dinsdag 25 februari 2014

113. Lekker schieten met je stoere pistooltje

Actualiteit - Sport - Politiek/Macht

 


Verbazen over regels

De Olympische Winterspelen 2014 in Sotsji zitten erop. Dat het enorme succes van Nederland (8 gouden medailles en 24 in totaal) waarschijnlijk nooit meer zal worden overtroffen, is geen gewaagde uitspraak. Van de 32 beschikbare medailles in het schaatsen won Nederland er maar liefst 23. Slechts zeven schaatsers uit zes andere landen wisten de overige negen medailles te winnen.
Ik kijk graag naar sport, maar bij sommige sporten blijf ik me verbazen over bepaalde regels waarvan ik denk: ligt het nou aan mij of slaat dit helemaal nergens op? Zo werd op de 500 meter schaatsen bij de dames de Duitse Judith Hesse na een tweede valse start gediskwalificeerd. In tranen was ze. Niet dat ze een favoriet voor een medaille was, maar ook zij zal vier jaar lang hard hebben getraind met als doel haar beste prestatie op de Spelen te leveren.
 

Schlemielige val

Qua leedvermaak zal ik nooit vergeten dat ik ooit baanwielrenner Shane Kelly uit Australië zag die als wereldrecordhouder en grote favoriet aan de 1000 meter tijdrit van de Olympische Spelen in Atlanta 1996 van start ging. Nou ja, van start ging. Die start verliep helaas voor hem niet zo soepel: zijn voet gleed uit het pedaal en binnen een fractie van een seconde was zijn droom op een gouden medaille voorbij.
Je zal maar vier jaar lang keihard hebben getraind voor die ene droom en dan op het moment suprême meteen uit je toeclip schieten. Flink balen lijkt me dan een understatement.
Veelvuldig wereldkampioen sprint en wereldrecordhouder 500 en 1000 meter schaatsen Jeremy Wotherspoon overkwam in 2002 tijdens de Winterspelen van Vancouver iets vergelijkbaars: als huizenhoge favoriet ging hij van start op de 500 meter om binnen tien meter voorover met zijn neus op het ijs te vallen. De enorme druk om in zijn thuisland Canada de verwachte gouden plak binnen te slepen bracht hij over op zijn schaatsen waardoor die teveel  in het ijs drukten met de schlemielige val als resultaat.
Te graag willen heet dat en dat is nooit goed, want ontspannen is het toverwoord. Stefan Groothuis deed in Sotsji op de 500 meter overigens nog een geslaagde Wotherspoon-imitatie; hij viel op precies dezelfde manier. Gelukkig voor hem was de 500 meter niet zijn favoriete afstand en leerde hij van de val om twee dagen later alsnog Olympisch kampioen te worden op zijn afstand, de 1000 meter. Iets wat Wotherspoon nooit meer zou lukken. In een ultieme poging om de verloren gouden medaille alsnog te winnen probeerde hij zich onlangs op 37-jarige leeftijd nog te kwalificeren voor Sotsji, maar die poging tot een comeback strandde zoals te verwachten jammerlijk.
 

Een start is vals als die voordeel oplevert

Vroeger mochten de twee schaatsers die in de wedstrijd tegen elkaar reden ieder twee keer vals starten. Pas bij een derde valse start werd de betreffende schaatser gediskwalificeerd. Dat moet efficiënter kunnen moet men bij de schaatsbonden gedacht hebben en daarom geldt tegenwoordig een veel strengere regel: er mag slechts één valse start plaatsvinden. Ongeacht wie van de twee die veroorzaakt, wordt de schaatser die de volgende valse start veroorzaakt meteen gediskwalificeerd.
Iets wat op mij als oneerlijk overkomt, want dat houdt dus in dat als je tegenstander tevergeefs in het startschot probeert te vallen, hij het over mag doen. Terwijl als jij daarna hetzelfde doet, je meteen wordt gediskwalificeerd. Maar goed, deze discussie zal ik hier verder niet gaan voeren.
Nou had ik er geen enkele moeite mee gehad als mevrouw Hesse zou zijn gediskwalificeerd omdat ze twee keer na elkaar met haar schaatsen over de lijn was gegaan voordat het startschot had geklonken.  Door eerder te vertrekken, behaal je tenslotte voordeel ten opzichte van je concurrent én de klok/tijd en laat dat - naar ik aanneem - nou net precies de reden zijn waarom een valse start in het leven is geroepen. 
Een start is vals als die voordeel oplevert voor de schaatser die in “overtreding” gaat en om dat te voorkomen, krijgt hij straf. Anders ontstaat er een oneerlijke wedstrijd en dat is wel het laatste wat wij echte sportliefhebbers willen, nietwaar?
 

In schaatsport gelden andere wetten

Hoe logisch deze redenering voor mijn gevoel ook is, gelden in de schaatssport echter blijkbaar andere wetten en hebben ze een hele andere definitie van een valse start dan ik.
Bij schaatsen is een start namelijk ook vals als je even beweegt voordat de starter het startschot geeft. Dat kan een korte beweging zijn met je arm of been, maar het kan ook gewoon zijn dat je even trilt.
Nou lijkt mij persoonlijk een beetje trillen op een moment dat je met twee flinterdunne ijzertjes op glad ijs staat erg moeilijk om te voorkomen, maar dat kun je in mijn geval nog wegwuiven met de terechte constatering dat ik een matige schaatser ben. Desalniettemin lijkt het mij eerlijk gezegd voor niemand makkelijk om op schaatsen een paar seconden doodstil op het ijs te staan. En zeker als je een starter hebt die lang wacht met schieten (wellicht in de hoop dat er dan iemand toch stiekem gaat bewegen?).
Samengevat: bij de start van een schaatswedstrijd mag door een deelnemer niet worden bewogen, punt. Wie dat wel doet, heeft pech en krijgt een valse start toegewezen.
 

De logica ontgaat mij volledig

Het mooie van dit alles is dat de logica hiervan mij volledig ontgaat. Helaas is het overzichtelijk op internet zetten van de schaatsregels niet aan de Nederlandse schaatsbond (KNSB) besteed en moet ik dus zelf maar naar een verklaring zoeken.
De enige mogelijke verklaring die ik kan bedenken is dat je met het bewegen van je lichaam je tegenstander afleidt, wat nadelig is voor hem en jou dus een voordeel oplevert. Tot zover kan ik deze redenering volgen. Zo kan ik me heus wel voorstellen dat als je braaf op het startschot wacht het hoogst irritant is als je tegenstander ondertussen naast of voor je (als het achter je gebeurt, merk je dat niet lijkt me) druk heen en weer aan het bewegen is. Hetzelfde zou zijn als je tegenstander opeens allemaal harde geluiden zou gaan maken om jou af te leiden; ook dat zal niet toegestaan zijn en terecht.
Maar nu komt mijn punt: er is natuurlijk wel een groot verschil tussen iemand die expres druk heen en weer aan het bewegen is met als doel om de tegenstander af te leiden en iemand die per ongeluk een beetje trilt of een kleine beweging met arm of been maakt. De logica van zo iemand bestraffen met een valse start ontgaat mij compleet en wel om twee essentiële redenen: a. die persoon heeft daar geen enkel voordeel van en b. de tegenstander ondervindt daar noch last noch nadeel van.
Ik ben geen topschaatser, maar je maakt mij niet wijs dat als een topschaatser geconcentreerd in de starthouding staat hij op kleine bewegingen van zijn tegenstander let. Volgens mij focust hij zich op dat moment puur en alleen op zijn eigen start.
 

Conclusie

Mijn conclusie: het geven van een valse start bij schaatsen door kleine lichaamsbewegingen of trillingen bij een deelnemer slaat helemaal nergens op. Iemand kan trillen of bewegen wat hij wil achter de startlijn, maar daar zal hij geen duizendste van een seconde harder door schaatsen. Het feit dat Judith Hesse een beetje bewoog tijdens de tweede start had daarom nooit reden mogen zijn om haar te diskwalificeren. Een start behoort pas vals te zijn als je er voordeel uit haalt, punt.
 

Regels zijn nu eenmaal regels

Natuurlijk kan ik het hierbij laten. Maar mijn trouwe lezers zullen niet verbaasd zijn dat ik er nog een prikkelend schepje bovenop doe door nog even door te denken over de mogelijke achterliggende motieven voor een starter om toch schaatsers als Judith Hesse valse starts toe te kennen of zelfs te diskwalificeren.
Ervan uitgaande dat de regel inderdaad is ingevoerd om te voorkomen dat bewegingen worden uitgevoerd om de tegenstander af te leiden en er voordeel uit te halen dan nog is het aan de starter om te bepalen hoe hij deze regel in de praktijk interpreteert en (eventueel) toepast.
Als het gaat om de wijze waarop mensen met regels omgaan, heb je denk ik globaal met drie soorten mensen te maken. Je hebt een kleine groep a(nti)sociale mensen die zich weinig van regels aantrekt. Dan heb je een grotere, maar nog steeds selecte groep die wel bereid is om regels te volgen, maar die ze tegelijkertijd ook kritisch bekijkt. Als deze mensen het nodig vinden, zullen ze bepaalde regels ter discussie stellen. Bijvoorbeeld omdat die regels inmiddels verouderd en/of niet meer redelijk zijn. Tot slot heb je nog met afstand de grootste groep die bestaat uit mensen die als uitgangspunt hebben dat regels regels zijn en dienen te worden opgevolgd.
Deze brave mensen kijken niet naar het hoe en waarom van de regels, maar richten zich slechts op het uitvoeren ervan. Waarbij het een geruststellende en veilige gedachte is dat wat er ook gebeurt men zich altijd achter die regels kan verschuilen. De mensen die hierin uitblinken zijn in feite overal ideaal inzetbaar en met name voor streng hiërarchische organisaties met veel regels zoals bijvoorbeeld het leger, de politie, de kerk, de juridische wereld etc.
 

