Privé - Puberteit - Familie/Gezin
Alle voordelen hebben nadelen
Aansluitend op mijn vorige column over het domme puberbrein (zie column 224) heeft het iets ironisch dat als mijn jongste zoon mij in plaats van zijn moeder had gevraagd of het goed was als hij een avond met wat vrienden in mijn huis zou mogen chillen terwijl ik op vakantie was, ik dat echt nooit zou hebben goedgekeurd. De ironie zit ‘m in het feit dat ik bij mijn kinderen bekend sta als de makkelijkste van hun ouders. Wat ik ter verduidelijking absoluut niet zeg om op te scheppen of zoiets, aangezien ik drommels goed weet dat alle voordelen nadelen hebben en andersom.
Kernkwadrantenmodel Ofman
Het kernkwadrantenmodel van Daniel Ofman geeft in zijn eenvoud prachtig weer hoe dit principe van alles heeft voor- en nadelen werkt (zie ook column 17). Ofman redeneert dat elke kernkwaliteit die je bezit weer een valkuil heeft als je teveel van die kwaliteit vertoont en je er bijvoorbeeld in doorschiet. Om dit weer te herstellen en in balans te brengen, zul je de uitdaging moeten aangaan om jouw kwaliteit iets af te vlakken of - anders gezegd - om juist iets te tonen van het tegenovergestelde van die kwaliteit. Waarbij je dan echter weer moet gaan uitkijken dat je daarin niet vervolgens doorschiet, want dan loop je het risico dat je uitkomt bij jouw eigen allergie: het tegenovergestelde van jouw kwaliteit.
Dus als je bijvoorbeeld makkelijk bent, kun je ook te makkelijk worden (valkuil) waardoor je bijvoorbeeld veel te losjes, te meegaand en te lief doet met als gevolg dat je niet serieus genomen wordt en je nul autoriteit hebt. Maar daar kun je weer van leren (uitdaging) door erop te gaan letten dat je je wat assertiever, krachtiger en strenger gaat opstellen. Zou je in deze uitdaging echter weer doorschieten dan loop je het risico dat je uiteindelijk die persoon wordt die je rekent tot jouw eigen allergie: een super streng, autoritair persoon waar iedereen bang voor is. Uiteraard chargeer ik, voordat de suggestie ontstaat dat ik hier mijn ex-vrouw beschrijf...
Dus als je bijvoorbeeld makkelijk bent, kun je ook te makkelijk worden (valkuil) waardoor je bijvoorbeeld veel te losjes, te meegaand en te lief doet met als gevolg dat je niet serieus genomen wordt en je nul autoriteit hebt. Maar daar kun je weer van leren (uitdaging) door erop te gaan letten dat je je wat assertiever, krachtiger en strenger gaat opstellen. Zou je in deze uitdaging echter weer doorschieten dan loop je het risico dat je uiteindelijk die persoon wordt die je rekent tot jouw eigen allergie: een super streng, autoritair persoon waar iedereen bang voor is. Uiteraard chargeer ik, voordat de suggestie ontstaat dat ik hier mijn ex-vrouw beschrijf...
Wat ik trouwens grappig vond om te lezen bij de voorbeelden van dit kernkwadrantenmodel is wat er wordt genoemd als valkuil van de kernkwaliteit "realistisch": "cynisch"! Hier wordt dus duidelijk de conclusie getrokken dat bij een ieder die (te) realistisch naar de wereld kijkt cynisme op de loer ligt. Dit klinkt misschien hard, maar ik vrees dat het maar al te waar is.
Menselijk én hypocriet
Dat ik allesbehalve makkelijk zou hebben gereageerd als mijn zoon mij had gevraagd om tijdens mijn afwezigheid met vrienden een avond in mijn huis te chillen, heeft alles te maken met de realistische dan wel negatieve kijk (het is maar hoe je het interpreteert) die ik op pubers en de puberteit heb. Al ben ik daar ook heel ambivalent in.
Aan de ene kant erger ik mij dood aan dat typische, vaak onbetrouwbare en onberekenbare, pubergedrag: erbij willen horen, stoer doen, uitgaan, drinken, roken, drugs, seks, experimenteren etc. Al toen ik zelf een (aparte) puber was, had ik met dit soort groepsgedrag helemaal niets. Niet dat ik zelf geen pubergedrag vertoonde, maar dat uitte zich vooral in opstandig en brutaal gedrag tegen mijn ouders (sorry nog daarvoor mama en papa...). Voor de rest zette ik me vooral af tegen mijn eigen stoerdoenerige leeftijdgenoten die het zo druk hadden met hun imago en met erbij willen horen.
Aan de ene kant erger ik mij dood aan dat typische, vaak onbetrouwbare en onberekenbare, pubergedrag: erbij willen horen, stoer doen, uitgaan, drinken, roken, drugs, seks, experimenteren etc. Al toen ik zelf een (aparte) puber was, had ik met dit soort groepsgedrag helemaal niets. Niet dat ik zelf geen pubergedrag vertoonde, maar dat uitte zich vooral in opstandig en brutaal gedrag tegen mijn ouders (sorry nog daarvoor mama en papa...). Voor de rest zette ik me vooral af tegen mijn eigen stoerdoenerige leeftijdgenoten die het zo druk hadden met hun imago en met erbij willen horen.
