donderdag 31 mei 2012

15. Dood wakker worden

Privé - Familie - Ouderdom en vergankelijkheid - Dood en overlijden



Ik wil niet oud worden

“Ik wil niet oud worden” zei mijn moeder laatst tegen me. “Dat is nu een beetje te laat, mama” zei ik. Mijn moeder is 82. Ze had op televisie gezien hoe iemand gereanimeerd werd en dacht meteen: dat wil ik niet. Een hele geruststelling.
Ik ben 25 jaar geleden hospik in militaire dienst geweest, maar ik hoef nu dus niet bang te zijn dat ik ooit geknield naast mijn moeder in mijn geheugen moet gaan graven over hoe dat reanimeren ook alweer ging. Mijn geheugen is ook niet meer wat het geweest is. Over oud worden gesproken.
 

Vreselijk

Ik wil ook niet oud worden. Elke keer als ik mijn moeder hoor praten over de steeds erger wordende lichamelijke klachten van haar en iedereen om haar heen of over wie er nu weer ziek of dood is, dan besef ik dat.
Ik heb ook zo’n moeder die vaak dingen zegt als: “Weet je dat de moeder van de buurjongen van de vroegere werkster van tante Mies ook kanker heeft?” “Sorry mama, maar ik heb geen idee over wie je het hebt en eerlijk gezegd interesseert het mij ook niet.” Vaak luister ik braaf, want ik hou van mijn moeder. Maar soms heb ik er even geen zin in en ben ik bot.
Nee, ik wil ook niet oud worden. Je wereld wordt steeds kleiner en je leven brokkelt letterlijk elke dag af. Vreselijk. Ik heb ook helemaal niets met die reclames die je vertellen wat je met je geld moet doen na je pensioen. Volgens mij moet je vooral gewoon zorgen dat je voor je 65e hebt geleefd. Of 67e moet ik nu zeggen natuurlijk. Ook dat nog. Mensen gaan steeds later met pensioen en de druk om dan nog iets van je leven te maken wordt alsmaar groter. Ja, na je pensioen begint het genieten pas echt!
 

Morgen begin ik

Ik zie het al voor me. Heb ik jarenlang geld lopen sparen voor na mijn pensioen en dan ben ik 68 en voel ik op een dag wat steken in mijn borst en word ik de volgende ochtend dood wakker. Alles voor niets gespaard. Al zullen mijn kinderen een andere mening hebben. Mij niet gezien. Het maakt niet uit dat ik nu niet lekker in mijn vel zit. Ik moet nu leven. Ik moet nu genieten.
 
Of zoals de luie beer tegen het ijverige varkentje uit een verhaal van Max Velthuijs zei: “Morgen begin ik!”
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko
 

zaterdag 26 mei 2012

14. Zoom, that was your life mate!

Privé - Familie



Geadopteerd

Mijn nichtje gaat trouwen. Ze is de dochter van de vijftien jaar jongere broer van mijn twee jaar geleden overleden vader. Ze komt oorspronkelijk uit Indonesië. Mijn oom en tante hebben haar iets meer dan dertig jaar geleden geadopteerd. Ook haar één jaar oudere broer, mijn neef, is een adoptiekind uit Indonesië.
Toen mijn oom en tante hem als jonge baby hadden gehaald, kwamen ze er na thuiskomst in Nederland achter dat er wat mis was met zijn gezondheid. Zeg maar gerust behoorlijk mis, want hij bleek zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapt te zijn. Een grote klap natuurlijk, want zoiets zet je hele leven op zijn kop.
Ongeveer een jaar later werd mijn nichtje gezond en wel uit Indonesië gehaald. Volgens mij heeft ze een leuke jeugd gehad bij mijn oom en tante, al zal het voor haar waarschijnlijk niet altijd even gemakkelijk zijn geweest met een zwaar gehandicapte broer waar logischerwijs heel veel aandacht naar uitging. En liefde uiteraard. Want als er één ding is waar mijn neef en nicht nooit een tekort aan hebben gehad, dan is dat het wel.
 

Four funerals and a wedding

En nu gaat mijn nichtje dus trouwen. Niet zonder enige gêne moet ik bekennen dat ik haar niet zo goed ken, laat staan haar aanstaande man. We hadden allemaal onze eigen levens en die liepen ook nog eens behoorlijk uit elkaar met een leeftijdsverschil van bijna vijftien jaar.
En dan op een dag ben je opeens dertig jaar verder. Zo gaat dat met het leven. Ik voel me net Basil Fawlty uit de legendarische Engelse comedyserie Fawlty Towers: “Zoom! What was that? That was your life, Mate! Oh, that was quick. Do I get another? Sorry, Mate!”
Met mijn mini-familietje was familie voor mij overigens nooit een begrip. Pas vanaf het moment dat ik kinderen kreeg, is dat langzamerhand gaan veranderen. Nu vind ik familie opeens wel belangrijk.
Dus hopelijk leren mijn kinderen en ik in de nabije toekomst mijn nichtje (en haar man) beter kennen dan tot nu toe is gebeurd. En dan bedoel ik met “beter” vooral beter dan alleen tijdens die momenten waarop familieleden à la de onze elkaar nog plegen te zien: op bruiloften en begrafenissen. Al betwijfel ik het of we nog “Four Weddings and a Funeral” zullen halen met ons formaat familie. Alhoewel die funeral het probleem niet zal zijn. Eerder "Four funerals and a Wedding" dus.
 

Lekker gelukkig met elkaar oud worden

Mijn nichtje was zeventien jaar toen ze mijn bruiloft bijwoonde. En 26 toen ik in scheiding lag. Maar daar had ik geen speciale festiviteit voor georganiseerd. Had wel gekund, want er zijn zat mensen die ook zo’n gelegenheid aangrijpen om een feestje te organiseren. Maar die sporen niet.
Uiteraard hoop ik dat mijn nichtje en haar man datgene gaan bereiken wat elk pas getrouwd stel wil bereiken: bij elkaar blijven tot de dood je scheidt. Lekker gelukkig met elkaar oud worden. Iets wat we allemaal het liefste willen.
Ik ken al één iemand die misschien nóg meer plezier zal hebben tijdens de bruiloft dan het gelukkige bruidspaar: mijn neef. Als het gaat om genieten van het leven kan ik (en velen met mij) nog een hoop van hem leren.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko


vrijdag 27 april 2012

13. Doe het dan lekker zelf joh!

Actualiteit - Politiek en macht - Sport



Geert Wilders en Johan Cruijff

Over de mogelijke beweegredenen van Geert Wilders om heel onverwacht op te stappen uit het Catshuisoverleg waardoor het kabinet Rutte viel, is veel gezegd en geschreven. Ik heb een eenvoudige verklaring. Daarbij gaat het om een parallel met een andere bekende Nederlander: Johan Cruijff.
Je hebt van die mensen die niets leukers vinden dan aan de zijkant kritiek te geven op de gang van zaken. Zo had Cruijff altijd veel aan te merken op het Nederlands elftal en de laatste tijd vooral op het beleid van Ajax.
Ik dacht decennia geleden al over Cruijff: doe het dan lekker zelf joh! Word bondscoach, neem die verantwoordelijkheid en laat zien dat je het inderdaad beter kan. Als Beckenbauer dat kan in Duitsland, waarom jij dan niet in Nederland?
 