Enorme kick

De gemiddelde starter bij een schaatswedstrijd schaar ik bij de laatste groep. Hij is een scheidsrechter die met een reglementenboekje onder zijn arm de wedstrijd tegemoet gaat en zich voorneemt om zo consequent mogelijk de regels te gaan toepassen.
Nadenken over het hoe en waarom van de regels is niet zijn ding. Diep in zijn hart moet hij eerlijk toegeven dat de functie hem ook een lekker gevoel van macht geeft. Een gevoel dat hij waarschijnlijk thuis en op zijn werk mist. Dat hij en niemand anders de baas is over het verloop van de start van zo’n belangrijke wedstrijd, wauw dat geeft zo'n enorme kick!
En wat is er dan mooier om op jouw moment - het moment waarop je met je mooie glanzende pistool in je hand aan de start staat en iedereen in het stadion op jou aan het wachten is - om dan n
èt even wat langer dan nodig is te wachten met schieten. Gewoon in de hoop dat je nog ergens een piep-, piepklein trillinkje of beweginkje ziet, zodat jij opnieuw weer lekker mag schieten met je stoere pistooltje en iedereen kan zien dat jij, alleen jij, hier de baas bent en bepaalt wie er straf krijgt en wie niet. Ja, dat zijn van die mooie trotsmomentjes waarvoor je leeft!

Overeenkomst tussen scheidsrechters en juristen

Om even te chargeren zie ik wel een overeenkomst tussen scheidsrechters en de juristen uit mijn vorige column (column 112): zoals sommige aanklagers vergeten dat rechtspraak hoort te draaien om rechtvaardigheid vergeten sommige starters dat een valse start hoort te draaien om het voorkomen van een voordeel voor de “overtreder”. Met daarbij de kleine kanttekening dat het bij de een kan gaan om een verschil tussen leven en dood en bij de ander om een verschil tussen een medaille/titel of niks.
Toch had ik te doen met Judith Hesse en het onrecht dat haar in mijn ogen werd aangedaan. Al kan ze zich getroosten met de gedachte dat de tijd dat Duitsland grossierde in (vrouwen) schaatsmedailles bij de Olympische Winterspelen voorlopig voorbij is en zij daar op de 500 meter ook geen verandering in had gebracht.

Eindstand schaatsmedailles Sotsji 2014 Nederland-Duitsland: 23-0.    



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.




zondag 23 februari 2014

112. Screw the truth and justice!

Actualiteit - Rechtspraak en (On)Rechtvaardigheid - Doodstraf



  

Documentaire Code Rood: de doodstraf

Afgelopen week kondigde de democratische gouverneur van Washington Jay Inslee aan dat hij niet langer opdracht zal geven om de doodstraf uit te laten voeren.
Hij kwam tot dit opvallende en moedige besluit omdat hij over de doodstraf was gaan twijfelen nadat hij met juristen en familieleden van slachtoffers had gesproken. “Er zitten gebreken in ons strafrecht. We kunnen niet met de doodstraf doorgaan als het systeem niet perfect is.”, aldus Inslee.
Een paar weken geleden zag ik bij de NCRV de documentaire “Code Rood: de doodstraf” van Jessica Villerius, die de dag ervoor ook te gast was geweest in de RTL Late Night show met Humberto Tan. In de documentaire praat Villerius met advocaten en aanklagers, familieleden van slachtoffers en ter dood veroordeelden die op hun executie zitten te wachten over de zin en onzin van de doodstraf in de Verenigde Staten.
Om ter dood veroordeelden te kunnen interviewen, had Villerius toegang gekregen tot Death Row in Texas, de gevangenisplek waar deze mensen zitten te wachten op het moment dat ze worden geëxecuteerd.  Texas is op het gebied van de doodstraf een beruchte staat binnen de Verenigde Staten. Sinds 1976 zijn daar inmiddels meer dan 500 mensen geëxecuteerd en wachten nog bijna driehonderd mensen in Death Row hetzelfde lot.
 

Een beschaafd land kent geen doodstraf

Zoals wel vaker verkies ik ook voor het bepalen van mijn visie op de doodstraf mijn verstand boven mijn gevoel. Gevoelsmatig kan iedereen wel voor de doodstraf zijn en zeker als de veroordeelde iemand is die een van jouw dierbaren heeft omgebracht.
Hoe ontzettend begrijpelijk dat standpunt ook is, vind ik het geen wijs standpunt. De wereld wordt er geen haar beter van als we iedereen executeren die een of meer moorden heeft gepleegd. Je afkeur tonen over moord door het zelf nog eens dunnetjes over te doen, lijkt me niet bepaald het geven van een goed en wijs voorbeeld. Dat is net zoiets als een kind slaan omdat hij zijn zusje heeft geslagen.
Een gepaste gevangenisstraf na een eerlijk en rechtvaardig verlopen proces beschouw ik nog steeds als het meest voor de hand liggende goede voorbeeld. Een beschaafd land kent in mijn ogen dan ook geen doodstraf. Waarmee ik overigens meteen mijn oordeel over de Verenigde Staten verklap. Met eerdere kritische columns over dit land behoud ik zo de hoop levend ooit op een dag ook te worden afgeluisterd, want anders hoor ik er in deze tijd natuurlijk niet bij.
 

Falende mensen

Nog een belangrijke reden om sowieso principieel tegen de doodstraf te zijn, is dat we ook in de rechtspraak te maken hebben met falende mensen. En dan praat ik helaas niet alleen over mensen die onbewust en onbedoeld fouten hebben gemaakt, maar ook over mensen die vanuit puur egoïstische motieven heel bewust hebben "gefaald". 
Door dit falen worden alleen al in de Verenigde Staten jaarlijks gemiddeld vier personen geëxecuteerd die later aantoonbaar (bijvoorbeeld door DNA) onschuldig bleken te zijn. Voorstanders van de doodstraf doen dit soort “incidenten” af als risico van het vak, "collateral damage" (bijkomende schade) of “casualties of war” (slachtoffers die tijdens oorlogen nu eenmaal altijd vallen).
Leuk geredeneerd, maar ik vraag me af of je het ook bereid bent zo te zien op een moment dat een van je dierbaren “per ongeluk” wordt geëxecuteerd. Ermee kunnen leven dat iemand wordt geëxecuteerd die aantoonbaar schuldig is aan moord is één, maar hoe kun je als maatschappij in godsnaam leven met het idee dat je iemand hebt laten ombrengen die later onschuldig blijkt te zijn?
 

Geen cent

In de documentaire komt een man aan het woord die Death Row na elf jaar levend heeft mogen verlaten, omdat in zijn geval “op tijd” werd bewezen dat hij onschuldig was. Hij is niet de enige in de Verenigde Staten die nu vrij rondloopt na in Death Row onschuldig te hebben vastgezeten. Met ongeveer 150 andere mensen kan hij een leuk Facebook-account aanmaken voor onschuldige ex-Death Rowers.
In het land waar je je buurvrouw voor tonnen kunt “sue-en” (voor het gerecht dagen) omdat je zoon ernstige psychische schade heeft geleden nadat hij in haar huis over een kleedje is gestruikeld en zijn arm brak, mag je toch verwachten dat deze ten onrechte tot dood veroordeelde man na elf jaar cel wel recht heeft op een schadevergoeding van enkele miljoenen dollars. Maar niets is minder waar. De man kreeg geen cent. Sterker: hij ontving van de staat een rekening van 58.000 dollar voor kinderbijslag die was betaald, omdat hij tijdens zijn verblijf in de gevangenis niet in staat was geweest om voor zijn kinderen te zorgen.
 

Vreselijke rol van menselijk ego

De discussie over de doodstraf bestaat natuurlijk al heel lang en dat geldt ook voor mijn nooit gewijzigde standpunt hierover. Veel boeiender vind ik echter het aangaan van de discussie over de kwalijke rol die de juristen ook in deze documentaire innemen (zie mijn columns 85, 95, 96 en 97).
Ook hier draait het wederom om de vreselijke rol van het menselijk ego; overigens niet die van de advocaten dit keer, maar om die van de openbare aanklagers. Aanklagers die gedrag vertonen waarvan je je serieus mag afvragen wat hen - die toch de “good guys” in het verhaal verondersteld worden te zijn - in godsnaam onderscheidt van de “bad guys” die zij zo dolgraag geëxecuteerd willen zien.
Wat ik al in genoemde columns concludeerde, wordt hier opnieuw bevestigd: het draait bij (te)veel rechtszaken totaal niet om het achterhalen van de waarheid. Terwijl dat toch nog altijd dé voorwaarde is/zou moeten zijn voor het behalen van rechtvaardigheid. Wat vaak centraal lijkt te staan, is niets anders dan een spelletje tussen twee partijen die beide kosten wat het kost willen winnen om hun ego’s te strelen en daarbij voor het gemak even vergeten waarom justitie ook alweer justitie heet (justitie/“justice” = rechtvaardigheid).
 

