maandag 29 februari 2016

228. Racisme vs. Soort zoekt soort

Actualiteit en privé - Racisme en discriminatie 

 







Politieke statements

De Oscars zijn weer uitgereikt. En ja hoor, eindelijk konden ook Leonardo DiCaprio (beste acteur) en de 87-jarige Italiaanse componist Ennio Morricone (beste muziek) het felbegeerde beeldje mee naar huis nemen.
Zoals te verwachten, werd de trend van de afgelopen jaren voortgezet om tijdens de bedankspeeches politieke statements te maken. Waar de een opkwam voor de LGBT (Lesbian Gay Bisexual Transgender) community, riep de ander het Vaticaan op om op te treden tegen seksueel geweld in kerken en deed Lady Gaga daar nog een schepje bovenop door aandacht te vragen voor alle slachtoffers van seksueel misbruik.


Het toppunt van hypocrisie

De trend roept gemengde gevoelens bij me op. Wat ik heel mooi vind, is om van de winnares van de Oscar voor “Beste Korte Documentaire” te horen dat de Pakistaanse premier Nawaz Sharif haar heeft verteld dat hij de wetgeving over eerwraak wil gaan veranderen na het zien van haar film. Dat kan ik enorm waarderen, omdat het hier gaat om een Pakistaanse filmmaakster (Sharmeen Obaid Chinoy) die vanuit idealistische motieven over dit gevoelige onderwerp een documentaire heeft gemaakt en zij nu hoop mag koesteren dat er door alle aandacht voor haar Oscar daadwerkelijk een verandering in gang zal worden gezet.
Meer moeite heb ik echter met een Leonardo DiCaprio die in zijn speech een link probeert te leggen tussen de ruige Amerikaanse wildernis waarin zijn actiefilm “The Revenant” afspeelt en het gevaar van de klimaatverandering. Ik vraag me af wat voor prachtige statements we in de toekomst nog kunnen verwachten. Misschien een Tom Cruise die na het winnen van een Oscar voor zijn volgende actiefilm een pleidooi houdt voor aanscherping van het Amerikaanse wapenbeleid? Op mij komt het allemaal een beetje over als een winnares van een Miss World Verkiezing die uitroept dat ze hoopt dat er nu eindelijk wereldvrede komt. Oprecht of het toppunt van hypocrisie?
 

Racisme

Uiteraard werden er door de (zwarte) presentator van de avond acteur/comedian Chris Rock veel grappen gemaakt over de actuele #OscarsSoWhite discussie die draait om de vraag of racisme ten grondslag ligt aan het gegeven dat zwarte acteurs minder prijzen winnen dan hun witte collega’s.
Ik ben geen kenner van Hollywood, maar ik neem aan dat de filmwereld net als vrijwel alle elitaire werelden nog steeds gewoon gedomineerd wordt door rijke, witte mensen/mannen. En ja, dan kun je er gif opnemen dat de jury’s ook worden overheerst door rijke witte mensen, waardoor de kansen van zwarte acteurs per definitie kleiner zullen zijn. Triest maar waar.
 

Soort zoekt soort

Ondanks dat racisme overal voorkomt en altijd zal blijven bestaan, moet je bij dit gevoelige onderwerp wel beseffen dat de dunne scheidslijn tussen racisme en de soort-zoekt-soort voorkeur soms wel heel gemakkelijk gepasseerd wordt.
Als voorbeeld neem ik mezelf. Ik ben een alleenstaande, hoogopgeleide, gescheiden witte man/co-ouder met drie puberkinderen. Niet dat ik dringend op zoek ben naar een partner, maar als ik op een dag zou besluiten om dat wel actief te gaan doen dan zou mijn voorkeur uitgaan naar een vrouw met een vergelijkbaar profiel.
De kans dat ik in dat geval zal uitkomen op een alleenstaande (logisch), hoogopgeleide, witte vrouw/co-ouder acht ik behoorlijk groot. Niet omdat ik racistisch ben, maar simpelweg omdat ik ben opgegroeid in een omgeving met vergelijkbare mensen als ik, waardoor ik met vriendschappen en relaties ook vaak uitkom bij dezelfde soort mensen. Dat voelt meer vertrouwd, je bent eraan gewend etc. Iets wat overigens niet aan mij ligt, maar wat je gewoon kunt beschouwen als een algemene regel, omdat dat voor de meeste mensen geldt: soort zoekt soort!
Hierdoor zal de kans per definitie statistisch kleiner  zijn (maar nog steeds niet ondenkbaar, want anders zou ik dus wél racistisch zijn!) dat ik ooit met een zwarte vriendin thuiskom. Maar wie mij om deze reden zal betichten van racisme kent de definitie van het woord niet. Niet voor niets is een van de levenslessen aan mijn kinderen dat zij mensen altijd moeten beoordelen op hun gedrag en niet op hun uiterlijk, afkomst, opleiding enzovoort.
 

Soulmuziek

Hoe gewoon het soort-zoekt-soort-principe is, zien we vaak genoeg in de media. Bij De Wereld Draait Door (DWDD) valt het mij bijvoorbeeld altijd op dat als er weer een keer een “zwart” onderwerp passeert als Nelson Mandela, Martin Luther King, James Brown, soulmuziek (de Zwarte Lijst), achtergrondzangeressen (veelal zwart), racistische rellen in de Verenigde Staten et cetera, dat dan onmiddellijk zwarte gasten als bijvoorbeeld Sylvana Simons worden opgetrommeld om hun mening erover te geven. Waarbij ik dan altijd denk van kunnen witte mensen hier soms geen mening over hebben, kunnen witte mensen soms geen liefhebber zijn van soulmuziek?
Het antwoord hierop zal "Ja" zijn, maar het aanbod liefhebbers is wel kleiner. Niet omdat bijvoorbeeld witte muziekliefhebbers racistisch zijn, maar simpelweg omdat zwarte muziekstijlen hun wortels hebben in de zwarte cultuur en er dus statistisch gewoon meer zwarte mensen naar soulmuziek luisteren dan witte mensen. Soort houdt van soort en zoekt dus ook naar soort. En dat zal voorlopig nog wel zo blijven. Waarbij je je kunt afvragen of dat erg is. Ik denk persoonlijk dat daar niks mis mee is. Het is menselijk.

Ja, racisme versus soort zoekt soort: het blijft een boeiend doch gevoelig onderwerp...









Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 28 februari 2016

227. Angst voor beroemdheden

Actualiteit - Seksueel Misbruik - Verkrachting - Roem

 






Jimmy'll Fix it

Jimmy Savile was in Engeland een beroemde televisiepersoonlijkheid. Meer dan veertig jaar werkte hij voor de BBC als dj en presentator van populaire programma’s als “Top of the Pops” en “Jimmy’ll Fix it” waarin hij wensen van met name kinderen (!) in vervulling liet gaan.
Maar helaas bleek Jimmy daarnaast nog veel meer te "Fixen" (beter gezegd: hij maakte meer kapot dan hij fikste) en was hij vooral druk bezig met het vervullen van zijn eigen wensen of, beter gezegd, behoeften. Pas na zijn dood in 2011 werd duidelijk dat hij gedurende al die jaren honderden kinderen en volwassenen seksueel had misbruikt; in gebouwen van de BBC, in ziekenhuizen, in scholen, in zijn caravan en soms zelfs bij kinderen thuis.
 

The BBC failed you

Naar aanleiding van de conclusies van een onderzoek naar het jarenlange seksuele misbruik door Jimmy Savile bood directeur Lord Hall van de week namens de BBC zijn excuses aan de slachtoffers aan: “The BBC failed you when it should have protected you. I’m deeply sorry for the hurt caused.”
Natuurlijk horen dit soort openbare excuses te worden gemaakt op momenten dat onderzoeksrapporten de harde werkelijkheid aantonen en het duidelijk is geworden dat weglopen voor de eigen verantwoordelijkheid niet meer kan, maar als slachtoffer koop je er natuurlijk niets voor. Of moet een voor zijn leven getraumatiseerd slachtoffer nu zeggen van “Bedankt Lord, zand erover!”?
Wat de BBC te verwijten valt, is het feit dat er onder het BBC-personeel mensen bleken te zitten die wel degelijk op de hoogte waren van de praktijken van Savile maar er niets van zeiden. Hun zwijgen - waardoor Savile al die tijd ongestoord door kon gaan met zijn walgelijke misdaden - bleek vooral voort te komen “uit angst en eerbied voor beroemdheden”.
 

De mens heeft beroemdheden nodig

Wat is het toch allemaal met de verkrampte wijze waarop de gewone mens omgaat met (of opkijkt tegen) beroemdheden? Waarom lachen mensen extra hard als een premier een vel vol grappen voorleest die door een team van professionele comedians is samengesteld en zou dat een heel ander verhaal zijn als u of ik diezelfde grappen zou oplezen? Waarom wordt er op een moment dat een oud-politicus dood in haar garage wordt aangetroffen een team van tientallen rechercheurs op de zaak gezet en zal de prioriteit een stuk lager liggen als mijn buurvrouw het slachtoffer zou zijn? Waarom is het wel belangrijk nieuws als een prinsesje tijdens wintersport haar been breekt, maar kraait er geen haan naar al die andere passagiers van gipsvluchten?
Natuurlijk, de mens heeft beroemdheden nodig. Als voorbeeld, om tegen op te kijken. Als hoop en inspiratie, om ooit op een dag misschien hetzelfde te bereiken. Als geruststelling, op een moment dat het met een beroemdheid ook niet helemaal lekker gaat. Als droombeeld, om lekker bij weg te fantaseren over hoe mooi zo’n leven moet zijn met al die miljoenen. Of om gewoon je gevoelens van jaloezie en frustratie bij kwijt te kunnen.
 

If we sexual abuse children, do we not deserve prison time?

