zaterdag 29 september 2012

29. Ja-knikkende meelopers

Privé - Familie - Politiek en macht - Populair en geliefd



Frustratiegedrag

Mijn jongste zoon vertelde me dat hij best wel populair is in zijn nieuwe klas op de middelbare school. Ik zei hem dat ik heel blij voor hem was dat hij het daar zo naar zijn zin heeft. Want dat scheelt een slok op een borrel.
Je middelbare schooltijd goed doorkomen is niet onbelangrijk in een mensenleven. Voordat je het weet loop je er trauma’s op voor de rest van je leven. Dan zie je jezelf vijftien jaar later terug in een of ander televisieprogramma waarin mensen die vroeger werden gepest, worden “herenigd” met hun pestkoppen van toen. Pestkoppen die zich meestal maar weinig van het pesten kunnen herinneren en zich vaak van geen kwaad bewust zijn. Jaja, waarschijnlijk omdat ze hetzelfde frustratiegedrag inmiddels botvieren op onschuldige collega’s op hun werk.
 

Tenenkrommende woorden

Ik zal niet meteen beweren dat ik het woord “populair” schaar onder de tenenkrommende woorden. Dus deel drie wordt dit niet (zie columns 6 en 10). Maar het is wel een woord dat bij mij meer negatieve dan positieve associaties oproept.
In mijn ogen klinkt “populair” heel wat populairder dan het naar mijn bescheiden mening zou moeten klinken. Mijn vriend uit column vier gaat nu zeker glimlachen, want noem me koppig of eigenwijs maar de omschrijving van het woord “populair” in de Van Dale klopt niet. Of laat ik het beter zeggen: is niet volledig. “Populair: 1. Bij veel mensen geliefd: populaire muziek 2. Al te joviaal; strevend naar populariteit: populair doen.”
De meeste mensen zullen bij het woord populair denken aan de eerst genoemde omschrijving: wie populair is, is geliefd. Dat mag misschien vaak waar zijn, maar het is minstens zo vaak niet waar.
 

Antisociaal en agressief gedrag

Zo wijzen onderzoeken uit dat populair zijn op de middelbare school iets heel anders betekent dan leuk gevonden worden. Wie populair op de middelbare school is, heeft weliswaar een bepaalde status binnen de groep verworven, maar dat wil nog niet zeggen dat hij ook als leuk wordt ervaren.
Ben je op de basisschool een aardig, behulpzaam en sociaal vaardig kind, dan is de kans aanwezig dat je er populair bent. Populair en geliefd betekenen hier nog hetzelfde.
Op de middelbare school gelden echter andere wetten. Ik zal niet meteen zeggen dat je met dezelfde eigenschappen moet uitkijken dat je er niet wordt gepest. Maar feit is wel dat daar waar je op de basisschool vooral populair wordt door het hebben van positieve eigenschappen, dit op de middelbare school verandert. Andere factoren, zoals bijvoorbeeld het vertonen van antisociaal en agressief gedrag, worden steeds bepalender voor de mate van populariteit.
 

Manipulatief gedrag

Populaire pubers vertonen regelmatig manipulatief gedrag waarbij ze met behulp van een soort verdeel-en-heers tactiek de macht en status verkrijgen die ze willen hebben. Dit soort pubers weten precies hoe ze zich tegen uiteenlopende kinderen moeten gedragen om hun populariteit te vergroten. Waar ze tegen het ene kind bewust heel aardig zullen doen, zullen ze net zo gemakkelijk een ander kind juist weer gaan pesten om op die manier een schare trouwe volgers en ja-knikkende meelopers te vergaren. Dat dit patroon ook bij volwassenen te zien is, lijkt mij een overbodige opmerking. Kijk als voorbeeld maar eens naar populaire (!) populistische (!!) politici of naar enge dictators uit verleden en heden.
Waren Hitler en Stalin populair? Jazeker. Waren zij geliefd? Dat is een heel ander verhaal en wisselt enorm. Zeker als je daarbij onderscheid maakt tussen vriend en vijand. Maar ook als je alleen maar naar de “vrienden” kijkt!
Vooral naarmate hun macht groter werd, is het niet gewaagd te veronderstellen dat Hitler en Stalin behalve populair in hun directe omgeving toch vooral meer gevreesd dan geliefd waren onder alle jaknikkers om ze heen. En terecht! Met een extreem paranoïde populaire leider als Stalin hoefde je maar een klein foutje te maken (en zelfs dat was niet eens nodig) en voordat je het wist was je leven voorbij. Waarna andere doodsbange medewerkers dan druk aan de slag moesten gaan om met terugwerkende kracht jouw leven letterlijk en figuurlijk uit te wissen. Dat deden ze door jouw beeltenis op alle relevante foto’s, en dan vooral die waarop je samen met Stalin te zien was, vakkundig weg te gummen. Mijn God, wat zullen die arme stakkers hebben gebaald dat er nog geen Photoshop bestond.  
 

Toestemming om geliefd te worden

Verhalenverteller als ik ben, heb ik mijn zoon natuurlijk het een en ander over het bovenstaande verteld. Hij weet het nu. Hij krijgt van mij toestemming om geliefd te worden, maar ik sta niet toe dat hij populair wordt.
Voor mijn geruststelling: vorig jaar nog noemde zijn juf op de basisschool mijn zoon geliefd in zijn klas. En dat begrijp ik, want hij heeft gelukkig een te lief karakter om een gemene manipulator te zijn dan wel te worden. Dus ik ga er vooralsnog maar van uit dat ook mijn zoon de vergissing maakte door de termen "geliefd" en "populair" over één kam te scheren.

Ja, ik weet het: ik ben een strenge doch rechtvaardige vader. Ik zal ongetwijfeld zeer populair zijn bij mijn kinderen…


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

zondag 23 september 2012

28. Eventjes bewijzen dat God bestaat

Privé - Filosofie - Religie en geloof - Godsbewijs - Paradox



Filosofiegroep

Een paar jaar geleden heb ik een filosofiegroep opgericht. Vorige week hadden we weer een bijeenkomst. Op het strand van Zandvoort sprak ik met een van de vrouwelijke leden over de mannelijke, christelijke (!) promovendus in ons midden die de week daarop doctor in de Filosofie zou gaan worden. Om die titel definitief te pakken, moet hij alleen nog maar eventjes bewijzen dat God bestaat. Althans dat - het leveren van een godsbewijs - is het centrale onderwerp van zijn proefschrift dat hij moet gaan verdedigen. Een makkie!
Het gesprek op het strand leidde tot een hevige discussie met genoemde vrouw. Zij was van mening dat er een dag zou kunnen komen waarop de mens door de toename van al zijn kennis en techniek daadwerkelijk in staat zou zijn om de oorzaak van ons bestaan te bewijzen. Ik was, en ben, het daar absoluut niet mee eens. 
 

Grootvaderparadox

Er zijn de afgelopen tijd uitvindingen gedaan die vroeger niemand ooit voor mogelijk had gehouden en waarom zou dit dan niet kunnen, lichtte ze haar mening toe. Ik vind die vergelijking niet opgaan. Net als dat elektriciteit en al haar mogelijkheden vroeger moeilijk voorstelbaar waren voor in de toekomst, zijn bijvoorbeeld tijdreizen en onsterfelijk worden dat voor nu ook. En toch acht ik beide in de toekomst niet uitgesloten.
Tijdreizen naar het verleden is waarschijnlijk een ander verhaal gezien de wetenschappelijke problemen die dat met zich meebrengt door de grootvaderparadox: je gaat terug in de tijd en doodt je grootvader voordat die je vader/moeder heeft kunnen verwekken, waardoor jij nooit geboren kan worden, laat staan dat je ooit in een tijdmachine zou kunnen klimmen.
Maar tijdreizen naar de toekomst dan? Ok, daarvoor zal men met hulp van de LHC’s ₁ van de toekomst eerst nog wel de nodige hobbels moeten nemen, maar wie weet. Waarom niet?
Onsterfelijk worden? “Gewoon” een kwestie van een manier vinden waardoor we afkomen van die vervelende (?) limiet aan de celdeling in ons lichaam: de Hayflick-limiet. Als we dan ook meteen voorkomen dat de onsterfelijke cellen kankerachtige cellen worden dan zijn we er. Voilà: onsterfelijkheid is geboren (om nooit meer te sterven)!
 