Achterhouden bewijzen

Zo horen we van Villerius dat het voor ambitieuze juristen in de Verenigde Staten belangrijk is voor het verloop van hun carrière om zoveel mogelijk veroordelingen tot de doodstraf “achter hun naam” te hebben staan. Dat staat goed op je curriculum vitae en vergroot je carrièremogelijkheden.
Twee advocaten die zich als felle tegenstanders van de doodstraf inzetten voor Death Row-veroordeelden vertellen dat het vanuit dit soort egoïstische motieven ook regelmatig voorkomt dat aanklagers bewust bewijzen achterhouden die in het voordeel van verdachten zijn of soms zelfs hun onschuld aantonen. Dit alles met als enige doel  om te scoren: de zaak winnen en weer een doodstraf op je curriculum vitae kunnen toevoegen. Dus op zijn Amerikaans gezegd: “screw the truth and justice” en zorg dat je als aanklager zoveel mogelijk van die “bastards” de dood(straf) in jaagt. Het is slechts een kwestie waar je je prioriteit legt: bij de waarheid en gerechtigheid of bij je eigen ego.
 

Scheidslijn tussen jurist en misdadiger soms flinterdun

Een ander voorbeeld van verwerpelijk gedrag van aanklagers dat door genoemde twee advocaten wordt genoemd, is dat bij zaken waar meerdere mensen met elkaar verdacht worden van het plegen van een moord het regelmatig voorkomt dat de aanklagers met een van deze verdachten een regeling treffen (“plea bargain”). Ze pikken dan de meest beïnvloedbare verdachte eruit en doen hem een voorstel: in ruil voor een lage straf of vrijspraak getuigt hij dat een van de anderen de dader is waardoor ze tegen die persoon de doodstraf kunnen eisen.
Pikant detail: of de verklaring van deze uitgekozen verdachte waar is of niet, is niet relevant. Wat relevant is, is dat ze iemand als dader kunnen aanwijzen en tot de doodstraf kunnen veroordelen. Wederom trekt rechtvaardigheid aan het kortste eind. Dat het doel van rechtspraak bij moordzaken nou juist draait om het vinden en achterhalen van zowel de waarheid als de dader(s) als rechtvaardigheid wordt door de aanklagers voor het gemak even vergeten. Liever snel weer een doodstrafje op je curriculum vitae kunnen toevoegen dan kostbare tijd verspelen aan futiliteitjes als de waarheid of rechtvaardigheid.
Zoals helaas wel vaker voorkomt in de juridische wereld is de scheidslijn tussen jurist en misdadiger soms flinterdun. Want wat is in godsnaam nou nog het verschil tussen een moordenaar en iemand die willens en wetens een onschuldig persoon tot de doodstraf weet te veroordelen? Wie het weet, mag het zeggen.
Net als ieder ander die zit opgescheept met een sterk rechtvaardigheidsgevoel heb ik de geruststellende gedachte dat ik gelukkig in de juiste wereld leef; hier kan ik er tenminste wat mee. Rondlopen met gevoelens waar je niets mee kunt, lijkt me vreselijk frustrerend. God Bless America (and humankind)...
again!


  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Cartoon: internet 

 

vrijdag 31 januari 2014

111. Geluk verwarren met vakmanschap

Actualiteit - Sport - Toeval/Willekeur/Synchroniciteit

 

Simplistische gedachte

Nieuwtjes dat ex-topvoetballers ergens bij een topclub trainer worden, komen vaker voor. Onlangs kwam het nieuws dat ex-topvoetballer Clarence Seedorf zonder enige trainerservaring of –diploma de nieuwe trainer wordt van het kwakkelende AC Milan waar hij zelf jarenlang succesvol voetballer is geweest.
Ik verbaas me al jaren over de simplistische gedachte dat als je een topsporter bent geweest je meteen ook een toptrainer zult zijn. Het is een fout die in vergelijkbare vormen behalve binnen de sportwereld ook bij veel andere bedrijven wordt gemaakt.
 

Een win-win situatie

Zo werkte ik jarenlang bij een woningcorporatie waar op een gegeven moment van bovenaf werd besloten dat er tussen de leidinggevenden en de werkvloer extra coördinatoren moesten komen die ook voortaan de beoordelings- en functioneringsgesprekken zouden gaan voeren.
Hierbij werd gehandeld zoals dat bij zoveel bedrijven gaat: men kijkt wie op de werkvloer het meeste ervaring heeft en/of de beste is en die wordt als coördinator aangewezen.
Hoe logisch dit ook in eerste instantie klinkt, is dat het natuurlijk niet. Voor de functie van coördinator heb je hele andere kwaliteiten nodig dan voor de functie van een uitvoerder. Het kan dus zomaar zijn dat er op uitvoerend niveau mensen rondlopen die lang niet de beste zijn, maar die met hun kwaliteiten wel het meest geschikt zijn voor een coördinerende, leidinggevende functie. Net als dat de aangewezen coördinator een kei kan zijn op uitvoerend niveau, maar niet beschikt over eigenschappen die voor een goede leidinggevende essentieel zijn, zoals bijvoorbeeld: visie (met een helicopterview), besluitvaardigheid, motiverend en probleemoplossend vermogen etc.

Een onverwachte wending

Onnodig te zeggen dat een aantal coördinatoren op mijn werk faalden en door de mand vielen. Zo ook mijn coördinator. Ik vond haar uitstekend als uitvoerder maar slecht als coördinator.
Daar kwam bij dat ik inmiddels genoeg zelfkennis had ontwikkeld om te beseffen dat ik juist iemand ben die in grote lijnen denkt, maar die veel minder geschikt is voor gedetailleerdere taken op uitvoerend niveau. Deze conclusie kwam overigens niet voort uit (misplaatste) ambitie, want macht, status en geld interesseren mij niet. Maar als je ouder wordt, leer je jezelf en je kwaliteiten (normaal gesproken) beter kennen.
Dat deze toegenomen én gedeelde zelfkennis leidde tot de nodige fricties met mijn coördinator zal niemand verbazen en de rest laat zich raden. Nadat een door mijn coördinator notabene zelf aangeboden loopbaanadviestraject (een valse, tactische zet!) mijn zelfkennis had bevestigd, kreeg alles opeens een onverwachte wending. Nou ja, vooral onverwacht voor mijn toen zeer naïeve ik.
Eén van de adviezen die mijn loopbaanadviescoach in haar rapport schreef, was dat mijn kwaliteiten beter tot zijn recht zouden komen in een beleidsmatige functie. Zonder het rapport inhoudelijk met mij te bespreken - wat me wel was toegezegd - kreeg ik onmiddellijk te horen dat de conclusies dus inhielden dat ik niet geschikt was voor mijn uitvoerende functie. En "helaas" hadden ze geen andere functie voor me... maar "gelukkig" waren ze wel bereid om me wat geld mee te geven.
Na dit gesprek met een aangekondigd ontslag zonder dat woord te horen, dacht ik in mijn naïviteit nog dat ze mij toch nooit zouden kunnen ontslaan Eenvoudigweg omdat ik nog nooit een onvoldoende beoordeling had gehad. Een illusie waar een advocaat me even later hardhandig uit weg trok met de mededeling dat ook al had ik tien jaar lang zeer goede beoordelingen gehad, ze me nog steeds moeiteloos hadden kunnen ontslaan. Gewoon onder de noemer van een "verstoorde arbeidsrelatie". Ik was kansloos en even later stond ik op straat.    
Ironisch genoeg kreeg mijn coördinator niet lang na mijn vertrek zelf (wél) een slechte beoordeling, bleef ze maandenlang ziek thuis en mocht ze later terugkeren in haar oude functie op de "werkvloer". Waar ze gewoon thuishoorde en zich ook het prettigst voelde.
Moraal van het verhaal is natuurlijk: zet mensen neer op die plekken waar ze kwalitatief thuishoren en je hebt een win-win situatie. 
 