Aan de andere kant weet ik maar al te goed dat ik als aparte puber niet de meest gelukkige puber was (alleen op de tennisbaan, mijn uitlaatklep, was ik wel happy) en gun ik mijn kinderen uiteraard een veel betere, meer gemiddelde puberteit. Afgezien nog van het feit dat ik drommels goed besef dat hoe irritant pubers soms ook kunnen zijn, het objectief en rationeel bekeken natuurlijk volstrekt normaal gedrag is op die leeftijd.
Ach, ik houd mezelf graag voor dat dit soort gedachten me enkel menselijk maken, én hypocriet. Want ja, laat mijn zoon alsjeblieft een gewone puber zijn die lekker meegaat met de flow en die helemaal losgaat op feesten, maar wel zo lang hij dat maar ergens ver weg buitenshuis doet.
De meest gemiddelde mensen zijn ook meest gelukkige
In een eerdere column (zie column 196) heb ik al eens over mijn hiervoor genoemde ambivalente gevoel - dat een beetje als een rode draad door mijn leven loopt - geschreven. Ik noem dat in de column "het tennisfeestdilemma". Dit dilemma draait om een soort strijd tussen gevoel en verstand. Waarbij mijn voorkeur, in tegenstelling tot veel anderen, altijd zal blijven uitgaan naar het verstand aangezien ik dat (hoe verrassend) nu eenmaal de meest verstandige keuze vind.Verstandelijk gezien vind ik dat als je het in je hebt om gewoon mee te kunnen gaan met de flow dat dat altijd de beste keus zal zijn. Wie meegaat met de flow is (of wordt) tenslotte sociaal sterk en creëert zodoende een groot sociaal netwerk met alle bijbehorende voordelen.
Onlangs maakte ik in mijn filosofiegroep een opmerking die hierop aansluit. We spraken over geluk en ik zei dat ik ervan overtuigd ben dat de meest gemiddelde mensen op aarde ook de meest gelukkige mensen zullen zijn. Wat in mijn ogen geen opzienbarende uitspraak is als wel eentje die gebaseerd is op eenvoudige kansberekening en statistiek. Diverse onderzoeken op het gebied van geluk tonen aan dat als we geluk willen vinden we deze het best dichtbij huis kunnen gaan zoeken en dan vooral in onze directe sociale omgeving: familie, relatie, gezin, kinderen, vrienden.
Onlangs maakte ik in mijn filosofiegroep een opmerking die hierop aansluit. We spraken over geluk en ik zei dat ik ervan overtuigd ben dat de meest gemiddelde mensen op aarde ook de meest gelukkige mensen zullen zijn. Wat in mijn ogen geen opzienbarende uitspraak is als wel eentje die gebaseerd is op eenvoudige kansberekening en statistiek. Diverse onderzoeken op het gebied van geluk tonen aan dat als we geluk willen vinden we deze het best dichtbij huis kunnen gaan zoeken en dan vooral in onze directe sociale omgeving: familie, relatie, gezin, kinderen, vrienden.
Sociaal gezien zullen de meest gemiddelde personen met (relatief) de meeste mensen klikken en dus kunnen zij voor vrienden en relaties uit de grootste sociale vijver vissen. Hierdoor zullen hun kansen op geluk statistisch gezien het grootst zijn. Piece of cake (in theorie)!
Typisch irritant pubergedrag
De moraal van het verhaal is dat ik vanuit mijn gezonde verstand mijn kinderen altijd zal aanmoedigen om mee te gaan met de flow. Een apart, slim en eigenzinnig kind dat buiten de groep staat en niet meedoet aan feesten, zuipen en experimenteren, klinkt best mooi en helemaal niet verkeerd (en dat is het natuurlijk ook niet!), maar als ouder die zijn kind al het geluk van de wereld gunt, kun je beter hopen op een gemiddeld kind dat zich gedraagt zoals de meeste pubers zich gedragen.
Hoe goed ik het spel echter ook meespeel door mijn kinderen te blijven stimuleren om vooral met die flow mee te blijven gaan, schiet ik soms keihard uit mijn rol. Toen mijn jongste zoon laatst aankondigde met wat vrienden op zijn kamer te gaan indrinken voor een feest later die avond, kon ik me even niet beheersen. Voordat ik het wist, verliet een uit ergernis voortkomende tactloze opmerking mijn mond: “Ik vind ‘indrinken’ wel een van de stomste woorden die ik ken.”
Een eerlijke opmerking van me weliswaar, want alcohol drinken voordat je je op een feest lam gaat zuipen vind ik inderdaad nogal onbenullig en allesbehalve stoer. Maar ik had natuurlijk als "wijze" volwassene gewoon mijn opmerking moeten inslikken en mijn zoon alleen veel plezier moeten wensen.
Altijd verstandig zijn, valt niet mee. Maar de volgende keer dat mijn zoon een feest heeft, zal ik ervoor zorgen dat hij niet vergeet eerst in te gaan drinken: go with the flow my son!
Een eerlijke opmerking van me weliswaar, want alcohol drinken voordat je je op een feest lam gaat zuipen vind ik inderdaad nogal onbenullig en allesbehalve stoer. Maar ik had natuurlijk als "wijze" volwassene gewoon mijn opmerking moeten inslikken en mijn zoon alleen veel plezier moeten wensen.
Altijd verstandig zijn, valt niet mee. Maar de volgende keer dat mijn zoon een feest heeft, zal ik ervoor zorgen dat hij niet vergeet eerst in te gaan drinken: go with the flow my son!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten