donderdag 22 september 2016

251. Handboek voor de beginnende dictator

Actualiteit - Dictators - Politiek/Macht - Angst

 








Vijftigduizend vacatures in onderwijs

Voor wie als docent in Nederland niet aan het werk komt, maar bereid is in een ander land te gaan werken, is er goed nieuws. Althans op de belangrijke voorwaarde dat je geen banden hebt met de Turkse islamitische denker en dissident Fethullah Gülen. En voor wie denkt dat dat wel goed zit, is een waarschuwing op zijn plaats, want wie een beetje gelooft in democratie en vrijheid van meningsuiting loopt kans die banden te hebben zonder dat die het zelf weet.
Afgelopen week kwam het nieuws binnen dat Turkije momenteel kampt met een ernstig tekort aan leraren na de door president Erdogan ingevoerde zuiveringen na de mislukte staatsgreep in juli. Vele tienduizenden docenten zijn ontslagen of op non-actief gezet - 100.000 mensen in totaal in overheidsdienst met naast onderwijzers ook ambtenaren, juristen en politieagenten - omdat ze verdacht worden banden te hebben met de Gülenbeweging of met de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Met dank aan Erdogan zijn er hierdoor in Turkije nu rond de vijftigduizend vacatures in het onderwijs vrijgekomen en biedt dat alle mogelijkheden voor zijn aanhangers met een onderwijsbevoegdheid maar zonder baan.
 

Handboek voor de beginnende dictator

Ik weet niet of er een handboek voor de beginnende dictator bestaat, maar als er zo’n boek is dan zal er onder de tien geboden ongetwijfeld eentje staan die ongeveer als volgt klinkt: “Zie, grijp en vernietig iedereen met  wijze, slimme, intellectuele neigingen: (zelf) kritisch, rationeel nadenken, veel boeken lezen, veel kennis opdoen, (afwijkende) meningen hebben, gaven bezitten tot het snel en scherp herkennen en oppikken van feiten etc. En let daarbij vooral op mensen met een bril!" Iets wat de Cambodjaanse dictator Pol Pot - "De man van een tot drie miljoen" - zich geen twee keer hoefde te laten zeggen. Wie tijdens zijn bewind een brilletje droeg en er dus te slim uitzag, kon het schudden.  
 

Gevaarlijk terroristisch monster

Hoe meer ik lees over de heer Fethullah Gülen - volgens Erdogan het brein achter de mislukte staatsgreep in zijn land - hoe meer ik de angst van de Turkse president begrijp. Een zeer belezen man die waarde hecht aan zaken als democratie, dialoog met andersdenkenden, tolerantie, onderwijs, wetenschap, verbondenheid, altruïsme, sociale rechtvaardigheid en intellectuele verlichting en ook een man die onwetendheid, armoede en verdeeldheid als de drie grootste obstakels voor vrede noemt, is natuurlijk een groot gevaar voor iedere zichzelf respecterende dictator.
Ik lees dat Gülen in wetenschappelijke kringen zelfs vergeleken wordt met beroemde filosofen als Desiderius Erasmus, Baruch de Spinoza (Nederland) en Jalal ad-Din Rumi (Perzië). Filosofen die in hun tijd vooral bekend stonden om hun strijd voor zaken als verdraagzaamheid, tolerantie, vrijheid van meningsuiting en vrede. Wat de heer Gülen verder nog allemaal op zijn kerfstok heeft weet ik niet, maar de man klinkt in elk geval inderdaad als een gevaarlijk terroristisch monster dat onmiddellijk voor het Turkse gerecht moet worden gesleept.
 

Intelligentie geen voorwaarde voor succes

Wat is het toch met dictatoren en hun angst voor slimme, intelligente mensen (wat mij betreft een retorische vraag)? De interessante vraag hierbij is of dictatoren nou uit domheid zo bang zijn voor slimme mensen of zijn ze juist zo slim om precies te weten wie ze moeten uitschakelen voor het behoud van hun macht? Persoonlijk denk ik dat beide varianten tot de mogelijkheden behoren aangezien dictators net mensen zijn: je hebt slimme en domme exemplaren.
De vraag doet mij overigens denken aan een discussie die ik onlangs had met een vriend over Donald Trump. Waar ik aangaf Trump een oerdomme man te vinden, bracht mijn vriend hier tegenin dat Trump misschien juist een superslimme vent is die precies weet wat hij moet zeggen om aan de macht te komen. Of anders gezegd: komen alle domme uitspraken van Trump nou voort uit pure domheid van de man zelf of weet hij drommels goed hoe dom zijn uitspraken zijn, maar denkt hij dat dat de enige manier is om de meest invloedrijke positie op aarde te kunnen bemachtigen? Ondanks dat de laatste optie als ultieme daad van opportunisme theoretisch goed mogelijk is, vrees ik toch dat Trump serieus staat achter alle onzin die hij uitkraamt en hij aldus een van de vele levende bewijzen is dat intelligentie absoluut geen voorwaarde is voor succes.
 

De mens is en blijft een egoïst

Geruststellend voor Erdogan is dat mensen altijd autoritaire leiders en dictators nodig zullen hebben. Al is het alleen maar om de eenvoudige reden dat verreweg de meeste mensen volgers zijn en dus iemand nodig hebben om te volgen en om hen te vertellen wat ze precies moeten doen.
Daarnaast is er nog een andere simpele vuistregel die elke dictator kent en die ook niet mag ontbreken in het handboek voor de beginnende dictator: "Zorg er altijd voor dat er niet teveel van jouw burgers het té slecht hebben, want dan krijg je als dictator vroeg of laat een groot probleem. Zelfs als je bent omringd door een kleine groep steenrijke, trouwe, loyale hielenlikkers, aangevuld met een leger volgzame gewapende militairen."
We kunnen er lang of kort over praten, maar de meeste mensen op aarde maakt het echt geen moer uit wie aan de macht is en wat hij met die macht doet en hoeveel mensenrechten er worden geschonden of hoeveel vrijheden er worden afgenomen, zo lang als zij het zelf maar goed hebben. De mens is en blijft nu eenmaal een egoïst.
Heeft het grootste deel van de bevolking het echter heel slecht, dan moet je als dictator gaan uitkijken, want dan word je positie kwetsbaar en zul je alle zeilen moeten bijzetten (lees: zoveel mogelijk dwang en geweld moeten toepassen) om niet verdreven dan wel vermoord te worden. Iets wat uiteindelijk overigens meestal toch wel gebeurt, leert de geschiedenis ons. Al zul je grappig genoeg deze belangrijkste les nou net weer niet zien staan in het handboek voor de beginnende dictator...
 

Houd de bevolking zo onwetend en dom mogelijk

Voorlopig hoeft Erdogan zich echter nergens zorgen over te maken. De Turken zijn er economisch de laatste tijd behoorlijk op vooruit gegaan (al blijkt de Turkse welvaart voor een groot deel te zijn gefinancierd met schuld, met alle risico’s van dien) en met het uithollen van het Turkse onderwijssysteem hoeft Erdogan ook niet bang te zijn voor de opkomst van een slimme, belezen, kritische generatie die straks lastige vragen gaat stellen.
Tel daarbij op dat Erdogan zich al een tijdje uitstekend houdt aan de volgende regel in het handboek voor de beginnende dictator - "Sluit zoveel mogelijk vijanden op (of beter: breng ze om), beperk op alle fronten de vrijheid van meningsuiting, controleer alle vormen van communicatie (lang leve de propaganda!) en houd de bevolking zo onwetend en dom mogelijk" - en je kunt constateren dat we voorlopig nog wel even kunnen genieten van de markante Turkse leider. 

Mijn God, wat ben ik blij dat ik niet bang ben voor slimme mensen (integendeel!). Ik zou er zomaar paranoïde van kunnen worden.


Net als menig dictator...
 







Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

woensdag 31 augustus 2016

250. Echte vriendschap komt van twee kanten (2/2)

Privé - Vriendschap - Romanticus/Idealist - Filosofie

 






Ouderwets gezellig

De laatste keer dat ik mijn voormalige beste vriend zag, was ongeveer twee jaar geleden. Met veel moeite en uiteraard op mijn initiatief was het na lange tijd weer eens tot een afspraak gekomen en gelukkig was het gewoon weer ouderwets gezellig en hadden we na al die jaren ook het nodige om bij te praten. Aan het eind riep ik dat het toch mogelijk moest zijn om elkaar voortaan een of twee keer per jaar zo te zien, wat hij beaamde.
 

Tijd is prioriteit

Waarom het desalniettemin niet zover is gekomen en waarom hij daarna steeds de boot heeft afgehouden, is gissen.
Misschien ligt het wel gewoon aan mij. Iets waar ik - als grote zelfcriticus - altijd als eerste aan denk. Misschien ben ik too much, praat ik teveel of ben ik te serieus, stel ik teveel vragen en wil ik altijd met alles meteen de diepte in en is dat heel vermoeiend. Het zou allemaal kunnen, maar dan had ik dat uiteraard "graag" direct op de man af gehoord. Bovendien kun je veel van mij zeggen, maar ik denk dat je op het gebied van vriendschappen het een stuk slechter kunt treffen dan met mij. Zo ben ik altijd nieuwsgierig en belangstellend en dat is lang niet iedereen op deze wereld.     
Of misschien ben ik wel onderdeel van een levensfase waaraan hij niet meer herinnerd wil worden. De fase waarin we als goede vrienden menig gesprek voerden over onze relatieproblemen met onze vrouwen met als uiteindelijk gevolg mijn en (later) zijn scheiding.
Of misschien voelt hij de behoefte niet meer omdat hij het te druk heeft met zijn vriendin, zijn kinderen, zijn leven. Ik heb er zelf overigens een gruwelijke hekel aan als mensen keer op keer dit slappe  excuus aanvoeren als reden waarom ze niet hebben gereageerd op contactverzoeken van jouw kant of waarom het nog niet tot een afspraak is gekomen. “Te druk” is tenslotte niets meer en niets minder dan een drogreden en een flauwe manier om je te onttrekken aan de simpele waarheid, namelijk dat je prioriteiten gewoon elders liggen. “Tijd is prioriteit” blijft niet voor niets een van mijn favoriete wijsheden: als je iets echt belangrijk vindt, maak je er ook tijd voor vrij, punt.
Omdat de vriend me bovendien vertelde dat in Gelderland zijn “beste vriend” woont die hij regelmatig spreekt, is het ook niet ondenkbaar dat zijn behoefte aan vriendschap al genoeg is vervuld. Wat mij uiteraard meteen doet denken aan de drie soorten vriendschappen van Aristoteles en aan die andere goede vriend waarover ik eerder schreef (zie columns 147 en 168). Pijnlijk voor mij bleek laatstgenoemde vriend mij al die tijd gewoon als “een vriend met een nut” te hebben gezien, terwijl ik andersom als een naïeve romanticus te maken dacht te hebben met “een echte vriend”.
 