Alles te verliezen

Maar dat deed Cruijff nooit. Ik begreep wel waarom: hij had alles te verliezen.
Cruijff was en is voor velen op voetbalgebied een soort God. Als Cruijff bondscoach wordt dan verwachten “wij” dat het Nederlands elftal wereldkampioen wordt. Niets meer en niets minder. Alles wat hij minder presteert, doet enorme afbreuk aan zijn imago. Dan valt hij van zijn voetstuk. Dat weet hij maar al te goed, want Cruijff is niet gek.
Onlangs zagen we precies hetzelfde bij Ajax. Ook daar had hij continu kritiek, maar nam hij niet de verantwoordelijkheid. En als het er even op leek dat hij dat toch ging doen, maakte hij links en rechts met mensen ruzie (al lag de schuld heus niet alleen bij Cruijff) en ging het uiteindelijk allemaal toch niet door. Briljant, al vind ik het zelf behoorlijk doorzichtig.
 

Daar heb je ballen voor nodig

Bij Wilders zie ik precies hetzelfde gedrag. Die man vindt het tien keer leuker om van de zijkant op alles en iedereen kritiek te geven. Maar zelf de verantwoordelijkheid pakken, dat is andere koek. Dat is eng. Dan komt angst opeens om de hoek kijken. Dan moet je uit je comfortzone treden. Om in voetbaltermen te spreken: dan moet je opeens meer gaan verdedigen dan aanvallen. Daar heb je ballen voor nodig.
Overigens ben ik namens Nederland blij dat Wilders geen ballen heeft. Want er is wel één groot verschil tussen hem en Cruijff: met Wilders weet je zeker dat je niets wint.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

12. Lekker wat olifantjes neerknallen

Actualiteit - Monarchie - Dieren - Hypocrisie



Vertrouweling van Franco

Zelfs als niet eigenwijs persoon is het leuk om gelijk te hebben. Concludeerde ik al eerder (zie column 6) dat falende machthebbers bepaald geen uitzondering zijn, afgelopen week besloot koning Juan Carlos van Spanje mijn punt kracht bij te zetten. 
De voormalige vertrouweling van Franco dacht tijdens een dure safarivakantie in Botswana lekker in de anonimiteit wat olifantjes neer te kunnen knallen, maar helaas voor hem brak hij zijn heup. Hierdoor kwam zijn jachttripje aan het licht en dat schoot (!) de Spaanse bevolking in het verkeerde keelgat.
In het land van de stierengevechten was het echter niet het doodschieten van de olifanten dat de meeste ophef veroorzaakte. De Spanjaarden waren vooral kwaad, omdat hun koning het nodig vond om in tijden van economische malaise een duur snoepreisje te maken.    
 

Een stapje dichter richting uitsterven

Het Spaanse WNF (Wereld Natuur Fonds) was wel begaan met de olifanten die door hun voorzitter te grazen waren genomen en eiste een verklaring. Een erelid dat in zijn vrije tijd een bedreigd diersoort een stapje dichter richting uitsterven schiet, geeft tenslotte niet die publiciteit waar je als WNF op zit te wachten.
Dat goede doelenorganisaties gebaat zijn bij zoveel mogelijk publiciteit begrijp ik. Dat ze daarvoor beroemdheden strikken, begrijp ik ook. Maar waar ik afhaak, is als ze beroemdheden binnenhalen puur en alleen om hun bekendheid.
Een beetje goede doelenorganisatie staat ergens voor en wil dat naar buiten uitdragen. Via hun activiteiten, hun personeel en dus ook hun ambassadeurs. Een jager erelid maken van het WNF vind ik net zoiets als Geert Wilders vragen als ambassadeur voor het landelijke anti-discriminatie centrum Art.1: ontzettend ongepast en hypocriet! En denk niet dat Juan Carlos het enige jagende WNF-erelid is. Ook Prins Charles van Engeland en koning Carl Gustaf van Zweden schieten er in hun vrije tijd lustig op los. 
 

Wie oprecht om dieren geeft doodt ze niet

Het WNF bevestigt hiermee mijn al langer bestaande gevoel dat het niet mijn organisatie is. Volgens mij zou het een organisatie moeten zijn die behalve om de natuur ook oprecht om de dieren in die natuur geeft. Vanuit die gedachte zou het WNF zich dus moeten distantiëren van iedereen die dierenleed veroorzaakt.
Eigenlijk is al meteen tijdens de oprichting van het WNF in 1961 de toon gezet toen de vier Engelse oprichters Prins Bernhard vroegen om voorzitter te worden. Prins Bernhard was ongetwijfeld zeer begaan met de natuur, maar als fervent jager iets minder met de dieren.
Mijn standpunt is simpel. Wie oprecht om dieren geeft, doodt ze niet. Ook niet om een of andere drogreden dat “het voor het evenwicht in de natuur beter is”. En als je dan toch zo begaan bent met het herstellen van het evenwicht in de natuur, schiet dan wat van de dieren af die het meest verantwoordelijk zijn voor het verstoren van dat evenwicht: de mens.
Waarmee ik overigens niet wil beweren dat Juan Carlos dat in gedachten had toen hij als achttienjarige jongen zijn veertienjarig broertje Alfonso doodschoot met een pistool.
Vorige maand deed de 13-jarige oudste kleinzoon van de koning nog een mislukte imitatie van zijn opa waarbij hij zichzelf met zijn geweer in zijn voet raakte. Het Spaanse Koningshuis en wapens; hoeveel incidenten heeft Juan Carlos nog nodig om in te zien dat dit een nogal ongelukkige combinatie vormt? 
 
“Man bijt Hond-incident in Spanje: koning tijdens jacht gedood door op geweer springend hert.”

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

woensdag 18 april 2012

11. Wie de goden beminnen, sterft op jeugdige leeftijd

Privé - Dood en overlijden - Drama en tragedie



Kinderen horen niet dood te gaan

Vanochtend was ik met mijn jongste zoon naar een herdenkingsdienst. We namen daar met heel veel mensen afscheid van een jongen uit zijn schaakteam die vorige week omkwam toen hij op de fiets van school naar huis werd geraakt door een rechts afslaande vrachtwagen. Hij was twaalf jaar. Even oud als mijn zoon. 
Kinderen van twaalf horen niet dood te gaan. Kinderen horen überhaupt niet dood te gaan. Kinderen horen volwassen te worden en hun ouders te overleven. Maar helaas gaat het in het leven niet altijd zoals het hoort.
 