Duits onderzoek naar effecten van trainerswisselingen

Een groot onderzoek in Duitsland naar de effecten van trainerswisselingen in meer dan dertig jaar tijd in de Bundesliga (Duitse eredivisie) toonde aan dat het door de club vervangen van een trainer na een serie slechte resultaten geen zin had. Daar waar de vervanging van een trainer op korte termijn soms eventjes een (schok)effect leek te hebben, bleek het op de lange termijn voor de resultaten allemaal niets uit te maken. Wat ik hierbij erg boeiend vind, is de vraag wat dit precies zegt.
Omdat hierover in de onderzoeksresultaten niets terug te vinden is, kan ik gerust mijn eigen theorie hierop loslaten. Heel simpel en zwart-wit gezegd kan het twee dingen betekenen: a) alle trainers waren even goed/slecht en daardoor waren de resultaten hetzelfde of b) de trainers hadden weinig tot geen invloed op het team, de resultaten werden bijna volledig door de spelers bepaald en daardoor zag je geen verschillen in de resultaten.
Als ik er zo naar kijk, lijkt mij a onwaarschijnlijker dan b. Dat alle trainers toevallig even goed/slecht bleken te zijn, klinkt wel heel toevallig. Dat de trainers weinig tot geen invloed hadden en het gewoon vooral afhing van de spelers waardoor je geen verschil in resultaten zag, klinkt een stuk aannemelijker en minder toevallig.
 

De mens heeft veel minder controle dan hij denkt

Als ik echter dieper op deze materie inga, kom ik weer uit bij een overtuiging die mijn trouwe lezers van mij kennen: de mens heeft veel minder controle over de wereld dan hij denkt. Natuurlijk wil de mens graag geloven dat hij veel invloed heeft op zijn omgeving en op alles wat hij doet. Dat geeft een fijn en geruststellend en machtig gevoel.
Zoals ik al in mijn vorige column schreef (
110), heeft de mens nu eenmaal de neiging om op het moment dat hij resultaten boekt ze geheel toe te schrijven aan zijn eigen verdiensten, maar wanneer hij faalt zal hij dat veelal wijten aan factoren die zich (helaas) buiten zijn invloedssferen bevinden.
Beleggers die veel geld winnen, zijn ervan overtuigd dat ze er feeling voor hebben en ze hun winst geheel te danken hebben aan hun eigen kwaliteiten. Verliezen ze echter dan zijn ze van mening dat ze pech gehad hebben.
 

Een chimp als topbelegger

Terwijl er op het gebied van beleggen in het verleden experimenten zijn gedaan met gorilla's en chimpansees die "belegden" door het willekeurig uitkiezen van bananen en het gooien van pijltjes naar een dartbord, waarbij uitkwam dat de apen niet minder bleken te presteren dan hun "collega" topbeleggers.
Sterker nog, de chimpansee Raven deed het met zijn dartpijltjes zo goed dat als hij op Wall Street zou hebben gewerkt hij nummer 22 zou zijn geweest op de lijst met de zesduizend beste moneymakers van de Verenigde Staten. Of de chimp vervolgens als topbelegger werd aangesteld, vertelt het verhaal helaas niet.
Nou zal ik hier niet beweren dat dit bewijst dat een willekeurige chimp slimmer is dan de meeste beleggers (al zal hij ook niet de domste zijn vermoed ik zomaar). Maar het is natuurlijk niets meer en niets minder dan het bewijs dat beleggen puur en alleen maar draait om toeval en geluk/pech.
Het zou mij overigens wel aan het denken zetten als ik werk deed waarbij ik wist dat als ik morgen zou worden vervangen door een aap er helemaal niets zou veranderen. Met hooguit een kans dat die verdomde aap mijn nooit uitgekomen droom wel opeens zou weten te verwezenlijken: doorbreken tot de absolute top van 's lands beste beleggers.
 

Geluk met vakmanschap verwarren

Wie twijfelt over deze rol van toeval in het leven moet maar eens het boek "Misleid door toeval" (2009) van voormalig Wall Street beurshandelaar Nassim Nicholas Taleb lezen. Hierin vertelt Taleb hoe hij door eigen ervaring en met hulp van beroemde filosofen als Immanuel Kant en Karl Popper is gekomen tot zijn (en ook mijn) filosofische overtuiging dat mensen geluk - uiteraard uit eigen belang - vaak met vakmanschap verwarren.
Bij beleggen is verder ook nog bekend dat als je winst wilt maken je beter vrouwen kunt laten beleggen. Niet omdat vrouwen er meer verstand van hebben, maar simpelweg omdat mannen meer dan vrouwen geneigd zijn om irrationele risico’s te nemen en vrouwen meer voor safe gaan en daardoor op de lange duur gemiddeld beter scoren dan de mannen. Om dezelfde reden zullen vrouwen ook minder geld verliezen in casino’s dan mannen. 
 

Niet in vorm

Om terug te gaan naar de sport en even te chargeren: laat mij een jaar trainer van Barcelona zijn en ook dan bestaat de kans dat het team gewoon weer landskampioen wordt. Als dat gebeurt, ben ik in één klap opeens een goede en beroemde trainer en kan ik bij elke andere topclub miljoenen gaan verdienen. Terwijl de buitenstaanders op dat moment niet weten dat ik alleen maar in het begin tegen de spelers van Barcelona heb gezegd dat ze de lijn van vorig jaar moeten doortrekken en ik er alle vertrouwen in heb dat het ze weer gaat lukken.
De rol van toeval en geluk is ook in de trainerswereld een niet te onderschatten factor. Leo Beenhakker behaalde met Real Madrid diverse landstitels maar degradeerde ook gewoon met Volendam uit de eredivisie. Voor Frank Rijkaard geldt hetzelfde verhaal met Barcelona en Sparta. Ook onze grote held Guus Hiddink wist zich met Rusland gewoon niet te kwalificeren voor het EK van 2012.
Waren deze trainers een paar keer niet in vorm of werden ook zij geconfronteerd met het simpele feit dat de factor geluk in de vorm van goed (spelers) materiaal toch belangrijker blijkt te zijn dan algemeen wordt aangenomen?

Veel meer inzicht

Toch zul je mij nooit horen zeggen dat trainers en coaches geen enkele kwaliteit behoeven te bezitten en nooit bepalend kunnen zijn voor prestaties van hun teams en spelers.
Ik was vroeger op regionaal niveau een aardige tennisser op B1 niveau. Voor landelijk topniveau (A) was ik niet goed genoeg. Dan had ik eerder met tennis moeten beginnen, op een veel betere tennisclub moeten zitten en “last but not least” een veel betere mentaliteit moeten hebben.
Op mijn club zat een jongen en die was tennisleraar. Maar hij was een paar niveaus minder dan ik. In partijtjes tegen hem won ik regelmatig met 6-0, 6-0. Als we echter beiden naar een tenniswedstrijd keken, kon hij spelers technisch analyseren op een manier die mijn pet ver te boven ging. Hij zag dingen die ik totaal niet zag.
Ik vond vooral tennissen leuk en hield me totaal niet bezig met het technisch analyseren van tegenstanders. En toch, als wij beiden hadden gereageerd op een vacature voor een tennisleraar bij een grote club dan waren mijn kansen door ons niveauverschil groter geweest. Ten onrechte. Net zoals veel mensen zullen denken dat als Roger Federer straks stopt met tennissen en coach wordt hij ook daarin meteen automatisch een topper zal zijn. Terwijl een onbekend trainingsmaatje van hem wellicht veel meer inzicht heeft als coach dan de grote Federer ooit zal hebben.
 

De gave om een teamspirit te creëren

Ondanks mijn verhaal over de rol van toeval en geluk ben ik ervan overtuigd dat echt goede trainers en coaches die het verschil kunnen maken, bestaan. Zeker bij hele technische sporten als bijvoorbeeld schaatsen en zwemmen kunnen technisch sterke trainers doorslaggevend zijn in de prestaties (bijvoorbeeld zwemcoach Jacco Verhaeren).
Voor de rest denk ik dat factoren als het kweken van een goede sfeer en mentale kracht in het algemeen nóg belangrijker zijn. Zo bestaan er ook trainers die bij verschillende matige clubs steeds weer dezelfde prestatie voor elkaar krijgen: een team neerzetten dat boven zichzelf uitstijgt. Wat ik persoonlijk een grotere prestatie vind dan van een topteam met topspelers (opnieuw) een kampioen te maken.
Naar mijn mening draait het hier vooral om de gave om een teamspirit te creëren wat de sfeer en dus ook de prestaties ten goede komt. Ook hierbij kan ik putten uit eigen ervaring door te denken aan de twee tennistrainers die ik vroeger had. Daar waar ik de ene een dertien-in-het-dozijn-tennisleraar vond, had de ander iets speciaals in zich waarmee hij een generatie tennissers creëerde die vooral heel veel plezier aan het spelletje beleefde en er enorm fanatiek in werd.
Dat onder zijn leiding de beste jeugdgeneratie werd voortgebracht die de club ooit had gekend, beschouw ik dan ook niet als toeval. Niet zozeer zijn technische kwaliteiten als wel zijn motiverende spirit deden die truc.
 

De “op-het-goede-moment-op-de-goede-plaats-factor”

Toch zijn echte toptrainers en -coaches naar mijn mening de uitzonderingen op de regel, waarbij het behalen van succes voor een groot deel gewoon blijkt af te hangen van factoren die zij niet in de hand hebben: toeval en geluk, met als mooi voorbeeld de “op-het-goede-moment-op-de-goede-plaats-factor”.
Van Clarence Seedorf wordt gezegd dat hij zich als speler al gedroeg als een soort betweterige trainer; de toekomst zal uitwijzen of hij bij die uitzonderingen hoort.