Tot zover kan ik het nog volgen. Maar waar ik echt afhaak, is als mensen bij dit alles helemaal vergeten dat we ook bij beroemdheden te maken hebben met hele gewone mensen. Mensen die behalve goede ook slechte eigenschappen hebben. Die ook hun ups en downs in het leven kennen. Die ook in meer of mindere mate worstelen met familie, relaties en vriendschappen. Die naarmate ze ouder worden ook meer rimpels krijgen en de eeuwige strijd met de weegschaal dreigen te verliezen. Of anders gezegd: als je beroemdheden prikt, bloeden ze dan niet; als je beroemdheden kietelt, lachen ze dan niet en als je beroemdheden vergiftigt, gaan ze dan niet dood (met dank aan William Shakespeare - The Merchant of Venice – 1596/1597)?
Mensen die zwijgen als een beroemdheid kinderen misbruikt uit angst of eerbied, puur en alleen vanwege het feit dat het om een beroemdheid gaat, begrijpen niet hoe het werkt. Die begrijpen niet dat beroemdheden ook maar gewone mensen zijn die alleen maar op het gebied van nature en nurture wat meer "geluk" (wat overigens valt of staat met welke definitie je aan dit woord geeft) hebben gehad dan zij zelf, wat hun succes en rijkdom verklaart. Die begrijpen niet dat hoeveel succes beroemdheden ook behalen dit niet inhoudt dat je te maken hebt met onschendbare en onfeilbare goden. Alsof beroemdheden niet zouden kunnen falen of misdaden begaan. Of zoals William Shakespeare het ongeveer zou hebben geformuleerd: “If we sexual abuse children, do we not deserve prison time?”

Als beroemdheid honderden kinderen misbruiken en er tot je dood mee wegkomen, simpelweg omdat je een beroemdheid bent. Het is een scenario wat alleen types als Bill Cosby zal aanspreken (zie column 221)...

 







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

donderdag 4 februari 2016

226. Bedriegen en bedrogen worden

Actualiteit - Sport - Wielrennen - Doping 

 





Plausibele leugen

Wat er al een tijdje aan zat te komen en waar de hele wielerwereld al bang voor was, is nu eindelijk gebeurd: een wielrenner is betrapt op het gebruik van mechanische doping. Tijdens het WK-veldrijden in het Belgische Zolder van afgelopen weekend werd in een van de fietsen van de 19-jarige Belgische wielrenster Femke van den Driessche een hulpmotortje aangetroffen.
Natuurlijk wist Femke nergens van en was deze fiets niet eens van haar maar van een vriend, aan wie ze hem vorig jaar had verkocht, en begreep ze ook niet waarom er een motortje in zat en die vriend had de fiets alleen maar even toevallig tegen hun materiaalbus gezet en toevallig was die vriend ook even groot als zij waardoor men in de veronderstelling was dat het haar fiets was, bla, bla, bla, bla.
Ja, het duurde even voor Femke en haar vader om een mooie, plausibele leugen (soort contradictio in terminis) te bedenken, maar dan heb je ook wel wat. Ik ben meteen overtuigd. Arme Femke, wat een pech toch allemaal meisje!
 

Straks is het einde zoek

Bij De Wereld Draait Door (DWDD) ontstond tussen journalist Erik Dijkstra en oud-wielrenner Rob Harmeling de discussie of mechanische doping nou wel of niet erger was dan gewone doping.
Dijkstra vond het niets uitmaken, omdat het toch allemaal vals spelen is. Als je echt wilt winnen, zul je nu eenmaal alles aangrijpen om dat te bereiken. Dijkstra zou het zelf ook gedaan hebben.
Harmeling daarentegen gaf aan af te haken bij dit soort mechanische dopingpraktijken. Hij vond het “not done”, omdat al die wielrenners die ooit doping hebben geslikt er in elk geval nog wel gewoon hard voor hadden moeten trainen en afzien, terwijl met zo’n hulpmotortje de beste recreant opeens iedereen kan kloppen. “Dan doet je lijf het (werk) niet meer.”
Ondanks dat ik het standpunt van Dijkstra begrijp, ga ik meer mee met de mening van Harmeling. Afgezien nog van het feit dat - zoals oud-wielrenner Michael Boogerd vorig jaar in DWDD over hetzelfde onderwerp al eens zei - het nogal een verschil is of je doping slikt in de wetenschap dat vrijwel iedereen in het peloton hetzelfde doet of dat je de enige (?) bent met een motortje in je fiets. Boogerd voegde hier nog wel aan toe dat als in zijn tijd iedereen met een motortje in het peloton had gereden hij dat natuurlijk ook had gedaan. Sterker nog: hij bekende uiteindelijk dat als hem zo’n motortje was aangeboden tijdens zijn carrière hij waarschijnlijk overstag was gegaan.
Precies om dat idee van een peloton vol fietsen met motortjes ben ik het met Harmeling eens, want op deze wijze is straks toch het einde zoek. Dan blijft er van de essentie van de sport niets meer over. Want is de essentie van de (top) wielrensport tenslotte niet gewoon dat je door middel van het trainen van je beenspieren en uithoudingsvermogen zo hard mogelijk gaat fietsen? Als je dat allemaal gaat vervangen door een motortje, verandert de hele sport in een soort motorrijden. Dan krijg je straks een Tour de France Spartamet (naschrift: of Tour de France E-bikes).
 

Eerste maar waarschijnlijk niet laatste mechanische dopingzondaar

Zo bezien wacht ons straks een vreemde toekomst waarin we kampioenen discuswerpen gaan krijgen die geen discus weggooien, maar een kleine drone, kampioenen boogschieten die via een magneetconstructie altijd in de roos schieten of zeilers die Olympisch goud winnen met hun motorboten waar alleen voor de vorm nog een zeil op zit.
Zo lang als de mens bestaat, bestaat er bedrog; dus ook in de sport. Al tijdens de Olympische Spelen in 1976 in Montreal werd de Sovjet-Russische moderne vijfkamper Boris Onisjtsjenko betrapt op een vorm van mechanische doping. Onisjtsjenko bleek met een gemanipuleerde degen te schermen die steeds wanneer hij op een knopje in zijn handgreep drukte een treffer in zijn voordeel registreerde. Slim, maar ook dom natuurlijk, want het gaat wel opvallen als de machine keer op keer registreert dat je je tegenstander raakt terwijl iedereen kan zien dat dat niet zo is.
Omdat alle nadelen voordelen hebben, kan ik Femke van den Driessche geruststellen: ze wilde iets bijzonders presteren en dat is haar gelukt. Ze krijgt straks op Wikipedia een eervolle vermelding als de eerste wielrenner die officieel betrapt is op mechanische doping. Nog een geruststelling voor Femke: ze zal waarschijnlijk niet de laatste mechanische dopingzondaar zijn.
De affaire zet je natuurlijk aan het denken. Als een 19-jarig meisje bij een kleine sport als dames wielrennen/veldrijden waar je nou niet bepaald rijk van wordt, al bereid is om alles op het spel te zetten door zo vals te spelen (al zou ik niet gek opkijken als de waarheid tragischer blijkt te zijn door de ontdekking dat een pusherige vader de oorzaak van alle ellende was), wat moeten wij dan wel niet denken van de mannenwielerwereld, waarin miljoenen euro’s omgaan en de belangen gigantisch zijn? Voor mij is dan ook niet de vraag óf mechanische doping al eens eerder is gebruikt in het mannenpeloton, maar wanneer precies en door wie.

“Bedriegen en bedrogen worden; niets komt vaker op aarde voor.” (Duitse dichter Johan Gottfried Seume 1763-1810).







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

dinsdag 2 februari 2016

225. Go with the flow my son! (2/2)

Privé - Puberteit - Familie/Gezin

 







Alle voordelen hebben nadelen

Aansluitend op mijn vorige column over het domme puberbrein (zie column 224) heeft het iets ironisch dat als mijn jongste zoon mij in plaats van zijn moeder had gevraagd of het goed was als hij een avond met wat vrienden in mijn huis zou mogen chillen terwijl ik op vakantie was, ik dat echt nooit zou hebben goedgekeurd. De ironie zit ‘m in het feit dat ik bij mijn kinderen bekend sta als de makkelijkste van hun ouders. Wat ik ter verduidelijking absoluut niet zeg om op te scheppen of zoiets, aangezien ik drommels goed weet dat alle voordelen nadelen hebben en andersom. 
 

Kernkwadrantenmodel Ofman

Het kernkwadrantenmodel van Daniel Ofman geeft in zijn eenvoud prachtig weer hoe dit principe van alles heeft voor- en nadelen werkt (zie ook column 17). Ofman redeneert dat elke kernkwaliteit die je bezit weer een valkuil heeft als je teveel van die kwaliteit vertoont en je er bijvoorbeeld in doorschiet. Om dit weer te herstellen en in balans te brengen, zul je de uitdaging moeten aangaan om jouw kwaliteit iets af te vlakken of - anders gezegd - om juist iets te tonen van het tegenovergestelde van die kwaliteit. Waarbij je dan echter weer moet gaan uitkijken dat je daarin niet vervolgens doorschiet, want dan loop je het risico dat je uitkomt bij jouw eigen allergie: het tegenovergestelde van jouw kwaliteit. 
Dus als je bijvoorbeeld makkelijk bent, kun je ook te makkelijk worden (valkuil) waardoor je bijvoorbeeld veel te losjes, 
te meegaand en te lief doet met als gevolg dat je niet serieus genomen wordt en je nul autoriteit hebt. Maar daar kun je weer van leren (uitdaging) door erop te gaan letten dat je je wat assertiever, krachtiger en strenger gaat opstellen. Zou je in deze uitdaging echter weer doorschieten dan loop je het risico dat je uiteindelijk die persoon wordt die je rekent tot jouw eigen allergie: een super streng, autoritair persoon waar iedereen bang voor is. Uiteraard chargeer ik, voordat de suggestie ontstaat dat ik hier mijn ex-vrouw beschrijf...
Wat ik trouwens grappig vond om te lezen bij de voorbeelden van dit kernkwadrantenmodel is wat er wordt genoemd als valkuil van de kernkwaliteit "realistisch": "cynisch"! Hier wordt dus duidelijk de conclusie getrokken dat bij een ieder die (te) realistisch naar de wereld kijkt cynisme op de loer ligt. Dit klinkt misschien hard, maar ik vrees dat het maar al te waar is.
 

