maandag 31 augustus 2015

209. COLUMN DAFNE SCHIPPERS, WK ATLETIEK PEKING 2015, SPRINT, ZWARTE VS. BLANKE ATLETEN, DOPING, USAIN BOLT, FLORENCE GRIFFITH-JOYNER, WILLEN GELOVEN: Moet ik Dafne geloven?

ONDERWERPEN: DAFNE SCHIPPERS - WILLEN GELOVEN - DOPING

 

Als blanke toetreden tot wereldtop sprint

Dafne Schippers heeft op de WK atletiek in Peking iets gedaan wat lang voor onmogelijk werd gehouden: als Nederlandse atlete én als blanke toetreden tot de wereldtop van de koningsnummers honderd en tweehonderd meter sprint. Haar tijd van 21,63 seconden op de tweehonderd meter is zelfs de derde tijd ooit gelopen.
Eerste interessante vraag die bij mij opkomt, is de vraag waarom zwarte atleten beter presteren in de sprint dan blanke. In de loop der jaren zijn hier diverse mogelijke verklaringen voor gegeven. Zo zouden zwarte mensen gemiddeld (een) iets:  langere achillespezen, kortere kuitspieren, hogere testosteronproductie, lager vetgehalte en
meer spieropbouw hebben.
De laatste theorie luidt dat het lichaamszwaartepunt (rond de navel) bij zwarte mensen iets hoger ligt, wat in het voorover vallen tijdens sprinten net het nodige voordeel kan opleveren. Troost voor de blanken: hun torso is gemiddeld iets groter dan zwarte mensen waardoor zij gemiddeld weer harder zullen zwemmen.
 

Het D-woord

Wat iedereen in de atletiekwereld kan verwachten die ogenschijnlijk vanuit het niets opeens tot de wereldtop doordringt, overkomt Dafne nu ook: sommige mensen gaan vraagtekens plaatsen bij haar prestaties en dus is het onvermijdelijk dat het D-woord weer valt.
Zelfs Dafne moet - of ze het nu fijn vindt of niet - erkennen dat dat niet vreemd is. Wie kijkt naar de recente historie van de atletiek ontkomt met geen mogelijkheid aan het onderwerp doping. Kijk bijvoorbeeld alleen al naar het onlangs verschenen onderzoek van de Britse krant “The Sunday Times” en de Duitse televisiezenders ARD/WDR.  Op basis van gelekte resultaten van 12.000 tussen 2001 en 2012 bij Olympische Spelen en WK's afgenomen bloedtests bij meer dan 5000 atleten bleek dat bij ruim achthonderd atleten abnormale tot zeer verdachte bloedwaarden waren aangetroffen. Van de medaillewinnaars in deze periode viel een derde in deze verdachte categorie.
Ook het feit dat veel van de concurrenten van veelvuldig gouden medaillewinnaar op de honderd en tweehonderd meter sprint Usain Bolt een dopingverleden hebben, geeft te denken. Net als dat je niet blij wordt van de hoeveelheid op doping betrapte landgenoten van Jamaicaan Bolt in de laatste jaren.
 

Usain Bolt en de mate van waarschijnlijkheid

Natuurlijk moet je Usain Bolt het voordeel van de twijfel geven zo lang als hij niet betrapt is op doping. Iedereen is tenslotte onschuldig zo lang als het tegendeel niet is bewezen.
Maar wie net als ik graag een beetje doordenkt, ontkomt er in dit soort gevallen niet aan om in elk geval te kijken naar de mate van waarschijnlijkheid: hoe waarschijnlijk is het dat verreweg de snelste man op aarde geen doping heeft gebruikt, terwijl de meeste van zijn directe concurrenten met minder snelle tijden wél zijn betrapt op doping?
Het enige wat ik hierbij kan hopen is dat Bolt een supertalent is dat maar héél weinig voorkomt en/of dat hij veel harder traint dan zijn concurrenten.
 

Meest perfectionistisch: Lance Armstrong

Aan de andere kant houd ik er ook rekening mee dat het geen toeval is dat wel vaker de besten niet betrapt worden op doping. In mijn theorie hierover zou het zomaar kunnen zijn dat de beste topsporters ook vaak de meest perfectionistische zijn die ook op het gebied van hun dopinggebruik niets aan het toeval overlaten om te voorkomen dat ze gepakt worden.
Zo ben ik ervan overtuigd dat de perfectionistische Lance Armstrong nooit op doping zou zijn betrapt als hij niet de pech had gehad dat hij een teamsport beoefende waarin het succes van zijn bedrog voor een zeer groot deel afhing van het zwijgen van zijn teamgenoten. Controlefreak Armstrong had alles perfect onder controle behalve dat ene aspect. Wat hem uiteindelijk de kop kostte.
 