Om te huilen

Een drama waar geen woorden voor zijn. Daar kwam nog bij dat het zo’n ontzettend lieve jongen was. Niet dat ik hem kende. Helaas niet. Maar uit de (genuanceerde) verhalen tijdens het afscheid werd wel duidelijk dat het een jongen was met een lief, zachtaardig karakter.
Een jongen die bijvoorbeeld aan het eind van de dag aan zijn ouders en broer vroeg of ze een fijne dag hadden gehad. Een jongen die altijd vrolijk was en niet kwaad kon zijn. Bij ruzies probeerde hij steeds de betrokken partijen met elkaar te verzoenen. Een jongen die na een verloren rugbywedstrijd zijn ploegmaten altijd weer opvrolijkte.
Samengevat: het type mens waar de wereld in mijn ogen juist zo’n enorme behoefte aan heeft. Als tegenwicht tegen al die blaaskaken die haat en wantrouwen zaaien. Om te huilen. En dat is precies wat ik deed. 
 

Levensles 1: het leven is niet rechtvaardig

Ik geef mijn kinderen altijd bepaalde levenslessen mee. Soms tot vervelens toe, hoor ik ze nu denken.  “Ja hoor, daar heb je papa weer met ‘zijn’ kinderen in Afrika”.  
Nummer 1 van mijn levenslessen kennen ze maar al te goed: "Het leven is niet rechtvaardig". Het klinkt misschien hard als levensles, maar het is maar al te waar. De dood van deze jongen is hier helaas opnieuw een bewijs van. Het leven is soms zo oneerlijk.
 

De gebroeders Leeuwenhart

Heel toevallig las ik mijn dochter van negen vanavond de eerste hoofdstukken voor van mijn lievelingsboek “De gebroeders Leeuwenhart” van Astrid Lindgren. We hadden “Matilda” van Roald Dahl net uitgelezen en ik wist dat dit mijn volgende voorleesboek zou zijn. Natuurlijk moest ik meteen denken aan de omgekomen jongen. Voor wie wil weten waarom, raad ik aan om dit prachtige boek te lezen.

“Het zal leeg zijn in de klas zonder onze knappe, vrolijke Jonatan. Maar wie de goden beminnen, sterft op jeugdige leeftijd. Jonatan Leeuwenhart, rust in vrede!”

Uit: "De gebroeders Leeuwenhart" (Astrid Lindgren)

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

zaterdag 7 april 2012

10. Logica van likmevestje

Actualiteit - Tenenkrommende Woorden



Een bruggetje van mijn vorige column 9 over Desi Bouterse (klik hier) naar deze column over nog een tenenkrommend woord dat niet zou moeten bestaan.

Verjaring

Als zijn amnestiewetje niet had gewerkt, hadden we ons echt geen zorgen over onze vriend Bouterse hoeven maken. Dan was deze dictator wel met iets anders gekomen. Ik gok op een nieuw verjaringswetje.
Wie ooit op het briljante idee van verjaring bij rechtszaken is gekomen weet ik niet, maar ik vind het allesbehalve briljant.
De hoofdreden van het invoeren van verjaring is dat zaken na lange tijd vaak heel moeilijk te bewijzen zijn. Naarmate de tijd verstrijkt, gaat het menselijk geheugen achteruit en bepaalde herinneringen worden misvormd of aangepast. Een luie aanklager die moedeloos werd van al die oude zaken waar geen mouw aan te passen viel, kwam met een idee. Als de bewijsvoering van een zaak uit een ver(der) verleden zo’n ernstig probleem is, waarom spreken we dan niet af om zaken die ouder zijn dan een x-aantal jaren niet meer in behandeling te nemen?
 

Totaal irrelevant

Veel mensen zien hier wel de logica van in. Ik niet. Ik vind het een logica van likmevestje.
Als er een misdrijf is gepleegd en je hebt een verdachte zul je met bewijzen moeten komen om de verdachte te kunnen veroordelen. Of het makkelijk of moeilijk is om die bewijsvoering rond te krijgen, is totaal irrelevant. Het draait bij het veroordelen van een verdachte maar om één ding: de bewijsvoering moet sterk genoeg zijn.
Dit houdt in dat hoe langer geleden een misdrijf is gepleegd, hoe meer moeite de aanklager (waarschijnlijk) zal moeten doen om de bewijsvoering rond te krijgen. De hoeveelheid tijd die gepasseerd is, verandert echter niets aan de bewijsvoering die nodig is voor een veroordeling. Een deugdelijke bewijsvoering moet het uitgangspunt van elke rechtszaak zijn en niet de (on)waarschijnlijkheid of die bewijsvoering kan worden gerealiseerd.
Bij verjaring wordt echter al bij voorbaat uitgesloten dat iets uit een verder verleden bewezen kan worden en dat deugt natuurlijk niet. Zo kan ik me gerust zaken voorstellen waarvan ook na vijftig jaar nog uitstekend de bewijsvoering rond te krijgen is.
 

Toetanchamon

En dan heb ik het nog niet eens over dé reden waarom verjaring in deze tijd sowieso echt niet meer kan: DNA. Door de ontdekking van het DNA leven we in een tijd waarin de mens zelfs met behoorlijk aanneembare theorieën kan komen over de precieze doodsoorzaak van Toetanchamon meer dan drieduizend jaar geleden!
Wie in deze tijd de stelling verdedigt dat het ondoenlijk is om met sluitende bewijsvoering te komen over zaken van tientallen jaren geleden, maakt zichzelf belachelijk.
Zijn we voor of tegen het rechtvaardigheidsprincipe? Vinden we dat iemand die (bewezen!) een misdrijf heeft begaan straf verdient, ongeacht hoe lang geleden dat is gebeurd? Of voelen we meer voor: zand erover, we moeten door, de verdachte is al zo oud etc.?

“Deze man is inderdaad de moordenaar van uw dochter. Helaas is de zaak onlangs verjaard. Jammer hè.” 

Verjaring: onmiddellijk afschaffen die handel. Next case!

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

donderdag 5 april 2012

9. Slinks Houdini-trucje

Actualiteit - Politiek en macht - Goed/Kwaad - Dictators



Decembermoorden

“Omstreden amnestiewet in Suriname aangenomen.” Gaap, hoe verrassend. Desi Bouterse en de decembermoorden. Het is net als kijken naar een slechte B-film. Je weet hoe het afloopt en toch blijf je kijken. Decennia lang keert dit onderwerp eens in de zoveel tijd terug in het nieuws en decennia lang weten we al hoe het afloopt: er verandert niets.
Dat Bouterse een drugssmokkelende crimineel met bloed aan zijn handen is, is algemeen bekend. Toch loopt hij al jaren vrolijk vrij rond in Suriname. Sterker nog, hij schijnt er een aardig baantje te hebben. Wat dat zegt over Suriname is een interessante vraag. Maar wat ik me vooral afvraag, is wat dit over de mensheid in het algemeen zegt.
 