De eerste veroorzaker

Maar de oorzaak van ons bestaan bewijzen, dat is toch wel even andere koek. Al is het alleen maar omdat je hierbij vroeg of laat ook met een paradox₂ wordt geconfronteerd. Er zal ongetwijfeld een officiëlere naam voor zijn, maar ik noem ‘m hier voor het gemak even de kip-ei paradox: de kip komt uit het ei (“oorzaak” van de kip) net als dat het ei uit de kip komt (“oorzaak” van het ei).
Zelf zeg ik hierover altijd het volgende: het kan nooit zo zijn dat als ik dood ga en ik kom boven en zie dat er inderdaad een hemel is en een God die me staat op te wachten, dat Hij me dan gaat uitleggen hoe alles is ontstaan en dat ik dan vervolgens zeg: “Aha bedankt, nu snap ik het allemaal!” Dat kan nooit.
Niet omdat ik nou zo dom ben. Maar gewoon omdat ons menselijk denkvermogen zijn beperkingen heeft. De mens denkt in oorzaak en gevolg. Alle gevolgen, alles wat is of wat gebeurt, heeft een oorzaak en/of is veroorzaakt. En als je alles logisch gaat door beredeneren en deduceren totdat je bij de laatste oorzaak komt (noem het voor het gemak: de eerste veroorzaker) dan nog ben je er niet, want dan rest nog één “simpele” vraag: hoe is die eerste veroorzaker dan weer veroorzaakt? In feite dezelfde vraag die ik als kind al aan mijn ouders stelde: “Maar wie heeft God dan gemaakt?”
Daar kom je niet uit. Dus moet je op dat punt stoppen. Dat doe je met behulp van een premisse: die eerste (onveroorzaakte!) veroorzaker₃ is er. Punt. Dat nemen we gewoon als waarheid aan. “No questions asked!” Prima. Ik begrijp dat je dat moet doen. Anders kom je er niet uit en blijf je eeuwig hangen in een vicieuze cirkel. Maar hoe logisch deze aanpak ook is, de vraagstelling “Hoe zijn wij ontstaan?” los je er natuurlijk niet mee op. Dat is een illusie.  
 

Geen bewijs maar een argumentatie

Mijn mannelijke én christelijke Filosofiegroep-collega ontkende dit overigens ook niet. In een interview dat Andries Knevel van de EO onlangs met hem afnam over zijn proefschrift, zei hij meteen: “Het is geen bewijs. Het is een argumentatie.” Iets wat ik persoonlijk "nogal" (understatement) een enorme afknapper en anti-climax vind. Dan ga je dus beweren dat je voor iets - en niet zomaar iets maar voor het bestaan van God - een bewijs hebt gevonden, dan word je vervolgens uitgenodigd voor een interview en dan nog voordat de eerste vraag wordt gesteld, vermeld je terloops dat je eigenlijk geen bewijs hebt gevonden maar wel argumenten. Dat vind ik net zoiets als dat ik ga roepen dat ik bewijs heb gevonden voor het bestaan van bigfoot en dat als eenmaal de wereldpers zich heeft verzameld ik heel droogjes zeg: "Nou ja bigfoot, ik bedoel eigenlijk een gigantische gorilla..."    
Maar goed, laat ik echter vooropstellen dat ik het heel goed én noodzakelijk vind dat er mensen zoals hij zijn die dergelijke pogingen ondernemen om zo dicht mogelijk bij “de waarheid” te komen. Zonder deze mensen zouden er tenslotte geen ontwikkelingen in de wetenschap en filosofie zijn. Mij rest dan ook niets anders dan een diepe buiging maken voor deze zwaargewicht in onze filosofiegroep. Bovendien: als er iemand van ons het bewijs voor het bestaan van God zou kunnen vinden dan is hij het wel. 
 

Prachtige illusie

Inmiddels is de promovendus geen promovendus meer, maar een doctor. De verdediging van zijn proefschrift op de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft hij met goed gevolg afgerond. Een prachtige ceremoniële gebeurtenis overigens die mij enerzijds deed denken aan de zeer grappige Laurel en Hardy-film “A Chump at Oxford” (1940) en anderzijds aan een begrafenis. Laat ik het zo zeggen: ik heb begrafenissen meegemaakt die levendiger waren.
Zoals verwacht, werd het bewijs dat God bestaat niet geleverd. De Nobelprijs kon in de kast blijven. Hoe voorspelbaar deze uitkomst ook was, bekroop mij toch een teleurstellend gevoel. Jammer dat deze prachtige illusie (opnieuw) een illusie zou blijven.
Mijn God, wat was ik graag spontaan een overtuigd christen geworden. Met de geruststellende gedachte dat ik straks na mijn dood tot in de eeuwigheid in de hemel zou verblijven met mijn familie, vrienden en partner. Een partner die ik voor mijn dood dan nog wel even snel moet zien te vinden, maar dat terzijde. Jammer dat de haast die ik altijd voel om nog zoveel mogelijk uit mijn leven te halen tot mijn dood onverminderd groot zal blijven. Ook dit proefschrift heeft niets kunnen veranderen aan de wankele status van de zekerheid dat mijn "leven" na mijn dood nog ergens doorgaat.
Eigenlijk geloof ik maar één ding. De Belgische mediapersoonlijkheid Wiet van Broeckhoven verwoordde het ooit prachtig als volgt: “Ik geloof dat er leven is na de dood. Maar ik geloof niet dat ik het nog zal meemaken.” 
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
₁ Large Hadron Collider: de grootste deeltjesversneller van dit moment, gelegen in de buurt van Genève in Zwitserland.
₂ Nog een leuke, misschien wat flauwe paradox over het bestaan van God: Als Hij bestaat, dan is Hij almachtig. Maar dan is Hij in staat een steen te maken die Hij zelf niet kan opheffen. In dat geval bestaat er een steen die Hij niet kan opheffen en dus is Hij niet almachtig. God bestaat daarom niet…
₃ Of je die eerste veroorzaker dan God moet noemen, is overigens een heel ander verhaal. En als je dat dan toch doet, moet je eigenlijk een definitie geven van wat je onder God verstaat. Iets wat mij geen gemakkelijke opgave lijkt.
 
 

donderdag 13 september 2012

27. Stelletje marionetten

Actualiteit - Politiek en macht - Liegen en bedriegen - Jezelf zijn



Geschreven en ongeschreven wetten

Kijkend naar het hele circus rondom de verkiezingen ontkom ik er niet aan dat mijn cynisme weer vrolijk komt bovendrijven. Ik besef maar al te goed dat ik daarin niet alleen sta. Al wil ik wel benadrukken dat het om een heel ander soort cynisme gaat dan waar die typische vervelende notoire klagers zich altijd van bedienen om hun onvrede over de politiek te uiten: “Het maakt toch allemaal niets uit op wie ik stem, het zijn allemaal graaiers” etc.
Mijn cynisme betreft een punt waarvan ik niet zal beweren dat ik er alleen in sta, maar mijn mening wijkt waarschijnlijk wel af van het gemiddelde. Ik heb het over alle geschreven en ongeschreven “wetten” die gelden op het gebied van de persoonlijke presentatie van politici tijdens verkiezingen.
 

Spindoctors en mediatrainers

Vraag een politicus naar een reactie op de negatieve peilingen van zijn partij en je kunt al raden wat voor soort antwoord je krijgt. “Het is maar een peiling, de echte verkiezing komt nog; we zullen zien, er kan nog van alles gebeuren; wacht het debat van vanavond maar af.” etc.
Natuurlijk is er een theoretische kans dat als je in de peilingen op vier zetels staat je op de verkiezingsdag toch nog uitkomt op twintig zetels. Maar dat geldt ook voor de theoretische kans dat op 21 december van dit jaar de wereld inderdaad vergaat.
Dat dit soort antwoorden keer op keer gegeven worden, komt natuurlijk doordat uitvoerig is onderzocht welke tactiek je het best kunt hanteren bij het beantwoorden van kritische vragen. Zonder dat ik precies op de hoogte ben van de belangrijkste regels en adviezen van de spindoctors en mediatrainers rondom politici, kan ik wel raden waar het ongeveer op neerkomt. Blijf altijd positief en optimistisch, straal zelfvertrouwen en kracht uit, laat nooit iets van twijfels merken, vermijd negatieve uitspraken over verlies, teleurstelling enz.
 

Kolder

Toen CDA-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma in een interview met de NRC even eerlijk zijn twijfels uitte over het behalen van een goede verkiezingsuitslag werd hij meteen door zijn spindoctors tot de orde geroepen. Vervolgens liet Buma snel weten dat het kolder was dat hij zich bij een verkiezingsnederlaag zou neerleggen en dat hij juist zeer optimistisch en gemotiveerd was om een goed resultaat te boeken.
Maar het kwaad was al geschied. Het beeld van een lijsttrekker die zijn kwetsbare kant toont, is niet het beeld dat mensen willen zien. De meeste mensen althans. Ik ben daar anders in.
Laat mij sollicitatiegesprekken voeren en ik kies eerder voor die kandidaat die gevraagd naar zijn negatieve kanten eerlijk zegt dat hij een ontzettende chaoot is dan dat ik ga voor de kandidaat die het sociaal wenselijke antwoord geeft dat hij zo perfectionistisch is. Want oh, oh, je zou maar per ongeluk op zo'n vraag écht je negatieve kanten opnoemen. Dat zou nog eens een tactische blunder zijn zeg!
Zet een gladde verkoper in driedelig pak tegenover me die met een grote glimlach alle voordelen van zijn product opsomt en en passant meldt dat hij ‘m zelf ook heeft en hij is volstrekt kansloos. De verkoper die mij daarentegen eerlijk vertelt dat er ook nadelen aan het product kleven, vindt bij mij een ingang.
 

Vooral altijd jezelf blijven

Het grappige is dat ik zeker weet dat ergens in die advieslijstjes van mediatrainers en spindoctors ook het advies zal staan om "vooral altijd jezelf te blijven". Prachtig natuurlijk, maar ook behoorlijk hypocriet en tegenstrijdig met al die andere adviezen.
Het draait er voor de lijsttrekkers tijdens de verkiezingen tenslotte niet zozeer om dat ze zichzelf moeten zijn, als wel dat ze zichzelf op een manier moeten presenteren die het best en meest geloofwaardig overkomt.
Natuurlijk zal elke mediatrainer me nu vertellen dat het om beide gaat: de wijze waarop je jezelf presenteert moet precies aansluiten op wie je écht bent (en wie jij echt bent, is uiteraard alleen maar positief: goed én aardig én eerlijk én integer én geloofwaardig enzovoort, jaja geloof je het zelf?) anders werkt het niet. Maar laten we eerlijk zijn: dat is een illusie. En die illusie wordt met de dag groter in een tijd waarin de (sociale) media steeds belangrijker worden en we ook op het gebied van de verkiezingen meer en meer op de Verenigde Staten beginnen te lijken. Politiek en verkiezingen draaien per definitie natuurlijk al lang om met behulp van manipulatie een zo goed mogelijk imago van jezelf te creëren met als doel steun en stemmen binnen te halen, maar met alle communicatiemiddelen van tegenwoordig wordt het wel steeds erger en erger.
 

Ingestudeerd toneelstukje

Wanneer ik naar de debatten kijk, zie ik geen enkele lijsttrekker waarvan ik denk dat hij zich precies zo presenteert als hij is.
Als ik bijvoorbeeld Jolande Sap van GroenLinks voor de tiende keer optimistisch hoor vertellen dat die voor haar partij zo negatieve peilingen niets zeggen en het alleen maar draait om die ene peiling op 12 september, dan geloof ik haar niet. Wat ik zie, is een vrouw die een ingestudeerd toneelstukje aan het spelen is waar ze zelf niet eens in gelooft. Wat ze zegt, blijkt iets heel anders te zijn dan wat ze uitstraalt en dat werkt, bij mij althans, ergernis op. Maar laat ik voorop stellen dat dit in meer of mindere mate voor elke lijsttrekker geldt. Al vrees ik dat Geert Wilders misschien nog het meest zichzelf is.
 

Nu doen jullie het weer

Vrijwel niets in de huidige debatten wordt aan het toeval overgelaten. Vrijwel alles is tot in het kleinste detail voorbereid: de kleding, het haar, de teksten, de grappen, de timing, de mimiek, de handgebaren etc. Ruimte voor enige spontaniteit is er amper; laat staan voor oprechte uitingen van twijfel of eerlijkheid (!).
Wie van deze stijl van debatteren de overtreffende trap wilt zien, moet straks in november maar eens de heren Obama en Romney observeren tijdens hun debatten om het Amerikaanse presidentschap. Het lijkt bij dit soort verkiezingen steeds meer te gaan om een strijd tussen de wederzijdse spindoctors, waarbij de president en zijn uitdagers zijn verwoorden tot een stelletje marionetten. Eerlijkheid, integriteit, ECHTheid zijn ver, heel ver te zoeken.    
Hopelijk staat er in Nederland op een dag een nieuw soort politicus op die tijdens een debat de lijsttrekkers op niet mis te verstane wijze confronteert met hun steeds weer terugkerende van A tot Z ingestudeerde toneelstukjes: “Nu doen jullie het weer!” Zul je echter zien dat ook dat van tevoren is ingefluisterd door een spindoctor. Moeilijk hoor, jezelf zijn…


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Afbeelding: Tonko
 

woensdag 12 september 2012

26. Jezus, wat een zwaktebod God! (SGP, deel 2/2)

Actualiteit - Politiek en macht - Religie en geloof - Verkrachting



Een prachtige uitspraak

Over de aanleiding van de ophef over de heer Van der Staaij in mijn vorige column (25) wil ik nog wat kwijt. Die aanleiding was de bewering van het Republikeinse congreslid Todd Akin dat zwangerschap door een verkrachting echt zeldzaam is “omdat het vrouwelijk lichaam manieren heeft om ‘dat hele ding’ (?) uit te schakelen.”
Een "prachtige" uitspraak die nadere bestudering verdient. Al is het alleen maar omdat de logica ervan mij volledig ontgaat. Waarbij ik er overigens van uitga dat de streng gelovige Akin met deze bewering bedoelt dat God de drijvende kracht is achter genoemde manieren om “dat ding” uit te schakelen.
 

A peace of cake

Stel,  ik geloof net als Akin heilig in God en ben ervan overtuigd dat Hij het beste met de mens voor heeft, dus ook als het gaat om het lot van verkrachte vrouwen. Eigenlijk vind ik dat het hier al mis gaat, want als je zo begaan bent met de mens waarom sta je dan toe dat verkrachtingen voorkomen denk ik dan? Maar goed, laat ik voor mijn verhaal deze simpele gedachtegang even opzij schuiven. Ik neem als startpunt dat het kwaad, om wat voor reden dan ook, al is geschied. Er zijn diverse vrouwen verkracht en het is aan God om iets aan het leed te doen.
Het minste wat God volgens mij kan doen, is ervoor zorgen dat de vrouwen niet zwanger raken. Voor Hem “a peace of cake” zou ik denken. Het zou mij in elk geval bijzonder tegenvallen als God er slechts in zou slagen om de kans op zwangerschap hier heel klein en “echt zeldzaam" te maken.
Een honderd procent score, dat is: niemand van de verkrachte vrouwen raakt zwanger, lijkt mij toch niet teveel gevraagd van de Almachtige. Maar toch is dat niet wat er volgens Akin gebeurt. God schakelt “dat hele ding” weliswaar vaak uit, maar niet altijd.
 

Niet perfect

Hoe zit dat dan? Moet ik hieruit de conclusie trekken dat God niet perfect is en dat zelfs Hij fouten maakt? Voor mij klinkt dit, in tegenstelling tot voor diepgelovige mensen, overigens heel plausibel aangezien wij toch uit Zijn evenbeeld zijn gemaakt en ons vermogen tot falen Hem dus niet compleet vreemd moet zijn.
Of heeft God misschien andere redenen om niet elke verkrachte vrouw te beschermen tegen, naar ik mag aannemen, een ongewenste zwangerschap? Misschien omdat er vrouwen bijzitten voor wie het kind juist wel, bewust dan wel onbewust, degelijk welkom is? Of misschien omdat sommige vrouwen dit lot, om wat voor vage reden dan ook, hebben verdiend? Of zullen we het er maar simpelweg op houden dat het gewoon de wil van God is? Deze zin doet het altijd goed bij fanatieke gelovigen op een moment dat ze het zelf ook even niet weten en iets recht moet worden gepraat wat zo krom is als een banaan.

