maandag 16 juli 2012

20. Verwende snotaap

Actualiteit en privé - Familie - Sport - Roem



Geweldig om beroemd te zijn

Net als bijna de helft van alle gestarte Nederlandse wielrenners hield ook Robert Geesink het onlangs in de Tour de France voor gezien. Waardoor de Tour van Geesink net als die van een jaar geleden eindigde in een deceptie. Een glimlach kon ik niet onderdrukken bij het horen van dit nieuws. Maar dat heeft een reden.
Twee jaar geleden begon de Tour in Nederland en werd Geesink knap zesde in het eindklassement. Of vijfde moet ik nu zeggen, want inmiddels is de toenmalige winnaar Contador door dopinggebruik uit de uitslagenlijst geschrapt (zie column 3). En wellicht wordt Geesink op deze manier zelfs ooit - met terugwerkende kracht - Tourwinnaar. Je weet maar nooit. 
Met mijn jongste zoon was ik destijds naar de Tour-proloog in Rotterdam geweest. Na die Tour van 2010 besloot ik met mijn oudste zoon naar het wielercriterium in Stiphout te gaan. Niet dat hij een groot liefhebber van wielrennen is. Zeker niet. Maar hij heeft iets met beroemde mensen. Het lijkt hem geweldig om beroemd te zijn zoals zijn voorbeeld Johnny Depp: “Dan ben je rijk en vindt iedereen je aardig.”

Als je wint, heb je vrienden

Ik zou Tonko (en zijn vader) niet zijn als ik hem niet zou vertellen dat dat niet zo simpel ligt en dat beroemd zijn ook zijn nadelen heeft.  Tenslotte heeft ieder voordeel ook zijn nadelen en is bewonderen sowieso niet mijn ding (zie column 7).
Niets is zo betrekkelijk en vergankelijk als faam en roem: “What goes up, must go down.” Dus vertel ik hem bijvoorbeeld het verhaal van de niet zo snuggere bokser Mike Tyson. Ik vermoed trouwens dat Tyson al niet snugger was voordat hij ging boksen. Wat niet handig is, aangezien de klappen die je incasseert bij boksen je IQ nou ook niet bepaald verhogen. Op het toppunt van zijn carrière had Tyson een enorme vriendenkring waarnaar hij ontzettend gul was. Toen hij echter een paar jaar later aan de grond zat, bleken tot zijn grote verbazing al zijn “vrienden” opeens als sneeuw voor de zon te zijn verdwenen. Hij begreep er helemaal niets van. Over hoe naïef een mens kan zijn... “Als je wint, heb je vrienden” zongen Herman Brood en Henny Vrienten niet voor niets al in 1984.
 

Harry Potter

Ik sla wel eens door in mijn verhalen. Dan vertel ik mijn zoon dat je om beroemd te worden behalve talent en doorzettingsvermogen ook nog geluk nodig hebt. En dat er achter elke Johnny Depp tien andere “Johnny Depps” zitten die het niet gered hebben. Niet omdat ze minder talent en doorzettingsvermogen hadden dan de echte Johnny Depp, maar simpelweg omdat ze net even dat geluk ontbeerden dat nodig was om eruit gepikt te worden.
Zo vermoed ik dat er momenteel ergens in Engeland een onbekend jongetje rondloopt dat tijdens de auditie voor de hoofdrol van de Harry Potter-films de nummer twee was na de uiteindelijke winnaar Daniel Radcliffe. Of hoe klein het verschil tussen onbekend en beroemd soms kan zijn (in euro’s echter - op dit moment - ongeveer veertig miljoen).
 

Anti-climax van hier tot gunter

“Het lijkt wel of je niet wilt dat ik fan ben van Johnny Depp” riep mijn zoon een keer. Hij had gelijk. In mijn enthousiasme sla ik soms door met mijn “levenslessen” en vergeet ik hem gewoon lekker kind te laten zijn.
Toen ik mijn zoon verteld had over Geesink en zijn prestaties wist hij dat dat de "beroemdheid" was waarvan hij een handtekening wilde hebben. Na de wielrenners een aantal uren saai om de kerk te hebben zien fietsen, was het moment eindelijk daar. Mijn zoon stond met pen en papier klaar om voor het eerst van zijn leven een handtekening van een “beroemdheid” te krijgen.
Daar kwam Geesink aan op zijn fiets… daar passeerde hij ons... en daar verdween hij als een fietsende dief in de nacht heel snel uit zicht. Zonder in de remmen te knijpen. Zonder enige aandacht te schenken aan het groepje kinderen dat de hele avond op dit ene moment had gewacht. Een anti-climax van hier tot gunter.
 

Mijn broek zakte af

Mijn zoon kreeg tranen in zijn ogen. Mijn broek zakte af van de arrogantie van deze verwende snotaap. Wat dacht ie wel. Ik weet ongeveer wat een bekende wielrenner vangt per criterium en het minste wat je daarvoor van zo’n geldwolf terug mag verwachten is dat hij zijn jonge fans bedankt met wat aandacht en handtekeningen.
Het heeft ook met (een gebrek aan) inlevingsvermogen te maken. Van iemand als Geesink mag je toch verwachten dat hij zelf als klein jongetje ook wielerhelden had waartegen hij opkeek. Hoe zou hij het hebben gevonden als zijn idool zo deed?  
Ik schrijf nooit klachten naar instanties, maar voor alles is een eerste keer. Op mijn boze mail reageerde de Rabobank met het sturen van een stom PR-pakketje.  Maar het maakt niet uit. Als gerechtigheid bestaat, zal Geesink  het weten. Nooit meer zal hij het niveau van toen halen. Nooit meer komt hij zelfs in de buurt. Altijd zal hij zich blijven afvragen waar het mis is gegaan…
 
Alleen ik weet het. Stiphout, dinsdag 27 juli 2010 rond 22.40. De fout van zijn leven. 

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

zaterdag 7 juli 2012

19. Humor is ook een kwaliteit!

Privé - Familie - Humor - DNA en genen - Filosofie - Werk



Mijn zoon heeft mijn humor

“Met jouw humor kun je cabaretier worden” zei de juf tegen mijn zoon na zijn optreden tijdens de bonte avond van het schoolkamp. Behalve dat ze om hem moest lachen, doelde ze hiermee op het feit dat hij niet lachte om zijn eigen grappen.
Mijn zoon heeft mijn humor zeg ik niet zonder trots. Dat zie ik al jarenlang, maar onlangs trok hij die conclusie zelf ook. “Ik merk dat ik meer jouw humor heb dan die van mama.” Leuk om te horen en niet erg voor mama, want zijn moeder heeft weer andere kwaliteiten. Althans daar ga ik voor het gemak maar even van uit... Over humor gesproken. Nee hoor, dat is iets wat ik sowieso regelmatig benadruk naar mijn kinderen toe. Sommige kwaliteiten hebben ze van mama en andere van mij en de rest (er blijft gelukkig genoeg over) hebben ze van zichzelf.


Ongeschreven blad

Zelf geloof ik erg in de werking van genen. Kijk maar naar een willekeurig kind en zijn ouders en je ziet een heleboel overeenkomsten. Al is dat in de wetenschap zo langzamerhand steeds minder een geloof als wel een feit. De “nature” lijkt het daarin steeds meer te winnen van de “nurture”.
Het is haast onvoorstelbaar te bedenken dat veel mensen in navolging van filosofen als Aristoteles, Thomas van Aquino en John Locke, nog in de jaren zestig dachten dat een kind als een ongeschreven blad ("tabula rasa" = effen, lege plank) op de wereld kwam.
Kijkend naar mijn kinderen wordt mijn “geloof” in genen met de jaren ook steeds sterker. Waar ik vroeger bijvoorbeeld dacht dat mijn oudste zoon vooral op mij leek, zie ik bij hem nu ook steeds meer eigenschappen en kwaliteiten van zijn moeder terug. Wat mede verklaart waarom wij af en toe met elkaar botsen en ik daarbij patronen herken vanuit mijn gestrande huwelijk met zijn moeder/mijn ex. Niet vreemd en helemaal niets mis mee, want zo hoort het natuurlijk ook: kinderen zijn het "product" van twee ouders en zullen daarom altijd iets van beiden in zich hebben.
 