Onuitroeibaar

Vergelijk een Bouterse met een Augusto Pinochet van vroeger of een Silvio Berlusconi van nu. De een misschien een grotere schurk en dictator dan de ander, maar allemaal criminelen die nooit berecht zijn voor hun misdaden.
Net als onkruid lijken ze eenvoudigweg onuitroeibaar. Excusez le mot, maar zo’n woord rolt blijkbaar vanzelf uit mijn “pen” als ik hierover schrijf. Als de nood aan de man is, komen de schurken en dictators altijd met een of ander slinks Houdini-trucje waarmee ze steeds opnieuw de dans ontspringen. Iets met onschendbaarheid, immuniteit, amnestie of verjaring doet het altijd goed.
 

Foute mannen

Dat dit tuig ermee wegkomt, is al erg genoeg. Maar het allerergste vind ik nog wel dat ze alleen bij de gratie van hun grote schare bewonderaars ermee weg kunnen komen. Zonder hun enorme populariteit hadden ze toch echt een groot probleem gehad.
Die bewondering van de mens voor het kwaad zal mij altijd blijven fascineren. Vergelijk het met vrouwen die altijd op foute mannen vallen. Ze weten dat hun vent niet deugt, maar dat maakt hem alleen maar aantrekkelijker. Als zo’n man dan ook nog beroemd en rijk is, wordt hij helemaal onweerstaanbaar. Dan maakt het helemaal niet meer uit hoe vaak hij vreemd gaat, hoeveel vrouwen hij mishandelt (of erger) en hoeveel drugs hij gebruikt. Wow, wat een vent!
Als ik ooit populair wil worden, moet ik links en rechts wat onschuldige vrouwen vermoorden. Ok, ik word waarschijnlijk lange tijd opgesloten, maar daar staat wel wat tegenover. De rest van mijn leven ben ook ik verzekerd van een trouwe schare bewonderaars die mij via hun fanmail het gevoel geeft heel bijzonder te zijn. Joran van der Sloot kan erover meepraten. En Bouterse maar vrij rondlopen. Als president. Knap hoor...


Tonko


Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko
 

maandag 19 maart 2012

8. Sommige mensen worden nooit volwassen

Actualiteit en Privé - Politiek en macht - Xenofobie



Maar wij zijn ook kinderen

Mocht ik ooit in een vlaag van verstandsverbijstering zijn vergeten waar de term “kinderachtig” vandaan komt, dan hoef ik alleen maar een tijdje mijn kinderen te observeren en ik weet het weer.
Mijn God, wat kan ik me ergeren aan dat kinderachtige geruzie en het eeuwige vergelijken met elkaar. “Ja maar hij begon.” “Nee, zij.” “Niet waar!” “Wel waar!”. “Misschien kan een van jullie de meest wijze zijn en zwijgen in plaats van steeds op de ander in te gaan.” Mijn naïeve poging om de boel te sussen. “Ja, dat kan ik wel, maar zij niet.” “O nee?” En daar gaan we weer.
“Godsamme, doe toch niet zo on-, on-, ongelofelijk kinderachtig!” roep ik dan uiteindelijk. Waarop mijn dochter van negen laatst de voor de hand liggende opmerking plaatste: “Maar wij zíjn ook kinderen!” En uitgepraat was ik.
 

Gay

Bij kinderen hoort kinderachtig gedrag. Als je daar niet tegen kunt, moet je geen kinderen nemen.
Soms is kinderachtig gedrag keihard. Zo willen kinderen die zich tekort gedaan voelen, boos of teleurgesteld (of gewoon onzeker) zijn zich nog wel eens afreageren op onschuldige buitenstaanders. Meestal kiezen ze dan een of ander kwetsbaar kind uit dat de zwakste schakel vormt, omdat het afwijkt. Het ziet er anders uit, is te dik, te arm of het is juist jaloersmakend rijk of slim. Zo’n kind wordt dan gepest en voor van alles en nog wat uitgemaakt. Bijvoorbeeld voor “gay”, want als ik mijn puberzoon van dertien beluister, is alles en iedereen tegenwoordig gay. Fijn om te horen zeg ik tegen hem. “Gay” betekent tenslotte “vrolijk” en iedere poging om wat positiviteit in deze harde wereld te verspreiden, juich ik van harte toe.
 

Blijven hangen in kinderachtig gedrag

Op de weg naar volwassenheid mag je verwachten dat kinderachtig gedrag slijt en plaats maakt voor meer volwassen gedrag. Daar waar je als kind nog wel eens geneigd bent om heel primair en impulsief te reageren, leer je als volwassene om meer na te denken voordat je handelt: hoe ouder, hoe wijzer.
Toch houd je altijd van die mensen die blijkbaar geen afscheid kunnen nemen van hun jeugd. Die blijven hangen in kinderachtig gedrag. Vooral in slechte tijden; voor hen persoonlijk of voor het hele land tijdens een slechte economie. Dan gaan ze om zich heen kijken of ze ergens zondebokken zien op wie ze hun negatieve emoties kunnen afreageren. Lekker de schuld bij een ander leggen. Het lucht op, de aandacht wordt afgeleid, je hoeft niet kritisch naar jezelf te kijken en fijne bijkomstigheid is dat je opeens immens populair wordt bij mensen met dezelfde soort frustraties.
 

Wat een achterlijke cultuur

De geschiedenis leert ons dat dit soort mensen eens in de zoveel tijd wel weer ergens opduiken. Vooral tijdens recessies wanneer de mensen behoefte hebben aan een charismatisch persoon die hun frustraties begrijpt en die komt met een geruststellende boodschap: het ligt niet aan ons, maar aan “hen”.
De een noemt de joden. Want waren zij eigenlijk niet verantwoordelijk voor het gevoelige verlies van WOI? En valt het jullie ook op dat die joden met hun maffe keppeltjes en lelijke neuzen altijd rijk zijn? De ander heeft zijn oog laten vallen op de Islam. Moeten we die mannen in die vieze jurken met hun vrouwen die, kijkend naar hun sluiers, blijkbaar iets te verbergen hebben, nou echt serieus nemen? Wat een achterlijke cultuur! En wat trouwens te denken van die criminele Polen?
 