Dreigend verlies van controle: Florence Griffith-Joyner

Met meer mensen vermoed ik dat het dreigende verlies van controle ook de reden was dat de Amerikaanse sprintster Florence Griffith-Joyner opeens onverwacht stopte met atletiek. Met tranen in haar ogen deed ze deze aankondiging tijdens een persconferentie een paar maanden na de voor haar zo succesvol verlopen Olympische Spelen van Seoul in 1988. Ook wel bekend als de Spelen waarin de Canadese winnaar van de honderd meter sprint bij de mannen, Ben Johnson, werd betrapt op het gebruik van anabole steroïden.
Gevolg van het Ben Johnson-schandaal was dat er snel plannen werden gemaakt voor het in de atletiek invoeren van onverwachte dopingcontroles. Of het toeval is dat “Flo-Jo” zich net op dit moment besloot terug te trekken of dat het haar gewoon te heet onder de voeten werd, zullen we nooit weten.
Net als dat we nooit zullen weten of haar fabuleuze, tot de op de dag van vandaag (27 jaar later!) nooit verbeterde wereldrecords op de honderd en tweehonderd meter slechts het resultaat zijn van puur talent of dat er meer “hulp” voor nodig was.
Maar verdacht is het allemaal wel en dat werd het des te meer toen Florence Griffith-Joyner heel plotseling in 1998 op 38-jarige leeftijd in haar slaap overleed. “Door verstikking bij een epileptische aanval” luidde de officiële doodsoorzaak. Of langdurig gebruik van anabole steroïden - wat in het ergste geval kan leiden tot hartfalen - een mogelijke doodsoorzaak kan zijn geweest, zullen we ook nooit weten aangezien er nooit sectie op het lichaam is verricht. 
 

Verdomd lastig

Ik moet eerlijk bekennen dat ik vóór de successen van Dafne Schippers ervan overtuigd was dat het een illusie was om schoon een medaille op de sprint te winnen. En nu ben ik alleen maar aan het hopen dat ik mij hierin blijkbaar heb vergist.
Dolgraag wil ik geloven dat Dafne schoon tot haar wereldprestaties is gekomen. Hierbij probeer ik me ook in te leven in het gevoel hoe vreselijk frustrerend het moet zijn om op een hele normale manier zonder dopinggebruik te winnen, terwijl je weet dat er altijd mensen zullen zijn die je blijven wantrouwen.
Maar laten we eerlijk zijn: het is ook zo verdomd lastig. Moet ik Dafne simpelweg geloven omdat ze zo overtuigend verklaart honderd procent dopingvrij te zijn en ze op mij overkomt als een gewone aardige, nuchtere Hollandse meid die er alleen maar “knetterhard” voor heeft getraind? Of is het ontzettend naïef van me om te denken dat zo'n sympathieke Nederlandse sporter als Dafne Schippers nooit doping zal hebben gebruikt terwijl het een feit is dat er onder haar concurrenten (met soms minder scherpe tijden) wel degelijk dopingzondaars zitten. Alsof “wij Nederlanders” daar te braaf voor zijn of zo (zie ook columns 169 en 170).
 

Ik wil geloven

Ik weet het allemaal niet. Maar ik weet wel dat als ik iedereen in het sportwereldje zou moeten geloven die bezweert dat hij/zij dopingvrij is dat ik dan mezelf compleet belachelijk (naïef) zou maken.
Maar totdat het tegendeel is bewezen, ga ik iets doen waartegen ik me in mijn columns regelmatig afzet: voor deze ene keer wil ik geloven, en wel in de onschuld en het supertalent van Dafne Schippers en dus zal ik hierover voorlopig geen kritische opmerkingen meer maken.
Maar hoe het me ook voor Dafne spijt zal ook zij mij - kijkend naar de feiten - niet kunnen verwijten dat ik op het gebied van dopinggebruik in de sport voor niemand mijn hand in het vuur zal durven steken.

Stel je eens voor straks: Een (Nederlandse!) dopingvrije Olympisch kampioene op de honderd en tweehonderd meter sprint, wie had dat ooit gedacht?



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Wikipedia
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten