties en vriendschappen. Die naarmate ze ouder worden ook meer rimpels krijgen en de eeuwige strijd met de weegschaal dreigen te verliezen. Of anders gezegd: als je beroemdheden prikt, bloeden ze dan niet; als je beroemdheden kietelt, lachen ze dan niet en als je beroemdheden vergiftigt, gaan ze dan niet dood (met dank aan William Shakespeare - The Merchant of Venice – 1596/1597)?
Mensen die zwijgen als een beroemdheid kinderen misbruikt uit angst of eerbied, puur en alleen vanwege het feit dat het om een beroemdheid gaat, begrijpen niet hoe het werkt. Die begrijpen niet dat beroemdheden ook maar gewone mensen zijn die alleen maar op het gebied van nature en nurture wat meer "geluk" (wat overigens valt of staat met welke definitie je aan dit woord geeft) hebben gehad dan zij zelf, wat hun succes en rijkdom verklaart. Die begrijpen niet dat hoeveel succes beroemdheden ook behalen dit niet inhoudt dat je te maken hebt met onschendbare en onfeilbare goden. Alsof beroemdheden niet zouden kunnen falen of misdaden begaan. Of zoals William Shakespeare het ongeveer zou hebben geformuleerd: “If we sexual abuse children, do we not deserve prison time?”

Als beroemdheid honderden kinderen misbruiken en er tot je dood mee wegkomen, simpelweg omdat je een beroemdheid bent. Het is een scenario wat alleen types als Bill Cosby zal aanspreken (zie column 221)...

 







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

donderdag 4 februari 2016

226. Bedriegen en bedrogen worden

Actualiteit - Sport - Wielrennen - Doping 

 





Plausibele leugen

Wat er al een tijdje aan zat te komen en waar de hele wielerwereld al bang voor was, is nu eindelijk gebeurd: een wielrenner is betrapt op het gebruik van mechanische doping. Tijdens het WK-veldrijden in het Belgische Zolder van afgelopen weekend werd in een van de fietsen van de 19-jarige Belgische wielrenster Femke van den Driessche een hulpmotortje aangetroffen.
Natuurlijk wist Femke nergens van en was deze fiets niet eens van haar maar van een vriend, aan wie ze hem vorig jaar had verkocht, en begreep ze ook niet waarom er een motortje in zat en die vriend had de fiets alleen maar even toevallig tegen hun materiaalbus gezet en toevallig was die vriend ook even groot als zij waardoor men in de veronderstelling was dat het haar fiets was, bla, bla, bla, bla.
Ja, het duurde even voor Femke en haar vader om een mooie, plausibele leugen (soort contradictio in terminis) te bedenken, maar dan heb je ook wel wat. Ik ben meteen overtuigd. Arme Femke, wat een pech toch allemaal meisje!
 

