zondag 31 juli 2016

246. Er is niets doodgewoner dan de dood

Privé - Katten - Dood/Overlijden - Filosofie

 








Angst slechte raadgever

Tijgertje is dood. De pas twee jaar oude kat van mijn dochter werd van de week op straat aangereden door een auto. Een dag voordat mijn dochter met haar moeder en broers voor drie weken op vakantie zou gaan.
Bezorgd als ik ben om mijn katten (en kinderen uiteraard), was ik hier al bang voor. Tijgertje was van onze katten verreweg de meest nieuwsgierige en avontuurlijke kat. Hij was vrijwel nergens bang voor en stapte op alles en iedereen af. Tijgertje was ook de enige die de grote weg vlakbij ons huis regelmatig overstak, wat hem nu dus fataal is geworden.
Waar voor de mens angst vaak een slechte raadgever is, geldt dat niet voor katten in onze bewoonde wereld. Als het gaat om het verschil tussen dood en (over) leven is angst voor katten juist een hele goede raadgever. Angstige katten worden gemiddeld een stuk ouder dan hun niet bange, avontuurlijke soortgenoten die achteloos gevaren tegemoet treden die ze maar beter kunnen vermijden.
 

Schuldgevoel

Mijn dochter (en ik dus ook) heeft tot nu toe veel pech met de door ons aangeschafte kittens. Nadat eerder ooit haar lievelingskat Simba (tezamen met het andere lieve katertje Dagobert) dramatisch aan zijn eind kwam door vergiftiging overkomt haar nu dit weer met haar favoriete kat Tijgertje.
Het stomme is dat als zoiets dramatisch gebeurt en mijn dochter in tranen is ik mezelf betrap op een soort van schuldgevoel dat ik heb gefaald. Omdat ik als verantwoordelijke ouder mijn dochter, haar broers en mijn katten dien te beschermen tegen ellende en dat dat nu niet gelukt is en dat ik dan dus blijkbaar iets niet goed heb gedaan. Een gevoel waarvan ik mij kan voorstellen dat ouders van een overleden kind (bijvoorbeeld door een verkeersongeval of een vreselijke ziekte) dat ook zouden kunnen hebben. Hoe onterecht dat uiteraard ook is.
In feite geeft dit eigenlijk precies aan waarom in de eeuwige “strijd” tussen gevoel(s) en verstand(s mensen) ik altijd een voorkeur zal hebben voor de laatste. Afgaan op gevoel leidt vaak tot irrationele, foute en destructieve gedachtes en emoties.
Rationeel weet ik wel dat ik niets kan doen aan de dood van Tijgertje. Elke dag komen katten om in het verkeer. Ja of ik had Tijgertje natuurlijk gewoon voor altijd in huis moeten houden, maar het is de vraag of ik dat had gewild en of ik daar Tijgertje gelukkig mee had gemaakt (beide retorische vragen). Dat is net zoiets als je kinderen thuis opsluiten of "in een doosje stoppen" omdat je bang bent voor de gevaren van de buitenwereld. Met bovendien als grote valkuil dat de meeste ongelukken nou juist weer in en rondom het huis gebeuren.
Rationeel weet ik heel goed dat het allemaal gewoon weer neerkomt op datgene waar het leven voor misschien wel het grootste deel om draait (maar wat de meesten weigeren te aanvaarden): geluk en pech, willekeur en toeval. You win some, you lose some en sommigen winnen of verliezen nu eenmaal meer dan de ander. That’s life.
 

Moeite met de dood

Tot aan mijn eigen dood zal ik altijd moeite blijven hebben met de dood. Jarenlang geef je om een mens of dier en zie je hem (of haar) misschien wel dagelijks en dan opeens van de ene op de andere dag is hij dood, voorgoed weg en zie je hem gewoon nooit echt nooit meer. Ook al zoek je de hele wereld ervoor af.
Voor mij blijft dit ongelofelijk vreemd en onwerkelijk en echt niet te bevatten. Zo zie ik Tijgertje de ene dag vrolijk rondrennen en zo zie ik hem de volgende dag bewegingsloos in een doos liggen en is al het leven uit zijn lichaam weggezogen en valt daar niets, helemaal niets meer aan te veranderen. Hoe graag ik dat ook zou willen als een soort dokter Frankenstein.  
 

Het voortplanten van leven op zich is het doel

Terwijl het gekke is dat als je objectief naar de natuur kijkt je niets anders kunt dan constateren dat als er iets in ons leven doodgewoon is dat het dan wel de dood is. Ik ken de statistieken niet, maar ik vermoed dat ik ga duizelen bij het horen van het aantal dieren op deze wereld dat na de eerste week na de geboorte alweer hartstikke dood is.
Dat de dood alleen voor de mens niet zo verdomd doodgewoon is, heeft het enkel te danken aan zijn hoge intelligentie en bewustzijnsniveau. Hierdoor is de mens in een soort luxepositie beland waarin hij de mogelijkheid heeft gekregen om daadwerkelijk over het begrip “dood” na te kunnen denken en er al doende vervolgens - gechargeerd gezegd - zo dramatisch over te doen dat hem niets anders meer rest dan in allerijl zaken als religie te bedenken om in elk geval op een geruststellende wijze met dit doodenge begrip om te kunnen gaan.
Vanuit dezelfde luxepositie is de mens overigens ook het enige levende wezen op aarde dat kan nadenken over de vraag of het leven zin of een doel heeft. Wat kijkend naar de natuur voor alle andere dieren op deze aarde een volstrekt absurde vraag zou zijn. Op de mens na met al zijn hobby's en interesses houdt naar mijn weten elk dier op aarde zich in zijn leven vooral bezig met het verzamelen van voedsel en drinken (en dit vervolgens opeten en -drinken), seksen en voortplanten en slapen. Oftewel elk dier is eigenlijk vooral bezig met zo lang mogelijk zien te overleven om zoveel mogelijk nageslacht te kunnen leveren. Dus elk dier lijkt in feite alleen maar te leven om weer ander leven te kunnen voortbrengen. Het voortplanten van leven op zich is dus het doel en niets meer. Als je hierover nadenkt, is dit wel een enorm vreemd en compleet nutteloos "doel" of ligt dat aan mij? 
 

Les Revevants

Wat jammer toch (over pech gesproken) dat ik als filosofisch ingesteld persoon veel meer dan een gemiddeld mens bezig ben met het nadenken over de dood. Van de vele fascinaties die ik heb, is de fascinatie voor de dood misschien wel de grootste. Wat ik niet vreemd vind aangezien filosofisch ingestelde mensen zich nu eenmaal veel bezighouden met de grote levensvragen en mysteriën in deze wereld. En wat is er nou een groter mysterie dan de vraag wat er na de dood gebeurt en of er überhaupt iets is na de dood?
Ik zag onlangs een prachtige Franse serie op Netflix rondom het thema dood: "Les Revenants". De serie gaat over een Frans bergdorpje waarin iets opvallends gebeurt: van de ene op de andere dag komen plotseling een aantal mensen aanlopen die jaren geleden zijn overleden. De interessante filosofisch getinte vraag is natuurlijk hoe de levenden met zo'n onwerkelijke situatie omgaan.
Ik zou er in elk geval voor tekenen om op een dag Tijgertje weer levend op onze stoep te zien staan. En zeg nooit dat dit nooit kan gebeuren, want de Oostenrijk-Britse filosoof Karl Popper zou hierover gezegd kunnen hebben dat 
het er weliswaar sterk op lijkt dat niemand terugkeert uit de dood, maar dat dat nog niet wil zeggen dat je honderd procent kunt uitsluiten dat zich op een dag een overledene levend voor je neus staat.

Ja, er is niets doodgewoner dan de dood. Maar het went nooit. 

Lieve Tijgertje, we zullen je enorm missen, je was echt een schatje.
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Tijgertje
 

zaterdag 16 juli 2016

245. IS ideologie gebruiken voor een beloning

Actualiteit - Terrorisme - Islamitische Staat (IS)

 








Moslimfundamentalistische theekransjes

Ik vraag me af of er ergens op deze wereld moslimfundamentalistische theekransjes voorkomen waarbij ouders niet alleen trots vertellen dat hun zoon advocaat, CEO of chirurg is, maar ook dat hun zoon is omgekomen tijdens het ombrengen van tientallen “ongelovigen”. Bijvoorbeeld door met een vrachtwagen in te rijden op weerloze gezinnen die op een nationale feestdag naar een vuurwerkshow aan het kijken waren. En dat de andere ouders dan afgunstig denken van shit (of Mijn Allah), daar kunnen wij niet tegenop.
Geen islamitische advocaat, CEO of chirurg heeft tenslotte garantie op 72 maagden in het hiernamaals. Maar ter geruststelling: dat hebben terroristen ook niet. Wie mij kan vertellen waar in de Koran staat dat je als terrorist (of ieder ander) als beloning na je dood in het paradijs 72 maagden krijgt, mag het mij zeggen. Dit is niets anders dan een mythe. Een mythe die in het nadeel van de islam werkt.
 

