dinsdag 9 december 2014

168. COLUMN COMMUNICEREN, VRAGENSTELLEN VS. SMALLTALK, BELANGSTELLING EN INTERESSE VERWARREN MET BEMOEIZUCHT EN BRUTALITEIT: Tja, dan ben je natuurlijk snel uitgepraat

ONDERWERPEN: COMMUNICATIE - VRAGENSTELLEN VS. SMALLTALK


Vriendinnetjes scoren

Mijn zoons van zestien en veertien jaar hebben allebei een vriendin. Gelukkig zijn ze daar vroeg mee in tegenstelling tot hun vader die daar heel laat mee was. Niet dat ik vind dat de leeftijd waarop je je eerste vriendinnetje(s) krijgt iets zou moeten uitmaken, maar dat doet het toch wel denk ik. Het maakt tenslotte nogal verschil in hoe (zeker) je in het leven staat of je behoort tot de grote groep van gemiddelde puberknullen die meegaan met de flow en die regelmatig met hun vrienden uitgaan en vriendinnetjes “scoren” of dat je behoort tot die kleine groep van nerdy pubers die dit alles niet meemaken omdat ze anders zijn en geen aansluiting vinden. 

Ondervragen

Op een dag was het moment daar dat mijn zoons hun vriendinnetje aan mij gingen voorstellen en in beide gevallen was het betreffende meisje al gewaarschuwd dat ik haar helemaal zou gaan ondervragen. Waarbij ik dan het gesprek met het zenuwachtige meisje begon met het richten van een felle lamp op haar, gevolgd door de mededeling dat ze goed moest nadenken voordat ze antwoordde omdat alles wat ze zei tegen haar gebruikt kon worden.
Een prachtige aanpak, ware het niet dat ik ‘m niet durfde te hanteren omdat ik er te aardig voor ben. Daarvoor in de plaats beperkte ik me maar tot de mededeling dat ze vast te horen had gekregen dat ik haar zou gaan ondervragen, maar dat dat berustte op een misverstand omdat zelfs mijn bloedeigen zoons niet begrijpen dat dat belangstelling tonen heet.

Vragensteller

Behalve dat ik behoorlijk kan babbelen als ik me op mijn gemak voel, ben ik ook een vragensteller. Simpelweg omdat ik veel dingen wil weten. Noem me nieuwsgierig, belangstellend of irritant, feit is dat ik zo ben. Hoe gewoon dit ook mag klinken, ben ik er in mijn leven inmiddels achtergekomen dat dat helemaal niet zo gewoon is. Verreweg de meeste mensen op deze aardbol behoren niet tot de categorie “vragenstellers” en zijn niet zo nieuwsgierig en belangstellend ingesteld.
Als trage laatbloeier begon ik dit patroon pas rond mijn veertigste te ontdekken. De eerste echte eyeopener was voor mij het moment waarop ik aan het eind van mijn huwelijk erachter kwam dat mijn vrouw en ik een essentieel andere kijk op communiceren hadden.
 

Pijnlijke stiltes

Waar voor mij de basis van een goede communicatie draait om het wederzijds tonen van belangstelling in elkaar door het stellen van vragen, vond zij dat maar onzin. “Als mensen iets willen vertellen, vertellen ze het wel. Daarvoor hoef je geen vragen te stellen.”, was haar visie. Wat meteen veel pijnlijke stiltes tussen ons verklaarde. Dan was ik bijvoorbeeld ergens geweest en wachtte ik bij thuiskomst op belangstellende vragen van haar kant en zat zij daar blijkbaar met een houding van “als hij iets wil vertellen dan hoor ik het wel”. Tja, dan ben je natuurlijk snel uit"gepraat".
 

Andere golflengte

Hoe meer ik ging nadenken over de verschillende kijk die mijn (toenmalige) toekomstige ex-vrouw en ik hadden over een goede communicatie, hoe duidelijker het me werd dat haar communicatiemethode de meest gangbare ter wereld is. Wat voor mij meteen het volgende puzzelstukje betekende in mijn zoektocht naar mijn eigen identiteit. Dát verklaarde dus waarom ik me in gezelschappen vaak zo ongemakkelijk voelde en ik het vreemde idee had alsof ik op een andere golflengte communiceerde.
 