Straks is het einde zoek

Bij De Wereld Draait Door (DWDD) ontstond tussen journalist Erik Dijkstra en oud-wielrenner Rob Harmeling de discussie of mechanische doping nou wel of niet erger was dan gewone doping.
Dijkstra vond het niets uitmaken, omdat het toch allemaal vals spelen is. Als je echt wilt winnen, zul je nu eenmaal alles aangrijpen om dat te bereiken. Dijkstra zou het zelf ook gedaan hebben.
Harmeling daarentegen gaf aan af te haken bij dit soort mechanische dopingpraktijken. Hij vond het “not done”, omdat al die wielrenners die ooit doping hebben geslikt er in elk geval nog wel gewoon hard voor hadden moeten trainen en afzien, terwijl met zo’n hulpmotortje de beste recreant opeens iedereen kan kloppen. “Dan doet je lijf het (werk) niet meer.”
Ondanks dat ik het standpunt van Dijkstra begrijp, ga ik meer mee met de mening van Harmeling. Afgezien nog van het feit dat - zoals oud-wielrenner Michael Boogerd vorig jaar in DWDD over hetzelfde onderwerp al eens zei - het nogal een verschil is of je doping slikt in de wetenschap dat vrijwel iedereen in het peloton hetzelfde doet of dat je de enige (?) bent met een motortje in je fiets. Boogerd voegde hier nog wel aan toe dat als in zijn tijd iedereen met een motortje in het peloton had gereden hij dat natuurlijk ook had gedaan. Sterker nog: hij bekende uiteindelijk dat als hem zo’n motortje was aangeboden tijdens zijn carrière hij waarschijnlijk overstag was gegaan.
Precies om dat idee van een peloton vol fietsen met motortjes ben ik het met Harmeling eens, want op deze wijze is straks toch het einde zoek. Dan blijft er van de essentie van de sport niets meer over. Want is de essentie van de (top) wielrensport tenslotte niet gewoon dat je door middel van het trainen van je beenspieren en uithoudingsvermogen zo hard mogelijk gaat fietsen? Als je dat allemaal gaat vervangen door een motortje, verandert de hele sport in een soort motorrijden. Dan krijg je straks een Tour de France Spartamet (naschrift: of Tour de France E-bikes).
 

Eerste maar waarschijnlijk niet laatste mechanische dopingzondaar

Zo bezien wacht ons straks een vreemde toekomst waarin we kampioenen discuswerpen gaan krijgen die geen discus weggooien, maar een kleine drone, kampioenen boogschieten die via een magneetconstructie altijd in de roos schieten of zeilers die Olympisch goud winnen met hun motorboten waar alleen voor de vorm nog een zeil op zit.
Zo lang als de mens bestaat, bestaat er bedrog; dus ook in de sport. Al tijdens de Olympische Spelen in 1976 in Montreal werd de Sovjet-Russische moderne vijfkamper Boris Onisjtsjenko betrapt op een vorm van mechanische doping. Onisjtsjenko bleek met een gemanipuleerde degen te schermen die steeds wanneer hij op een knopje in zijn handgreep drukte een treffer in zijn voordeel registreerde. Slim, maar ook dom natuurlijk, want het gaat wel opvallen als de machine keer op keer registreert dat je je tegenstander raakt terwijl iedereen kan zien dat dat niet zo is.
Omdat alle nadelen voordelen hebben, kan ik Femke van den Driessche geruststellen: ze wilde iets bijzonders presteren en dat is haar gelukt. Ze krijgt straks op Wikipedia een eervolle vermelding als de eerste wielrenner die officieel betrapt is op mechanische doping. Nog een geruststelling voor Femke: ze zal waarschijnlijk niet de laatste mechanische dopingzondaar zijn.
De affaire zet je natuurlijk aan het denken. Als een 19-jarig meisje bij een kleine sport als dames wielrennen/veldrijden waar je nou niet bepaald rijk van wordt, al bereid is om alles op het spel te zetten door zo vals te spelen (al zou ik niet gek opkijken als de waarheid tragischer blijkt te zijn door de ontdekking dat een pusherige vader de oorzaak van alle ellende was), wat moeten wij dan wel niet denken van de mannenwielerwereld, waarin miljoenen euro’s omgaan en de belangen gigantisch zijn? Voor mij is dan ook niet de vraag óf mechanische doping al eens eerder is gebruikt in het mannenpeloton, maar wanneer precies en door wie.

“Bedriegen en bedrogen worden; niets komt vaker op aarde voor.” (Duitse dichter Johan Gottfried Seume 1763-1810).







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

dinsdag 2 februari 2016

225. Go with the flow my son! (2/2)

Privé - Puberteit - Familie/Gezin

 







Alle voordelen hebben nadelen

Aansluitend op mijn vorige column over het domme puberbrein (zie column 224) heeft het iets ironisch dat als mijn jongste zoon mij in plaats van zijn moeder had gevraagd of het goed was als hij een avond met wat vrienden in mijn huis zou mogen chillen terwijl ik op vakantie was, ik dat echt nooit zou hebben goedgekeurd. De ironie zit ‘m in het feit dat ik bij mijn kinderen bekend sta als de makkelijkste van hun ouders. Wat ik ter verduidelijking absoluut niet zeg om op te scheppen of zoiets, aangezien ik drommels goed weet dat alle voordelen nadelen hebben en andersom. 
 

Kernkwadrantenmodel Ofman

Het kernkwadrantenmodel van Daniel Ofman geeft in zijn eenvoud prachtig weer hoe dit principe van alles heeft voor- en nadelen werkt (zie ook column 17). Ofman redeneert dat elke kernkwaliteit die je bezit weer een valkuil heeft als je teveel van die kwaliteit vertoont en je er bijvoorbeeld in doorschiet. Om dit weer te herstellen en in balans te brengen, zul je de uitdaging moeten aangaan om jouw kwaliteit iets af te vlakken of - anders gezegd - om juist iets te tonen van het tegenovergestelde van die kwaliteit. Waarbij je dan echter weer moet gaan uitkijken dat je daarin niet vervolgens doorschiet, want dan loop je het risico dat je uitkomt bij jouw eigen allergie: het tegenovergestelde van jouw kwaliteit. 
Dus als je bijvoorbeeld makkelijk bent, kun je ook te makkelijk worden (valkuil) waardoor je bijvoorbeeld veel te losjes, 
te meegaand en te lief doet met als gevolg dat je niet serieus genomen wordt en je nul autoriteit hebt. Maar daar kun je weer van leren (uitdaging) door erop te gaan letten dat je je wat assertiever, krachtiger en strenger gaat opstellen. Zou je in deze uitdaging echter weer doorschieten dan loop je het risico dat je uiteindelijk die persoon wordt die je rekent tot jouw eigen allergie: een super streng, autoritair persoon waar iedereen bang voor is. Uiteraard chargeer ik, voordat de suggestie ontstaat dat ik hier mijn ex-vrouw beschrijf...
Wat ik trouwens grappig vond om te lezen bij de voorbeelden van dit kernkwadrantenmodel is wat er wordt genoemd als valkuil van de kernkwaliteit "realistisch": "cynisch"! Hier wordt dus duidelijk de conclusie getrokken dat bij een ieder die (te) realistisch naar de wereld kijkt cynisme op de loer ligt. Dit klinkt misschien hard, maar ik vrees dat het maar al te waar is.
 

Menselijk én hypocriet

Dat ik allesbehalve makkelijk zou hebben gereageerd als mijn zoon mij had gevraagd om tijdens mijn afwezigheid met vrienden een avond in mijn huis te chillen, heeft alles te maken met de realistische dan wel negatieve kijk (het is maar hoe je het interpreteert) die ik op pubers en de puberteit heb. Al ben ik daar ook heel ambivalent in.
Aan de ene kant erger ik mij dood 
aan dat typische, vaak onbetrouwbare en onberekenbare, pubergedrag: erbij willen horen, stoer doen, uitgaan, drinken, roken, drugs, seks, experimenteren etc. Al toen ik zelf een (aparte) puber was, had ik met dit soort groepsgedrag helemaal niets. Niet dat ik zelf geen pubergedrag vertoonde, maar dat uitte zich vooral in opstandig en brutaal gedrag tegen mijn ouders (sorry nog daarvoor mama en papa...). Voor de rest zette ik me vooral af tegen mijn eigen stoerdoenerige leeftijdgenoten die het zo druk hadden met hun imago en met erbij willen horen. 
Aan de andere kant weet ik maar al te goed dat ik als aparte puber niet de meest gelukkige puber was (alleen op de tennisbaan, mijn uitlaatklep, was ik wel happy) en gun ik mijn kinderen uiteraard een veel betere, meer gemiddelde puberteit. Afgezien nog van het feit dat ik drommels goed besef dat hoe irritant pubers soms ook kunnen zijn, het objectief en rationeel bekeken natuurlijk volstrekt normaal gedrag is op die leeftijd.
Ach, ik houd mezelf graag voor dat dit soort gedachten me enkel menselijk maken, én hypocriet. Want ja, laat mijn zoon alsjeblieft een gewone puber zijn die lekker meegaat met de flow en die helemaal losgaat op feesten, maar wel zo lang hij dat maar ergens ver weg buitenshuis doet. 