Er uitgaan met een spectaculaire terroristische knal

Toch houd ik bij de inmiddels uiteraard door Islamitische Staat (IS) opgeëiste “terroristische aanslag” in Nice rekening met een heel ander scenario waarbij religie niet of hooguit nauwelijks een rol heeft gespeeld en er van terrorisme eigenlijk helemaal geen sprake is geweest.
Veelzeggend hierbij vind ik de mededeling van een buurman van de dader in Nice (de 31-jarige Tunesische Fransman
Mohamed Lahouaiej Bouhlel) dat dit helemaal niets met religie of de islam te maken heeft. De buurman over de dader: “Hij bidt niet, doet niet aan ramadan, helemaal niks. Hij zit in de put, gaat door een scheiding . Hij woont alleen en hij heeft geldproblemen.” Ervan uitgaande dat wat deze buurman zegt klopt, zie ik bepaald geen geloofsfanaat voor me wat je zou mogen verwachten bij extreem moslimterrorisme. En het lijkt me sterk dat zo iemand dat van de ene op de andere dag opeens geworden is.
Dat het incident in Nice desalniettemin de wereld overgaat als de zoveelste recente terroristische aanslag in Frankrijk zegt alles over de angst die in deze tijd regeert en over de impact die terroristische groeperingen als IS hebben.
Ik acht de kans helemaal niet ondenkbaar dat we hier niet met een terrorist te maken hebben gehad, maar slechts "gewoon" met een zwaar gefrustreerde man met psychische problemen. Een eenzaam en depressief individu dat alles om zich heen door zijn vingers zag glippen (zijn huwelijk, zijn band met zijn kinderen, zijn financiële zekerheid etc.), dat de controle over zijn leven was kwijtgeraakt en dat daardoor zoveel woede in zich voelde opborrelen dat hij zin kreeg om alles en iedereen om hem heen, inclusief zichzelf, af te maken.
Wie zich in zo’n uitzichtloze negatieve spiraal bevindt, kan zich van alles in zijn hoofd halen. Die kan ook gaan bedenken van hé ik ben een moslim dus als ik er nou eens uitga met een spectaculaire terroristische knal dan sla ik wellicht twee vliegen in één klap. En ik ben dan dood én ik word een islamitische martelaar met hopelijk straks een mooie beloning in het paradijs. De man had tenslotte niets meer te verliezen en zo wordt hij in elk geval nog als een held gezien door een select moslimfundamentalistisch gezelschap. IS ideologie gebruiken voor een mooie beloning... mm geen slecht idee!
We kunnen er niet omheen: in deze tijd is terrorisme helemaal "in" en dus is de kans reëel dat het ook mensen zal aantrekken die niet zozeer streng gelovig als wel wanhopig en gefrustreerd zijn.   
 

De beste terrorist is een dode terrorist

En natuurlijk is de IS er op zo’n moment als de kippen bij om meteen de verantwoordelijkheid voor de “terroristische aanslag” op te eisen want een beetje terroristische groepering laat zo’n buitenkans natuurlijk niet schieten. Wat dat betreft bevindt IS zich in een luxe positie: elke islamitische gek op de wereld die om wat voor reden dan ook besluit om anderen te doden met (toevallig) een ander (of geen) geloof, wordt onmiddellijk door IS omarmd als zijnde een van hun soldaten. Wel op voorwaarde uiteraard dat de betreffende “terrorist” het niet meer kan navertellen en (vooral) ontkennen. In zulke gevallen geldt voor de IS hetzelfde als wat voor heel veel mensen zal gelden: de beste “terrorist” is een dode terrorist.
Op dit moment is er nog weinig bekend over de dader in Nice en zijn motieven maar ik kijk in elk geval niet gek op als de heer Mohamed Lahouaiej Bouhlel evenveel banden met moslimextremistische terreurbewegingen als IS blijkt te hebben gehad als met mij. En voor alle duidelijkheid: ik heb deze Mohamed nog nooit gezien of gesproken of geschreven. Al kun je je hierbij uiteraard terecht afvragen of als dat wel zo zou zijn geweest ik hier anders had beweerd.

De zoveelste terroristische aanslag in Frankrijk? De toekomst zal het uitwijzen, maar vooralsnog heb ik zo mijn twijfels…
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

donderdag 30 juni 2016

244. We hebben veel minder invloed dan we denken (2/2)

Privé - Sport - Familie/Gezin - Nature/Nurture

 








Ambitieus

Uit wat mijn dochter er zelf over zegt, kan ik opmaken dat ze met acrogym is gestopt door een combinatie van een aantal factoren.
Ten eerste vindt ze zichzelf niet goed genoeg. Wat ik als vader - maar ook vanuit een objectief punt gezien - niets anders dan onterecht kan vinden aangezien ze het met de wedstrijden altijd heel goed heeft gedaan, met zelfs één deelname aan het NK acrogym.
Haar houding hierover heeft denk ik alles met haar ambities te maken. Ondanks dat je het niet zozeer aan haar afziet, kan mijn dochter zeer ambitieus zijn. Omdat ze nu met acrogym een paar jaar op hetzelfde niveau bezig is (eerst als bovenpartner - getild worden - en later als onderpartner - anderen tillen), ze merkt dat ze van nature niet tot de meest lenige van de groep behoort (maar dat geldt voor meer meisjes) en haar trainster haar ook ooit vertelde dat dat mede komt doordat ze ernaast hockeyt wat niet bevorderlijk is voor de lenigheid van haar spieren, denkt mijn dochter dat ze niet veel verder komt en is ze er klaar mee. Daarbij komt nog dat ze met haar laatste acrogympartners minder klikt dan met die van de voorgaande jaren en heeft ze bedacht dat als ze nu stopt ze meer (vrije) tijd krijgt voor andere zaken als huiswerk en hockey. Omdat ze met hockey voor volgend seizoen opnieuw in een selectieteam is geplaatst, ziet ze daarin wel de nodige uitdagingen.
 

Invloed ouders op levensloop en keuzes kinderen

Het stoppen van mijn dochter met acrogym roept bij meer weer eens de interessante vraag op in hoeverre je als ouder als individu nou eigenlijk invloed hebt op de levensloop en keuzes van je kinderen. Menig ouder zal de overtuiging hebben dat die invloed vrij groot is, maar ik ben daarentegen ervan overtuigd dat die invloed altijd een stuk minder groot is dan wij ouders (willen) geloven.
Zoals altijd komt het er weer op neer dat mensen de eigenaardige neiging hebben om als iets goed gaat (bijvoorbeeld in de opvoeding) dit toe te schrijven aan hun eigen kwaliteiten, terwijl als er iets fout gaat dit vooral zal worden toegeschreven aan externe factoren. En zoals altijd denk ik weer dat beide visies sterk overdreven zijn en dat de waarheid dichter ligt bij iets wat mensen niet fijn vinden om te horen: we hebben gewoon veel minder invloed op onze directe omgeving dan we denken. Of dat nou gaat om de opvoeding van onze kinderen of om ons succes in het leven in het algemeen.
Factoren als geluk, pech, willekeur en aanleg (nature) tezamen met omgevingsfactoren (nurture) die wij zelf niet in de hand hebben, zijn alle ervoor verantwoordelijk dat wij veel minder controle kunnen uitoefenen op onze omgeving dan we zouden willen.
 

Egoïstisch 

Laten we tennis als eenvoudig voorbeeld nemen. Puur egoïstisch bekeken, had ik graag gezien dat al mijn drie kinderen tennissers waren geworden. Ik ben zelf een tennisser en ik zou het heel erg leuk hebben gevonden als ik regelmatig met mijn kinderen een balletje had kunnen slaan.
Nu kun je denken van dat is toch simpel: je zet je kinderen op tennis en motiveert ze zo goed als je kan door bijvoorbeeld regelmatig zelf met ze te gaan tennissen. Kat in het bakkie.
Toch is het niet zo simpel. Ondanks dat al mijn drie kinderen inderdaad op tennis hebben gezeten, zijn ze er ook alle drie weer afgegaan. Weer puur vanuit een egoïstisch sentiment bekeken, kan ik nu stellen dat ik dus kennelijk tekort ben geschoten in het overbrengen van motivatie. Wellicht had ik meer met ze moeten gaan tennissen en zelfs ook op die momenten dat ze daar geen zin in hadden. Wellicht had ik gewoon wat meer doorzettingsvermogen van ze mogen eisen omdat je soms nu eenmaal zin “moet maken” en was zo'n soort zachte dwang/push noodzakelijk geweest om ze over de drempel te tillen richting plezier krijgen in de sport.
 

De factor "Nature"

Natuurlijk zou dat allemaal waar kunnen zijn, maar toch betwijfel ik of een andere aanpak ervoor had kunnen zorgen dat mijn kinderen net als ik tennissers waren geworden (of wil ik dat uit zelfbescherming niet geloven?). Simpelweg omdat er teveel factoren meespelen waarop ik weinig tot geen invloed heb.
De eerste in dit voorbeeld is misschien wel de belangrijkste: nature. Om mijn punt te maken, laat ik voor het gemak de invloed die gecompliceerde nurture-omstandigheden kunnen hebben op de nature even buiten beschouwing (klein voorbeeld: als een kind met veel stress wordt opgevoed/nurture, zal dat invloed hebben op de ontwikkeling van de hersens/nature).
Stel dat kinderen ouders hebben met een stabiele, niet gecompliceerde, niet controversiële, vrij sociaal wenselijke persoonlijkheid die nodig is om soepel door het (sociale) leven te lopen met daarbij een bijbehorende goede loopbaan en carrière. Waarmee ik dus vooral doel op het soort ouders dat zich tijdens hun leven in het algemeen keurig aan alle (omgangs)regels heeft gehouden en geen noemenswaardige moeite met autoriteit heeft vertoond. In dat geval denk ik dat de kans groot is dat de kinderen vanuit de nature een vergelijkbare persoonlijkheid zullen hebben met een grote bereidheid om dingen en regels aan te nemen van invloedrijke mensen uit hun omgeving, waaronder in de eerste plaats de ouders.
 

Erfelijk belast

Terugkerend naar mijn voorbeeld van tennis merkte ik al snel dat ik mijn kinderen tennisles kon geven wat ik wilde, maar dat dat weinig zin had. En wel om één simpele reden. In meer of mindere mate hebben al mijn kinderen moeite met autoriteit, nemen ze niet snel dingen aan, weten ze het vaak beter en zijn ze zeker tegenover “autoriteit”(?) papa allesbehalve onder de indruk van goedbedoelde adviezen en tips. Wat uiteraard ook veel zegt over de papa en zijn (blijkbaar gebrek aan) natuurlijk overwicht. Iets waar ik vast ook nog wel eens een column aan ga wijden.
Opmerkingen als “Dat doe ik toch!” en “Daar heb ik geen zin in” en “Dat werkt helemaal niet” vlogen me continu om de oren. Om gek van te worden, ware het niet dat ik heel goed besefte dat ik me niet hypocriet moest gaan gedragen. Als ik gefrustreerd raak van mijn eigenwijze, koppige, betweterige kinderen met een autoriteitsprobleem (en dat dat wel eens gebeurt, staat vast) dan zal ik toch in de eerste plaats naar mezelf moeten kijken én daarna naar hun moeder. Waarbij ik dan ook zo eerlijk moet zijn om te erkennen dat mijn kinderen op deze punten qua nature iets meer erfelijk belast zijn van de kant van hun vader. Alleen voor de koppigheid zal ik ze vriendelijk doorverwijzen naar hun moeder, die daar zelf overigens wel begrip voor zal kunnen opbrengen mag ik hopen (zie ook column 106). 
 