Sommige mensen worden nooit volwassen

Tja, xenofobie, de soms paranoïde angst voor of zelfs haat tegen vreemdelingen, bestaat zo lang als de menselijke "beschaving" bestaat. Onbekend maakt onbemind; wat de boer niet kent, vreet hij niet; soort zoekt soort: of we willen of niet, dit zijn allemaal gezegden die iets zeggen over de menselijke aard.
Behalve dat er uiteraard soms
essentiële verschillen zitten tussen voorbeelden van serieuze xenofobie kun je ook objectief vaststellen dat er in de wereldgeschiedenis duidelijke patronen zitten die steeds in de zoveel tijd terugkeren. Geschiedenis herhaalt zich, letterlijk. Maar o wee als je deze simpele overeenkomsten benoemt, want dan ben je opeens “niet goed bij je hoofd”. We zijn er weer. Niet tegen kritiek kunnen, ook al is die gebaseerd op harde feiten. Wat on-, on-, ongelofelijk kinderachtig! Sommige mensen worden nooit volwassen...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Geert Wilders (foto: Wikipedia)

dinsdag 6 maart 2012

7. A Saint is a sinner who keeps on trying

Actualiteit - Nelson Mandela - Nature/Nurture - Goed/Kwaad



Top Celebrity Death Pool

Onlangs werd Nelson Mandela in het ziekenhuis opgenomen met een ontsteking aan de luchtwegen. Zuid-Afrika, de rest van de wereld en niet in de laatste plaats Mandela zelf konden even later gelukkig rustig ademhalen toen hij weer naar huis mocht. 
Met zijn 93 jaar en zwakke gezondheid staat Mandela ongetwijfeld hoog in de “Top Celebrity Death Pool”. De Britten wedden overal om. Zo ook op de te verwachten dood van een beroemdheid het komende jaar. Kun je lekker wedden op Fidel Castro, Margaret Thatcher of Mohammed Ali.
Verwerpelijk natuurlijk en een luguber idee dat er mensen rondlopen die om deze reden een vreugdedansje deden toen Whitney Houston overleed. Ook hierin is de gokwereld meedogenloos: "De een zijn dood...". Je zou zo als beroemdheid met voorkennis (ongeneeslijk ziek, zelfmoordplannen) overigens nog een boel geld voor je nabestaanden kunnen winnen. 
 

Praktisch een heilige

Net als dat Houston door velen werd bewonderd, geldt dat in nog veel grotere mate voor Mandela.
Over mensen bewonderen, heb ik wel eens nagedacht. Stel, ik moet één persoon opnoemen die ik bewonder, wie zou ik dan noemen? Cliché of niet, maar (ook) ik zou Nelson Mandela noemen. Een man die door zijn strijd tegen onrechtvaardigheid 27 jaar in de gevangenis heeft gezeten om daar vervolgens zonder enige wrok en vol positivisme, vergevingsgezindheid en verzoening uit te komen, is voor mij praktisch een heilige.
Als de Katholieke Kerk nog iets wil doen aan haar negatieve imago, zou ze als stunt Nelson Mandela bij leven nog (snelheid gewenst) heilig moeten verklaren. Alleen al om zijn briljante uitspraak “A Saint is a sinner who keeps on trying” verdient hij dat. 
 

Ik bewonder niemand

Toch heb ik over bewonderen eigenlijk één duidelijk standpunt: ik bewonder niemand. Om twee redenen. Ten eerste vergeten bewonderaars vaak dat hun idolen ook maar gewone mensen zijn met (ook) hun slechte kanten. In iedereen zit goed en kwaad. Daarvan ben ik overtuigd.
Neem Mahatma Gandhi. Ook geen kleine man. Figuurlijk gesproken dan. Al klinkt dat hier wat ongelukkig. Vorig jaar verscheen de Gandhi-biografie “Great soul: Mahatma Gandhi and his struggle with India.” Niet geschreven door een of andere biografie-beunhaas, maar door voormalig New York Times-hoofdredacteur en Pulizer-winnaar Joseph Lelyveld.
Daar waar Gandhi vooral bekend staat als bescheiden pacifistische idealist, komt in dit boek ook een andere kant van hem naar voren. Zo bleek Gandhi volgens Lelyveld niet veel op te hebben met zijn onaanraakbare, zwarte (“Kaffers”) en islamitische medemensen; was hij een bewonderaar (!) van Mussolini; had hij een paar jaar een verhouding met een Duitse architect en bodybuilder en was enig opportunistisch en “selfpromoting” gedrag hem niet vreemd. 
Klakkeloos alles aannemen is niet mijn stijl (de kanttekening die moet worden geplaatst bij genoemde zaken, is dat deze veelal stammen uit de jonge jaren van Gandhi waarin hij misschien een ander persoon was dan in zijn latere jaren), maar er blijken wel degelijk feiten te zijn die deze beweringen ondersteunen. Weg illusie. Weg poster van Gandhi boven mijn bed. Zonder me te hoeven verdiepen in het leven van Mandela kan ik al raden dat ook hij her en der door de mand zal vallen. Maar wat ik dan wel weer mooi vind aan die man, is dat Mandela ongetwijfeld de eerste zal zijn om dat te bevestigen. Dus toch maar een tattoo van zijn portret op mijn rug? 
 

Anders dan wij

De tweede reden waarom ik nooit iemand bewonder, heeft vooral te maken met de genen (DNA).
We bewonderen veelal mensen die heel anders zijn dan wij. Die eigenschappen hebben die wij missen. Die prestaties leveren waarvan wij enkel kunnen dromen. Die jaloezie volg ik nog wel. Maar waarom die bewondering?
Geleverde prestaties komen veelal voort uit de juiste combinatie van bepaalde genen (nature) met bepaalde omstandigheden (nurture), gecompleteerd door de niet te onderschatten factor geluk. Zo kan ik veel bewondering voor Albert Einstein hebben, maar als ik zijn genen (hersens!) had gehad en in vergelijkbare omstandigheden was opgegroeid, was het niet ondenkbaar geweest dat ik vergelijkbare prestaties had geleverd. Alleen ben ik anders. Ok, met de hersens zit het gelukkig wel goed, maar ja die omstandigheden hè…

Mandela zou nu ongetwijfeld met een briljante uitspraak komen. Bewonderenswaardig!


Tonko



Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto: Tonko

woensdag 29 februari 2012

6. Het vrouwtje Piggelmee-syndroom

Actualiteit - Tenenkrommende Woorden - Politiek en macht



Anorexia

De afgetreden Duitse president Christian Wulff krijgt tot zijn dood € 200.000 per jaar uitgekeerd. Een vergoeding waar hij recht op zou hebben, omdat hij "om politieke redenen" is opgestapt. Wulff was verwikkeld in diverse schandalen “rondom persoonlijke financiële transacties”. Dan kun je wel raden waar het om gaat. Zoals wel vaker bij personen in hogere functies.Ik noem dit het vrouwtje Piggelmee-syndroom*: je hebt (meer dan) genoeg om tevreden mee te zijn, maar je wil steeds meer. Rationeel slaat het nergens op, want mensen als Wulff kunnen hun geld niet eens opmaken voor hun dood. Voor een echte verklaring zul je naar de hersenen moeten kijken. Het is net als met anorexia. Je kunt wel samen met een anorexia-patiënte voor de spiegel objectief constateren dat ze toch echt te dun is, maar dat lost het probleem nog niet op. Het zit tussen de oren.