Het nut van een vriend met een nut

Het grote voordeel van het hebben van vrienden met een nut is dat je ze weer gemakkelijk kunt laten vallen en inruilen voor een ander op een moment dat zich bijvoorbeeld een nieuwe partner of een andere, betere vriend aandient waardoor de voorganger in feite geen nut meer heeft.
Pikant detail is dat de vriend die bijna twee jaar niets meer van zich liet horen nadat hij een vriendin kreeg mij in oktober 2015 opeens belde (zie column 147). Wat meteen opviel was dat hij me te woord stond alsof er werkelijk niets was gebeurd en alsof hij mij de afgelopen week nog drie keer had gesproken zoals we zo vaak deden in de periode voordat hij zijn vriendin had. Ik was stomverbaasd, maar wel zo aardig om naar hem te informeren en hem te vertellen dat ik dacht dat hij inmiddels wel zou samenwonen met zijn vriendin. Dat laatste klopte, althans voor een deel.
Een halfjaar geleden had hij zijn huurhuis in zijn geliefde woonplaats opgezegd en was hij bijna tachtig kilometer verderop bij zijn nog officieel getrouwde vriendin met haar twee puberkinderen ingetrokken. Helaas bleek dat niet te werken en was hij inmiddels weer teruggekeerd naar zijn oude woonplaats, alwaar hij bij gebrek aan een woning was ingetrokken bij zijn bejaarde ouders. Flauw of niet kon ik het niet nalaten om hem duidelijk te maken dat ik hem (als we contact hadden gehad) van tevoren wel had kunnen vertellen dat het niet zou werken om als minnaar van een nog niet gescheiden moeder bij haar en haar twee puberkinderen in te trekken. Dat de pubers hem niet met gejuich zullen hebben ontvangen, lijkt mij een understatement van jewelste.
Waar hij eerst nog het telefoongesprek had geopend met de mededeling dat het goed ging tussen hem en zijn vriendin, moest hij nu toegeven dat deze mislukte poging tot samenwonen ook zijn weerslag had gehad op hun relatie. Gelukkig hadden zijn welgestelde ouders in allerijl een nieuwe woning voor hem gekocht, waar hij in november kon intrekken.
Pas nadat ik het gesprek beëindigd had met de mededeling dat hij mij heel diep had gekwetst en dat hij echt niet kon verwachten dat we nu de draad weer zouden oppakken alsof er niets was gebeurd (excuses heb ik ook niet van hem gehoord) en dat ik dit daarom eerst allemaal even rustig wilde laten bezinken, kwam het besef binnen wat de ware reden moet zijn geweest van zijn onverwachte telefoontje. Hij moest binnen een paar weken verhuizen en hij had natuurlijk iemand nodig om hem daarbij te helpen. Het ultieme voorbeeld van het nut van een vriend met een nut! Dit klinkt misschien cynisch, maar kijkend naar het feit dat hij mij daarna tot op de dag van vandaag - bijna een jaar later - niet meer heeft gebeld, vrees ik dat ik gelijk heb.
 

Trouw en loyaliteit

Ja, voor mij zullen vriendschappen altijd wel in meer of mindere mate gecompliceerd blijven. Vooral omdat verreweg de meeste vriendschappen vallen in Aristoteles’ eerste twee categorieën - vriendschappen met een nut en vriendschappen met een gemeenschappelijke hobby - terwijl ik naïef en romantisch als ik kan zijn alleen maar op zoek ben naar de echte vrienden uit categorie drie. Waardoor ik natuurlijk vanzelf het risico loop vroeg of laat van een koude kermis thuis te komen op een moment dat een “echte vriend” een hele andere invulling aan het begrip vriendschap blijkt te geven dan ik.
Aansluitend op wat Aristoteles hierover ooit zei, vind ik een essentieel kenmerk van een goede vriendschap het gegeven dat je elkaar hierin als persoon mooi vindt en dat je om die reden in een bepaalde regelmaat altijd oprecht belangstellend naar elkaar blijft, ongeacht eventuele verschillen in levensfases, woonomstandigheden, tijd en ruimte in agenda’s enzovoort. Dat bij dit soort vriendschappen trouw en loyaliteit een hele belangrijke rol spelen, lijkt mij een overbodige opmerking. Persoonlijk streef ik er overigens naar om naar elke vriend(in) trouw en loyaal te zijn en ik hoop over mezelf te mogen zeggen dat dat me goed afgaat.  
 

Sjorren en trekken aan vriendschappen en relaties

Op momenten dat ik echter merk dat ik steeds degene ben die het initiatief tot contact neem of dat ik het gevoel heb dat ik wel benieuwd ben hoe het met de ander gaat maar dat dat niet wederzijds is, ben ik er snel klaar mee (al valt het in de praktijk niet mee om die knoop ook even snel door te hakken).
Wat dat betreft geldt voor mij voor vriendschappen hetzelfde als wat ik voor relaties vind gelden: op het moment dat je het idee hebt dat jij degene bent die continu aan het sjorren en trekken is om een vriendschap/relatie op gang te houden, kun je er beter mee stoppen. Zo hoort noch een vriendschap noch een relatie te zijn.
Wellicht denkt menigeen anders over een relatie, maar ik mag hopen dat de meesten het wel met mij eens zullen zijn dat een echte vriendschap in elk geval een mate van wederkerigheid en gelijkwaardigheid in zich behoort te hebben.
Ja, een echte vriendschap komt van twee kanten. Maar hoe vanzelfsprekend dit ook mag klinken, is mijn ervaring dat het in de praktijk niet zo vanzelfsprekend is, eenvoudigweg omdat vriendschappen zelden in evenwicht zijn. Net als in relaties heb je vaak één wat actievere en één wat passievere partij. En in mijn vriendschappen ben ik over het algemeen de meest actieve partij geweest. Wat niet alleen maar is toe te schrijven aan de soms introverte, passieve vrienden die ik heb gehad, maar ook te verklaren valt uit de ongelukkige combinatie van mijn gezonde behoefte aan vriendschap en mijn even grote gebrek aan het vermogen om vlot sociale relaties aan te gaan.
 
Ach, echte vriendschap; ik kan er uren over praten en schrijven maar ik zou het toch gewoon veel liever wat vaker in de praktijk willen ervaren.








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 



dinsdag 30 augustus 2016

249. Vriendschappen komen en gaan (1/2)

Privé - Vriendschap - Romanticus/Idealist

 









We worden alleen geboren en sterven alleen

“We worden alleen geboren en sterven alleen. Alleen via liefde en vriendschap kunnen we de illusie creëren dat we niet alleen zijn.” Een citaat dat ik onlangs tegenkwam in de Netflix-serie “River” en wat oorspronkelijk afkomstig is van de Amerikaanse filmmaker Orson Welles: “We're born alone, we live alone, we die alone. Only through our love and friendship can we create the illusion for the moment that we're not alone.”
Hoe cynisch dit citaat misschien ook mag klinken, zit er een kern van waarheid in. Laatst reageerde iemand verbaasd op mijn opmerking dat ik vriendschappen gecompliceerd vind. Ik weet niet of ik deze uitspraak relativeer of juist erger maak - ik vrees het laatste - door eraan toe te voegen dat ik het leven in het algemeen best gecompliceerd vind.
 

Onze vriendschap heeft geen zin meer

Om me even tot het begrip “vriendschap” te beperken, zal ik proberen uit te leggen waarom ik dit zo ervaar. Aanleiding om weer eens een column over vriendschap te schrijven is overigens een whatsapp die ik een tijdje terug aan een goede vriend stuurde (hem telefonisch bereiken lukte niet). Het ging om een vriend die ik jaren geleden beschouwde als mijn beste vriend maar die toen naar Gelderland verhuisde waardoor het contact al vrij snel minder werd. Even later ging hij scheiden van zijn vrouw waarna hij snel weer een nieuwe vriendin kreeg. Een vriendin die ik tot op de dag van vandaag overigens nog nooit heb gezien, wat ook veelzeggend is en in elk geval niet past bij mijn definitie van een goede vriendschap.
Ik appte deze vriend dat ik hem verder het beste toewens in het leven maar dat onze vriendschap wat mij betreft geen zin meer heeft. En wel om de eenvoudige reden dat ik hem het afgelopen jaar diverse keren heb gebeld en geappt zonder ook maar één reactie terug te ontvangen. Aan het ontbreken van de twee blauwe vinkjes (bericht door ontvanger gelezen) kan ik zien dat hij zelfs niet eens meer de moeite heeft genomen om mijn laatste apps te lezen.
 

Uit het oog, uit het hart

Vriendschappen komen en gaan en soms gaan ze zonder dat ik weet waarom ze eigenlijk zijn gegaan. Dan besluit ik na de laatste keren het initiatief tot contact te hebben genomen nu eens voor de verandering het initiatief bij de ander te leggen - omdat ik altijd zal blijven vinden dat vriendschap van twee kanten moet komen - en dan hoor ik gewoon nooit meer wat. Laat staan dat ik een reden hoor waarom de vriendschap opeens is verdwenen.
Zo had ik ooit een oude buurvrouw waarmee ik heel goed contact had en die ook een goede band had met mijn kinderen waarop ze als een soort tante af en toe oppaste. Op een dag verhuisde ze naar een woonplaats in de buurt. Ik kwam nog een paar keer met mijn kinderen langs maar daarna liet ik het initiatief aan haar over. De rest laat zich raden: ik heb nooit meer van haar gehoord.
Vreemd en niet aardig naar mij toe, maar vooral ook niet aardig richting mijn kinderen die een goede band met haar hadden. De buurvrouw had zelf wel een man, maar om onduidelijke redenen geen kinderen (lag gevoelig volgens mij) en dan zou je denken dat als je door drie buurkinderen als een soort lieve tante wordt gezien je dat contact in elk geval zal koesteren.
Maar zoals in meer gezegden een kern van waarheid schuilt, geldt dat dus ook voor “Uit het oog, uit het hart”. Wat voor de buurvrouw gold, zal voor veel meer mensen gelden: als je verhuist naar een nieuwe woonplaats laat je behalve je oude huis ook oude contacten en vriendschappen achter. That’s life.