Menselijk én hypocriet

Dat ik allesbehalve makkelijk zou hebben gereageerd als mijn zoon mij had gevraagd om tijdens mijn afwezigheid met vrienden een avond in mijn huis te chillen, heeft alles te maken met de realistische dan wel negatieve kijk (het is maar hoe je het interpreteert) die ik op pubers en de puberteit heb. Al ben ik daar ook heel ambivalent in.
Aan de ene kant erger ik mij dood 
aan dat typische, vaak onbetrouwbare en onberekenbare, pubergedrag: erbij willen horen, stoer doen, uitgaan, drinken, roken, drugs, seks, experimenteren etc. Al toen ik zelf een (aparte) puber was, had ik met dit soort groepsgedrag helemaal niets. Niet dat ik zelf geen pubergedrag vertoonde, maar dat uitte zich vooral in opstandig en brutaal gedrag tegen mijn ouders (sorry nog daarvoor mama en papa...). Voor de rest zette ik me vooral af tegen mijn eigen stoerdoenerige leeftijdgenoten die het zo druk hadden met hun imago en met erbij willen horen. 
Aan de andere kant weet ik maar al te goed dat ik als aparte puber niet de meest gelukkige puber was (alleen op de tennisbaan, mijn uitlaatklep, was ik wel happy) en gun ik mijn kinderen uiteraard een veel betere, meer gemiddelde puberteit. Afgezien nog van het feit dat ik drommels goed besef dat hoe irritant pubers soms ook kunnen zijn, het objectief en rationeel bekeken natuurlijk volstrekt normaal gedrag is op die leeftijd.
Ach, ik houd mezelf graag voor dat dit soort gedachten me enkel menselijk maken, én hypocriet. Want ja, laat mijn zoon alsjeblieft een gewone puber zijn die lekker meegaat met de flow en die helemaal losgaat op feesten, maar wel zo lang hij dat maar ergens ver weg buitenshuis doet. 

De meest gemiddelde mensen zijn ook meest gelukkige

In een eerdere column 
(zie column 196) heb ik al eens over mijn hiervoor genoemde ambivalente gevoel - dat een beetje als een rode draad door mijn leven loopt - geschreven.  Ik noem dat in de column "het tennisfeestdilemma". Dit dilemma draait om een soort strijd tussen gevoel en verstand. Waarbij mijn voorkeur, in tegenstelling tot veel anderen, altijd zal blijven uitgaan naar het verstand aangezien ik dat (hoe verrassend) nu eenmaal de meest verstandige keuze vind.
Verstandelijk gezien vind ik dat als je het in je hebt om gewoon mee te kunnen gaan met de flow dat dat altijd de beste keus zal zijn. Wie meegaat met de flow is (of wordt) tenslotte sociaal sterk en creëert zodoende een groot sociaal netwerk met alle bijbehorende voordelen.
Onlangs maakte ik in mijn filosofiegroep een opmerking die hierop aansluit. We spraken over geluk en ik zei dat ik ervan overtuigd ben dat de meest gemiddelde mensen op aarde ook de meest gelukkige mensen zullen zijn. Wat in mijn ogen geen opzienbarende uitspraak is als wel eentje die gebaseerd is op eenvoudige kansberekening en statistiek. Diverse onderzoeken op het gebied van geluk tonen aan dat als we geluk willen vinden we deze het best dichtbij huis kunnen gaan zoeken en dan vooral in onze directe sociale omgeving: familie, relatie, gezin, kinderen, vrienden.
Sociaal gezien zullen de meest gemiddelde personen met (relatief) de meeste mensen klikken en dus kunnen zij voor vrienden en relaties uit de grootste sociale vijver vissen. Hierdoor zullen hun kansen op geluk statistisch gezien het grootst zijn. Piece of cake (in theorie)!

Typisch irritant pubergedrag

De moraal van het verhaal is dat ik vanuit mijn gezonde verstand mijn kinderen altijd zal aanmoedigen om mee te gaan met de flow. Een apart, slim en eigenzinnig kind dat buiten de groep staat en niet meedoet aan feesten, zuipen en experimenteren, klinkt best mooi en helemaal niet verkeerd (en dat is het natuurlijk ook niet!), maar als ouder die zijn kind al het geluk van de wereld gunt, kun je beter hopen op een gemiddeld kind dat zich gedraagt zoals de meeste pubers zich gedragen. 
Hoe goed ik het spel echter ook meespeel door mijn kinderen te blijven stimuleren om vooral met die flow mee te blijven gaan, schiet ik soms keihard uit mijn rol. Toen mijn jongste zoon laatst aankondigde met wat vrienden op zijn kamer te gaan indrinken voor een feest later die avond, kon ik me even niet beheersen. Voordat ik het wist, verliet een uit ergernis voortkomende tactloze opmerking mijn mond: “Ik vind ‘indrinken’ wel een van de stomste woorden die ik ken.”
Een eerlijke opmerking van me weliswaar, want alcohol drinken voordat je je op een feest lam gaat zuipen vind ik inderdaad nogal onbenullig en allesbehalve stoer. Maar ik had natuurlijk als "wijze" volwassene gewoon mijn opmerking moeten inslikken en mijn zoon alleen veel plezier moeten wensen.

Altijd verstandig zijn, valt niet mee. Maar de volgende keer dat
mijn zoon een feest heeft, zal ik ervoor zorgen dat hij niet vergeet eerst in te gaan drinken: go with the flow my son!







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 
 
 

zondag 31 januari 2016

224. Het domme puberbrein (1/2)

Privé - Familie/Gezin - Puberteit

 







Domme actie

Tijdens de kerstvakantie zag het gezicht van mijn jongste zoon van vijftien eruit als dat van een bokser die net alle hoeken van de ring heeft gezien. Zijn linkeroog was helemaal opgezwollen en op en rond zijn slaap, kin, lippen en wangen zaten diverse lelijke schaafwonden.
Hij riep mij op een ochtend nadat hij een feest had gehad om mij te vertellen dat hij die nacht hard van zijn fiets was gevallen. Helaas voor hem reageerde ik niet zozeer begripvol als wel kwaad vanwege de domme actie om mij bij thuiskomst niet te wekken, terwijl ik kijkend naar zijn gezicht me bezorgd afvroeg of er geen hechtingen hadden moeten worden geplaatst. Bovendien was ik geïrriteerd doordat het ongeluk precies zo was gegaan zoals ik al vermoedde: drie knullen fietsen na een feest dronken, lachend en beetje slingerend naar huis totdat ze botsen en er eentje ongelukkig op het asfalt belandt.
Het begrip en de troostende woorden kwamen later wel toen de huisarts ons had gerustgesteld met de mededeling dat het allemaal vanzelf zou herstellen en hij er hooguit een klein littekentje aan over zou houden.
 

Woede en irritatie

Dat ik zo kwaad was, had overigens alles te maken met een veel groter incident van zeven maanden geleden, waarbij mijn zoon mij ook niet informeerde op een moment dat dat absoluut had gemoeten. Mijn ex-vrouw was een week op vakantie en mijn zoon vroeg aan mij of hij met "een paar" vrienden op een zaterdagavond in haar huis mocht “chillen” en blijven slapen. Ik vroeg hem of hij dat had kortgesloten met zijn moeder en omdat dat zo was, zei ik dat het goed was.
Een dag later belde mijn zoon mij om één uur ’s middags op om mij te vragen of ik al had gehoord dat het vannacht een “beetje” uit de hand was gelopen. Blijkbaar zou ik dat moeten hebben gehoord van mijn ex-vrouw die hij net voor mij op de hoogte had gesteld.
Omdat ik merkte dat ik door zijn opmerking - aangevuld met mijn eerst opkomende gedachte dat het mij allemaal niet verbaasde - grote woede en irritatie in me voelde opborrelen, was ik zo verstandig om alleen maar te zeggen dat hij eerst maar naar huis moest komen. Dan zou ik zijn verhaal wel rustig proberen aan te horen. Aangezien hij eerst nog het huis van zijn moeder moest opruimen, kwam hij uiteindelijk pas tegen vieren thuis waar ik helaas moest constateren dat zijn verhaal nog veel erger was dan ik had verwacht. 
 

Een project X-achtige situatie

Ik vermoedde dat mijn zoon en zijn vrienden - om in pubertaal te spreken - een teringzooi van het huis van mijn ex-vrouw hadden gemaakt en dat er waarschijnlijk ook wat dingen waren stukgegaan.
De waarheid was echter dat die “paar” “vrienden” ook weer een “paar” vrienden hadden uitgenodigd en mijn zoon uiteindelijk geconfronteerd werd met een project X-achtige situatie (zie column 31) waarbij er rond middernacht een man of vijftig ongenode gasten in en rondom het huis van mijn ex-vrouw rondliepen.
Natuurlijk was het geen moment in het domme puberbrein van mijn zoon opgekomen om papa even te bellen. Wel was hij zo "slim" geweest om zijn oudere (eveneens puber) broer te bellen die bij een vriendin was in de hoop dat die even met wat vrienden zou langskomen om de rust te “herstellen”. Of dit de situatie wel of juist niet ten goede was gekomen, zullen we (gelukkig) nooit weten. De broer hoefde uiteindelijk toch niet te komen, aangezien mijn jongste zoon de briljante inschatting maakte dat het ergste inmiddels achter de rug was en de mensen nu wel snel zouden vertrekken. Waarmee hij meteen bewees dat als je een risicovolle situatie goed wilt inschatten je maar beter geen puberbrein kunt hebben.
 

Anticlimax

Het feestje eindigde uiteindelijk in een enorme anticlimax, waarbij een stel onbekende, ongenode achttienjarige knullen de beste vriend van mijn zoon knock-out sloegen en iedereen zich pijlsnel uit de voeten maakte toen even later de politie arriveerde. Die door een wél verstandig persoon uit de omgeving (zonder puberbrein) was gebeld.
Gelukkig en vanzelfsprekend was in elk geval wel de vader van de vriend gebeld die zijn zoon linea recta naar het ziekenhuis bracht, waar hij uit voorzorg zelfs even op de intensive care (!) moest verblijven. Cru gesteld, kun je spreken van een geluk bij een ongeluk dat de jongen er uiteindelijk vanaf kwam met “slechts” een hersenschudding en een gebroken neus.
 