Je moet meer je humor gebruiken

Maar de humor heeft mijn (jongste) zoon dus van mij en ik vertelde hem dat hij dit compliment van zijn juf moest onthouden. “Humor is ook een kwaliteit! Vergeet dat nooit!” sprak ik hem plechtig toe.
Ik spreek uit ervaring, want lang geleden zei iemand ooit hetzelfde tegen me tijdens een sollicitatietraining: “Jij moet veel meer je humor gebruiken, want dat is een kwaliteit van je”. Ik had beter moeten luisteren naar die man, want eigenlijk heb ik met dit advies te weinig gedaan. Eén gebeurtenis schiet me te binnen waarbij ik mijn humor wél goed heb gebruikt.
 

Dertien-in-het-dozijn toespraakjes

Jaren geleden moest ik een toespraak houden op mijn werk. Tijdens de presentatie van een project waarvoor elke afdeling één spreker moest “aanleveren”. Ik was dus de gelukkige namens mijn afdeling. De dag voor de presentatie hadden alle sprekers een generale repetitie. Hierbij oreerden we allemaal onze dertien-in-het-dozijn toespraakjes aan elkaar om er zeker van te zijn dat er zich straks niemand per ongeluk zou vermaken tijdens de presentatie.
Die avond lag ik in mijn bed erover na te denken en ik was niet bepaald tevreden. Ik heb zelf niets met al die cliché toespraakjes. De gemiddelde zakelijke speech vind ik saai en nietszeggend met een hoog interessantdoenerijgehalte.
Slaapverwekkende, inhoudsloze woorden als resultaatgericht, flexibel, innovatief, dynamisch en proactief vliegen je om de oren en geven je een dankbaar gevoel dat je in elk geval twee van deze organen hebt. Inderdaad: één voor "in" en één voor "uit". Niet voor niets kom je dit soort woorden, behalve in vrijwel elke vacature, vooral tegen in elke taalergernis top tien.
Een boeiende speech houden is een kunst die maar zeer weinig mensen beheersen. Maar wellicht ben ik heel kritisch. Ik ben zelfs vaak niet onder de indruk van sprekers waar veel mensen wel enthousiast over zijn. Zo had Adolf Hitler toch echt een probleem gehad als iedereen zo op zijn speeches had gereageerd als ik dat zou hebben gedaan. Had een Wereldoorlogje gescheeld en pakweg 55 miljoen doden.
 

Mijn beste prestatie

Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte dat ik het anders wilde gaan doen. Overigens ook een kwaliteit van me waar ik me altijd te weinig bewust van ben geweest: anders zijn. Wil iemand mijn aandacht trekken en vasthouden bij een toespraak dan zal hij behalve een goed verhaal ook humor moeten gebruiken. Dus die nacht bedacht ik nog even snel een nieuwe toespraak mét humor.
Eind van het verhaal is dat ik de volgende dag mijn praatje hield en ik in mijn leven nog nooit zoveel complimenten heb gekregen als voor die tien minuten. Of dat een goed of slecht teken is, laat ik even in het midden.
Wel is het veelzeggend dat ik deze speech beschouw als mijn beste prestatie in de bijna tien jaar dat ik daar heb gewerkt. Niet omdat het me in mijn werk veel heeft opgeleverd (sterker, anderhalf jaar later was ik er gewoon ontslagen). Niet omdat de speech zo briljant was of zo. Ik hield me in en het had allemaal veel losser en beter gekund. Maar vooral omdat het voor mezelf een soort overwinning was en een les die ik weliswaar al lang kende maar nog veel te weinig had toegepast: wees altijd jezelf. En geloof in jezelf.
Want behalve dat humor een kwaliteit van me is, is afwijkend en anders zijn dat ook. Alleen zit er helaas nog altijd een groot verschil tussen iets weten en het ook daadwerkelijk in de praktijk (durven) toepassen. Daarvoor heb je lef en zelfvertrouwen nodig. Kwaliteiten die ik zeker vroeger een stuk minder had, inmiddels gelukkig wel steeds meer heb maar die nog steeds voor verbetering vatbaar zijn.
Levensles zoveel voor mijn kinderen. Het rijtje wordt steeds langer. Met dank aan de juf waarvan mijn aankomende puberzoon misschien wel meer zal aannemen dan van zijn wijsneuzerige papa.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Afbeelding: Tonko
 

zaterdag 30 juni 2012

18. Klaarkomen van een roos in bloei

Privé - Vriendschap - Psychisch Anders Zijn - HSP - Spiritualiteit



Mannen met overeenkomsten bij elkaar brengen

Donderdagavond had ik een etentje met vijf mannelijke HSP’ers (hoogsensitief persoon). Over hokjes gesproken waarin mensen in deze tijd kunnen worden gestopt (zie column 16).
Ik heb deze groep nota bene zelf “opgericht” door vijf vrienden die elkaar niet kenden bijeen te brengen. Vier van deze mannen meldden mij afgelopen jaar dat ze een HSP zijn. De vijfde houdt niet van hokjes, maar ik vermoed dat hij “het” misschien nog wel het meest is. En dan heb je mij nog.
Al voordat het woord HSP viel, zag ik diverse overeenkomsten tussen deze vrienden waarbij ik simpel redeneerde dat ik met deze wetenschap twee dingen kon doen: niets óf deze mannen bij elkaar brengen om te kijken of het klikte zoals mijn gevoel me zei.
Daarbij speelde nog een motief. Alle mannen zitten in een levensfase waarin ze in meer of mindere mate worstelen met een aantal isues: scheidingen, (geen) werk, fysieke problemen, de dood van een dierbare etc.
Duidelijk voor mij is dat we allemaal zoekende zijn. Door de mannen bij elkaar te brengen, zou er wellicht een bepaalde chemie kunnen ontstaan was mijn simpele gedachte. Om een brok van in mijn keel te krijgen. Maar dat zal wel mijn hoogsensitiviteit zijn. Alhoewel...
 

Niet sensitief genoeg voor label HSP

Mijn conclusie over mezelf: ik ben duidelijk gevoeliger dan een gemiddeld persoon, maar niet sensitief genoeg voor het label HSP.
Wel heb ik een aantal HSP-kenmerken. Zo kan ik bijvoorbeeld niet tegen harde knallen, zoals bij vuurwerk, en ballonnen maken me nerveus. 
Ik moest ooit in mijn diensttijd pistoolschieten waar ik dagenlang tegenop zag. Toen het zover was en ik angstig mijn schoten had gelost, was ik enorm opgelucht dat het voorbij was. Tijdens het klaarmaken voor vertrek, werd mijn naam echter omgeroepen. Ik moest opnieuw schieten omdat ik te weinig punten had gehaald. Dat ik het manneke op de schijf een paar keer prachtig via de grond had geraakt, mocht niet baten. De schietafstand was geloof ik slechts tien meter. Met dartpijltjes was het allemaal geen probleem geweest. Nee, ambitie om huurmoordenaar te worden heb ik nooit gehad.
Verder heb ik niets met groepen en massa’s en ben ik graag alleen. Iets wat ook maar goed is in mijn situatie. Voor mij geldt eigenlijk “Hoe minder zielen hoe meer vreugd”, met name omdat je in kleine gezelschappen tot meer diepgang komt en ik daarvan houd.
Ook heb ik net als veel HSP’ers soms moeite met veranderingen. Al zul je mij niet horen klagen als ik nu de hoofdprijs in de loterij win. Een keertje veranderen kan geen kwaad.
 

When Harry met Sally

Andere HSP-kenmerken heb ik echter weer niet. Zo heb ik geen speciale gevoeligheid op het gebied van eten, geuren, smaken, kledingstoffen etc. Ook heb ik geen moeite met bloederige, gewelddadige (horror!) films, al hebben ze niet mijn voorkeur.
Verder kan ik niet genieten of ontroerd raken op dezelfde wijze als deze mannen dat wel kunnen. Helaas, want daarin benijd ik hen echt.
Op de avond vertelde een van hen bijvoorbeeld wat er door hem heenging toen hij laatst een roos in bloei zag. Toen ik dat hoorde, kreeg ik het onbehaaglijke gevoel dat ik toch echt iets miste in mijn leven. De manier waarop hij dat ervoer, hield ik alleen maar voor mogelijk tijdens het beleven van een seksueel hoogtepunt. Nee, (bijna) klaarkomen van een roos in bloei is mij helaas niet gegeven...
En dan heb ik het nog niet eens over de gepassioneerde, lyrische manier waarop hij vertelde wat er elke keer letterlijk en figuurlijk door hem heen ging als hij “raw food” at. Ik voelde me net die vrouw die Sally observeert in de bekende scène uit de film “When Harry met Sally”. Sally faket hierin een orgasme als ze met Harry in een restaurant aan het eten is. Als de ober aan de observerende vrouw aan het tafeltje ernaast vraagt wat ze wil bestellen, zegt ze knikkend richting Sally "I'll have what she’s having”.
 