Onschendbaarheid

Dat Wullf eieren voor zijn geld (!) koos, was om de eenvoudige reden dat het openbaar ministerie dreigde met het opheffen van zijn onschendbaarheid om een strafrechtelijk onderzoek te kunnen instellen.
Er zijn weinig woorden die mij pissig maken vanwege het simpele feit dat ze (nog) bestaan in deze wereld. Alhoewel. Als ik erover nadenk, kan ik wel honderden tenenkrommende woorden bedenken. Neem “martelen” of “holocaust”. “Onschendbaarheid” is ook zo’n woord. De weinige haren die ik nog heb, gaan recht overeind staan bij het horen ervan.
Hoe is het in godsnaam mogelijk dat in deze tijd het woord “onschendbaarheid” niet alleen nog bestaat, maar ook nog in de praktijk wordt toegepast? Ja, Lodewijk XIV mocht als Zonnekoning rustig roepen: “L’état, c’est moi!”. De koning stond boven de wet en dat was al eeuwen zo. Zeker in een tijd waarin de meeste mensen niet konden lezen en schrijven en (dus) weinig mondig waren, was dat zo logisch als wat. Als plaatsvervanger van God op aarde werd elke absolute vorst gezien als onfeilbaar: “The king can do no wrong!”

Quelle surprise

Inmiddels leven we echter in 2012 en hebben we menig koning, keizer, dictator en president zien falen bij het leven. Zo erg zelfs dat je je kunt afvragen of dat soms een voorwaarde is om op zo’n positie terecht te kunnen komen.
Is het dan teveel gevraagd van de mensen die erover gaan om de voor de hand liggende conclusie te trekken dat blijkbaar niemand onfeilbaar is (“Quelle surprise!” zou Lodewijk XIV ongetwijfeld gedacht hebben, om er vervolgens wijselijk zijn mond bij te houden)? Van waaruit je weer verder kunt concluderen dat het dan maar beter is dat iedereen de consequenties van zijn feilbaarheid accepteert.
Dankzij types als Silvio Berlusconi durf ik de niet gewaagde stelling te verdedigen dat hoe meer status, macht en rijkdom iemand bezit, hoe meer hij een voorstander van (zijn eigen) onschendbaarheid zal zijn. Er is maar één manier om daar vanaf te komen: afschaffen die handel! Aan het eind van het briljante boek “Animal Farm” van George Orwell zagen de varkens zichzelf ook als onschendbaar. Over Berlusconi gesproken.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


* Deze naam komt van een bewerking van het sprookje "Van de visser en zijn vrouw" van de gebroeders Grimm. Het gaat over het arme kabouterechtpaar Piggelmee waarvan de man visser is. Op een dag vangt hij een gouden vis, maar de vis vraagt de visser hem vrij te laten in ruil voor een wens. Uit medelijden laat de visser de vis vrij zonder een wens te doen. Eenmaal thuisgekomen stuurt zijn vrouw hem echter terug om alsnog een wens door te geven aan de vis. Zij wil een groter huisje. Die wens gaat in vervulling. Maar elke keer als de visser thuiskomt, wil zijn vrouw dat hij teruggaat om méér te vragen. Eerst wil ze een kasteel, dan wil ze koningin worden, dan keizerin, dan de paus en tenslotte God. Alle wensen worden door de vis vervuld, tot de laatste over God. Na die laatste wens keert de visser huiswaarts om te zien dat de vis weer alles heeft veranderd in de oorspronkelijke staat. Ze zijn weer net zo arm als in het begin.


Foto: Tonko

zaterdag 25 februari 2012

5. Ik moet liedjesschrijver worden

Privé - Vriendschap - Familie - Man versus vrouw

 

Het Goede Doel

“Vriendschap is een illusie” zong Het Goede Doel ooit. Niet beseffende, of misschien juist wel, dat dat in elk geval voor hun gold. Later kregen de oprichters ruzie en viel de band uit elkaar. Ik geloofde vroeger sterk in vriendschappen voor het leven. Inmiddels weet ik beter. Vriendschappen hebben overeenkomsten met relaties: ook zij komen en gaan.
 

Figuranten

Als gescheiden vader betrap ik mezelf er steeds vaker op dat ik mijn kinderen vooral het belang van familie meegeef. Met tegeltjeswijsheid als: “Relaties en vriendschappen komen en gaan, maar je familie blijft altijd bestaan.” Ik een familiemens? Mijn familie zal er een beetje om moeten lachen. Of beter gezegd die paar familieleden, want er zijn weinig families zo klein als de mijne. Een familiereünie bij ons heeft alleen zin als we figuranten inhuren om er nog wat van te maken. Mijn kinderen denken waarschijnlijk ook: familie, welke familie?
 

Hortend en stotend

Vriendschappen tussen mannen en vrouwen zullen het meest een illusie zijn.
Ik had ooit via de tennisclub een goede vriendin als “maatje”. We waren allebei introvert en verlegen en dat schiep een band. Totdat gebeurde waarop je kunt wachten: ik begon meer voor haar te voelen. Jarenlang hield ik het voor me, omdat ik vermoedde dat het niet wederzijds was en ik bovendien de vriendschap niet wilde verliezen. Totdat ik het echt niet meer voor me kon houden. Dus vertelde ik het haar. Tenminste dat denk ik.
Tot op de dag van vandaag staat mij alleen bij dat ik hortend en stotend iets aan haar heb verteld. Haar reactie was overigens niet veel beter. Ze reageerde (afwisselend) niet, vaag en ook klunzig. Maar de boodschap kwam over. Na die dag veranderde alles. Opeens begon ze me te ontwijken en negeren. En ik deed wat elke onzekere knul in mijn situatie zou doen: ik negeerde haar terug.
 

Echte held

Uiteindelijk heb ik onze vriendschap “uitgemaakt”. Niet direct, met praten of zo. Nee, als een echte held: met een brief. Op haar verjaardag nota bene. Ik wilde haar uitleggen waarom ik niet kwam. Alsof ze dat niet begreep. Tact is nooit mijn sterkste kant geweest. 
Een vriendschap met een vriend verwatert. Een vriendschap met een vrouw maak je uit. Bij een vrouw wil je niet altijd het maatje zijn, maar ook wel eens de geile man. Komt niet van Het Goede Doel, maar van Veldhuis en Kemper. Zij zullen ook wel uit ervaring spreken. Ik moet liedjesschrijver worden. 

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.



Foto: Tonko

donderdag 23 februari 2012

4. Het E-woord

Privé - Eigenwijs en koppig - Vriendschap - WOII  

 

Kleurenblind

Veel mensen vinden mij eigenwijs. Ik niet. Tenminste als we het over de betekenis eens zijn. Volgens mij vindt men in de spreektaal iemand vooral eigenwijs als hij iets beweert dat niet klopt en toch bij zijn standpunt blijft.
Ik had ooit een vriend die kleurenblind was. Die ging met mij in discussie of iets zwart was of grijs. Dát vind ik dus eigenwijs. Dat is net zoiets als dat je als man met een moeder van drie kinderen gaat discussiëren over het soort van pijn dat je voelt tijdens een bevalling. Je mening slaat nergens op, maar je toont wel karakter. Want je kunt veel van die vriend zeggen, maar karakter kon hem niet ontzegd worden. 
 