Pikant detail

Hoe het ook zij, de bewering van Akin is volgens mij een poging om de suprematie en goedheid van God te benadrukken, maar als je erover nadenkt is dat het allesbehalve. Jezus, wat is dit een giga zwaktebod God! Een beetje God moet dat toch beter kunnen, lijkt me. 
Pikant detail is overigens dat als je je verder in de materie verdiept, je kunt lezen dat de kans op een zwangerschap bij verkrachtingen juist groter is vanwege een aantal factoren. Bijvoorbeeld om de eenvoudige reden dat de meeste verkrachte vrouwen relatief jong en vruchtbaar zijn. Misschien de aanleiding voor de volgende oerdomme opmerking van een (republikeinse) politicus? “Tip voor vrouwen die het niet lukt om zwanger te raken: laat je verkrachten want dat vergroot je kansen.”


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

woensdag 29 augustus 2012

25. Sensatiejournalistiek (SGP deel 1/2)

Actualiteit - Politiek en macht - Religie en geloof - TV/Film/Docu



Ophef

Luisteren de media niet goed of ligt het aan mij? Ik begrijp namelijk niets over de ophef over de SGP-lijsttrekker Kees van der Staaij. Deze man zegt in een interview met Frits Wester voor het RTL televisieprogramma "Wat kiest Nederland?" dat de kans op een zwangerschap na een verkrachting heel klein is.
Nu ben ik geen gynaecoloog, maar ik weet nog wel dat als een man en een vrouw op een willekeurig moment gewenste, onbeschermde seks met elkaar hebben de kans op een zwangerschap heel klein is.
Ik zie niet in waarom deze kans anders zou liggen bij ongewenste seks. Kijkend naar het NOS journaal klopt dat ook. Die kans is ook heel klein, namelijk zeven procent. Samengevat: wat de heer Van der Staaij in het interview zegt, klopt. Het enige, toegegeven, niet helemaal onbelangrijke detail wat hij erbij vergeet te vertellen, is dat die hele kleine kans uiteraard net zo goed geldt voor de situatie bij gewenste, onbeschermde seks.
 

Eén groot misverstand

Vervolgens zie ik de beste man bij Knevel & Van den Brink onder vuur worden genomen op een manier die berust op één groot misverstand. De heren Knevel en Van den Brink blijven er in de uitzending maar op hameren dat de heer Van der Staaij zijn uitspraak moet intrekken over dat de kans dat verkrachte vrouwen zwanger raken “kleiner” is.
Gek genoeg maken ze hierbij de zin niet af, maar ze bedoelen met “kleiner” duidelijk “kleiner dan bij gewenste seks”. Het woord “kleiner” heeft de heer Van der Staaij echter nooit gebruikt. Dat hadden de heren Knevel en Van den Brink ook kunnen weten als ze het interview goed hadden bestudeerd. Wat er letterlijk in het interview van Frits Wester (FW) met Van der Staaij (VDS) is gezegd is het volgende:
 
VDS: (over een zwangerschap na een verkrachting) “… de kans op een zwangerschap is dan weliswaar heel klein…”
FW: “… dat is wat Akin eigenlijk ook zegt. Hij zegt dan is er iets van een mechanisme waardoor je niet zwanger wordt. Gelooft u daar ook in?”
VDS: “Dat is een feit, dat dat maar heel weinig gebeurt. Maar dat neemt niet weg dat het wel degelijk kan gebeuren…”

Eigenlijk geeft Van der Staaij dus geen antwoord op de vraag die hem gesteld wordt over het mechanisme waar Akin vorige week over sprak. Hij herhaalt alleen dat dat (zwanger worden na een verkrachting) heel weinig gebeurt.
Nergens hoor je Van der Staaij iets beweren in de richting van dat dat minder gebeurt dan bij gewenste seks en dat dat te maken heeft met een hogere macht die verkrachte vrouwen extra beschermt tegen ongewenste zwangerschappen. Frits Wester vraagt hier echter niet door. Een gemiste kans, omdat hij zo meer duidelijk had kunnen krijgen over wat Van der Staaij nu precies vindt van het standpunt van Akin.
 

Slechte beurt

Wat Knevel en Van den Brink in hun programma proberen te doen, is de heer Van der Staaij met terugwerkende kracht woorden in de mond leggen die hij helemaal niet heeft gebruikt. Dit riekt een beetje naar sensatiejournalistiek. Want als Van der Staaij hetzelfde zou hebben bedoeld én beweerd als Akin dan zouden wij een Nederlandse Akin hebben gehad en dat zou pas smeuiig nieuws zijn geweest.
Om verblind door sensatielust echter een nieuwtje klakkeloos over te nemen in de vooronderstelling dat het wel duidelijk is wat hij bedoelt zonder de feiten te checken, vind ik kwalijke journalistiek.
Overbodig te zeggen dat het gesprek tijdens Knevel & Van den Brink uitmondde in een warrig, onsamenhangend geheel. Sneu vond ik vooral om te zien hoe Van der Staaij zich (niet) verdedigde. Net als de rest had hij zelf het misverstand niet eens door. Hij zat met zijn hoofd ook helemaal ergens anders. Het enige waar Van der Staaij op gefixeerd was, was het naar voren brengen van het standpunt van zijn partij waar het hem duidelijk allemaal om ging: de SGP is tegen abortus en voor bescherming van het ongeboren kind. Maar dat standpunt kennen we allemaal al lang en is geen nieuws.
Samengevat was het een zeer teleurstellend gesprek: Van der Staaij nam (terecht) zijn niet gezegde woorden niet terug en hij bracht nieuws wat geen nieuws was. Slechte beurt voor de Nederlandse media.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

zaterdag 25 augustus 2012

24. No More BULLSHIT!

Actualiteit - Sport - Doping - Liegen en bedriegen - Hypocrisie

 

Genoeg is genoeg

Wat er al een tijd zat aan te komen, lijkt nu ook daadwerkelijk te gaan gebeuren: Lance Armstrong zal vanwege bewezen dopinggebruik zijn zeven Tour de France overwinningen moeten gaan inleveren.₁ Ik voorspel nu al dat als dat gebeurt je niets van de nummers twee van deze Tours zult horen: Alex Zülle, Jan Ullrich (drie keer), Joseba Beloki, Andreas Klöden en Ivan Basso (zie ook column 3).
Reactie van Armstrong: “Er komt in ieders leven een moment dat je moet zeggen: genoeg is genoeg.” Anders gezegd: hij geeft de jarenlange strijd tegen alle dopingbeschuldigingen aan zijn adres per direct op. 
 

Opvallende reactie

Een opvallende reactie want Armstrong is er de man niet naar om welke strijd dan ook op te geven. Waarom nu dan opeens wel?
Omdat hij zich te moe en machteloos voelt om zich steeds maar weer opnieuw te verdedigen tegen al die jaloerse mensen met al hun valse beschuldigingen? Of gewoon omdat hij, kijkend naar het toenemende aantal bewijzen dat zich tegen hem aan het opstapelen is, inziet dat hij de strijd verloren heeft en geen zin heeft in een openbare rechtszaak waarin de bewijzen tegen hem op tafel worden gelegd?
 