Allergie

Ziedend was ik toen mijn zoon mij dit verhaal vertelde. In de eerste plaats vooral omdat hij mij pas na meer dan twaalf uur na het gebeuren op de hoogte had gesteld van wat er met zijn vriend was gebeurd, in plaats van dat hij mij die nacht meteen had gebeld. Want dat was natuurlijk veruit het ergste van alles. Met materiele schade kan ik nog leven (en zeker als het gaat om materiaal van mijn ex-vrouw), maar schade aan lichaam en gezondheid is natuurlijk hele andere koek.  
De tweede reden dat ik ziedend was, had ermee te maken dat mijn zoon tijdens het vertellen van zijn dramatische verhaal keer op keer in mijn allergie terechtkwam door herhaaldelijk te foeteren op al die knullen die zijn avond verpest hadden. Waarbij hij voor het gemak maar even vergat wie ook alweer al deze ellende - bedoeld dan wel onbedoeld - in gang had gezet en dus verantwoordelijk was voor het gebeuren. 
Van de diverse allergieën die ik tegen mensen heb, is die waarbij men geen of weinig zelfkritiek vertoont misschien wel de grootste. En dat is balen, want mijn God wat geldt dat voor veel mensen op deze aardbol. Reden waarom ik altijd op mijn kinderen zal blijven hameren dat als er iets fout gaat ze altijd in de eerste plaats naar hun eigen rol moeten kijken. Ik heb tien keer liever dat mijn kinderen iets ontzettends doms doen, maar daarbij erkennen dat het hun eigen stomme fout was en ze ervan hebben geleerd, dan dat ze iets minder stoms doen waarbij ze maar om de hete brei heen draaien en met hun vingertje naar anderen wijzen.
Al vergeet ik hierbij uiteraard niet de verantwoordelijkheid van mijn ex-vrouw en mezelf in dit nare incident. Tenslotte hadden wij als eerste gefaald door het plan van mijn zoon goed te keuren. Bovendien had ik - zeker achteraf gezien - die avond beter even langs kunnen gaan om te checken of alles wel goed ging. Mijn gegeven vertrouwen aan mijn zoon bleek achteraf een domme inschattingsfout te zijn geweest.
 

Kettingreactie

Natuurlijk is achteraf praten altijd makkelijk en besef ik ook heel goed dat wat er was gebeurd wel het laatste was wat mijn zoon wilde. Na de reconstructie van het gebeuren werd mij ook duidelijk dat de grootste fout die hij die avond had gemaakt het uitnodigen van één vage “vriend” was geweest die vervolgens de hele kettingreactie in gang zette door allemaal anderen uit te nodigen met alle pijnlijke gevolgen van dien.
Door mij voor te stellen wat voor enorme stress mijn zoon die avond moet hebben ervaren toen hij eenmaal door begon te krijgen dat hij geen enkele controle meer over de situatie had, kreeg ik ook gewoon medelijden met hem. Al blijf ik zijn ongetwijfeld bewuste keuze (hij had toen blijkbaar nog ergens de hoop om de situatie zo te herstellen dat zijn ouders nergens van af zouden komen te weten) om mij niet te bellen altijd ongelofelijk stom en onbegrijpelijk vinden. Hoe verklaarbaar dat ook mag zijn door de aanwezigheid van een oppervlakkig puberbrein.
 

Aandoenlijk

Meest aandoenlijk van alles vond ik toen mijn zoon mij met tranen in zijn ogen vertelde dat hij helemaal in het begin, toen het nog rustig was, al geen goed gevoel had over de avond en over sommige vage vrienden die hij in zijn huis had toegelaten. Op dat moment was de emotionele gedachte door hem heen gegaan dat als hij nou gewoon zijn vriendinnetje nog had gehad - die het kort daarvoor tot zijn grote verdriet na een jaar had uitgemaakt - hij lekker rustig met haar een film had kunnen kijken. En dat had hij tien keer liever gedaan dan dit.
Ach gossie, bij het aanhoren van deze bekentenis dat deze avond een beetje was bedoeld om het verlies van zijn vriendinnetje te helpen verwerken, sprongen bij mij ook de tranen in de ogen. Ik deed dus maar wat iedere normale ouder in zo'n situatie zou doen: ik omarmde mijn domme maar lieve puberzoon en troostte hem.


Meteen hierna volgt deel 2.
 
 





Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 17 januari 2016

223. Doe jezelf altijd beter voor dan je bent

Privé - Werk - Jezelf zijn

 






Sollicitatiegesprek

Sinds lange tijd had ik van de week weer eens een sollicitatiegesprek. Het gesprek was tot stand gekomen door een vrouw die mij coacht. Die invloed kon zij uitoefenen omdat ze bij hetzelfde bedrijf werkt van waaruit deze vacature kwam.
Ondanks dat ze me anders wil doen geloven, weet ik heus wel dat ik anders nooit zou zijn uitgenodigd. Dat is niet zozeer cynisch als wel realistisch. Ik weet hoe die dingen gaan.
 

Eerste selectie van cv's

In het algemeen, maar met name in economisch mindere tijden zoals nu, verloopt de werkwijze waarop vacatures worden ingevuld eigenlijk heel simpel. Ik praat hier overigens over de vacatures die je op internet tegenkomt, want nog altijd worden verreweg de meeste vacatures gewoon via via ingevuld.
Je hebt een vacature geplaatst met een lijst met functie-eisen waaraan de kandidaten moeten voldoen. Vervolgens krijg je een hoop brieven met cv’s binnen waarbij je de brieven voorlopig even opzij schuift. Je maak een eerste selectie op basis van de cv’s, waarbij je de kandidaten eruit pikt die het meest aan de functie-eisen voldoen. Super efficiënt want zulke kandidaten kunnen straks probleemloos instromen in de nieuwe baan. Pas in economisch mindere tijden, waarin het heel moeilijk is om aan personeel te komen, zal men noodgedwongen verder moeten kijken. Dan komen ook kandidaten in beeld die niet (helemaal) aan de functie-eisen voldoen.
 

Een hekel aan sollicitatiegesprekken

Naarmate ik ouder word, krijg ik steeds meer een hekel aan sollicitatiegesprekken. Wat niet los gezien kan worden van het simpele feit dat ik om diverse redenen - afwijkend zijn is vermoed ik de belangrijkste - gedurende mijn leven tijdens sollicitatieprocedures waarbij men kon kiezen uit meerdere kandidaten nog nooit ben aangenomen (zie ook column 137).
Waar ik in het dagelijks leven enorm van spelletjes als scrabble houd, heb ik voor de rest helemaal niets met alle sociale en politieke spelletjes die er in de wereld worden gespeeld. Het sollicitatiegesprek is daar een van.
Ik kan er lang of kort over praten, maar ik beheers het spel van het solliciteren gewoon niet. En de vraag of ik met mijn bijna vijftig jaar het überhaupt nog zal óf wil gaan beheersen, is een interessante. 
 

De bekendste ongeschreven wet

Om te beginnen is de situatie bij een sollicitatiegesprek natuurlijk nooit gelijkwaardig. De werkgever staat altijd boven de sollicitant. Zij hebben de macht in handen om de eenvoudige reden dat zij iets hebben dat jij (normaal gesproken) graag wilt, terwijl zij andersom voor jou zo tien of twintig anderen kunnen krijgen.
Hierdoor kunnen zij heel relaxed het spel aangaan, waarbij zij het bewust dan wel onbewust niet zullen nalaten om je door middel van het stellen van lastige vragen te testen om te kijken of jij je in het sollicitatiespel wel goed staande weet te houden. Het is vervolgens aan de sollicitant om het spel zo goed mogelijk mee te spelen door de vragen op zo’n - bij voorkeur sociaal wenselijke - wijze te beantwoorden dat het de goedkeuring van de sollicitatiecommissie kan verdragen.
Iedereen die zich regelmatig begeeft in het wereldje van de sollicitatieprocedures weet dat er een aantal ongeschreven wetten gelden waaraan je je dient te houden om je kansen te behouden en te vergroten: kom op tijd, kleed je netjes, let op je non-verbale communicatie, kijk de anderen aan, stel zelf ook vragen etc.
De bekendste ongeschreven wet - die gek genoeg nooit hardop wordt uitgesproken - is er een die ook bij bijvoorbeeld het daten geldt (en wie deze wet ontkent, jokt!): doe jezelf altijd beter voor dan je bent.
Uit eigen ervaring weet ik dat je bij sollicitatietrainingen bijvoorbeeld te horen krijgt dat als je gevraagd wordt naar je negatieve eigenschappen je natuurlijk nooit zomaar je échte negatieve eigenschappen moet opsommen. Je moet dan een zogenaamd “negatieve” eigenschap noemen die ook positief kan worden opgevat. “Ik ben nogal perfectionistisch” is misschien wel het beste en tevens meest sociaal wenselijke antwoord.

Grootste dooddoener onder sollicitatieadviezen

De grootste dooddoener onder de sollicitatieadviezen vind ik wel het advies “Blijf altijd jezelf”, aangezien ik het persoonlijk met geen mogelijkheid voor elkaar krijg om én helemaal mezelf te zijn én mezelf beter voor te doen dan ik ben.
Natuurlijk kan ik hier meteen een filosofische draai aan geven door de vraag op te werpen wat “jezelf zijn” nou eigenlijk precies inhoudt. Maar dat is een heel ander (lang) verhaal, of discussie beter gezegd.