Naschrift: ergens in 2020 googelde ik uit nieuwsgierigheid mijn oude buurvrouw en kwam ik tot mijn schrik erachter dat ze in april 2018 op 71-jarige leeftijd was overleden. Omdat mijn ex-vrouw en ik samen altijd goed contact met haar hadden gehad toen ze onze buurvrouw was, appte ik dit verdrietige nieuws meteen aan haar. Toen ik op deze app en twee daaropvolgende apps geen reactie ontving, appte ik haar met de vraag waarom ze niet op dit nieuws reageerde. Waarop ik dit keer wé
l antwoord kreeg: "Ik wist niet dat ik geacht werd hierop te reageren." En dat voor iemand die mij tijdens mijn huwelijk ooit uitmaakte voor niet empathisch (zie column  136)...
 

Niet vlot in het aangaan van sociale relaties

Lastig voor mij is dat ik (ook?) op dit punt anders en gevoeliger ben dan de meeste anderen. Het grootste verschil zit ‘m erin dat de meeste mensen zich veel gemakkelijker door het sociale verkeer begeven dan ik. Zij gaan veel vlotter sociale relaties aan. Een groot pluspunt, maar met als keerzijde dat zij die relaties ook weer een stuk sneller en makkelijker zullen breken dan ik. Al denk ik niet dat dit als een keerzijde zal worden ervaren, aangezien het makkelijk aangaan van nieuwe vriendschappen en relaties als groot voordeel heeft dat je weer veel minder moeite zult hebben met het afscheid nemen van oude.
Behalve dat ik bepaald niet vlot ben in het aangaan van sociale relaties komt hier nog als probleem bij dat ik ergens diep in mij nog steeds een pure romanticus ben. Al kun je je afvragen of het een niet met het ander te maken heeft: is het zo dat omdat ik een romanticus ben ik niet snel sociale relaties aanga (aangezien die vrijwel nooit voldoen aan mijn romantisch beeld ervan) of ben ik een romanticus geworden omdat ik moeizaam nieuwe contacten maak (om maar een soort van excuus te hebben)?
Ik denk toch dat het gewoon het eerste is. Al in de puberteit had ik hele romantische ideeën over wat vriendschap inhield en aan welke “eisen” die moest voldoen en was ik zo naïef om te denken dat mijn beste vriendschappen echte vriendschappen voor het leven waren. Iets waarvan ik nu inmiddels feitelijk kan vaststellen dat dat gewoon niet klopte. Zo heb ik met mijn twee beste vrienden “voor het leven” die getuige waren tijdens mijn (mislukte) huwelijk van bijna twintig jaar geleden inmiddels geen contact meer. Over de ene heb ik geschreven in mijn tweede column (zie column 2) en de andere is dus de aanleiding van deze twee columns.


Hierna volgt meteen deel twee.
 










Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 


maandag 8 augustus 2016

248. De een zijn dood is de ander zijn brood

Actualiteit - Sport - Olympische Spelen - Wielrennen 

 









Tragiek

Als sportliefhebber heb ik best veel wielerwedstrijden gezien, maar de finale van de Olympische wegwedstrijd voor vrouwen in Rio de Janeiro is misschien wel de mooiste en in elk geval meest spannende die ik ooit heb gezien. Wat deze gedenkwaardige wedstrijd onvergetelijk maakt, is zonder twijfel de tragiek. En dan heb ik het uiteraard over de tragiek van het verlies van de beste in de koers: Annemiek van Vleuten.
 

De wedstrijd

Voor wie de wedstrijd niet gezien heeft: richting de laatste pittige beklimming van het loodzware parcours zat onze landgenote en Olympisch titelverdediger Marianne Vos in een kopgroep waarbij ze ongetwijfeld eventjes aan titelprolongatie zal hebben gedacht. Helaas voor haar moest ze echter snel passen toen het echt steil begon te worden. 
Ook beste Nederlandse klimster en dus aangewezen kopvrouw en één van de grote favorieten Anna van der Breggen leek het in de finale niet te gaan redden. Onverwacht ging de minder sterk geachte Annemiek van Vleuten er bergop vandoor, gevolgd door de ervaren Amerikaanse klimster en tweevoudig Giro Rosa winnares Mara Abbott.
In de afdaling richting finish nam goede tijdrijder en afdaler Van Vleuten snel afstand van de angstig dalende Abbott en leek de uitstekende Nederlandse tijdrijdster gemakkelijk af te stevenen op de gouden medaille. Maar met nog slechts tien kilometer te gaan, ging het in de afdaling alsnog vreselijk mis voor Van Vleuten. Ze vloog de bocht uit en belandde over de kop in een stenen greppel.
Even later passeerde Abbott de roerloos liggende Van Vleuten en leek haar angst voor afdalen met een voorspong van ongeveer veertig seconden te worden beloond met de mooiste overwinning uit haar carrière. Wat ongetwijfeld ook zou zijn gebeurd als de laatste kilometers hadden plaatsgevonden op een bochtig parcours. Maar doordat de drie achtervolgers - Anna van der Breggen, de Zweedse Emma Johansson en de Italiaanse Elisa Longo-Borghini - op de lange laan richting finish steeds een richtpunt hadden op de in de verte rijdende Abbott, strandde de arme Abbott op slechts een paar honderd meter van de streep. Op het moment dat de achtervolgers Abbott passeerden, maakte Van der Breggen de slimme keus om er een lange sprint van te maken om de goede sprintster Johansson te verrassen. Einduitslag: 1. Anna van der Breggen 2. Emma Johansson 3. Elisa Longo-Borghini en 4. (en dus met lege handen) Mara Abbott.
 

Nieuw perspectief op eigen succes

Met veel strijd, verrassingen, spanning tot aan de finish en “last but not least” tragedie bracht deze wegwedstrijd precies wat topsport zo mooi maakt. Het liet tevens zien dat topsport eigenlijk net als het echte leven soms keihard en onrechtvaardig kan zijn. Waarbij een beetje geluk op zijn tijd nodig is om net het verschil tussen winnen en verliezen te kunnen maken.
Natuurlijk zal Anna van der Breggen zich rot zijn geschrokken toen zij Annemiek roerloos langs de kant van de weg zag liggen. Later verklaarde ze hierover dat ze op dat moment zelfs eigenlijk dacht dat ze dood was (Van Vleuten bleek een zware hersenschudding te hebben opgelopen en een paar scheurtjes in haar wervelkolom).
Maar net als Mara Abbott zal ook Van der Breggen topsporter genoeg zijn geweest om bij de ongetwijfeld eveneens opkomende gedachte dat de verwondingen van Van Vleuten ook gewoon wel eens mee zouden kunnen vallen, te beseffen dat dit dan ook meteen nieuw perspectief bood op eigen succes. De een zijn dood is de ander zijn brood tenslotte. Want wie als topsporter beweert het succes een ander meer te gunnen dan zichzelf is geen topsporter. Ook Marianne Vos had natuurlijk veel liever zichzelf zien winnen dan een van haar collega’s en wie neemt haar dat kwalijk?
 

De gunfactor

Gelukkig kon ik als buitenstaander wel rustig kijken naar wie ik het succes in de koers het meest zou gunnen.
In dit geval was dat al meteen Annemiek van Vleuten en wel om een paar redenen. Ten eerste was ze meer een underdog dan topfavoriet en voor de underdog zijn heeft altijd wel iets moois. Ten tweede wist ik dat Van Vleuten de afgelopen jaren een paar keer pech had gehad door vervelende valpartijen waarmee de gunfactor natuurlijk alleen maar werd vergroot. Je zou dit kunnen vergelijken met iemand een (of zeven) Tour de France overwinning(en) gunnen omdat hij in de jaren daarvoor een kankerpatiënt was geweest. En “last but not least” was Van Vleuten gewoon de sterkste in koers en dan vind je het ook wel zo eerlijk als zij de gouden medaille pakt.
Wel grappig dat mijn gunfactor na de dramatische val van Van Vleuten snel overging op haar eerste achtervolger, de Amerikaanse Mara Abbott. Niet alleen omdat zij na onze landgenoot op dat moment de sterkste in koers was en het dus verdiende, maar ook omdat ik hoorde dat Abbott een paar jaar terug gedwongen was geweest om tijdelijk met wielrennen te stoppen in verband met anorexia. Een vreselijke ziekte waar onze voormalige topwielrenster en meervoudig Olympisch kampioen Leontien van Moorsel helaas alles van afweet.
Maar hoe hard de arme Abbott ook trapte, werd het naarmate de finish naderde steeds duidelijker dat ook zij het nét niet zou gaan redden. Ik vermoed dat de wanhopige Abbott bij dat besef iets moet hebben gedacht als: “Ja, dat is Pech. Rio is een mooie stad, maar (haar finishlijn ligt) net iets te ver weg.” Als variant op het briljante lied “Dodenrit” van de in 2015 overleden Nederlandse tekstschrijver Drs. P.: “Ja, dat is pech. Omsk is een mooie stad maar net iets te ver weg.”
 

Niet-nationalist

Veel tijd om mijn gunfactor over te hevelen naar een ander was er niet, maar desalniettemin was ie snel gevonden: onze landgenote Anna van der Breggen moest het dan maar afmaken en een paar seconden later deed ze dat ook. Toch grappig dat ik als uitgesproken niet-nationalist (nationalisme vind ik maar een eng woord) als het punt bij paaltje komt wel gewoon vaak voor Nederlanders ben bij grote sportevenementen. Al is dat ook weer niet zo vreemd: kijken naar grote sportevenementen zonder voor iemand te zijn, is wel heel saai.

Ja, de wegwedstrijd voor vrouwen in Rio 2016 zal me lang bijblijven. En ook al heeft ze er werkelijk helemaal niets aan, blijft Annemiek van Vleuten voor mij persoonlijk de echte winnares van deze memorabele wedstrijd.
 










Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 


woensdag 3 augustus 2016

247. Is 'domme Amerikaan' een pleonasme?

Actualiteit en privé - Vooroordelen - Wapenbeleid VS

 







Discussiëren met mijn ex

Mijn kinderen zijn met hun moeder voor drie weken op vakantie en mijn ex-vrouw vroeg of ik op de twee katten wilde passen. We hebben dit in het verleden vaker voor elkaar gedaan en bovendien ben ik dol op katten dus vind ik dat geen enkel probleem.
Van de week kreeg ik van mijn ex-vrouw de melding dat er een aantal van haar Amerikaanse familieleden van haar moeders kant een avond en nacht in haar huis zouden verblijven. Of ik daar rekening mee wilde houden als ik de katten eten zou komen geven. Ik opperde nog dat die Amerikanen wellicht zelf de katten eten zouden kunnen geven als ze daar waren, maar dat vond mijn ex allemaal te ingewikkeld.
Omdat ik weet dat discussiëren met mijn ex nergens toe leidt en ik het in de eerste plaats gewoon voor de katten en mijn dochter doe (zij is net zo gek op katten als ik), liet ik het maar zo. Dus kwam ik op een avond langs op een moment dat daar een stel - hoe zeg ik het aardig - niet allemaal even slanke Amerikanen met chips op de bank aan het relaxen waren. Ja, ze wisten dat ik langs zou komen om de katten eten te geven, dus dat had mijn ex-vrouw wel aan ze doorgegeven. Maar hen uitleggen hoe je de helft van één blikje kattenvoer moest verdelen over twee hongerige katjes was dus blijkbaar te ingewikkeld en teveel gevraagd. Net als de verwachting dat de Amerikaanse gasten zelf misschien op het briljante idee zouden komen om die katten die zo onrustig in de keuken heen en weer aan het scharrelen waren, eten te gaan geven.  
 

Vooroordelen

Ik besef heel goed dat ik net als iedereen op deze wereld vooroordelen heb en ik weet ook dat ik daar vooral met Amerikanen heel goed voor moet uitkijken.
Het lastige aan vooroordelen is en blijft dat je noch kunt stellen dat alle vooroordelen per definitie kloppen noch dat ze helemaal nergens op slaan. Net als dat de meeste clichés niet voor niets clichés zijn, bevatten vooroordelen regelmatig in meer of mindere mate ergens een kern van waarheid.
Zo zou je kunnen zeggen dat als ik een met hakenkruisen onder getatoeëerde Hells-Angel ontmoet het een vooroordeel van me is om te denken dat ik in elk geval niet te maken heb met een intelligente, empathische, zachtaardige, vredelievende man die wars in van criminaliteit en drank en drugs. Maar ik zou toch ook niemand willen aanraden om er geld op te zetten dat ik er helemaal naast zit.
Desalniettemin moet ik uitkijken bij gedachtes die in me opkwamen bij het tafereel van die (deels) dikke Amerikanen die aan de drank en chips zaten terwijl ik braaf de katten eten gaf: “Ach, het zijn domme Amerikanen, daar kunnen zij ook niets aan doen.” Of om het “iets” dramatischer in de “eigen” woorden van de veelal zeer religieuze en Jesus Loving Amerikanen te formuleren: “Vader, vergeef het hun want zij weten niet wat ze doen.” (Lucas 23:34).
 

Donald Trump of all people

Keer op keer dwingen de Verenigde Staten mij keihard te vechten tegen mijn vooroordelen over hun burgers. Maar mijn God, wat maken ze het mij moeilijk.
Wat zegt het bijvoorbeeld over een land en haar burgers als het met z'n allen de mogelijkheid heeft om uit meer dan driehonderd miljoen mensen twee wijze, verstandige kandidaten te kiezen die ze geschikt achten om het land te leiden en ze komen dan uiteindelijk "of all people" met Donald Trump als een van die twee op de proppen? Ik weet het niet hoor, maar ik kan me voorstellen dat ik me als Amerikaans burger de ogen uit mijn hoofd zou schamen, ook al weet ik dat het hier om plaatsvervangende schaamte gaat en ik er verder ook niets aan kan doen.
Je gaat je ook meteen afvragen hoe het in godsnaam mogelijk is dat nota bene dit land het gebracht heeft tot machtigste land ter wereld. Wat moet dat wel niet zeggen over de rest van de wereld? Zo kan ik namelijk wel een grote mond hebben over de Verenigde Staten, maar ondertussen hebben wij hier weer Geert Wilders, misschien wel onze volgende premier. Over de ogen uit mijn kop schamen gesproken...
 

Briljant plan uit Texas

De aankomende Trump-stemmers staan te popelen om het straks voor het zeggen te hebben. Van de week kwamen ze in Texas weer met een briljant plan dat hun grote wijze leider himself zou kunnen hebben bedacht.
Hoe voorkom je dat een boos individu met een stel wapens een bloedbad aanricht op een Universiteit? Dat lijkt misschien een lastig probleem, maar een beetje Trump-aanhanger denkt niet in problemen maar in oplossingen. En kijkend naar de verschillende soorten mogelijke oplossingen die er voor een probleem zijn, denken de Trump-stemmers daarbij altijd aan het soort dat precies bij hen past: jawel, aan simpele oplossingen! Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan: geef alle studenten gewoon de vrijheid om uit zelfverdediging een eigen wapen mee te nemen naar de collegezaal en voilà, problem is solved!
 

Geniale stap verder: geef alle kinderen vanaf vier een wapen

Briljant in zijn eenvoud, ja dat kun je wel aan de Trump-aanhangers overlaten. En ik zou in deze genialiteit van denken nog graag een stap verder willen gaan om alle schietpartijen op alle scholen in de Verenigde Staten te voorkomen. Geef alle kinderen vanaf zeg een jaar of vier behalve schoolboeken ook een mooi (liefst semi-automatisch) wapen cadeau, maak naast rekenen en taal ook van schietles een verplicht schoolvak en ik garandeer je dat geen enkele terrorist het ooit meer in zijn hoofd zal halen om een bloedbad op een school aan te richten. Want wat is er voor een zelfmoordterrorist nou vernederender dan bij binnenkomst op een crèche door de eerste de beste kleuter een kogel door je hoofd gejaagd te krijgen?

Domme Amerikanen...

Ook al ben ik goed op de hoogte van de gevaren van mijn vooroordelen over het "God bless America" volk dan nog betrap ik mezelf op het nadenken over vragen als: "Is de term domme Amerikaan een pleonasme, ja of nee?" Ik hoor graag van een ieder die mij met scherpe argumenten ervan kan overtuigen dat het antwoord op deze vraag toch echt "Nee" is...

 






Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 



 

zondag 31 juli 2016

246. Er is niets doodgewoner dan de dood

Privé - Katten - Dood/Overlijden - Filosofie

 








Angst slechte raadgever

Tijgertje is dood. De pas twee jaar oude kat van mijn dochter werd van de week op straat aangereden door een auto. Een dag voordat mijn dochter met haar moeder en broers voor drie weken op vakantie zou gaan.
Bezorgd als ik ben om mijn katten (en kinderen uiteraard), was ik hier al bang voor. Tijgertje was van onze katten verreweg de meest nieuwsgierige en avontuurlijke kat. Hij was vrijwel nergens bang voor en stapte op alles en iedereen af. Tijgertje was ook de enige die de grote weg vlakbij ons huis regelmatig overstak, wat hem nu dus fataal is geworden.
Waar voor de mens angst vaak een slechte raadgever is, geldt dat niet voor katten in onze bewoonde wereld. Als het gaat om het verschil tussen dood en (over) leven is angst voor katten juist een hele goede raadgever. Angstige katten worden gemiddeld een stuk ouder dan hun niet bange, avontuurlijke soortgenoten die achteloos gevaren tegemoet treden die ze maar beter kunnen vermijden.
 

Schuldgevoel

Mijn dochter (en ik dus ook) heeft tot nu toe veel pech met de door ons aangeschafte kittens. Nadat eerder ooit haar lievelingskat Simba (tezamen met het andere lieve katertje Dagobert) dramatisch aan zijn eind kwam door vergiftiging overkomt haar nu dit weer met haar favoriete kat Tijgertje.
Het stomme is dat als zoiets dramatisch gebeurt en mijn dochter in tranen is ik mezelf betrap op een soort van schuldgevoel dat ik heb gefaald. Omdat ik als verantwoordelijke ouder mijn dochter, haar broers en mijn katten dien te beschermen tegen ellende en dat dat nu niet gelukt is en dat ik dan dus blijkbaar iets niet goed heb gedaan. Een gevoel waarvan ik mij kan voorstellen dat ouders van een overleden kind (bijvoorbeeld door een verkeersongeval of een vreselijke ziekte) dat ook zouden kunnen hebben. Hoe onterecht dat uiteraard ook is.
In feite geeft dit eigenlijk precies aan waarom in de eeuwige “strijd” tussen gevoel(s) en verstand(s mensen) ik altijd een voorkeur zal hebben voor de laatste. Afgaan op gevoel leidt vaak tot irrationele, foute en destructieve gedachtes en emoties.
Rationeel weet ik wel dat ik niets kan doen aan de dood van Tijgertje. Elke dag komen katten om in het verkeer. Ja of ik had Tijgertje natuurlijk gewoon voor altijd in huis moeten houden, maar het is de vraag of ik dat had gewild en of ik daar Tijgertje gelukkig mee had gemaakt (beide retorische vragen). Dat is net zoiets als je kinderen thuis opsluiten of "in een doosje stoppen" omdat je bang bent voor de gevaren van de buitenwereld. Met bovendien als grote valkuil dat de meeste ongelukken nou juist weer in en rondom het huis gebeuren.
Rationeel weet ik heel goed dat het allemaal gewoon weer neerkomt op datgene waar het leven voor misschien wel het grootste deel om draait (maar wat de meesten weigeren te aanvaarden): geluk en pech, willekeur en toeval. You win some, you lose some en sommigen winnen of verliezen nu eenmaal meer dan de ander. That’s life.
 

Moeite met de dood

Tot aan mijn eigen dood zal ik altijd moeite blijven hebben met de dood. Jarenlang geef je om een mens of dier en zie je hem (of haar) misschien wel dagelijks en dan opeens van de ene op de andere dag is hij dood, voorgoed weg en zie je hem gewoon nooit echt nooit meer. Ook al zoek je de hele wereld ervoor af.
Voor mij blijft dit ongelofelijk vreemd en onwerkelijk en echt niet te bevatten. Zo zie ik Tijgertje de ene dag vrolijk rondrennen en zo zie ik hem de volgende dag bewegingsloos in een doos liggen en is al het leven uit zijn lichaam weggezogen en valt daar niets, helemaal niets meer aan te veranderen. Hoe graag ik dat ook zou willen als een soort dokter Frankenstein.  
 