Eén groot complot

Ik zag op de televisie iemand reageren op het besluit van Armstrong om het gevecht niet langer aan te gaan: “Nu zal er altijd twijfel blijven bestaan of Armstrong wel of niet schuldig is.”
Nou die twijfel heb ik in elk geval niet. Op de vraag waar het allemaal om draait, namelijk of Lance Armstrong doping heeft gebruikt, is natuurlijk maar één antwoord goed: ja.
Natuurlijk is er altijd een theoretische mogelijkheid dat hij onschuldig is. Maar voor iedereen met een gezond verstand is dat inderdaad puur theoretisch. Want natuurlijk zou het theoretisch zo kunnen zijn dat al die wielrenners (minstens tien!) die jarenlang bij Armstrong in de ploeg hebben gezeten en die nu, zelfs zwart op wit, beweren dat ze in die tijd daar met z’n allen structureel doping hebben gebruikt, allemaal één voor één gelogen hebben. En dat ze dat alleen maar hebben beweerd, omdat ze om wat voor reden dan ook zo’n enorme hekel aan hun oud-kopman blijken te hebben dat ze er alles voor over hebben om zijn glansvolle carrière naar de vernieling te helpen.
Natuurlijk kan het allemaal één groot complot tegen Armstrong zijn, maar laten we eerlijk zijn: dat lijkt, zachtjes gezegd, niet echt aannemelijk.
 

Niet willen jokken

Waar ik me ook altijd enorm aan erger, is dat steeds terugkerende zinnetje van zich tegen dopingbeschuldigingen verdedigende topsporters: “Ik ben vele malen op doping gecontroleerd en er is nooit iets gevonden.”
Ook Armstrong zegt dit nu opnieuw. Iedereen die ook maar iets afweet van doping, weet dat als je negatief test tijdens een dopingcontrole dat nog niet wil zeggen dat je geen doping hebt gebruikt. Dat ligt allemaal een stuk gecompliceerder.
Ik vind het wel grappig dat veel van die beschuldigde sporters ter verdediging toch altijd dit zinnetje herhalen. Dat wijst erop dat ze liever niet willen jokken. Door de vraag naar hun eventuele dopinggebruik zo te beantwoorden, kunnen ze zich naar zichzelf verantwoorden: ze hebben tenslotte de waarheid verteld.
 

Hypocriet leugenachtig gedraai

Toch wil ik voor alle duidelijkheid vooropstellen dat ik absoluut (nog?) geen Armstrong-hater ben (naschrift: inmiddels wel, want met alle kennis die ik nu over hem heb, kan ik niets anders concluderen dan dat Armstrong een enorme zelfingenomen narcistische kwal met duidelijke psychopathische trekkjes is!). Armstrong was een geweldige wielrenner met een gigantisch sterke wilskracht en mentaliteit.
Wat ik echter wel haat, is dat eeuwige hypocriete leugenachtige gedraai in dat gesloten wielerwereldje waar iedereen (dus ook Armstrong) aan meedoet. Als je op zoek bent naar eerlijkheid en integriteit moet je zeker niet in dit wereldje zijn.  
Armstrong kan in één klap mijn grote held worden (naschrift: is niet gebeurd, integendeel zelfs...). Het enige wat hij daarvoor hoeft te doen, is het volgende te verklaren: “Ok, vanaf nu "No More BULLSHIT!". Ja, ik heb doping gebruikt. Ja, dat doen wij topwielrenners allemaal, want anders kunnen wij de prestaties niet leveren die het publiek en de sponsors van ons verwachten. Maar wij zijn geen misdadigers en dienen dus ook niet zo te worden behandeld. Ik roep hierbij alle wielrenners en ex-wielrenners op om in een petitie te verklaren dat wij allen doping gebruiken dan wel hebben gebruikt en dat de wereld dat nu maar eens en voor altijd moet accepteren.” 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
₁ Het Amerikaanse antidoping-agentschap USADA acht hem schuldig aan dopinggebruik en legt hem een schorsing op voor het leven en schrapt daarbij zijn naam uit alle uitslagen vanaf 1 augustus 1998. Officieel is het allemaal overigens nog niet, want het is niet aan de USADA om te bepalen wie zijn Tour-overwinningen kwijt raakt. Die bevoegdheid ligt nog altijd bij de internationale wielerunie, de Union Cycliste Internationale (UCI).

Foto: Tonko
 

23. Dikke VVD'ers kunnen nooit homo zijn!

Actualiteit - Politiek en macht - TV/Film/Docu - Dieren



Fervent VVD-aanhanger

Donderdag 23 augustus keek ik naar het programma Half 8 Live! van Wakker Nederland (WNL). Lijsttrekker van de Partij voor de Dieren (PvdD) Marianne Thieme was te gast. Ook aangeschoven was de vaste politieke commentator van WNL, Frits Huffnagel.
Ik weet niet hoe zo’n politiek commentator wordt uitgekozen, maar zelf geef ik de voorkeur aan een neutraal iemand die met een zo objectief mogelijke bril de politieke ontwikkelingen volgt.
Frits Huffnagel kan dat niet. Hij is oud-politicus van de VVD en naar ik mag aannemen nog fervent VVD-aanhanger. Zijn uitspraak tijdens de uitzending van “Ik zit hier voor geen enkele partij” kwam in elk geval zeer ongeloofwaardig over. Maar goed, van de rechtse omroep WNL kun je zo’n rechtse commentator natuurlijk verwachten.
 

Plaatsvervangende schaamte

Het gesprek dat volgde tussen Huffnagel en Thieme was te gênant voor woorden. Voor Huffnagel dan. Ik voelde echt plaatsvervangende schaamte bij het aanhoren van die man.
Om te beginnen zat hij erbij alsof zijn vriend het net voor de uitzending had uitgemaakt.
De heer Huffnagel is homoseksueel en nou maakt mij dat uiteraard helemaal niets uit, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik mezelf tijdens de uitzending betrapte op de vreemde en verwerpelijke gedachte: dikke VVD'ers kunnen nooit homo zijn! Alsof VVD'ers geen gewone mensen kunnen zijn en alle homo's links stemmen of zo. Maar goed, ik ken de heer Huffnagel verder niet en wellicht heeft de man altijd zo’n chagrijnige houding.
 

Arrogante verliezer

Ik zie dat Huffnagel momenteel een eigen communicatiebureau heeft. Nu begrijp ik het. Als oud VVD-politicus zal hij vanuit zijn adviesbureau ongetwijfeld communicatie-trainingen geven aan aanstormende politieke talenten. De kans dat deze pure VVD-man daarbij de talenten fragmenten laat zien van het beruchte televisiedebat tijdens de gemeenteraads-verkiezingen van 6 maart 2002 is levensgroot.
Dit debat betekende namelijk het begin van het einde van de politieke carrière van de toenmalige PvdA-lijsttrekker Ad Melkert. Melkert toonde zich in het debat een uitermate slechte, chagrijnige en arrogante verliezer richting de winnaar van de avond: Pim Fortuyn van de LPF. Niet alleen verbaal, maar vooral in de eerste plaats non-verbaal wist hij zich geen raad met zijn houding. Over één ding zijn alle mediatrainers het eens over de rol en het imago van Melkert in dit debat: zo moet het dus niet!
 

God op haar blote knieën danken

Deze uitgemolken fragmenten kent iedereen nu wel moet de ijdele Huffnagel hebben gedacht. Het wordt tijd om mijn eigen filmpje te maken. Huffnagel is hiervoor met vlag en wimpel geslaagd. Met een arrogantie en dédain van heb ik jou daar liet hij geen gelegenheid onbenut om duidelijk te maken wat hij van het nietszeggende Dierenpartijtje van mevrouwtje Thieme vond.
Wat Huffnagel betreft mocht Thieme God op haar blote knieën danken dat ze überhaupt zendtijd kreeg in deze verkiezingstijd. Dat iemand van een echte partij als de VVD hier zijn kostbare tijd zat te verspillen aan een gesprek met een lijsttrekker van zo’n flutpartijtje mocht eigenlijk een wonder heten. 
Mijn complimenten voor Huffnagel voor het maken van zijn nieuwe mediatrainingsfilmpje. Maar toch ook jammer. Jammer dat het hier niet ging om de afgang van een VVD-lijsttrekker in een belangrijk televisiedebat met een lijsttrekker van een aanstormende partij die hoge ogen zou gaan gooien tijdens de komende verkiezingen. Jammer ook voor WNL. Een legendarische Half 8 Live! uitzending hadden ze daar goed kunnen gebruiken voor de kijkcijfers.

Ik wist nog niet wat ik zou gaan stemmen op 12 september. Maar met dank aan mijn vriend Frits weet ik het nu wel: de PvdD.
 