Kneedbaar

Samenvattend komt het erop neer dat als ik invloed wil uitoefenen op mijn kinderen ik voor een niet onbelangrijk deel ook afhankelijk ben van nature-omstandigheden. Omstandigheden dus die voor het overgrote deel al bij de geboorte vastliggen en waar ik verder helemaal niets aan kan veranderen. Hoe flexibeler ouders van nature zijn en hoe meer ze open staan voor het blindelings volgen van regels en adviezen van anderen, hoe groter de kans dat hun kinderen nog enigszins kneedbaar en beïnvloedbaar zullen zijn.
Maar ook al zou ik kinderen hebben gehad die ik zonder moeite had kunnen kneden tot tennisspelers, dan nog was ik er nog lang niet geweest. Want wanneer ik kijk naar de redenen waarom ik zelf tennisser ben geworden, kan ik concluderen dat er nog genoeg onzekere omgevingsfactoren overblijven die bij dit soort keuzes bepalend kunnen zijn waar je als ouder ook weer totaal geen invloed op hebt. Denk alleen al aan bijvoorbeeld de ligging van de tennisbanen (dichtbij/ver - mijn club lag om de hoek), het aanzicht van de club, de sfeer, de tennisleraar/-lerares, vriendjes/vriendinnetjes die ook op die club zitten etc.
En met (of zonder) hulp van alle genoemde nature en omgevingsfactoren valt of staat alles uiteindelijk met één simpele "last but not least" eindvraag: vindt je kind het leuk? Waarbij we opnieuw uitkomen op een factor waar menig ouder stiekem zelf alle controle over zou willen hebben, maar eerlijk zal moeten erkennen dat dat toch echt een illusie is.    
Je kunt er lang of kort over blijven praten, maar het blijft allemaal niets meer en niets minder dan een kwestie van willekeur en geluk of pech.
 

Moraal van het verhaal

Een lang verhaal om mezelf te overtuigen. Vooral van het feit dat ik niet of nauwelijks controle heb op de keuzes die mijn kinderen in hun leven maken. Of dat nou gaat om de sporten die ze wel of niet (meer) willen beoefenen of om de studies die ze straks wel of niet gaan volgen.
Moraal van het verhaal weet ik overigens al lang: gelukkig maar dat ik die invloed niet heb. Zoveel invloed op je kinderen moet je ook niet willen hebben. Het gaat tenslotte om hun (eigen leven) en niet om (dat van) mij. Een zoetsappig cliché maar al te waar: welke keuzes mijn kinderen in hun leven ook maken, maakt mij niets uit zo lang als ze er maar gelukkig van worden. 
 
En toch blijft het jammer dat mijn dochter is gestopt met acrogym. Spreekt de betweterige, eigenwijze, sentimentele vader die altijd het laatste woord wil hebben...
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

woensdag 29 juni 2016

243. Openheid leidt tot minder kwetsbaarheid (1/2)

Privé - Sport - Familie/Gezin - Jeugdsentiment - Open/Gesloten  

 





 

Sentimenteel persoon

Mijn dochter is gestopt met acrogym. Onlangs had ze haar laatste twee wedstrijden en sloot ze deze leuke sport af met een tweede plaats bij de demowedstrijd voor turn-/acrogymclubs. Opnieuw was de demo mooi en origineel, maar hij haalde het niet bij de superoefening van vorig jaar toen het team de wedstrijd won (zie column 193).
Dat mijn dochter stopt, doet mij meer dan haar. Met dit soort dingen ben en blijf ik nu eenmaal een behoorlijk sentimenteel persoon (zie ook column 143). Ik bewaar goede herinneringen aan het halen, brengen en kijken naar de wedstrijden en ik zal de bezoekjes met mijn dochter na de trainingen aan de ijssalon op de hoek erg gaan missen.
Nieuwsgierig als ik altijd ben, vraag ik me af wat er achter dit soort sentiment zit dat altijd naar boven komt op een moment dat een fijne fase wordt afgesloten. Het antwoord daarop is echter natuurlijk niet zo ingewikkeld: moeite hebben met het vergaan van de tijd. De een zal meer last hebben van (jeugd) sentimentele en nostalgische gevoelens van iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt (
Grieks: nostos = terugkeer en algos = droefheid, pijn, lijden) dan de ander. En helaas ben ik hierin meer “de een”. Niet voor niets wordt vooral in de spirituele wereld het ultieme geluk gezocht in leven in het nu.
 

Moeilijk te doorgronden

Waarom mijn dochter precies met acrogym is gestopt, weet alleen zij. Mijn dochter is nogal moeilijk te doorgronden. Ooit vroeg haar hockeycoach aan mij of ik tips had over hoe hij mijn dochter kon bereiken omdat hij haar niet kon peilen, waarop ik zei dat ik hem een hand kon geven. Ik weet vaak ook niet wat er in haar hoofd omgaat. Wat die geslotenheid betreft, lijkt ze erg op haar moeder bij wie ik datzelfde gevoel ook altijd had.
Zelf ben ik naarmate ik ouder ben geworden steeds meer een open boek geworden. Wat overigens absoluut niet wil zeggen dat ik links en rechts maar aan Jan en alleman mijn levensverhalen vertel. Maar voor mensen die oprechte interesse tonen en die mij beter kennen, geldt dat ze me van alles en nog wat kunnen vragen (in zoverre ik het ze zelf niet al heb verteld) en ik zal overal een eerlijk antwoord op geven. Daar ben ik niet moeilijk in. Ik houd zelf enorm van openheid en directheid en van beestjes bij de naam noemen en ik heb helemaal niets met taboes.
 

Gemengde gevoelens met privacy

Mijn ex-vrouw vond mij te direct en was van mening dat je bepaalde vragen gewoon niet stelt omdat ze brutaal en impertinent zijn en ze de privacy aantasten. Met het woord “privacy” zal ik altijd gemengde gevoelens blijven hebben. Natuurlijk heb ook ik behoefte aan privacy en in sommige opzichten zelfs veel meer dan anderen. Maar dan vooral in de betekenis van alleen willen zijn.
Ik ben graag op zijn tijd (lees: regelmatig) alleen. Zo vind ik het bijvoorbeeld helemaal niets om met mooi zomers weer in mijn kleine tuintje te zitten op een moment dat iedereen om mij heen ook in de tuin zit, omdat je dan alles van elkaar hoort. En niet omdat ik iets te verbergen zou hebben, maar gewoon omdat ik dat niet prettig vind.
Jaren geleden was ik ooit op vakantie in Zweden en zaten we in een huisje met een grote tuin aan de rand van een bos waarin je kon verdwalen - wat we dan ook prompt een keer deden - en waarbij de eerste buren op een paar kilometer afstand zaten. Zoals we daar woonden zou ik het liefst altijd willen wonen, aangezien ik dan ultiem kan genieten van ongerepte natuur én privacy. Waarbij ik “ongerepte natuur” definieer als iets wat wij in Nederland niet of nauwelijks kennen: om je heen kijken en nergens enige vorm van “beschaving” (lees: mensheid) zien. Wat dat betreft woon ik in het verkeerde land en had ik veel liever in bijvoorbeeld de Ardennen of Scandinavië gewoond.
Wanneer je kijkt naar de betekenis van privacy in de zin van het niet willen delen van bepaalde informatie met anderen, heb ik weer veel minder met privacy dan de meesten. Met mensen die op dit punt altijd heel erg op hun privacy gesteld zijn, vraag ik me altijd af wat ze toch in godsnaam te verbergen hebben.
Ervan uitgaande dat ieder mens wel iets te verbergen heeft waarvan hij niet wil dat anderen het weten, heb ik daar gelukkig niet veel last van. Ik leid verder geen dubbelleven met lugubere geheimen of lijken in de kast of kelder (die ik niet heb: noch een kelder noch lijken), al kun je daar natuurlijk tegenin brengen dat je juist mensen die dat beweren niet moet vertrouwen. In elk geval is de kans groot dat als chanteurs zich bij mij melden, ze met de staart tussen de benen moeten afdruipen omdat ik zal zeggen van “prima, maak maar bekend, daar schaam ik me verder niet voor”.
Dat ik zo ben, komt wellicht doordat ik - vooral kijkend naar toen ik jong was - ik van nature een vrij gevoelige, kwetsbare inslag heb en ik deze kwetsbaarheid alleen maar zou vergroten als ik me maar steeds achter mijn privacy zou verschuilen. Ik vermoed dat mensen die zeer gehecht zijn aan hun privacy en die er aldus alles aan doen om die privacy te beschermen dat doen vanuit de gedachte dat ze dan veiliger en minder kwetsbaar zijn. Ondanks dat ik die gedachte begrijp, denk ik zelf dat het omgekeerde vaker waar is. Namelijk dat meer openheid leidt tot minder kwetsbaarheid. Hoe opener ik ben en hoe meer dit gepaard gaat met mijn zelfkritische kant, hoe minder kwetsbaar ik zal zijn. Daar ben ik van overtuigd. Want wie open en zelfkritisch is, zal minder snel geraakt en gekwetst (kunnen) worden. Althans zo denk ik erover. Al sta ik uiteraard open voor andere meningen...

Deel twee volgt meteen hierna.
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

zondag 22 mei 2016

242. Lang geleefd en jong gestorven

Actualiteit - Sport - Dood/Overlijden - TV/Docu/Film

 







De top van de Mount Everest

“Bergbeklimmer Eric Arnold (35) is overleden kort nadat hij de top van de Mount Everest had bereikt. (…) Arnold overleed in zijn slaap aan hoogteziekte.”
Arnold was bij vier eerder mislukte pogingen om de top van de Mount Everest te behalen al door het oog van de naald gekropen. Zoals in 2015 toen hij aan de klim bezig was op het moment dat Nepal door een zware aardbeving werd getroffen waardoor er in de bergen levensgevaarlijke lawines ontstonden.
Over deze ervaring zou Arnold later opmerken: “Ik heb een engelbewaarder die zijn werk meer dan goed heeft gedaan.” Een opmerking die nu natuurlijk extra wrang is om te horen.
 