Te rationeel voor spiritualiteit

Misschien wel het allergrootste verschil tussen mij en de andere vijf mannen is mijn constatering dat je de rest duidelijk in meer of mindere mate spiritueel kunt noemen, terwijl dat absoluut niet voor mij geldt (zie bijvoorbeeld column 39). Ik beschouw mezelf vooral als een wetenschappelijk en filosofisch persoon (zie column 191). Voor spiritualiteit ben ik veel te rationeel en analytisch, een te grote liefhebber van het vinden van de (objectieve) waarheid door middel van wetenschap en "last but not least" teveel gefascineerd door het verschijnsel dat mensen zo graag willen geloven.
Of er statistieken over bestaan weet ik niet, maar het is niet gewaagd te veronderstellen dat veel HSP'ers spirituele mensen zijn en dat ze daarin van mij verschillen (naschrift: er zijn inderdaad aanwijzingen dat er verbanden zijn tussen hoogsensitiviteit en een hang naar spiritualiteit).    
 

Spelbederver

Maar HSP of niet, ik besef wel dat het geen toeval is dat diverse mensen waar ik een klik mee voel HSP blijken te zijn. Soort zoekt (en vindt) soort tenslotte. Dus of ik het wil of niet: het zegt ook iets over mij (naschrift: alle hoogbegaafden schijnen in meer of mindere mate hoogsensitief te zijn, al werkt dat niet andersom).
Toch voelde ik mij soms een beetje de prikkelende en provocerende eigenwijze spelbederver in het gezelschap. Een advocaat-van-de-duivel-achtige rol die ik met mijn sterke, irritante neiging tot doorvragen en door analyseren sowieso wel vaker pleeg in te nemen.
Laatst had ik ook zo’n moment toen ik wel moest reageren op een stelling in een LinkedIngroep: “Kan een hoogbegaafde nog geloven in God?” Iemand stelde dat je niet hoogbegaafd hoefde te zijn om te beseffen dat het idee dat iets uit het niets kan ontstaan (zoals bij de Big Bang) zonder een schepper larie is. Waarop ik reageerde dat je ook niet hoogbegaafd hoeft te zijn om te beseffen dat dat even grote larie is als het idee dat er een schepper is waarvan we vervolgens ook niet kunnen verklaren waar die dan weer vandaan komt. Die zou dan tenslotte toch ook uit het niets moeten zijn ontstaan, lijkt mij.
Ja, iets van een irritante spelbederver zit wel in me. Maar ik hoop niet dat het gegeven dat ik bij een HSP-toelatingstest wellicht even'veel' punten haal als bij pistoolschieten, straks door de mannen zal worden aangegrepen om me als oprichter nota bene uit de groep te knikkeren.
Het is een prachtige HSP-mannengroep waar ik een hoop van kan leren en waar ik voorlopig dus nog wel deel van wens uit te maken. Desnoods door het faken van een orgasme bij het aanschouwen van een zonsondergang...


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

dinsdag 26 juni 2012

17. Elk nadeel heb z'n voordeel

Actualiteit en privé - Sport - Eigenwijs en koppig - Yin en Yang



Heftige discussies

Een paar weken geleden kreeg ik een mail van een vriend die ik al een tijd niet heb gesproken. Aanleiding van zijn mail was mijn column “Doe het dan lekker zelf joh!”(zie column 13).
Niet vreemd dat hij van zich liet horen, want hij is altijd een fan geweest van Ajax en van Johan Cruijff in het bijzonder. Als je aan Cruijff komt, kom je aan hem zeg maar. Mijn column deed hem herinneren aan de heftige discussies die hij en ik vroeger voerden over sport en vele andere zaken.
 

(Zwarte) Gaten in theorieën

Ik heb hem gerustgesteld door te zeggen dat ik geen Cruijff-hater ben.
Ten eerste was hij natuurlijk een geniale voetballer. Ten tweede kan ik wel lachen om Cruijff. Om zijn eigenwijsheid (zie column 4), zijn koppigheid en zijn enorme overtuigdheid van zijn eigen gelijk.
Laat Cruijff praten met Stephen Hawking en hij vertelt hem ongetwijfeld dat er (zwarte) gaten in zijn theorieën zitten en dat het allemaal heel anders zit. In mijn CV gebruik ik zelfs een bekende quote van Cruijff: “Elk nadeel heb z’n voordeel.” Omdat het, net als de omgekeerde variant, klopt als een bus.
 

Kernkwadrantenmodel Offerman

Het citaat sluit aan op het bekende kernkwadrantenmodel van Daniel Ofman waarin wordt gesteld dat elke kwaliteit een valkuil, uitdaging en allergie heeft.
Wanneer je bijvoorbeeld als kwaliteit hebt dat je standvastig, kordaat en stabiel bent, heeft dat een valkuil. Die valkuil komt naar boven als je hierin doorschiet en je als star, onbuigzaam en inflexibel gaat overkomen. Van daaruit leer je weer wat je uitdaging is: je flexibeler opstellen, meer open staan voor veranderingen en adviezen van anderen etc. Maar als je daarin weer zou doorschieten, kom je terecht bij je allergie oftewel het tegenovergestelde van je kwaliteit: instabiel, besluitloos, wisselvallig etc.
 

Zonder Yin geen Yang

Als je er goed over nadenkt, is het vrijwel onmogelijk om een menselijke eigenschap te bedenken die zo goed (slecht) is dat er geen slechte (goede) variant van te bedenken is. Oftewel alle nadelen (voordelen) hebben inderdaad hun voordelen (nadelen). Zonder Yin geen Yang en vica versa etc.
Als Cruijff dit zou lezen, zou hij ongetwijfeld weten over wie bovengenoemd voorbeeld gaat (ex-bondscoach Bert van Marwijk). In deze voetbalrijke (maar voor Nederland arme - EK 2012) periode is dat ook niet zo moeilijk. Maar zelfs mijn vriend zal beamen dat ook Cruijff zijn nadelen heeft. Al zal Cruijff ongetwijfeld de eerste zijn die dit betwist om vervolgens mijn standpunt te weerleggen met een geniaal citaat.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.
 

 
Johan Cruijff (foto: Wikipedia)
  

16. Geen zin om te praten

Privé - Familie - Selectief Mutisme - Eigenwijs en koppig



Selectief mutisme

Ik sprak laatst een goede vriend die net als ik een zoon heeft die ooit selectief mutisme heeft gehad: een soort ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen ervoor kiezen om in bepaalde sociale situaties voor langere tijd niet te praten.
Weer een nieuw hokje waarin we kinderen kunnen plaatsen. En hoe apart selectief mutisme ook mag zijn, vraag ik me wel eens af hoe lang het nog duurt voordat iedereen in een of ander hokje wordt gestopt. De dag waarop afwijkend de norm is en er geen “normaal” mens meer bestaat, komt steeds dichterbij.
 

Ok, maar dan ga ik niet praten

Het gedrag van zijn zoon kwam voort uit extreme verlegenheid. Bij mijn zoon draaide het vooral om extreme koppigheid. Hij moest naar de crèche, maar wilde dat niet.
Op een dag sprak hij de legendarische woorden: “Ok ik ga, maar dan ga ik niet praten.” Waarop wij zeiden: “Prima hoor, dan ga je toch niet praten.” Achteraf ook legendarisch, omdat wij toen niet beseften dat hij zich daar niet alleen aan ging houden, maar dat ook nog eens bijna drie jaar lang zou gaan volhouden.
 

Maar praat hij thuis dan wel?

Dus zo geschiedde. Hij ging naar de crèche en sprak daar geen woord. Later thuis compenseerde hij dat overigens ruimschoots. “Maar praat hij thuis dan wel?”, was toen een veel gehoorde doch vreemde vraag. Alsof ik dat detail zou vergeten te vertellen. “O ja, nu je het zegt: thuis praat ie ook niet.” Thuis kon je juist goed aan hem merken als hij op de crèche was geweest, want dan praatte hij de oren van je hoofd.
Natuurlijk gaven het aparte situaties. Zeker omdat hij als een echte “selectief mutist” buitenshuis steeds meer momenten uitkoos om niet te praten.
Dan logeerde hij bijvoorbeeld bij mijn ouders en bleek hij daar twee dagen lang helemaal niets te hebben gezegd. Of we waren op wintersportvakantie met mijn schoonmoeder erbij en dan praatte hij alleen met ons, maar niet met haar. Iets waar ik overigens nog wat van had kunnen leren, want er zijn slimmere ideeën dan je schoonmoeder mee te nemen op vakantie. Tegen de tijd dat ik dat besefte en ik mijn vrouw de keus gaf “zij mee of ik”, was het te laat. Het werd “zij” en drie maanden later had ik een ex-schoonmoeder.
 

Fluister het maar in mijn oor

Op een dag moesten zijn ogen getest. De oogarts wees geduldig van alles aan: een huis, een auto, een klok, een kat. Maar mijn zoon zweeg in alle talen. En ik maar proberen: “Zeg maar, wat wijst hij aan? Fluister het anders maar in mijn oor!”
Ik was nog geneigd om te zeggen dat hij “auto” zei om er maar van af te komen. We moesten later nog maar eens terugkomen. Toen we wegliepen, vroeg ik aan mijn zoon: “Wat wees hij nou aan?” “Een huis, een auto, een klok en een kat” was het antwoord. “Maar waarom zei je dat dan niet?” “Ik had geen zin om te praten.” En zo was het.
 

Koppig en standvastig karakter

Eigenlijk had ik me dood moeten ergeren, maar eerlijk gezegd kon ik er ook wel om lachen. Dat iemand zo’n koppig en standvastig karakter kon hebben; ongelofelijk!
Ik weet nog dat ik een keer wilde dat mijn zoon sorry zei. Ik besloot om vasthoudend te zijn en ging de strijd met hem aan. Drie uur lang heb ik erop gewacht. En dan nog. Uiteindelijk mompelde hij iets onverstaanbaars. Ook een ervaren liplezer had er geen kaas van kunnen maken. Maar ik gebruikte maar al te graag al mijn fantasie om ergens in het gemompel het woordje “sorry” te herkennen en ik rekende het goed.
Precies als die mop van die lelijke vrouw die met een papagaai op haar schouder een bar binnenkomt en zegt: "Wie raadt wat voor dier er op mijn schouder zit, mag met me naar bed." Na een lange stilte zegt een man uit medelijden: "Een olifant?" Waarop de vrouw zegt: "Niet precies, maar ik reken het goed."  
 

Vreemde kinderen

Het laatste jaar van de crèche kondigde mijn zoon regelmatig aan dat als hij naar school ging, hij weer zou gaan praten. Ik geloofde hem, want als mijn zoon zoiets zei dan hield hij zich daar aan. Achteraf naïef, want na twee jaar te hebben gezwegen was er natuurlijk een reële kans dat hij nu de knop niet meer om kon zetten.
Het grappige was dat mijn zoon zich non-verbaal prima redde op school. Zo speelde hij gewoon met andere kinderen en had hij ook vriendjes. Met zijn niet praten vond ik hem sociaal zelfs sterker dan zijn oudere broer die wel sprak, maar dat niet altijd even handig deed. Zo sprak hij soms iets te vaak met zijn handen. Maar dat is weer een ander verhaal. Ja, vreemde kinderen heb ik. Zal wel door hun moeder komen…
 

Verbaasde blik

Het mooiste verhaal was toen zijn schattige vriendje Max met zijn blonde krullen bij ons kwam spelen. Terwijl Max in een andere kamer bezig was, kwam mijn zoon me zachtjes vertellen dat hij het ergens niet mee eens was. Opeens kwam Max hard vanuit de andere kamer aanstuiven. Hij keek links en rechts met grote ogen verbaasd om zich heen en vroeg toen aan mij: “Was dat B. die ik daar hoorde praten?”
Max had mijn zoon nooit horen praten en het was duidelijk dat hij niet beter wist dan dat B. überhaupt niet kon praten. De verbaasde blik in Max’ ogen zal ik nooit vergeten.
Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen met mijn zoon. In het najaar gaat hij naar de middelbare school en mag hij zelfs het Gymnasium proberen.
Tijdens het eerste jaar op school werd hij aan zijn selectief mutisme behandeld. Stapje voor stapje werd er met hem geoefend om geluiden te maken: eerst blazen, dan hummen, dan fluisteren enz. Daarna was hij niet meer te houden. Zijn laatste juffen kunnen zich er niets bij voorstellen dat mijn zoon ooit niet heeft gepraat in de klas.

Ze hadden er maar al te graag voor getekend...

  

Tonko
Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

donderdag 31 mei 2012

15. Dood wakker worden

Privé - Familie - Ouderdom en vergankelijkheid - Dood en overlijden



Ik wil niet oud worden

“Ik wil niet oud worden” zei mijn moeder laatst tegen me. “Dat is nu een beetje te laat, mama” zei ik. Mijn moeder is 82. Ze had op televisie gezien hoe iemand gereanimeerd werd en dacht meteen: dat wil ik niet. Een hele geruststelling.
Ik ben 25 jaar geleden hospik in militaire dienst geweest, maar ik hoef nu dus niet bang te zijn dat ik ooit geknield naast mijn moeder in mijn geheugen moet gaan graven over hoe dat reanimeren ook alweer ging. Mijn geheugen is ook niet meer wat het geweest is. Over oud worden gesproken.
 

Vreselijk

Ik wil ook niet oud worden. Elke keer als ik mijn moeder hoor praten over de steeds erger wordende lichamelijke klachten van haar en iedereen om haar heen of over wie er nu weer ziek of dood is, dan besef ik dat.
Ik heb ook zo’n moeder die vaak dingen zegt als: “Weet je dat de moeder van de buurjongen van de vroegere werkster van tante Mies ook kanker heeft?” “Sorry mama, maar ik heb geen idee over wie je het hebt en eerlijk gezegd interesseert het mij ook niet.” Vaak luister ik braaf, want ik hou van mijn moeder. Maar soms heb ik er even geen zin in en ben ik bot.
Nee, ik wil ook niet oud worden. Je wereld wordt steeds kleiner en je leven brokkelt letterlijk elke dag af. Vreselijk. Ik heb ook helemaal niets met die reclames die je vertellen wat je met je geld moet doen na je pensioen. Volgens mij moet je vooral gewoon zorgen dat je voor je 65e hebt geleefd. Of 67e moet ik nu zeggen natuurlijk. Ook dat nog. Mensen gaan steeds later met pensioen en de druk om dan nog iets van je leven te maken wordt alsmaar groter. Ja, na je pensioen begint het genieten pas echt!
 

Morgen begin ik

Ik zie het al voor me. Heb ik jarenlang geld lopen sparen voor na mijn pensioen en dan ben ik 68 en voel ik op een dag wat steken in mijn borst en word ik de volgende ochtend dood wakker. Alles voor niets gespaard. Al zullen mijn kinderen een andere mening hebben. Mij niet gezien. Het maakt niet uit dat ik nu niet lekker in mijn vel zit. Ik moet nu leven. Ik moet nu genieten.
 
Of zoals de luie beer tegen het ijverige varkentje uit een verhaal van Max Velthuijs zei: “Morgen begin ik!”
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

zaterdag 26 mei 2012

14. Zoom, that was your life mate!

Privé - Familie



Geadopteerd

Mijn nichtje gaat trouwen. Ze is de dochter van de vijftien jaar jongere broer van mijn twee jaar geleden overleden vader. Ze komt oorspronkelijk uit Indonesië. Mijn oom en tante hebben haar iets meer dan dertig jaar geleden geadopteerd. Ook haar één jaar oudere broer, mijn neef, is een adoptiekind uit Indonesië.
Toen mijn oom en tante hem als jonge baby hadden gehaald, kwamen ze er na thuiskomst in Nederland achter dat er wat mis was met zijn gezondheid. Zeg maar gerust behoorlijk mis, want hij bleek zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapt te zijn. Een grote klap natuurlijk, want zoiets zet je hele leven op zijn kop.
Ongeveer een jaar later werd mijn nichtje gezond en wel uit Indonesië gehaald. Volgens mij heeft ze een leuke jeugd gehad bij mijn oom en tante, al zal het voor haar waarschijnlijk niet altijd even gemakkelijk zijn geweest met een zwaar gehandicapte broer waar logischerwijs heel veel aandacht naar uitging. En liefde uiteraard. Want als er één ding is waar mijn neef en nicht nooit een tekort aan hebben gehad, dan is dat het wel.
 