Precieze definitie

Toen het E-woord onlangs opnieuw tegen me werd gebruikt, dacht ik: misschien moet ik de precieze definitie eens opzoeken. Straks luidt de officiële definitie heel anders dan ik denk. Zul je zien. Zit ik jarenlang overal te ontkennen dat ik iets ben, terwijl ik ongelijk heb. Uit onwetendheid. Kan ik iedereen weer vertellen dat ze toch gelijk hadden en ik niet. Want zo ben ik dan ook wel weer. Wat me overigens meteen terugbrengt op mijn punt waarom ik mezelf niet eigenwijs vind. Eigenwijze mensen kunnen niet (goed) hun ongelijk toegeven. Ik ben anders.
 

Kampentocht

Zo had ik ooit een discussie met een (andere) vriend. Hij was met vakantie op kampentocht geweest. Klinkt leuk. Het is maar hoe je het bekijkt. Hij had een rondje langs de bekendste concentratiekampen gemaakt. Sommige vrienden gaan op vakantie naar Ibiza. Niet de mijne. Die gaan op kampentocht.
Mijn vriend had ook het Adelaarsnest van Hitler bezocht bij de Obersalzberg. Nou had ik toevallig net de documentaire “Het Adelaarsnest. Hitlers verborgen machtscentrum.” gezien over Hitlers wereldberoemde residentie op de Obersalzberg: de Berghof. Hierdoor wist ik dat de Amerikanen de boel daar plat hadden gebombardeerd. Bovendien hadden ze later ook nog de overgebleven ruïnes opgeblazen om te voorkomen dat er een nazi-bedevaartsoord zou ontstaan.
Dus ik vroeg hem of het wel klopte dat hij het echte Adelaarsnest had bezocht. Hij lachen, want daar was weer die eigenwijze Tonko die het allemaal beter wist. Die hem ging vertellen wat hij wel en niet had gezien op vakantie. 
Uit nieuwsgierigheid heb ik opgezocht hoe het zat. Dat opblaasverhaal klopt. Maar het Adelaarsnest was een theehuisje dat lag op de top van de Kehlstein, een aan de Obersalzberg aangrenzende berg. Hitlers trouwe secretaris Martin Bormann liet het voor zijn baas bouwen. Als cadeau voor de vijftigste verjaardag van de führer en ongetwijfeld ook als investering voor zijn eigen carrière. Hij had het niet hoeven doen. Hitler is er nauwelijks geweest. Onze dappere führer leed aan hoogtevrees en claustrofobie (de plek was alleen per lift te bereiken). De Amerikanen wilden het Adelaarsnest ook vernietigen, maar de Beierse regering voorkwam dit. Wel onder voorwaarde dat alles wat aan het naziregime zou herinneren, werd uitgewist.
 

Verward met koppigheid

Ik heb het mijn vriend allemaal uitgelegd. Dat hij gelijk had en ik niet. Maar dat maakte niet uit. Voor hem ben en blijf ik de meest eigenwijze persoon die hij kent. 
Inmiddels heb ik het woord opgezocht. Eigenwijs: 1. niet luisterend naar goede raad 2. eigenaardig-grappig.
De eerste omschrijving sluit wel aan op mijn associaties met eigenwijs. Al denk ik nog steeds dat men het woord in de praktijk minder gebruikt tegen mensen die niet naar hun goede raad willen luisteren. En meer tegen mensen waarvan men vindt dat ze vast blijven houden aan een bewering die volgens hun overduidelijk niet klopt. In dat opzicht wordt eigenwijs eigenlijk enorm verward met een term die veel beter bij deze associatie - en bij mijn ex-vrouw - past: "koppigheid".
De tweede betekenis van eigenwijs kende ik echter nog niet. Nu begrijp ik het. Al die mensen die mij ooit eigenwijs noemden, bedoelden te zeggen dat ze me (eigenaardig) grappig vonden. Dat verklaart alles. Mijn excuses. Ik had ongelijk: ik ben eigenwijs! 

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.
 




3. Waarom hoor je de nummers 2 nooit?

Actualiteit - Sport - Doping - Liegen en bedriegen - Hypocrisie

 

Complot

Ach, Alberto Contador twee jaar geschorst vanwege positieve test tijdens de Tour de France 2010. Daar waar mede Tourwinnaar Lance Armstrong een paar dagen ervoor de dans ontsprong, heeft arme Alberto minder geluk. Hij begrijpt er niets van en Lance en wij natuurlijk ook niet. Zal wel weer een complot zijn. 
 

Apelazerus

Leuk om te zien hoe de nummers 2 altijd reageren. Of liever gezegd: hoe ze niet reageren. In dit geval Andy Schleck. De nummer 2 van de Tour 2010, maar door deze uitspraak nu opeens de winnaar: “Geen reden tot juichen . Ik heb tegen hem gekoerst en verloren.”
Stel. Ik heb me jarenlang het apelazarus getraind om op een dag de Tour te kunnen winnen. Door “gewoon” gezond eten, een goede nachtrust en maar trainen.
Stel. Het winnen van de Tour lukt me nét niet. Ik word tweede. En niet zomaar tweede. Nee, na drie weken lang 3430 kilometers het snot voor de ogen te hebben gereden, kom ik precies veertig tellen tekort voor mijn droomwinst.
Stel. De winnaar wordt even later op doping betrapt en uit de uitslagenlijst geschrapt.
Hoe zou ik dan reageren? Ik zou zachtjes gezegd  fucking razend zijn. Ik had dus verdomme in die gele trui op de Champs-Élysées moeten worden toegejuicht! 
 

Huilebalk

Waarom hoor je de nummers 2 nooit na de diskwalificatie van de nummer 1 vanwege doping (retorische vraag)?
God, je zou je maar bezighouden met het schrijven van de Tour uitslagenlijsten van de laatste decennia. Dat is kutwerk. Wie heeft ook alweer de Tour van 1996 gewonnen? Bjarne Riis toch? Nee, die heeft later toegegeven doping te hebben gebruikt. Jan Ullrich dan, de nummer 2? O nee, die stond centraal in dat dopingschandaal rondom die Spaanse arts Fuentes. Ok, Richard Virenque de nummer 3 dus. Maar wacht, was hij niet die huilebalk die maandenlang als enige van de Festinaploeg ontkende doping te hebben gebruikt en het later toch maar toegaf toen hij de nutteloosheid van zijn “missie” inzag? 
 

Deal with it or leave it

Op de fiets mogen de wielrenners misschien ballen hebben, maar als ze afstappen vallen die er blijkbaar af. Wanneer staat er nou eindelijk iemand onder de wielrenners op die eens en voor altijd keihard hardop zegt wat we eigenlijk allemaal al weten. “Ja, wij gebruiken allemaal doping en het wordt hoog tijd dat we daar nooit meer omheen lullen. De tijd dat je de Tour op bruine boterhammen met kaas kon fietsen, ligt ver achter ons. Deal with it or leave it!" 