Tragiek en heroïek

Het overlijden van Eric Arnold vind ik een goed voorbeeld van een drama waarin tragiek en heroïek elkaar ontmoeten. Het is tragisch omdat een man zo jong al aan zijn einde komt, maar het heeft aan de andere kant ook iets moois en heroïsch. Zonder Eric Arnold te hebben gekend, vermoed ik dat deze man is gestorven zoals hij zou hebben gewild. Al had hij dit moment uiteraard liever nog heel veel langer uitgesteld.
Sterven op een moment dat je doet wat je het allerliefste doet in het leven is maar weinigen gegeven. Ook simpelweg omdat het maar weinigen gegeven is om een échte passie te hebben.
Ja hobby’s hebben de meeste gewone stervelingen wel, maar een passie is toch een heel ander verhaal. Bergbeklimmers zoals Eric Arnold, dat zijn nou echte mensen met een passie, met een droom. En als zo iemand als Eric er als kind al van droomde om de Mount Everest te beklimmen en het lukt hem uiteindelijk bij zijn vijfde poging, waarna hij vervolgens meteen tijdens de afdaling sterft, dan heeft dat behalve iets verdrietigs ook iets moois en ontroerends. Ik zal niet zeggen dat Eric Arnold van tevoren voor dit tijdstip zou hebben getekend, maar waarschijnlijk wel voor de manier waarop.   
 

Break Free: de dood van Martijn Seuren

Verhalen van bergbeklimmers of vergelijkbare avonturiers die vanuit hun passie hun grenzen opzoeken en er soms zelfs (te) ver overheen gaan met alle dramatische gevolgen van dien, raken mij altijd.
Toevallig zag ik een paar weken terug een aflevering van de BNN/VARA-reeks “Break Free” over mensen die op tragische wijze in het buitenland zijn omgekomen. In deze aflevering stond alpinist Martijn Seuren centraal die bij de beklimming van de 4208 meter hoge bergkam Grandes Jorasses in de Alpen in juli 2015 op 32-jarige leeftijd omkwam.
Ook hier gaat het net als bij Eric Arnold om een tragisch/heroïsch verhaal aangezien deze beklimming voor Martijn de laatste zou zijn geweest waarmee hij zijn ultieme doel zou hebben verwezenlijkt: de eerste Nederlander worden die alle 82 toppen boven de vierduizend meter van de Alpen heeft beklommen.

Wat mij vooral enorm ontroerde aan het verhaal van Martijn is dat hij een hele sympathieke, zachtaardige, eerlijke, integere, behulpzame vent bleek te zijn en niet een of andere meedogenloze, ongevoelige, egocentrische, streberige bergbeklimmer zoals je die wel vaker tegenkomt in de keiharde top van het alpinismewereldje. Qua profiel zou Martijn zomaar een goede vriend van me kunnen zijn geweest.
 

Gewone hobby

Behalve dat ik ontroerd kan raken van (verhalen van) gepassioneerde alpinisten benijd ik hen ergens ook. Om de passie die zij hebben. Waar tennis vroeger wel een echte passie van me was, is dat inmiddels niet meer dan een gewone hobby geworden. Nadenken en filosoferen over het leven en hierover kennis opdoen (en deze in columns verwerken), zou ik nu misschien nog als een soort passie van me kunnen noemen. Maar ik vind dat toch wat breder en vager en dus minder concreet dan gewoon tennis of bergbeklimmen.
 

De Kilimanjaro: samen uit, samen thuis

Nog een reden waarom gepassioneerde alpinisten mij met hun verhalen kunnen raken, komt voort uit een vorm van herkenning.
Overigens niet omdat ik zelf nou zo’n avonturier ben. Veel verder dan vermelden dat ik ooit bijna de top van de Kilimanjaro in Tanzania (5895 meter) heb beklommen, kom ik niet. Een top die bovendien door elke gezonde en fitte lezer van mijn column ook kan worden gehaald. Al heb ik gelukkig wel een goed excuus: als ik toen geweten had wat ik nu weet, had ik die top wel degelijk gehaald.
Ik klom destijds namelijk met mijn vriendin en latere vrouw en zij kreeg bij het laatste kamp voor de eindbeklimming richting de top last van hoogteziekte waardoor ze onmiddellijk weer naar beneden moest. Iets wat de enige remedie tegen hoogteziekte is. Doe je dat (afdalen) niet of niet op tijd dan kan hoogteziekte - zoals bij Eric Arnold - dus zelfs dodelijk zijn.
Aardig, trouw, loyaal én verliefd als ik toen was, ging de gedachte dat ik mijn vriendin gewoon met de gids mee terug kon sturen naar de vorige berghut om zelf die avond met de groep de top van de Kilimanjaro te kunnen beklimmen, 
geen moment door mij heen. "Samen uit, samen thuis" was mijn motto en aldus ging ik braaf met haar en de gids weer mee terug. Kans verkeken.
De interessante vraag is natuurlijk als ik toen had geweten wat ik nu weet - namelijk dat we bijna tien jaar en drie kinderen later zouden scheiden - of ik dan op dat moment een andere beslissing zou hebben genomen... 
 

De einzelgänger

De belangrijkste overeenkomst tussen een topalpinist en mij zit ‘m erin dat wij beiden een beetje apart zijn en afwijken van het gemiddelde. Wat iedere fanatieke alpinist in meer of mindere mate in zich zal moeten hebben, zit ook een beetje in mij: de einzelgänger. Of anders gezegd: de behoefte om op zijn tijd alleen te zijn er daar ook van te kunnen genieten.
Als ik in mijn eentje middenin de bossen van de Ardennen wandel waar ik (vrijwel) niets van de menselijke beschaving om mij heen zie, gaat er een gelukzalig gevoel door mij heen wat ongetwijfeld een beetje te vergelijken zal zijn met dat van een alpinist op de top van een berg.
 

Mannen benijden die jong gestorven zijn

Ik hoop dat zowel Eric Arnold als Martijn Seuren ondanks hun dramatische omstandigheden nog iets van dit mooie gevoel hebben meegekregen, respectievelijk op de top van de Mount Everest en op de bergkam van de Grandes Jorasses.
Mannen benijden die op jonge leeftijd gestorven zijn tijdens het beoefenen van hun passie, op een moment dat ze deden wat ze het allerliefste deden; ik weet niet of dat gepast is, maar de Duitse dichter Albert Roderich (1846 – 1938) had mij wel begrepen:
 
“Ik hoop dat mijn grafschrift zal mogen luiden: hier rust iemand die lang heeft geleefd en jong is gestorven.”
 







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

vrijdag 20 mei 2016

241. Vrijheid van meningsuiting werkt twee kanten op

Actualiteit - Vrijheid van meningsuiting

 










Spotprenten Holocaust als reactie op Charlie Hebdo

Momenteel is er in de Iraanse hoofdstad Teheran een tentoonstelling en wedstrijd te zien met spotprenten over de Holocaust. De wedstrijd is georganiseerd als reactie op de spotprenten over Mohammed door Charlie Hebdo van afgelopen jaar.
Ironisch genoeg (en uiteraard mede ingegeven door schuld- en schaamtegevoelens vanuit een historisch besef) heeft nou juist Duitsland de wedstrijd in felle bewoordingen veroordeeld. Een woordvoerder van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, met wellicht (groot) ouders die het nazibeleid destijds steunden en dus direct dan wel indirect (mede) verantwoordelijk waren voor alle ellende, verklaarde: "De moord op zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen tijdens de Holocaust mag geen onderwerp zijn van spot." 
 

Meten met twee maten

OK, dus als ik het goed begrijp mogen we wel de spot drijven met Mohammed, maar niet met de Holocaust? De Holocaust is heilig en daar moeten we vanaf blijven, maar Mohammed is dat blijkbaar niet en dus mogen we ons daar lekker op blijven uitleven.
Dat is net zoiets als die keer dat Geert Wilders aangaf dat hij vond dat hij alles over Marokkanen mocht zeggen, maar dat als iemand hem met Adolf Hitler zou vergelijken hij die persoon onmiddellijk voor de rechter zou slepen. Nee Geert, zo werkt het helaas (?) niet.

Ja, het zou een “mooie” wereld zijn als ik alles mocht zeggen wat ik wil, maar dat dat andersom niet voor anderen zou gelden naar mij toe en zij zich alleen mogen uiten op een manier die mij bevalt en die voor mij niet gevoelig of beledigend overkomt. Als ik dat zo graag wil, moet ik maar snel gaan solliciteren op een vacature voor dictator of moet ik lijsttrekker gaan worden van een of andere (eenmans) Partij voor de "Vrijheid".
Een klassiek voorbeeld van meten met twee maten. Joden mogen gevoelig zijn over de Tweede Wereldoorlog, maar moslims moeten niet zo aanstellerig en overdreven reageren op spotprenten over hun heilige profeet. Wat een vreselijke hypocrisie.
 

Van mij mag je spotprenten maken

Vrijheid van meningsuiting werkt twee kanten op. Of je bent voor (een vergaande vorm van) vrijheid van meningsuiting voor iedereen ongeacht over wat voor soort mening het gaat (over grenzen hierin kom ik terug) of je bent tegen vrijheid van meningsuiting, maar dan ook consequent voor iedereen. Op een moment dat je voor een selectieve, inconsequente vorm van (wel of geen) vrijheid van meningsuiting bent, ben je in mijn ogen per definitie fout bezig, punt.
Voordat er een misverstand ontstaat, benadruk ik nog maar eens dat ik zelf voor een zeer vergaande vrijheid van meningsuiting ben. Oftewel, van mij mag je spotprenten maken van Mohammed en moslims, Jezus en christenen, Allah/God, Boeddha, joden en de Holocaust, 
de Armeense genocide, immigranten, LGBTQIA-mensen, vrouwen, mannen, zwarte en witte en anders gekleurde mensen, Barack Obama, Mark Rutte, Adolf Hitler, Nelson Mandela, de Verenigde Staten, IS, Zwarte Piet, Sinterklaas en "last but not least" witte eigenwijze, betweterige columnisten enzovoort. Het maakt mij werkelijk helemaal niets uit.
Zeg ik hiermee dat ik beledigen OK vind? Beweer ik nu dat ik me niet kan voorstellen dat bepaalde uitingen beledigend en kwetsend kunnen zijn? Nee, natuurlijk niet. Waar het mij echter om gaat, is dat bij de vrijheid van meningsuiting nu eenmaal hoort dat je daarbij ook de vrijheid hebt om dingen te zeggen die een ander niet kan bevallen, die gevoelig liggen of die zelfs als beledigend kunnen worden ervaren.
 