Het voortplanten van leven op zich is het doel

Terwijl het gekke is dat als je objectief naar de natuur kijkt je niets anders kunt dan constateren dat als er iets in ons leven doodgewoon is dat het dan wel de dood is. Ik ken de statistieken niet, maar ik vermoed dat ik ga duizelen bij het horen van het aantal dieren op deze wereld dat na de eerste week na de geboorte alweer hartstikke dood is.
Dat de dood alleen voor de mens niet zo verdomd doodgewoon is, heeft het enkel te danken aan zijn hoge intelligentie en bewustzijnsniveau. Hierdoor is de mens in een soort luxepositie beland waarin hij de mogelijkheid heeft gekregen om daadwerkelijk over het begrip “dood” na te kunnen denken en er al doende vervolgens - gechargeerd gezegd - zo dramatisch over te doen dat hem niets anders meer rest dan in allerijl zaken als religie te bedenken om in elk geval op een geruststellende wijze met dit doodenge begrip om te kunnen gaan.
Vanuit dezelfde luxepositie is de mens overigens ook het enige levende wezen op aarde dat kan nadenken over de vraag of het leven zin of een doel heeft. Wat kijkend naar de natuur voor alle andere dieren op deze aarde een volstrekt absurde vraag zou zijn. Op de mens na met al zijn hobby's en interesses houdt naar mijn weten elk dier op aarde zich in zijn leven vooral bezig met het verzamelen van voedsel en drinken (en dit vervolgens opeten en -drinken), seksen en voortplanten en slapen. Oftewel elk dier is eigenlijk vooral bezig met zo lang mogelijk zien te overleven om zoveel mogelijk nageslacht te kunnen leveren. Dus elk dier lijkt in feite alleen maar te leven om weer ander leven te kunnen voortbrengen. Het voortplanten van leven op zich is dus het doel en niets meer. Als je hierover nadenkt, is dit wel een enorm vreemd en compleet nutteloos "doel" of ligt dat aan mij? 
 

Les Revevants

Wat jammer toch (over pech gesproken) dat ik als filosofisch ingesteld persoon veel meer dan een gemiddeld mens bezig ben met het nadenken over de dood. Van de vele fascinaties die ik heb, is de fascinatie voor de dood misschien wel de grootste. Wat ik niet vreemd vind aangezien filosofisch ingestelde mensen zich nu eenmaal veel bezighouden met de grote levensvragen en mysteriën in deze wereld. En wat is er nou een groter mysterie dan de vraag wat er na de dood gebeurt en of er überhaupt iets is na de dood?
Ik zag onlangs een prachtige Franse serie op Netflix rondom het thema dood: "Les Revenants". De serie gaat over een Frans bergdorpje waarin iets opvallends gebeurt: van de ene op de andere dag komen plotseling een aantal mensen aanlopen die jaren geleden zijn overleden. De interessante filosofisch getinte vraag is natuurlijk hoe de levenden met zo'n onwerkelijke situatie omgaan.
Ik zou er in elk geval voor tekenen om op een dag Tijgertje weer levend op onze stoep te zien staan. En zeg nooit dat dit nooit kan gebeuren, want de Oostenrijk-Britse filosoof Karl Popper zou hierover gezegd kunnen hebben dat 
het er weliswaar sterk op lijkt dat niemand terugkeert uit de dood, maar dat dat nog niet wil zeggen dat je honderd procent kunt uitsluiten dat zich op een dag een overledene levend voor je neus staat.

Ja, er is niets doodgewoner dan de dood. Maar het went nooit. 

Lieve Tijgertje, we zullen je enorm missen, je was echt een schatje.
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Tijgertje
 

zaterdag 16 juli 2016

245. IS ideologie gebruiken voor een beloning

Actualiteit - Terrorisme - Islamitische Staat (IS)

 








Moslimfundamentalistische theekransjes

Ik vraag me af of er ergens op deze wereld moslimfundamentalistische theekransjes voorkomen waarbij ouders niet alleen trots vertellen dat hun zoon advocaat, CEO of chirurg is, maar ook dat hun zoon is omgekomen tijdens het ombrengen van tientallen “ongelovigen”. Bijvoorbeeld door met een vrachtwagen in te rijden op weerloze gezinnen die op een nationale feestdag naar een vuurwerkshow aan het kijken waren. En dat de andere ouders dan afgunstig denken van shit (of Mijn Allah), daar kunnen wij niet tegenop.
Geen islamitische advocaat, CEO of chirurg heeft tenslotte garantie op 72 maagden in het hiernamaals. Maar ter geruststelling: dat hebben terroristen ook niet. Wie mij kan vertellen waar in de Koran staat dat je als terrorist (of ieder ander) als beloning na je dood in het paradijs 72 maagden krijgt, mag het mij zeggen. Dit is niets anders dan een mythe. Een mythe die in het nadeel van de islam werkt.
 

Er uitgaan met een spectaculaire terroristische knal

Toch houd ik bij de inmiddels uiteraard door Islamitische Staat (IS) opgeëiste “terroristische aanslag” in Nice rekening met een heel ander scenario waarbij religie niet of hooguit nauwelijks een rol heeft gespeeld en er van terrorisme eigenlijk helemaal geen sprake is geweest.
Veelzeggend hierbij vind ik de mededeling van een buurman van de dader in Nice (de 31-jarige Tunesische Fransman
Mohamed Lahouaiej Bouhlel) dat dit helemaal niets met religie of de islam te maken heeft. De buurman over de dader: “Hij bidt niet, doet niet aan ramadan, helemaal niks. Hij zit in de put, gaat door een scheiding . Hij woont alleen en hij heeft geldproblemen.” Ervan uitgaande dat wat deze buurman zegt klopt, zie ik bepaald geen geloofsfanaat voor me wat je zou mogen verwachten bij extreem moslimterrorisme. En het lijkt me sterk dat zo iemand dat van de ene op de andere dag opeens geworden is.
Dat het incident in Nice desalniettemin de wereld overgaat als de zoveelste recente terroristische aanslag in Frankrijk zegt alles over de angst die in deze tijd regeert en over de impact die terroristische groeperingen als IS hebben.
Ik acht de kans helemaal niet ondenkbaar dat we hier niet met een terrorist te maken hebben gehad, maar slechts "gewoon" met een zwaar gefrustreerde man met psychische problemen. Een eenzaam en depressief individu dat alles om zich heen door zijn vingers zag glippen (zijn huwelijk, zijn band met zijn kinderen, zijn financiële zekerheid etc.), dat de controle over zijn leven was kwijtgeraakt en dat daardoor zoveel woede in zich voelde opborrelen dat hij zin kreeg om alles en iedereen om hem heen, inclusief zichzelf, af te maken.
Wie zich in zo’n uitzichtloze negatieve spiraal bevindt, kan zich van alles in zijn hoofd halen. Die kan ook gaan bedenken van hé ik ben een moslim dus als ik er nou eens uitga met een spectaculaire terroristische knal dan sla ik wellicht twee vliegen in één klap. En ik ben dan dood én ik word een islamitische martelaar met hopelijk straks een mooie beloning in het paradijs. De man had tenslotte niets meer te verliezen en zo wordt hij in elk geval nog als een held gezien door een select moslimfundamentalistisch gezelschap. IS ideologie gebruiken voor een mooie beloning... mm geen slecht idee!
We kunnen er niet omheen: in deze tijd is terrorisme helemaal "in" en dus is de kans reëel dat het ook mensen zal aantrekken die niet zozeer streng gelovig als wel wanhopig en gefrustreerd zijn.   
 

De beste terrorist is een dode terrorist

En natuurlijk is de IS er op zo’n moment als de kippen bij om meteen de verantwoordelijkheid voor de “terroristische aanslag” op te eisen want een beetje terroristische groepering laat zo’n buitenkans natuurlijk niet schieten. Wat dat betreft bevindt IS zich in een luxe positie: elke islamitische gek op de wereld die om wat voor reden dan ook besluit om anderen te doden met (toevallig) een ander (of geen) geloof, wordt onmiddellijk door IS omarmd als zijnde een van hun soldaten. Wel op voorwaarde uiteraard dat de betreffende “terrorist” het niet meer kan navertellen en (vooral) ontkennen. In zulke gevallen geldt voor de IS hetzelfde als wat voor heel veel mensen zal gelden: de beste “terrorist” is een dode terrorist.
Op dit moment is er nog weinig bekend over de dader in Nice en zijn motieven maar ik kijk in elk geval niet gek op als de heer Mohamed Lahouaiej Bouhlel evenveel banden met moslimextremistische terreurbewegingen als IS blijkt te hebben gehad als met mij. En voor alle duidelijkheid: ik heb deze Mohamed nog nooit gezien of gesproken of geschreven. Al kun je je hierbij uiteraard terecht afvragen of als dat wel zo zou zijn geweest ik hier anders had beweerd.

De zoveelste terroristische aanslag in Frankrijk? De toekomst zal het uitwijzen, maar vooralsnog heb ik zo mijn twijfels…
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

donderdag 30 juni 2016

244. We hebben veel minder invloed dan we denken (2/2)

Privé - Sport - Familie/Gezin - Nature/Nurture

 








Ambitieus

Uit wat mijn dochter er zelf over zegt, kan ik opmaken dat ze met acrogym is gestopt door een combinatie van een aantal factoren.
Ten eerste vindt ze zichzelf niet goed genoeg. Wat ik als vader - maar ook vanuit een objectief punt gezien - niets anders dan onterecht kan vinden aangezien ze het met de wedstrijden altijd heel goed heeft gedaan, met zelfs één deelname aan het NK acrogym.
Haar houding hierover heeft denk ik alles met haar ambities te maken. Ondanks dat je het niet zozeer aan haar afziet, kan mijn dochter zeer ambitieus zijn. Omdat ze nu met acrogym een paar jaar op hetzelfde niveau bezig is (eerst als bovenpartner - getild worden - en later als onderpartner - anderen tillen), ze merkt dat ze van nature niet tot de meest lenige van de groep behoort (maar dat geldt voor meer meisjes) en haar trainster haar ook ooit vertelde dat dat mede komt doordat ze ernaast hockeyt wat niet bevorderlijk is voor de lenigheid van haar spieren, denkt mijn dochter dat ze niet veel verder komt en is ze er klaar mee. Daarbij komt nog dat ze met haar laatste acrogympartners minder klikt dan met die van de voorgaande jaren en heeft ze bedacht dat als ze nu stopt ze meer (vrije) tijd krijgt voor andere zaken als huiswerk en hockey. Omdat ze met hockey voor volgend seizoen opnieuw in een selectieteam is geplaatst, ziet ze daarin wel de nodige uitdagingen.
 