Misschien heeft hij geluk…
 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

  
Chimpansee Raven: topbelegger op Wall Street

Logo AC Milan (foto: internet)
 

110. Lang leve het kapitalisme!

Actualiteit en privé - Arm/Rijk - Nature/Nurture 

 

De drie factoren die noodzakelijk zijn voor succes

Mijn tweede zoon vroeg ooit aan me of de meest rijke, succesvolle mensen ook de meest slimme mensen zijn met de hoogste IQ’s. Dus ik legde hem uit dat dit absoluut niet het geval is en er geen causaal verband tussen deze twee zit.
Net als mijn andere twee kinderen heb ik hem geleerd dat voor het verkrijgen van succes drie factoren noodzakelijk zijn: kwaliteit, doorzettingsvermogen en geluk. Waarbij ik gerust de stelling durf te verdedigen dat hiervan geluk de belangrijkste is, gevolgd door respectievelijk doorzettingsvermogen en "last ánd least" kwaliteit. Iets wat diverse lezers misschien zal verbazen, maar ik kan het beargumenteren.
Wie nergens goed in is en geen doorzettingsvermogen noch geluk heeft, zal nooit succes hebben. Net als dat het omgkeerde geldt: goed + doorzettingsvermogen + geluk = succes. Dat is allemaal logisch.
Maar als je ergens heel goed in bent, maar je bezit geen doorzettingsvermogen en je mist de factor geluk dan zul je ook niet snel succes bereiken. Zelfs als je wel ergens heel goed in bent én daarnaast ook beschikt over veel doorzettingsvermogen maar het ontbreekt je opnieuw aan het nodige geluk, dan nog heb je geen enkele garantie op succes. Terwijl als je ergens niet zo goed/matig in bent en je bezit niet of wel (dat maakt voor mijn punt niet uit) veel doorzettingsvermogen maar je hebt toevallig wel alle geluk van de wereld dan toch heb je een reële kans op succes.
Aan doorzettingsvermogen zou ik overigens nog het vermogen om goed en slim met mensen te kunnen communiceren willen koppelen, want ook dat is essentieel voor succes. Als je veel doorzettingsvermogen hebt, maar je communiceert niet goed met mensen om je heen heb je tenslotte nog steeds een groot probleem om succes te behalen.
 

Yes, I celebrate capitalism!

Uiteraard is het altijd fijn om “mijn gelijk” te illustreren met mooie voorbeelden. Vorige week bewees ene mijnheer O’Leary, presentator van de Canadese Late Night TV-show “The Lang and O’Leary Exchange CBS Television”, maar weer eens voor de zoveelste keer dat ook hele domme mensen gerust zeer succesvol kunnen zijn. In het fragment dat in DWDD werd getoond, wist zijn TV-partner Amanda Lang het nieuwtje₁ te melden dat is gebleken dat de 85 rijkste mensen van deze wereld bij elkaar evenveel geld hebben als de armste helft van onze wereldbevolking: 3 ½ miljard mensen. Vervolgens ontsprong zich het volgende fascinerende gesprek:
 
O’Leary: “Dat is fantastisch. Dat is mooi, want het geeft mensen de motivatie om op te kijken naar die rijkste mensen en te denken van ik wil daar ook bij horen, Ik ga hard werken om de top te bereiken. Dit is fantastisch nieuws en natuurlijk juich ik dit toe. Wat is er nou mis mee?”
Lang: “Really?”
O’Leary: “Yes, I celebrate capitalism!”
Lang: “Dus iemand die leeft van een dollar per dag in Afrika moet op een dag wakker worden en denken van ik wil Bill Gates worden?”
O’Leary: “Dat is de motivatie die ze nodig hebben.”
Lang: “We hebben het hier over de mensen die leven in extreme armoede.”
O’Leary: “Nee, we hadden het over de rijkste mensen.”
Lang zuchtend: “Ik vertel je straks wel hoe je had moeten reageren.”

Eigen schuld, dikke bult

Mijn God, wat ziet die O’Leary het allemaal goed zeg. Het is niets minder dan een ware eyeopener die hij hier met zijn wijsheid verkondigt: die achterlijke 3 ½ miljard mensen zijn gewoon te lui, te dom en te ongemotiveerd om iets van hun leven te maken. Eigen schuld, dikke bult.
Ze moeten eens ophouden met te piepen dat zij het zo slecht hebben en gewoon een keer flink de mouwen opstropen en hard gaan werken. Laat die miljarden mensen maar eens een voorbeeld nemen aan hardwerkende mensen als O’Leary en die 85 rijkste mensen. Pas met zo’n gemotiveerde houding zul je ontsnappen aan armoede en word je rijk en succesvol.
Wie dat niet begrijpt en wie niet bereid is om daar keihard voor te werken, vraagt erom om in armoede te blijven leven. Praise the Lord dat we die 85 rijkste mensen hebben om aan de rest van de wereld te laten zien hoe het moet en laten we allemaal bidden dat die 3 ½ miljard mensen op een dag ook het licht zien en onmiddellijk stoppen met hun luie, ongemotiveerde gedrag: ledigheid is des duivels oorkussen. Een schop onder hun kont, dat is wat die mensen nodig hebben en niets anders.
 

Levensles nummer één

Dat levensles nummer één aan mijn kinderen staat als een huis wist ik wel, maar zelfs ik schrok van dit nieuwtje: het leven is niet alleen onrechtvaardig, maar zelfs nóg onrechtvaardiger dan ik al dacht.
De mening van O’Leary is typerend voor een van de vele misverstanden en fabels die de mensheid koestert zo lang als zij leeft: wie succes heeft, heeft dit louter en alleen te danken aan zijn eigen kwaliteiten en wie dat niet heeft, kan er niets aan doen omdat dat wordt veroorzaakt door factoren die buiten zijn invloedssfeer liggen.
Grappig hierbij is dat de kans groot is dat je zo wel zult redeneren als het om jezelf gaat, maar dat als het om andere individuen dan jij gaat die er niet in slagen om succesvol te zijn, je dat waarschijnlijk weer gewoon zult wijten aan hun tekortkomingen. Zoals de heer O’Leary hier ook zo prachtig doet. De mens speelt net zo lang met de waarheid totdat hij er zelf altijd het best vanaf komt; een hele slimme (overlevings)strategie.
 

Oliedomme mensen

Ik erger me dood aan oliedomme mensen als O’Leary die werkelijk helemaal niks afweten van het begrip nature/nurture. Van hoe dit werkt in de praktijk en welke invloed het heeft op de realiteit van ons dagelijks leven.
Als er ooit aliens op onze planeet landen dan bestaat er altijd een kans dat ze ons vernietigen zoals in veel sciencefictionfilms gebeurt. Maar ik acht ook een ander scenario mogelijk: de aliens kijken hun ogen uit op het gebied van de gigantische onrechtvaardigheid en ongelijkheid op onze aarde.
Hoe is het in godsnaam mogelijk, hoor ik de aliens dan denken, dat deze “intelligente” levensvormen aan de ene kant van hun mooie planeet miljarden euro’s uitgeven en verspillen aan bijvoorbeeld mode, sport, cosmetica, kunst en wapens, terwijl er tegelijkertijd aan de andere kant miljoenen van hun soortgenoten doodgaan van de honger?
Ik kan alleen maar hopen dat de heer O’Leary aanwezig is als die aliens landen, want dan kan hij ze haarfijn uitleggen dat die miljarden mensen alle ellende toch echt helemaal aan zichzelf te wijten hebben en dat ze een voorbeeld hadden moeten nemen aan die 85 rijkste mensen.
Dat de heer O’Leary anders gepiept had als hij in plaats van in een gemiddeld welvarend Canadees dorp was opgegroeid in een of ander onbekend dorpje "in the middle of nowhere" in Bangladesh of Soedan vergeten we voor het gemak maar even. Net als dat we maar even moeten vergeten dat er een overduidelijk lineair verband bestaat tussen hoe goed het met het westen gaat en hoe slecht met de rest van de wereld (zie ook column 106). Of zou mijnheer O’Leary serieus geloven dat als die 3 ½ miljard mensen maar hard genoeg zouden gaan werken ze allemaal even rijk zouden worden als die 85 uitverkorenen?


Some equals zullen altijd more equal zijn than others

Weet u mijnheer O’Leary dat profvoetballers maar liefst vier of vijf dagen (!) per week een of soms zelfs twee (!) trainingen van gemiddeld anderhalf of twee uur (!) moeten afleggen en dat ze daarnaast ook nog in het weekend een wedstrijd van negentig minuten (!) moeten spelen en, alsof dat nog niet genoeg is, ze soms zelfs ook nog op de woensdagavond (!) moeten komen opdraven? En dat ze daarbij maar iets van twee tot drie maanden per jaar vrij zijn?
Natuurlijk is het dan niets anders dan logisch dat zulke hardwerkende mannen soms vijftig of honderdduizend euro per dag (!) verdienen, mag dat alsjeblieft? Dan moeten die luie donders in Afrika maar wat meer buiten met de bal spelen en trainen in plaats van steeds maar weer liggen te luieren in de schaduw.
Lang leve het kapitalisme; het prachtige systeem van het recht van de sterkste, maar vooral in de eerste plaats van het recht van de meest gemotiveerde en hardst werkende mensen! Lang leve het systeem waarbinnen de 3 ½ miljard nietsnutten op deze wereld moeten accepteren dat zo lang als ze hun luie houding niet veranderen “some equals” altijd “more equal” zullen zijn “than others” (
zie column 69).       