Four funerals and a wedding

En nu gaat mijn nichtje dus trouwen. Niet zonder enige gêne moet ik bekennen dat ik haar niet zo goed ken, laat staan haar aanstaande man. We hadden allemaal onze eigen levens en die liepen ook nog eens behoorlijk uit elkaar met een leeftijdsverschil van bijna vijftien jaar.
En dan op een dag ben je opeens dertig jaar verder. Zo gaat dat met het leven. Ik voel me net Basil Fawlty uit de legendarische Engelse comedyserie Fawlty Towers: “Zoom! What was that? That was your life, Mate! Oh, that was quick. Do I get another? Sorry, Mate!”
Met mijn mini-familietje was familie voor mij overigens nooit een begrip. Pas vanaf het moment dat ik kinderen kreeg, is dat langzamerhand gaan veranderen. Nu vind ik familie opeens wel belangrijk.
Dus hopelijk leren mijn kinderen en ik in de nabije toekomst mijn nichtje (en haar man) beter kennen dan tot nu toe is gebeurd. En dan bedoel ik met “beter” vooral beter dan alleen tijdens die momenten waarop familieleden à la de onze elkaar nog plegen te zien: op bruiloften en begrafenissen. Al betwijfel ik het of we nog “Four Weddings and a Funeral” zullen halen met ons formaat familie. Alhoewel die funeral het probleem niet zal zijn. Eerder "Four funerals and a Wedding" dus.
 

Lekker gelukkig met elkaar oud worden

Mijn nichtje was zeventien jaar toen ze mijn bruiloft bijwoonde. En 26 toen ik in scheiding lag. Maar daar had ik geen speciale festiviteit voor georganiseerd. Had wel gekund, want er zijn zat mensen die ook zo’n gelegenheid aangrijpen om een feestje te organiseren. Maar die sporen niet.
Uiteraard hoop ik dat mijn nichtje en haar man datgene gaan bereiken wat elk pas getrouwd stel wil bereiken: bij elkaar blijven tot de dood je scheidt. Lekker gelukkig met elkaar oud worden. Iets wat we allemaal het liefste willen.
Ik ken al één iemand die misschien nóg meer plezier zal hebben tijdens de bruiloft dan het gelukkige bruidspaar: mijn neef. Als het gaat om genieten van het leven kan ik (en velen met mij) nog een hoop van hem leren.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko


vrijdag 27 april 2012

13. Doe het dan lekker zelf joh!

Actualiteit - Politiek en macht - Sport



Geert Wilders en Johan Cruijff

Over de mogelijke beweegredenen van Geert Wilders om heel onverwacht op te stappen uit het Catshuisoverleg waardoor het kabinet Rutte viel, is veel gezegd en geschreven. Ik heb een eenvoudige verklaring. Daarbij gaat het om een parallel met een andere bekende Nederlander: Johan Cruijff.
Je hebt van die mensen die niets leukers vinden dan aan de zijkant kritiek te geven op de gang van zaken. Zo had Cruijff altijd veel aan te merken op het Nederlands elftal en de laatste tijd vooral op het beleid van Ajax.
Ik dacht decennia geleden al over Cruijff: doe het dan lekker zelf joh! Word bondscoach, neem die verantwoordelijkheid en laat zien dat je het inderdaad beter kan. Als Beckenbauer dat kan in Duitsland, waarom jij dan niet in Nederland?
 

Alles te verliezen

Maar dat deed Cruijff nooit. Ik begreep wel waarom: hij had alles te verliezen.
Cruijff was en is voor velen op voetbalgebied een soort God. Als Cruijff bondscoach wordt dan verwachten “wij” dat het Nederlands elftal wereldkampioen wordt. Niets meer en niets minder. Alles wat hij minder presteert, doet enorme afbreuk aan zijn imago. Dan valt hij van zijn voetstuk. Dat weet hij maar al te goed, want Cruijff is niet gek.
Onlangs zagen we precies hetzelfde bij Ajax. Ook daar had hij continu kritiek, maar nam hij niet de verantwoordelijkheid. En als het er even op leek dat hij dat toch ging doen, maakte hij links en rechts met mensen ruzie (al lag de schuld heus niet alleen bij Cruijff) en ging het uiteindelijk allemaal toch niet door. Briljant, al vind ik het zelf behoorlijk doorzichtig.
 

Daar heb je ballen voor nodig

Bij Wilders zie ik precies hetzelfde gedrag. Die man vindt het tien keer leuker om van de zijkant op alles en iedereen kritiek te geven. Maar zelf de verantwoordelijkheid pakken, dat is andere koek. Dat is eng. Dan komt angst opeens om de hoek kijken. Dan moet je uit je comfortzone treden. Om in voetbaltermen te spreken: dan moet je opeens meer gaan verdedigen dan aanvallen. Daar heb je ballen voor nodig.
Overigens ben ik namens Nederland blij dat Wilders geen ballen heeft. Want er is wel één groot verschil tussen hem en Cruijff: met Wilders weet je zeker dat je niets wint.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

12. Lekker wat olifantjes neerknallen

Actualiteit - Monarchie - Dieren - Hypocrisie



Vertrouweling van Franco

Zelfs als niet eigenwijs persoon is het leuk om gelijk te hebben. Concludeerde ik al eerder (zie column 6) dat falende machthebbers bepaald geen uitzondering zijn, afgelopen week besloot koning Juan Carlos van Spanje mijn punt kracht bij te zetten. 
De voormalige vertrouweling van Franco dacht tijdens een dure safarivakantie in Botswana lekker in de anonimiteit wat olifantjes neer te kunnen knallen, maar helaas voor hem brak hij zijn heup. Hierdoor kwam zijn jachttripje aan het licht en dat schoot (!) de Spaanse bevolking in het verkeerde keelgat.
In het land van de stierengevechten was het echter niet het doodschieten van de olifanten dat de meeste ophef veroorzaakte. De Spanjaarden waren vooral kwaad, omdat hun koning het nodig vond om in tijden van economische malaise een duur snoepreisje te maken.    
 

Een stapje dichter richting uitsterven

Het Spaanse WNF (Wereld Natuur Fonds) was wel begaan met de olifanten die door hun voorzitter te grazen waren genomen en eiste een verklaring. Een erelid dat in zijn vrije tijd een bedreigd diersoort een stapje dichter richting uitsterven schiet, geeft tenslotte niet die publiciteit waar je als WNF op zit te wachten.
Dat goede doelenorganisaties gebaat zijn bij zoveel mogelijk publiciteit begrijp ik. Dat ze daarvoor beroemdheden strikken, begrijp ik ook. Maar waar ik afhaak, is als ze beroemdheden binnenhalen puur en alleen om hun bekendheid.
Een beetje goede doelenorganisatie staat ergens voor en wil dat naar buiten uitdragen. Via hun activiteiten, hun personeel en dus ook hun ambassadeurs. Een jager erelid maken van het WNF vind ik net zoiets als Geert Wilders vragen als ambassadeur voor het landelijke anti-discriminatie centrum Art.1: ontzettend ongepast en hypocriet! En denk niet dat Juan Carlos het enige jagende WNF-erelid is. Ook Prins Charles van Engeland en koning Carl Gustaf van Zweden schieten er in hun vrije tijd lustig op los. 
 

Wie oprecht om dieren geeft doodt ze niet

Het WNF bevestigt hiermee mijn al langer bestaande gevoel dat het niet mijn organisatie is. Volgens mij zou het een organisatie moeten zijn die behalve om de natuur ook oprecht om de dieren in die natuur geeft. Vanuit die gedachte zou het WNF zich dus moeten distantiëren van iedereen die dierenleed veroorzaakt.
Eigenlijk is al meteen tijdens de oprichting van het WNF in 1961 de toon gezet toen de vier Engelse oprichters Prins Bernhard vroegen om voorzitter te worden. Prins Bernhard was ongetwijfeld zeer begaan met de natuur, maar als fervent jager iets minder met de dieren.
Mijn standpunt is simpel. Wie oprecht om dieren geeft, doodt ze niet. Ook niet om een of andere drogreden dat “het voor het evenwicht in de natuur beter is”. En als je dan toch zo begaan bent met het herstellen van het evenwicht in de natuur, schiet dan wat van de dieren af die het meest verantwoordelijk zijn voor het verstoren van dat evenwicht: de mens.
Waarmee ik overigens niet wil beweren dat Juan Carlos dat in gedachten had toen hij als achttienjarige jongen zijn veertienjarig broertje Alfonso doodschoot met een pistool.
Vorige maand deed de 13-jarige oudste kleinzoon van de koning nog een mislukte imitatie van zijn opa waarbij hij zichzelf met zijn geweer in zijn voet raakte. Het Spaanse Koningshuis en wapens; hoeveel incidenten heeft Juan Carlos nog nodig om in te zien dat dit een nogal ongelukkige combinatie vormt? 
 