PDD-NOS hoek

Jarenlang kon ik geen vat krijgen op de wijze waarop mensen in de meest triviale sociale situaties met elkaar communiceren en had ik het gevoel alsof ik als buitenstaander een spel zat te observeren wat ik niet beheerste. Iets wat je overigens nooit zo tegen een therapeut moet zeggen tenzij je er mee kan leven om zonder pardon in de PDD-NOS hoek te worden geduwd en het stempel autist op je voorhoofd te krijgen geplakt (lees mijn Privé Tonko achtluik). Maar juist omdat ik helemaal geen autist ben, kon ik me altijd goed inleven in hoe autisten zich op dit gebied moesten voelen. 

Ambivalent

Het meest verwarrende van alles was dat het allemaal zo ambivalent aanvoelde. Aan de ene kant was ik, uiteraard terecht, eigenwijs genoeg om mezelf veel socialer te vinden dan de meeste anderen. Vooral omdat ik in één-op-één situaties oprechte belangstelling kan tonen door bijvoorbeeld directe vragen te stellen die anderen nooit zullen, willen of durven stellen. Wat als voordeel (?) heeft dat relatief onbekenden mij wel eens levensverhalen vertelden en dingen toevertrouwden die ze nog niet eerder aan iemand hadden verteld.
Maar aan de andere kant kon ik ook niet ontkennen dat in de meest voorkomende sociale situaties iedereen om mij heen maar steeds druk met elkaar leek te praten terwijl ik er maar verloren bij liep en niet begreep hoe ze dat toch flikten. Dat ik hierbij allesbehalve een sociale indruk maakte, moge duidelijk zijn. Blijkbaar kun je meerdere betekenissen geven aan het woord "sociaal" en ligt het er maar aan welke definitie jij hanteert. 
 

Smalltalk

Op een gegeven moment was ik wel zover dat ik merkte dat het overgrote deel van de communicatie draait om iets waar ik niets mee heb en (dus) heel slecht beheers: smalltalk. In plaats van over koetjes en kalfjes te praten, begin ik tien keer liever met iemand een gesprek door de opmerking dat het toch fascinerend is dat als je erover doordenkt je kunt concluderen dat een groot deel van waar mensen met elkaar over praten eigenlijk overbodig en nietszeggend is. Al ben ik gelukkig nog niet zo wereldvreemd dat ik niet begrijp dat er betere openingszinnen voor een gesprek bestaan. Hoe goed die andersom bij mij overigens wel zou werken. 

Een vrouw aan het huilen krijgen

Het doet me denken aan een date die ik ooit jaren geleden had met een vrouw die dolgraag van tevoren door mijn zoons zou zijn gewaarschuwd. Overdonderd door mijn vragen verliep het gesprek zo rampzalig dat ze er uiteindelijk zelfs tranen van in haar ogen kreeg. Ja hoor heb ik weer, dacht ik. Een vrouw aan het huilen krijgen tijdens een date is maar weinigen gegeven, maar ik krijg zoiets moeiteloos voor mekaar. Terwijl ik alleen maar wilde weten wie ze was en wat haar bezighield in het leven. Ook hier was wederom sprake van de helaas wijdverbreide neiging om belangstelling en interesse met bemoeizucht en brutaliteit te verwarren.
Oké, misschien vroeg ik door de zenuwen teveel en te vaak door. Of misschien kwam het gewoon omdat ze mij andersom niets vroeg en ik vergeten was er rekening mee te houden dat de kans groot was dat ook zij dezelfde communicatiemethode hanteerde als mijn ex en de meeste andere aardbewoners. Toen we uiteindelijk afscheid namen, liet ze nog wel los dat ze me toch wel erg aardig vond. Leuk voor de statistiek zullen we maar zeggen.
 