  

Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Afbeelding: Tonko
 

vrijdag 24 augustus 2012

22. Al is de leugen nog zo snel...

Privé - Familie - Liegen en bedriegen - Cynisme


Ergeren aan de slechtheid van de mens

Ik heb een cynische kant. Maar niet op een vervelende manier vind ik zelf. Mijn cynisme zit vaak verweven in mijn humor. Hoe ik aan deze cynische kant kom, begrijp ik heel goed.
Ik ben een denker. Elke keer als ik de wereld om me heen observeer en analyseer en erover doordenk, ontkom ik niet aan steeds weer terugkerende cynische gedachten. Altijd is er wel iets waar ik verdrietig of boos van word. Dan ga ik me ergens aan ergeren. Meestal “gewoon” aan de slechtheid van de mens.
Zo vraag ik me bijvoorbeeld wel eens af hoeveel van de tien mensen echt eerlijk en integer zijn. Als ik drie zeg, vermoed ik dat ik eerder te hoog dan te laag zit.
Natuurlijk draait het hierbij om de vraag welke definitie ik aan de woorden “eerlijk” en “integer” geef. Stel deze vraag aan honderd mensen en je krijgt honderd verschillende antwoorden.
 

Cynisch of kern van waarheid

Ik beantwoord de vraag hier niet, want dat wordt een te lang en ingewikkeld verhaal.
Laat ik het anders zeggen: als je aan mij vraagt welke tien eigenschappen bezit je het liefst, dan staan eerlijkheid en integriteit in mijn antwoord in de top twee. Als je aan mij vraagt welke eigenschappen bezitten mensen met de meeste status, macht en rijkdom niet, dan kom ik tot dezelfde top twee.
Is dat cynisch of zit er een kern van waarheid in? Natuurlijk ben ik ook niet heilig. Als ik bijvoorbeeld zou zeggen dat ik nooit lieg, dan lieg ik prompt. Al denk ik eerlijk (!) gezegd wel dat ik op een test over eerlijkheid en integriteit veel hoger zal scoren dan het gemiddelde.
Maar goed, laten we eerlijk (!!) zijn: niemand op deze wereld is honderd procent eerlijk en integer. Moeder Theresa (misschien niet een heel goed voorbeeld, want ook zij was absoluut geen heilige) zal her en der ook wel eens een leugentje hebben verteld. Al was het alleen maar om eigen bestwil.

Goede les

Zo heb ik afgelopen jaar nog een leugentje verteld wat vervolgens - heel terecht - uitkwam. Mijn zoon meldde me op het allerlaatste moment dat hij de volgende dag een schoolschaaktoernooi bleek te hebben en dus niet samen met mij het ouder-kind tafeltennistoernooi op diezelfde dag kon spelen. Omdat ik geërgerd was dat hij me dit zo laat vertelde en ik het gênant vond om ons zo laat om deze reden af te melden, mailde ik de trainer maar dat mijn zoon ziek was. Waarop hij me terugmailde dat dat jammer was, zeker omdat hij had gehoord dat mijn zoon sowieso niet kon omdat hij met een andere jongen van tafeltennis mee moest doen aan een schoolschaaktoernooi.
Ik heb de man meteen gebeld en hem eerlijk (toen wel!) verteld dat ik gelogen had omdat ik het allemaal zo gênant vond. Ik zei tegen mijn zoon dat dit een goede les was. In de eerste plaats voor mezelf. Omdat ik een hekel aan liegen heb en het desalniettemin toch een keertje deed en meteen zag wat er van kwam. En verder voor mijn kinderen. Die ik vaak genoeg vertel dat je met liegen niets bereikt en wat ik nu ook kon illustreren met een voorbeeld uit eigen “werk”. Al is de leugen nog zo snel…

Liar, Liar

Je hebt ook een film rond het thema liegen: “Liar, Liar” (1997). Zeker geen kwaliteitsfilm, maar wel eentje met een grappig gegeven: een zoontje wenst op zijn verjaardag dat zijn vader, een advocaat en geboren leugenaar (gespeeld door Jim Carrey), stopt met liegen. Wat gebeurt, laat zich raden: de wens komt uit en vervolgens kan zijn vader, hoe hard hij het ook probeert, niet meer liegen.
Moet je je voorstellen: een advocaat die niet kan liegen. Niet voor niets heb ik ooit wel eens over mezelf gezegd dat ik te eerlijk en integer ben om advocaat te kunnen zijn en daar neem ik niets van terug. Als een Bram Moszkowicz zoiets zou overkomen, kan hij binnen een week bij RTL Boulevard twee primeurtjes komen vertellen: a. dat zijn carrière over en uit is en b. dat zijn vriendinnetje hem heeft verlaten. Tja, zie als man maar eens een vriendin te vinden als je én geen werk hebt én niet kunt liegen: veel succes! “Zeg eens eerlijk schat: vind je mijn kont te dik?” “Niet alleen je kont, liefje.”
 

Tranen in mijn ogen

Maar vlak voor het begin van de zomervakantie fladderde mijn cynische kant even het raam uit van de klas van mijn dochter. Mijn dochter van negen had de dag daarvoor een lelijk ongeluk gehad. Ze had haar pols opengehaald aan een puntig hek waarop ze was geklommen. Een typisch geval van een geluk bij een ongeluk want de plastisch chirurg die de flappen weer keurig aan elkaar naaide, constateerde dat er net geen vitale delen waren geraakt.
Ondanks de schrik en de pijn wilde mijn dochter toch de volgende ochtend even haar gezicht op school laten zien. Toen we de klas binnen kwamen, was de juf even weg. De kinderen zagen mijn dochter en deden iets wat ik nooit had verwacht: ze begonnen spontaan te klappen. Met tranen in mijn ogen liep ik weg. Misschien komt het toch wel goed met de mensheid dacht ik…

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

woensdag 22 augustus 2012

21. God bless America!

Actualiteit - Wapenbeleid VS - Moord en doodslag



Flink raak

Zouden journalisten in de Verenigde Staten (VS) het begrip komkommertijd kennen? Met dank aan hun grote hoeveelheid wapens waarschijnlijk niet. Want saai waren de afgelopen zomermaanden er allerminst: het was er weer flink raak. Letterlijk en figuurlijk.
 
“Schat, zou je dat nou wel doen zo’n pistool aanschaffen? Ik vind het maar een eng idee, zo’n wapen in huis.” “Liefje, bedenk maar dat het voor onze eigen veiligheid is.”

Salem, Indiana, 14 juli: “Peuter van drie schiet vader dood.”₁
Aurora, Colorado, 20 juli: “Man schiet in bioscoop tijdens première nieuwe Batman-film twaalf mensen dood.”
Oak Creek, Wisconsin, 6 augustus: “Man richt bloedbad aan in Sikh-tempel: zeven doden.”
College Station, Texas, 13 augustus: “Drie doden bij schietpartij vlakbij Universiteit.”
 

Briljant of oliedom

God bless America! Ja, wellicht doet Hij dat inderdaad. Want dankzij “America” en al haar wapens komen heel wat onschuldige mensen sneller bij Hem dan verwacht.
Het “grappige” met dit soort incidenten is dat ze door zowel voor- als tegenstanders van het wapenbeleid in de VS worden aangegrepen om hun standpunten kracht bij te zetten.
De motivatie van de tegenstanders lijkt mij duidelijk. Iets minder voor de hand liggend is die van de voorstanders: “Als de omstanders (in de bioscoop) nou ook maar een wapen hadden gehad dan was het allemaal een stuk ‘beter’ afgelopen.” Briljant of oliedom?
 

Discussie niet zo eenvoudig

Vreemde lui die Amerikanen. Hoe verwerpelijk ik het wapenbeleid in de VS echter ook vind, toch blijkt de discussie niet zo eenvoudig als je je goed in het onderwerp verdiept. Was het maar zo simpel dat daar waar de meeste wapens (gemakkelijk kunnen) worden gekocht ook de meeste dodelijke slachtoffers vallen én vice versa. Maar deze redenatie blijkt zowel binnen de VS als daarbuiten niet op te gaan.
Zo zijn er binnen de VS steden met een behoorlijk streng wapenbeleid waar meer moorden worden gepleegd dan in andere vergelijkbare steden met een vrij wapenbeleid. Verder zijn er in de wereld genoeg landen met een liberaal wapenbeleid en (dus) veel wapenbezitters die jaarlijks weinig dodelijke slachtoffers₂ door vuurwapens tellen. Ik noem bijvoorbeeld Canada, Zwitserland, Zweden en Noorwegen. Een land waar de heer Breivik overigens nog wel hoogst persoonlijk voor een piek in de statistiek in 2011 heeft gezorgd.
 