Een filosofische discussie die ik overigens wel alvast een beetje kan opstarten door het geven van mijn eenvoudige verklaring voor het feit dat veel mensen - in tegenstelling tot mezelf - wel degelijk zowel zichzelf kunnen zijn als zichzelf beter kunnen voordoen dan ze zijn. Als jezelf beter voordoen dan je bent bij jou past, is het onderdeel van wie jij bent en dus ben je gewoon jezelf als je dat doet.
Zo bekeken valt er ook wel wat te zeggen voor de stelling dat je eigenlijk per definitie altijd gewoon jezelf bent. Waarbij ik overigens wel meteen moet toegeven dat ik zelf niet zover wil gaan. Vooral door mijn enorm toegenomen zelfkennis van de laatste jaren vind ik dat ik nu meer mezelf ben dan ooit, met alle voor- en nadelen (zie ook hieronder).
 

Weinig zelfkennis

Niet dat ik nou heel veel sollicitatiegesprekken in mijn leven heb gehad, maar daar waar ik er eentje had, probeerde ik toch altijd in meer of mindere mate het spel maar een beetje tactisch mee te spelen zoals het hoorde. Ik deed dat vooral om twee redenen.
Ten eerste omdat ik heel lang weinig zelfkennis heb gehad en niet doorhad dat ik veel meer afweek van de meeste mensen om mij heen dan ik dacht (zie bijvoorbeeld mijn columns onder het label "Privé Tonko Achtluik"). En ten tweede omdat ik wel zag dat als ik voor mijn gevoel maar eventjes iets meer mezelf was, ik niet goed overkwam en sowieso meteen kansloos was.
Wat hierbij trouwens ook niet hielp, was dat ik nog nooit tijdens een sollicitatiegesprek de intrinsieke motivatie en drang voelde om de betreffende baan koste wat het kost binnen te slepen. Alleen vanwege het geld en om af te zijn van alle onzekerheid hoopte ik op een succesvolle sollicitatie. Iets wat meer mensen met weinig zelfkennis zullen herkennen en die daardoor geneigd zijn om regelmatig de verkeerde keuzes te maken... 
Hoe meer ik me iets aantrok van alle tips die ik kreeg over hoe ik mij moest gedragen en waar ik allemaal aan moest denken tijdens een sollicitatiegesprek, hoe vervelender en geforceerder het allemaal overkwam. Bovendien bleef het resultaat toch steeds hetzelfde.
 

In veel humor zit een kern van waarheid

Omdat het spel meespelen mij nooit ergens had gebracht en omdat ik inmiddels gerust durf te stellen dat zelfkennis een van mijn grootste kwaliteiten is geworden, had ik me voorgenomen om het bij dit sollicitatiegesprek anders te gaan doen. En dat lukte. Ik was behoorlijk mezelf (honderd procent is nooit realistisch) met al mijn kwaliteiten én bijbehorende valkuilen. Die ik overigens ook eerlijk benoemde: mijn breedsprakigheid en eigenzinnige karakter kwamen kort aan bod.
Toen ik wegliep, was ik trots op mezelf. Iemand die het spel meespeelt omdat dat nu eenmaal bij hem past, moet het doen. Bij mij past het echter niet en dus moest ik het wel op een dag over een andere boeg gaan gooien.
Eenmaal thuiskomend vroeg mijn dochter van twaalf hoe het was gegaan. Vol trots zei ik dat ik net mijn eerste sollicitatiegesprek ooit had gehad waarbij ik gewoon mezelf was geweest. Mijn dochter keek me kort aan en merkte droog op: “OK, je hebt de baan dus niet.”
Omdat mijn dochter mijn humor heeft en ik deze opmerking ook zelf zou hebben kunnen gemaakt, moest ik heel hard lachen. Maar zoals wel vaker geldt, zit er in veel humor een kern van waarheid. Een dag later kreeg ik de afwijzing al. Maar mijn les heb ik wel geleerd: ik ga liever strijdend en mezelf zijnd ten onder dan dat ik ooit nog het spel mee ga spelen.
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 


maandag 11 januari 2016

222. Over David Bowie geen kwaad woord

Actualiteit - Dood en overlijden - Muziek



Verschillend gekleurde ogen

Tjee, David Bowie dood. De man die door een geluk bij een ongeluk - een goede vriend sloeg hem op vijftienjarige leeftijd tijdens een ruzie over een meisje hard op zijn oog - twee verschillend gekleurde ogen leek te hebben, wat later zijn handelsmerk zou worden. Ik zeg “leek” omdat zijn beide ogen gewoon blauw waren. Doordat de pupil van zijn linkeroog door het ongeluk echter niet meer klein kon worden, wekte het de illusie alsof dat oog donkerder was.
Ik zal niet de enige zijn die bij het horen van het nieuws van het overlijden van zo’n enorme sex, drugs and rock & roll ster meteen denkt aan een niet gemiddelde dood: zelfmoord of drugs. “Gelukkig” blijkt Bowie gewoon aan kanker te zijn overleden, maar wist vrijwel niemand van zijn ziekte af. Wel knap om dat als beroemdheid zo goed verborgen weten te houden voor de buitenwereld.
 

John Lennon

Fascinerend om te zien vind ik altijd hoe liefhebbers en vooral fans omgaan met dit soort nieuws. Die zullen vanaf nu - veelal ook uit jeugdsentiment - overal snel op zoek gaan naar het laatste nieuws, achtergrondartikelen, muziek en alles nog meer wat hen maar het prettige bevestigende gevoel geeft van hoe goed David Bowie toch was/is.
Wie nog niet zijn net uitgebrachte nieuwe album “Blackstar” heeft, zal deze onmiddellijk gaan aanschaffen en het Groninger Museum kan met haar tentoonstelling over David Bowie (tot 16 maart 2016) topdagen verwachten. Tja, de een zijn dood…
Het doet me denken aan mezelf toen ik als veertien jarig joch op een ochtend in december 1980 van mijn moeder te horen kreeg dat John Lennon was doodgeschoten. Als goede vriend van Bowie zong en speelde Lennon overigens nog mee op “Fame” (1975), zijn eerste nummer één hit in de Verenigde Staten. Ondanks dat ik de topjaren van David Bowie (zeg rond 1967-1975) net als die van The Beatles (in 1970 gestopt) niet bewust heb meegemaakt, was ik van de laatste toch een groot liefhebber geworden. Om die reden deed het nieuws van Lennons dood mij best veel, al was het alleen maar vanwege het feit dat daarmee een droom over een eventuele comeback van The Beatles definitief de grond in was geboord.
Ik gedroeg me een beetje zoals fans van David Bowie nu ook zullen doen: ik kocht tijdschriften met artikelen over John Lennon en schafte zijn laatste album “Double Fantasy” aan die net als nu bij Bowie net voor zijn dood was uitgebracht. Op dat moment had niemand mij iets negatiefs moeten zeggen over John Lennon of over diens laatste album: over de doden niets dan goeds. Achteraf absurd natuurlijk, want “Double Fantasy” was met name door de bijdragen van Lennons controversiële vrouw Yoko Ono allesbehalve een goede plaat. Wat overigens ook te verwachten was, aangezien in mijn ogen geen enkele individuele Beatle later solo het niveau van de legendarische groep in hun creatieve topjaren 1966-1970 ook maar enigszins heeft weten te benaderen.
 

Heroes

Toch kunnen Bowie-fans gerust zijn: over David Bowie zal ik geen kwaad woord zeggen. Al is het alleen maar vanwege het simpele feit dat ik de man en zijn carrière daarvoor te weinig heb gevolgd.
Wel passeert in mijn auto regelmatig mijn favoriete David Bowie-song “Heroes” en ken ik Bowie in elk geval goed genoeg om te weten dat het een fascinerende man moet zijn geweest. Bowie was een groot deel van zijn leven bezig met onderzoeken, veranderen en vernieuwen. Zowel in zijn muziekcarrière als in zijn privéleven met al zijn verschillende fases op het seksuele vlak (androgyn, homoseksueel, heteroseksueel etc.).
Met al zijn uiteenlopende, steeds vernieuwende muziekstijlen en imago’s zal Bowie het zijn fans overigens niet altijd even makkelijk hebben gemaakt. Al zullen de echte diehardfans natuurlijk beweren alles aan Bowie even geweldig te vinden met als argument dat hij juist briljant was in zijn onnavolgzaamheid.
De echte liefhebbers daarentegen zullen een stuk realistischer reageren door te stellen dat ze de ene muziekfase van Bowie meer konden waarderen dan de andere. Een reden ook waarom ik altijd weinig zal ophebben met het begrip “fan” (zie ook column 121).
In mijn ogen kan het gewoon nooit zo zijn dat je alles aan David Bowie, zeker met zo’n lange en gevarieerde muziekcarrière, maar even goed of geweldig vindt. David Bowie zou het op dit punt ongetwijfeld met mij eens zijn geweest. Want iemand zonder zelfkritiek kan nooit een vernieuwer worden. En dat David Bowie de muziekgeschiedenis in zal gaan als een echte vernieuwer moge duidelijk zijn.

David Bowie, R.I.P.


Tonko
Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

 

donderdag 7 januari 2016

221. Face the truth woman!

Actualiteit - Verkrachting - Waarheid - Ontkenningsgedrag

 






De ideale vader uit The Cosby Show

Ik vraag me af hoe mevrouw Cosby Oudjaar heeft gevierd. Gewoon heel gezellig zoals alle voorgaande jaren of zou de sfeer voor het eerst in meer dan vijftig jaar huwelijk met Bill nu toch anders dan anders zijn geweest.
Inmiddels weten we allemaal dat de voormalig acteur/komiek en echtgenoot van Camille Cosby door ongeveer vijftig vrouwen is aangeklaagd voor seksueel misbruik. De ideale vader uit “The Cosby Show” zou de vrouwen hebben gedrogeerd, aangerand en verkracht.
 

Verjaring

Wat er precies is gebeurd met deze vijftig vrouwen zullen we door een van de domste bedenkels in de geschiedenis van de rechtspraak echter nooit weten. Wie mij één goed argument weet te geven voor het bestaansrecht van het absurde verschijnsel “verjaring” kan ik nu alvast vertellen dat hij ongelijk heeft. Zoals ik al eerder in een column terecht stelde, moet een deugdelijke bewijsvoering het uitgangspunt van elke rechtszaak en eventuele veroordeling zijn en niet de (on)waarschijnlijkheid of die bewijsvoering kan worden gerealiseerd (zie column 10).
Helaas voor Bill was er nog één verkrachtingszaak uit 2004 die “pas” afgelopen 2 januari 2016 verjaarde, waardoor het openbaar ministerie nog net op het nippertje in de laatste week van 2015 een officiële aanklacht tegen de acteur wist in te dienen. Komende week zal Bill Cosby hiervoor alsnog voor het gerecht moeten verschijnen.
 