Gebied van beledigen is enorm grijs gebied

Natuurlijk zou ik ook wel in een wereld willen wonen waarin iedereen lief en eerlijk en integer tegen elkaar is en er nooit iemand wordt beledigd of gekwetst, maar laten we eerlijk zijn: dat is niet bepaald realistisch. Kijk maar naar de sociale media waarin dagelijks heel veel mensen druk bezig zijn met het over en weer beledigen van elkaar. Opvallend hierbij is dat waar de een zich bij het minste geringste meteen enorm gekwetst en beledigd voelt, de ander zijn schouders erover ophaalt en zich nergens iets van aantrekt. Het gebied van beledigen en kwetsen is dan ook een enorm groot grijs, subjectief gebied wat je juridisch gezien op geen enkele manier kunt dichttimmeren.
Zijn er dan geen grenzen? Ja, natuurlijk stuit zelfs de grootste voorstander van vrijheid van meningsuiting vroeg of laat op een grens (zie ook column 238). En ik besef heel goed dat die grens per persoon verschilt waardoor het moeilijk, zeg maar gerust ondoenlijk is om één gezamenlijke grens vast te stellen. Iets wat per wet uiteraard wel is getracht te doen bij bijvoorbeeld haat zaaien, discriminatie en bedreiging van de veiligheid.
 

Wisselwerking tussen pesters en gepesten

Kijkend naar de gevoeligheid rondom de Holocaust spotprentenwedstrijd in Iran kun je denk ik een vergelijking trekken met pestgedrag. Als iedereen die gepest wordt, de kracht en het zelfvertrouwen zou hebben om het te negeren of zijn schouders erover op te halen, zou er een stuk minder worden gepest.
Het probleem is echter dat het gaat om een wisselwerking tussen de pesters en de gepesten, waarbij beide groepen vanuit allerlei gecompliceerde nature en nurture achtergronden met elkaar het patroon in stand houden. Pesters door vaak vanuit een of andere vorm van frustratiegedrag steeds maar weer opnieuw kwetsbare slachtoffers uit te kiezen en gepesten door vanuit hun meestal gevoelige inslag (waar ze uiteraard niets aan kunnen doen) zo ongelukkig op het pestgedrag te reageren dat het de pesters alleen maar aanmoedigt om er mee door te gaan omdat het blijkbaar “succes” heeft. 
 

Wat is de lol van provoceren als niemand hapt?

Daar waar het zeker voor gevoelige, kwetsbare kinderen bij face-to-face contact op een schoolplein helaas vrijwel onmogelijk is om pestgedrag te negeren, zijn de mogelijkheden voor volwassenen als het gaat om bijvoorbeeld kwetsende mails, telefoontjes, apps, tweets, spotprenten, boeken, (internet) artikelen en televisieprogramma’s natuurlijk veel groter. Mails, telefoontjes, apps en tweets kun je negeren, verwijderen of blokkeren en spotprenten, boeken, (internet) artikelen en televisieprogramma’s hoef je niet te bekijken als het je niet bevalt. Hierdoor heb je vanzelf invloed als het gaat om het doorbreken van een negatief patroon.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat als niemand (inclusief columnisten zoals ik...) aandacht besteedt aan het nieuws van een spotprentenwedstrijd over de Holocaust het veel minder impact zal hebben dan als iedereen er kwaad en beledigd op gaat reageren. Wat is tenslotte de lol van provoceren (vergelijk het met pesten)  als niemand hapt? Om die reden vermoed ik dat de tentoonstelling in Iran door de internationale ophef alleen maar meer kijkers zal trekken. De afkeurende reactie van Duitsland en - uiteraard - ook Israël vind ik dan ook niet bepaald slim. 
 

We leven in een harde wereld

Overigens geef ik onmiddellijk toe dat als Teheran om de hoek was geweest ik wellicht ook even een kijkje was gaan nemen. Ten eerste gewoon uit nieuwsgierigheid en daarnaast vanwege het feit dat ik om de spotprenten over Mohammed tenslotte ook best kon lachen. Dus waarom zou dat niet kunnen bij spotprenten over de Holocaust?
Dat ik me hierover niet schuldig zou voelen, komt voort uit een simpele reden: we leven in een harde wereld en als je niet af en toe ook mag lachen om de hardheid ervan wordt het allemaal zo’n trieste, depressieve bedoeling.
Daar komt nog bij dat niemand mij hoeft bij te spijkeren over (de ernst van) de Holocaust, want er lopen genoeg joodse mensen rond die daar minder over weten dan ik. Mijn fascinatie voor de tweede Wereldoorlog en dus ook voor de holocaust en het bijbehorende thema goed en vooral kwaad (hoe kunnen mensen dit soort walgelijke dingen elkaar aandoen?), heb ik aan mijn vader te danken. Net als mijn humor overigens. Al zou mijn vader een hele sterke voorkeur hebben gehad voor spotprenten over Hitler.
 







Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Tekening: Carlos Latuff (2006)
 

maandag 16 mei 2016

240. Alléén vriendjespolitiek is toegestaan!

Actualiteit - Politiek/Macht - Eurovisie Songfestival 

 









Geen lyrisch verhaal

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Songfestivalfanaten die vol enthousiasme nu toevallig op mijn column zijn gestuit, moet ik teleurstellen. Dit wordt geen lyrisch verhaal over Douwe Bob en zijn “Slow Down” lied/boodschap of over welke andere feestelijk uitgedoste deelnemer ook.
Eerlijk gezegd heb ik helemaal niets met het Eurovisie Songfestival. Ik vind het allemaal één groot circus dat in de loop der tijd ook nog eens steeds meer is gaan draaien om randzaken als vriendjespolitiek en - zo extravagant en overdreven mogelijk - gezien worden.
 

Is het lang geleden?

Niet dat de liedjes van vroeger een niveau hadden om over naar huis te schrijven, maar volgens mij is het alleen maar erger geworden. Waarmee ik verklap dat ik vroeger dus blijkbaar wél naar het Songfestival keek en dat klopt. Maar ter verdediging van mezelf: dat was vooral uit een combinatie van verveling en een groot gebrek aan televisiezenders. Is het lang geleden? Ja, ik ben zelfs al zo oud dat voorgaande zin mij eraan herinnert dat ik behoor tot die generatie Nederlanders die ons land ooit nog het Eurovisie Songfestival heeft zien winnen.
Toch heb ik ook nog wat positiefs te melden: met dank aan Anouk komt Nederland de laatste jaren in elk geval met inzendingen waarin men de muziek centraal wenst te stellen in plaats van al die opsmuk er omheen.
 

Ophef over "1944"

Dat deze column toch over het Songfestival gaat, heeft natuurlijk alles te maken met de ophef over het winnende lied “1944” van de Oekraïense, Krim-Tataarse zangeres Jamala.
Wie in deze tijd op het Eurovisie Songfestival met een kritisch lied komt over de behandeling van Krim-Tataren door de Sovjet-Unie kan natuurlijk ophef verwachten. Dan kun je daar nog wel tegenin brengen dat het lied gaat om een persoonlijk verhaal van de zangeres over haar overgrootmoeder die in 1944 met haar vijf kinderen (en nog tweehonderdduizend andere Krim-Tataren) in opdracht van Stalin werd gedeporteerd naar andere delen van het Sovjetrijk, maar de vergelijking met Stalin-bewonderaar en Krim-veroveraar Vladimir Poetin is natuurlijk snel gemaakt.
 

Liggen slapen tijdens beoordeling

Wat ik interessant vind aan de ophef, is de vraag wat de organisator van het Eurovisie Songfestival, de EBU (Europese Broadcasting Union), ertoe besloten heeft om het lied van Jamala toch goed te keuren ondanks dat teksten met een politieke lading niet zijn toegestaan. Elke songfestivalliefhebber kent de ongeschreven wet over de combinatie Songfestival en politiek maar al te goed: alléén vriendjespolitiek is toegestaan!
Volgens mij kunnen er maar twee redenen zijn waarom de EBU het lied “1944” heeft goedgekeurd. Of men heeft liggen slapen tijdens de beoordeling van het lied waardoor de gevoeligheid ervan hen totaal is ontgaan. Of men wist drommels goed hoe politiek gevoelig dit lied zou kunnen liggen bij Rusland, maar besloot men om wat voor vage doch boeiende reden dan ook toch maar een oogje dicht te knijpen.
Uiteraard is Rusland overtuigd van de laatste variant. De Russische autoriteiten beschouwen het hele incident als één groot complot tegen hun land en beschuldigen nu alles en iedereen om zich heen van anti-Russische activiteiten.
Ikzelf geloof niet zo in complottheorieën en ben bij een oppervlakkig evenement als het Eurovisie Songfestival dan ook eerder geneigd te geloven in een domme, naïeve actie van de EBU.
 

Historische feiten

Voordat er een misverstand ontstaat: ik juich liedjes als die van Jamala uiteraard alleen maar toe omdat ze inhoud hebben en kunnen aanzetten tot nadenken en het opdoen van (historische) kennis.
Of Rusland het nou wil of niet, het gaat hier om historische feiten. Stalin heeft vele misdaden begaan tegen de mensheid, waaronder dus ook tegen honderdduizenden Krim-Tataren.
De extreem paranoïde dictator zag links en rechts overal vijanden en wist niets beters te bedenken dan deze ofwel te deporteren ofwel om te laten brengen. Wat gelukkig voor hem ook vaak samen ging: tijdens de deportaties kwamen heel veel mensen om door kou, uitputting, honger, ziektes, etc.
Niet voor niets vinden we Stalin steevast op de tweede plaats op de eeuwige ranglijst van “Dictatoren verantwoordelijk voor de meeste moorden”. Wie de nummer één weet, mag het zeggen. En nee, dat is niet Adolf Hitler (nummer drie). Daarvoor leefde hij (gelukkig) te kort.
 