Meer wapenbezit = meer veiligheid??? 

Moet ik mijn principes dan maar laten varen en meegaan met de voorstanders van een vrij wapenbeleid? Nee, zo makkelijk ben ik niet over te halen. Er mogen op dit gebied nog veel onduidelijkheden bestaan, maar over één ding/feit kunnen alle voor- en tegenstanders het wel eens zijn: daar waar geen vuurwapens zijn, wordt niemand doodgeschoten.
Ook mogen de voorstanders wel stellig verkondigen dat meer wapenbezit leidt tot meer veiligheid, maar als dat zo zou zijn dan zou de VS tot de veiligste landen ter wereld moeten behoren en dat is bepaald niet zo.
Integendeel zelfs. Kijkend naar het schrikbarend hoog aantal doden per jaar door vuurwapens in de VS (dat in geen enkele verhouding staat tot bijvoorbeeld de cijfers in Canada of Europa) kunnen ook de voorstanders van wapens niet ontkennen dat ze daar op dit gebied een serieus probleem hebben.
 

Angst is een slechte raadgever

Natuurlijk zijn er meer redenen dan het liberale wapenbeleid waarom juist de VS zo slecht scoort op dit gebied.
Ik kan me wat dat betreft helemaal vinden in de theorie waarmee de Amerikaanse filmmaker Michael Moore al in 2002 kwam in zijn documentaire “Bowling for Columbine”. Volgens hem moet de oorzaak van hun gewelddadige maatschappij niet gezocht worden in factoren als een gewelddadige geschiedenis, de grote werkloosheid en armoede, het grote aantal gebroken gezinnen, de gewelddadige videogames etc. Er bestaan namelijk genoeg landen met weinig dodelijke slachtoffers waar deze factoren ook spelen.
De theorie van Moore draait om angst. Vanaf de dag dat ze geboren worden, boezemt de Amerikaanse maatschappij haar burgers vanuit allerlei hoeken (politiek, media) angst in. Angst om een “loser” te worden in plaats van een “winner”, angst voor de Russen, de moslims, de zwarten, de criminelen, de homo’s, de pedofielen etc.
Angst is een slechte raadgever. Zeker in combinatie met wapens belooft dat weinig goeds. Kijkend naar wat ik van de VS zie, hoor en lees, lijkt me de theorie van Moore zeer legitiem.
 
“Eng hoor, die vader die is doodgeschoten door zijn peuterzoon. Had hij nou maar zelf nóg een pistool gehad, dan had hij tenminste dat ventje zijn wapen uit zijn handen kunnen schieten!” Achterlijke cultuur...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.
   

₁ Eerder dit jaar al schoot een elfjarige jongen in Kentucky zijn negenjarig broertje dood. “Geruststelling”voor de VS: het is niet het enige land ter wereld met dit soort vreemde schietincidenten. In april schoot in Saoedie-Arabië een vierjarig jongetje zijn vader een kogel door zijn hoofd met zijn eigen pistool nadat deze geweigerd had een Playstation voor hem te kopen. Moraal van dit verhaal: geef je kinderen alles wat ze willen hebben… of zorg dat je geen wapens in huis hebt (en geef die verwende snotaap een ouderwets pak op z’n broek).
₂ Kanttekening van mij: met dodelijke slachtoffers bedoel ik mensen. Ik vermoed namelijk dat er door de vele gekochte wapens in bijvoorbeeld Canada en Scandinavië wel extra veel doden onder de dieren zijn gevallen...
 
Foto: Tonko
 
 
 
 "Human History of Racism"
Filmpje uit "Bowling For Columbine" (2002)
van Michael Moore 

maandag 16 juli 2012

20. Verwende snotaap

Actualiteit en privé - Familie - Sport - Roem



Geweldig om beroemd te zijn

Net als bijna de helft van alle gestarte Nederlandse wielrenners hield ook Robert Geesink het onlangs in de Tour de France voor gezien. Waardoor de Tour van Geesink net als die van een jaar geleden eindigde in een deceptie. Een glimlach kon ik niet onderdrukken bij het horen van dit nieuws. Maar dat heeft een reden.
Twee jaar geleden begon de Tour in Nederland en werd Geesink knap zesde in het eindklassement. Of vijfde moet ik nu zeggen, want inmiddels is de toenmalige winnaar Contador door dopinggebruik uit de uitslagenlijst geschrapt (zie column 3). En wellicht wordt Geesink op deze manier zelfs ooit - met terugwerkende kracht - Tourwinnaar. Je weet maar nooit. 
Met mijn jongste zoon was ik destijds naar de Tour-proloog in Rotterdam geweest. Na die Tour van 2010 besloot ik met mijn oudste zoon naar het wielercriterium in Stiphout te gaan. Niet dat hij een groot liefhebber van wielrennen is. Zeker niet. Maar hij heeft iets met beroemde mensen. Het lijkt hem geweldig om beroemd te zijn zoals zijn voorbeeld Johnny Depp: “Dan ben je rijk en vindt iedereen je aardig.”

Als je wint, heb je vrienden

Ik zou Tonko (en zijn vader) niet zijn als ik hem niet zou vertellen dat dat niet zo simpel ligt en dat beroemd zijn ook zijn nadelen heeft.  Tenslotte heeft ieder voordeel ook zijn nadelen en is bewonderen sowieso niet mijn ding (zie column 7).
Niets is zo betrekkelijk en vergankelijk als faam en roem: “What goes up, must go down.” Dus vertel ik hem bijvoorbeeld het verhaal van de niet zo snuggere bokser Mike Tyson. Ik vermoed trouwens dat Tyson al niet snugger was voordat hij ging boksen. Wat niet handig is, aangezien de klappen die je incasseert bij boksen je IQ nou ook niet bepaald verhogen. Op het toppunt van zijn carrière had Tyson een enorme vriendenkring waarnaar hij ontzettend gul was. Toen hij echter een paar jaar later aan de grond zat, bleken tot zijn grote verbazing al zijn “vrienden” opeens als sneeuw voor de zon te zijn verdwenen. Hij begreep er helemaal niets van. Over hoe naïef een mens kan zijn... “Als je wint, heb je vrienden” zongen Herman Brood en Henny Vrienten niet voor niets al in 1984.
 

Harry Potter

Ik sla wel eens door in mijn verhalen. Dan vertel ik mijn zoon dat je om beroemd te worden behalve talent en doorzettingsvermogen ook nog geluk nodig hebt. En dat er achter elke Johnny Depp tien andere “Johnny Depps” zitten die het niet gered hebben. Niet omdat ze minder talent en doorzettingsvermogen hadden dan de echte Johnny Depp, maar simpelweg omdat ze net even dat geluk ontbeerden dat nodig was om eruit gepikt te worden.
Zo vermoed ik dat er momenteel ergens in Engeland een onbekend jongetje rondloopt dat tijdens de auditie voor de hoofdrol van de Harry Potter-films de nummer twee was na de uiteindelijke winnaar Daniel Radcliffe. Of hoe klein het verschil tussen onbekend en beroemd soms kan zijn (in euro’s echter - op dit moment - ongeveer veertig miljoen).
 

Anti-climax van hier tot gunter

“Het lijkt wel of je niet wilt dat ik fan ben van Johnny Depp” riep mijn zoon een keer. Hij had gelijk. In mijn enthousiasme sla ik soms door met mijn “levenslessen” en vergeet ik hem gewoon lekker kind te laten zijn.
Toen ik mijn zoon verteld had over Geesink en zijn prestaties wist hij dat dat de "beroemdheid" was waarvan hij een handtekening wilde hebben. Na de wielrenners een aantal uren saai om de kerk te hebben zien fietsen, was het moment eindelijk daar. Mijn zoon stond met pen en papier klaar om voor het eerst van zijn leven een handtekening van een “beroemdheid” te krijgen.
Daar kwam Geesink aan op zijn fiets… daar passeerde hij ons... en daar verdween hij als een fietsende dief in de nacht heel snel uit zicht. Zonder in de remmen te knijpen. Zonder enige aandacht te schenken aan het groepje kinderen dat de hele avond op dit ene moment had gewacht. Een anti-climax van hier tot gunter.
 