“Man bijt Hond-incident in Spanje: koning tijdens jacht gedood door op geweer springend hert.”

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

woensdag 18 april 2012

11. Wie de goden beminnen, sterft op jeugdige leeftijd

Privé - Dood en overlijden - Drama en tragedie



Kinderen horen niet dood te gaan

Vanochtend was ik met mijn jongste zoon naar een herdenkingsdienst. We namen daar met heel veel mensen afscheid van een jongen uit zijn schaakteam die vorige week omkwam toen hij op de fiets van school naar huis werd geraakt door een rechts afslaande vrachtwagen. Hij was twaalf jaar. Even oud als mijn zoon. 
Kinderen van twaalf horen niet dood te gaan. Kinderen horen überhaupt niet dood te gaan. Kinderen horen volwassen te worden en hun ouders te overleven. Maar helaas gaat het in het leven niet altijd zoals het hoort.
 

Om te huilen

Een drama waar geen woorden voor zijn. Daar kwam nog bij dat het zo’n ontzettend lieve jongen was. Niet dat ik hem kende. Helaas niet. Maar uit de (genuanceerde) verhalen tijdens het afscheid werd wel duidelijk dat het een jongen was met een lief, zachtaardig karakter.
Een jongen die bijvoorbeeld aan het eind van de dag aan zijn ouders en broer vroeg of ze een fijne dag hadden gehad. Een jongen die altijd vrolijk was en niet kwaad kon zijn. Bij ruzies probeerde hij steeds de betrokken partijen met elkaar te verzoenen. Een jongen die na een verloren rugbywedstrijd zijn ploegmaten altijd weer opvrolijkte.
Samengevat: het type mens waar de wereld in mijn ogen juist zo’n enorme behoefte aan heeft. Als tegenwicht tegen al die blaaskaken die haat en wantrouwen zaaien. Om te huilen. En dat is precies wat ik deed. 
 

Levensles 1: het leven is niet rechtvaardig

Ik geef mijn kinderen altijd bepaalde levenslessen mee. Soms tot vervelens toe, hoor ik ze nu denken.  “Ja hoor, daar heb je papa weer met ‘zijn’ kinderen in Afrika”.  
Nummer 1 van mijn levenslessen kennen ze maar al te goed: "Het leven is niet rechtvaardig". Het klinkt misschien hard als levensles, maar het is maar al te waar. De dood van deze jongen is hier helaas opnieuw een bewijs van. Het leven is soms zo oneerlijk.
 

De gebroeders Leeuwenhart

Heel toevallig las ik mijn dochter van negen vanavond de eerste hoofdstukken voor van mijn lievelingsboek “De gebroeders Leeuwenhart” van Astrid Lindgren. We hadden “Matilda” van Roald Dahl net uitgelezen en ik wist dat dit mijn volgende voorleesboek zou zijn. Natuurlijk moest ik meteen denken aan de omgekomen jongen. Voor wie wil weten waarom, raad ik aan om dit prachtige boek te lezen.

“Het zal leeg zijn in de klas zonder onze knappe, vrolijke Jonatan. Maar wie de goden beminnen, sterft op jeugdige leeftijd. Jonatan Leeuwenhart, rust in vrede!”

Uit: "De gebroeders Leeuwenhart" (Astrid Lindgren)

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

zaterdag 7 april 2012

10. Logica van likmevestje

Actualiteit - Tenenkrommende Woorden



Een bruggetje van mijn vorige column 9 over Desi Bouterse (klik hier) naar deze column over nog een tenenkrommend woord dat niet zou moeten bestaan.

Verjaring

Als zijn amnestiewetje niet had gewerkt, hadden we ons echt geen zorgen over onze vriend Bouterse hoeven maken. Dan was deze dictator wel met iets anders gekomen. Ik gok op een nieuw verjaringswetje.
Wie ooit op het briljante idee van verjaring bij rechtszaken is gekomen weet ik niet, maar ik vind het allesbehalve briljant.
De hoofdreden van het invoeren van verjaring is dat zaken na lange tijd vaak heel moeilijk te bewijzen zijn. Naarmate de tijd verstrijkt, gaat het menselijk geheugen achteruit en bepaalde herinneringen worden misvormd of aangepast. Een luie aanklager die moedeloos werd van al die oude zaken waar geen mouw aan te passen viel, kwam met een idee. Als de bewijsvoering van een zaak uit een ver(der) verleden zo’n ernstig probleem is, waarom spreken we dan niet af om zaken die ouder zijn dan een x-aantal jaren niet meer in behandeling te nemen?
 

Totaal irrelevant

Veel mensen zien hier wel de logica van in. Ik niet. Ik vind het een logica van likmevestje.
Als er een misdrijf is gepleegd en je hebt een verdachte zul je met bewijzen moeten komen om de verdachte te kunnen veroordelen. Of het makkelijk of moeilijk is om die bewijsvoering rond te krijgen, is totaal irrelevant. Het draait bij het veroordelen van een verdachte maar om één ding: de bewijsvoering moet sterk genoeg zijn.
Dit houdt in dat hoe langer geleden een misdrijf is gepleegd, hoe meer moeite de aanklager (waarschijnlijk) zal moeten doen om de bewijsvoering rond te krijgen. De hoeveelheid tijd die gepasseerd is, verandert echter niets aan de bewijsvoering die nodig is voor een veroordeling. Een deugdelijke bewijsvoering moet het uitgangspunt van elke rechtszaak zijn en niet de (on)waarschijnlijkheid of die bewijsvoering kan worden gerealiseerd.
Bij verjaring wordt echter al bij voorbaat uitgesloten dat iets uit een verder verleden bewezen kan worden en dat deugt natuurlijk niet. Zo kan ik me gerust zaken voorstellen waarvan ook na vijftig jaar nog uitstekend de bewijsvoering rond te krijgen is.
 

Toetanchamon

En dan heb ik het nog niet eens over dé reden waarom verjaring in deze tijd sowieso echt niet meer kan: DNA. Door de ontdekking van het DNA leven we in een tijd waarin de mens zelfs met behoorlijk aanneembare theorieën kan komen over de precieze doodsoorzaak van Toetanchamon meer dan drieduizend jaar geleden!
Wie in deze tijd de stelling verdedigt dat het ondoenlijk is om met sluitende bewijsvoering te komen over zaken van tientallen jaren geleden, maakt zichzelf belachelijk.
Zijn we voor of tegen het rechtvaardigheidsprincipe? Vinden we dat iemand die (bewezen!) een misdrijf heeft begaan straf verdient, ongeacht hoe lang geleden dat is gebeurd? Of voelen we meer voor: zand erover, we moeten door, de verdachte is al zo oud etc.?

“Deze man is inderdaad de moordenaar van uw dochter. Helaas is de zaak onlangs verjaard. Jammer hè.” 

Verjaring: onmiddellijk afschaffen die handel. Next case!

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

donderdag 5 april 2012

9. Slinks Houdini-trucje

Actualiteit - Politiek en macht - Goed/Kwaad - Dictators



Decembermoorden

“Omstreden amnestiewet in Suriname aangenomen.” Gaap, hoe verrassend. Desi Bouterse en de decembermoorden. Het is net als kijken naar een slechte B-film. Je weet hoe het afloopt en toch blijf je kijken. Decennia lang keert dit onderwerp eens in de zoveel tijd terug in het nieuws en decennia lang weten we al hoe het afloopt: er verandert niets.
Dat Bouterse een drugssmokkelende crimineel met bloed aan zijn handen is, is algemeen bekend. Toch loopt hij al jaren vrolijk vrij rond in Suriname. Sterker nog, hij schijnt er een aardig baantje te hebben. Wat dat zegt over Suriname is een interessante vraag. Maar wat ik me vooral afvraag, is wat dit over de mensheid in het algemeen zegt.
 

