zondag 31 januari 2016

224. Het domme puberbrein (1/2)

Privé - Familie/Gezin - Puberteit

 







Domme actie

Tijdens de kerstvakantie zag het gezicht van mijn jongste zoon van vijftien eruit als dat van een bokser die net alle hoeken van de ring heeft gezien. Zijn linkeroog was helemaal opgezwollen en op en rond zijn slaap, kin, lippen en wangen zaten diverse lelijke schaafwonden.
Hij riep mij op een ochtend nadat hij een feest had gehad om mij te vertellen dat hij die nacht hard van zijn fiets was gevallen. Helaas voor hem reageerde ik niet zozeer begripvol als wel kwaad vanwege de domme actie om mij bij thuiskomst niet te wekken, terwijl ik kijkend naar zijn gezicht me bezorgd afvroeg of er geen hechtingen hadden moeten worden geplaatst. Bovendien was ik geïrriteerd doordat het ongeluk precies zo was gegaan zoals ik al vermoedde: drie knullen fietsen na een feest dronken, lachend en beetje slingerend naar huis totdat ze botsen en er eentje ongelukkig op het asfalt belandt.
Het begrip en de troostende woorden kwamen later wel toen de huisarts ons had gerustgesteld met de mededeling dat het allemaal vanzelf zou herstellen en hij er hooguit een klein littekentje aan over zou houden.
 

Woede en irritatie

Dat ik zo kwaad was, had overigens alles te maken met een veel groter incident van zeven maanden geleden, waarbij mijn zoon mij ook niet informeerde op een moment dat dat absoluut had gemoeten. Mijn ex-vrouw was een week op vakantie en mijn zoon vroeg aan mij of hij met "een paar" vrienden op een zaterdagavond in haar huis mocht “chillen” en blijven slapen. Ik vroeg hem of hij dat had kortgesloten met zijn moeder en omdat dat zo was, zei ik dat het goed was.
Een dag later belde mijn zoon mij om één uur ’s middags op om mij te vragen of ik al had gehoord dat het vannacht een “beetje” uit de hand was gelopen. Blijkbaar zou ik dat moeten hebben gehoord van mijn ex-vrouw die hij net voor mij op de hoogte had gesteld.
Omdat ik merkte dat ik door zijn opmerking - aangevuld met mijn eerst opkomende gedachte dat het mij allemaal niet verbaasde - grote woede en irritatie in me voelde opborrelen, was ik zo verstandig om alleen maar te zeggen dat hij eerst maar naar huis moest komen. Dan zou ik zijn verhaal wel rustig proberen aan te horen. Aangezien hij eerst nog het huis van zijn moeder moest opruimen, kwam hij uiteindelijk pas tegen vieren thuis waar ik helaas moest constateren dat zijn verhaal nog veel erger was dan ik had verwacht. 
 

Een project X-achtige situatie

Ik vermoedde dat mijn zoon en zijn vrienden - om in pubertaal te spreken - een teringzooi van het huis van mijn ex-vrouw hadden gemaakt en dat er waarschijnlijk ook wat dingen waren stukgegaan.
De waarheid was echter dat die “paar” “vrienden” ook weer een “paar” vrienden hadden uitgenodigd en mijn zoon uiteindelijk geconfronteerd werd met een project X-achtige situatie (zie column 31) waarbij er rond middernacht een man of vijftig ongenode gasten in en rondom het huis van mijn ex-vrouw rondliepen.
Natuurlijk was het geen moment in het domme puberbrein van mijn zoon opgekomen om papa even te bellen. Wel was hij zo "slim" geweest om zijn oudere (eveneens puber) broer te bellen die bij een vriendin was in de hoop dat die even met wat vrienden zou langskomen om de rust te “herstellen”. Of dit de situatie wel of juist niet ten goede was gekomen, zullen we (gelukkig) nooit weten. De broer hoefde uiteindelijk toch niet te komen, aangezien mijn jongste zoon de briljante inschatting maakte dat het ergste inmiddels achter de rug was en de mensen nu wel snel zouden vertrekken. Waarmee hij meteen bewees dat als je een risicovolle situatie goed wilt inschatten je maar beter geen puberbrein kunt hebben.
 

Anticlimax

Het feestje eindigde uiteindelijk in een enorme anticlimax, waarbij een stel onbekende, ongenode achttienjarige knullen de beste vriend van mijn zoon knock-out sloegen en iedereen zich pijlsnel uit de voeten maakte toen even later de politie arriveerde. Die door een wél verstandig persoon uit de omgeving (zonder puberbrein) was gebeld.
Gelukkig en vanzelfsprekend was in elk geval wel de vader van de vriend gebeld die zijn zoon linea recta naar het ziekenhuis bracht, waar hij uit voorzorg zelfs even op de intensive care (!) moest verblijven. Cru gesteld, kun je spreken van een geluk bij een ongeluk dat de jongen er uiteindelijk vanaf kwam met “slechts” een hersenschudding en een gebroken neus.
 

Allergie

Ziedend was ik toen mijn zoon mij dit verhaal vertelde. In de eerste plaats vooral omdat hij mij pas na meer dan twaalf uur na het gebeuren op de hoogte had gesteld van wat er met zijn vriend was gebeurd, in plaats van dat hij mij die nacht meteen had gebeld. Want dat was natuurlijk veruit het ergste van alles. Met materiele schade kan ik nog leven (en zeker als het gaat om materiaal van mijn ex-vrouw), maar schade aan lichaam en gezondheid is natuurlijk hele andere koek.  
De tweede reden dat ik ziedend was, had ermee te maken dat mijn zoon tijdens het vertellen van zijn dramatische verhaal keer op keer in mijn allergie terechtkwam door herhaaldelijk te foeteren op al die knullen die zijn avond verpest hadden. Waarbij hij voor het gemak maar even vergat wie ook alweer al deze ellende - bedoeld dan wel onbedoeld - in gang had gezet en dus verantwoordelijk was voor het gebeuren. 
Van de diverse allergieën die ik tegen mensen heb, is die waarbij men geen of weinig zelfkritiek vertoont misschien wel de grootste. En dat is balen, want mijn God wat geldt dat voor veel mensen op deze aardbol. Reden waarom ik altijd op mijn kinderen zal blijven hameren dat als er iets fout gaat ze altijd in de eerste plaats naar hun eigen rol moeten kijken. Ik heb tien keer liever dat mijn kinderen iets ontzettends doms doen, maar daarbij erkennen dat het hun eigen stomme fout was en ze ervan hebben geleerd, dan dat ze iets minder stoms doen waarbij ze maar om de hete brei heen draaien en met hun vingertje naar anderen wijzen.
Al vergeet ik hierbij uiteraard niet de verantwoordelijkheid van mijn ex-vrouw en mezelf in dit nare incident. Tenslotte hadden wij als eerste gefaald door het plan van mijn zoon goed te keuren. Bovendien had ik - zeker achteraf gezien - die avond beter even langs kunnen gaan om te checken of alles wel goed ging. Mijn gegeven vertrouwen aan mijn zoon bleek achteraf een domme inschattingsfout te zijn geweest.
 

Kettingreactie

Natuurlijk is achteraf praten altijd makkelijk en besef ik ook heel goed dat wat er was gebeurd wel het laatste was wat mijn zoon wilde. Na de reconstructie van het gebeuren werd mij ook duidelijk dat de grootste fout die hij die avond had gemaakt het uitnodigen van één vage “vriend” was geweest die vervolgens de hele kettingreactie in gang zette door allemaal anderen uit te nodigen met alle pijnlijke gevolgen van dien.
Door mij voor te stellen wat voor enorme stress mijn zoon die avond moet hebben ervaren toen hij eenmaal door begon te krijgen dat hij geen enkele controle meer over de situatie had, kreeg ik ook gewoon medelijden met hem. Al blijf ik zijn ongetwijfeld bewuste keuze (hij had toen blijkbaar nog ergens de hoop om de situatie zo te herstellen dat zijn ouders nergens van af zouden komen te weten) om mij niet te bellen altijd ongelofelijk stom en onbegrijpelijk vinden. Hoe verklaarbaar dat ook mag zijn door de aanwezigheid van een oppervlakkig puberbrein.
 

Aandoenlijk

Meest aandoenlijk van alles vond ik toen mijn zoon mij met tranen in zijn ogen vertelde dat hij helemaal in het begin, toen het nog rustig was, al geen goed gevoel had over de avond en over sommige vage vrienden die hij in zijn huis had toegelaten. Op dat moment was de emotionele gedachte door hem heen gegaan dat als hij nou gewoon zijn vriendinnetje nog had gehad - die het kort daarvoor tot zijn grote verdriet na een jaar had uitgemaakt - hij lekker rustig met haar een film had kunnen kijken. En dat had hij tien keer liever gedaan dan dit.
Ach gossie, bij het aanhoren van deze bekentenis dat deze avond een beetje was bedoeld om het verlies van zijn vriendinnetje te helpen verwerken, sprongen bij mij ook de tranen in de ogen. Ik deed dus maar wat iedere normale ouder in zo'n situatie zou doen: ik omarmde mijn domme maar lieve puberzoon en troostte hem.


Meteen hierna volgt deel 2.
 
 





Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

zondag 17 januari 2016

223. Doe jezelf altijd beter voor dan je bent

Privé - Werk - Jezelf zijn

 






Sollicitatiegesprek

Sinds lange tijd had ik van de week weer eens een sollicitatiegesprek. Het gesprek was tot stand gekomen door een vrouw die mij coacht. Die invloed kon zij uitoefenen omdat ze bij hetzelfde bedrijf werkt van waaruit deze vacature kwam.
Ondanks dat ze me anders wil doen geloven, weet ik heus wel dat ik anders nooit zou zijn uitgenodigd. Dat is niet zozeer cynisch als wel realistisch. Ik weet hoe die dingen gaan.
 