Invloed ouders op levensloop en keuzes kinderen

Het stoppen van mijn dochter met acrogym roept bij meer weer eens de interessante vraag op in hoeverre je als ouder als individu nou eigenlijk invloed hebt op de levensloop en keuzes van je kinderen. Menig ouder zal de overtuiging hebben dat die invloed vrij groot is, maar ik ben daarentegen ervan overtuigd dat die invloed altijd een stuk minder groot is dan wij ouders (willen) geloven.
Zoals altijd komt het er weer op neer dat mensen de eigenaardige neiging hebben om als iets goed gaat (bijvoorbeeld in de opvoeding) dit toe te schrijven aan hun eigen kwaliteiten, terwijl als er iets fout gaat dit vooral zal worden toegeschreven aan externe factoren. En zoals altijd denk ik weer dat beide visies sterk overdreven zijn en dat de waarheid dichter ligt bij iets wat mensen niet fijn vinden om te horen: we hebben gewoon veel minder invloed op onze directe omgeving dan we denken. Of dat nou gaat om de opvoeding van onze kinderen of om ons succes in het leven in het algemeen.
Factoren als geluk, pech, willekeur en aanleg (nature) tezamen met omgevingsfactoren (nurture) die wij zelf niet in de hand hebben, zijn alle ervoor verantwoordelijk dat wij veel minder controle kunnen uitoefenen op onze omgeving dan we zouden willen.
 

Egoïstisch 

Laten we tennis als eenvoudig voorbeeld nemen. Puur egoïstisch bekeken, had ik graag gezien dat al mijn drie kinderen tennissers waren geworden. Ik ben zelf een tennisser en ik zou het heel erg leuk hebben gevonden als ik regelmatig met mijn kinderen een balletje had kunnen slaan.
Nu kun je denken van dat is toch simpel: je zet je kinderen op tennis en motiveert ze zo goed als je kan door bijvoorbeeld regelmatig zelf met ze te gaan tennissen. Kat in het bakkie.
Toch is het niet zo simpel. Ondanks dat al mijn drie kinderen inderdaad op tennis hebben gezeten, zijn ze er ook alle drie weer afgegaan. Weer puur vanuit een egoïstisch sentiment bekeken, kan ik nu stellen dat ik dus kennelijk tekort ben geschoten in het overbrengen van motivatie. Wellicht had ik meer met ze moeten gaan tennissen en zelfs ook op die momenten dat ze daar geen zin in hadden. Wellicht had ik gewoon wat meer doorzettingsvermogen van ze mogen eisen omdat je soms nu eenmaal zin “moet maken” en was zo'n soort zachte dwang/push noodzakelijk geweest om ze over de drempel te tillen richting plezier krijgen in de sport.
 

De factor "Nature"

Natuurlijk zou dat allemaal waar kunnen zijn, maar toch betwijfel ik of een andere aanpak ervoor had kunnen zorgen dat mijn kinderen net als ik tennissers waren geworden (of wil ik dat uit zelfbescherming niet geloven?). Simpelweg omdat er teveel factoren meespelen waarop ik weinig tot geen invloed heb.
De eerste in dit voorbeeld is misschien wel de belangrijkste: nature. Om mijn punt te maken, laat ik voor het gemak de invloed die gecompliceerde nurture-omstandigheden kunnen hebben op de nature even buiten beschouwing (klein voorbeeld: als een kind met veel stress wordt opgevoed/nurture, zal dat invloed hebben op de ontwikkeling van de hersens/nature).
Stel dat kinderen ouders hebben met een stabiele, niet gecompliceerde, niet controversiële, vrij sociaal wenselijke persoonlijkheid die nodig is om soepel door het (sociale) leven te lopen met daarbij een bijbehorende goede loopbaan en carrière. Waarmee ik dus vooral doel op het soort ouders dat zich tijdens hun leven in het algemeen keurig aan alle (omgangs)regels heeft gehouden en geen noemenswaardige moeite met autoriteit heeft vertoond. In dat geval denk ik dat de kans groot is dat de kinderen vanuit de nature een vergelijkbare persoonlijkheid zullen hebben met een grote bereidheid om dingen en regels aan te nemen van invloedrijke mensen uit hun omgeving, waaronder in de eerste plaats de ouders.
 

Erfelijk belast

Terugkerend naar mijn voorbeeld van tennis merkte ik al snel dat ik mijn kinderen tennisles kon geven wat ik wilde, maar dat dat weinig zin had. En wel om één simpele reden. In meer of mindere mate hebben al mijn kinderen moeite met autoriteit, nemen ze niet snel dingen aan, weten ze het vaak beter en zijn ze zeker tegenover “autoriteit”(?) papa allesbehalve onder de indruk van goedbedoelde adviezen en tips. Wat uiteraard ook veel zegt over de papa en zijn (blijkbaar gebrek aan) natuurlijk overwicht. Iets waar ik vast ook nog wel eens een column aan ga wijden.
Opmerkingen als “Dat doe ik toch!” en “Daar heb ik geen zin in” en “Dat werkt helemaal niet” vlogen me continu om de oren. Om gek van te worden, ware het niet dat ik heel goed besefte dat ik me niet hypocriet moest gaan gedragen. Als ik gefrustreerd raak van mijn eigenwijze, koppige, betweterige kinderen met een autoriteitsprobleem (en dat dat wel eens gebeurt, staat vast) dan zal ik toch in de eerste plaats naar mezelf moeten kijken én daarna naar hun moeder. Waarbij ik dan ook zo eerlijk moet zijn om te erkennen dat mijn kinderen op deze punten qua nature iets meer erfelijk belast zijn van de kant van hun vader. Alleen voor de koppigheid zal ik ze vriendelijk doorverwijzen naar hun moeder, die daar zelf overigens wel begrip voor zal kunnen opbrengen mag ik hopen (zie ook column 106). 
 

Kneedbaar

Samenvattend komt het erop neer dat als ik invloed wil uitoefenen op mijn kinderen ik voor een niet onbelangrijk deel ook afhankelijk ben van nature-omstandigheden. Omstandigheden dus die voor het overgrote deel al bij de geboorte vastliggen en waar ik verder helemaal niets aan kan veranderen. Hoe flexibeler ouders van nature zijn en hoe meer ze open staan voor het blindelings volgen van regels en adviezen van anderen, hoe groter de kans dat hun kinderen nog enigszins kneedbaar en beïnvloedbaar zullen zijn.
Maar ook al zou ik kinderen hebben gehad die ik zonder moeite had kunnen kneden tot tennisspelers, dan nog was ik er nog lang niet geweest. Want wanneer ik kijk naar de redenen waarom ik zelf tennisser ben geworden, kan ik concluderen dat er nog genoeg onzekere omgevingsfactoren overblijven die bij dit soort keuzes bepalend kunnen zijn waar je als ouder ook weer totaal geen invloed op hebt. Denk alleen al aan bijvoorbeeld de ligging van de tennisbanen (dichtbij/ver - mijn club lag om de hoek), het aanzicht van de club, de sfeer, de tennisleraar/-lerares, vriendjes/vriendinnetjes die ook op die club zitten etc.
En met (of zonder) hulp van alle genoemde nature en omgevingsfactoren valt of staat alles uiteindelijk met één simpele "last but not least" eindvraag: vindt je kind het leuk? Waarbij we opnieuw uitkomen op een factor waar menig ouder stiekem zelf alle controle over zou willen hebben, maar eerlijk zal moeten erkennen dat dat toch echt een illusie is.    
Je kunt er lang of kort over blijven praten, maar het blijft allemaal niets meer en niets minder dan een kwestie van willekeur en geluk of pech.
 

Moraal van het verhaal

Een lang verhaal om mezelf te overtuigen. Vooral van het feit dat ik niet of nauwelijks controle heb op de keuzes die mijn kinderen in hun leven maken. Of dat nou gaat om de sporten die ze wel of niet (meer) willen beoefenen of om de studies die ze straks wel of niet gaan volgen.
Moraal van het verhaal weet ik overigens al lang: gelukkig maar dat ik die invloed niet heb. Zoveel invloed op je kinderen moet je ook niet willen hebben. Het gaat tenslotte om hun (eigen leven) en niet om (dat van) mij. Een zoetsappig cliché maar al te waar: welke keuzes mijn kinderen in hun leven ook maken, maakt mij niets uit zo lang als ze er maar gelukkig van worden. 
 
En toch blijft het jammer dat mijn dochter is gestopt met acrogym. Spreekt de betweterige, eigenwijze, sentimentele vader die altijd het laatste woord wil hebben...
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

woensdag 29 juni 2016

243. Openheid leidt tot minder kwetsbaarheid (1/2)

Privé - Sport - Familie/Gezin - Jeugdsentiment - Open/Gesloten  

 





 

Sentimenteel persoon

Mijn dochter is gestopt met acrogym. Onlangs had ze haar laatste twee wedstrijden en sloot ze deze leuke sport af met een tweede plaats bij de demowedstrijd voor turn-/acrogymclubs. Opnieuw was de demo mooi en origineel, maar hij haalde het niet bij de superoefening van vorig jaar toen het team de wedstrijd won (zie column 193).
Dat mijn dochter stopt, doet mij meer dan haar. Met dit soort dingen ben en blijf ik nu eenmaal een behoorlijk sentimenteel persoon (zie ook column 143). Ik bewaar goede herinneringen aan het halen, brengen en kijken naar de wedstrijden en ik zal de bezoekjes met mijn dochter na de trainingen aan de ijssalon op de hoek erg gaan missen.
Nieuwsgierig als ik altijd ben, vraag ik me af wat er achter dit soort sentiment zit dat altijd naar boven komt op een moment dat een fijne fase wordt afgesloten. Het antwoord daarop is echter natuurlijk niet zo ingewikkeld: moeite hebben met het vergaan van de tijd. De een zal meer last hebben van (jeugd) sentimentele en nostalgische gevoelens van iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt (
Grieks: nostos = terugkeer en algos = droefheid, pijn, lijden) dan de ander. En helaas ben ik hierin meer “de een”. Niet voor niets wordt vooral in de spirituele wereld het ultieme geluk gezocht in leven in het nu.
 