Onuitroeibaar

Vergelijk een Bouterse met een Augusto Pinochet van vroeger of een Silvio Berlusconi van nu. De een misschien een grotere schurk en dictator dan de ander, maar allemaal criminelen die nooit berecht zijn voor hun misdaden.
Net als onkruid lijken ze eenvoudigweg onuitroeibaar. Excusez le mot, maar zo’n woord rolt blijkbaar vanzelf uit mijn “pen” als ik hierover schrijf. Als de nood aan de man is, komen de schurken en dictators altijd met een of ander slinks Houdini-trucje waarmee ze steeds opnieuw de dans ontspringen. Iets met onschendbaarheid, immuniteit, amnestie of verjaring doet het altijd goed.
 

Foute mannen

Dat dit tuig ermee wegkomt, is al erg genoeg. Maar het allerergste vind ik nog wel dat ze alleen bij de gratie van hun grote schare bewonderaars ermee weg kunnen komen. Zonder hun enorme populariteit hadden ze toch echt een groot probleem gehad.
Die bewondering van de mens voor het kwaad zal mij altijd blijven fascineren. Vergelijk het met vrouwen die altijd op foute mannen vallen. Ze weten dat hun vent niet deugt, maar dat maakt hem alleen maar aantrekkelijker. Als zo’n man dan ook nog beroemd en rijk is, wordt hij helemaal onweerstaanbaar. Dan maakt het helemaal niet meer uit hoe vaak hij vreemd gaat, hoeveel vrouwen hij mishandelt (of erger) en hoeveel drugs hij gebruikt. Wow, wat een vent!
Als ik ooit populair wil worden, moet ik links en rechts wat onschuldige vrouwen vermoorden. Ok, ik word waarschijnlijk lange tijd opgesloten, maar daar staat wel wat tegenover. De rest van mijn leven ben ook ik verzekerd van een trouwe schare bewonderaars die mij via hun fanmail het gevoel geeft heel bijzonder te zijn. Joran van der Sloot kan erover meepraten. En Bouterse maar vrij rondlopen. Als president. Knap hoor...


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

maandag 19 maart 2012

8. Sommige mensen worden nooit volwassen

Actualiteit en Privé - Politiek en macht - Xenofobie



Maar wij zijn ook kinderen

Mocht ik ooit in een vlaag van verstandsverbijstering zijn vergeten waar de term “kinderachtig” vandaan komt, dan hoef ik alleen maar een tijdje mijn kinderen te observeren en ik weet het weer.
Mijn God, wat kan ik me ergeren aan dat kinderachtige geruzie en het eeuwige vergelijken met elkaar. “Ja maar hij begon.” “Nee, zij.” “Niet waar!” “Wel waar!”. “Misschien kan een van jullie de meest wijze zijn en zwijgen in plaats van steeds op de ander in te gaan.” Mijn naïeve poging om de boel te sussen. “Ja, dat kan ik wel, maar zij niet.” “O nee?” En daar gaan we weer.
“Godsamme, doe toch niet zo on-, on-, ongelofelijk kinderachtig!” roep ik dan uiteindelijk. Waarop mijn dochter van negen laatst de voor de hand liggende opmerking plaatste: “Maar wij zíjn ook kinderen!” En uitgepraat was ik.
 

Gay

Bij kinderen hoort kinderachtig gedrag. Als je daar niet tegen kunt, moet je geen kinderen nemen.
Soms is kinderachtig gedrag keihard. Zo willen kinderen die zich tekort gedaan voelen, boos of teleurgesteld (of gewoon onzeker) zijn zich nog wel eens afreageren op onschuldige buitenstaanders. Meestal kiezen ze dan een of ander kwetsbaar kind uit dat de zwakste schakel vormt, omdat het afwijkt. Het ziet er anders uit, is te dik, te arm of het is juist jaloersmakend rijk of slim. Zo’n kind wordt dan gepest en voor van alles en nog wat uitgemaakt. Bijvoorbeeld voor “gay”, want als ik mijn puberzoon van dertien beluister, is alles en iedereen tegenwoordig gay. Fijn om te horen zeg ik tegen hem. “Gay” betekent tenslotte “vrolijk” en iedere poging om wat positiviteit in deze harde wereld te verspreiden, juich ik van harte toe.
 

Blijven hangen in kinderachtig gedrag

Op de weg naar volwassenheid mag je verwachten dat kinderachtig gedrag slijt en plaats maakt voor meer volwassen gedrag. Daar waar je als kind nog wel eens geneigd bent om heel primair en impulsief te reageren, leer je als volwassene om meer na te denken voordat je handelt: hoe ouder, hoe wijzer.
Toch houd je altijd van die mensen die blijkbaar geen afscheid kunnen nemen van hun jeugd. Die blijven hangen in kinderachtig gedrag. Vooral in slechte tijden; voor hen persoonlijk of voor het hele land tijdens een slechte economie. Dan gaan ze om zich heen kijken of ze ergens zondebokken zien op wie ze hun negatieve emoties kunnen afreageren. Lekker de schuld bij een ander leggen. Het lucht op, de aandacht wordt afgeleid, je hoeft niet kritisch naar jezelf te kijken en fijne bijkomstigheid is dat je opeens immens populair wordt bij mensen met dezelfde soort frustraties.
 

Wat een achterlijke cultuur

De geschiedenis leert ons dat dit soort mensen eens in de zoveel tijd wel weer ergens opduiken. Vooral tijdens recessies wanneer de mensen behoefte hebben aan een charismatisch persoon die hun frustraties begrijpt en die komt met een geruststellende boodschap: het ligt niet aan ons, maar aan “hen”.
De een noemt de joden. Want waren zij eigenlijk niet verantwoordelijk voor het gevoelige verlies van WOI? En valt het jullie ook op dat die joden met hun maffe keppeltjes en lelijke neuzen altijd rijk zijn? De ander heeft zijn oog laten vallen op de Islam. Moeten we die mannen in die vieze jurken met hun vrouwen die, kijkend naar hun sluiers, blijkbaar iets te verbergen hebben, nou echt serieus nemen? Wat een achterlijke cultuur! En wat trouwens te denken van die criminele Polen?
 

Sommige mensen worden nooit volwassen

Tja, xenofobie, de soms paranoïde angst voor of zelfs haat tegen vreemdelingen, bestaat zo lang als de menselijke "beschaving" bestaat. Onbekend maakt onbemind; wat de boer niet kent, vreet hij niet; soort zoekt soort: of we willen of niet, dit zijn allemaal gezegden die iets zeggen over de menselijke aard.
Behalve dat er uiteraard soms
essentiële verschillen zitten tussen voorbeelden van serieuze xenofobie kun je ook objectief vaststellen dat er in de wereldgeschiedenis duidelijke patronen zitten die steeds in de zoveel tijd terugkeren. Geschiedenis herhaalt zich, letterlijk. Maar o wee als je deze simpele overeenkomsten benoemt, want dan ben je opeens “niet goed bij je hoofd”. We zijn er weer. Niet tegen kritiek kunnen, ook al is die gebaseerd op harde feiten. Wat on-, on-, ongelofelijk kinderachtig! Sommige mensen worden nooit volwassen...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Geert Wilders (foto: Wikipedia)

dinsdag 6 maart 2012

7. A Saint is a sinner who keeps on trying

Actualiteit - Nelson Mandela - Nature/Nurture - Goed/Kwaad



Top Celebrity Death Pool

Onlangs werd Nelson Mandela in het ziekenhuis opgenomen met een ontsteking aan de luchtwegen. Zuid-Afrika, de rest van de wereld en niet in de laatste plaats Mandela zelf konden even later gelukkig rustig ademhalen toen hij weer naar huis mocht. 
Met zijn 93 jaar en zwakke gezondheid staat Mandela ongetwijfeld hoog in de “Top Celebrity Death Pool”. De Britten wedden overal om. Zo ook op de te verwachten dood van een beroemdheid het komende jaar. Kun je lekker wedden op Fidel Castro, Margaret Thatcher of Mohammed Ali.
Verwerpelijk natuurlijk en een luguber idee dat er mensen rondlopen die om deze reden een vreugdedansje deden toen Whitney Houston overleed. Ook hierin is de gokwereld meedogenloos: "De een zijn dood...". Je zou zo als beroemdheid met voorkennis (ongeneeslijk ziek, zelfmoordplannen) overigens nog een boel geld voor je nabestaanden kunnen winnen. 
 