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Foto's Tonko (Contador links)
 

2. Net een wijf

Privé - Scheiding - Vriendschap - Religie en geloof


 

Geen type om te scheiden

Ik zag mezelf nooit als het type om te scheiden. Net als al die celebraties die ooit op hun kont een tattoo met de naam van hun geliefde lieten zetten. In de overtuiging dat alleen de dood hen kon scheiden. Helaas bleken andere factoren daarin veel sneller. Konden ze opnieuw naar de tattooshop. Dit keer om van bijvoorbeeld “Jim” “Him” te maken. Wat een geluk dat ik nooit iets met naalden heb gehad. 
Meteen nadat de kogel van mijn scheiding door de kerk vloog, belde ik mijn oudste vriend om het nieuws te vertellen. Simon en ik kenden elkaar al sinds het begin van onze puberteit van tennis. Ik was heel goed, hij niet. Een uitstekende combinatie voor een puber die niet bepaald overliep van zelfvertrouwen.
 

Buitenbeentje

Simon was net als ik een buitenbeentje. Zeg maar gerust een nerd: slim, brilletje, christelijk (ook dat nog), niet gelukkig, maar o zo verdomd aardig. Simon werd later huisarts. Hij trouwde met een meisje van de kerk (ik was getuige en hij later de mijne), kreeg zoals het hoorde vier kinderen en werd het type ideale schoonzoon. Zo iemand waarmee het altijd goed gaat en je soms stiekempjes hoopt dat dat slechts schijn is. 
Het was geen lang telefoongesprek. Hij hoorde mijn nieuws gelaten aan. Ik zat al in de fase dat ik behalve “sympathie” een ander woord had gevonden dat uitstekend bij Simon paste. God allemachtig, wat was hij gereserveerd. Alles wat hij deed, deed hij volgens het boekje: sympathiek, rustig en correct. Iets waarop ik op dat moment allerminst zat te wachten. Ik voelde me net een wijf. Met bijbehorende behoeften. Ik wilde alleen maar het gevoel hebben begrepen te worden. Ik wilde medeleven. Onnodig te zeggen dat dit niet gebeurde.
 

Tactloze directheid

Kijkend naar onze verschillen is het een wonder dat wij ooit vrienden werden. Alhoewel. Als ik weer eens mensen afstootte met mijn tactloze directheid of onbegrepen ironische humor vroeg ik me wel eens af waarom ik niet meer zoals Simon was. Wellicht benijdde hij mij andersom ook wel eens. Om het losse, het directe, het confronteren: “Als je straks dood bent en je komt daarboven en er is helemaal niets, dan baal je als christen toch enorm?”
Ik vroeg me bij hem ook altijd af hoe je als intelligente man als een mak lammetje achter de bijbel aan kon lopen zonder kritische vraagtekens te zetten. Bedenk zelf toch eens hoe groot je bootje moet zijn als je van ieder diersoort op aarde een mannetje en een vrouwtje wilt meenemen.
 

Nietszeggend kerstkaartje

Na mijn telefoongesprek met Simon brak voor mij een dramatische tijd aan. In no time had mijn aanstaande ex-vrouw een nieuw huis en vertrok ze met onze kinderen voor vier weken naar een familiereünie in Amerika. Ondertussen liep ik puin te ruimen in mijn bijna leeg geroofde huis. Toch had de scheiding nu al één voordeel. De (ex) schoonfamiliereünie bleef mij bespaard.
Zes maanden lang hoorde ik niets van Simon. Tot Kerst. Toen hij als goed christen weer aan zijn naasten dacht en mij een nietszeggend kerstkaartje stuurde. Ik heb Simon nooit meer gezien. In nood leer je je echte vrienden kennen. De ideale schoonzoon bestaat niet.
 
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


Foto: Tonko

1. Wat ben jij een slechte huisvrouw!

Privé - Familie - Feminisme



Nog niet aan kinderen toe

Wij vormden een doorsnee gezin: mijn ouders, mijn zus en ik. Mijn moeder was huisvrouw en mijn vader ging elke dag om half negen braaf naar zijn werk, zwaaide zijn lieftallige echtgenote gedag en kwam tegen zessen weer terug.
Dat zwaaien naar mijn moeder was trouwens zo’n automatisme dat hij dat zelfs deed toen zij een keer mee moest rijden. Waarop mijn moeder aan hem vroeg naar wie hij nou eigenlijk aan het zwaaien was.
Eigenlijk was mijn moeder nog niet aan kinderen toe. Echter in die tijd als 33-jarige vrouw zeggen dat je nog niet toe bent aan kinderen was natuurlijk vragen om problemen. Laten we zeggen, het was gewoon niet anders. 
 

Vrouwenpraatgroepen

Maar eind jaren zeventig tijdens de sterke opkomst van het feminisme veranderde er wat in ons gezin. Opeens wilde mijn moeder ook gaan werken en schafte ze een eigen auto aan. Overbodig te zeggen dat dit ook het einde inluidde van het tijdperk waarin mijn moeder mijn vader altijd liefkozend "Baas" had genoemd. Dat kon natuurlijk echt niet meer! Ook begon mijn moeder plotseling mee te doen aan vrouwenpraatgroepen en nam ze een abonnement op het feministische maandblad "Opzij".
Veel heb ik de Opzij niet gelezen, moet ik eerlijk bekennen. Alleen als er een artikel in stond over de strijd tegen porno wilde ik het blad wel inkijken. Met de nadruk op kijken.
Ik kon (en kan) mijn moeder altijd goed plagen. Als ze terugkwam van haar werk in de bibliotheek en het eten was nog niet klaar, riep ik altijd dingen als: "Zeg waar blijft het eten, wat ben jij toch een slechte huisvrouw!" 
Mijn moeder heeft mijn humor nooit zo goed begrepen. Ze antwoordde altijd serieus: "Jij moet later een ouderwetse vrouw trouwen!" Uiteindelijk deed ik dat natuurlijk niet. Ik trouwde juist een moderne vrouw. 
 

Emanicpatiescore

Zonder het te beseffen, heeft mijn moeder grote invloed gehad op mijn “emancipatie-score”. Want zonder te slijmen, kan ik gerust stellen dat ik een geëmancipeerde man ben.
Mijn vrouw was vooral de kostwinner. Ik werkte voor drie dagen en zorgde verder voor de kinderen. Ik heb daar nooit moeite mee gehad. Het maakt mij echt totaal niet uit hoe de rolverdeling binnen een gezin is. Zo lang als alle betrokkenen er maar achter staan.
Maar toch. Achteraf gezien had mijn moeder misschien gelijk. Want inmiddels ben ik een gescheiden man en snak ik naar een lekkere ouderwetse, zorgzame vrouw.


Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.