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


₁ Dit komt uit een net verschenen rapport van Oxfam Novib.

 
"Genie" Kevin O'Leary bejubelt het kapitalisme in zijn Late Night Show
bron: YouTube  

"... but some are more equal than others" (uit "Animal Farm" van George Orwell)

109. Dit doe ik nooit meer, écht waar!

Privé - Familie/Gezin - Puberteit

 

Wakker met een kater

Mijn oudste zoon en ik werden afgelopen weekend beiden wakker met een kater. Met één verschil: mijn kater is rood en heet Dony en is een schatje. De kater van mijn zoon heeft geen naam, is ook geen dier, maar betreft een treurig overblijfsel van een avondje stoer samenzijn met wat vrienden in een huis zonder ouderlijk toezicht.
Ik werd om zaterdagnacht 00.30 gebeld door mijn zoon. Tenminste dat dacht ik, aangezien het zijn mobiele nummer was. Maar het bleek een van zijn vrienden te zijn die mij meedeelde dat mijn zoon stomdronken was en zichzelf had ondergekotst en dus niet in staat was om naar huis te fietsen. Of ik ‘m wilde komen ophalen.
Ik lag al in bed en mompelde dat ik er niet bepaald blij mee was, maar dat ik eraan kwam. Inderdaad trof ik mijn zoon ladderzat en ondergekotst aan. Onervaren als ik ben met drank en dronkenschap (understatement) vond ik zijn wankele toestand er zelfs een beetje eng uitzien waardoor ik me eventjes bezorgd afvroeg of ik er niet beter aan deed om eerst met hem langs het ziekenhuis te rijden. Aangezien hij echter gelukkig nog genoeg tekenen van leven vertoonde, besloot ik dat toch maar niet te doen.
 

"Dit doe ik nooit meer"

Moeizaam liet ik mijn strompelende zoon op de achterbank vallen alwaar hij snel duidelijk maakte dat zijn maag nog niet helemaal leeg was en ik blij mocht zijn dat ik niet de trotse eigenaar van een dure BMW ben. Eenmaal thuisgekomen sleepte ik hem naar binnen, kleedde hem uit en dropte hem linea recta onder de douche. Behalve wat laatste restjes braaksel bracht hij niet veel uit, op de overbekende woorden na dan van een gemiddelde puber na zijn eerste dronkenschap: “Dit doe ik nooit meer. Écht waar!”
Mijn zoon is vijftien jaar (in maart zestien) en hij mag met de net nieuw ingevoerde alcoholwet dus pas over ruim twee jaar alcohol kopen en drinken. Tenminste in openbare gelegenheden dan. Wat iemand thuis drinkt, mogen ouders en hun kinderen nog altijd zelf beslissen.
De vrienden van mijn zoon en hun “vrienden” hadden hem allerlei drankjes aangeboden. Behalve mixdrankjes had iemand ook nog ergens een wodkafles geritseld en mijn zoon zag er blijkbaar wel de lol van in. Maar zonder erbij te zijn geweest, kan ik wel raden hoe zoiets gaat: zet een groep opgeschoten puberknullen bij elkaar, geef ze alcohol (al is dat helemaal niet nodig want - wet of geen wet - dat regelen ze zelf wel) en de groepsdruk, het stoer doen en het elkaar opjutten doen de rest.

Stom gedrag

Gelukkig hoop ik mijn zoon goed genoeg te kennen om te kunnen stellen dat hij hier wel degelijk van heeft geleerd en het wellicht dus helemaal niet zo slecht is dat hij dit heeft meegemaakt.
Een enorme donderpreek heeft hij van mij dan ook niet gekregen, eenvoudigweg omdat het enige effect wat ik daarmee zou hebben bereikt waarschijnlijk een averechts effect zou zijn. Van de combinatie mixdrankjes en wodka kun je “gewoon” in coma geraken en zelfs dood gaan op een moment dat je zulk stom gedrag te ver doorvoert en ik ben ervan overtuigd dat mijn zoon zich daar nu ook wel iets bij kan voorstellen.
Bovendien heeft hij nog een andere belangrijke les geleerd. Namelijk dat die leuke sociale media waar de gemiddelde puber niet zonder kan ook nadelen hebben. In deze tijd met smartphones kun je er gif op innemen dat al jouw uitspattingen in gezelschap in een fractie van een seconde voor eeuwig worden vastgelegd. Zo ook hier: een van de zogenaamde “vrienden” had een foto van mijn voor pampus liggende zoon gemaakt en op internet gezet. Mijn zoon was woest.
Gelukkig leven we hier niet in de Verenigde Staten en hoeft hij dus niet meteen bang te zijn dat een politieke carrière ambiëren vanaf nu een kansloze missie is. Al zal dat niet zijn grootste angst zijn. Ik weet niet wat mijn zoon later gaat worden, maar de kans dat hij politicus wordt acht ik even groot als dat Geert Wilders mij binnen een paar jaar presenteert als zijn opvolger lijsttrekker binnen de PVV.
Waar mijn zoon wel mee zit, is hoe dit gaat overkomen bij bepaalde meisjes die hij leuk vindt. Dat het incident zijn populariteit onder diverse puberknullen in elk geval niet negatief zal beïnvloeden, is vrees ik een understatement. Maar voor hem kan ik echter alleen maar hopen dat het bij de meisjes die hij leuk vindt wat minder indruk zal maken. Want een vriendinnetje dat kickt op dit soort gedrag lijkt mij niet bepaald een goede keus.
 

Een a-typische puber

Toch hoeft mijn zoon zich verder geen zorgen te maken. Het voordeel van de sociale media is weer dat er elke dag zoveel op verschijnt dat het nieuws van vandaag de geschiedenis van morgen is. Als je er zelf niet veel aandacht aan schenkt, waait het vanzelf wel weer over. En terecht, want als we aan elke stommiteit van elke puber veel aandacht zouden besteden, zouden we geen tijd meer voor andere zaken hebben.
Wie verwacht dat ik nu een lijst met stommiteiten ga opsommen uit mijn eigen puberteit, moet ik teleurstellen. Ik kan dat niet. Niet omdat ik te dronken was om ze te onthouden, maar simpelweg omdat ik ze niet heb.
Zoals ik al in een eerdere column schreef, is de puberteit nooit mijn ding geweest. Afgezet tegen de gemiddelde puber was ik een a-typische puber. Regelmatig in de weekenden uitgaan, cafés en feesten bezoeken met groepen vrienden, beetje roken, beetje drinken, beetje flirten met meiden, beetje zoenen en seksen; een voor een hele normale bezigheden voor een gemiddelde puberjongen. Echter niet voor mij. Aan niets van dit alles deed ik mee.
Met alcohol en dat vieze, bittere bier in het bijzonder had ik niets. Met ouders en een zus die rookten, vond ik roken alleen maar een smerige gewoonte. Het fenomeen groepen en groepsgedrag bekeek ik ook toen al gefascineerd van gepaste afstand, maar de behoefte om er zelf aan mee te doen heb ik nooit gevoeld. In meisjes daarentegen was ik wel altijd gewoon geïnteresseerd - en ongetwijfeld veel meer dan mijn omgeving vermoedde - maar ik was er te verlegen en onzeker voor om daar iets mee te doen.
 

Teruggetrokken einzelgänger

Pas achteraf geconcludeerd kan ik stellen dat ik eigenlijk een soort van "nerd" was. Iets wat in die tijd echter geen seconde in me was opgekomen. Ik vermoed om twee redenen.
Ten eerste omdat ik (gelukkig) nooit ben gepest. 
Als klein kind was ik niet verlegen waardoor ik met een bepaalde gezonde dosis weerbaarheid op de middelbare school terechtkwam. Waar ik het vervolgens om de een of andere manier voor elkaar kreeg om niet op te vallen en laat dat (opvallen) nou net de eerste voorwaarde zijn om gepest te worden.
De tweede reden waarom ik mezelf nooit als nerd zag, komt omdat ik op school altijd net genoeg deed voor het behalen van zesjes en wat zeventjes en ik dus een zeer middelmatige leerling was. School boeide me niet en door zo efficiënt mogelijk te leren, bleef er zoveel mogelijk tijd over voor mijn uitlaatklep: tennissen.
Pas vele jaren later kwam ik, met dank aan mijn oudste zoon die op de lagere school met een aantal problemen worstelde, erachter dat ik een stuk slimmer bleek te zijn dan ik altijd had beseft. Hierdoor vielen met terugwerkende kracht wat puzzelstukjes op zijn plaats en begrijp ik nu beter waarom ik als puber zo’n teruggetrokken einzelgänger was.
Net als ieder mens en elke ouder ben ook ik ijdel genoeg om het leuk te vinden om in mijn kinderen dingen van mezelf terug te zien en te herkennen. Maar gelukkig kent dat ook zijn grenzen. Al is het alleen maar vanwege de gezonde wens dat je als ouder je kinderen het allerbeste gunt en dus ook hoopt dat nare ervaringen die jij hebt meegemaakt je kinderen (meer) bespaard zal blijven. 
 