Moeilijk te doorgronden

Waarom mijn dochter precies met acrogym is gestopt, weet alleen zij. Mijn dochter is nogal moeilijk te doorgronden. Ooit vroeg haar hockeycoach aan mij of ik tips had over hoe hij mijn dochter kon bereiken omdat hij haar niet kon peilen, waarop ik zei dat ik hem een hand kon geven. Ik weet vaak ook niet wat er in haar hoofd omgaat. Wat die geslotenheid betreft, lijkt ze erg op haar moeder bij wie ik datzelfde gevoel ook altijd had.
Zelf ben ik naarmate ik ouder ben geworden steeds meer een open boek geworden. Wat overigens absoluut niet wil zeggen dat ik links en rechts maar aan Jan en alleman mijn levensverhalen vertel. Maar voor mensen die oprechte interesse tonen en die mij beter kennen, geldt dat ze me van alles en nog wat kunnen vragen (in zoverre ik het ze zelf niet al heb verteld) en ik zal overal een eerlijk antwoord op geven. Daar ben ik niet moeilijk in. Ik houd zelf enorm van openheid en directheid en van beestjes bij de naam noemen en ik heb helemaal niets met taboes.
 

Gemengde gevoelens met privacy

Mijn ex-vrouw vond mij te direct en was van mening dat je bepaalde vragen gewoon niet stelt omdat ze brutaal en impertinent zijn en ze de privacy aantasten. Met het woord “privacy” zal ik altijd gemengde gevoelens blijven hebben. Natuurlijk heb ook ik behoefte aan privacy en in sommige opzichten zelfs veel meer dan anderen. Maar dan vooral in de betekenis van alleen willen zijn.
Ik ben graag op zijn tijd (lees: regelmatig) alleen. Zo vind ik het bijvoorbeeld helemaal niets om met mooi zomers weer in mijn kleine tuintje te zitten op een moment dat iedereen om mij heen ook in de tuin zit, omdat je dan alles van elkaar hoort. En niet omdat ik iets te verbergen zou hebben, maar gewoon omdat ik dat niet prettig vind.
Jaren geleden was ik ooit op vakantie in Zweden en zaten we in een huisje met een grote tuin aan de rand van een bos waarin je kon verdwalen - wat we dan ook prompt een keer deden - en waarbij de eerste buren op een paar kilometer afstand zaten. Zoals we daar woonden zou ik het liefst altijd willen wonen, aangezien ik dan ultiem kan genieten van ongerepte natuur én privacy. Waarbij ik “ongerepte natuur” definieer als iets wat wij in Nederland niet of nauwelijks kennen: om je heen kijken en nergens enige vorm van “beschaving” (lees: mensheid) zien. Wat dat betreft woon ik in het verkeerde land en had ik veel liever in bijvoorbeeld de Ardennen of Scandinavië gewoond.
Wanneer je kijkt naar de betekenis van privacy in de zin van het niet willen delen van bepaalde informatie met anderen, heb ik weer veel minder met privacy dan de meesten. Met mensen die op dit punt altijd heel erg op hun privacy gesteld zijn, vraag ik me altijd af wat ze toch in godsnaam te verbergen hebben.
Ervan uitgaande dat ieder mens wel iets te verbergen heeft waarvan hij niet wil dat anderen het weten, heb ik daar gelukkig niet veel last van. Ik leid verder geen dubbelleven met lugubere geheimen of lijken in de kast of kelder (die ik niet heb: noch een kelder noch lijken), al kun je daar natuurlijk tegenin brengen dat je juist mensen die dat beweren niet moet vertrouwen. In elk geval is de kans groot dat als chanteurs zich bij mij melden, ze met de staart tussen de benen moeten afdruipen omdat ik zal zeggen van “prima, maak maar bekend, daar schaam ik me verder niet voor”.
Dat ik zo ben, komt wellicht doordat ik - vooral kijkend naar toen ik jong was - ik van nature een vrij gevoelige, kwetsbare inslag heb en ik deze kwetsbaarheid alleen maar zou vergroten als ik me maar steeds achter mijn privacy zou verschuilen. Ik vermoed dat mensen die zeer gehecht zijn aan hun privacy en die er aldus alles aan doen om die privacy te beschermen dat doen vanuit de gedachte dat ze dan veiliger en minder kwetsbaar zijn. Ondanks dat ik die gedachte begrijp, denk ik zelf dat het omgekeerde vaker waar is. Namelijk dat meer openheid leidt tot minder kwetsbaarheid. Hoe opener ik ben en hoe meer dit gepaard gaat met mijn zelfkritische kant, hoe minder kwetsbaar ik zal zijn. Daar ben ik van overtuigd. Want wie open en zelfkritisch is, zal minder snel geraakt en gekwetst (kunnen) worden. Althans zo denk ik erover. Al sta ik uiteraard open voor andere meningen...

Deel twee volgt meteen hierna.
 








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

zondag 22 mei 2016

242. Lang geleefd en jong gestorven

Actualiteit - Sport - Dood/Overlijden - TV/Docu/Film

 







De top van de Mount Everest

“Bergbeklimmer Eric Arnold (35) is overleden kort nadat hij de top van de Mount Everest had bereikt. (…) Arnold overleed in zijn slaap aan hoogteziekte.”
Arnold was bij vier eerder mislukte pogingen om de top van de Mount Everest te behalen al door het oog van de naald gekropen. Zoals in 2015 toen hij aan de klim bezig was op het moment dat Nepal door een zware aardbeving werd getroffen waardoor er in de bergen levensgevaarlijke lawines ontstonden.
Over deze ervaring zou Arnold later opmerken: “Ik heb een engelbewaarder die zijn werk meer dan goed heeft gedaan.” Een opmerking die nu natuurlijk extra wrang is om te horen.
 

Tragiek en heroïek

Het overlijden van Eric Arnold vind ik een goed voorbeeld van een drama waarin tragiek en heroïek elkaar ontmoeten. Het is tragisch omdat een man zo jong al aan zijn einde komt, maar het heeft aan de andere kant ook iets moois en heroïsch. Zonder Eric Arnold te hebben gekend, vermoed ik dat deze man is gestorven zoals hij zou hebben gewild. Al had hij dit moment uiteraard liever nog heel veel langer uitgesteld.
Sterven op een moment dat je doet wat je het allerliefste doet in het leven is maar weinigen gegeven. Ook simpelweg omdat het maar weinigen gegeven is om een échte passie te hebben.
Ja hobby’s hebben de meeste gewone stervelingen wel, maar een passie is toch een heel ander verhaal. Bergbeklimmers zoals Eric Arnold, dat zijn nou echte mensen met een passie, met een droom. En als zo iemand als Eric er als kind al van droomde om de Mount Everest te beklimmen en het lukt hem uiteindelijk bij zijn vijfde poging, waarna hij vervolgens meteen tijdens de afdaling sterft, dan heeft dat behalve iets verdrietigs ook iets moois en ontroerends. Ik zal niet zeggen dat Eric Arnold van tevoren voor dit tijdstip zou hebben getekend, maar waarschijnlijk wel voor de manier waarop.   
 

Break Free: de dood van Martijn Seuren

Verhalen van bergbeklimmers of vergelijkbare avonturiers die vanuit hun passie hun grenzen opzoeken en er soms zelfs (te) ver overheen gaan met alle dramatische gevolgen van dien, raken mij altijd.
Toevallig zag ik een paar weken terug een aflevering van de BNN/VARA-reeks “Break Free” over mensen die op tragische wijze in het buitenland zijn omgekomen. In deze aflevering stond alpinist Martijn Seuren centraal die bij de beklimming van de 4208 meter hoge bergkam Grandes Jorasses in de Alpen in juli 2015 op 32-jarige leeftijd omkwam.
Ook hier gaat het net als bij Eric Arnold om een tragisch/heroïsch verhaal aangezien deze beklimming voor Martijn de laatste zou zijn geweest waarmee hij zijn ultieme doel zou hebben verwezenlijkt: de eerste Nederlander worden die alle 82 toppen boven de vierduizend meter van de Alpen heeft beklommen.

Wat mij vooral enorm ontroerde aan het verhaal van Martijn is dat hij een hele sympathieke, zachtaardige, eerlijke, integere, behulpzame vent bleek te zijn en niet een of andere meedogenloze, ongevoelige, egocentrische, streberige bergbeklimmer zoals je die wel vaker tegenkomt in de keiharde top van het alpinismewereldje. Qua profiel zou Martijn zomaar een goede vriend van me kunnen zijn geweest.
 

Gewone hobby

Behalve dat ik ontroerd kan raken van (verhalen van) gepassioneerde alpinisten benijd ik hen ergens ook. Om de passie die zij hebben. Waar tennis vroeger wel een echte passie van me was, is dat inmiddels niet meer dan een gewone hobby geworden. Nadenken en filosoferen over het leven en hierover kennis opdoen (en deze in columns verwerken), zou ik nu misschien nog als een soort passie van me kunnen noemen. Maar ik vind dat toch wat breder en vager en dus minder concreet dan gewoon tennis of bergbeklimmen.
 

De Kilimanjaro: samen uit, samen thuis

Nog een reden waarom gepassioneerde alpinisten mij met hun verhalen kunnen raken, komt voort uit een vorm van herkenning.
Overigens niet omdat ik zelf nou zo’n avonturier ben. Veel verder dan vermelden dat ik ooit bijna de top van de Kilimanjaro in Tanzania (5895 meter) heb beklommen, kom ik niet. Een top die bovendien door elke gezonde en fitte lezer van mijn column ook kan worden gehaald. Al heb ik gelukkig wel een goed excuus: als ik toen geweten had wat ik nu weet, had ik die top wel degelijk gehaald.
Ik klom destijds namelijk met mijn vriendin en latere vrouw en zij kreeg bij het laatste kamp voor de eindbeklimming richting de top last van hoogteziekte waardoor ze onmiddellijk weer naar beneden moest. Iets wat de enige remedie tegen hoogteziekte is. Doe je dat (afdalen) niet of niet op tijd dan kan hoogteziekte - zoals bij Eric Arnold - dus zelfs dodelijk zijn.
Aardig, trouw, loyaal én verliefd als ik toen was, ging de gedachte dat ik mijn vriendin gewoon met de gids mee terug kon sturen naar de vorige berghut om zelf die avond met de groep de top van de Kilimanjaro te kunnen beklimmen, 
geen moment door mij heen. "Samen uit, samen thuis" was mijn motto en aldus ging ik braaf met haar en de gids weer mee terug. Kans verkeken.
De interessante vraag is natuurlijk als ik toen had geweten wat ik nu weet - namelijk dat we bijna tien jaar en drie kinderen later zouden scheiden - of ik dan op dat moment een andere beslissing zou hebben genomen... 
 