Eerste selectie van cv's

In het algemeen, maar met name in economisch mindere tijden zoals nu, verloopt de werkwijze waarop vacatures worden ingevuld eigenlijk heel simpel. Ik praat hier overigens over de vacatures die je op internet tegenkomt, want nog altijd worden verreweg de meeste vacatures gewoon via via ingevuld.
Je hebt een vacature geplaatst met een lijst met functie-eisen waaraan de kandidaten moeten voldoen. Vervolgens krijg je een hoop brieven met cv’s binnen waarbij je de brieven voorlopig even opzij schuift. Je maak een eerste selectie op basis van de cv’s, waarbij je de kandidaten eruit pikt die het meest aan de functie-eisen voldoen. Super efficiënt want zulke kandidaten kunnen straks probleemloos instromen in de nieuwe baan. Pas in economisch mindere tijden, waarin het heel moeilijk is om aan personeel te komen, zal men noodgedwongen verder moeten kijken. Dan komen ook kandidaten in beeld die niet (helemaal) aan de functie-eisen voldoen.
 

Een hekel aan sollicitatiegesprekken

Naarmate ik ouder word, krijg ik steeds meer een hekel aan sollicitatiegesprekken. Wat niet los gezien kan worden van het simpele feit dat ik om diverse redenen - afwijkend zijn is vermoed ik de belangrijkste - gedurende mijn leven tijdens sollicitatieprocedures waarbij men kon kiezen uit meerdere kandidaten nog nooit ben aangenomen (zie ook column 137).
Waar ik in het dagelijks leven enorm van spelletjes als scrabble houd, heb ik voor de rest helemaal niets met alle sociale en politieke spelletjes die er in de wereld worden gespeeld. Het sollicitatiegesprek is daar een van.
Ik kan er lang of kort over praten, maar ik beheers het spel van het solliciteren gewoon niet. En de vraag of ik met mijn bijna vijftig jaar het überhaupt nog zal óf wil gaan beheersen, is een interessante. 
 

De bekendste ongeschreven wet

Om te beginnen is de situatie bij een sollicitatiegesprek natuurlijk nooit gelijkwaardig. De werkgever staat altijd boven de sollicitant. Zij hebben de macht in handen om de eenvoudige reden dat zij iets hebben dat jij (normaal gesproken) graag wilt, terwijl zij andersom voor jou zo tien of twintig anderen kunnen krijgen.
Hierdoor kunnen zij heel relaxed het spel aangaan, waarbij zij het bewust dan wel onbewust niet zullen nalaten om je door middel van het stellen van lastige vragen te testen om te kijken of jij je in het sollicitatiespel wel goed staande weet te houden. Het is vervolgens aan de sollicitant om het spel zo goed mogelijk mee te spelen door de vragen op zo’n - bij voorkeur sociaal wenselijke - wijze te beantwoorden dat het de goedkeuring van de sollicitatiecommissie kan verdragen.
Iedereen die zich regelmatig begeeft in het wereldje van de sollicitatieprocedures weet dat er een aantal ongeschreven wetten gelden waaraan je je dient te houden om je kansen te behouden en te vergroten: kom op tijd, kleed je netjes, let op je non-verbale communicatie, kijk de anderen aan, stel zelf ook vragen etc.
De bekendste ongeschreven wet - die gek genoeg nooit hardop wordt uitgesproken - is er een die ook bij bijvoorbeeld het daten geldt (en wie deze wet ontkent, jokt!): doe jezelf altijd beter voor dan je bent.
Uit eigen ervaring weet ik dat je bij sollicitatietrainingen bijvoorbeeld te horen krijgt dat als je gevraagd wordt naar je negatieve eigenschappen je natuurlijk nooit zomaar je échte negatieve eigenschappen moet opsommen. Je moet dan een zogenaamd “negatieve” eigenschap noemen die ook positief kan worden opgevat. “Ik ben nogal perfectionistisch” is misschien wel het beste en tevens meest sociaal wenselijke antwoord.

Grootste dooddoener onder sollicitatieadviezen

De grootste dooddoener onder de sollicitatieadviezen vind ik wel het advies “Blijf altijd jezelf”, aangezien ik het persoonlijk met geen mogelijkheid voor elkaar krijg om én helemaal mezelf te zijn én mezelf beter voor te doen dan ik ben.
Natuurlijk kan ik hier meteen een filosofische draai aan geven door de vraag op te werpen wat “jezelf zijn” nou eigenlijk precies inhoudt. Maar dat is een heel ander (lang) verhaal, of discussie beter gezegd.

Een filosofische discussie die ik overigens wel alvast een beetje kan opstarten door het geven van mijn eenvoudige verklaring voor het feit dat veel mensen - in tegenstelling tot mezelf - wel degelijk zowel zichzelf kunnen zijn als zichzelf beter kunnen voordoen dan ze zijn. Als jezelf beter voordoen dan je bent bij jou past, is het onderdeel van wie jij bent en dus ben je gewoon jezelf als je dat doet.
Zo bekeken valt er ook wel wat te zeggen voor de stelling dat je eigenlijk per definitie altijd gewoon jezelf bent. Waarbij ik overigens wel meteen moet toegeven dat ik zelf niet zover wil gaan. Vooral door mijn enorm toegenomen zelfkennis van de laatste jaren vind ik dat ik nu meer mezelf ben dan ooit, met alle voor- en nadelen (zie ook hieronder).
 

Weinig zelfkennis

Niet dat ik nou heel veel sollicitatiegesprekken in mijn leven heb gehad, maar daar waar ik er eentje had, probeerde ik toch altijd in meer of mindere mate het spel maar een beetje tactisch mee te spelen zoals het hoorde. Ik deed dat vooral om twee redenen.
Ten eerste omdat ik heel lang weinig zelfkennis heb gehad en niet doorhad dat ik veel meer afweek van de meeste mensen om mij heen dan ik dacht (zie bijvoorbeeld mijn columns onder het label "Privé Tonko Achtluik"). En ten tweede omdat ik wel zag dat als ik voor mijn gevoel maar eventjes iets meer mezelf was, ik niet goed overkwam en sowieso meteen kansloos was.
Wat hierbij trouwens ook niet hielp, was dat ik nog nooit tijdens een sollicitatiegesprek de intrinsieke motivatie en drang voelde om de betreffende baan koste wat het kost binnen te slepen. Alleen vanwege het geld en om af te zijn van alle onzekerheid hoopte ik op een succesvolle sollicitatie. Iets wat meer mensen met weinig zelfkennis zullen herkennen en die daardoor geneigd zijn om regelmatig de verkeerde keuzes te maken... 
Hoe meer ik me iets aantrok van alle tips die ik kreeg over hoe ik mij moest gedragen en waar ik allemaal aan moest denken tijdens een sollicitatiegesprek, hoe vervelender en geforceerder het allemaal overkwam. Bovendien bleef het resultaat toch steeds hetzelfde.
 

In veel humor zit een kern van waarheid

Omdat het spel meespelen mij nooit ergens had gebracht en omdat ik inmiddels gerust durf te stellen dat zelfkennis een van mijn grootste kwaliteiten is geworden, had ik me voorgenomen om het bij dit sollicitatiegesprek anders te gaan doen. En dat lukte. Ik was behoorlijk mezelf (honderd procent is nooit realistisch) met al mijn kwaliteiten én bijbehorende valkuilen. Die ik overigens ook eerlijk benoemde: mijn breedsprakigheid en eigenzinnige karakter kwamen kort aan bod.
Toen ik wegliep, was ik trots op mezelf. Iemand die het spel meespeelt omdat dat nu eenmaal bij hem past, moet het doen. Bij mij past het echter niet en dus moest ik het wel op een dag over een andere boeg gaan gooien.
Eenmaal thuiskomend vroeg mijn dochter van twaalf hoe het was gegaan. Vol trots zei ik dat ik net mijn eerste sollicitatiegesprek ooit had gehad waarbij ik gewoon mezelf was geweest. Mijn dochter keek me kort aan en merkte droog op: “OK, je hebt de baan dus niet.”
Omdat mijn dochter mijn humor heeft en ik deze opmerking ook zelf zou hebben kunnen gemaakt, moest ik heel hard lachen. Maar zoals wel vaker geldt, zit er in veel humor een kern van waarheid. Een dag later kreeg ik de afwijzing al. Maar mijn les heb ik wel geleerd: ik ga liever strijdend en mezelf zijnd ten onder dan dat ik ooit nog het spel mee ga spelen.
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 


maandag 11 januari 2016

222. Over David Bowie geen kwaad woord

Actualiteit - Dood en overlijden - Muziek



Verschillend gekleurde ogen

Tjee, David Bowie dood. De man die door een geluk bij een ongeluk - een goede vriend sloeg hem op vijftienjarige leeftijd tijdens een ruzie over een meisje hard op zijn oog - twee verschillend gekleurde ogen leek te hebben, wat later zijn handelsmerk zou worden. Ik zeg “leek” omdat zijn beide ogen gewoon blauw waren. Doordat de pupil van zijn linkeroog door het ongeluk echter niet meer klein kon worden, wekte het de illusie alsof dat oog donkerder was.
Ik zal niet de enige zijn die bij het horen van het nieuws van het overlijden van zo’n enorme sex, drugs and rock & roll ster meteen denkt aan een niet gemiddelde dood: zelfmoord of drugs. “Gelukkig” blijkt Bowie gewoon aan kanker te zijn overleden, maar wist vrijwel niemand van zijn ziekte af. Wel knap om dat als beroemdheid zo goed verborgen weten te houden voor de buitenwereld.
 