Praktisch een heilige

Net als dat Houston door velen werd bewonderd, geldt dat in nog veel grotere mate voor Mandela.
Over mensen bewonderen, heb ik wel eens nagedacht. Stel, ik moet één persoon opnoemen die ik bewonder, wie zou ik dan noemen? Cliché of niet, maar (ook) ik zou Nelson Mandela noemen. Een man die door zijn strijd tegen onrechtvaardigheid 27 jaar in de gevangenis heeft gezeten om daar vervolgens zonder enige wrok en vol positivisme, vergevingsgezindheid en verzoening uit te komen, is voor mij praktisch een heilige.
Als de Katholieke Kerk nog iets wil doen aan haar negatieve imago, zou ze als stunt Nelson Mandela bij leven nog (snelheid gewenst) heilig moeten verklaren. Alleen al om zijn briljante uitspraak “A Saint is a sinner who keeps on trying” verdient hij dat. 
 

Ik bewonder niemand

Toch heb ik over bewonderen eigenlijk één duidelijk standpunt: ik bewonder niemand. Om twee redenen. Ten eerste vergeten bewonderaars vaak dat hun idolen ook maar gewone mensen zijn met (ook) hun slechte kanten. In iedereen zit goed en kwaad. Daarvan ben ik overtuigd.
Neem Mahatma Gandhi. Ook geen kleine man. Figuurlijk gesproken dan. Al klinkt dat hier wat ongelukkig. Vorig jaar verscheen de Gandhi-biografie “Great soul: Mahatma Gandhi and his struggle with India.” Niet geschreven door een of andere biografie-beunhaas, maar door voormalig New York Times-hoofdredacteur en Pulizer-winnaar Joseph Lelyveld.
Daar waar Gandhi vooral bekend staat als bescheiden pacifistische idealist, komt in dit boek ook een andere kant van hem naar voren. Zo bleek Gandhi volgens Lelyveld niet veel op te hebben met zijn onaanraakbare, zwarte (“Kaffers”) en islamitische medemensen; was hij een bewonderaar (!) van Mussolini; had hij een paar jaar een verhouding met een Duitse architect en bodybuilder en was enig opportunistisch en “selfpromoting” gedrag hem niet vreemd. 
Klakkeloos alles aannemen is niet mijn stijl (de kanttekening die moet worden geplaatst bij genoemde zaken, is dat deze veelal stammen uit de jonge jaren van Gandhi waarin hij misschien een ander persoon was dan in zijn latere jaren), maar er blijken wel degelijk feiten te zijn die deze beweringen ondersteunen. Weg illusie. Weg poster van Gandhi boven mijn bed. Zonder me te hoeven verdiepen in het leven van Mandela kan ik al raden dat ook hij her en der door de mand zal vallen. Maar wat ik dan wel weer mooi vind aan die man, is dat Mandela ongetwijfeld de eerste zal zijn om dat te bevestigen. Dus toch maar een tattoo van zijn portret op mijn rug? 
 

Anders dan wij

De tweede reden waarom ik nooit iemand bewonder, heeft vooral te maken met de genen (DNA).
We bewonderen veelal mensen die heel anders zijn dan wij. Die eigenschappen hebben die wij missen. Die prestaties leveren waarvan wij enkel kunnen dromen. Die jaloezie volg ik nog wel. Maar waarom die bewondering?
Geleverde prestaties komen veelal voort uit de juiste combinatie van bepaalde genen (nature) met bepaalde omstandigheden (nurture), gecompleteerd door de niet te onderschatten factor geluk. Zo kan ik veel bewondering voor Albert Einstein hebben, maar als ik zijn genen (hersens!) had gehad en in vergelijkbare omstandigheden was opgegroeid, was het niet ondenkbaar geweest dat ik vergelijkbare prestaties had geleverd. Alleen ben ik anders. Ok, met de hersens zit het gelukkig wel goed, maar ja die omstandigheden hè…

Mandela zou nu ongetwijfeld met een briljante uitspraak komen. Bewonderenswaardig!


Tonko



Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko

woensdag 29 februari 2012

6. Het vrouwtje Piggelmee-syndroom

Actualiteit - Tenenkrommende Woorden - Politiek en macht



Anorexia

De afgetreden Duitse president Christian Wulff krijgt tot zijn dood € 200.000 per jaar uitgekeerd. Een vergoeding waar hij recht op zou hebben, omdat hij "om politieke redenen" is opgestapt. Wulff was verwikkeld in diverse schandalen “rondom persoonlijke financiële transacties”. Dan kun je wel raden waar het om gaat. Zoals wel vaker bij personen in hogere functies.Ik noem dit het vrouwtje Piggelmee-syndroom*: je hebt (meer dan) genoeg om tevreden mee te zijn, maar je wil steeds meer. Rationeel slaat het nergens op, want mensen als Wulff kunnen hun geld niet eens opmaken voor hun dood. Voor een echte verklaring zul je naar de hersenen moeten kijken. Het is net als met anorexia. Je kunt wel samen met een anorexia-patiënte voor de spiegel objectief constateren dat ze toch echt te dun is, maar dat lost het probleem nog niet op. Het zit tussen de oren.

Onschendbaarheid

Dat Wullf eieren voor zijn geld (!) koos, was om de eenvoudige reden dat het openbaar ministerie dreigde met het opheffen van zijn onschendbaarheid om een strafrechtelijk onderzoek te kunnen instellen.
Er zijn weinig woorden die mij pissig maken vanwege het simpele feit dat ze (nog) bestaan in deze wereld. Alhoewel. Als ik erover nadenk, kan ik wel honderden tenenkrommende woorden bedenken. Neem “martelen” of “holocaust”. “Onschendbaarheid” is ook zo’n woord. De weinige haren die ik nog heb, gaan recht overeind staan bij het horen ervan.
Hoe is het in godsnaam mogelijk dat in deze tijd het woord “onschendbaarheid” niet alleen nog bestaat, maar ook nog in de praktijk wordt toegepast? Ja, Lodewijk XIV mocht als Zonnekoning rustig roepen: “L’état, c’est moi!”. De koning stond boven de wet en dat was al eeuwen zo. Zeker in een tijd waarin de meeste mensen niet konden lezen en schrijven en (dus) weinig mondig waren, was dat zo logisch als wat. Als plaatsvervanger van God op aarde werd elke absolute vorst gezien als onfeilbaar: “The king can do no wrong!”

Quelle surprise

Inmiddels leven we echter in 2012 en hebben we menig koning, keizer, dictator en president zien falen bij het leven. Zo erg zelfs dat je je kunt afvragen of dat soms een voorwaarde is om op zo’n positie terecht te kunnen komen.
Is het dan teveel gevraagd van de mensen die erover gaan om de voor de hand liggende conclusie te trekken dat blijkbaar niemand onfeilbaar is (“Quelle surprise!” zou Lodewijk XIV ongetwijfeld gedacht hebben, om er vervolgens wijselijk zijn mond bij te houden)? Van waaruit je weer verder kunt concluderen dat het dan maar beter is dat iedereen de consequenties van zijn feilbaarheid accepteert.
Dankzij types als Silvio Berlusconi durf ik de niet gewaagde stelling te verdedigen dat hoe meer status, macht en rijkdom iemand bezit, hoe meer hij een voorstander van (zijn eigen) onschendbaarheid zal zijn. Er is maar één manier om daar vanaf te komen: afschaffen die handel! Aan het eind van het briljante boek “Animal Farm” van George Orwell zagen de varkens zichzelf ook als onschendbaar. Over Berlusconi gesproken.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


* Deze naam komt van een bewerking van het sprookje "Van de visser en zijn vrouw" van de gebroeders Grimm. Het gaat over het arme kabouterechtpaar Piggelmee waarvan de man visser is. Op een dag vangt hij een gouden vis, maar de vis vraagt de visser hem vrij te laten in ruil voor een wens. Uit medelijden laat de visser de vis vrij zonder een wens te doen. Eenmaal thuisgekomen stuurt zijn vrouw hem echter terug om alsnog een wens door te geven aan de vis. Zij wil een groter huisje. Die wens gaat in vervulling. Maar elke keer als de visser thuiskomt, wil zijn vrouw dat hij teruggaat om méér te vragen. Eerst wil ze een kasteel, dan wil ze koningin worden, dan keizerin, dan de paus en tenslotte God. Alle wensen worden door de vis vervuld, tot de laatste over God. Na die laatste wens keert de visser huiswaarts om te zien dat de vis weer alles heeft veranderd in de oorspronkelijke staat. Ze zijn weer net zo arm als in het begin.


Foto: Tonko