De einzelgänger

De belangrijkste overeenkomst tussen een topalpinist en mij zit ‘m erin dat wij beiden een beetje apart zijn en afwijken van het gemiddelde. Wat iedere fanatieke alpinist in meer of mindere mate in zich zal moeten hebben, zit ook een beetje in mij: de einzelgänger. Of anders gezegd: de behoefte om op zijn tijd alleen te zijn er daar ook van te kunnen genieten.
Als ik in mijn eentje middenin de bossen van de Ardennen wandel waar ik (vrijwel) niets van de menselijke beschaving om mij heen zie, gaat er een gelukzalig gevoel door mij heen wat ongetwijfeld een beetje te vergelijken zal zijn met dat van een alpinist op de top van een berg.
 

Mannen benijden die jong gestorven zijn

Ik hoop dat zowel Eric Arnold als Martijn Seuren ondanks hun dramatische omstandigheden nog iets van dit mooie gevoel hebben meegekregen, respectievelijk op de top van de Mount Everest en op de bergkam van de Grandes Jorasses.
Mannen benijden die op jonge leeftijd gestorven zijn tijdens het beoefenen van hun passie, op een moment dat ze deden wat ze het allerliefste deden; ik weet niet of dat gepast is, maar de Duitse dichter Albert Roderich (1846 – 1938) had mij wel begrepen:
 
“Ik hoop dat mijn grafschrift zal mogen luiden: hier rust iemand die lang heeft geleefd en jong is gestorven.”
 







Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

vrijdag 20 mei 2016

241. Vrijheid van meningsuiting werkt twee kanten op

Actualiteit - Vrijheid van meningsuiting

 










Spotprenten Holocaust als reactie op Charlie Hebdo

Momenteel is er in de Iraanse hoofdstad Teheran een tentoonstelling en wedstrijd te zien met spotprenten over de Holocaust. De wedstrijd is georganiseerd als reactie op de spotprenten over Mohammed door Charlie Hebdo van afgelopen jaar.
Ironisch genoeg (en uiteraard mede ingegeven door schuld- en schaamtegevoelens vanuit een historisch besef) heeft nou juist Duitsland de wedstrijd in felle bewoordingen veroordeeld. Een woordvoerder van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, met wellicht (groot) ouders die het nazibeleid destijds steunden en dus direct dan wel indirect (mede) verantwoordelijk waren voor alle ellende, verklaarde: "De moord op zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen tijdens de Holocaust mag geen onderwerp zijn van spot." 
 

Meten met twee maten

OK, dus als ik het goed begrijp mogen we wel de spot drijven met Mohammed, maar niet met de Holocaust? De Holocaust is heilig en daar moeten we vanaf blijven, maar Mohammed is dat blijkbaar niet en dus mogen we ons daar lekker op blijven uitleven.
Dat is net zoiets als die keer dat Geert Wilders aangaf dat hij vond dat hij alles over Marokkanen mocht zeggen, maar dat als iemand hem met Adolf Hitler zou vergelijken hij die persoon onmiddellijk voor de rechter zou slepen. Nee Geert, zo werkt het helaas (?) niet.

Ja, het zou een “mooie” wereld zijn als ik alles mocht zeggen wat ik wil, maar dat dat andersom niet voor anderen zou gelden naar mij toe en zij zich alleen mogen uiten op een manier die mij bevalt en die voor mij niet gevoelig of beledigend overkomt. Als ik dat zo graag wil, moet ik maar snel gaan solliciteren op een vacature voor dictator of moet ik lijsttrekker gaan worden van een of andere (eenmans) Partij voor de "Vrijheid".
Een klassiek voorbeeld van meten met twee maten. Joden mogen gevoelig zijn over de Tweede Wereldoorlog, maar moslims moeten niet zo aanstellerig en overdreven reageren op spotprenten over hun heilige profeet. Wat een vreselijke hypocrisie.
 

Van mij mag je spotprenten maken

Vrijheid van meningsuiting werkt twee kanten op. Of je bent voor (een vergaande vorm van) vrijheid van meningsuiting voor iedereen ongeacht over wat voor soort mening het gaat (over grenzen hierin kom ik terug) of je bent tegen vrijheid van meningsuiting, maar dan ook consequent voor iedereen. Op een moment dat je voor een selectieve, inconsequente vorm van (wel of geen) vrijheid van meningsuiting bent, ben je in mijn ogen per definitie fout bezig, punt.
Voordat er een misverstand ontstaat, benadruk ik nog maar eens dat ik zelf voor een zeer vergaande vrijheid van meningsuiting ben. Oftewel, van mij mag je spotprenten maken van Mohammed en moslims, Jezus en christenen, Allah/God, Boeddha, joden en de Holocaust, 
de Armeense genocide, immigranten, LGBTQIA-mensen, vrouwen, mannen, zwarte en witte en anders gekleurde mensen, Barack Obama, Mark Rutte, Adolf Hitler, Nelson Mandela, de Verenigde Staten, IS, Zwarte Piet, Sinterklaas en "last but not least" witte eigenwijze, betweterige columnisten enzovoort. Het maakt mij werkelijk helemaal niets uit.
Zeg ik hiermee dat ik beledigen OK vind? Beweer ik nu dat ik me niet kan voorstellen dat bepaalde uitingen beledigend en kwetsend kunnen zijn? Nee, natuurlijk niet. Waar het mij echter om gaat, is dat bij de vrijheid van meningsuiting nu eenmaal hoort dat je daarbij ook de vrijheid hebt om dingen te zeggen die een ander niet kan bevallen, die gevoelig liggen of die zelfs als beledigend kunnen worden ervaren.
 

Gebied van beledigen is enorm grijs gebied

Natuurlijk zou ik ook wel in een wereld willen wonen waarin iedereen lief en eerlijk en integer tegen elkaar is en er nooit iemand wordt beledigd of gekwetst, maar laten we eerlijk zijn: dat is niet bepaald realistisch. Kijk maar naar de sociale media waarin dagelijks heel veel mensen druk bezig zijn met het over en weer beledigen van elkaar. Opvallend hierbij is dat waar de een zich bij het minste geringste meteen enorm gekwetst en beledigd voelt, de ander zijn schouders erover ophaalt en zich nergens iets van aantrekt. Het gebied van beledigen en kwetsen is dan ook een enorm groot grijs, subjectief gebied wat je juridisch gezien op geen enkele manier kunt dichttimmeren.
Zijn er dan geen grenzen? Ja, natuurlijk stuit zelfs de grootste voorstander van vrijheid van meningsuiting vroeg of laat op een grens (zie ook column 238). En ik besef heel goed dat die grens per persoon verschilt waardoor het moeilijk, zeg maar gerust ondoenlijk is om één gezamenlijke grens vast te stellen. Iets wat per wet uiteraard wel is getracht te doen bij bijvoorbeeld haat zaaien, discriminatie en bedreiging van de veiligheid.
 

Wisselwerking tussen pesters en gepesten

Kijkend naar de gevoeligheid rondom de Holocaust spotprentenwedstrijd in Iran kun je denk ik een vergelijking trekken met pestgedrag. Als iedereen die gepest wordt, de kracht en het zelfvertrouwen zou hebben om het te negeren of zijn schouders erover op te halen, zou er een stuk minder worden gepest.
Het probleem is echter dat het gaat om een wisselwerking tussen de pesters en de gepesten, waarbij beide groepen vanuit allerlei gecompliceerde nature en nurture achtergronden met elkaar het patroon in stand houden. Pesters door vaak vanuit een of andere vorm van frustratiegedrag steeds maar weer opnieuw kwetsbare slachtoffers uit te kiezen en gepesten door vanuit hun meestal gevoelige inslag (waar ze uiteraard niets aan kunnen doen) zo ongelukkig op het pestgedrag te reageren dat het de pesters alleen maar aanmoedigt om er mee door te gaan omdat het blijkbaar “succes” heeft. 
 

Wat is de lol van provoceren als niemand hapt?

Daar waar het zeker voor gevoelige, kwetsbare kinderen bij face-to-face contact op een schoolplein helaas vrijwel onmogelijk is om pestgedrag te negeren, zijn de mogelijkheden voor volwassenen als het gaat om bijvoorbeeld kwetsende mails, telefoontjes, apps, tweets, spotprenten, boeken, (internet) artikelen en televisieprogramma’s natuurlijk veel groter. Mails, telefoontjes, apps en tweets kun je negeren, verwijderen of blokkeren en spotprenten, boeken, (internet) artikelen en televisieprogramma’s hoef je niet te bekijken als het je niet bevalt. Hierdoor heb je vanzelf invloed als het gaat om het doorbreken van een negatief patroon.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat als niemand (inclusief columnisten zoals ik...) aandacht besteedt aan het nieuws van een spotprentenwedstrijd over de Holocaust het veel minder impact zal hebben dan als iedereen er kwaad en beledigd op gaat reageren. Wat is tenslotte de lol van provoceren (vergelijk het met pesten)  als niemand hapt? Om die reden vermoed ik dat de tentoonstelling in Iran door de internationale ophef alleen maar meer kijkers zal trekken. De afkeurende reactie van Duitsland en - uiteraard - ook Israël vind ik dan ook niet bepaald slim. 
 

We leven in een harde wereld

Overigens geef ik onmiddellijk toe dat als Teheran om de hoek was geweest ik wellicht ook even een kijkje was gaan nemen. Ten eerste gewoon uit nieuwsgierigheid en daarnaast vanwege het feit dat ik om de spotprenten over Mohammed tenslotte ook best kon lachen. Dus waarom zou dat niet kunnen bij spotprenten over de Holocaust?
Dat ik me hierover niet schuldig zou voelen, komt voort uit een simpele reden: we leven in een harde wereld en als je niet af en toe ook mag lachen om de hardheid ervan wordt het allemaal zo’n trieste, depressieve bedoeling.
Daar komt nog bij dat niemand mij hoeft bij te spijkeren over (de ernst van) de Holocaust, want er lopen genoeg joodse mensen rond die daar minder over weten dan ik. Mijn fascinatie voor de tweede Wereldoorlog en dus ook voor de holocaust en het bijbehorende thema goed en vooral kwaad (hoe kunnen mensen dit soort walgelijke dingen elkaar aandoen?), heb ik aan mijn vader te danken. Net als mijn humor overigens. Al zou mijn vader een hele sterke voorkeur hebben gehad voor spotprenten over Hitler.
 







Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Tekening: Carlos Latuff (2006)