John Lennon

Fascinerend om te zien vind ik altijd hoe liefhebbers en vooral fans omgaan met dit soort nieuws. Die zullen vanaf nu - veelal ook uit jeugdsentiment - overal snel op zoek gaan naar het laatste nieuws, achtergrondartikelen, muziek en alles nog meer wat hen maar het prettige bevestigende gevoel geeft van hoe goed David Bowie toch was/is.
Wie nog niet zijn net uitgebrachte nieuwe album “Blackstar” heeft, zal deze onmiddellijk gaan aanschaffen en het Groninger Museum kan met haar tentoonstelling over David Bowie (tot 16 maart 2016) topdagen verwachten. Tja, de een zijn dood…
Het doet me denken aan mezelf toen ik als veertien jarig joch op een ochtend in december 1980 van mijn moeder te horen kreeg dat John Lennon was doodgeschoten. Als goede vriend van Bowie zong en speelde Lennon overigens nog mee op “Fame” (1975), zijn eerste nummer één hit in de Verenigde Staten. Ondanks dat ik de topjaren van David Bowie (zeg rond 1967-1975) net als die van The Beatles (in 1970 gestopt) niet bewust heb meegemaakt, was ik van de laatste toch een groot liefhebber geworden. Om die reden deed het nieuws van Lennons dood mij best veel, al was het alleen maar vanwege het feit dat daarmee een droom over een eventuele comeback van The Beatles definitief de grond in was geboord.
Ik gedroeg me een beetje zoals fans van David Bowie nu ook zullen doen: ik kocht tijdschriften met artikelen over John Lennon en schafte zijn laatste album “Double Fantasy” aan die net als nu bij Bowie net voor zijn dood was uitgebracht. Op dat moment had niemand mij iets negatiefs moeten zeggen over John Lennon of over diens laatste album: over de doden niets dan goeds. Achteraf absurd natuurlijk, want “Double Fantasy” was met name door de bijdragen van Lennons controversiële vrouw Yoko Ono allesbehalve een goede plaat. Wat overigens ook te verwachten was, aangezien in mijn ogen geen enkele individuele Beatle later solo het niveau van de legendarische groep in hun creatieve topjaren 1966-1970 ook maar enigszins heeft weten te benaderen.
 

Heroes

Toch kunnen Bowie-fans gerust zijn: over David Bowie zal ik geen kwaad woord zeggen. Al is het alleen maar vanwege het simpele feit dat ik de man en zijn carrière daarvoor te weinig heb gevolgd.
Wel passeert in mijn auto regelmatig mijn favoriete David Bowie-song “Heroes” en ken ik Bowie in elk geval goed genoeg om te weten dat het een fascinerende man moet zijn geweest. Bowie was een groot deel van zijn leven bezig met onderzoeken, veranderen en vernieuwen. Zowel in zijn muziekcarrière als in zijn privéleven met al zijn verschillende fases op het seksuele vlak (androgyn, homoseksueel, heteroseksueel etc.).
Met al zijn uiteenlopende, steeds vernieuwende muziekstijlen en imago’s zal Bowie het zijn fans overigens niet altijd even makkelijk hebben gemaakt. Al zullen de echte diehardfans natuurlijk beweren alles aan Bowie even geweldig te vinden met als argument dat hij juist briljant was in zijn onnavolgzaamheid.
De echte liefhebbers daarentegen zullen een stuk realistischer reageren door te stellen dat ze de ene muziekfase van Bowie meer konden waarderen dan de andere. Een reden ook waarom ik altijd weinig zal ophebben met het begrip “fan” (zie ook column 121).
In mijn ogen kan het gewoon nooit zo zijn dat je alles aan David Bowie, zeker met zo’n lange en gevarieerde muziekcarrière, maar even goed of geweldig vindt. David Bowie zou het op dit punt ongetwijfeld met mij eens zijn geweest. Want iemand zonder zelfkritiek kan nooit een vernieuwer worden. En dat David Bowie de muziekgeschiedenis in zal gaan als een echte vernieuwer moge duidelijk zijn.

David Bowie, R.I.P.


Tonko
Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

 

donderdag 7 januari 2016

221. Face the truth woman!

Actualiteit - Verkrachting - Waarheid - Ontkenningsgedrag

 






De ideale vader uit The Cosby Show

Ik vraag me af hoe mevrouw Cosby Oudjaar heeft gevierd. Gewoon heel gezellig zoals alle voorgaande jaren of zou de sfeer voor het eerst in meer dan vijftig jaar huwelijk met Bill nu toch anders dan anders zijn geweest.
Inmiddels weten we allemaal dat de voormalig acteur/komiek en echtgenoot van Camille Cosby door ongeveer vijftig vrouwen is aangeklaagd voor seksueel misbruik. De ideale vader uit “The Cosby Show” zou de vrouwen hebben gedrogeerd, aangerand en verkracht.
 

Verjaring

Wat er precies is gebeurd met deze vijftig vrouwen zullen we door een van de domste bedenkels in de geschiedenis van de rechtspraak echter nooit weten. Wie mij één goed argument weet te geven voor het bestaansrecht van het absurde verschijnsel “verjaring” kan ik nu alvast vertellen dat hij ongelijk heeft. Zoals ik al eerder in een column terecht stelde, moet een deugdelijke bewijsvoering het uitgangspunt van elke rechtszaak en eventuele veroordeling zijn en niet de (on)waarschijnlijkheid of die bewijsvoering kan worden gerealiseerd (zie column 10).
Helaas voor Bill was er nog één verkrachtingszaak uit 2004 die “pas” afgelopen 2 januari 2016 verjaarde, waardoor het openbaar ministerie nog net op het nippertje in de laatste week van 2015 een officiële aanklacht tegen de acteur wist in te dienen. Komende week zal Bill Cosby hiervoor alsnog voor het gerecht moeten verschijnen.
 

De mate van waarschijnlijkheid

Natuurlijk valt er een hoop te zeggen voor het uitgangspunt dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen. Aan de andere kant ontkom je zeker hier - met dank aan de onnozele verjaring - er niet aan om te kijken naar de mate van waarschijnlijkheid. Hoe waarschijnlijk is het dat vijftig vrouwen zich melden met een compleet uit hun duim gezogen verhaal dat Bill Cosby hen zou hebben gedrogeerd, aangerand en verkracht?
Natuurlijk: theoretisch kan dit. Net als dat het theoretisch had gekund dat alle voormalige ploegmaten van Lance Armstrong hun dopinggebruik en dat van hun kopman van A tot Z hadden verzonnen. Maar of het ook waarschijnlijk is, is een heel ander verhaal.
Al wil ik hierbij nog wel benadrukken dat ik de mogelijkheid niet uitsluit dat er onder de vijftig vrouwen ook geldbeluste dames zullen zitten die hopen mee te kunnen liften op het “succes” van de échte slachtoffers.
 

De klassieke Stand-by-Your-Man vrouw

Er voor het gemak even van uitgaande dat de meeste van de vijftig vrouwen daadwerkelijk “gewoon” door Bill Cosby zijn gedrogeerd, aangerand en/of verkracht en we dus met een echte serieverkrachter te maken hebben, vind ik hem gek genoeg niet eens het meest interessant. Veel fascinerender vind ik de rol die zijn vrouw Camille inneemt in deze zaak.  
Tot nu toe (al zijn er inmiddels geruchten dat het huwelijk op springen staat) lijkt Camille zich te profileren als de klassieke All-American “Stand by Your Man”-vrouw door voor honderd procent achter Bill te blijven staan.

Yeah, that’s the spirit woman: je man wordt door vijftig vrouwen beschuldigd van drogering, aanranding en verkrachting, maar jij laat je niet uit het veld slaan. Simpelweg omdat je van hem houdt, blijf je hem door dik en dun steunen. Dat is nog eens ware liefde. Je trouwt niet voor niets in voor- en tegenspoed zullen we maar zeggen.
Vreemd aan het geheel is echter dat Camille allesbehalve bekend schijnt te staan als een - excusez le mot - slaafse vrouw die nederig en onderdanig haar man achterna loopt. Als hoogopgeleide vrouw en directe afstammeling van de moeder van Abraham Lincoln is Camille in de rol van manager voor een niet onbelangrijk deel medeverantwoordelijk geweest voor het grote succes van haar man. Waarbij steeds opviel dat zij veel harder en gehaaider was dan manlief Bill.
 

Afweermechanisme

Maar hard of niet, wat mij altijd blijft verbazen bij dit soort vrouwen is dat als het op de liefde aankomt ze opeens blinde softies (willen) zijn. Ondanks dat ik hoop ervan uit te mogen gaan dat Camille nooit heeft afgeweten van de verkrachtingspraktijken van haar man, moet zij in elk geval wel op de hoogte zijn geweest van het feit dat haar man regelmatig achter de vrouwen aan zat, aangezien dat algemeen bekend was.
Dit afweermechanisme waarbij de realiteit te pijnlijk is om te accepteren en daarom maar wordt onderdrukt en ontkend, is een fascinerend psychologisch verschijnsel. Ergste voorbeelden van dit soort afschuwelijk gedrag vind ik moeders van kinderen die jarenlang door de vader seksueel zijn misbruikt en die maar bleven volhouden dat zij nergens vanaf wisten. Meest lugubere verhaal is natuurlijk dat van Rosemarie Fritzl, moeder van zeven kinderen en de vrouw van de beruchte Oostenrijker Josef Fritzl.
 

Josef Fritzl

Josef Fritzl bouwt op een dag een grote kelder/woonruimte onder zijn huis, sluit zijn achttienjarige dochter Elisabeth er 24 jaar (!) lang in op, misbruikt haar er seksueel wanneer het hem uitkomt, verwekt bij zijn dochter zeven (klein) kinderen waarvan één zoon bij de geboorte overlijdt, twee zoons en een dochter beneden in de kelder blijven en twee dochters en een zoon in het gezin boven worden opgenomen. Om het verhaal geloofwaardig (?) te maken, verzint Josef dat Elisabeth zich bij een sekte heeft aangesloten en dat zij haar drie kinderen voor haar ouders huis te vondeling heeft gelegd. Door briefjes die hij Elisabeth heeft laten schrijven, weet hij zijn verhaal te onderbouwen.
En Rosemarie? Tja, die wist natuurlijk helemaal niets van al die ellende die 24 jaar lang een paar meter onder haar voeten had plaatsgevonden. Dat haar man na tien jaar huwelijk al eens een jaar in de gevangenis had moeten doorbrengen, omdat hij was veroordeeld voor verkrachting van een jonge vrouw was voor haar blijkbaar ook geen reden geweest om aan hem te twijfelen laat staan van hem te scheiden (wat ik persoonlijk zou doen).
Geloofwaardig of niet? Ik ben overtuigd van het laatste. En als ik gelijk heb, zou je je bij wijze van spreken nog kunnen gaan afvragen wie erger is: het monster Josef Fritzl of zijn vrouw die om wat voor reden dan ook zijn daden oogluikend toestond. 
 