Go with the flow

Ik zal nu niet beweren dat ik hoop dat ik de komende jaren mijn kinderen nog op vele plekken mag komen ophalen op een moment dat ze te stomdronken zijn om zelf naar huis te kunnen komen, maar een beetje met vrienden experimenteren als een gemiddelde puber is sociaal gezien helemaal niet zo slecht. Zo lang als ze hun grenzen leren kennen en ervan leren, hebben ze mijn zegen: go with the flow (zie ook column 31)! Maar papa houdt het voorlopig lekker bij zijn eigen kater Dony...



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

Mijn kater Dony (foto: Tonko)
 

dinsdag 31 december 2013

108. Diepzinnige gesprekken tussen seks door

Privé - Vriendschap/Liefde - Plato

 

Romantisch droombeeld

Met dank aan een Amerikaanse dominee  kondigde ik kort geleden (column 99) aan dat ik mij voorgenomen had om de romanticus in me te temperen en voor 2014 geen verwachtingen meer te hebben. Slechts een paar weken later betrapte ik me alweer op een romantisch droombeeld dat ik juist kosten wat het kost wilde zien te vermijden.
Zoals Marco Borsato ooit zong zijn de meeste dromen bedrog. Al vervolgde hij het lied dan wel romantisch met “Maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog (...) Je bent een droom die naast me ligt… etc.” Ik weet niet hoe Marco nu naast vrouwlief Leontine wakker wordt, maar na al die huwelijksjaren denkt hij misschien wel van Jezus, ik wou dat ik nog sliep.
Het romantische beeld ontstond toen ik bij een goede vriendin was en zij mij vertelde dat ze verliefd was geworden op een man die ze nog maar net had ontmoet, maar waarmee ze op de een of andere vreemde manier een enorme klik voelde.
Nou klinkt dat voor veel mensen misschien niet heel bijzonder, ware het niet dat deze vriendin net als ik zelden tot nooit verliefd wordt. Een vriendin, midden veertig, die vanuit het niets opeens geconfronteerd wordt met een verliefdheidsgevoel dat ze nog nooit eerder heeft ervaren, is natuurlijk prachtig nieuws. Niet alleen voor haar maar ook voor het geloof in de liefde in het algemeen. Voor het in slaap gevallen romantische engeltje op mijn schouder was het in elk geval reden om meteen wakker te worden en mij een “zie je nu wel dat het nog mogelijk is”-preek te geven.
 

De menselijke neiging om zo graag te willen geloven

Of het nou komt door mijn eigen scheiding, observaties van relaties om me heen of mijn interesse in wetenschappelijke onderzoeken₁ maakt niet uit, maar uit realiteitsbesef en zelfbescherming weet ik inmiddels dat ik er goed aan doe om de romanticus in me zoveel mogelijk in te dammen. Zoals de Amerikaanse dominee al terecht constateerde, leiden (te) hoge verwachtingen tot teleurstellingen en word je er alleen maar ongelukkig van. Toch is dat indammen makkelijker gezegd dan gedaan, want ik blijf van nature toch behoorlijk romantisch en idealistisch ingesteld.
Zelfs na mijn scheiding is mijn hoop nooit helemaal vervlogen dat ik op een dag iemand zal tegenkomen waarbij ik meteen voel dat zij “het is”. Waar ik deze hoop in hemelsnaam op baseer, weet ik ook niet. Nee, dat is niet waar. Ik lieg. Eigenlijk weet ik het maar al te goed. Ik baseer het op een menselijk trekje dat ik nota bene in meer van mijn columns expliciet heb vermeld en waartegen ik me zelfs afzet: de menselijke neiging, of moet ik zeggen zwakte, om zo graag te willen geloven.
De romanticus in me wil blijkbaar zo graag geloven dat daar ergens buiten die ene vrouw rondloopt die mijn "soulmate" is. Iets wat ik meteen voel als ik haar ontmoet en wat uiteraard geheel wederzijds is zucht...
De analytische wetenschapper in me is echter er heilig van overtuigd dat dit allemaal slechts “wishful thinking” is. Niet dat er op deze aarde geen vrouw kan bestaan die (bijna) perfect bij mij past, maar ik moet dan wel verdomd veel geluk hebben om die toevallig tegen het lijf te lopen. Voor hetzelfde geld loopt zij op dit moment ergens in het dunbevolktste land ter wereld, Groenland, ijs te krabben of zo.

Plato als grondlegger voor het bestaan van een soulmate

Tussendoor heb ik nog een leuk weetje over de grondlegger van het idee van het bestaan van een soulmate. Deze komt van de Griekse filosoof Plato die in zijn werk Symposium (± 385 v. Chr.) een dialoog schrijft over de liefde.
In Symposium laat Plato beroemde mannen uit en voor zijn tijd aan het woord over hun visie op de liefde. Een van hen is de beroemde Griekse schrijver Aristophenes die een mythe introduceert waarin hij stelt dat de eerste mensen op aarde bolvormige wezens waren met vier armen, vier benen en twee gezichten. Uit angst voor hun kracht splitste Zeus deze wezens echter in twee. En sindsdien zoekt elke helft zijn andere helft om weer heel en compleet te worden: de soulmate! Aristophenes beschrijft de liefde aldus als een verlangen naar eenheid.
 

Zoeken naar die ene soulmate

Als er van de honderd stellen tien tussen zitten die oprecht het gevoel hebben dat zij in de ander hun ware, hun soulmate hebben gevonden dan is dat veel. Voor alle duidelijkheid: dan praat ik dus over langdurige relaties, want al die schattige mensen die in de beginjaren van hun relatie de naïeve overtuiging hebben dat ze hun soulmate al hebben getroffen, geloof ik wel. Of geloof ik niet, beter gezegd.
Pas als al die stofjes die opborrelen bij verliefdheid na een aantal jaren helemaal uit het lichaam zijn verdwenen, kun je langzaam maar zeker gaan beoordelen of je met een echte soulmate te maken hebt of dat ook jij niet onder de conclusie uit kan dat je in een hele gemiddelde relatie bent terechtgekomen. Zo eentje dus waarvoor je gewoon hard moet werken om 'm in stand te houden.
Mocht ik besluiten om als romanticus door te gaan met zoeken naar die ene soulmate, dan kan ik er alvast rekening mee houden dat ik tot mijn dood tevergeefs zal blijven zoeken. In dat geval kan ik er natuurlijk altijd nog een mooie spirituele draai aan geven door te stellen dat de zoektocht naar de ware mooier is geweest dan haar te vinden. Albert Einstein zei ooit over de waarheid overigens precies hetzelfde.
 

Spirituele datingsite

Over spiritualiteit gesproken: als ik ooit die ware via een datingsite hoop te vinden dan zal dat op dit moment moeten gebeuren via een spirituele datingsite.
Ooit heb ik een paar datingsites uitgeprobeerd, maar daar ben ik al jaren geleden mee gestopt omdat ik het maar niets vond. Bij één site bleef ik echter ingeschreven staan en dat was nota bene een spirituele datingsite. Niet omdat ik spiritueel ben overigens (wat de trouwe lezer al vermoedt - zie columns 39 en 40), maar omdat het toch gratis was en de profielen vergeleken met andere datingsites veel uitgebreider waren en ik niet zo’n liefhebber ben van al die oppervlakkige datingsites waarop het profiel van een vrouw soms beperkt is tot de mededeling “leuke, spontane vrouw zoekt dito man om gezellige dingen mee te doen”.
Ik ken mijn ware (nog) niet, maar ik mag toch hopen dat als ze opeens opduikt ze iets meer te melden heeft dan dat. Ja, ik begrijp dat het oog ook wat wil, maar dat geldt minstens net zo goed voor mijn brein. Noem me veeleisend, maar tussen de seks door zou ik graag ook af en toe nog diepzinnige gesprekken willen voeren. 
 

De gemiddelde spirituele vrouw

In al die jaren heb ik maar een aantal keren gereageerd op een vrouw. Helaas voordat ik de speech van de Amerikaanse dominee gezien had waardoor ik nog heel naïef bepaalde verwachtingen had van de spirituele vrouw. Kijkend naar de profielen presenteert de gemiddelde spirituele vrouw zich als gevoelig, empathisch, lief, eerlijk, creatief en houdt ze van een open communicatie met haar partner. Vaak is “De Alchemist” van Paulo Coelho haar favoriete boek en “Le Fabuleux Destin d’Amélie Poutain” haar favoriete film. Allemaal prima, al haak ik eerlijk gezegd af als het te zweverig en occult wordt en ze bijvoorbeeld waarde hecht aan nonsens als astrologie, numerologie of reiki. Ik blijf daarvoor teveel het type wetenschapper en filosoof.
Dat ik een aantal keren besloot om te reageren op een vrouw kwam omdat ik in de combinatie van de getoonde foto’s en het profiel genoeg aantrekkingskracht en vooral overeenkomsten zag om de sprong te wagen. Nooit schreef ik daarbij een standaardberichtje. Altijd nam ik er ruim de tijd voor om te reageren op een aantal concrete punten uit haar profiel die mij aantrokken en altijd gebruikte ik daarbij en passant voorzichtig mijn humor om af te tasten of ze die begreep en, liefst, waardeerde.
Hoezeer ik me ook altijd voornam om relaxt en zonder enige verwachting de reactie van deze eerlijke, inlevende, gevoelige vrouwen af te wachten, was het toch altijd spannend. Zou ze op zo’n manier reageren dat je meteen voelde dat het klikte en dat de romanticus in me wel degelijk een reden tot bestaan bleek te hebben?