De mate van waarschijnlijkheid

Natuurlijk valt er een hoop te zeggen voor het uitgangspunt dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen. Aan de andere kant ontkom je zeker hier - met dank aan de onnozele verjaring - er niet aan om te kijken naar de mate van waarschijnlijkheid. Hoe waarschijnlijk is het dat vijftig vrouwen zich melden met een compleet uit hun duim gezogen verhaal dat Bill Cosby hen zou hebben gedrogeerd, aangerand en verkracht?
Natuurlijk: theoretisch kan dit. Net als dat het theoretisch had gekund dat alle voormalige ploegmaten van Lance Armstrong hun dopinggebruik en dat van hun kopman van A tot Z hadden verzonnen. Maar of het ook waarschijnlijk is, is een heel ander verhaal.
Al wil ik hierbij nog wel benadrukken dat ik de mogelijkheid niet uitsluit dat er onder de vijftig vrouwen ook geldbeluste dames zullen zitten die hopen mee te kunnen liften op het “succes” van de échte slachtoffers.
 

De klassieke Stand-by-Your-Man vrouw

Er voor het gemak even van uitgaande dat de meeste van de vijftig vrouwen daadwerkelijk “gewoon” door Bill Cosby zijn gedrogeerd, aangerand en/of verkracht en we dus met een echte serieverkrachter te maken hebben, vind ik hem gek genoeg niet eens het meest interessant. Veel fascinerender vind ik de rol die zijn vrouw Camille inneemt in deze zaak.  
Tot nu toe (al zijn er inmiddels geruchten dat het huwelijk op springen staat) lijkt Camille zich te profileren als de klassieke All-American “Stand by Your Man”-vrouw door voor honderd procent achter Bill te blijven staan.

Yeah, that’s the spirit woman: je man wordt door vijftig vrouwen beschuldigd van drogering, aanranding en verkrachting, maar jij laat je niet uit het veld slaan. Simpelweg omdat je van hem houdt, blijf je hem door dik en dun steunen. Dat is nog eens ware liefde. Je trouwt niet voor niets in voor- en tegenspoed zullen we maar zeggen.
Vreemd aan het geheel is echter dat Camille allesbehalve bekend schijnt te staan als een - excusez le mot - slaafse vrouw die nederig en onderdanig haar man achterna loopt. Als hoogopgeleide vrouw en directe afstammeling van de moeder van Abraham Lincoln is Camille in de rol van manager voor een niet onbelangrijk deel medeverantwoordelijk geweest voor het grote succes van haar man. Waarbij steeds opviel dat zij veel harder en gehaaider was dan manlief Bill.
 

Afweermechanisme

Maar hard of niet, wat mij altijd blijft verbazen bij dit soort vrouwen is dat als het op de liefde aankomt ze opeens blinde softies (willen) zijn. Ondanks dat ik hoop ervan uit te mogen gaan dat Camille nooit heeft afgeweten van de verkrachtingspraktijken van haar man, moet zij in elk geval wel op de hoogte zijn geweest van het feit dat haar man regelmatig achter de vrouwen aan zat, aangezien dat algemeen bekend was.
Dit afweermechanisme waarbij de realiteit te pijnlijk is om te accepteren en daarom maar wordt onderdrukt en ontkend, is een fascinerend psychologisch verschijnsel. Ergste voorbeelden van dit soort afschuwelijk gedrag vind ik moeders van kinderen die jarenlang door de vader seksueel zijn misbruikt en die maar bleven volhouden dat zij nergens vanaf wisten. Meest lugubere verhaal is natuurlijk dat van Rosemarie Fritzl, moeder van zeven kinderen en de vrouw van de beruchte Oostenrijker Josef Fritzl.
 

Josef Fritzl

Josef Fritzl bouwt op een dag een grote kelder/woonruimte onder zijn huis, sluit zijn achttienjarige dochter Elisabeth er 24 jaar (!) lang in op, misbruikt haar er seksueel wanneer het hem uitkomt, verwekt bij zijn dochter zeven (klein) kinderen waarvan één zoon bij de geboorte overlijdt, twee zoons en een dochter beneden in de kelder blijven en twee dochters en een zoon in het gezin boven worden opgenomen. Om het verhaal geloofwaardig (?) te maken, verzint Josef dat Elisabeth zich bij een sekte heeft aangesloten en dat zij haar drie kinderen voor haar ouders huis te vondeling heeft gelegd. Door briefjes die hij Elisabeth heeft laten schrijven, weet hij zijn verhaal te onderbouwen.
En Rosemarie? Tja, die wist natuurlijk helemaal niets van al die ellende die 24 jaar lang een paar meter onder haar voeten had plaatsgevonden. Dat haar man na tien jaar huwelijk al eens een jaar in de gevangenis had moeten doorbrengen, omdat hij was veroordeeld voor verkrachting van een jonge vrouw was voor haar blijkbaar ook geen reden geweest om aan hem te twijfelen laat staan van hem te scheiden (wat ik persoonlijk zou doen).
Geloofwaardig of niet? Ik ben overtuigd van het laatste. En als ik gelijk heb, zou je je bij wijze van spreken nog kunnen gaan afvragen wie erger is: het monster Josef Fritzl of zijn vrouw die om wat voor reden dan ook zijn daden oogluikend toestond. 
 

Een hekel aan ontkenningsgedrag

Waar Rosemarie nog het excuus heeft een simpele vrouw te zijn, geldt dit echter niet voor Camille Cosby. Maar ik herhaal dat ik er gif op durf in te nemen dat de dames als grote overeenkomst hebben dat zij beiden drommels goed hebben geweten dat er - heel zachtjes gezegd - iets niet helemaal klopte aan hun man. En dan mag je je zoals Camille wel naar de buitenwereld toe profileren als een sterke vrouw, maar dan ben je dat natuurlijk allerminst.
Ik heb een gruwelijke hekel aan ontkenningsgedrag. De realiteit onder ogen komen, accepteren en de consequenties ervan aanvaarden beschouw ik als een teken van kracht. Mijn kinderen zijn gewaarschuwd: mochten ze later “besluiten” om serieverkrachter of crimineel te worden dan zal ik ze zeker blijven steunen. Maar dan vooral in het proces van het accepteren van de consequenties van hun gedrag. Precies wat Camille ook zou moeten doen.

Face the truth woman!








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Bill Cosby (zo te zien in betere tijden...)
 

donderdag 24 december 2015

220. De kracht van suggestie kan een mens maken én breken (2/2)

Privé - Placebo-/Novebo-effect - Filosofie








Placebo-effectgedachte

Ik weet nog precies het moment waarop ik een persoonlijke ervaring had met het placebo-effect. Dat was ruim tien jaar geleden tijdens het laatste jaar van mijn huwelijk, waarin zowel mijn vrouw als ik niet bepaald lekker in ons vel zaten.
De psychologe die ik toen af en toe zag, sprak haar vermoeden uit dat ik in een depressie zat. Ondanks dat ik het woord uiteraard kende, was ik niet op de hoogte van de precieze definitie ervan en had ik mede daardoor het begrip nooit met mezelf in verband gebracht. Na invullen van een vragenlijst werd echter al snel duidelijk dat mijn psychologe een punt had.
Onder het mom van “Baat het niet dan schaadt het niet” begon ik vervolgens voor het eerst antidepressiva te slikken. Niet lang daarna betrapte ik mezelf op een placebo-effectgedachte toen ik mijn vrouw een keer spontaan in de keuken zoende. Iets wat ik zeker in dat stadium van ons huwelijk nooit deed, simpelweg omdat ik die behoefte niet voelde. 
Meteen nadat ik haar gezoend had, vroeg ik me af waarom ik dit eigenlijk had gedaan. Was dat omdat ik sinds kort antidepressiva slikte en ze dus blijkbaar werkten, of was dat gewoon omdat ik antidepressiva slikte en ik dus geacht werd om mij beter te voelen en dit soort leuke, spontane acties uit te voeren?
Diep in mijn hart wist ik het antwoord op deze vraag al meteen: voilá, het placebo-effect!
 

Het nocebo-effect

Er bestaat trouwens ook een minder bekende tegenhanger van het placebo-effect: het nocebo-effect. Net als “placebo” komt het woord “nocebo” uit het Latijn en betekent “Ik zal schaden”. Daar waar het bij het placebo-effect gaat om een positief verwachtingspatroon, draait het bij het nocebo-effect juist om de negatieve variant.
Ooit zag ik op, ik vermoed, National Geographic een programma over bijgeloof. Er werd een waargebeurd verhaal verteld over een man die in een paar dagen tijd opeens doodziek was geworden, terwijl de doktoren met hun handen in het haar zaten omdat ze geen enkele oorzaak voor zijn gezondheidstoestand konden vinden. Het enige wat ze zagen, was dat als er niets zou veranderen de man zou sterven.
De vrouw van de man vertelde hierop aan een van de doktoren wat de werkelijke oorzaak was. Haar man had een paar dagen daarvoor op een begraafplaats een vervelende ontmoeting gehad met de plaatselijke witch-doctor. Deze toverdokter had tijdens een voodoo-achtig ritueel een vloek over de man uitgeroepen, waarbij hij een mysterieus poeder uit een flesje over de man had heen gegooid. De man kreeg hierop medegedeeld dat hij snel zou doodgaan en dat niemand daar iets tegen kon doen. En jawel, na deze ontmoeting werd de man daadwerkelijk doodziek.
De dokter die dit verhaal aanhoorde, bedacht hierop een plan. De volgende dag kwam hij bij de zieke man langs en vertelde hem dat hij de witch-doctor had gesproken. Hij had de toverdokter gedwongen om te vertellen wat voor soort poeder hij had gebruikt. Het bleek te gaan om een poeder dat hagedisseneitjes bevatte die vervolgens in de maag van de man waren uitgekomen. Eén hagedis had dit overleefd door de overige eitjes te verorberen en die was nu begonnen aan het van binnenuit opeten van het lichaam van de man.
Gelukkig had de dokter een oplossing gevonden: hij hield een kort ritueel waarbij hij de man een injectie gaf. Hierop moest de man overgeven, wat hij deed in een emmer die de dokter hem overhandigde. En kijk, tussen al het braaksel bevond zich een grote levende hagedis in de emmer.
De dokter vertelde de man dat de vloek hiermee was opgeheven. De man was blij en opgelucht en knapte vanaf dat moment zienderogen op.
 