Een hekel aan ontkenningsgedrag

Waar Rosemarie nog het excuus heeft een simpele vrouw te zijn, geldt dit echter niet voor Camille Cosby. Maar ik herhaal dat ik er gif op durf in te nemen dat de dames als grote overeenkomst hebben dat zij beiden drommels goed hebben geweten dat er - heel zachtjes gezegd - iets niet helemaal klopte aan hun man. En dan mag je je zoals Camille wel naar de buitenwereld toe profileren als een sterke vrouw, maar dan ben je dat natuurlijk allerminst.
Ik heb een gruwelijke hekel aan ontkenningsgedrag. De realiteit onder ogen komen, accepteren en de consequenties ervan aanvaarden beschouw ik als een teken van kracht. Mijn kinderen zijn gewaarschuwd: mochten ze later “besluiten” om serieverkrachter of crimineel te worden dan zal ik ze zeker blijven steunen. Maar dan vooral in het proces van het accepteren van de consequenties van hun gedrag. Precies wat Camille ook zou moeten doen.

Face the truth woman!








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Bill Cosby (zo te zien in betere tijden...)
 

donderdag 24 december 2015

220. De kracht van suggestie kan een mens maken én breken (2/2)

Privé - Placebo-/Novebo-effect - Filosofie








Placebo-effectgedachte

Ik weet nog precies het moment waarop ik een persoonlijke ervaring had met het placebo-effect. Dat was ruim tien jaar geleden tijdens het laatste jaar van mijn huwelijk, waarin zowel mijn vrouw als ik niet bepaald lekker in ons vel zaten.
De psychologe die ik toen af en toe zag, sprak haar vermoeden uit dat ik in een depressie zat. Ondanks dat ik het woord uiteraard kende, was ik niet op de hoogte van de precieze definitie ervan en had ik mede daardoor het begrip nooit met mezelf in verband gebracht. Na invullen van een vragenlijst werd echter al snel duidelijk dat mijn psychologe een punt had.
Onder het mom van “Baat het niet dan schaadt het niet” begon ik vervolgens voor het eerst antidepressiva te slikken. Niet lang daarna betrapte ik mezelf op een placebo-effectgedachte toen ik mijn vrouw een keer spontaan in de keuken zoende. Iets wat ik zeker in dat stadium van ons huwelijk nooit deed, simpelweg omdat ik die behoefte niet voelde. 
Meteen nadat ik haar gezoend had, vroeg ik me af waarom ik dit eigenlijk had gedaan. Was dat omdat ik sinds kort antidepressiva slikte en ze dus blijkbaar werkten, of was dat gewoon omdat ik antidepressiva slikte en ik dus geacht werd om mij beter te voelen en dit soort leuke, spontane acties uit te voeren?
Diep in mijn hart wist ik het antwoord op deze vraag al meteen: voilá, het placebo-effect!
 

Het nocebo-effect

Er bestaat trouwens ook een minder bekende tegenhanger van het placebo-effect: het nocebo-effect. Net als “placebo” komt het woord “nocebo” uit het Latijn en betekent “Ik zal schaden”. Daar waar het bij het placebo-effect gaat om een positief verwachtingspatroon, draait het bij het nocebo-effect juist om de negatieve variant.
Ooit zag ik op, ik vermoed, National Geographic een programma over bijgeloof. Er werd een waargebeurd verhaal verteld over een man die in een paar dagen tijd opeens doodziek was geworden, terwijl de doktoren met hun handen in het haar zaten omdat ze geen enkele oorzaak voor zijn gezondheidstoestand konden vinden. Het enige wat ze zagen, was dat als er niets zou veranderen de man zou sterven.
De vrouw van de man vertelde hierop aan een van de doktoren wat de werkelijke oorzaak was. Haar man had een paar dagen daarvoor op een begraafplaats een vervelende ontmoeting gehad met de plaatselijke witch-doctor. Deze toverdokter had tijdens een voodoo-achtig ritueel een vloek over de man uitgeroepen, waarbij hij een mysterieus poeder uit een flesje over de man had heen gegooid. De man kreeg hierop medegedeeld dat hij snel zou doodgaan en dat niemand daar iets tegen kon doen. En jawel, na deze ontmoeting werd de man daadwerkelijk doodziek.
De dokter die dit verhaal aanhoorde, bedacht hierop een plan. De volgende dag kwam hij bij de zieke man langs en vertelde hem dat hij de witch-doctor had gesproken. Hij had de toverdokter gedwongen om te vertellen wat voor soort poeder hij had gebruikt. Het bleek te gaan om een poeder dat hagedisseneitjes bevatte die vervolgens in de maag van de man waren uitgekomen. Eén hagedis had dit overleefd door de overige eitjes te verorberen en die was nu begonnen aan het van binnenuit opeten van het lichaam van de man.
Gelukkig had de dokter een oplossing gevonden: hij hield een kort ritueel waarbij hij de man een injectie gaf. Hierop moest de man overgeven, wat hij deed in een emmer die de dokter hem overhandigde. En kijk, tussen al het braaksel bevond zich een grote levende hagedis in de emmer.
De dokter vertelde de man dat de vloek hiermee was opgeheven. De man was blij en opgelucht en knapte vanaf dat moment zienderogen op.
 

Moraal van het verhaal

Natuurlijk was het verhaal van de dokter verzonnen. Hij had helemaal geen witch-doctor gesproken en de hagedis had hij zelf in de emmer gestopt. Maar dat maakte allemaal niet uit. Het werkte, en daar was het allemaal om te doen geweest. 
Moraal van het verhaal: de kracht van de suggestie kan zo sterk zijn dat hij een mens kan maken (placebo) én breken (nocebo).
Verhalen waar het door het nocebo-effect slechter afliep met de patiënt zijn er overigens ook: bijvoorbeeld over een man die te horen kreeg dat hij door uitgezaaide leverkanker nog maar een paar maanden te leven had. En inderdaad stierf de man binnen dat tijdsbestek. Tijdens de autopsie bleek echter dat de artsen zich hadden vergist. De tumor was klein en niet uitgezaaid. De man was niet gestorven aan kanker, maar aan het geloof dat hij door kanker zou sterven.
 

Filosofische discussies

Wie met elkaar gaat praten over de fascinerende verschijnselen van het placebo- en nocebo-effect loopt kans snel te verzanden in filosofische discussies over het wel of niet bestaan van een scheiding tussen lichaam en geest/ziel: dualisme versus monisme.
Daar waar dé filosoof van het dualisme de Fransman René Descartes (1596-1650) als standpunt had dat mensen zijn samengesteld uit twee substanties - materie (res extensa) en geest (res cogitans) - die op een geheimzinnige, onbekende manier invloed op elkaar kunnen uitoefenen, denk ik er heel anders over.
Van alle monistische tegengeluiden tegen het dualisme spreekt mij het fysicalisme of materialisme misschien nog wel het meest aan: de werkelijkheid kan uitsluitend met fysische eigenschappen beschreven worden. Anders gezegd: alles wat is, bestaat uit materie; het “zijn” gaat vooraf aan het “denken” etc. Waarmee het fysicalisme zich lijnrecht plaatst tegenover de filosofische stroming van het idealisme, waarin niet materie maar juist al het geestelijke het enige uitgangspunt is van waaruit iets over de werkelijkheid kan worden gezegd.
Met mijn geloof in het fysicalisme gaat mijn interesse vanzelfsprekend ook uit naar de filosofische vraag binnen het reductionisme, namelijk of je alles wat er mentaal omgaat in de mens kunt reduceren tot louter fysische, biologische eigenschappen. Waarbij ik dus neig naar een bevestigend antwoord.
 

Teren op het placebo-effect

Vele columns kun je vullen met filosofische vraagstukken rondom het wel of niet bestaan van een scheiding tussen lichaam en geest. Feit is in elk geval dat het placebo-effect bestaat, dat het waarschijnlijk nog groter is dan wij denken en dat het allemaal voortkomt uit een ingewikkeld proces in ons lichaam waarbij onze verwachtingen dat iets positief zal werken op zich al voldoende kunnen zijn om positieve effecten teweeg te brengen.
Met dit besef vraag ik me wel eens af hoeveel geneeskundige methoden en medicijnen er op deze wereld circuleren die in feite volledig op het placebo-effect teren. Ik kan me namelijk goed voorstellen dat er- zeker in een verder verleden - diverse geneeskundige middelen en methoden zijn uitgevonden die vervolgens met succes werden getest en ingevoerd waarbij men echter met één klein detail geen rekening hield. Namelijk met de mogelijkheid dat de gezondheidssituatie van de patiënten niet verbeterde door de middelen en methoden zelf, maar enkel en alleen door de verwachtingen van de patiënten dát ze zouden helpen. Ik vermoed dat als ooit hierover de exacte waarheid naar boven komt we er enorm van zullen schrikken.
Aan de ene kant kun je stellen dat dat toch niets uitmaakt zo lang als het allemaal maar werkt. Maar aan de andere kant moet je dan ook accepteren dat het placebo-effect onze economie onnodig veel geld kost. We praten dan over miljarden die elders veel nuttiger zouden kunnen worden besteed.
 
Sinds kort slik ik weer nieuwe antidepressiva. Maar zeker na het schrijven van deze columns vraag ik me opnieuw sterk af of ze wel zullen helpen. Ik weet dus dat antidepressiva op zich niets doen, maar ik weet ook dat als ik erin zou geloven ze waarschijnlijk wel zullen werken. Hoe moet je in godsnaam in iets geloven waarvan je weet dat het eigenlijk nergens op slaat? Mmm, lastig hoor. Ik vraag me trouwens af hoeveel gelovigen er dagelijks met dezelfde vraag worstelen.
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Focus (NTR): Het Placebo-effect

zaterdag 19 december 2015

219. Wat kost de wereld meer geld: geloof of de waarheid? (1/2)

Actualiteit - Placebo-/Novebo-effect - Waarheid

 






Paracetamol versus placebo

Een klein onderzoekje in Nieuw-Zeeland toont aan dat bij mensen met griep paracetamol even goed werkt als een placebo. Dit sluit aan op een uitzending die ik onlangs zag van het wetenschappelijk NTR-programma Focus over het placebo-effect (placebo komt uit het Latijn en betekent “Ik zal behagen”).
Dit fenomeen waarbij placebo’s of neppillen aan patiënten worden gegeven die vervolgens gewoon even goed als echte medicijnen blijken te werken, heeft mij altijd gefascineerd.
 