Eén dode is een tragedie, een miljoen is een statistiek

Of Stalin nou verantwoordelijk is geweest voor de dood van tien of zestig miljoen inwoners van zijn Sovjetrijk is moeilijk te zeggen, maar dat het ergens tussen deze twee getallen in ligt, staat vast. En wat maakt het ook uit? Was het niet Stalin himself die hierover ooit zei:  “Eén dode is een tragedie, een miljoen is een statistiek.” En ja het moge duidelijk zijn dat Stalin echt een man van de statistieken was.
Laten we het zo zeggen: als Douwe Bob in die tijd voor massamoordenaar Stalin “Slow Down” zou hebben gezongen, de dictator hem snel een toontje lager had laten zingen. Ook Jamala met haar "1944" zou Stalin heel snel aan de statistieken hebben toegevoegd.

Zo bekeken, valt die Poetin nog mee. Al droomt Poetin er ongetwijfeld van om ooit in de voetsporen van zijn idool Stalin te treden. Keep on dreaming zou ik zeggen. Gelukkig maar...
 









Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

donderdag 12 mei 2016

239. Ik kan veel leren van dom blondje Britt

TV/Film/Docu - Natuur - Dieren - Vooroordelen

 







Nog een hoop te winnen

Gisteren stuitte ik tijdens het zappen op de Nationale Natuur Quiz van BNN. Tijdens het beantwoorden van de multiple choice vragen over de Nederlandse natuur werd bevestigd wat ik al wist: op het gebied van kennis over de natuur heb ik nog een hoop te winnen.
Ik weet wel hoe dit komt. In elk geval gelukkig niet omdat de natuur mij niet zou interesseren. Het probleem is dat ik me voor zoveel dingen interesseer dat ik gewoon prioriteiten moet stellen.
Als visueel ingesteld persoon - ik kijk liever naar een documentaire dan dat ik een boek lees - kun je aan mijn grote stapel nog ongeziene DVD’s en opgenomen televisieprogramma’s zien dat ik een voorkeur heb voor onderwerpen als het heelal, wetenschap of geschiedenis boven de natuur. Wat overigens ook komt door het feit dat ik iemand ben die in zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk kennis wenst op te doen en natuurdocumentaires wat dat betreft niet het meest efficiënt zijn. Daarin draait het vaak om de prachtige beelden en zou er wat mij betreft tussendoor juist veel meer informatie mogen worden gegeven. Want over één ding zijn de allergrootste natuurliefhebbers en ik het eens: wie zich in natuur en dier verdiept, stuit op de meest fascinerende dingen en mysteriën.
 

Socrates en het gif van de gevlekte scheerling

Qua kennis ben ik nu overigens al zover dat ik soms het idee heb dat ik in mijn leven meer bezig ben met het verzamelen van kennisbronnen - met als doel die op een later tijdstip te gebruiken - dan met het daadwerkelijk opslurpen van kennis. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat ik inderdaad slechts één ding weet en dat is dat ik (vrijwel) niets weet. Een bekende uitspraak van filosoof Socrates die van mening was dat ware kennis bestaat uit het weten dat je niets weet.
Over Socrates kwam ik tijdens de Natuur Quiz trouwens nog te weten dat hij is omgekomen door gif van de gevlekte scheerling plant. Dat filosofie en Socrates niet behoren tot de favoriete onderwerpen van presentator Sophie Hilbrand maakte ze wel duidelijk door zich hardop verbaasd af te vragen waarom zo’n superintelligente man toch aan zo’n giftig plantje had zitten knibbelen. Voor wie het niet weet: Socrates kreeg vanwege zijn kritische houding tegen de Atheense autoriteiten en “slechte invloed op de jeugd” de doodstraf die werd voltrokken door het leegdrinken van de gifbeker.
 

Gek op natuur en dieren

De beste les die ik van de BNN-quiz meekreeg, ging opvallend genoeg niet eens over de natuur maar vooral over het hebben van vooroordelen over mensen.
Van de 75 mensen die in de studio meededen aan de quiz (BNN’ers samen met onbekende - soms professionele - natuurkenners en -liefhebbers) ging Britt Dekker lang aan kop. Pas in de finale met vijf overgebleven kandidaten moest zij het maar net afleggen tegen een boswachter en de uiteindelijke winnaar Ruben Smit, ecoloog, fotograaf en regisseur van de mooie Nederlandse natuurdocumentaire “De Nieuwe Wildernis”. Wat uiteraard allesbehalve een schande was, want Britt was dus mooi wel “The best of the rest”.
Ik ken Britt Dekker vooral als dat blonde meisje dat vroeger wel eens bij DWDD aanschoof en die op mij altijd vrij simpel en naïef (maar overigens niet onsympathiek) overkwam. Wat niet zo gek is aangezien ik op Wikipedia lees dat ze bekend is geworden door deelname aan een aantal simpele  RTL-programma’s en door een optreden in de Playboy. Die ik beide uiteraard niet heb gezien (en wat nog echt waar is ook, al word ik nu wel erg nieuwsgierig natuurlijk...).
Britt gaf zelf meteen aan dat ze dan weliswaar als dom (blondje) bekend mag staan, maar dat ze gek is op natuur en dieren en dat je haar daarover alles kunt vragen. Vanaf dat moment was ik meteen voor Britt. Wat voor een deel ook zal zijn voortgekomen uit schuldgevoel over mijn vooroordeel over haar. Ik mag dan rationeel gek genoeg prima op de hoogte zijn van het gevaar om iemand op basis van uiterlijk en gebrekkige kennis in een hokje te stoppen, omdat je daardoor het risico loopt je enorm in mensen te vergissen, maar ik doe er ondertussen dus wel lekker vrolijk aan mee.
 

Een mooie les

Waar ik dat van tevoren nooit zou hebben gedacht, weet ik vanaf nu dus dat een gesprek met Britt Dekker over natuur en dier een boeiende ervaring zal opleveren. Sowieso heb ik al een zwak voor mensen met een passie, maar zeker als het gaat om iemand met een passie waar ik ook iets mee heb en die daar veel meer kennis over heeft dan ik. Dus vanaf nu weet ik dat ik van "dom blondje" Britt nog veel kan leren. Mocht ik haar dus ooit een keer toevallig tegen het lijf lopen, dan zal ik mij heel bescheiden gaan opstellen en vooral met bewondering en jaloezie naar haar (kennis over natuur en dier) gaan luisteren.
Met dank aan de BNN-quiz ga ik binnenkort wellicht doen wat ik me al een tijd voorneem: mijn grote stapel ongeziene natuurdocumentaires bekijken. Dat ik daarmee nog niet op het natuurkennisniveau van Britt Dekker geraak, zal ik moeten accepteren. Een mooie les...
 
 








Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Socrates drink beker met gif van gevlekte scheerling (Jacques-Louis David - 1787)
 

zaterdag 30 april 2016

238. Beledigen bevriend staatshoofd Hitler

Actualiteit - Vrijheid van meningsuiting - Humor

 







Filosofen Coornhert en Spinoza

Onlangs had ik weer een bijeenkomst van mijn filosofiegroep. Uiteraard passeerde tijdens de gespreksonderwerpen ook de met dank aan de Turkse president/dictator Erdogan zeer actuele discussie over de vrijheid van meningsuiting.
Wat was er ook alweer gebeurd? In een satirisch programma van Duits komiek en presentator Jan Böhmermann  werd het lied "Erdowie, Erdowo, Erdogan" gezongen. In het lied werd kritiek geuit op het gegeven dat er in Turkije onder het bewind van president Erdogan mensenrechten worden geschonden. De overheid van Turkije reageerde woedend, wat er weer toe leidde dat Böhmermann een kritisch, provocerend gedicht voorlas over Erdogan, waarin hij hem onder andere uitmaakte voor een mishandelaar van Koerden en Christenen en een geitenneuker. Resultaat: een interessante discussie of het beledigen van een staatshoofd nou wel of niet valt onder vrijheid van meningsuiting. 
Misschien leuk te vermelden, is dat wie vanuit het onderwerp vrijheid van meningsuiting naar de geschiedenis van de filosofie kijkt al snel stuit op twee Nederlandse filosofen: Dirck Volkertszoon Coornhert (1522-1590) en de veel bekendere Baruch Spinoza (1632-1677).
Beiden waren principiële strijders voor zaken als tolerantie, redelijkheid, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting in een tijd waarin daar veel moed en lef voor nodig was. Wie zich toentertijd afzette tegen de (religieuze) autoriteiten liep tenslotte de nodige risico’s op gevangenschap of erger.
 

De AKZWJWMTOWN-paradox

Als zeer groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting is bij mij de verleiding aanwezig om elke discussie hierover bij voorbaat al als onbenullig te bestempelen want noem mij één weldenkend mens die daar geen voorstander van is.
Maar zo simpel is het natuurlijk allemaal niet. Al is het alleen maar vanwege de eeuwig terugkerende AKZWJWMTOWN-paradox. Oftewel de alles-kunnen-zeggen-wat-je-wilt-maar-toch-ook-weer-niet-paradox: net als dat elk normaal, weldenkend mens voorstander is van de vrijheid van meningsuiting zal hij ook tegenstander zijn van zaken als racisme en het aanzetten tot haat, geweld en moord. Dus ja, je kunt alles zeggen wat je wilt, maar eigenlijk toch ook weer niet.
Dit heeft tot consequentie dat je bij de vrijheid van meningsuiting altijd vroeg of laat uitkomt bij een grens waarvan zelfs de grootste voorstander zal zeggen van “OK tot hier, maar niet verder”. En over waar die grens dan precies zal moeten worden getrokken, zal tot in de eeuwigheid blijven worden gediscussieerd.
 