De meest gemiddelde mensen zijn ook meest gelukkige

In een eerdere column 
(zie column 196) heb ik al eens over mijn hiervoor genoemde ambivalente gevoel - dat een beetje als een rode draad door mijn leven loopt - geschreven.  Ik noem dat in de column "het tennisfeestdilemma". Dit dilemma draait om een soort strijd tussen gevoel en verstand. Waarbij mijn voorkeur, in tegenstelling tot veel anderen, altijd zal blijven uitgaan naar het verstand aangezien ik dat (hoe verrassend) nu eenmaal de meest verstandige keuze vind.
Verstandelijk gezien vind ik dat als je het in je hebt om gewoon mee te kunnen gaan met de flow dat dat altijd de beste keus zal zijn. Wie meegaat met de flow is (of wordt) tenslotte sociaal sterk en creëert zodoende een groot sociaal netwerk met alle bijbehorende voordelen.
Onlangs maakte ik in mijn filosofiegroep een opmerking die hierop aansluit. We spraken over geluk en ik zei dat ik ervan overtuigd ben dat de meest gemiddelde mensen op aarde ook de meest gelukkige mensen zullen zijn. Wat in mijn ogen geen opzienbarende uitspraak is als wel eentje die gebaseerd is op eenvoudige kansberekening en statistiek. Diverse onderzoeken op het gebied van geluk tonen aan dat als we geluk willen vinden we deze het best dichtbij huis kunnen gaan zoeken en dan vooral in onze directe sociale omgeving: familie, relatie, gezin, kinderen, vrienden.
Sociaal gezien zullen de meest gemiddelde personen met (relatief) de meeste mensen klikken en dus kunnen zij voor vrienden en relaties uit de grootste sociale vijver vissen. Hierdoor zullen hun kansen op geluk statistisch gezien het grootst zijn. Piece of cake (in theorie)!

Typisch irritant pubergedrag

De moraal van het verhaal is dat ik vanuit mijn gezonde verstand mijn kinderen altijd zal aanmoedigen om mee te gaan met de flow. Een apart, slim en eigenzinnig kind dat buiten de groep staat en niet meedoet aan feesten, zuipen en experimenteren, klinkt best mooi en helemaal niet verkeerd (en dat is het natuurlijk ook niet!), maar als ouder die zijn kind al het geluk van de wereld gunt, kun je beter hopen op een gemiddeld kind dat zich gedraagt zoals de meeste pubers zich gedragen. 
Hoe goed ik het spel echter ook meespeel door mijn kinderen te blijven stimuleren om vooral met die flow mee te blijven gaan, schiet ik soms keihard uit mijn rol. Toen mijn jongste zoon laatst aankondigde met wat vrienden op zijn kamer te gaan indrinken voor een feest later die avond, kon ik me even niet beheersen. Voordat ik het wist, verliet een uit ergernis voortkomende tactloze opmerking mijn mond: “Ik vind ‘indrinken’ wel een van de stomste woorden die ik ken.”
Een eerlijke opmerking van me weliswaar, want alcohol drinken voordat je je op een feest lam gaat zuipen vind ik inderdaad nogal onbenullig en allesbehalve stoer. Maar ik had natuurlijk als "wijze" volwassene gewoon mijn opmerking moeten inslikken en mijn zoon alleen veel plezier moeten wensen.

Altijd verstandig zijn, valt niet mee. Maar de volgende keer dat
mijn zoon een feest heeft, zal ik ervoor zorgen dat hij niet vergeet eerst in te gaan drinken: go with the flow my son!







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.