Placebo-effect sterker dan gedacht

In de uitzending van Focus wordt duidelijk gemaakt dat het placebo-effect nog een stuk sterker is dan gedacht. Zo hebben experimenten aangetoond dat als mensen zonder het te weten een placebo krijgen het daarna niet alleen beter met ze gaat, omdat ze mentaal denken dat het na inname van dit “medicijn” wel beter zal gaan, maar ook omdat de placebo daadwerkelijk fysiek een verandering in het lichaam teweegbrengt.
Dan ziet men bijvoorbeeld aan hersenscans dat er na inname van een placebo in de hersenen stofjes ter pijnverlichting zijn aangemaakt zoals dat ook gebeurt bij inname van echte medicijnen.
Natuurlijk zijn er grenzen aan het placebo-effect en kunnen placebo’s geen gebroken benen of kanker genezen. Maar dat we het effect nog steeds onderschatten, wordt steeds duidelijker.
Zelfs als je tegen een patiënt zegt dat hij een placebo krijgt, heeft het vaak een positief effect. In de uitzending zien we een patiënte die ervan op de hoogte was dat ze als experiment placebo’s tegen haar hevige rugpijn kreeg. Ondanks haar eigen scepsis en verbazing bleek ze er enorm van op te knappen. Toen het experiment echter stopte, gebeurde wat je al kunt raden: de rugpijn keerde even snel terug als dat die eerder was verdwenen. Omdat de doktoren haar geen placebo’s meer mochten geven, deed ze vervolgens nog vergeefse pogingen om bij apotheken placebo’s aan te schaffen.
Neem dan een pepermuntje en beeld je in dat het een medicijn is, denk je dan, maar zo werkt het niet. O
m placebo’s te laten werken, moet je het wel serieus aanpakken. Zo werken grote placebo’s beter dan kleine, twee placebo’s beter dan één, duurdere beter dan goedkopere en rode placebo’s beter tegen pijn en blauwe beter tegen angst.
 

Antidepressiva

Wat jammer toch dat ik met mijn aanleg voor en last van existentieel-achtige depressies niet alleen aardig op de hoogte ben van het placebo-effect, maar bovendien veel rationeler in elkaar steek dan een gemiddeld mens. Waar rationaliteit normaal gesproken mijn kracht is, werkt het in dit geval duidelijk tegen me.
Jarenlang heb ik met tussenpozen diverse antidepressiva gebruikt, maar ik kan niet zeggen dat ik veel verschil merkte. Geen wonder als je bedenkt dat ik naast mijn al aanwezige kennis over het placebo-effect ook op de hoogte ben van een onderzoek uit 2008 dat aantoonde dat placebo’s bij ”gemiddeld” (niet zwaar) depressieve personen ongeveer even goed werkten als echte antidepressiva. Alleen voor zwaar depressieve mensen bleken antidepressiva iets zinvoller te zijn dan placebo’s.
Ervan uitgaande dat dit klopt, hoef je geen wiskundig genie te zijn om hieruit op te maken dat de in antidepressiva aanwezige stofjes voor gemiddeld depressieve mensen dus blijkbaar niets doen. Een eenvoudige rekensommetje leert tenslotte dat anders de groep mensen die tijdens het onderzoek de echte antidepressiva kreeg beter zou hebben moeten scoren dan de placebogroep.
Eindconclusie: geef mensen met gemiddelde depressies neppillen óf antidepressiva (dat maakt niet uit), zeg dat het een antidepressivum is en het werkt bij beide varianten in dezelfde mate. Wat in de praktijk neerkomt op ongeveer vijftig procent (of andersom geredeneerd: bij ongeveer vijftig procent werken antidepressiva dus sowieso niet). Allemaal simpelweg omdat voor deze mensen de illusie sterker werkt dan de waarheid.
 

Filosoof Friedrich Nietzsche en Der Wille zur Macht

Om even een filosofische zijsprong te nemen: dat soms de illusie sterker is dan de waarheid doet mij denken aan de deugdethiek van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) waarin centraal staat dat de waarheid en de illusie deugdelijk zijn als ze je sterker maken en ondeugdelijk zijn als ze je verzwakken. Een bekende uitspraak van Nietzsche hierbij is: “Waar de illusie sterker is dan de waarheid - kies dan voor de illusie.”
Het betreft hier standpunten die je weer kunt beschouwen als onderdeel van de rode draad door Nietzches filosofie: de wil tot macht.
De theorie rondom “Der Wille zur Macht” draait om Nietzsches overtuiging dat het leven in het universum gedicteerd wordt door de wil tot macht. Degenen met de sterkste wil tot macht, door Nietzsche übermenschen genoemd, zetten zich met hun nieuwe moraal af tegen de heersende slavenmoraal waarbij nederigheid, medelijden en vergeving de centrale deugden waren.
Dat Friedrich Nietzche met deze op het het recht van de sterkste gestoelde theorie decennia later bijzonder populair zou worden onder hooggeplaatste nazi's/fascisten mag geen verrassing worden genoemd. Zo beschouwde Adolf Hitler Nietzsche als zijn favoriete filosoof. 
 

Goedkope placebo's 

Nog een kleine kanttekening bij mijn opmerking “dat maakt niet uit” bij de hierboven genoemde eindconclusie: kijkend naar het geld maakt dat natuurlijk wél heel veel uit. Als je alle in Nederland voorgeschreven antidepressiva zou vervangen door goedkope placebo’s zou dat jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s schelen.
Wat bij mij een boeiende, filosofische en zelfs beetje retorische vraag oproept. Wat kost de wereld eigenlijk meer geld: geloof of (de) waarheid? Een fascinerende vraag om over na te denken.

Meteen hierna volgt deel 2. 
 






Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Focus (NTR): Het Placebo-effect
 

zaterdag 5 december 2015

218. Zonder waarheidsvinding geen rechtvaardigheid

Actualiteit - Zelfmoord - Rechtspraak - Waarheid 

 





Dexter

De afgelopen maanden heb ik de serie Dexter gezien (zie ook column 213). De serie gaat over Dexter Morgan die als forensisch bloedexpert bij de politie van Miami werkt om moorden op te lossen, maar die in zijn vrije tijd als seriemoordenaar zelf vrij rondlopende moordenaars ombrengt die door de mazen van het politienet zijn gekropen.
Dexter is uitmuntend in zijn werk, wat ook meteen verklaart waarom hij als seriemoordenaar zo succesvol kan zijn. Dexter hoeft maar op een plaats delict te komen, het levenloze lichaam en de bloedsporen te zien (en uiteraard te fotograferen) en hij weet precies hoe de moord is gepleegd. En als het even meezit - doordat de moordenaar in de politiedatabase staat - weet men door het gevonden DNA daarna ook snel wie het gedaan heeft.
 

Dascha Graafsma

Ondanks dat ik natuurlijk goed besef dat televisie geen werkelijkheid is, betrapte ik mezelf tijdens het kijken van Dexter toch op de gedachte dat het in het echt met alle huidige technische middelen en DNA-sporen ook wel in grote lijnen zo zal gaan.
Wellicht dat het in het gewelddadige Miami wel zo werkt, maar in Nederland zijn we nog lang niet zover. Dat bleek onlangs toen de zestienjarige Dascha Graafsma in Hilversum na een avond stappen in de vroege ochtend van zaterdag 28 november door aanrijding door een trein tragisch om het leven kwam.
Zelfmoord concludeerde de politie onmiddellijk, wat toevallig (?) voor hen en justitie natuurlijk ook het "beste" zou uitkomen. In zo'n geval kan het dossier tenslotte meteen worden gesloten en hoeft men verder geen onderzoek meer te verrichten.
Maar de vader van Dascha die zijn dochter niet anders kende dan als een blij, vrolijk, "vlinderig" kind geloofde niets van deze conclusie en zocht de media op. Naar het nu uitziet niet onterecht, want inmiddels is uit pathologisch onderzoek gebleken dat er in het lichaam van Dascha behalve alcohol ook twee sporen van drugs zijn gevonden “die je liever niet in je lichaam wilt hebben”. Hierdoor blijft de mogelijkheid open dat niet de drang om niet te willen blijven leven, maar het “gewoon” bewust dan wel onbewust innemen van drugs het drama heeft veroorzaakt.
 

Astrid en Talitha Storm

Wat ik te gek voor woorden vind aan dit verhaal, is dat men het zover laat komen dat een vader van een overleden kind zich genoodzaakt voelt om de media op te gaan zoeken om ervoor te zorgen dat er in elk geval grondig onderzoek wordt verricht. Terwijl het mij niet minder dan vanzelfsprekend lijkt dat dat in dergelijke situaties altijd gebeurt.
Dat dit echter een naïeve gedachte is, maakte Astrid Storm mij duidelijk in het actualiteitenprogramma Pauw van afgelopen dinsdag. Astrid is de moeder van Talitha die in 2013 om het leven kwam toen zij door een trein werd aangereden. Opvallend aan dit verhaal is dat Talitha op het moment van aanrijden roerloos op het spoor lag, maar dat de moeder gewoon te horen kreeg dat haar dochter voor de trein was gesprongen.
Astrid vertelde dat ze tot op de dag van vandaag nog steeds niet weet wat er precies is gebeurd, vooral omdat het onderzoek naar de dood van haar dochter al vanaf de eerste minuut misliep. Zo werd door politie en justitie meteen de conclusie getrokken dat het om zelfdoding zou gaan, terwijl er toch duidelijk een aantal vreemde zaken speelden waaronder dus het bijzondere feit dat Talitha roerloos op het spoor lag op het moment van aanrijden.
 

Doe eerst onderzoek en trek daarna je conclusies!

De onmiddellijke aanname van zelfmoord als oorzaak is de reden dat er verder nooit onderzoek is verricht; noch naar het lichaam van Talitha, noch naar haar kleren, noch naar (eventueel - in geval van een misdrijf - sleep) sporen etc.
Nog een verbijsterend detail aan deze zaak is dat er direct na het drama nooit foto’s zijn gemaakt op en rond het spoor en lichaam. Iets wat ik echt niet kan begrijpen, aangezien ik ervan uitga dat dat een standaardprocedure is in dit soort situaties.
Het meest choquerende aan alles vind ik echter de constatering dat wat in mijn ogen les één zou moeten zijn in het handboek van de politie voor wat betreft de werkwijze in dit soort situaties gewoon niet is gehanteerd: doe eerst onderzoek en trek daarna je conclusies! Hoe moeilijk kan dat zijn?
 

Rol geld

Typerend voor de wereld waarin wij leven is dat ook hier weer geld een belangrijke rol heeft gespeeld: wanneer er een dode valt op het spoor gaat de hoogste prioriteit uit naar het zo snel mogelijk vrijmaken van de rails zodat de treinen weer door kunnen rijden.
Maar juist om deze reden lijkt het mij des te vanzelfsprekender dat voor deze situaties een standaardprocedure zou bestaan die erop uit is om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk gegevens te verzamelen door middel van sporenonderzoek ter plaatse én - essentieel - door het maken van heel veel foto’s die de mogelijkheid openhouden voor onderzoek achteraf.
 

Advocaat Sébas Diekstra en waarheidsvinding

Heel ironisch vond ik te horen dat Sébas Diekstra, de advocaat van Astrid Storm, aangaf dat zijn rol in deze zaak tot op heden was geweest om politie en justitie achter hun broek aan te zitten om ervoor te zorgen dat zij alsnog aan waarheidsvinding gaan doen in plaats van aan tunnelvisie. Ironisch omdat het wel de omgekeerde wereld lijkt: een advocaat die zich bezighoudt met waarheidsvinding (niet zijn taak) en een officier van justitie die dat niet doet (wél zijn taak).
Wat mij voor de zoveelste keer terugbrengt op mijn standpunt dat de rechtspraak niet deugt, omdat daarin waarheidsvinding en rechtvaardigheid altijd centraal zouden moeten staan terwijl dat helaas nog niet gebeurt (lees mijn columns over rechtspraak en advocaten). 
 

Schuldgevoel

Natuurlijk begrijp ik overigens goed dat bij dit soort drama’s altijd het risico aanwezig is wat Peter R. de Vries in de uitzending van Pauw ook benoemde: veel ouders van kinderen die zelfmoord plegen, hebben moeite om zich erbij neer te leggen dat hun kind zelfmoord heeft gepleegd. Hierdoor hebben ze de neiging om zich uit schuldgevoel vast te klampen aan een zaak met als “hoop” dat er als eindconclusie uitkomt dat een misdrijf en niet zelfmoord de oorzaak van de dood van hun kind is.
Mede door dit risico is de mening van de ouders in dit verhaal minder relevant. Wat het meest relevant is, is dat het bij dit soort drama's bij politie en justitie een vanzelfsprekendheid en vaste procedure wordt dat er eerst grondig onderzoek plaatsvindt alvorens er conclusies worden getrokken, waardoor de ware toedracht van wat er werkelijk is gebeurd naar boven komt. 
Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: waarheidsvinding is en blijft de basis van een goede rechtspraak. Zonder waarheidsvinding geen rechtvaardigheid.
 

The Staircase

Wat jammer toch dat de in zijn werk foutloze Dexter in werkelijkheid niet bestaat.
Belangrijke les in het echte leven is dat je altijd en eeuwig kritisch moet blijven, aangezien er op alle niveaus mensen rondlopen die grote fouten maken, zelfs daar waar het om leven en dood draait.
Het doet me denken aan de spannende documentaire "The Staircase" waarin de Amerikaanse schrijver Michael Peterson op een avond zijn vrouw dood onderaan de trap vindt. Hij beweert dat ze van de trap is gevallen, maar hij wordt door de staat aangeklaagd en veroordeeld voor moord.
Omdat de deskundigen van beide partijen gek genoeg hele verschillende meningen hebben over wat de sporen op en rond het lichaam feitelijk aantonen, is en blijft Michael Peterson de enige die weet wat er precies is gebeurd.

Maar Dexter zou het wel weten...
 





Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


woensdag 2 december 2015

217. Kinderporno bestrijden door verspreiden

Actualiteit - Kinderporno - Nature/Nurture - TV/Film/Docu

 





Voorwoord: gemengde gevoelens

Meestal als ik een column schrijf, zoek ik naar achtergrondinformatie om mijn argumenten met feiten te kunnen onderbouwen. Noem mij vreemd, maar voor mij is de beste column een column die doordrenkt lijkt met sterke meningen, maar die bij nader inzien gewoon geheel uit feiten blijkt te bestaan. Bijkomend voordeel van mij verdiepen in een onderwerp is dat ik mijn kennis vergroot, iets wat ik vanuit mijn extreme nieuwsgierigheid graag doe en zelfs kan beschouwen als een soort passie.
Met gemengde gevoelens heb ik het zoeken naar achtergrondinformatie bij het schrijven van deze column over kinderporno echter niet gedaan. Een blunder, waar ik veel van heb geleerd. Ik zal deze fout dan ook nooit meer begaan* (zie reactie helemaal onderaan)
De gemengde gevoelens komen voort uit de tegenstrijdigheid tussen begrip voor mijn keuze om me niet te verdiepen in het onderwerp en onbegrip voor mijn angst en lafheid die hierachter zitten.
Ja, ik kan heel goed begrijpen dat als ik een column wil schrijven over het onderwerp kinderporno, ik grote weerstand voel voor het intikken van het woord “kinderporno” op mijn computer. Afgezien van het feit dat Edward Snowden (zie ook column 89) mij het paranoïde gevoel heeft bezorgd dat je in zo’n geval de rest van je leven bij geheime diensten over de gehele wereld in the picture staat als potentieel kinderpornoliefhebber, wil ik ook gewoon niet weten wat ik dan allemaal zal tegenkomen. Al ga ik er daarbij nog wel voor het gemak van uit dat het allemaal zal "meevallen", aangezien ik mag aannemen dat je eerst nog flink wat hobbels zal moeten nemen alvorens je echte kinderporno op het internet tegenkomt (dat  lijkt me toch vooral iets voor het Dark Web). Of ben ik nu vreselijk naïef?
Hier tegenover staat echter dat ik van mezelf vind dat ik boven de bezwaren tegen het opzoeken van dit onderwerp moet staan, omdat ik het doe voor een goede reden: informatie en kennis verzamelen die mijn meningen in mijn column onderbouwen door het leveren van goede argumenten.
Daarnaast beschouw ik mezelf als iemand die niets met taboes heeft en daar aldus niet aan meedoet. Ik houd van openheid, omdat ik van mening ben dat je daarmee altijd meer zult bereiken en oplossen dan met dingen wegstoppen of ontkennen. Bovendien levert deze instelling de mooiste diepgaande gesprekken op en daar houd ik van.

 

Geavanceerde kunstmatige kinderporno

Aanleiding van mijn column over dit gevoelige onderwerp is de uitzending van Pauw van afgelopen vrijdag waarin twee mannen van de politie vertelden hoe zij onlangs in nauwe samenwerking met een aantal andere landen het grootste kinderpornonetwerk van de wereld wisten op te rollen.
Over dit succes en alles wat er verder aan tafel bij Pauw over werd verteld, heb ik weinig opmerkingen. Maar het schoot mij te binnen dat een tijd terug in DWDD (De Wereld Draait Door) ooit iemand te gast was die een even eenvoudig als - in mijn ogen - briljant plan had op het gebied van de aanpak van kinderporno: kinderporno bestrijden door verspreiden.
Zijn voorstel: laat mensen (pedofielen, pedoseksuelen of andere kinderpornogebruikers* lijkt me, want een gemiddeld persoon zal daar niet snel voor te porren zijn vermoed ik) met behulp van de geavanceerde kunstmatige (naschrift: AI) technieken kinderporno maken en verspreiden. Enthousiast is natuurlijk niet het goede woord, maar ik weet wel dat ik het meteen een geweldig idee vond. Maar ik geloof dat ik een van de weinigen was, want bijster veel bijval kreeg de beste man niet. Wat overigens ook mede veroorzaakt kan zijn door het "kleine" detail dat als men dit plan ooit zou willen gaan uitvoeren eerst nog even de wet moet worden aangepast die verspreiding van kinderporno op welke wijze dan ook (echt dan wel kunstmatig) verbiedt.*
Hoe vreemd dit plan in eerste instantie misschien ook overkomt, ligt het achterliggende doel voor de hand: als je pedofielen, pedoseksuelen of anderen* met de drang naar kinderporno een platform biedt waar geavanceerde (AI) kunstmatige kinderporno te vinden is, worden échte kinderen hopelijk (meer) met rust gelaten en scheelt dat een boel ellende en kinderleed in de wereld. Je mag namelijk hopen dat zoiets voor veel kinderpornoliefhebbers een uitkomst biedt, bijvoorbeeld doordat het resulteert in een enorme vermindering van schaamtegevoelens.

Anders dan gemiddeld

Naar een belangrijke reden waarom dit plan niet goed werd ontvangen, kan ik wel raden en die sluit feilloos aan op mijn vorige twee columns (zie 215 en 216). Gechargeerd gezegd komt het erop neer dat een gemiddeld mens kinderporno (vanzelfsprekend) walgelijk vindt en daarbij meestal ook nog van mening is dat iedere pedofiel, pedoseksueel of andere kinderpornogebruiker* die ernaar kijkt en/of eraan verslaafd is het niet verdient om te leven en dood moet.
Hoe begrijpelijk ik deze gedachtes en emoties ook vind, kijk ik verder dan dat. Om te beginnen moeten we beseffen dat het gewoon niet zo is dat wij allemaal ongeveer hetzelfde zijn, maar dat sommige mensen in hun leven toevallig de onbegrijpelijke keus maken om een pedofiel, pedoseksueel of ander seksueel afwijkend persoon* met een verslaving aan kinderporno te worden.
Om dit fenomeen te begrijpen, zullen we vooral naar de nature-kant (lees: de hersenen) van de betreffende pedofielen, pedoseksuelen en andere kinderpornoliefhebbers* moeten kijken. Net als bij psychopaten of mensen met andere extreme psychische stoornissen of afwijkingen zijn de hersenen van verslaafden aan kinderporno nu eenmaal ook anders dan gemiddeld.
Verder zullen de nurture-omstandigheden van deze kinderpornoverslaafden ook vaak een belangrijke rol spelen, zeker daar waar zij opgroeien in een onveilige omgeving waarin de aanwezige verkeerde seksuele prikkels in plaats van gekanaliseerd en gedempt juist opgewekt, aangemoedigd, opgedwongen en/of versterkt worden.

Druppels op een gloeiende plaat

Wie denkt dat je kinderporno (liefhebbers) kunt verbannen uit deze wereld, moet ik teleurstellen: dat zal nooit gebeuren. Net als dat je het kwaad in het algemeen nooit zult kunnen uitroeien. Dus blijft er maar één mogelijkheid over: accepteren dat het er is en proberen het te kanaliseren en in zo acceptabel mogelijke banen te leiden. 
Eén belangrijke “Zeg nooit nooit”-toevoeging van het type wetenschapper dat ik ben, heb ik nog wel: ik houd er altijd ergens rekening mee dat er ooit in de verre toekomst een dag zal aanbreken waarop de wetenschap zover is dat extreme afwijkingen en stoornissen in de hersenen aangepakt kunnen worden waardoor ze niet meer voorkomen. De tijd zal het leren. Al zal ik dat niet meer meemaken.
Hoe menselijk en begrijpelijk ik het walgen van kinderporno (liefhebbers), pedofielen, pedoseksuelen en alles daar omheen - inclusief het bestrijden door verspreiden - ook vind, lost het blindstaren op die walging an sich natuurlijk niets op. Om iets positiefs te veranderen aan de situatie zul je toch als eerste het probleem moeten erkennen. Waarna het bij de volgende stap verstandig is om behalve aan handhavingsmaatregelen ook aan mogelijke alternatieve, meer preventieve methoden te gaan denken. Want hoe goed en belangrijk ik het werk ook vind van de politiemannen bij Pauw, vrees ik dat dit soort inspanningen slechts druppels zijn op een gloeiende plaat.
Zoals uit de gesprekken bij Pauw helaas al duidelijk werd, neemt kinderporno in deze keiharde wereld de laatste tijd alleen maar enorm toe en dus vrees ik dat daar waar er aan de ene kant een kinderpornonetwerk wordt opgerold er aan de andere kant weer even snel een nieuw, waarschijnlijk groter netwerk zal opduiken.
Het maken en verspreiden van kunstmatige kinderporno (en dit mogelijk maken door een wijziging in de wet*) lijkt mij een stuk geschikter als poging om daadwerkelijk structureel iets aan het probleem te doen. Preventie - wat voor mij hier inhoudt: het zoveel mogelijk voorkomen dat echte kinderen voor kinderporno worden ge-/misbruikt - blijft tenslotte altijd veel beter dan handhaving.

Een column schrijven zonder achtergrondinformatie op te zoeken; het is me gelukt, maar het was zéér onverstandig!* Al besef ik wel dat vanaf het moment van publiceren van deze column mijn naam en het woord “kinderporno” voor eeuwig in één zin te vinden zijn op het internet. Walgelijk, maar wel de realiteit...








Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


* BELANGRIJK: zie interessante en nuttige opmerking/reactie onderaan bij Opmerkingen! 

maandag 30 november 2015

216. Zelfs Adolf Hitler was als baby onschuldig (2/2)

Religie/Geloof - Nature/Nurture - Filosofie

 





Seriemoordenaar of pedofiel

De nature en nurture verschillen tussen mensen op deze aardbol zijn gigantisch. En toch houden wij allemaal - zowel gelovigen als niet-gelovigen - niet op om anderen in meer of mindere mate continu te benaderen en te beoordelen én veroordelen vanuit ons eigen perspectief en referentiekader en vanuit onze eigen nature en nurture omstandigheden. Terwijl als je daar een beetje over doordenkt je al snel kunt concluderen dat dat eigenlijk nergens op slaat.
Laten we eerlijk én confronterend zijn: als ik qua nature en nurture net zo in elkaar had gezeten als een terrorist van de Islamitische Staat (IS) dan was ik zelf toch ook gewoon precies dezelfde persoon als deze terrorist was geweest?
Persoonlijk zie ik ook geen enkele reden om te twijfelen aan mijn overtuiging dat als ik qua nature en nurture hetzelfde had meegekregen als bijvoorbeeld een seriemoordenaar of een pedofiel dat ik dan ook “gewoon” een seriemoordenaar of pedofiel zou zijn geweest.
Waarbij ik overigens meteen wil benadrukken dat ik deze twee niet over één kam wil scheren. Daar waar een pedofiel gewoon onschuldig en ongevaarlijk kan zijn zo lang als hij in de praktijk niets (kwaads) met zijn pedofiele gevoelens doet, geldt dit niet voor een seriemoordenaar. Wie eenmaal het etiket seriemoordenaar krijgt opgepakt, moet zich ernstig zorgen maken aangezien er dan kennelijk al aardig wat kwaads is geschied.
 

Opeens vanuit het niets

Het kan niet zo zijn dat iemand die qua nature en nurture precies op mij lijkt op een punt in zijn leven opeens vanuit het niets besluit de keus te maken om een seriemoordenaar of pedofiel te worden. Daarvoor moet je simpelweg fysiek (genetisch) anders in mekaar zitten en andere nurture omstandigheden hebben gehad.
Ter geruststelling moet ik natuurlijk niet onvermeld laten dat dit mechanisme net zo goed de andere, positieve kant op werkt. Als ik op het gebied van de nature en nurture omstandigheden (aangevuld met dezelfde onmisbare hoeveelheid geluk!) precies hetzelfde had meegekregen als bijvoorbeeld een beroemde wetenschapper, kunstenaar, politicus of acteur dan was ik nu waarschijnlijk ook gewoon een beroemde wetenschapper, kunstenaar, politicus of acteur geweest.
De mens dient te beseffen en erkennen dat het niet zo werkt dat wij allemaal in grote lijnen hetzelfde zijn, maar dat de een om wat voor vage reden dan ook toevallig “kiest” voor een “carrière” als seriemoordenaar en de ander voor een carrière als hulpverlener bij het Rode Kruis.
Wie mijn nature en nurture omstandigheden zou hebben meegekregen, was waarschijnlijk net zo geworden als ik, én vice versa. Want redeneren dat je in dat geval heel anders zou hebben gehandeld dan ik is gedacht vanuit je eigen nature/nurture persoonlijkheid en verliest om die reden onmiddellijk alle geloofwaardigheid. 
 

Determinisme

Vanuit de behoefte aan controle over zijn leven wil de mens het liefst horen dat wie in tegenstelling tot hijzelf hele slechte, kwaadaardige eigenschappen vertoont (zoals die van een moordenaar) gewoon de verkeerde keuzes heeft gemaakt. En dat jij zelf dus hele goede keuzes heb gemaakt waar je trots op mag zijn!
Deze gedachte, dat wij allemaal een keus hebben, is tenslotte veel prettiger dan het angstige idee dat wij wellicht niet of nauwelijks een keus (of controle) hebben of in elk geval veel minder dan wij denken. Waarmee we in feite uitkomen bij het determinisme: de filosofische opvatting dat alle gebeurtenissen, inclusief menselijke keuzes en handelingen, volledig worden bepaald door voorafgaande oorzaken en natuurwetten. Met als gevolg dat niets anders had kunnen gebeuren dan wat er feitelijk gebeurt.
Veel mensen hechten echter meer waarde aan het geruststellende geloof dat wij allemaal als een soort tabula rasa of ongeschreven blad ter wereld komen en dat we vanaf het moment van de geboorte zelf mogen gaan kiezen wie we worden en welke kant we opgaan.
Wisful thinking noem ik dat. Feit is dat al voordat je het eerste levenslicht ziet - en zonder dat je er iets aan kunt doen of veranderen - er biologisch al heel veel voor je bepaald is dat een grote invloed zal gaan hebben op je kansen in het leven: gezondheid, uiterlijk, IQ, EQ, karaktereigenschappen etc.
Vervolgens word je dan ook nog meteen vanaf de geboorte geconfronteerd met allemaal nurture-factoren die jou verder gaan vormen en waar je, zeker tijdens je jeugd, evenmin veel invloed op kunt uitoefenen.
Voordat je goed en wel beseft wat er is gebeurd, hebben nature en nurture jou al in de basis gemaakt tot wie jij bent. En jij maar denken dat je toch echt zelf altijd de touwtjes in handen had.
Nee, dat de stelling dat alle mensen ongeveer hetzelfde zijn en starten vanuit een zelfde soort startpositie onhoudbaar is, lijkt mij duidelijk.
 

Free ticket to hell

Wie met deze conclusie terugkeert naar het onderwerp religie uit het begin van deze column(s) stuit op een aantal interessante vragen zoals deze: hoe bepaal je in godsnaam wie straks in de hemel moet komen en wie in de hel?
Degene die daar over gaat, benijd ik niet. Om hierover een goede beslissing te kunnen nemen, zul je tenslotte met zoveel variabelen rekening moeten houden dat het haast ondoenlijk wordt. Waar de ene persoon qua nature en nurture bijvoorbeeld zeer goed is bedeeld, heeft de ander niet alleen de hersenen van een psychopaat maar is hij ook nog eens opgevoed in een criminele achterbuurt in Colombia. Oei, dat is lastig.
En dan praat ik nog niet eens over de ontelbare andere dilemma’s die aan de hemelpoort moeten spelen: komt een baby die doodgaat per definitie in de hemel? Zo ja: dat is lekker makkelijk. Dan was ik ook graag als baby doodgegaan met als beloning voor eeuwig een plek in de hemel. Zelfs Adolf Hitler was als baby tenslotte gewoon onschuldig. En ik denk dat alle overige misdadigers het met me eens zullen zijn: ook zij waren tenslotte ooit (waarschijnlijk) lieve en onschuldige baby’s. Met als enig verschil dat zij wél de pech hadden om nog een lange tijd door te moeten leven met als risico om alsnog het verkeerde pad op te gaan en aldus een free ticket to hell veilig te stellen...
 