Helaas.
 

Meer empathie in mijn vinger dan zij in hun hele lichaam

Zoals wel vaker bleek ook hier de werkelijkheid minder mooi dan gepresenteerd en gehoopt. Over de vrouwen die keurig kort lieten weten dat ze om wat voor reden dan ook geen klik zagen, niets dan respect: that’s all in the game van de datingwereld en zo hoort het ook. Maar voor al die vrouwen die niet eens de moeite namen om iets terug te schrijven, heb ik geen goed woord over.
Wie in haar profiel eerlijk schrijft dat ze attentheid en inlevingsvermogen niet tot haar sterkste kwaliteiten rekent, mag niets van zich laten horen. Maar wie niet reageert op attente berichtjes en zich op haar profiel ondertussen wel presenteert als lieve, gevoelige en inlevende spirituele vrouw doet er goed aan om deze begrippen eens in het woordenboek op te zoeken alvorens ze te gebruiken. Ik heb meer empathie in mijn vinger dan zij in hun hele lichaam. Eén keer kon ik het niet laten en schreef ik zo’n zogenaamd lieve, integere, spirituele muts dat ze haar profiel moest aanpassen omdat het niet klopte. Uiteraard reageerde ze zoals verwacht: (opnieuw) niet.

Ontsnappen aan de werkelijkheid

Door mijn goede vriendin blijf ik echter de hoop op romantiek behouden. Misschien tegen beter weten in. Ook voor mijn goede vriendin geldt dat haar romantisch droombeeld helaas vooralsnog een droom blijft: haar prins op het witte paard zit al in een relatie. In een moeizame weliswaar, maar blijkbaar nog te waardevol om te laten schieten voor een of andere soulmate. Als het een (romantische) film was geweest, had ik wel geweten hoe die was afgelopen. Maar niet voor niets kijken we graag naar films om voor even te ontsnappen aan de werkelijkheid.
Hopelijk levert haar onbereikbare liefde in 2014 haar, en in één moeite door mij ook, alsnog het bewijs voor het bestaan van echte romantiek. Ik gun het mijn goede vriendin van harte.
Ze heeft het al heel lang erg moeilijk gehad met het feit dat ze altijd graag kinderen wilde, maar het er om diverse redenen niet van kwam. Waaronder dus vanwege het simpele feit dat zij de juiste partner maar niet wist te vinden. Haar hoop is nu gericht op adoptie, maar dat blijkt als alleenstaande vrouw niet bepaald een makkelijk traject.
Dat ze af en toe last heeft van dipfases kan ik goed begrijpen. Die heb ik zelf ook, wat ons als vrienden bindt en wat soms ook leidt tot grappige momenten. Zo gingen we ooit een keer onvoorbereid naar een filmhuisfilm waar de ellende aan alle kanten van het doek af droop (We Need to Talk about Kevin). Het ging over een depressieve moeder met een depressieve zoon die op een dag met een voor zijn verjaardag gekregen pijl en boog zijn vader, zus en een aantal kinderen op school doodschoot. "Echt een film voor ons", zei ik lachend. Zoals je bij 3D-films een 3D-brilletje bij de ingang krijgt, was bij deze film een stuk touw en een krukje op zijn plaats geweest.
Als echte romantiek bestaat, meldt de man van de geheimzinnige klik zich snel bij mijn goede vriendin. Het lijkt me wel wat: wakker worden na een mooie droom, naast je kijken en dan denken dat je nog droomt.
Maar of daar in mijn geval dan een lieve, gevoelige, spirituele vrouw ligt, betwijfel ik ten zeerste...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

₁ De “opposites attract”-theorie klinkt bijvoorbeeld heel leuk, maar onderzoeken wijzen uit dat je voor een langdurige en harmonieuze relatie je toch echt op zoek moet naar iemand die op je lijkt.
Foto: Tonko
 

donderdag 26 december 2013

107. Lang leve de westerse beschaving!

Actualiteit - Moord en doodslag/Verkrachting - Goed/Kwaad

 


Misplaatst superioriteitsgevoel

De westerse beschaving is voor ons een begrip. Er bestaat ook een oosterse beschaving al zou het mij niet verbazen als ze in het oosten nog steeds opkijken tegen het westen en onze "beschaving". Bewust dan wel onbewust hebben veel van ons in het rijke westen een soort van superioriteitachtig gevoel over al die "minder beschaafde" landen ver weg van ons.
Kijkend naar alle internationale problemen op het gebied van bijvoorbeeld armoede, oorlog en politieke instabiliteit kunnen wij met een gerust hart constateren dat wij het gelukkig een stuk beter voor elkaar hebben. Ook het gevoel dat hoe armer een land is, hoe groter de natuurrampen zijn die het overkomt, is heel geruststellend. Wat boffen wij toch maar weer met onze westerse beschaving.
Dat het westen voor een groot deel medeverantwoordelijk is voor het in stand houden van deze scheve verhouding en ons superioriteitsgevoel dus eigenlijk hartstikke misplaatst en hypocriet is, vergeten we voor het gemak maar even. Als wij consumenten alle kennis zouden hebben over hoe we precies aan al onze mooie en goedkope producten komen dan zouden we ons al snel een stuk minder beschaafd voelen. Dan zien we namelijk opeens dat er een lineair verband is tussen hoe goed het met ons gaat en hoe slecht met de rest. Een manier bedenken waarop we het met z’n allen goed kunnen hebben op deze aarde is blijkbaar nog te hoog gegrepen voor de (egoïstische) mens.
 

Negatieve associaties met Afrika

Desalniettemin betrap ik mij soms ook op een gevoel dat ik blij ben dat ik in het westen woon, omdat het hier beschaafder is dan op veel andere plekken in de wereld. Zo las ik vorige week een klein berichtje dat ergens in Congo twintig mensen waren vermoord waaronder vrouwen en kinderen. “Drie meisjes waren verkracht en onthoofd.”  
Dat het hier gaat om een klein berichtje is veelzeggend. Dit soort praktijken komt helaas vaker voor in Afrika waardoor het blijkbaar amper het nieuws haalt. Hard om te zeggen maar dit “incident” past geheel in het rijtje van negatieve associaties dat ik helaas met Afrika heb: armoede, honger, dictators, kindsoldaten, burgeroorlogen, geweld, moordpartijen, machetes (met als dieptepunt de genocide in Rwanda in 1994).
Stel je eens voor dat ergens in Nederland drie meisjes worden verkracht en onthoofd. Ik denk niet dat dat als klein berichtje op pagina vier van de krant terecht komt. Integendeel, dat nieuws zal nog heel lang ons land beheersen. En terecht.
Ik kan niet ontkennen dat toen ik het bericht las er een woede over me heen kwam tegen die onbeschaafde wilden daar in Afrika die dit gedaan hebben. Natuurlijk kan men mij nu betichten van racisme, maar wie in deze tijd meisjes verkracht en onthoofdt is voor mij niets anders dan een primitieve wilde, en dan zeg ik het nog aardig. Of je nu uit Afrika komt - waar overigens de anatomisch moderne mens is ontstaan - of niet.
 

Barbaarse methode

Het meest cynisch aan dit alles is nog wel de constatering dat mijn verontwaardiging vooral voortkomt uit de barbaarse methode van onthoofding die hier is toegepast. Dat zowel in het westen als elders in de wereld regelmatig vrouwen en meisjes worden verkracht en vermoord, is blijkbaar niet genoeg reden voor een vergelijkbare hoeveelheid woede en verontwaardiging. Zelfs in een “beschaving” wordt ook “gewoon” gevochten, gemoord, verkracht, gestolen en bedrogen. Dat is inherent aan de mens en hoort dus ook tot vervelens toe in onze nieuwsberichten.
Hoe hypocriet de westerse beschaving ook mag zijn, ben ik toch blij dat ik leef in een werelddeel waarin we met elkaar van mening zijn dat de barbaarse tijd ver achter ons ligt waarin mensen nog werden onthoofd, geradbraakt, gekliefd, gevierendeeld, gekruisigd, gestenigd, gevild, gespietst en levend verbrand. Al verlang je er misschien stiekem naar terug op het moment dat men de daders van deze verschrikkelijke misdaad zou pakken. Wie zich als nabestaande op zo'n moment wijselijk weet te beheersen, is een bewonderenswaardig persoon zoals wijlen Nelson Mandela was.

Lang leve de westerse beschaving!



Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.