Moraal van het verhaal

Natuurlijk was het verhaal van de dokter verzonnen. Hij had helemaal geen witch-doctor gesproken en de hagedis had hij zelf in de emmer gestopt. Maar dat maakte allemaal niet uit. Het werkte, en daar was het allemaal om te doen geweest. 
Moraal van het verhaal: de kracht van de suggestie kan zo sterk zijn dat hij een mens kan maken (placebo) én breken (nocebo).
Verhalen waar het door het nocebo-effect slechter afliep met de patiënt zijn er overigens ook: bijvoorbeeld over een man die te horen kreeg dat hij door uitgezaaide leverkanker nog maar een paar maanden te leven had. En inderdaad stierf de man binnen dat tijdsbestek. Tijdens de autopsie bleek echter dat de artsen zich hadden vergist. De tumor was klein en niet uitgezaaid. De man was niet gestorven aan kanker, maar aan het geloof dat hij door kanker zou sterven.
 

Filosofische discussies

Wie met elkaar gaat praten over de fascinerende verschijnselen van het placebo- en nocebo-effect loopt kans snel te verzanden in filosofische discussies over het wel of niet bestaan van een scheiding tussen lichaam en geest/ziel: dualisme versus monisme.
Daar waar dé filosoof van het dualisme de Fransman René Descartes (1596-1650) als standpunt had dat mensen zijn samengesteld uit twee substanties - materie (res extensa) en geest (res cogitans) - die op een geheimzinnige, onbekende manier invloed op elkaar kunnen uitoefenen, denk ik er heel anders over.
Van alle monistische tegengeluiden tegen het dualisme spreekt mij het fysicalisme of materialisme misschien nog wel het meest aan: de werkelijkheid kan uitsluitend met fysische eigenschappen beschreven worden. Anders gezegd: alles wat is, bestaat uit materie; het “zijn” gaat vooraf aan het “denken” etc. Waarmee het fysicalisme zich lijnrecht plaatst tegenover de filosofische stroming van het idealisme, waarin niet materie maar juist al het geestelijke het enige uitgangspunt is van waaruit iets over de werkelijkheid kan worden gezegd.
Met mijn geloof in het fysicalisme gaat mijn interesse vanzelfsprekend ook uit naar de filosofische vraag binnen het reductionisme, namelijk of je alles wat er mentaal omgaat in de mens kunt reduceren tot louter fysische, biologische eigenschappen. Waarbij ik dus neig naar een bevestigend antwoord.
 

Teren op het placebo-effect

Vele columns kun je vullen met filosofische vraagstukken rondom het wel of niet bestaan van een scheiding tussen lichaam en geest. Feit is in elk geval dat het placebo-effect bestaat, dat het waarschijnlijk nog groter is dan wij denken en dat het allemaal voortkomt uit een ingewikkeld proces in ons lichaam waarbij onze verwachtingen dat iets positief zal werken op zich al voldoende kunnen zijn om positieve effecten teweeg te brengen.
Met dit besef vraag ik me wel eens af hoeveel geneeskundige methoden en medicijnen er op deze wereld circuleren die in feite volledig op het placebo-effect teren. Ik kan me namelijk goed voorstellen dat er- zeker in een verder verleden - diverse geneeskundige middelen en methoden zijn uitgevonden die vervolgens met succes werden getest en ingevoerd waarbij men echter met één klein detail geen rekening hield. Namelijk met de mogelijkheid dat de gezondheidssituatie van de patiënten niet verbeterde door de middelen en methoden zelf, maar enkel en alleen door de verwachtingen van de patiënten dát ze zouden helpen. Ik vermoed dat als ooit hierover de exacte waarheid naar boven komt we er enorm van zullen schrikken.
Aan de ene kant kun je stellen dat dat toch niets uitmaakt zo lang als het allemaal maar werkt. Maar aan de andere kant moet je dan ook accepteren dat het placebo-effect onze economie onnodig veel geld kost. We praten dan over miljarden die elders veel nuttiger zouden kunnen worden besteed.
 
Sinds kort slik ik weer nieuwe antidepressiva. Maar zeker na het schrijven van deze columns vraag ik me opnieuw sterk af of ze wel zullen helpen. Ik weet dus dat antidepressiva op zich niets doen, maar ik weet ook dat als ik erin zou geloven ze waarschijnlijk wel zullen werken. Hoe moet je in godsnaam in iets geloven waarvan je weet dat het eigenlijk nergens op slaat? Mmm, lastig hoor. Ik vraag me trouwens af hoeveel gelovigen er dagelijks met dezelfde vraag worstelen.
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Focus (NTR): Het Placebo-effect

zaterdag 19 december 2015

219. Wat kost de wereld meer geld: geloof of de waarheid? (1/2)

Actualiteit - Placebo-/Novebo-effect - Waarheid

 






Paracetamol versus placebo

Een klein onderzoekje in Nieuw-Zeeland toont aan dat bij mensen met griep paracetamol even goed werkt als een placebo. Dit sluit aan op een uitzending die ik onlangs zag van het wetenschappelijk NTR-programma Focus over het placebo-effect (placebo komt uit het Latijn en betekent “Ik zal behagen”).
Dit fenomeen waarbij placebo’s of neppillen aan patiënten worden gegeven die vervolgens gewoon even goed als echte medicijnen blijken te werken, heeft mij altijd gefascineerd.
 

Placebo-effect sterker dan gedacht

In de uitzending van Focus wordt duidelijk gemaakt dat het placebo-effect nog een stuk sterker is dan gedacht. Zo hebben experimenten aangetoond dat als mensen zonder het te weten een placebo krijgen het daarna niet alleen beter met ze gaat, omdat ze mentaal denken dat het na inname van dit “medicijn” wel beter zal gaan, maar ook omdat de placebo daadwerkelijk fysiek een verandering in het lichaam teweegbrengt.
Dan ziet men bijvoorbeeld aan hersenscans dat er na inname van een placebo in de hersenen stofjes ter pijnverlichting zijn aangemaakt zoals dat ook gebeurt bij inname van echte medicijnen.
Natuurlijk zijn er grenzen aan het placebo-effect en kunnen placebo’s geen gebroken benen of kanker genezen. Maar dat we het effect nog steeds onderschatten, wordt steeds duidelijker.
Zelfs als je tegen een patiënt zegt dat hij een placebo krijgt, heeft het vaak een positief effect. In de uitzending zien we een patiënte die ervan op de hoogte was dat ze als experiment placebo’s tegen haar hevige rugpijn kreeg. Ondanks haar eigen scepsis en verbazing bleek ze er enorm van op te knappen. Toen het experiment echter stopte, gebeurde wat je al kunt raden: de rugpijn keerde even snel terug als dat die eerder was verdwenen. Omdat de doktoren haar geen placebo’s meer mochten geven, deed ze vervolgens nog vergeefse pogingen om bij apotheken placebo’s aan te schaffen.
Neem dan een pepermuntje en beeld je in dat het een medicijn is, denk je dan, maar zo werkt het niet. O
m placebo’s te laten werken, moet je het wel serieus aanpakken. Zo werken grote placebo’s beter dan kleine, twee placebo’s beter dan één, duurdere beter dan goedkopere en rode placebo’s beter tegen pijn en blauwe beter tegen angst.
 

Antidepressiva

Wat jammer toch dat ik met mijn aanleg voor en last van existentieel-achtige depressies niet alleen aardig op de hoogte ben van het placebo-effect, maar bovendien veel rationeler in elkaar steek dan een gemiddeld mens. Waar rationaliteit normaal gesproken mijn kracht is, werkt het in dit geval duidelijk tegen me.
Jarenlang heb ik met tussenpozen diverse antidepressiva gebruikt, maar ik kan niet zeggen dat ik veel verschil merkte. Geen wonder als je bedenkt dat ik naast mijn al aanwezige kennis over het placebo-effect ook op de hoogte ben van een onderzoek uit 2008 dat aantoonde dat placebo’s bij ”gemiddeld” (niet zwaar) depressieve personen ongeveer even goed werkten als echte antidepressiva. Alleen voor zwaar depressieve mensen bleken antidepressiva iets zinvoller te zijn dan placebo’s.
Ervan uitgaande dat dit klopt, hoef je geen wiskundig genie te zijn om hieruit op te maken dat de in antidepressiva aanwezige stofjes voor gemiddeld depressieve mensen dus blijkbaar niets doen. Een eenvoudige rekensommetje leert tenslotte dat anders de groep mensen die tijdens het onderzoek de echte antidepressiva kreeg beter zou hebben moeten scoren dan de placebogroep.
Eindconclusie: geef mensen met gemiddelde depressies neppillen óf antidepressiva (dat maakt niet uit), zeg dat het een antidepressivum is en het werkt bij beide varianten in dezelfde mate. Wat in de praktijk neerkomt op ongeveer vijftig procent (of andersom geredeneerd: bij ongeveer vijftig procent werken antidepressiva dus sowieso niet). Allemaal simpelweg omdat voor deze mensen de illusie sterker werkt dan de waarheid.
 