Paul de Leeuw

Natuurlijk kan ik met mijn huis-tuin-en-keuken-wijsheid ook een poging wagen om iets over mijn persoonlijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting te zeggen.
Om over de kwestie Erdogan maar meteen met de deur in huis te vallen: deze vind ik niet zo lastig. In mijn ogen heeft elke satiricus/humorist/cabaretier de vrijheid om grappen te maken, net als dat elke journalist de vrijheid heeft om zowel objectief als subjectief (waarin zijn eigen mening is verweven) nieuws te verslaan. Waarbij zowel de humorist als de journalist in veel gevallen in meer of mindere mate als doel zal hebben om de mens met de door hen gegeven info aan het denken te zetten.
Wie niet tegen humoristen en journalisten kan, heeft gelukkig op zijn beurt weer de vrijheid om er niet naar te luisteren en ze te negeren.
Toen ik vroeger wel eens met plaatsvervangende schaamte naar Paul de Leeuw keek als hij in zijn show weer eens iemand compleet voor lul zette, vond ik dat drie keer niks. Ten koste van alles en iedereen grappig willen zijn ter meerdere eer en glorie van je eigen ego noem ik laag en een vorm van pestgedrag. En o wee als een gast het een keer waagde om de bal terug te kaatsen en iets kritisch over de heer De Leeuw te zeggen want dan was het huis te klein. Dan reageerde Paul zeer gepikeerd als een verongelijkt kind en kon je merken dat zelfkritiek niet tot zijn sterkste punten behoorde. Wel kunnen uitdelen, maar niet kunnen incasseren; ik heb daar helemaal niks mee. 
 

Beledigen op sociale media

Toch voel ik me bevoorrecht te leven in een land waarin types als Paul de Leeuw de vrijheid hebben om hun ongezouten en soms grove meningen en grappen te kunnen verkondigen. Of ik dit leuk en grappig vind, is daarbij totaal irrelevant. En - heel belangrijk - dat zou echt geen fractie relevanter mogen worden naarmate ik meer status en macht zou hebben. Want is dat juist niet een van de belangrijkste pijlers van een beschaving: het gelijk behandelen van iedereen (retorische vraag)?
Waarmee ik meteen terechtkom bij de volgende gevoeligheid van mijnheer Erdogan: de sociale media. Laten we eerlijk zijn: als wij elk persoon dat op de sociale media anderen aan het beledigen is voor de rechter zouden mogen slepen met een kans op een veroordeling, dan is het einde zoek. Dan komen we behalve juristen en gevangenissen vooral heel veel tijd tekort om ons nog met andere, meer zinvolle zaken bezig te houden.
 

Some are more equal than others

Waarom dan toch Erdogan zich geroepen voelt om een ieder die hem beledigt dwars te zitten en liefst achter tralies te krijgen, kunnen we niet alleen wijten aan de te verwachten arrogantie en zelfingenomenheid van een dictator.
Zelfs in het o zo vrije en tolerante Nederland kom je nog steeds wetten tegen die totaal achterhaald zijn omdat ze stammen uit een tijd waarin men nog oprecht dacht dat “some are more equal than others” (George Orwell : Animal Farm - 1945), maar waarop Erdogan als hij het wil nog wel degelijk een beroep kan doen.
Zo was het incident tussen Erdogan en Jan Böhmermann nodig om vanuit de politiek eindelijk met een voorstel te komen om het Nederlandse wetsartikel dat het beledigen van een bevriend staatshoofd strafbaar stelt, af te schaffen. Iets waar men wellicht beter al in de jaren dertig aan had kunnen denken alvorens drie Nederlanders te veroordelen voor het beledigen van bevriend staatshoofd Adolf Hitler...
 

Tenenkrommend woord: majesteitsschennis

Overigens zou ik voorstellen om als je eenmaal bezig bent meteen in één moeite door het verbod op majesteitsschennis (een tenenkrommend woord dat in deze tijd echt niet meer zou moeten bestaan) te schrappen. Want hoe kun je in godsnaam verantwoorden dat er binnen een beschaafde democratie waarin iedereen gelijk is, wetten bestaan die die gelijkheid onmiddellijk onderuit halen door het maken van een onderscheid tussen de behandeling van hoogwaardigheidsbekleders en die van de “gewone” burgers (opnieuw een retorische vraag)? 

Arrogante blaaskaak

Waar de grenzen van de vrijheid van meningsuiting liggen, zal per individu verschillen. Mijn grenzen strekken zich in elk geval behoorlijk ver uit, maar ze zijn er wel. Wellicht kom ik er nog een andere keer uitvoerig op terug. Het onderwerp blijft er actueel genoeg voor.
In elk geval ben en blijf ik blij dat ik leef in een land waar ik gewoon mag zeggen dat ik Erdogan - net als alle dictatoren in deze wereld - een ontzettende arrogante blaaskaak vind.










Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Nederlandse filosofische helden: Coornhert en Spinoza
 

zondag 10 april 2016

237. Leert de mens van zijn geschiedenis?

Actualiteit - Dood/Overlijden - Jules Schelvis - WOII  

 






Amstelveen

Ach, ook Jules Schelvis is overleden. Op 95-jarige leeftijd en in Amstelveen nota bene. Ik wist niet eens dat hij een plaatsgenoot van me was. Als ik dat eerder geweten had, had ik serieus overwogen om hem een keer op te zoeken. Dat zou ik namelijk vreselijk boeiend hebben gevonden. Al is het de vraag of hij er open voor had gestaan om opnieuw over zijn traumatische oorlogsverleden te praten. Ik kan me tenslotte heel goed voorstellen dat je daar op een gegeven moment helemaal klaar mee bent. Maar goed, het is nu sowieso te laat. Helaas.
Ik heb de ene column over een plotseling overleden beroemde Nederlander nog maar net geplaatst of hop, daar is de volgende alweer. Ja, aan de dood ontkomt niemand, zelfs geen BN’er. Al zal de vriendelijke, bescheiden Jules Schelvis bij de meeste mensen nou niet bepaald bekend hebben gestaan als een BN’er. Wat aan de ene kant jammer is, want dat had hij wat mij betreft gerust mogen zijn. Al was het alleen maar vanwege zijn enorme waarde voor ons collectief historisch besef.
 

Vernietigingskamp Sobibor

Voor al die lezers die niet weten wie Jules Schelvis was: Jules Schelvis was een van de slechts achttien Nederlandse overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor (van de maar liefst 34.313 Nederlanders die naar dit kamp werden gedeporteerd!). Naast Sobibor overleefde hij nog maar liefst zes (!) andere concentratiekampen. In het Duitse werkkamp Vaihingen  in de buurt van Stuttgart werd Schelvis op 8 april 1945 bevrijd en op precies dezelfde dag in 2016 was zijn uitvaart in Amstelveen.  
Niet dat het een wedstrijd is - en meer om “gewoon” de walging ervan te benadrukken - maar als ik kijk naar de naakte cijfers vermoed ik dat je kunt stellen dat de kans op overleven bij kamp Sobibor percentueel gezien het kleinst was van alle concentratie- en vernietigingskampen uit de Tweede Wereldoorlog én vermoedelijk de hele wereldgeschiedenis.
Van de 170.165 mensen die in de periode april 1942 tot november 1943 naar Sobibor werden gedeporteerd werden er 169.800 in het kamp omgebracht, wat neerkomt op het onvoorstelbare percentage van 99,78%. Tot het handjevol overlevenden behoorde dus Jules Schelvis die maar kort in Sobibor verbleef en van daaruit tewerk werd gesteld in andere kampen.
 

Toeval, geluk en assertiviteit

Uiteraard zijn toeval en geluk verreweg de belangrijkste factoren geweest die het verschil bepaalden tussen de status van kampoverlevende of die van kampoverledene. Zo kun je gerust stellen dat wie toevallig heel jong of heel oud in Sobibor arriveerde gegarandeerd binnen een paar dagen (meestal binnen 24 uur) dood was. Daar veranderde geen greintje geluk meer iets aan.
Naast toeval en geluk voegde Schelvis echter nog één belangrijke factor toe: assertiviteit. Anders gezegd: goed de situatie kunnen inschatten en erop anticiperen.
Toen de mannen en vrouwen snel na aankomst in Sobibor gescheiden waren, selecteerde een Duitse onderofficier uit de rij mannen waarin zich ook Schelvis bevond tachtig gezonde mannen die elders moesten gaan staan. Zonder dat Schelvis wist wat er allemaal zou gaan gebeuren, zei zijn gevoel hem dat hij bij die groep van tachtig mannen moest zien te behoren. Omdat hij echter niet was aangewezen, toonde Schelvis lef door de oberscharführer netjes en beleefd in zijn beste Duits aan te spreken.
Uit het korte gesprek dat ontstond, kreeg de onderofficier de indruk dat Schelvis misschien toch van nut kon zijn en voegde hem alsnog toe aan de tachtig mannen. Pas later besefte Schelvis dat dat ene assertieve moment hem zijn leven had gered. Zijn vrouw en schoonfamilie hadden echter minder geluk.
 

Selma Engel-Wijnberg

Met het overlijden van Schelvis - in overigens dezelfde week waarin de 93-jarige oud-kampbewaarder van Auschwitz Ernst Tremmel een week voor zijn proces in Duitsland ook overleed - komt de dag steeds dichterbij waarop er geen enkele overlevende van de naziconcentratiekampen meer in leven zal zijn.
Op dit moment is de 94-jarige Selma Engel-Wijnberg nog de enige levende Nederlandse overlevende van Sobibor. In tegenstelling tot Schelvis heeft zij nog de zo beroemde opstand in Sobibor op 14 oktober 1943 meegemaakt.
Van de ongeveer zeshonderd gevangenen die toen probeerden te ontsnappen, hebben uiteindelijk slechts 47 daadwerkelijk de oorlog overleefd. De rest ging alsnog dood door de exploderende mijnen rondom het kamp of door de geweren van de Duitse achtervolgers. Selma wist met de Poolse jood Chaim Engel, waarop ze in het kamp verliefd was geworden, wél te ontsnappen en belandde na de oorlog uiteindelijk in de Verenigde Staten. De opstand is overigens in 1987 verfilmd, met onze eigen Rutger Hauer in een van de hoofdrollen: “Escape from Sobibor” (1987).
 

Onvoorstelbaar

Ik blijf het echt onvoorstelbaar vinden dat er tot op de dag van vandaag nog steeds mensen onder ons zijn die de ellende van de concentratiekampen daadwerkelijk aan den lijve hebben ondervonden. Vooral omdat het voor alle generaties mensen van na de Tweede Wereldoorlog toch eigenlijk niet te bevatten is wat daar toen allemaal is gebeurd.
Dat overlevenden als Jules Schelvis er goed aan doen/deden om hun verhalen aan volgende generaties door te vertellen, staat voor mij buiten kijf. De boeiende vraag is en blijft echter natuurlijk: leert de mens van zijn geschiedenis? En wel op zo'n manier dat wij en toekomstige generaties er ons geen enkele zorgen over hoeven te maken dat de verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog zich ooit nog zullen gaan herhalen. Hoe graag ik deze vraag ook bevestigend zou willen beantwoorden, ben ik echter cynisch.
Ten eerste ben ik cynisch omdat er veel joodse overlevenden zijn (geweest) die haast meer negatieve herinneringen en associaties hebben overgehouden aan de vijandige wijze waarop ze meteen na de oorlog in hun oude woonplaats werden ontvangen, dan aan hun tijd in de concentratiekampen. Wat voor Selma Engel-Wijnberg ook de belangrijkste reden vormde om tot op de dag van vandaag nooit meer terug te willen keren naar Nederland.
Ten tweede ben ik cynisch omdat het een schande voor de mensheid is te weten hoe weinig oorlogsmisdadigers tot op de dag van vandaag zijn gestraft voor hun walgelijke daden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat er de laatste tijd opeens nog zoveel haast wordt gemaakt om hoogbejaarde oud-nazi’s op te sporen en voor de rechter te slepen, zegt alles over de gebrekkige inspanningen die er daarvoor, in de afgelopen 71 jaar, zijn verricht op het gebied van het oppakken en berechten van oorlogsmisdadigers. Het aantal nazi’s dat met hun misdaden is weggekomen - en waarvan velen na de oorlog nog in hoge functies terechtkwamen - is en blijft schrikbarend hoog.  
 

Geert Wilders en Donald Trump

Als de mensheid daadwerkelijk van de Tweede Wereldoorlog zou hebben geleerd, dan zouden nu ook politici als bijvoorbeeld Geert Wilders en Donald Trump nooit populair kunnen zijn geweest. Gewoon omdat in dat geval iedereen veel te snel hun simpele trucs had doorzien: men neme een of meer liefst kwetsbare groepen mensen, men schuift alles van wat er fout gaat in de maatschappij op hen af en door deze briljante “Het is hun schuld en niet de onze” tactiek word je immens populair.

Gelukkig bestaan er ook genoeg mensen die wel degelijk lering hebben getrokken uit de geschiedenis. En daar zitten ongetwijfeld ook mensen tussen die dit te danken hebben aan de lieve, bescheiden, integere Jules Schelvis.

Jules Schelvis, R.I.P. 
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Jules Schelvis (foto: Wikipedia)
 

woensdag 6 april 2016

236. Een verband tussen kennis en depressie?

Actualiteit - Wim Brands - Zelfmoord - Depressie/Eenzaamheid

 








Zappend op de zondagochtend

Zappend vanuit mijn bed op de zondagochtend heb ik de afgelopen jaren diverse programma’s gezien, variërend van Taarten van Abel (column 185), Dus ik ben Junior (column 53) tot aan die Halleluja programma’s met van die gladde Amerikaanse dominees (column 99).
Soms stuitte ik op het VPRO-programma Boeken dat werd gepresenteerd door een rustige, bescheiden, vanzelfsprekend erudiete en intellectuele man met halflange grijze haren. Hoe hij heette wist ik niet. Tot eergisteren. Toen verscheen hij vanuit het niets opeens in het nieuws omdat hij onverwacht op 57-jarige leeftijd was overleden: dichter en presentator Wim Brands. Zonder te weten waaraan hij was overleden, had ik al een triest vermoeden: zelfmoord. En dat bleek te kloppen.
 

Samenspel tussen nature en nurture

Ondanks dat ik goed besef dat het nogal simpel is om te veronderstellen dat de doodsoorzaak van elke 57-jarige onverwacht overleden erudiete man zelfmoord moet zijn, leg ik die link toch sneller door een bepaalde achterliggende logica in mijn hoofd. Het draait hierbij allemaal om kennis en om wat kennis met een mens kan doen.
Voordat ik hierover doorga, wil ik benadrukken dat depressie natuurlijk een gecompliceerde ziekte is. Zo bestaat de verleiding om te denken dat als je bijvoorbeeld een of twee ouders met depressieve klachten hebt (gehad), de kans groot is dat jij dus ook vroeg of laat dergelijke klachten gaat krijgen.
Maar genen werken (gelukkig) gecompliceerder dan dat. Je kunt biologisch en erfelijk gezien zeker een bepaalde aanleg voor depressie hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat jij dan dus ook op een dag depressief gaat worden. Het is altijd een samenspel tussen nature en nurture.
Simpel gezegd: als je een genetische aanleg tot depressie hebt maar je leidt een leven dat best wel op rolletjes verloopt (leuke baan, partner, kinderen, vrienden etc.) dan zul je niet snel depressief worden en kun je gewoon als gelukkig mens sterven. Mocht je daarentegen in je leven echter te maken krijgen met de nodige tegenslagen (trauma’s, vroeg overlijden van geliefden, langdurige werkloosheid, een pijnlijke scheiding etc.) dan worden die depressiegenen - heel simpel gezegd - getriggerd of “aangezet” en hopla, daar komen de onvermijdelijke depressies.
 

Verband tussen het hebben van veel kennis en depressies

Zelf vermoed ik dat er wel eens een verband zou kunnen zitten tussen het hebben van veel kennis en het hebben van sombere gevoelens en depressies.
Ik baseer dit onder andere op mijn eigen ervaringen. De afgelopen tien jaar heb ik op het gebied van kennis vergaren een enorme inhaalslag gemaakt ten opzichte van alle jaren daarvoor. Maar ondanks dat dat mij heel veel - onder andere zelfvertrouwen - heeft gebracht, heeft het mij niet gelukkiger gemaakt. En wel om de eenvoudige reden dat het mij in de eerste plaats vooral heeft doen beseffen dat de wereld (en vooral de mensheid) veel harder is dan ik altijd heb gedacht.
Mijn vermoeden van een verband tussen kennis en depressie is echter pure speculatie, aangezien er op dit gebied naar mijn weten nog geen grondig onderzoek is verricht wat hierover iets zinnigs kan zeggen.
 

Existentiële depressie

Wat je volgens mij echter wel als feit kunt aannemen, is dat naarmate iemand slimmer is hij meer risico loopt op het belanden in een existentiële depressie (somber worden door het worstelen met de grote levensvragen). Simpelweg omdat een slimmer iemand meer dan een minder slim persoon nieuwsgierig is, (kritische) vragen stelt en doorvraagt en doordenkt en analyseert waardoor hij dus ook eerder zal uitkomen op existentiële vraagstukken met als risico dat hij erover zal gaan piekeren. 
 

Cynisme als valkuil van realisme

Dat meer kennis leidt tot meer sombere gevoelens hoeft natuurlijk niet. Wie bijvoorbeeld veel kennis opdoet over hoe een auto in elkaar zit, zal daar verder geen last van ondervinden; integendeel, het zal hem alleen maar profijt opleveren.
Het wordt echter een heel ander verhaal als dezelfde persoon ook veel kennis wil gaan opdoen over het hele proces rondom de fabricage en verkoop van auto’s. In dat geval loopt hij het risico te stuiten op Volkswagen-achtige sjoemel- en zelfverrijkingspraktijken en wordt zijn kijk op de mensheid wellicht ineens een stuk negatiever en cynischer. Tenminste op de belangrijke voorwaarde dat zijn normen en waarden hoger liggen en hij zaken als eerlijkheid en integriteit hoog in het vaandel heeft staan. Er zijn op deze wereld tenslotte genoeg mensen voor wie dergelijke normen en waarden totaal onbelangrijk zijn.
Wie hoge normen en waarden en bijpassende idealen heeft en veel kennis opdoet over de mens en zijn gedrag, zal eerder een negatiever dan een positiever beeld van de wereld krijgen. Wat hij er vervolgens mee doet en of hij er (on)gelukkiger van wordt, is aan hem.
Dit sluit ook aan op mijn beeld van filosofen die op zoek gaan naar de waarheid: de waarheid (en/of werkelijkheid) zoals die tot ons komt, is altijd mooier dan de echte waarheid/werkelijkheid en dus liggen ook hier negativisme, pessimisme en cynisme continu op de loer. Niet voor niets wordt in de lijst van voorbeelden van het kernkwadrantenmodel van Ofman (zie columns 17, 225 en 234) cynisme als valkuil van realisme genoemd. Want hoe dichter je bij de realiteit komt, hoe groter de kans op cynisme.
 

Potentiële depressie-opwekkers

Opnieuw wil ik benadrukken dat ik niet weet of, en zo ja in hoeverre, mijn vermoeden van een verband tussen (veel) kennis en depressie van toepassing was op Wim Brands. Ik kende hem niet, laat staan dat ik op de hoogte was van zijn nature en nurture omstandigheden. 
Maar dat een slimme, veelbelezen dichter en presentator tijdens zijn leven meer dan een gemiddelde hoeveelheid kennis heeft vergaard over de schaduwkanten van het leven, lijkt mij niet ondenkbaar. Zo mag ik aannemen dat Brands alle grote klassiekers van aan depressie lijdende auteurs als bijvoorbeeld Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald, Fjodor Dostojevski en Mark Twain heeft gelezen en dan beschik je toch over een aardige stapel met existentiële levensvraagstukken en potentiële depressie-opwekkers.
Al blijft hierbij natuurlijk altijd de kip-ei-vraag interessant of mensen nou depressief worden van veel lezen en schrijven of dat het juist zo is dat mensen met een aanleg voor depressiviteit eerder geneigd zijn om veel te lezen en te schrijven.
Maar aan de opmerking van de Vlaamse schrijver Ward Ruyslinck dat je in onwetendheid compleet gelukkig kunt zijn, wil ik in elk geval toevoegen dat een te grote hoeveelheid aan kennis het gevaar in zich kan herbergen dat je er cynisch en ongelukkig van wordt.
Hoe het bij Wim Brands zat, weet ik niet. Maar een zelfmoord is en blijft natuurlijk altijd een zeer trieste aangelegenheid. De zondagmorgen zal voor veel lezers nooit meer hetzelfde zijn...







 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.