Mijn broek zakte af

Mijn zoon kreeg tranen in zijn ogen. Mijn broek zakte af van de arrogantie van deze verwende snotaap. Wat dacht ie wel. Ik weet ongeveer wat een bekende wielrenner vangt per criterium en het minste wat je daarvoor van zo’n geldwolf terug mag verwachten is dat hij zijn jonge fans bedankt met wat aandacht en handtekeningen.
Het heeft ook met (een gebrek aan) inlevingsvermogen te maken. Van iemand als Geesink mag je toch verwachten dat hij zelf als klein jongetje ook wielerhelden had waartegen hij opkeek. Hoe zou hij het hebben gevonden als zijn idool zo deed?  
Ik schrijf nooit klachten naar instanties, maar voor alles is een eerste keer. Op mijn boze mail reageerde de Rabobank met het sturen van een stom PR-pakketje.  Maar het maakt niet uit. Als gerechtigheid bestaat, zal Geesink  het weten. Nooit meer zal hij het niveau van toen halen. Nooit meer komt hij zelfs in de buurt. Altijd zal hij zich blijven afvragen waar het mis is gegaan…
 
Alleen ik weet het. Stiphout, dinsdag 27 juli 2010 rond 22.40. De fout van zijn leven. 

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

zaterdag 7 juli 2012

19. Humor is ook een kwaliteit!

Privé - Familie - Humor - DNA en genen - Filosofie - Werk



Mijn zoon heeft mijn humor

“Met jouw humor kun je cabaretier worden” zei de juf tegen mijn zoon na zijn optreden tijdens de bonte avond van het schoolkamp. Behalve dat ze om hem moest lachen, doelde ze hiermee op het feit dat hij niet lachte om zijn eigen grappen.
Mijn zoon heeft mijn humor zeg ik niet zonder trots. Dat zie ik al jarenlang, maar onlangs trok hij die conclusie zelf ook. “Ik merk dat ik meer jouw humor heb dan die van mama.” Leuk om te horen en niet erg voor mama, want zijn moeder heeft weer andere kwaliteiten. Althans daar ga ik voor het gemak maar even van uit... Over humor gesproken. Nee hoor, dat is iets wat ik sowieso regelmatig benadruk naar mijn kinderen toe. Sommige kwaliteiten hebben ze van mama en andere van mij en de rest (er blijft gelukkig genoeg over) hebben ze van zichzelf.


Ongeschreven blad

Zelf geloof ik erg in de werking van genen. Kijk maar naar een willekeurig kind en zijn ouders en je ziet een heleboel overeenkomsten. Al is dat in de wetenschap zo langzamerhand steeds minder een geloof als wel een feit. De “nature” lijkt het daarin steeds meer te winnen van de “nurture”.
Het is haast onvoorstelbaar te bedenken dat veel mensen in navolging van filosofen als Aristoteles, Thomas van Aquino en John Locke, nog in de jaren zestig dachten dat een kind als een ongeschreven blad ("tabula rasa" = effen, lege plank) op de wereld kwam.
Kijkend naar mijn kinderen wordt mijn “geloof” in genen met de jaren ook steeds sterker. Waar ik vroeger bijvoorbeeld dacht dat mijn oudste zoon vooral op mij leek, zie ik bij hem nu ook steeds meer eigenschappen en kwaliteiten van zijn moeder terug. Wat mede verklaart waarom wij af en toe met elkaar botsen en ik daarbij patronen herken vanuit mijn gestrande huwelijk met zijn moeder/mijn ex. Niet vreemd en helemaal niets mis mee, want zo hoort het natuurlijk ook: kinderen zijn het "product" van twee ouders en zullen daarom altijd iets van beiden in zich hebben.
 

Je moet meer je humor gebruiken

Maar de humor heeft mijn (jongste) zoon dus van mij en ik vertelde hem dat hij dit compliment van zijn juf moest onthouden. “Humor is ook een kwaliteit! Vergeet dat nooit!” sprak ik hem plechtig toe.
Ik spreek uit ervaring, want lang geleden zei iemand ooit hetzelfde tegen me tijdens een sollicitatietraining: “Jij moet veel meer je humor gebruiken, want dat is een kwaliteit van je”. Ik had beter moeten luisteren naar die man, want eigenlijk heb ik met dit advies te weinig gedaan. Eén gebeurtenis schiet me te binnen waarbij ik mijn humor wél goed heb gebruikt.
 

Dertien-in-het-dozijn toespraakjes

Jaren geleden moest ik een toespraak houden op mijn werk. Tijdens de presentatie van een project waarvoor elke afdeling één spreker moest “aanleveren”. Ik was dus de gelukkige namens mijn afdeling. De dag voor de presentatie hadden alle sprekers een generale repetitie. Hierbij oreerden we allemaal onze dertien-in-het-dozijn toespraakjes aan elkaar om er zeker van te zijn dat er zich straks niemand per ongeluk zou vermaken tijdens de presentatie.
Die avond lag ik in mijn bed erover na te denken en ik was niet bepaald tevreden. Ik heb zelf niets met al die cliché toespraakjes. De gemiddelde zakelijke speech vind ik saai en nietszeggend met een hoog interessantdoenerijgehalte.
Slaapverwekkende, inhoudsloze woorden als resultaatgericht, flexibel, innovatief, dynamisch en proactief vliegen je om de oren en geven je een dankbaar gevoel dat je in elk geval twee van deze organen hebt. Inderdaad: één voor "in" en één voor "uit". Niet voor niets kom je dit soort woorden, behalve in vrijwel elke vacature, vooral tegen in elke taalergernis top tien.
Een boeiende speech houden is een kunst die maar zeer weinig mensen beheersen. Maar wellicht ben ik heel kritisch. Ik ben zelfs vaak niet onder de indruk van sprekers waar veel mensen wel enthousiast over zijn. Zo had Adolf Hitler toch echt een probleem gehad als iedereen zo op zijn speeches had gereageerd als ik dat zou hebben gedaan. Had een Wereldoorlogje gescheeld en pakweg 55 miljoen doden.
 

Mijn beste prestatie

Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte dat ik het anders wilde gaan doen. Overigens ook een kwaliteit van me waar ik me altijd te weinig bewust van ben geweest: anders zijn. Wil iemand mijn aandacht trekken en vasthouden bij een toespraak dan zal hij behalve een goed verhaal ook humor moeten gebruiken. Dus die nacht bedacht ik nog even snel een nieuwe toespraak mét humor.
Eind van het verhaal is dat ik de volgende dag mijn praatje hield en ik in mijn leven nog nooit zoveel complimenten heb gekregen als voor die tien minuten. Of dat een goed of slecht teken is, laat ik even in het midden.
Wel is het veelzeggend dat ik deze speech beschouw als mijn beste prestatie in de bijna tien jaar dat ik daar heb gewerkt. Niet omdat het me in mijn werk veel heeft opgeleverd (sterker, anderhalf jaar later was ik er gewoon ontslagen). Niet omdat de speech zo briljant was of zo. Ik hield me in en het had allemaal veel losser en beter gekund. Maar vooral omdat het voor mezelf een soort overwinning was en een les die ik weliswaar al lang kende maar nog veel te weinig had toegepast: wees altijd jezelf. En geloof in jezelf.
Want behalve dat humor een kwaliteit van me is, is afwijkend en anders zijn dat ook. Alleen zit er helaas nog altijd een groot verschil tussen iets weten en het ook daadwerkelijk in de praktijk (durven) toepassen. Daarvoor heb je lef en zelfvertrouwen nodig. Kwaliteiten die ik zeker vroeger een stuk minder had, inmiddels gelukkig wel steeds meer heb maar die nog steeds voor verbetering vatbaar zijn.
Levensles zoveel voor mijn kinderen. Het rijtje wordt steeds langer. Met dank aan de juf waarvan mijn aankomende puberzoon misschien wel meer zal aannemen dan van zijn wijsneuzerige papa.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Afbeelding: Tonko