Filosoof Friedrich Nietzsche en Der Wille zur Macht

Om even een filosofische zijsprong te nemen: dat soms de illusie sterker is dan de waarheid doet mij denken aan de deugdethiek van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) waarin centraal staat dat de waarheid en de illusie deugdelijk zijn als ze je sterker maken en ondeugdelijk zijn als ze je verzwakken. Een bekende uitspraak van Nietzsche hierbij is: “Waar de illusie sterker is dan de waarheid - kies dan voor de illusie.”
Het betreft hier standpunten die je weer kunt beschouwen als onderdeel van de rode draad door Nietzches filosofie: de wil tot macht.
De theorie rondom “Der Wille zur Macht” draait om Nietzsches overtuiging dat het leven in het universum gedicteerd wordt door de wil tot macht. Degenen met de sterkste wil tot macht, door Nietzsche übermenschen genoemd, zetten zich met hun nieuwe moraal af tegen de heersende slavenmoraal waarbij nederigheid, medelijden en vergeving de centrale deugden waren.
Dat Friedrich Nietzche met deze op het het recht van de sterkste gestoelde theorie decennia later bijzonder populair zou worden onder hooggeplaatste nazi's/fascisten mag geen verrassing worden genoemd. Zo beschouwde Adolf Hitler Nietzsche als zijn favoriete filosoof. 
 

Goedkope placebo's 

Nog een kleine kanttekening bij mijn opmerking “dat maakt niet uit” bij de hierboven genoemde eindconclusie: kijkend naar het geld maakt dat natuurlijk wél heel veel uit. Als je alle in Nederland voorgeschreven antidepressiva zou vervangen door goedkope placebo’s zou dat jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s schelen.
Wat bij mij een boeiende, filosofische en zelfs beetje retorische vraag oproept. Wat kost de wereld eigenlijk meer geld: geloof of (de) waarheid? Een fascinerende vraag om over na te denken.

Meteen hierna volgt deel 2. 
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Focus (NTR): Het Placebo-effect
 

zaterdag 5 december 2015

218. Zonder waarheidsvinding geen rechtvaardigheid

Actualiteit - Zelfmoord - Rechtspraak - Waarheid 

 





Dexter

De afgelopen maanden heb ik de serie Dexter gezien (zie ook column 213). De serie gaat over Dexter Morgan die als forensisch bloedexpert bij de politie van Miami werkt om moorden op te lossen, maar die in zijn vrije tijd als seriemoordenaar zelf vrij rondlopende moordenaars ombrengt die door de mazen van het politienet zijn gekropen.
Dexter is uitmuntend in zijn werk, wat ook meteen verklaart waarom hij als seriemoordenaar zo succesvol kan zijn. Dexter hoeft maar op een plaats delict te komen, het levenloze lichaam en de bloedsporen te zien (en uiteraard te fotograferen) en hij weet precies hoe de moord is gepleegd. En als het even meezit - doordat de moordenaar in de politiedatabase staat - weet men door het gevonden DNA daarna ook snel wie het gedaan heeft.
 

Dascha Graafsma

Ondanks dat ik natuurlijk goed besef dat televisie geen werkelijkheid is, betrapte ik mezelf tijdens het kijken van Dexter toch op de gedachte dat het in het echt met alle huidige technische middelen en DNA-sporen ook wel in grote lijnen zo zal gaan.
Wellicht dat het in het gewelddadige Miami wel zo werkt, maar in Nederland zijn we nog lang niet zover. Dat bleek onlangs toen de zestienjarige Dascha Graafsma in Hilversum na een avond stappen in de vroege ochtend van zaterdag 28 november door aanrijding door een trein tragisch om het leven kwam.
Zelfmoord concludeerde de politie onmiddellijk, wat toevallig (?) voor hen en justitie natuurlijk ook het "beste" zou uitkomen. In zo'n geval kan het dossier tenslotte meteen worden gesloten en hoeft men verder geen onderzoek meer te verrichten.
Maar de vader van Dascha die zijn dochter niet anders kende dan als een blij, vrolijk, "vlinderig" kind geloofde niets van deze conclusie en zocht de media op. Naar het nu uitziet niet onterecht, want inmiddels is uit pathologisch onderzoek gebleken dat er in het lichaam van Dascha behalve alcohol ook twee sporen van drugs zijn gevonden “die je liever niet in je lichaam wilt hebben”. Hierdoor blijft de mogelijkheid open dat niet de drang om niet te willen blijven leven, maar het “gewoon” bewust dan wel onbewust innemen van drugs het drama heeft veroorzaakt.
 

Astrid en Talitha Storm

Wat ik te gek voor woorden vind aan dit verhaal, is dat men het zover laat komen dat een vader van een overleden kind zich genoodzaakt voelt om de media op te gaan zoeken om ervoor te zorgen dat er in elk geval grondig onderzoek wordt verricht. Terwijl het mij niet minder dan vanzelfsprekend lijkt dat dat in dergelijke situaties altijd gebeurt.
Dat dit echter een naïeve gedachte is, maakte Astrid Storm mij duidelijk in het actualiteitenprogramma Pauw van afgelopen dinsdag. Astrid is de moeder van Talitha die in 2013 om het leven kwam toen zij door een trein werd aangereden. Opvallend aan dit verhaal is dat Talitha op het moment van aanrijden roerloos op het spoor lag, maar dat de moeder gewoon te horen kreeg dat haar dochter voor de trein was gesprongen.
Astrid vertelde dat ze tot op de dag van vandaag nog steeds niet weet wat er precies is gebeurd, vooral omdat het onderzoek naar de dood van haar dochter al vanaf de eerste minuut misliep. Zo werd door politie en justitie meteen de conclusie getrokken dat het om zelfdoding zou gaan, terwijl er toch duidelijk een aantal vreemde zaken speelden waaronder dus het bijzondere feit dat Talitha roerloos op het spoor lag op het moment van aanrijden.
 

Doe eerst onderzoek en trek daarna je conclusies!

De onmiddellijke aanname van zelfmoord als oorzaak is de reden dat er verder nooit onderzoek is verricht; noch naar het lichaam van Talitha, noch naar haar kleren, noch naar (eventueel - in geval van een misdrijf - sleep) sporen etc.
Nog een verbijsterend detail aan deze zaak is dat er direct na het drama nooit foto’s zijn gemaakt op en rond het spoor en lichaam. Iets wat ik echt niet kan begrijpen, aangezien ik ervan uitga dat dat een standaardprocedure is in dit soort situaties.
Het meest choquerende aan alles vind ik echter de constatering dat wat in mijn ogen les één zou moeten zijn in het handboek van de politie voor wat betreft de werkwijze in dit soort situaties gewoon niet is gehanteerd: doe eerst onderzoek en trek daarna je conclusies! Hoe moeilijk kan dat zijn?
 

Rol geld

Typerend voor de wereld waarin wij leven is dat ook hier weer geld een belangrijke rol heeft gespeeld: wanneer er een dode valt op het spoor gaat de hoogste prioriteit uit naar het zo snel mogelijk vrijmaken van de rails zodat de treinen weer door kunnen rijden.
Maar juist om deze reden lijkt het mij des te vanzelfsprekender dat voor deze situaties een standaardprocedure zou bestaan die erop uit is om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk gegevens te verzamelen door middel van sporenonderzoek ter plaatse én - essentieel - door het maken van heel veel foto’s die de mogelijkheid openhouden voor onderzoek achteraf.
 

Advocaat Sébas Diekstra en waarheidsvinding

Heel ironisch vond ik te horen dat Sébas Diekstra, de advocaat van Astrid Storm, aangaf dat zijn rol in deze zaak tot op heden was geweest om politie en justitie achter hun broek aan te zitten om ervoor te zorgen dat zij alsnog aan waarheidsvinding gaan doen in plaats van aan tunnelvisie. Ironisch omdat het wel de omgekeerde wereld lijkt: een advocaat die zich bezighoudt met waarheidsvinding (niet zijn taak) en een officier van justitie die dat niet doet (wél zijn taak).
Wat mij voor de zoveelste keer terugbrengt op mijn standpunt dat de rechtspraak niet deugt, omdat daarin waarheidsvinding en rechtvaardigheid altijd centraal zouden moeten staan terwijl dat helaas nog niet gebeurt (lees mijn columns over rechtspraak en advocaten). 
 

Schuldgevoel

Natuurlijk begrijp ik overigens goed dat bij dit soort drama’s altijd het risico aanwezig is wat Peter R. de Vries in de uitzending van Pauw ook benoemde: veel ouders van kinderen die zelfmoord plegen, hebben moeite om zich erbij neer te leggen dat hun kind zelfmoord heeft gepleegd. Hierdoor hebben ze de neiging om zich uit schuldgevoel vast te klampen aan een zaak met als “hoop” dat er als eindconclusie uitkomt dat een misdrijf en niet zelfmoord de oorzaak van de dood van hun kind is.
Mede door dit risico is de mening van de ouders in dit verhaal minder relevant. Wat het meest relevant is, is dat het bij dit soort drama's bij politie en justitie een vanzelfsprekendheid en vaste procedure wordt dat er eerst grondig onderzoek plaatsvindt alvorens er conclusies worden getrokken, waardoor de ware toedracht van wat er werkelijk is gebeurd naar boven komt. 
Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: waarheidsvinding is en blijft de basis van een goede rechtspraak. Zonder waarheidsvinding geen rechtvaardigheid.
 

The Staircase

Wat jammer toch dat de in zijn werk foutloze Dexter in werkelijkheid niet bestaat.
Belangrijke les in het echte leven is dat je altijd en eeuwig kritisch moet blijven, aangezien er op alle niveaus mensen rondlopen die grote fouten maken, zelfs daar waar het om leven en dood draait.
Het doet me denken aan de spannende documentaire "The Staircase" waarin de Amerikaanse schrijver Michael Peterson op een avond zijn vrouw dood onderaan de trap vindt. Hij beweert dat ze van de trap is gevallen, maar hij wordt door de staat aangeklaagd en veroordeeld voor moord.
Omdat de deskundigen van beide partijen gek genoeg hele verschillende meningen hebben over wat de sporen op en rond het lichaam feitelijk aantonen, is en blijft Michael Peterson de enige die weet wat er precies is gebeurd.

Maar Dexter zou het wel weten...
 





Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.