Typerend

Dat ik inmiddels mijn valkuil weet, wil nog niet zeggen dat ik er nooit meer intrap. Van de week moest mijn jongste zoon nog hard lachen omdat ik tijdens de eerste ontmoeting met de moeder van zijn vriendin een opmerking plaatste die hij typerend voor mij vond. De moeder vertelde - meer grappig dan lullig bedoeld - dat ze haar dochter lui vond waarop ik aangaf het een interessante vraag te vinden wat “lui” nou eigenlijk precies inhoudt. Omdat volgens mij niemand te lui is om dingen te doen die hij leuk vindt, kan een lui persoon ook iemand zijn die niet goed weet wat hij leuk vindt. Mijn zoon zei dat ik in staat ben om met iemand die aan me vraagt of alles goed gaat, te gaan discussiëren over de betekenis van het woord "goed".
 

Seksleven

Misschien vond die moeder me vermoeiend. Als ik vraag en (vooral) doorvraag schijn ik dat te kunnen zijn. Of men vindt mij te direct of te brutaal. Ooit vertelde mijn toenmalige vrouw dat ze niet de enige was die vond dat ik soms impertinente vragen stelde. Een buurvouw had dat een keer losgelaten aan haar moeder. Ik kon me wel herinneren dat ik met die vrouw gesproken had, maar gek genoeg kon ik me geen vraag voor de geest halen die in mijn ogen als impertinent zou kunnen worden geïnterpreteerd. Zover ik wist had ik niet naar haar seksleven gevraagd of zo.  
 

Impertinente vermoeiende vragen

Maar inmiddels ben ik erachter dat daarbuiten een hele grote wereld bestaat waarin een vraag sowieso al snel als impertinent wordt gezien als die niet in de sociaal wenselijke vragenbox past. Waarbij een vraag als “Hoe gaat het?” is toegestaan, mits die beantwoord wordt met “Goed”. (Te) eerlijk antwoorden en doorvragen wordt niet zo op prijs gesteld omdat de communicatieraderen soepel draaien en men daar geen zand tussen wenst. Jij zegt gewoon iets en dan zegt de ander iets en dan jij weer en zo gaat dat heen en weer. Is dat nou zo moeilijk?
De vriendinnen van mijn zoons vonden de ondervraging meevallen. Maar ik hield me ook een beetje in. Mijn aanstaande schoondochters (? romanticus als ik ben) ten overstaan van mijn zoons in een eerste gesprek aan het huilen maken, ging mij iets te ver. En naar hun seksleven heb ik niet geïnformeerd. Nog niet. Dat is meer iets voor het tweede gesprek. Ik wil nog geen opa worden. De moeder van de net veertien jaar geworden vriendin van mijn zoon zal me dankbaar zijn. Soms zijn impertinente vermoeiende vragen zo slecht nog niet.

Tonko

 

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.Tonko



 

2 opmerkingen:

  1. Wauw. Ik herken dit.

    Ik heb ook altijd oprechte belangstellig, kan totaal niets van smalltalk, heb serieus bij de vraag 'Alles goed?' Gediscussierd over de betekenis van goed (en andere daar op lijkende discussies)... en ook gemerkt dat veel andere mensen dit dus niet hebben haha

    Super leuk om het zo te lezen!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Weer zo'n leuke column. Ik lees ze niet altijd, omdat ik ze dan altijd uitlees en daar niet altijd mezelf tijd voor gun (en er is nog zoveel meer te lezen en te beleven en ontdekken). Maar deze was wederom een schot in de roos. Ik heb bijvoorbeeld ook altijd zo'n moeite met de vraag "alles goed?", maar dan vooral door het woordje "alles". Mijn spontane reactie is ook altijd: "nee natuurlijk niet, ken jij iemand met wie ALLES goed gaat dan?", maar te antwoorden met "ja hoor, alles goed", dat gaat dan zo tegen mijn natuur in. Dus dan zeg ik maar: "nou, niet alles, maar veel wel".
    Fijn om te ontdekken dat het wel aan mij ligt, maar dat ik niet de enige ben :D

    BeantwoordenVerwijderen