Angst voor de dood

Het is dat ik deze column zelf heb geschreven, anders had ik me er ook door aangevallen hebben kunnen voelen. Wie mijn columns volgt, weet tenslotte dat ik me regelmatig opwind over het (onrechtvaardige) gedrag van bepaalde mensen in deze wereld waarbij ook ik niet ontkom aan (ver)oordelen. En zoals nu uit deze column blijkt, is dat eigenlijk totaal zinloos aangezien ieder mens qua nature en nurture nu eenmaal enorm van elkaar verschilt en je dat beter kunt accepteren dan de illusie te hebben daar iets aan te kunnen veranderen.
Gelukkig ben ik me daar terdege bewust van en heb ik me met mijn columns nooit als doel gesteld om mensen te veranderen. Hoe mooi (en verstandig) het ook zou zijn als een IS-terrorist op een dag mijn columns leest en denkt van verdomd hij heeft een punt, is dat niet bepaald realistisch.
Wat daarentegen misschien wel een beetje realistisch en haalbaar is, is om te proberen om lezers aan het denken te zetten. Dat ze iets lezen en denken van goh dat wist ik niet of zo heb ik het nog nooit bekeken en dat ze er dan dingen over gaan opzoeken en zo. 
Als er heel af en toe iemand is die dit overkomt tijdens het lezen van mijn columns ben ik al blij. Een toename in kennis kan tenslotte invloed hebben op hoe je naar de wereld kijkt en hoe je je naar anderen gedraagt. 
In de eerste plaats ben ik mijn columns gaan schrijven vanuit de behoefte om iets te gaan doen met alles wat er in mijn hoofd omgaat. Zoals voor meer gedesillusioneerde schrijvers geldt, beschouw ik het van me afschrijven en ventileren van al mijn gevoelens en frustraties vooral als een soort van therapie.
Maar in feite is natuurlijk gewoon mijn ego de echte drijfveer achter mijn drang om columns te schrijven. Ik wil dat mijn kinderen ze later me plezier teruglezen en beseffen dat hun vader meer was dan die vader met die mislukte carrière (welke carrière?). Ik wil ergens gewoon herinnerd worden blijkbaar. Ik wil wat volgens de Britse filosoof Alain de Botton elk mens wil: geliefd, gewaardeerd en gerespecteerd worden. 
Wie scherp is, beseft dat als je dit nog eventjes doortrekt, je al snel tot de ware kern komt. Een kern die naar de mening van de Britse schrijver Redmond O'Hanlon tevens de oorzaak is van het ontstaan van alle religies: de angst voor de dood. De angst om vergeten te worden. Iets waar echter niemand zich zorgen om hoeft te maken: dat gebeurt  tenslotte toch. Ja, tenzij je een Mozart, Hitler of Einstein bent natuurlijk...
 
Ach, ik troost me maar met de gedachte dat een ieder die in mijn schoenen had gestaan met mijn nature en nurture achtergrond precies dezelfde gevoelens zou hebben gehad en precies dezelfde column had geschreven. En daarbij dank ik God op mijn blote knieën dat ik niet dezelfde nature en nurture omstandigheden heb meegekregen als die van een seriemoordenaar, pedofiel of terrorist.  
 








Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Afbeelding: Tonko
 

zondag 29 november 2015

215. Het meest wijdverbreide misverstand onder mensen (1/2)

Religie en geloof - Heilige boeken en teksten - Nature en nurture

 




Grootste fout

Deze column zit al een tijd in mijn hoofd en het wordt hoog tijd om ‘m te schrijven, ondanks dat ik ermee tot op zekere hoogte mijn eigen werk als columnist onderuit haal.
Persoonlijk vind ik deze column een hele belangrijke, omdat hij gaat over het misschien wel meest wijdverbreide misverstand dat er onder de mensen op deze wereld leeft. Ik noem het de grootste fout die mensen in hun gedrag en in hun communicatie en omgang met elkaar maken. Een fout waaraan iedereen, incluis mezelf, zich in meer of mindere mate schuldig maakt. Waarbij ik voor mezelf uiteraard hoop op het laatste, aangezien ik in elk geval wel besef dat dit probleem speelt.
 

Simpele terugkerende patronen

Hoe langer ik over de wereld nadenk, hoe meer ik erachter kom dat hoe complex deze aan de ene kant ook is, de wereld aan de andere kant ook vol zit met hele simpele steeds weer terugkerende patronen die het leven een stuk begrijpelijker (?) maken. Wat niet vreemd is, aangezien naar mijn overtuiging in de eenvoud de beste verklaringen voor de werkelijkheid en de waarheid te vinden zijn.
Hier betreft het een patroon dat zo simpel is dat je er haast overheen kijkt: de mens bekijkt en beoordeelt anderen geheel vanuit het eigen referentiekader, waardoor het misverstand ontstaat dat iedereen vergelijkbaar is als hijzelf en alle mensen in de basis hetzelfde zijn.
Dit klinkt misschien niet spectaculair, maar als je erover nadenkt is deze misvatting zo enorm ingeburgerd in onze wereld dat die ons leven in meer of mindere mate bepaalt. Kijk alleen al maar eens naar het kapitalisme dat volledig op dit misverstand is gestoeld (iedereen heeft gelijke kansen om heel rijk te worden) of naar religie en de vijfeneenhalf miljard gelovigen op onze aarde waarvoor hetzelfde geldt (iedereen heeft gelijke kansen om voor goed of kwaad te kiezen).
 

Ander beroemd Goedheiligman

Als voorbeeld neem ik religie, waarbij ik me voor het gemak beperk tot de twee grootste wereldreligies: het christendom en de islam. Een beetje zwart-wit gesteld is de basis van zowel het christendom als van de islam vrij simpel: je hebt als mens in je leven de keuze om je goed of slecht te gedragen. Waarbij “goed” in deze betekenis betekent: “zoals God (of Allah) dat wil”.
Eigenlijk is de essentie van deze religies mooi samengevat in een regel uit een liedje dat gezongen wordt ter ere van een ander beroemd Goedheiligman: “Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.” Vrij vertaald richting beide wereldreligies: “Wie (bij leven) goed is, gaat (na de dood) voor eeuwig naar de hemel; wie 
(bij leven) slecht is, gaat (na de dood) voor eeuwig naar de hel.”
 

Nature en nurture

Dit simpele systeem kan natuurlijk alleen maar goed werken als ieder mens in de basis ongeveer hetzelfde is en vanuit een zelfde soort startpositie vertrekt. Anders zou het tenslotte wel heel oneerlijk zijn. Dat zou hetzelfde zijn als ik in een sprintwedstrijd over honderd meter tegen Usain Bolt vijftig meter voorsprong zou krijgen (en voor alle duidelijkheid: dat win ik op dit moment nog wel, zelfs zonder doping).
Als alle mensen in de basis ongeveer hetzelfde zijn en vanuit een zelfde soort startpunt vertrekken, is iedereen dus ook even vrij in het maken van keuzes tussen goed en kwaad. Kies je voor een leven dat goed is of bewandel je liever het slechte pad?
Wie als gelovige - maar overigens ook als niet-gelovige (helaas zonder enige garantie op een plekje in de hemel, zie column 212) - in deze gelijke omstandigheden ervoor kiest om het goede pad te gaan bewandelen, heeft lijkt mij alle recht van de wereld om zeer verontwaardigd, teleurgesteld of boos te reageren op een ieder die ondanks deze mooie buitenkans toch de kant van het kwaad heeft gekozen.
Wie echter objectief en met kennis van zaken naar deze wereld kijkt, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat mensen helemaal niet in de basis hetzelfde zijn en allesbehalve vanuit een zelfde soort startpositie vertrekken. Natuurlijk kunnen we nu gaan redetwisten over wat de “basis” precies inhoudt, maar we kunnen het er in elk geval wel allemaal over eens zijn dat ieder mens qua nature en nurture totaal van elkaar verschilt. 
 

Egocentrische zelfverrijker

Waar het ene jongetje met een laag IQ opgroeit in de armste favela in Brazilië met een prostituee als moeder en een werkloze, gewelddadige alcoholist als vader, groeit het andere jongetje met een hoog IQ op in een christelijk gezin in Wassenaar waar zijn vader fulltime bankdirecteur is en zijn moeder parttime advocaat.
Wat als consequentie heeft dat het voor het ene jongetje een stuk makkelijker zal zijn om een braaf gelovig en niet-crimineel mannetje te worden dan voor de ander. Al staat daar tegenover dat datzelfde ene jongetje ook weer meer risico loopt om zich te ontwikkelen tot een egocentrische zelfverrijker. En we weten allemaal hoe groot Jezus de kansen inschat voor een rijke om het Koninkrijk Gods binnen te gaan (Marcus 10:25: "Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog ener naald dan een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.”).
Laat ik het zo zeggen: als ik een rijke was die de Bijbel en Jezus serieus neemt, zou ik me ernstig zorgen maken. Maar gelukkig weten de rijken wel beter en beseffen zij als geen ander dat de Bijbel (net als de Koran) hen alle ruimte biedt voor interpretatie. Hierdoor zullen ze zonder probleem in staat zijn om aan deze uitspraak van Jezus zo'n mooie draai te geven dat het iedereen opeens duidelijk wordt dat Jezus hiermee eigenlijk totaal iets anders bedoelde.
Dan blijkt bijvoorbeeld dat Jezus een enorme ironische dude was die juist een hekel aan armen had. Zo lopen er in de Verenigde Staten daadwerkelijk (rijke) dominees rond die de leer verkondigen dat Jezus in feite de eerste echte kapitalist was die mensen aanmoedigde om vooral zo rijk mogelijk te worden.

Dat is het geweldige aan religie: wat je in jouw heilige boek (bijbel, koran etc.) wilt lezen, staat er ook.     
 
Meteen hierna volgt deel twee en slot.






Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Afbeelding: Tonko